Verzamelbrief Sport en Bewegen februari 2025
Brontekst
Versie 93bb4e0ddad95b77 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 234Toekomstig sportbeleidNr. 401 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 februari 2025Hierbij stuur ik uw Kamer een verzamelbrief toe waarin drie onderwerpenaan bod komen. U ontvangt mede namens mijn collega StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg (SLMZ) de beleidsreactie op hetadvies van de Nederlandse Sportraad (NLsportraad) «Laat ze niet zitten!Advies Bewegen en Sport door 65-plussers». Daarnaast ontvangt u devoortgangsrapportage van het Actieplan Nederland Beweegt 2024. Alslaatst voldoe ik aan de toezegging om duidelijkheid te geven over delokale budgetten voor sport en bewegen.Beleidsreactie op het advies Laat ze niet zitten! Advies Bewegen en Sportdoor 65-plussersAanleidingOp 25 november 2024 heeft de Nederlandse Sportraad (NLsportraad) hetadvies «Laat ze niet zitten! Advies Bewegen en sport door 65-plussers»aan mij aangeboden. Dit advies is tot stand gekomen op verzoek van devoormalige Minister voor Langdurige Zorg en Sport en naar aanleidingvan een motie van uw Kamer.1 Het adviesrapport kan gezien worden alseen vervolg op het advies «Nederland, sta op!» uit 2024 voor de specifiekedoelgroep 65-plussers. De adviezen die de NLsportraad geeft zijn domeinoverstijgend.Kern van het adviesDe NLsportraad stelt in het advies «Laat ze niet zitten!» dat ouderen vaakniet serieus genomen worden in hun beweegbehoefte, wat seniorismewordt genoemd. Terwijl meer bewegen en sporten belangrijk is voor degezondheid, het welzijn van ouderen en ook voor hun maatschappelijkebijdrage zoals werk, vrijwilligerswerk, mantel- en familiezorg. 65-plussers1Kamerstukken II 2021/2022, 35 983, nr. 12. kst-30234-401ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4011 vertegenwoordigen in 2040 een kwart van de bevolking. Deze groepbeweegt te weinig, wat leidt tot chronische aandoeningen, cognitieveachteruitgang, bijvoorbeeld in de vorm van dementie en een stijging vande zorgdruk en zorgkosten. Het is van belang hen te stimuleren meer tebewegen door hun woon- en leefomgeving aan te passen, bijvoorbeelddoor mogelijkheden te bieden voor wandelen, fietsen of sociale ontmoe-tingen. Beweegactiviteiten moeten aansluiten bij hun leefwereld. Beteresamenwerking tussen lokale organisaties kan kwetsbare ouderen helpen.Daarnaast is het belangrijk de jeugd al vroeg te stimuleren om tebewegen. Immers: jong geleerd is oud gedaan en zo kunnen toekomstige65-plussers hiervan profiteren. Verder wijst de NLsportraad op het belangom voldoende bewegen onderdeel uit te laten maken van beleid van alledepartementen. Bijvoorbeeld omdat een aantrekkelijke woon- enleefomgeving al sterk uitnodigt om voldoende te bewegen. En omdatsamenwerking tussen welzijn, zorg en sport en bewegen kan bijdragenaan het juiste aanbod op lokaal niveau voor de grote diversiteit aan65-plussers en het bereiken van die doelgroep.Tot slot schetst de NLsportraad in het advies vier dilemma’s namelijk:–De vraag of prioriteit moet worden gegeven aan beweegbeleid voor65-plussers of voor de jeugd.–De vraag of binnen de groep van 65-plussers de prioriteit op de doelenvan het Nationaal Preventieakkoord (NPA) moet liggen of op maat-schappelijke impact.–De vraag of de doelstelling van het NPA moet worden nagestreefd ofdat er maatwerk nodig is voor 65-plussers.