Regionale Uitrol Laadinfrastructuur
Brontekst
Versie 37a2208160c937db · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 305MobiliteitsbeleidNr. 523 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 augustus 2025Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van deNationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). In de NAL zetten overheden,kennisinstellingen, marktpartijen en netbeheerders zich samen in voor eengoed en dekkend laadnetwerk voor het elektrisch vervoer in Nederland.1. Voortgangsrapportage Op 4 april jl. heeft het Ministerie van IenW de Voortgangsrapportage NAL2024 (Bijlage 1) ontvangen van de nieuwe voorzitter van de NAL per 1 juli2024, mevrouw Donkervoort. In de begeleidende aanbiedingsbrief wordende aandachtspunten van de NAL voor de komende jaren beschreven(Bijlage 2).De voorzitter benoemt dat structurele financiering na 2025 voorwaardelijkis om de effectieve samenwerking tussen de NAL-partijen die in deafgelopen jaren is opgebouwd voort te zetten en om structurele capaci-teitsopbouw binnen decentrale overheden te borgen. Samen met deVereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg enhet Ministerie van Klimaat en Groene Groei is tot een structureleoplossing voor de financiering tot 2030 gekomen.De voorzitter onderstreept ook dat een integrale aanpak van de netcon-gestieproblematiek noodzakelijk is, waarbij de toepassing van slim ennetbewust laden ervoor zorgt dat laadinfrastructuur duurzaam ingebed isin het energiesysteem van de toekomst. Dit wordt in samenwerking metde collega’s van verscheidene ministeries opgepakt in het LandelijkActieprogramma Netcongestie.Tot slot wordt aandacht gevraagd voor de afstemming tussen Rijk enprovincies over corridorladen en de planning van nieuwe laadinfra-structuur op het hoofdwegennet en onderliggend wegennet. Hier geef ik kst-31305-523ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5231 invulling aan d.m.v. de samenwerking binnen de NAL. De belangrijksteontwikkelingen binnen de NAL-samenwerking zijn hieronder uitgelicht.Landelijk dekkend netwerk personen- en bestelauto’sMomenteel worden er maandelijks 1.600 nieuwe publieke laadpuntenbijgeplaatst. Regio’s en gemeenten gebruiken steeds vaker datagestuurdeanalyse om laadpalen bij te plaatsen op basis van gebruik. Voor dedefinitie van een landelijk dekkend publiek laadnetwerk zijn de «wittevlekken» in kaart gebracht. Dit zijn locaties waar een publiek laadpuntaanwezig zou moeten zijn maar waar dit nu nog niet geval is. Volgens de«witte-vlekken-analyse» is de dekking van het publieke laadnetwerk hetafgelopen jaar gestegen van 76% naar 83%. Zowel het rapportcijfer als debeschikbaarheid van de openbare laadpalen wordt door de EV-rijderpositiever beoordeeld dan voorgaande jaren in het Nationaal Laadon-derzoek.1De definitie voor een landelijk dekkend snellaadnetwerk op het regionalewegennet is afgelopen jaar vastgesteld door de NAL-partijen en functio-neert als handleiding voor de uitrol van snellaadinfrastructuur (Bijlage 3).Het aantal snelladers is van 4.300 naar 5.741 gegroeid in 2024 (peildatum:december 2023 tot december 2024).2Logistieke laadinfrastructuurDe elektrificering van de logistiek heeft een grote sprong gemaakt in 2024,mede dankzij dat geanticipeerd is op de invoering van de zero-emissiezones per 1 januari 2025. Het aantal elektrische lichte bedrijfsvoertuigen isvan 27.076 naar 40.122 gestegen en het aantal elektrische zware bedrijfs-voertuigen is van 792 naar 1.347 gestegen (peildatum: 31 maart 2023 tot31 maart 2024). Voor zover nu bekend zijn er in Nederland op dit moment70 locaties die geschikt zijn voor het laden van N2 en N3 