KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang sociaal-medisch beoordelen

21 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e05b6b1674a8e519 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202426 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)32 716Evaluatie Wet werk en inkomen naararbeidsvermogen (Wet WIA)Nr. 756 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 mei 20241. INLEIDING Het stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid staat al geruime tijdonder grote druk. Op dit moment is de vraag naar sociaal-medischebeoordelingen groter dan het aantal beoordelingen dat UWV kanverrichten. De wachttijden voor met name de WIA-beoordelingen zijnhierdoor lang. Dat vind ik uitermate onwenselijk, want dit geeft veelonzekerheid voor mensen die langdurig ziek zijn. Zij moeten nu vaak langwachten op duidelijkheid over het recht op een uitkering. Dat raakt aan deinkomenszekerheid van deze mensen. Bovendien kan deze onzekerheidherstel en re-integratie belemmeren. Dit raakt ook werkgevers, want zijhebben hierdoor te veel onduidelijkheid over de financiële gevolgen vaneen mogelijke uitkering. Tot slot is er sprake van kosten die collectiefbetaald worden. Bijvoorbeeld het kwijtschelden van de WIA-voorschottenen het verstrekken van dwangsommen bij niet tijdig beslissen.In augustus 20221 heb ik dan ook een plan aan uw Kamer gepresenteerdom deze problematiek te verminderen. De maatregelen die toen zijnaangekondigd voor de korte termijn hebben tot goede resultaten geleid: in2023 heeft UWV zo’n 14.000 (ruim 20%) meer WIA-claimbeoordelingenkunnen doen dan in 2022. Dat vind ik goed nieuws, want hierdoor hebbenveel mensen sneller duidelijkheid gekregen over hun recht op eenWIA-uitkering. Ook is dit een compliment waard aan UWV en allemedewerkers die zich hiervoor inzetten. Ik verwacht dat UWV, door hetpakket aan maatregelen, de komende jaren een hoger aantal beoorde-lingen kan doen dan voorheen. Met name door de procesoptimalisaties bijUWV, waaronder het werken in sociaal-medische centra (SMC’s), maar1Kamerstukken II, 2022/23, 26 448, nr. 685 kst-26448-756ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7561 ook door de maatregel «Praktisch beoordelen» die ik per 1 juli 2024 wilinvoeren.De uitdaging voor de komende jaren blijft echter groot en blijft om onzeaandacht vragen. De 60-plusmaatregel en de overwerkafspraken die in2023 en 2024 een groot effect hebben, zijn bedoeld om UWV lucht tegeven om verbeteringen in de uitvoering, waaronder de SMC’s, optimaalin te kunnen voeren. UWV werkt hard aan de cultuuromslag die nodig isvoor het werken in een SMC.Op alle kantoren zijn teams in beweging richting een SMC en 13 teamswerken reeds als basis-SMC. Het is nu van groot belang dat de SMC’s heteffect gaan hebben dat we ervan verwachten.Naast een toename in het aantal beoordelingen dat UWV momenteel doetis er sprake van een toename in de vraag naar WIA-beoordelingen. In2023 heeft UWV 10.000 meer WIA-aanvragen ontvangen dan aanvankelijkwas verwacht (een toename van circa 14%).2 Ik maak mij zorgen over dezetoename en blijf de ontwikkeling hierop dan ook nauwgezet volgen. Dezetoename heeft een groot effect op de mate waarin de achterstandenteruggebracht konden worden. Hoe de achterstanden zich de komendejaren gaan ontwikkelen is, naast het aantal beoordelingen dat UWV kandoen, ook sterk afhankelijk van hoeveel WIA-aanvragen UWV de komendejaren gaat ontvangen.Hoewel sprake is van een kentering in de achterstanden, wachten nogsteeds te veel mensen lang op een beoordeling. Het is duidelijk dat er dekomende tijd meer nodig is om de achterstanden verder terug te dringen.Daarom blijven we zoeken naar aanvullende out-of-the-box