–De vraag of preventie een kostenpost is of winst oplevert.LeeswijzerDe NLsportraad stelt in het advies dat de door VWS gestelde vragen in deadviesaanvraag niet los kunnen worden gezien van een bredere contexten geeft een groot aantal adviezen. Ik geef een algemene reactie aan dehand van de thema’s: seniorisme, leefomgeving, sport- en beweegprofes-sionals, intramuraal bewegen en financiën. Dit laat echter onverlet dat hetvolledige advies van de NLsportraad wordt meegenomen in de uitwerkingvan toekomstig beleid.SeniorismeDe NLsportraad heeft er in dit advies voor gekozen gebruik te maken vande positieve formulering en een indelingskader op basis van vitaliteit enzelfstandigheid in plaats van kwetsbaarheid. Daarnaast introduceert deNLsportraad de term «seniorisme» die stelt dat ouderen onvoldoendeserieus worden genomen in hun beweegwensen of sportbehoefte. Het isvan belang deze doelgroep vanuit een positief gezichtspunt te benaderen,zicht te houden op wat wél kan, mensen naar waarde te schatten op basisvan hun kunnen en niet op basis van hun leeftijd uit te sluiten.2 Ouderenzijn in de totstandkoming van dit adviesrapport betrokken geweest enhebben hun verhalen gedeeld. Ik heb hierdoor een goed beeld gekregenvan de verschillende perspectieven die van invloed kunnen zijn op hetbeweeggedrag zoals levensgebeurtenissen, de omgeving waar ouderenzich in bevinden en het bestaande sport- en beweeglandschap3. Ik wilmijn waardering uitspreken over deze werkwijze. De positieve benadering2https://anbo-pcob.nl/media/documents/onderzoek-leeftijdsdiscriminatie-nationaal-seniorenpanel-anbo-pcob-jan2025.pdf.3https://www.nederlandse-sportraad.nl/documenten/publicaties/2024/11/28/rapport-ideate---hoe-ik-beweeg-en-in-beweging-blijfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4012 van deze doelgroep die beoordeeld wordt op basis van kunnen, geeft eenwaardevol inzicht, dat ik zeker ter harte nemen.LeefomgevingDe NLsportraad stelt dat de voorzieningen in de woon- en leefomgevingen de zorgomgeving tekort schieten om ouderen optimaal in beweging tehouden of te krijgen. Dit kabinet hecht veel waarde aan voldoende ruimtevoor sporten en bewegen ten behoeve van een gezonde leefstijl en eenverhoging van fysiek en mentaal welzijn. Samen bewegen of sporten ininformeel verband (zoals een wandelclubje) of in formeel verband (bij eensportvereniging) is goed voor de persoonlijke gezondheid en versterkt desociale cohesie. Het kan zorgen voor nieuwe ontmoetingen met mensenen gevoelens van eenzaamheid helpen verminderen. Ik heb mijn visierondom bewegen en sporten toegelicht in de Najaarsbrief Sport enBewegen 2024.4Voor de doelgroep ouderen vraagt dit echter om specifieke inzet en eenintegrale aanpak. Ik volg hierin de beleidsreactie op het advies«Nederland, sta op! Maak voldoende dagelijks bewegen vanzelfsprekend»uit 20245 en sluit me aan bij het advies om gezamenlijke verantwoorde-lijkheid te pakken en coalities te smeden. Samen met overheden, hetmaatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven en burgers stimuleren wegezamenlijk voldoende te bewegen. De grootste uitdaging ligt hier in hetkoppelen van de verschillende domeinen. Met de afspraken in de(zorg)akkoorden (het programma wonen, Ondersteuning en zorg voorouderen; WOZO, het integraal zorgakkoord IZA; en het Gezond en ActiefLeven akkoord; GALA) werken de Minister van VWS, de StaatssecretarisLMZ en ik samen aan het versterken van de sociale basis en is hierinhoudelijk en financieel een impuls aan gegeven. Ook werken we aan eenAanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Hierin kijken we onderandere naar de samenwerking tussen het sociaal en medisch domein. Ditis een van de speerpunten van de Staatssecretaris LMZ en dit licht zij toein de hoofdlijnenbrief wet Maatschappelijke ondersteuning van decemberjongstleden.6Het is echter belangrijk in ogenschouw te houden dat Rijksoverheid