vrachtvoertuigen(april 2025).3Laden op privaat terreinVanuit de NAL-werkgroep Logistiek zijn er het afgelopen jaar verschillendeonderzoeken en handreikingen opgeleverd voor bedrijven om privatelaadinfrastructuur te realiseren. Het merendeel van de logistiekeoplaadsessies zal namelijk plaatsvinden op privaat terrein, bijvoorbeeldop depot of op bedrijventerreinen.Uit één van deze onderzoeken4 blijkt dat veel logistieke bedrijven metkleine wagenparken voldoende capaciteit binnen hun bestaande netaan-sluiting hebben om hun wagenpark (deels) te elektrificeren. Bedrijven met(middel)grote wagenparken, 10–15% van de totale populatie, staan voorde grootste uitdaging. Zij hebben voor de elektrificatie van hunwagenpark een grotere netaansluiting nodig, maar kunnen deze doornetcongestie vaak niet direct krijgen.Bedrijven kunnen subsidie krijgen voor maatwerkadvies bij hun netaan-sluiting en financiering van batterijopslag als hun netaansluiting nog nietvoldoet. Mitigerende maatregelen, zoals eigen opwek in combinatie metbatterijopslag of alternatieve contractvormen met de netbeheerder,1Samenvatting Nationaal Laadonderzoek 2024 | RVO2Zie Laadinfrastructuur | RVOvoor alle data rondom laadinfrastructuur in Nederland3Zie Laadkaart zwaar vervoer | Nationale Agenda Laadinfrastructuur4Veel logistieke bedrijven klaar voor elektrificatie wagenpark | Nationaal KennisplatformLaadin-frastructuurTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5232 kunnen ook een oplossing bieden waardoor bedrijven de komende jarentoch kunnen laden.Laden op publiek terreinEr worden belangrijke stappen gezet om te komen tot een landelijkdekkend basisnetwerk van publieke toegankelijke laadlocaties voor zwarevoertuigen. Zo wordt in de toekomst ook voldaan aan de toenemendelaadbehoefte van elektrische vrachtwagens. In 2023 is het Kennispro-gramma Living Lab Heavy Duty Laadpleinen gestart met als doel om opeen zestal laadlocaties in samenwerking met marktpartijen praktijkkennisop te bouwen over hoe laadpleinen voor elektrische vrachtwagens (enelektrisch bouwmateriaal) werken en wat er in de toekomst nodig is. Hetkennisprogramma is verlengd tot 2027, vanwege de grote hoeveelheidkennis en ervaring die het oplevert. De uitkomsten zijn publiek toegan-kelijk en breed toepasbaar voor het laden van elektrische vrachtwagens.De definitie voor het landelijk dekkend laadnetwerk voor logistiek is in2024 vastgesteld door de NAL-partijen en biedt een leidraad waarlangs dekomende jaren wordt gewerkt. De definitie is als bijlage toegevoegd aandeze voortgangsbrief (Bijlage 4). Daarnaast is er een uitvoeringsagendalogistieke laadinfrastructuur opgesteld om de rollen en verantwoordelijk-heden van de verschillende partijen vast te leggen. Deze uitvoerings-agenda is in mei 2025 vastgesteld door de NAL stuurgroep.Corridorladen internationaalElektrische vrachtwagens hebben een steeds grotere actieradius. Ditmaakt toepassing in internationaal transport over lange afstandenmogelijk. De beschikbaarheid van publieke laadinfrastructuur op deEuropese TEN-T corridors speelt hierbij van cruciale rol en vergt interna-tionale samenwerking. In het door de Europese Commissie gepresen-teerde Automotive Action Plan5 wordt hier extra aandacht aan besteeddoor de lancering van het European Clean Transport Corridor Initiative.Doel van dit initiatief is een versnelling in de uitrol van publieke laadinfra-structuur voor zware bedrijfsvoertuigen op de TENT-T corridors North-SeaBaltic en Scandinavian-Mediterranean. De eerste gesprekken hierover zijnin mei gestart met Nederland, Duitsland en Polen en dit zal op kortetermijn resulteren in een kaartoverzicht van