oplossingenen benutten we het rapport van de Onafhankelijke Commissie ToekomstArbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS). In de nadere uitwerking van hetrapport zal nadrukkelijk aandacht zijn voor het verder terugdringen van demismatch.1.2 Leeswijzer De opzet van deze brief ziet er als volgt uit. In paragraaf 2 blik ik terug ophet oorspronkelijke plan van aanpak voor de mismatch. In paragraaf 3geef ik weer hoe het aantal WIA-claimbeoordelingen dat UWV kan doenen het aantal WIA-aanvragen dat UWV ontvangt zich heeft ontwikkeld,hoe dit zich de komende jaren naar verwachting verder gaat ontwikkelenen schets ik de achterstanden op dit moment. Ook schets ik de stand vanzaken rondom WIA-herbeoordelingen. In paragraaf 4 ga ik in op deintensivering van maatregelen naar aanleiding van de consultatie opdenkmeeoversmb.nl. Ook ga ik in op relevante toezeggingen uit eerdervoortgangsbrieven en uit recente commissiedebatten. In paragraaf 5 ga ikin op het advies van de OCTAS in relatie tot de mismatch. Tot slot blik ik inparagraaf 6 vooruit op de verwachtingen ten aanzien van de mismatch dekomende jaren.2. TERUGBLIK In oktober 20233 heb ik uw Kamer voor het laatst geïnformeerd over devoortgang van de aanpak van de mismatch. Ik heb toen aangegeven dater een voorzichtige kentering in de omvang van de achterstanden te zien2In het Jaarverslag UWV 2023 staan ook cijfers over het aantal WIA-aanvragen. De cijfers diehier gebruikt worden wijken daarvan af. In het Jaarverslag UWV 2023 gaat het om het totaalaantal WIA-aanvragen (11.000) en in deze brief gaat het alleen om het aantal WIA-aanvragenwaar een sociaal-medische beoordeling voor nodig is (10.000).3Kamerstukken II, 2023/24, 26 448, nr. 729.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7562 was. En dat ik de komende jaren verbetering verwacht in het aantalbeoordelingen dat UWV kan doen. In de voortgangsbrief die voorligtinformeer ik u opnieuw over de voortgang en over de resultaten die wehiermee tot nu toe hebben gerealiseerd.Eerst wil ik terugkijken op het oorspronkelijk plan dat ik heb aangekondigdals aanpak voor de mismatch. In 2021 en 2022 hebben mijn voorganger enik maatregelen aangekondigd om de mismatch te verminderen.4Het ging om een aanpak in drie fasen, namelijk de korte, middellange enlange termijn. De maatregelen hebben primair tot doel om de wachttijdenvoor de WIA-claimbeoordeling omlaag te brengen. Het gaat om maatre-gelen die UWV neemt ten behoeve van interne procesoptimalisatie. Enom beleidsmaatregelen die de druk op de uitvoering van UWV (tijdelijk)verminderen, zodat er ruimte is om de procesoptimalisatie ook daadwer-kelijk en op tempo door te voeren.De maatregelen voor de korte termijn betroffen maatregelen gericht opeen gerichtere inzet van de verzekeringsarts, waaronder de buitenwette-lijke 60-plusmaatregel. In 2023 heb ik de 60-plusmaatregel met een jaarverlengd.5Voor de middellange termijn was aangekondigd om drie beleidsopties tegaan verkennen: laten vervallen van het duurzaamheidscriterium, hetaannemen van duurzaamheid na vijf jaar volledige arbeidsongeschiktheiden «Praktisch beoordelen». Deze opties kunnen naar verwachting eenrelatief groot effect hebben op de beoordelingscapaciteit bij UWV. Dezeopties kunnen er namelijk voor zorgen dat voor een beoordeling minderinzet nodig is van een verzekeringsarts. De opties met betrekking tot hetduurzaamheidscriterium kunnen naar verwachting ook zorgen voor eenafname van herbeoordelingsaanvragen. Als de uitkeringsregimes binnende WIA gelijk zouden worden gesteld, bestaat er immers geen prikkelmeer om een herbeoordeling aan te vragen om in het gunstiger regimeterecht te komen.Na de eerste verkenning bleken de opties met