eenbeperkte directe invloed heeft op het sport- en beweeggedrag vanNederlanders. Wél kunnen we werken aan optimale randvoorwaarden.Daarom ga ik in op de adviezen van de NLsportraad aan de hand vanelementen van het Beweegvriendelijke Omgeving Model (BVO-model).7Het BVO-model is ontwikkeld om aan te geven uit welke elementen eenbeweegvriendelijke omgeving bestaat: hardware, orgware en software.Hardware (fysieke leefomgeving)Zoals de NLsportraad concludeert beïnvloedt de woon- en leefomgevingin hoeverre mensen worden gestimuleerd naar buiten te gaan (en tebewegen) en elkaar (toevallig) te ontmoeten. Hier ligt een uitdaging voorgemeenten die op basis van de lokale context verantwoordelijk zijn voorafwegingen in de ruimtelijke ordening, waaronder ruimte voor sport enbewegen. Relevante voorbeelden zijn hierbij:–De samenwerking met het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening binnen het programma Mooi Nederland.8 In dit4Kamerstukken II 2024/2025, 30 234, nr. 396.5Kamerstukken II 2023/2024, 32 793, nr. 7476Kamerstukken II 2024/2025, 29 538, nr. 3657https://www.kenniscentrumsportenbewegen.nl/producten/bvo-model/8https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/01/programma-mooi-nederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4013 programma zijn handreikingen ontwikkeld voor gemeenten bij deinrichting van gebieden en wijken. Ter illustratie: in de handreiking«Groen en gezond leven in de stad», is het creëren en faciliteren vanruimte voor bewegen, spelen, sporten en actieve mobiliteit meegeno-men als een van de zes brede inrichtingsthema’s. Dit sluit ook aan bijhet Programma «Wonen en Zorg voor Ouderen». Een van de actielij-nen in dit programma is «Een leefomgeving die uitnodigt tot bewegenen ontmoeten». Met de Wet versterking regie Volkshuisvesting wordtgeregeld dat gemeenten in de planvorming hier aandacht aanbesteden en daarbij ook verbinding maken met hun Wmo-plan.–Aanvullend daarop is ruimte voor sport en bewegen opgenomen in hetVoorontwerp Nota Ruimte (2024).9–Afgelopen jaar heb ik een verkennend onderzoek uitgezet naar devraag «of sport, bewegen en spelen wordt meegenomen in ruimtelijkeordeningsafwegingen en of dit onder druk staat. Zoals toegezegdwordt deze aan het eind van het eerste kwartaal van dit jaar met uwKamer gedeeld.Gemeenten hebben daarnaast, op grond van de Wmo 2015, de wettelijkeopdracht de sociale samenhang in wijken en buurten te versterken. Ditkan met inzet van mantelzorgers, vrijwilligers, het brede welzijnswerk enhet ondersteunen van buurt- en burgerinitiatieven. Vitaal ouder worden iseen belangrijk onderdeel van het GALA, dat naast de versterking van desociale basis inzet op de bevordering van een gezonde leefomgeving dieuitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Dit gebeurt ook middels hetSportakkoord II10 en het Actieplan Nederland Beweegt met als doel eenbeweegvriendelijke omgeving te creëren waarin iedereen zich uitge-nodigd voelt te gaan bewegen.Orgware (organisatie van het zichtbare aanbod)Ik zie net als de NLsportraad dat bewegen en ontmoeten lokaal moetplaatsvinden en dat het moet aansluiten bij de dagelijkse leefwereld enomgeving van ouderen. Daarom worden gemeenten gestimuleerd eenwijkscan te maken om te bezien in hoeverre de wijk voldoende uitnodigttot bewegen en ontmoeten. Via ZonMw11 is een voucher beschikbaar voorgemeenten om deze wijkscan samen met bewoners te maken. Dit sluitook aan bij een van de aanbevelingen van de Raad van Ouderen uit hunadvies «Ruimte voor Ouderen»12. Kennisinstituut CROW heeft eenfactsheet ontwikkeld die gemeenten gratis kunnen gebruiken bij hetmaken van een wijkscan.13Samen met