beschikbare en geplandelaadlocaties voor zware bedrijfsvoertuigen over deze corridors.Laadinfrastructuur voor overige modaliteitenOok in de scheepvaart vindt elektrificatie plaats en zal de vraag naarlaadinfrastructuur naar verwachting toenemen. Om deze ontwikkelingenin kaart te brengen is een verkenning uitgezet. Deze «Verkenningwalstroom- en laadvoorziening plezier- en passagiersvaart» wordt hierbijaan de Kamer aangeboden (Bijlage 5). De verkenning geeft inzichten in demogelijke acties op het gebied van laadvoorzieningen bij vaartuigen. Erwordt momenteel besproken welke acties in NAL-verband kunnen wordenopgepakt.Binnen de NAL wordt ook onderzocht hoe een landelijk dekkend netwerkvoor autobussen kan worden gerealiseerd. Tegelijkertijd wordt door deNAL-partijen gekeken naar de gezamenlijke laadvraag van verschillendevoertuigcategorieën, zoals touringcars, OV-bussen, doelgroepenvervoeren vuilniswagens. Veel van deze voertuigen laden op bedrijventerreinen,5Actieplan ter bevordering van innovatie, duurzaamheid en concurrentievermogen in deauto-industrie | Europese CommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5233 waar via de Bedrijventerreinenaanpak van de NAL-regio’s aan wordtgewerkt.De bouw moet elektrificeren onder andere om de uitdagingen rondomstikstof het hoofd te bieden. Voldoende en adequate laadinfrastructuur ishiervoor van belang. Eind 2024 hebben de NAL-partijen een strategieontwikkeld om voor voldoende laadvoorzieningen te zorgen, nu en in detoekomst. Dit lukt deels door gebruik van bestaande laadpunten enlaadpleinen en deels door het inrichten van nieuwe vaste laadhubsspecifiek voor de bouw.Concluderend:–We zien dat er veel positieve ontwikkelingen zijn op het gebied vanlaadinfrastructuur, zowel voor personenvoertuigen als voor delogistiek, bouw, en andere modaliteiten.–De dekking van de publieke laadnetwerk in Nederland is verdergestegen. Ook het aantal logistieke laadpunten groeit, ondanksnetcongestie. Onderzoeken wijzen wel uit dat hier ook in de toekomstaandacht aan moet worden besteed. Corridorladen speelt een crucialerol voor de elektrificering van de logistiek en vergt internationalesamenwerking. De ontwikkelingen vanuit de Europese Commissiedragen hieraan bij.–De ontwikkelingen op het gebied van scheepvaart, autobussen enbouw vorderen naar verwachting.–De focus voor de komende jaren zal vooral op de logistiek en hetverminderen van de impact van netcongestie liggen.2. Prijstransparantie De ondoorzichtigheid van laadprijzen schaadt marktwerking en werkt debetaalbaarheid en het gemak van elektrisch rijden tegen. Prijstranspa-rantie is dus voorwaardelijk voor de elektrificering van het wagenpark.Individuele markpartijen hebben een wettelijke verplichting om trans-parant te zijn over hun prijzen.Daarnaast werken we binnen de NAL aan verbeterde marktomstandig-heden. IenW nam afgelopen jaar het initiatief voor een taakgroepPrijstransparantie binnen de NAL. De taakgroep heeft diverse actiesingezet en heeft ook al verschillende resultaten geboekt.Het Nederlandse toegangspunt voor gegevens over laadpunten, DOT-NL,is in april 2025 opgeleverd. Het doel van DOT-NL is de beschikbaarheid entoegankelijkheid van gegevens over laadpunten te vergroten, waaronderde prijs van laden bij direct afrekenen.De taakgroep heeft recent aanbevelingen opgesteld voor uniformeprijspalen bij snellaadpleinen. Verder is door de taakgroep Prijstranspa-rantie een instructie opgesteld met de belanghebbenden. Belangheb-benden kunnen de briefing gebruiken om aan elektrische rijders uit teleggen hoe prijzen tot stand komen in de sector.6In de motie van de leden Veltman en Bamenga (31 305, nr. 