KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsrapportage Sectoragenda Maritieme Maakindustrie

22 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 14205ecd19afe1cb · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 409Zee- en binnenvaart33 009InnovatiebeleidNr. 481 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN VANINFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN DE STAATSSECRETARISVAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 april 2025Zoals beschreven in het regeerprogramma1, versterkt het kabinet metgericht industrie- en innovatiebeleid (mondiale) waardeketens enecosystemen. Deze versterking is noodzakelijk voor onze veiligheid,verduurzaming en welvaart. De sectoragenda, No Guts, no HollandsGlorie!2, is een voorbeeld van hoe het kabinet hier met de maritiemesector uitvoering aan geeft. Met deze brief informeren wij u over devoortgang van deze agenda. De volledige rapportage treft u aan in debijlage.De positie van onze maritieme sector is van oudsher sterk, maar staat nustevig onder druk. Er is sprake van toenemende oneerlijke concurrentie opde wereldmarkt en daarnaast neemt de geopolitieke onzekerheid sterk toe.Grote maatschappelijke uitdagingen, zoals verduurzaming en veiligheid,vragen om een trendbreuk met de afgelopen decennia en een actievererol van de overheid en de sector. Het doel van de sectoragenda is om onzemaritieme sector te vernieuwen en toekomstbestendig te maken. Hierdoorkan Nederland haar nationale vitale belangen3 op en rondom het waterbeter borgen conform de moties Graus4 en Van der Plas5. Als rivierdeltaaan de Noordzee kunnen wij het ons niet permitteren om afhankelijk tezijn van het buitenland voor met name complexe schepen en toebehoren.Om de doelen uit de sectoragenda te bereiken, werken overheid enbedrijfsleven aan de uitvoering van 25 maatregelen (gebundeld in vijfactielijnen) en aan vijf koploperprojecten. Daarnaast wordt er gewerkt aanhet versterken van de organisatie, regie en samenwerking in de sector1Kamerstuk 36 471, nr. 962Kamerstuk 31 409, nr. 4233Kamerstuk 31 409, nr. 423 Bijlage 1 HCSS4Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 29.5Kamerstuk 36 200 XII, nr. 88. kst-31409-481ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4811 onder andere door het opzetten van een Rijksregiebureau MaritiemeMaakindustrie. Het kabinet wordt bij de uitvoering van het programmaondersteund door haar gezant maritieme maakindustrie, de heer Kees vander Staaij.Onderstaand staan wij eerst stil bij de stand van zaken ten aanzien van deorganisatie. Vervolgens gaan wij in op de resultaten die in het afgelopenjaar zijn geboekt. Ten slotte gaan wij in op de aanbevelingen van degezant uit de rapportage en op het vervolg.Stand van zaken organisatieIn 2024 is onder leiding van een kwartiermaker het RijksregiebureauMaritieme Maakindustrie opgezet. Dit bureau is op 20 november 2024officieel door het kabinet opgericht en is het aanspreekpunt vanuit deoverheid voor de maritieme sector. Het Rijksregiebureau borgt daarnaastmaritieme kennis en kunde van de Ministeries van EZ, IenW en Defensiein nauwe samenwerking met de Ministeries van BHO en Financiën. Ooksignaleert het Rijksregiebureau knelpunten, brengt partijen bij elkaar, zetin op nieuwe werkwijzen en jaagt innovatie aan. Vanaf de start van hetbureau weten sector en overheidsorganisaties het bureau goed te vinden,zoals blijkt uit de rapportage. Naast de oprichting van het Rijksregie-bureau werkt het kabinet aan het opzetten van een NederlandseMaritieme Autoriteit (NLMA)6. Het regieteam van de NederlandseMaritieme Autoriteit werkt samen met het Rijksregiebureau aan hetaantrekkelijker maken van het scheepsregister en is ondersteunend aan dedoelen van de sectoragenda.De maritieme sector heeft voor de uitvoering van de sectoragenda deregie versterkt en haar vertegenwoordiging richting de overheidgestroomlijnd. De koepelorganisatie voor de maritieme sector, NederlandMaritiem Land (NML), coördineert aan de kant van het bedrijfsleven deuitvoering. Hiervoor heeft NML een programmadirecteur aangesteld.Daarnaast zijn twee brancheorganisaties uit de maritieme sector per1 januari 20257 samen verder gegaan onder één vlag. Het gaat omNetherlands Maritime Technology (voor de maritieme maakindustrie) enIRO (voor de offshore energie industrie).Stand van zaken uitvoering sectoragendaDe voortgangsrapportage laat zien dat de uitvoering van de sectoragendaop koers ligt. Vier van de 25 maatregelen uit de sectoragenda zijnafgerond. Op acht maatregelen zijn eerste resultaten geboekt en tienmaatregelen zijn opgestart. De overige drie maatregelen worden later ditjaar