KamerkringInloggen
Kamerbrief

De opzet en de vraagstelling van de Periodieke rapportage van het onderwerp Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo)

2 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4592d136362cbea3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 538Zorg en maatschappelijke ondersteuningNr. 377 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Conform de uitwerking1 van de motie Harbers2 informeer ik de Kamerover de opzet en de vraagstelling van de Periodieke rapportage van hetonderwerp Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015, hiernaWmo). Dit thema van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) heeftbetrekking op zowel begrotingsartikel 3 als elementen van het FinancieelBeeld Zorg van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport(VWS).De hoofdvraag van de Periodieke rapportage luidt:–«Hoe doeltreffend en doelmatig was het stelsel van maatschappelijkeondersteuning in de periode 2015–2024»?De SEA als onderdeel van de VWS begroting 2024 kent een thematischeopzet bestaande uit een overzicht van de belangrijke beleidsthema’s vanhet ministerie. Het geleverd aanbod via de Wmo tussen 2015 tot en met2024 is een van deze hoofdthema’s, waarvoor in 2026 een Periodiekerapportage zal worden opgesteld. Deze rapportage is, in de basis, eenkennissynthese van de monitors, evaluaties en andere onderzoeken die deafgelopen periode zijn uitgevoerd op de gebieden van (maatwerk)voorzie-ningen van de Wmo.Het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015, dat de Kamer op 26 november2025 heeft ontvangen3, kan als uitgebreide studie de basis zijn voor dePeriodieke rapportage. In dit houdbaarheidsonderzoek wordt geconclu-deerd dat factoren buiten de Wmo bepalend zijn voor de houdbaarheidvan deze wet, zoals de dubbele vergrijzing en daarmee gepaard gaandegroeiende zorg- en hulpvraag, een toenemend aantal mantelzorgvragers,terwijl het aantal mantelzorggevers afneemt, de bouw van voor senioren1Kamerstuk 34 000, nr. 522Kamerstuk 34 000, nr. 363Eindrapportage - Tijd voor stevige keuzes | Rapport | Rijksoverheid.nl kst-29538-377ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3771 geschikte woningen etc. Met name de dubbele vergrijzing zet de gehelezorg onder druk en daarom zijn er integrale zorgakkoorden gesloten.De ondertekenaars van de integrale zorgakkoorden pleiten voor passendezorg en, waar mogelijk, door inzet aan de voorkant van het zorg- enwelzijnsstelsel, zoals vastgelegd in het Integraal Zorg Akkoord (IZA, 20224)en het Aanvullend Zorg- en Welzijn akkoord (AZWA, 20255). De Wmoondersteunt deze zogenoemde «beweging naar de voorkant» en sluit aanbij de visie op passende zorg. Dit dient bij te dragen aan de gezondheidvan de Wmo-doelgroepen die daardoor minder (lang) een beroep doenhoeven te doen op complexe en dure zorg- en hulpverlening.Periodieke rapportage Maatschappelijke OndersteuningDeze Periodieke rapportage richt zich op het functioneren van hetgedecentraliseerde stelsel van de Wmo 2015. Het doel van het stelsel vanmaatschappelijke ondersteuning is het ondersteunen van de zelfred-zaamheid en participatie van mensen met een beperking, psychische ofpsychosociale problemen: die ondersteuning moet erop gericht zijn datmensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Met deinvoering van de Wmo 2015 werd beoogd om (1) de kwaliteit vanmaatschappelijke ondersteuning aan te passen aan de veranderde eisenen omstandigheden, (2) de betrokkenheid van mensen bij elkaar tevergroten en (3) de financiële houdbaarheid te vergroten. Een belangrijkelement van het stelsel is het subsidiariteitsbeginsel: namelijk de volgordewaarin ondersteuning wordt ingezet. Eerst wordt gekeken naar hetgeenmensen binnen hun eigen kracht en met behulp van hun sociale netwerkkunnen, vervolgens wat mogelijk is met ondersteuning van algemenevoorzieningen. Als dat niet voldoende blijkt, komen mogelijke maatwerk-voorzieningen in beeld.Voorgeschiedenis van de WmoSinds de Hervorming Langdurige Zorg (HLZ) per 1 januari 2015 is demaatschappelijke opvang geregeld middels de Wmo. De evaluatieperiodevoor deze Periodieke rapportage van de maatschappelijke ondersteuningbetreft de periode vanaf 2015 tot en met 2024.De HLZ heeft per 1 januari 2015 