475) wordt deregering verzocht te bewerkstelligen dat actuele laadpastarieven digitaalopenbaar beschikbaar worden. Deze toezegging en motie zijn opgevolgdin de Kamerbrief «Afdoen moties en toezeggingen duurzaam vervoer»van 10 december 20247.6Prijstransparantie | Nationale Agenda Laadinfrastructuur7Kamerbrief over afdoen moties en toezeggingen duurzaam vervoer | Kamerstuk | Rijksover-heid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5234 Onder begeleiding van IenW spreken de leden van de taakgroep Prijs-transparantie in werksessies over een effectieve invulling van de motie.Na drie sessies zijn verschillende implementatiescenario’s in beeld. Hetvoornemen is om eind september een voorkeursoptie overeen te komen.Daarnaast is in het commissiedebat Duurzaam Vervoer van 17 oktober2024 aan het lid Veltman toegezegd om in het Actieplan Prijstransparantievan de NAL aan te dringen op het stellen van concrete doelen entermijnen. De taakgroep Prijstransparantie (van de NAL) had al termijnenvoor elke actie staan en is, naar aanleiding van de vraag naar concretedoelen, aan het uitwerken wanneer de sector prijzen voldoende trans-parant vindt.Ten slotte is er regelmatig overleg vanuit het Ministerie van IenW met detoezichthouder Autoriteit Consument en Markt om het toezicht teintensiveren waar mogelijk, aangezien het bieden van onvoldoendetransparantie een overtreding van de wet is.Concluderend:–Door de lancering van DOT-NL is er nu een centraal toegangspunt voorgegevens over openbare laadpunten waaronder laadprijs, dit zal eenbelangrijke bijdrage leveren aan prijstransparantie.–Binnen de NAL worden diverse resultaten geboekt. Tegelijkertijd laatde Benchmark zien dat het onderwerp blijvende inzet vraagt.–Om de prijstransparantie verder te verbeteren vindt overleg plaats metde toezichthouder Autoriteit Consument en Markt om het toezicht aante scherpen en overtredingen van de regels over prijstransparantie aante pakken.3. Netcongestie en slim laden De Tweede Voortgangsrapportage van het Landelijk ActieprogrammaNetcongestie is op 24 maart jl. aangeboden aan de Kamer.8Gezien de urgentie en impact van netcongestie is er afgelopen jaargekeken hoe via het laden van elektrische voertuigen een extra bijdragegeleverd kan worden aan het beter benutten van netcapaciteit. De in 2023opgeleverde handreiking netbewust laden biedt een solide basis omoverbelasting van het lokale net te voorkomen en is inmiddels in hetmerendeel van de huidige laadconcessies opgenomen. Wanneer door(regionale) netcongestie meer maatregelen noodzakelijk zijn, dan zal ditworden aangepakt via aanvullend regionaal maatwerk. Laadpaalexploi-tanten, netbeheerders en NAL-regio’s werken hierbij nauw samen omoplossingen op maat te creëren.De Slim Laden Monitor van RVO geeft de stand van zaken rondom slimladen weer. In totaal is 55% van alle huidige laadsessies slim; we zijn dusgoed op weg naar de doelstelling van 60% in 2025. Bij publieke laadpalenkan 68% technisch gezien slim laden, maar bij 40% wordt dit daadwer-kelijk gedaan. Hier zit dus nog een onbenut potentieel.Met deze brief wordt invulling gegeven aan de motie Postma (32 813,nr. 1488) waarin de regering wordt verzocht om het actieplan Slim Ladenvoor Iedereen te verrijken met een concreet plan van aanpak omeigenaren van elektrische auto’s te stimuleren om bij het thuisladenbuiten de elektriciteitsspitsuren te laden en hier ook de doelstelling van8Tweede Voortgangsrapportage Landelijk Actieprogramma Netcongestie | Rapport |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5235 60% slim laden in 2025 te halen. Deze motie is geadresseerd middels hetaddendum «Actieplan thuisladen» (Bijlage 6).In 2024 is de grootste slim-laden-test ooit voor elektrische personenauto’sgestart. 