opgepakt. Tot slot zijn alle koploperprojecten van start gegaan, metconcrete resultaten op drie van de vijf projecten.Belangrijk is dat de sectoragenda een dynamische agenda is. Mocht deactualiteit aanleiding geven dan zal het kabinet ook aanvullende maatre-gelen nemen om de maritieme sector te vernieuwen en toekomstbe-stendig te maken. Ook houdt het kabinet de mogelijkheid open omaanvullende koploperprojecten te starten in samenwerking met de sector.Daarnaast zullen wij op alle vijf de actielijnen uit de sectoragenda – vaninkoop tot vestigingsklimaat – resultaten blijven boeken.6Kamerstuk 31 409, nr. 4347https://www.maritimetechnology.nl/nl/actueel/nmt-en-iro-vanaf-1-januari-samen-verder/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4812 De vier afgeronde maatregelen:–De Ministeries van IenW en EZ hebben samen met NML een maritieminnovatieprogramma opgezet. Met het programma investerenbedrijven en de rijksoverheid gezamenlijk € 40 miljoen in innovatie(dus ieder € 20 miljoen) in 2025–2026. Hiermee worden vernieuwendeprojecten uitgevoerd, gericht op de nationale vitale belangen uit desectoragenda. Voor de eerste inschrijfronde dienden 36 consortia vanbedrijven aanvragen in. In het tweede kwartaal wordt duidelijk welkeaanvragen gehonoreerd worden. Het Ministerie van Defensie gaf in2024 € 7,8 miljoen uit via een maritieme innovatieregeling op hetgebied van Dutch Naval Design en zal de komende jaren hiervoorminimaal € 10 miljoen vrijmaken.–Bovendien maakte het kabinet op vrijdag 4 april8 bekend om € 1,1 mil-jard extra uit te trekken om de defensie-industrie op te schalen. Samenmet defensiebedrijven werkt de overheid hard aan 5 strategischetechnologieën. Dat zijn onbemande systemen, quantumtechnologie,ruimtetechnologie, slimme materialen en sensoren. Deze investerin-gen betekenen een impuls voor de innovatiekracht van de militairescheepsbouw in Nederland. De maritieme maakindustrie zal hiervanprofiteren, doordat de innovaties breder toegepast en in de marktgezet kunnen worden.–Op initiatief van Nederland en Duitsland heeft de Europese Commissieop 24 mei 2024 in de Raad van Concurrentievermogen toegezegd omeen Europese maritieme industrie strategie uit te werken. Samen metDuitsland werkt Nederland nu aan een position paper met bouwstenenten behoeve van deze strategie. Wij betrekken hierbij actief gelijk-stemde lidstaten.–Het Rijksregiebureau heeft de druk op vestigingslocaties voor demaritieme maakindustrie geagendeerd in lopende ruimtelijkeordeningsprocessen. Daar waar strategische belangen voor Nederlandacuut in het geding komen, onderneemt het Rijksregiebureau inoverleg met medeoverheden actie voor oplossingen. Hiervoor is onderandere een regio-liaisonoverleg ingevoerd met 10 regio’s dat iederkwartaal plaatsvindt.–Het tijdelijke verblijf van scheepsbemanningen uit derde landen(niet-EU bemanningen) wordt geregeld aan de hand van een specifiekeverblijfsvergunning voor deze categorie zeevarenden. Met hetRijksregiebureau als aanjager hebben de Ministeries van EZ, A&M,SZW en IenW de regelgeving hiervoor afgestemd.Eerste aansprekende resultaten, mede naar aanleiding van moties:–Bij onder andere de vervanging van de hulpvaartuigen, de M-fregattenen de LC-fregatten richt Defensie zich op de Nederlandse marinebouw,met gebruikmaking van artikel 346 van het Verdrag werking van de EU.Defensie gaat voor meer dan 20 schepen orders plaatsen direct bij deNederlandse maritieme maakindustrie met een totale opdrachtwaardevan meer dan € 10 miljard. Defensie werkt hierbij aan de samenwer-king met Damen en de brede maritieme maakindustrie met aandachtvoor regio’s, cf. de motie Tuinman (Kamerstuk 34 225, nr. 68) en demotie Erkens c.s. (Kamerstuk 34 225, nr. 59).–Naar aanleiding van de motie Vedder c.s.9 over de havenuitbreidingvan Werkendam heeft het Rijksregiebureau de dialoog opgestart. Metalle partijen worden mogelijke oplossingsrichtingen in kaart gebracht.In het vierde kwartaal van 2025 wordt de Kamer hierover nadergeïnformeerd.8Kamerstuk 31 125-1349Kamerstuk 36 600-A-34Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4813 –Voor Damen Shiprepair Amsterdam is een scenariotraject gestarttussen Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam.Het Rijksregiebureau coördineert het proces. De verschillendeaanspraken op de schaarse ruimte worden in overeenstemming metelkaar gebracht. In het tweede kwartaal van 2026 vindt besluitvormingplaats op basis van de scenario’s. Dit traject sluit aan bij de kaderszoals meegegeven in de motie Peter de Groot10 over het reserverenvan voldoende ruimte voor havenbedrijven in de Houtrakpolder en demotie Martens-America en Flach11 over het meenemen van nationalebelangen van de maakindustrie in relatie tot transformatie.Aandachtspunten naar aanleiding van de uitvoering van de actielijnen:–Het maritiem innovatieprogramma is in uitvoering en ook wordt opbasis van een positieve evaluatie verkend of de SubsidieregelingDuurzame Scheepsbouw (SDS) kan worden voortgezet in 2025 en2026. Voor de periode hierna is er voor het maritiem innovatiepro-gramma nog geen financiële dekking. De behoefte vanuit de sector aandeze regelingen is groot zoals blijkt uit het hoge aantal inschrijvingenvoor de eerste ronde. Structurele ondersteuning van innovatie door deoverheid is belangrijk om vernieuwing van de grond te krijgen.