tot verschillende wetswijzigingen geleid:–de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) houdt op tebestaan;–de Wet langdurige zorg (Wlz) is er voor personen die blijvend 24 uurper dag zorg in de nabijheid en/of permanent toezicht nodig hebben;–Ondersteuning bij zelfredzaamheid, beschermd wonen en opvangworden gefinancierd vanuit de Wmo 2015, deze vervangt de Wmo(2007);–Verpleging en verzorging (wijkverpleging) en behandeling bij zintuiglijkgehandicapten wordt gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet(Zvw);–Jeugdhulp voor kinderen en jongeren onder de 18 jaar wordtgefinancierd vanuit de Jeugdwet.Het nieuwe systeem van langdurige zorg via de Wlz en Wmo legt veelnadruk op wat mensen en hun omgeving zelf kunnen en willen (eigenregie of zelfredzaamheid), zowel voor mensen die thuis ondersteuning enzorg nodig hebben als voor mensen die verblijven in een instelling. Eendoelstelling van de HLZ is dat gemeenten in een gedecentraliseerd stelselmet ondersteuning gericht op het zo lang mogelijk zelfstandig (kunnen)4Kamerstuk 31 765, nr. 6555Kamerstuk 31 765, nr. 940Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3772 wonen, in staat worden gesteld om het beroep van inwoners op formele,meer complexe zorg te kunnen voorkomen of uitstellen.Beleidstheorie van de WmoDe Wmo is een voorzieningenwet geïntroduceerd op het snijvlak van zorg,ondersteuning, welzijn, veiligheid en maatschappelijke participatie. Dewet gaat (per definitie) niet uit van rechten of specifiek omschrevenaanspraken – zoals in de Wet Langdurige zorg – van het individu, maarverplicht gemeenten om (maatwerk)voorzieningen te treffen die inwonersin staat stellen tot zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Hetuitgangspunt hierbij is: lichte(re) ondersteuning waar mogelijk, zwaarderezorg en ondersteuning waar nodig. Gemeenten worden met de wet instaat gesteld om op maat, integraal en passend bij de lokale structurenondersteuning te organiseren. In de praktijk omvat dit ook het versterkenvan de zogenoemde sociale basis. Deze wet vindt haar oorsprongnamelijk in de welzijnswetgeving. De decentralisatie van taken naargemeenten bracht een grote mate van beleidsruimte met zich mee, eennoodzakelijke voorwaarde voor beleid van deze omvang. Tegelijkertijdwas het doel van de decentralisatie om lokaal maatwerk mogelijk temaken, met als ambitie een grotere doelmatigheid, zowel financieel alsinhoudelijk. Verantwoording en evaluatie van dienstverlening in het kadervan de Wmo dient plaats te vinden in de relatie tussen raad en college vangemeenten. Gemeenten zijn ook verplicht om cliëntervaringen te metenbinnen hun gemeenten, die jaarlijks aan het Rijk worden aangeleverd6.Tijd voor stevige keuzes: Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015De Periodieke rapportage betreft in de basis een synthese van bestaand(evaluatie)onderzoek. Het belangrijkste onderdeel hiervan betreft hetrecent afgeronde «Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015» en de daarvoorgemaakte deelrapporten.Het doel van het houdbaarheidsonderzoek was om met de VNG eengezamenlijk beeld te krijgen van de opgave in de Wmo en daarnaast tebevorderen dat de VNG en het Rijk gezamenlijk en proactief kunnensturen op de fundamentele vraagstukken ten aanzien van maatschappe-lijke ondersteuning voor de lange termijn. Gedurende het houdbaarheids-onderzoek zijn er verschillende deelonderzoeken uitgevoerd en rondetafel-gesprekken met belanghebbenden gevoerd. Alle vergaarde informatie isinput voor deze Periodieke rapportage.Daar waar de focus van het houdbaarheidsonderzoek op de financiële,personele, maatschappelijke en juridische houdbaarheid voor de langetermijn lag, wordt in de Periodieke rapportage teruggekeken naar dedoeltreffendheid en de doelmatigheid van de Wmo. Uiteraard is in hethoudbaarheidsonderzoek ook teruggekeken om iets te kunnen zeggenover de lange termijn. Tussen het houdbaarheidsonderzoek Wmo en deuit te voeren Periodieke rapportage zit daarom de nodige overlap.Onderzoeksvragen Periodieke rapportageDe hoofdvraag van de Periodieke rapportage luidt:–«Hoe doeltreffend en doelmatig was het stelsel van maatschappelijkeondersteuning in de periode 2015–2024»?Deelvragen:6CPB, Middellangetermijnraming zorg 2027–2033, 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3773 –In hoeverre heeft het stelsel van maatschappelijke ondersteuning in deperiode 2015–2024 bijgedragen aan het bevorderen van zelfredzaam-heid en maatschappelijke participatie van cliënten?