150 personenauto’s worden uitvoerig getest op hun technischemogelijkheden voor slim laden. Hierbij worden veelvoorkomendegebruikerssituaties bij slim laden getest, maar worden ook de grenzenopgezocht van de slim laden standaarden. Het testprogramma wordt in dezomer van 2025 afgerond. Het dient als laatste stap om te bevestigen datelektrische personenauto’s volledig zijn voorbereid op slim laden.In 2024 zijn er een aantal belangrijke mijlpalen behaald. Zo is er een grotestap gezet in het ontwikkelen van het keurmerk voor slimme laadpalen.Marktpartijen hebben samen met de NEN een Nederlands TechnischeAfspraak (NTA) ontwikkeld voor particuliere slimme laadpunten enlaaddiensten. Deze NTA (8043) vormt de basis voor een certificaat enkeurmerk die kopers van een laadpaal duidelijkheid geeft dat ze met hunlaadpaal slim kunnen laden. Daarnaast wordt er een communicatieaanpakontwikkeld met informatie over wat slim laden is en wat de voordelen zijn,zodat de NAL-partijen dit gemakkelijk naar buiten kunnen brengen.Om zicht te krijgen op de impact van netcongestie op de ontwikkeling vande beleidsdoelen voor elektrische mobiliteit heeft het Ministerie van IenWeen verdiepende studie uitgevoerd (Bijlage 7). De verwachting is datnetcongestie voor personenauto’s en bestelbussen geen hindering vormt.Uit deze studie blijkt echter wel dat het waarschijnlijk is dat netschaarstede ingroei van zware elektrische voertuigen, zoals vrachtwagens, bussenen bouwmaterieel, remt en dat er actie nodig is om de beleidsdoelstel-lingen ook bij «tegenwind» te halen. Er is geen reden om de doelen op ditmoment bij te stellen. De genoemde studie doet gerichte aanbevelingenom de impact van netcongestie op de ingroei van zware voertuigen zoveelmogelijk te verminderen: 1) slim laden regelen, 2) actief sturen op delaadmix, 3) publieke laadoplossingen voor logistiek mogelijk maken, 4)sectorale en integrale congestiedeal, 5) feitelijk beeld van de opgave. Aldeze aanbevelingen worden getoetst op haalbaarheid en waar mogelijkovergenomen door het Ministerie van IenW in samenwerking met deNAL-partijen. De Tweede Kamer wordt volgend jaar via de volgendevoortgangsrapportage geïnformeerd over de progressie op dezeaanbevelingen.Concluderend:–Netbewust laden wordt steeds breder toegepast, zowel publiek alsprivaat.–Van alle laadsessies die er in Nederland plaatsvinden is al 55% slim,we zijn dus goed op weg naar het doel van 60%.–We zien dat netschaarste de ingroei van elektrische vrachtwagens,bussen en bouwmaterieel remt. Aanvullende maatregelen zijn nodigen worden besproken en opgepakt door het Ministerie van IenW i.s.m.de NAL.–We verwachten dat slim laden in de nabije toekomst meer wordtgeïmplementeerd en gaat bijdragen aan het verlichten vannetcongestie.4. Stopcontact op Land Het Rijk is verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van derijkswegen en de verkeersveiligheid daarop. Verzorgingsplaatsenvervullen hierin een belangrijke rol: het is de plek voor rust en verzorgingvan mens en voertuig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5236 Vanuit de Europese regelgeving (AFIR) heeft Nederland de verplichtingom laadinfrastructuur aan of nabij het hoofdwegennet te realiseren. Zekervoor de laadinfrastructuur van vrachtauto’s moeten hiervoor nog flinkestappen worden gezet om in de toekomst aan de Europese verplichtingente kunnen voldoen. De noodzakelijke laadinfrastructuur voor emissievrijevoertuigen brengt uiteraard een elektriciteitsvraag op verzorgingsplaatsenmet zich mee die de komende 25 jaar zal blijven