betrekking tot hetduurzaamheidscriterium niet afzonderlijk van andere fundamenteleaspecten uit het stelsel uitgewerkt te kunnen worden. Deze opties hebbeneen plek gekregen in het advies van de OCTAS. Voor de middellangetermijn is wel verder gewerkt aan de maatregel «Praktisch beoordelen»,die ik per 1 juli 2024 wil invoeren. Voor stelselverbeteringen op de langetermijn heb ik de OCTAS aangekondigd. In het rapport6 dat de OCTASheeft aangeboden staan diverse aanknopingspunten die de druk op deuitvoering (in het bijzonder op de sociaal-medische beoordelingen)kunnen verminderen. Op dit moment wordt gewerkt aan een nadereuitwerking van de drie varianten uit het OCTAS-rapport. Bij dezeuitwerking is aandacht voor uitvoerbaarheid en voor budgettaire enjuridische aspecten. Ook wordt het effect van de maatregelen op hetinkomen van mensen, de begrijpelijkheid van de wet- en regelgeving enhet effect op de arbeidsmarkt in kaart gebracht. Er zal bij deze uitwerkingmet aandacht wordt gekeken naar mogelijke toekomstige maatregelen dieook een bijdrage leveren aan het oplossen van de mismatch. Daarbijwordt ook in ogenschouw genomen dat sommige maatregelen die OCTASvoorstelt sneller ingevoerd kunnen worden dan maatregelen die een grotestelselwijziging vergen. Uiteindelijke keuzes hierover zijn aan een nieuwKabinet en aan uw Kamer.4Zie de Kamerbrief van 9 april 2021 (Kamerstukken II, 2020/21, 26 448, nr. 645) en de Kamerbriefvan 26 augustus 2022 (Kamerstukken II, 2022/23, 26 448, nr. 685).5Kamerstukken II, 2023/24, 26 448, nr. 729.6OCTAS, «Toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel. Meer aandacht, vertrouwen enzekerheid.», 29 februari 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7563 Parallel aan deze beleidsmatige maatregelen en verkenningen werkt UWVaan de procesoptimalisatie. De belangrijkste zijn de omslag naar SMC’s enhet toewerken naar een nieuwe informatievoorziening (in lijn met hetadvies van EY). Dit zijn ingrijpende veranderingen in de organisatie. Detijdelijke maatregelen op de korte termijn geven ruimte aan UWV om dezeverbeteringen in de uitvoering voortvarend te kunnen implementeren.3. AANTAL BEOORDELINGEN EN AANVRAGEN VOOR DEKOMENDE JAREN EN DE ACHTERSTANDEN OP DIT MOMENT 3.1 Aantal WIA-claimbeoordelingen dat UWV kan doen In 2023 heeft UWV in totaal circa 77.000 WIA-claimbeoordelingen kunnendoen. Dat zijn zo’n 14.000 (ruim 20%) meer WIA-claimbeoordelingen danin 2022. Voor de komende jaren heeft UWV – in nauw overleg met SZW –prognoses opgesteld. De prognoses laten zien hoeveel WIA-claim-beoordelingen UWV naar verwachting gaat doen in de komende jaren.Deze prognoses zijn gebaseerd op de gemeten effecten van reedsingezette maatregelen en op aannames over de ontwikkeling van deverwachte effecten van diverse maatregelen in de toekomst. Het gaatdaarbij zowel om de procesoptimalisaties in de uitvoering binnen UWVals om de beleidsmaatregelen.In de prognoses is rekening gehouden met het verwachte effect van dediverse maatregelen op het aantal beoordelingen dat UWV kan doen. Eeninschatting maken van het effect van een maatregel is niet altijd makkelijk.Dat geldt in het bijzonder ten aanzien van de inschatting van het effect vande SMC-vorming. De SMC-vorming is immers volop gaande en dat maakthet voorspellen van de impact van deze ontwikkeling ingewikkeld. Hetvoorspellen van de impact van de SMC-vorming wordt gerichter naarmateer meer ervaring is met de werking van SMC’s.Figuur 1 illustreert de prognose tot en met het jaar 2028 en de realisatiesvan 2022 en 2023. We schetsen de prognoses voor de situatie waarin wegeen aanvullende maatregelen genomen zouden hebben en die van desituatie waarin we rekening houden met de genomen