•In hoeverre heeft het stelsel bijgedragen aan de beleidsdoelstellingrondom kwaliteit van ondersteuning?•In hoeverre heeft het stelsel geleid tot een grotere maatschappelijkebetrokkenheid, benutting van sociale netwerken en ondersteuningvan eigen kracht bij cliënten?•In hoeverre heeft het stelsel bijgedragen aan de financiëlehoudbaarheid van de langdurige zorg?•In welke mate wordt het zicht op de doeltreffendheid en doelmatig-heid van het stelsel van maatschappelijke ondersteuning vermin-derd door maatschappelijke factoren, zoals de dubbele vergrijzing,arbeidsmarktproblematiek en dynamieken op de woningmarkt?•Welke beleidswijzigingen binnen de zorg- en welzijnssector zijn indeze periode ingezet door wie en met welk doel? Wat betekenendeze wijzigingen voor de doeltreffendheid en de doelmatigheid vanhet beleid voor maatwerkvoorzieningen?•Welke andere factoren binnen het zorg- en welzijnsveld hebben eeneffect, zoals bijvoorbeeld de groeiende jurisprudentie over kwaliteit,betaalbaarheid en toegankelijkheid, op de doeltreffendheid endoelmatigheid van de maatschappelijke ondersteuning en op welkewijze?–In hoeverre heeft het subsidiariteitsbeginsel binnen het stelsel geleidtot een doeltreffende en doelmatige inzet van publieke middelen?–Indien de vragen over doeltreffendheid en doelmatigheid niet(volledig) beantwoord kunnen worden, wat zijn aanbevelingen om deinformatiebasis die voor deze beantwoording nodig is te versterken,rekening houdend met het decentrale karakter van het stelsel?–Zijn er mogelijkheden voor verbetering; kan het doelmatiger endoeltreffender en welke instrumenten kan het Rijk hiervoor inzetten?Afbakening en financiële grondslagDe Periodieke rapportage maatschappelijke ondersteuning is eensynthese op basis van bestaand (evaluatie)onderzoek en neemt de Wmoals basis. Een onderdeel van de Periodieke rapportage is het uitwerkenvan een 20% besparingsvariant met als grondslag de uitgaven voormaatwerkvoorzieningen aan de Wmo in 2024, te weten 6 miljard7. Deonderzoeksperiode start de facto in 2017, omdat het een paar jaar duurtvoordat de vrijwillige uitvraag naar gebruik van maatwerkvoorzieningenenige betrouwbaarheid geniet.Onderzoekaanpak, onafhankelijkheid en planningDe periodieke rapportage zal worden uitgevoerd door een onafhankelijkeonderzoeker/onderzoeksgroep.De eisen uit de Regeling Periodiek evaluatieonderzoek 2022 (RPE 2022)8en Handreiking Periodiek evaluaties9 vormen de leidraad voor deuitvoering van het onderzoek en de rapportage.Gezien de overlap tussen het houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 en dePeriodieke rapportage zal de opdrachtgever al het nodige voorwerk doen7CBS, Jaarrapport 2024 (publicatie 13 februari 2026.) De besparingsvariant hoeft niet (volledig)binnen de maatwerkvoorzieningen te vallen, maar mag binnen de gehele Wmo 2015 vallen8https://wetten.overheid.nl/BWBR0046970/2022-07-27/09https://www.rijksfinancien.nl/sites/default/files/bestanden/Beleidsevaluaties/2024%20Handreiking%20Periodieke%20Rapportage.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3774 en ter beschikking stellen aan de onderzoeker. De in het Houdbaarheids-onderzoek Wmo 2015 vergaarde informatie zal de onderzoeker terbeschikking worden gesteld.De mate waarin uitspraken kunnen worden gedaan op de doeltreffendheiden doelmatigheid van het stelsel van maatschappelijke ondersteuning isafhankelijk van de beschikbaarheid van betrouwbare data en de mate vanmeetbaarheid. Voor algemene voorzieningen is dit niet altijd in dezelfdemate mogelijk als voor maatwerkvoorzieningen. Indien nodig verwijst deonderzoeker naar bestaand kwalitatief onderzoek ten behoeve van hetbeantwoorden van de onderzoeksvragen.Het onderzoek zal begeleid worden door een begeleidingscommissie diewordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3775

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · dd22939d03569bb6

14 okt 2026 · 0ee7c8e0c75e8739

13 okt 2026 · 7959e6ca06bced04

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.