het Nationaal Ouderenfonds verken ik de mogelijkheden vaneen vernieuwde samenwerking binnen het programma de «Beweegreis»die de gehele doelgroep 65-plussers bedient. Dit programma koppelt deverschillende domeinen aan de lokale omgeving en aan de beweeg-wensen en mogelijkheden van ouderen. Het Nationaal Ouderenfonds isook trekker van een samenwerkingsverband dat met de Beweegalliantie isontstaan. Onder het mom «Meer ouderen in beweging» zijn verschillendebelangenbehartigers samengekomen om de obstakels rond een levensge-beurtenis die 65-plussers kunnen ervaren te beslechten. Dit heeftgeresulteerd in een integrale aanpak (de Beweegbackpack) die werkt aande inrichting van de lokale preventiestructuur in de wijk: tegen versnip-9Kamerstukken II 2023/2024, 29 435, nr. 267.10https://www.sportakkoord.nl/11https://www.zonmw.nl/nl/nieuws/vooraankondiging-aanvragen-subsidie-voor-wijkscans-over-bewegen-en-ontmoeten12Raad van Ouderen, 2024, Ruimte voor Ouderen.13https://www.crow.nl/actueel/wijkscans-ter-bevordering-van-bewegen-en-ontmoeten-in-de-wijk/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4014 pering en voor meer samenwerking tussen professionals en inwoners ombewegen door de dag heen te stimuleren. Om professionals hierin op wegte helpen in het beweeg- en sportlandschap heeft het Kennis CentrumSport en Bewegen een wijktekening ontworpen. Deze geeft een overzichtvan organisaties waar desbetreffende professionals werken, zodat erdoorverwezen kan worden en de samenwerking in een wijk verbetert.14Software (lokale programmering en activiteiten die aangeboden worden)Aan de samenwerking tussen domeinen wordt op verschillende manierengewerkt als het gaat om daadwerkelijke programmering. De NLsportraadadviseert in te zetten op deskundige begeleiding voor de doelgroep en zietkansen op het snijvlak van het zorg- en sociaal domein. Een voorbeeld datdeze uitdaging blootlegt, is de pilot Buurtsportcoach plus die via eensubsidie tot en met 2025 bij de Vereniging Sport en Gemeenten loopt.Deze buurtsportcoach legt contact met verwijzers en bouwt aan lokalenetwerken in de zorg, welzijn en de sport. Het is een als leefstijlcoachgeschoolde buurtsportcoach die de Gecombineerde Leefstijl Interventies(GLI) mag uitvoeren en hiermee een belangrijke schakel tussen bewegenen zorg kan zijn. Uit het voortgangsrapport van het Mulier Instituut blijktechter dat ondanks deze specifieke domeinoverstijgende inzet verschil-lende knelpunten blijven bestaan, zoals gebrek aan tijd vanuit zorgprofes-sionals en de lastige doorstroom naar regulier sport- en beweegaanbod.15De koppeling tussen het sociaal domein, de zorg en de sport- en beweeg-sector blijft ook met dit soort interventies dus een uitdaging.Samen met lokale uitvoerders zoek ik naar mogelijke en schaalbareoplossingen die deze samenwerking bevorderen. Een voorbeeld hiervan isde Nationale wandeluitdaging van de Bas van de Goor Foundation.Binnen deze erkende interventie gaan mensen met diabetes of een anderechronische aandoening samen 20 weken wandelen. Dit gebeurt in delokale omgeving en veelal vanuit een huisartsenpraktijk of anderezorginstelling. Potentiële deelnemers worden in dit programma wijkge-richt, met specifieke communicatie door «sleutelpersonen» benaderd. Ikzie dat de aan de zorg gekoppelde activiteit in combinatie met depersoonlijke aandacht de zogenoemde «warme overdracht» essentieel is.Dit is echter een tijdrovende en financieel kostbare aangelegenheid. Deerkende interventie Sport Mee16 van Stichting MEE vraagt gemiddeld8 uur per persoon om mensen met een handicap of chronischeaandoening duurzaam in beweging te krijgen. Wanneer de adviezen vande