toenemen, totdat allevoertuigen elektrisch zijn. Om deze vraag af te dekken is een zwarenetaansluiting (veelal 6 of 10 megawatt) en een naar 2050 groeiendtransportvermogen nodig. Door in één keer deze toekomstbestendigeaansluiting aan te vragen kan efficiënt worden omgegaan met schaarsevakmensen, materieel, materiaal en middelen.Het pilot- en leerprogramma Stopcontact op Land wordt bij dezen ook aande Kamer aangeboden (Bijlage 8). Uit dit programma blijkt dat het Rijkregie moet nemen op de aanleg van deze toekomstbestendige netaan-sluiting, omdat zij de enige partij is met een vaste positie op de verzor-gingsplaats. Bij de voorjaarsbesluitvorming is afgesproken dat ondervoorwaarden € 65,5 mln. beschikbaar wordt gesteld om te beginnen metde uitrol van Stopcontact op Land. Onderzocht wordt hoe met dit bedrageen eerste stap gezet kan worden. Op het ogenblik worden ook, samenmet het Ministerie van Financiën, de verdere financieringsmogelijkhedenvoor de aanleg van deze toekomstbestendige netaansluitingen onder-zocht. Het Rijk zal met de aanvraag van netaansluitingen zo spoedigmogelijk willen beginnen.Concluderend:–Nederland zet in op toekomstbestendige netaansluitingen.–De financieringsmogelijkheden voor toekomstbestendige netaanslui-tingen bij verzorgingsplaatsen worden verder onderzocht samen methet Ministerie van Financiën.5. Subsidieregelingen Het afgelopen jaar zijn door het ministerie twee subsidieregelingen voorde uitrol van (logistieke) laadinfrastructuur gerealiseerd. Binnen dezesubsidieregelingen is het mogelijk om subsidie voor de aanschaf vanlaadinfrastructuur aan te vragen, en aanvullend subsidie voor batte-rijopslag. Beide subsidieregelingen zijn goed ontvangen en wordeneffectief benut door de sector. De Subsidieregeling Publieke Laadinfra-structuur zwaar vervoer (SPuLa) is op 1 oktober 2024 voor de eerste keeropengesteld met een totaalbudget van € 15 mln. Dit heeft geleid tot hettoekennen van subsidie bij meer dan 40 locaties voor meer dan 300(snel)laadstations verspreid over heel het land, die binnen twee jaar(conform de voorwaarden SPuLa) gerealiseerd zullen worden. SPuLa is op13 mei jl. opengesteld voor een tweede aanvraagronde, wederom met eentotaalbudget van € 15 mln. De Subsidieregeling Private Laadinfrastructuurbij bedrijven (SPriLa) is op 23 september 2024 voor de eerste keeropengesteld met een totaalbudget van € 42 mln. Dit heeft geleid tot hettoekennen van subsidie voor ruim 6.200 private of semipublieke(snel)laadstations in Nederland. De SPriLa is op 25 maart 2025 opnieuwopengesteld met een totaalbudget van € 61 mln.In 2025 wordt er via de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwma-terieel (SSEB) ook een bedrag van € 20 mln. beschikbaar gesteld voorlaadinfrastructuur ten behoeve van de bouw. Via deze subsidieregelingkunnen ondernemers middelen aanvragen voor onder andere laadpalen(i.c.m. mobiele batterijpakketten), losse mobiele batterijpakketten enaggregaten op duurzame energiedragers. Hiermee wordt de bouwTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5237 geholpen om verdere stappen te maken richting schoon en emissieloosmaterieel.Concluderend:–Er zijn momenteel drie subsidieregelingen: SPuLa, SPriLa en SSEB.Tot slotDankzij de inzet van de verscheidene NAL-partijen is het Nederlandsenetwerk van laadinfrastructuur van een hoog niveau. Deze samenwerkingtussen overheden,marktpartijen en netbeheersers is essentieel om dekomende jaren de kansen en uitdagingen die zich voordoen in demobiliteitstransitie gericht en effectief aan te pakken.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5238
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.