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft, mede namens deStaatssecretaris voor Fiscaliteit en Belastingdienst, per brief van24 juni 2024 (Kamerstuk 27 830, nr. 423) duidelijkheid verschaft over dewijze waarop invulling kan worden gegeven aan de motie Stoffer(Kamerstuk 31 409, nr. 392) betreffende de uitbreiding van detonnageregeling en de afdrachtvermindering zeevaart voor offshorewerkschepen. De bewindspersonen hebben met elkaar gesproken engeconstateerd dat er op dit moment geen extra financiële middelenbeschikbaar zijn voor de uitvoering van deze ongedekte motie. Aan debetrokken sectorpartijen is voorgelegd om de willekeurige afschrijvingzeeschepen te schrappen en daarvoor de uitbreiding van de tonnage-regeling voor offshore werkschepen te financieren. In overleg met desector is de conclusie getrokken dat het niet zinvol is deze aanpassingdoor te voeren. De drie maritieme fiscale regelingen hebben immerseen onderlinge sterke samenhang voor de Nederlandse vlag en deNederlandse zeescheepvaart. Daardoor is het niet mogelijk de motiebinnen het budget van de huidige fiscale regelingen voor de zeevaart –gedeeltelijk – uit te voeren. Het is aan de Tweede Kamer om hierovereen oordeel te vormen en een keuze te maken.Eerste aansprekende resultaten op de koploperprojecten:Op drie koploperprojecten vallen eerste resultaten te melden. Tweedaarvan lichten wij hier toe.–Voor het koploperproject «Het Maritiem Masterplan» is na de eersteinschrijfronde aan 9 van de 17 consortia een subsidie toegekend meteen totale waarde van € 85 miljoen. Deze zijn verdeeld over de drieenergielijnen: waterstof (5), methanol (2) en carbon capture (2).Hiermee wordt de overgang naar duurzame scheepvaart gestimuleerd.–Voor het koploperproject «Robotisering Wind op Zee» heeft de sectorin 2024 een regeling uitgewerkt met budget van het Topconsortiumvoor Kennis en Innovatie (TKI) Offshore Energy. De eerste ronde van€ 1 miljoen heeft een groot aantal aanvragen opgeleverd.10Kamerstuk 31 409-47611Kamerstuk 32 637-622Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4814 Aanbeveling vanuit de gezant maritieme maakindustrieDe gezant maritieme maakindustrie, de heer Van der Staaij, concludeert inde voortgangsrapportage dat de uitvoering van de sectoragenda goed opkoers ligt. Het kabinet deelt de aanbeveling van de gezant om te blijvensamenwerken en door te pakken, waarmee wordt voortgebouwd op deeerste positieve ervaringen met het Rijksregiebureau.Ten slotte, hebben wij veel waardering voor hoe de heer Van der Staaijzijn gezantschap invulling heeft gegeven met veel energie, enthousiasmeen grote betrokkenheid. Hij heeft aangegeven dat hij per 1 april 2025 stoptmet zijn werkzaamheden, gegeven zijn functie als staatsraad bij de Raadvan State. Wij danken hem zeer voor zijn inzet. In het tweede kwartaal vandit jaar informeren wij u over de wijze waarop het kabinet het gezantschapzal voortzetten.VervolgIn 2026 zal het kabinet het uitvoeringsprogramma van de sectoragendaevalueren. Daarbij wordt niet alleen in kaart gebracht of alle maatregelenzijn bereikt, maar ook wat het effect van de maatregelen is in de praktijk.Wij blijven daarnaast uw Kamer jaarlijks informeren over de resultaten inhet kader van de sectoragenda maritieme maakindustrie. Voor hetkomend jaar is het zaak om voort te bouwen op de resultaten van heteerste jaar. Het kabinet blijft zich met ondernemers inzetten voor eensterke maritieme sector in het belang van een veiliger, duurzamer enwelvarender Nederland.Mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp en de Minister van FinanciënDe Minister van Economische Zaken,D.S. BeljaartsDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerDe Staatssecretaris van Defensie,G.P. TuinmanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4815

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9fed6fb9052ac4cb

14 okt 2026 · d958df7c3cc43e99

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.