NLsportraad ter harte worden genomen, dan zal (lokaal) beleid zichniet langer alleen moeten richten op programmaring, maar veel meer inde «coaching» naar bewegen toe. Buurtsportcoaches zouden hier in detoekomst een prominentere rol in kunnen gaan spelen.Sport- en beweegprofessionalsDe NLsportraad adviseert meer gekwalificeerde professionals in te zettenop de doelgroep en het lokale netwerk en pleit voor een robuusteopleidingsstructuur. De raad ziet buurtsportcoaches als een belangrijkbeleidsinstrument voor gemeenten. De uitdagingen die de raad noemt inhet lokale netwerk dat op orde moet zijn komen naar voren in deketenaanpak valpreventie. Hier is het de uitdaging om deelnemers aaneen valpreventieve beweeginterventie uit te laten stromen naar passenden lokaal beweegaanbod. Om dit op de korte termijn te kunnen onder-14https://www.kenniscentrumsportenbewegen.nl/producten/wijktekening/15https://www.mulierinstituut.nl/publicaties/28123/voortgangsrapport-monitoring-buurtsportcoach-plus/16https://www.kenniscentrumsportenbewegen.nl/interventies/interventie/sportmee/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4015 vangen heeft VWS in 2023 bijgedragen aan de doorontwikkeling van deopleiding «Sport- en beweegleider senioren». Deze specialisatie biedt ookde mogelijkheid tot het volgen van de erkende beweeginterventie «InBalans». Hierdoor wordt de koppeling «zorg en bewegen» makkelijkergemaakt. Ik ben in gesprek met de verschillende ketenpartners om tekijken waar mogelijkheden liggen om de bijscholing van geschooldebuurtsportcoaches en zorgprofessionals te verbeteren.Gemeenten maken zelf de afweging waar de inzet van de buurtsportcoachhet hardst nodig is. Het is dan ook een lokale verantwoordelijkheid. In demeest recente monitor van de BRC17 is te zien dat in 2023 het aandeelgemeenten dat functionarissen binnen de BRC inzet op de doelgroepouderen 80% was. Uitgesplitst naar profielen is de beweegcoach hetmeest actief voor deze doelgroep met 73%, gevolgd door de buurtsport-coach met 68%. Kijkend naar de inzet op fte dan is vanaf 2019–2023 eenlichte stijging te zien (van 303 fte in 2019 naar 343 fte in 2023). Op basisvan deze data kan ik niet concluderen of deze inzet te laag is ten opzichtevan de vergrijzende bevolking. Uit de monitor blijkt echter wel datbuurtsportcoaches steeds vaker worden ingezet op specifiekedoelgroepen, zoals achterstand in sport- en beweegdeelname, chronischeaandoeningen of lage sociaal economische positie. De doelgroep65-plussers kan hier onder vallen en op deze manier ondervangenworden. Dit is echter niet uit deze data te achterhalen.Op de lange termijn ligt er een uitdaging die groter is dan alleen voor desport- en beweegsector. Ik ben het met de NLsportraad eens dat eenopleidingsstructuur die tegemoet komt aan de benodigde inhoudelijkekennis voor deze doelgroepen essentieel is. Het schort echter niet alleenaan de beschikbaarheid van voldoende (na)scholingen, ook in detoekomst zullen meer professionals voor deze doelgroep moeten kiezenzodat ook op termijn passend aanbod blijft bestaan. Dit vergt enerzijdseen investering van gemeenten en sport- en welzijnsorganisaties enanderzijds een landelijke samenwerking van opleidingsinstituten om hetaanbod van de opleidingen passend te maken. Met OCW zal ik in gesprekgaan om te bezien of hier stappen kunnen worden gezet.Intramuraal bewegenDe NLsportraad concludeert dat de zorgdruk een vicieuze cirkel creëertvoor bewoners van zorginstellingen waardoor zij sneller in gezondheid enwelzijn achteruit gaan dan wanneer zij wél voldoende beweging zoudenkrijgen. Ook stelt de raad dat de beweegrichtlijnen niet passend zijn voorde groep 65-plussers en dat het zorgelijk is dat de beweegactiviteiten vandeze groep 65-plussers al 14 jaar niet relevant genoeg worden bevondenom te meten en publiceren. Ik ben het met de NLsportraad eens dat de inNederland gebruikte beweegrichtlijnen niet bijdragen aan het stimulerenvan bewegen voor deze specifieke groep. De huidige beweegrichtlijnenzijn vastgesteld door de Gezondheidsraad in 2017, op basis van weten-schappelijk onderzoek. Hierin is geen specifieke richtlijn voor dedoelgroep 65-plussers vastgesteld. Wel is een extra advies voor balansoe-feningen opgenomen. In de huidige WHO richtlijnen uit 2020 zijn welspecifieke beweegrichtlijnen voor ouderen opgesteld. Deze zijn naastwetenschappelijk onderzoek aangevuld met expertopinies. Dit maakt hetmogelijk specifiekere adviezen te geven. Wellicht is het in de toekomst,wanneer meer wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is, mogelijk eenspecifieke beweegrichtlijn voor ouderen op te stellen.17Berns et al. 2024 Monitor Brede Regeling Combinatiefuncties 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4016 Een specifieke beweegaanpak voor de groep ouderen met dagelijkse zorgdie wonen in een zorginstelling is met steun van VWS ontwikkeld door hetNationaal Ouderenfonds. Van 2019–2024 heeft VWS de projecten rondomOld Stars gefinancierd waarin alle groepen ouderen (van vitaal enzelfstandig tot een senior met dagelijkse zorg) worden gestimuleerd inbeweging te komen en te blijven. Met het programma Old Stars vitaalwerd een pilot uitgevoerd binnen verschillende intramurale zorginstel-lingen om juist ook daar het sedentaire bestaan van de bewoners tegen tegaan. Een van de conclusies was dat bewegen niet altijd goed teintegreren is met de hoge zorgbehoefte van de bewoners. Dit neemt nietweg dat dit programma nu onderdeel uitmaakt van de beweegreis die hetNationaal Ouderenfonds aan het uitzetten is. Zij zoeken hierin in de gehelebreedte van het programma de samenwerking met de buurtsportcoach enhet sociaal domein.FinanciënNet als de NLsportraad onderschrijf ik het belang van onderzoek naar dekosten en baten van preventie, waaronder bewegen en sporten. Ik werkmomenteel aan een investeringsmodel voor preventie. Met dit modelkunnen in de toekomst maatregelen die gezondheidswinst tot doelhebben op eenzelfde manier met elkaar vergeleken worden. Partijen diewillen modelleren, kunnen dit dan op eenduidige wijze doen, waarna eenafgewogen besluit genomen kan worden. Dit investeringsmodel moet depolitieke besluitvorming over het invoeren van preventieve maatregelenondersteunen en is bedoeld om investeringsbedragen, baten en risico’svan gezondheidsmaatregelen te berekenen. Een belangrijke stap is datvoor de mogelijke preventiemaatregelen overeenstemming bestaat overhet passende bewijs voor de kosten en baten, of dit nu is op het terreinvan bewegen, sport of anderszins. Voor de zomer van 2025 ontvangt uwKamer een tijdlijn met daarin een overzicht van acties die VWS onder-neemt om te komen tot het investeringsmodel voor preventie en welketussenproducten mogelijk zijn.Tot slotIk ben tevreden met het advies van de NLsportraad. Uit het advies blijktdat het zorg- en sociaal domein én de beweeg- en sportsector moeizaamtot elkaar komen. Vanuit het veld maar ook uit eigen monitors over hetsport- en beweegbeleid komt naar voren dat deze samenwerking nogversterkt kan worden. Dit adviesrapport heeft bijgedragen aan hetinzichtelijk maken van deze problematiek. Met de huidige inzet van mijnbeleid probeer ik te werken aan het beslechten van deze uitdagingen.Specifiek ten aanzien van de belangenbehartiging en ondersteuning van65-plussers op dit domein ga ik graag met de NLsportraad in gesprek omdit advies goed op te kunnen volgen en dit zo concreet mogelijk uit tewerken.Voortgangsrapportage van het Actieplan Nederland beweegt2024In de bijlage kunt u de voortgangsrapportage vinden. In deze rapportagebeschrijft het RIVM de voortgang op de drie actielijnen van het ActieplanNederland Beweegt. De eindevaluatie van het gehele Actieplan volgtbegin 2026.De voortgangsrapportage laat zien dat er in de eerste anderhalf jaar (vanmei 2022 tot en met november 2024) positieve ontwikkelingen zichtbaarzijn, zoals meer bewustwording bij actoren en nieuwe samenwerkingenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4017 om bewegen te stimuleren. Bewegen is terug te vinden in brieven aan uwKamer van relevante beleidsterreinen binnen en buiten VWS, zoalsgezondheid, mobiliteit en ruimtelijke ordening. Ook hebben in één jaar tijddrie keer zoveel partijen zich aangesloten bij de Beweegalliantie, tot ruim400. Vanuit de Beweegalliantie zijn twintig samenwerkingsverbandenbegonnen en worden lokale initiatieven gericht op bewegen op verschil-lende manieren ondersteund.Het RIVM concludeert dat blijvende inzet en tijd nodig is om verderesysteemveranderingen te bereiken en het beweeggedrag van mensen teverbeteren. Daarom adviseert het RIVM de ingeslagen weg langer door tezetten, ook na de afronding van het Actieplan. Ik neem de conclusies enaanbevelingen van het RIVM mee in de uitwerking van de motie van uwKamer, welke mij vraagt om voor de zomer van 2025 te schetsen hoe deambities uit het Actieplan Nederland Beweegt, mits financieel inpasbaar,gewaarborgd kunnen blijven.18Lokale budgetten voor sport en bewegenUw Kamer heeft een motie19 ingediend om voor de aankomendeVoorjaarsnota duidelijkheid te bieden over lokale budgetten voor sport enbewegen, zodat gemeenten hier op tijd rekening mee kunnen houden inhun begroting.Onderstaande tabel toont de beschikbare budgetten van het Ministerievan VWS voor gemeenten. Het betreft de Specifieke Uitkering (SPUK)Stimulering Sport, de SPUK BRC en de SPUK Sportakkoord (als onderdeelvan de Brede SPUK). De beschikbare reeksen zijn ook opgenomen in dePrinsjesdag begroting 2025.2020252026202720282029Artikel 6 Sport en BewegenSPUK Stimulering Sport189,5 mln177,7 mln178,7 mln178,7 mln178,7 mlnSPUK BRC65,2 mln65,2 mln65,2 mlnArtikel 1 VolksgezondheidSPUK BRC(2023–2026 als onderdeel Brede SPUK)89,5 mlnWaarvan 13,8mln OCWmiddelen86,5 mlnWaarvan 13,8mln OCWmiddelenSPUK Sportakkoord (2023–2026 als onderdeel Brede SPUK)13 mln10 mln In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat specifieke uitkeringenworden gekort met 10% en worden overgeheveld naar het Gemeente-fonds. Op bovenstaande reeksen is deze budgetkorting reeds verwerkt.Daarnaast wordt over iedere specifieke uitkering op basis van eenRijksbreed afwegingskader besloten of en per wanneer deze omgezetwordt naar een fondsuitkering. Dit geldt ook voor de specifieke uitke-ringen op het terrein van sport en bewegen. Hierbij wordt meegewogendat er voor sport en bewegen momenteel geen wettelijk kader is. In hetverlengde hiervan is het van belang dat er een volwaardig alternatief18Kamerstuk 32 793, nr. 69419Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 XVI, nr. 127.20Kamerstukken II 2023/2024, 36 600 XVI.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4018 instrument is voor een specifieke uitkering. De integrale besluitvormingover welke SPUKs wel en niet worden omgezet naar een fondsuitkering in2026 vindt plaats in het eerste kwartaal van 2025.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4019
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.