maatregelen.Daarbij wordt zowel een voorzichtig als een optimistisch scenariogeschetst, omdat het effect van de verschillende maatregelen niet opvoorhand precies voorspeld kan worden. De verwachting is dat de realiteitergens in de bandbreedte tussen deze twee uiterste scenario’s zal liggen.Daarnaast geldt dat het voor losse maatregelen niet volledig is vast testellen wat de causaliteit is tussen de maatregel en het effect. Dat komtdoordat de verschillende maatregelen tegelijkertijd zijn ingezet eninteracteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7564 Te zien is dat er in 2023 en 2024 een piek is in het aantal WIA-claim-beoordelingen dat UWV heeft verricht en kan verrichten. Deze piek ligthoger dan we bij de voortgangsbrief van 6 oktober jl. hadden verwacht.De realisatie over 2023 is hoger, omdat het effect van de 60-plusmaatregelen de overwerkafspraken hoger ligt dan waar we eerder van uitgingen.Ook de prognose voor 2024 is naar boven bijgesteld. De verwachting ligtnu hoger doordat UWV de overwerkafspraken heeft verlengd tot 1 juli2024 (zie ook paragraaf 4.3.1). De prognose voor 2024 is dat UWV 73.500(voorzichtig) tot 77.000 (optimistisch) WIA-claimbeoordelingen kan doen.Ook voor 2025 is de verwachting dat UWV nog steeds een hoger aantalWIA-claimbeoordelingen kan doen, maar minder hoog dan de piek in 2023en 2024. Dat komt doordat in 2025 het effect van de 60-plusmaatregelwegvalt. Daarnaast wordt in de berekeningen alleen rekening gehoudenmet overwerkeffecten tot 1 juli 2024, omdat de overwerkafspraken tot diedatum gelden. Het aantal WIA-claimbeoordelingen zal echter weertoenemen door het verwachte effect van de SMC’s en het per 1 juli 2024invoeren van de tijdelijke maatregel «Praktisch beoordelen». Deverwachting is dat het aantal WIA-claimbeoordelingen tot en met 2026 zalgaan stijgen naar ongeveer 67.300 (voorzichtig scenario) tot 72.100(optimistisch scenario) per jaar. Hiermee zien we een duidelijk effect vande maatregelen. Zonder de maatregelen zou UWV naar verwachtingnamelijk minder dan 60.000 WIA-claimbeoordelingen per jaar kunnenuitvoeren.3.2 Aantal WIA-aanvragen dat UWV ontvangt In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. gaf ik aan dat het aantalWIA-aanvragen sinds 2022 verder gestabiliseerd was, na de tijdelijke piekin 2021 door effecten gerelateerd aan Corona. In 2023heeft UWV meerWIA-aanvragen ontvangen dan verwacht. Het gaat om een totaal van76.000 aanvragen. Dat zijn zo’n 10.000 meer WIA-aanvragen dan in 2022(een toename van circa 14%).De toename van het aantal aanvragen in 2023 ten opzichte van in 2022kan ten dele worden verklaard.Figuur 1. Prognoses op het verwachte aantal WIA-claimbeoordelingen dat UWV dekomende jaren kan verrichten. De figuur bevat een scenario zonder maatregelen (lichtgroene lijn) en twee scenario’s met aanvullende maatregelen; een voorzichtig scenario(licht blauwe lijn) en een optimistisch scenario (donkerblauwe lijn). In de figuur zijnook de prognoses uit de brief van 6 oktober jl. geschetst (blauwe stippellijnen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7565 De eerste oorzaak is de groeiende werkgelegenheid en de stijging van deAOW-leeftijd. Hierdoor is er een toename van het aantal mensen datdeelneemt aan de arbeidsmarkt. Het is goed dat zoveel mensendeelnemen aan de arbeidsmarkt, want participatie draagt bij aan hetpersoonlijk welzijn en het verlicht bovendien de krapte op de arbeids-markt. Deze ontwikkelingen hebben tegelijkertijd effect op het aantalWIA-aanvragen, want mensen die in loondienst werken zijn verzekerdvoor de WIA en kunnen bij langdurige ziekte mogelijk aanspraak makenop een WIA-uitkering. Deze oorzaak verklaart circa 20% van de toenamevan het aantal WIA-aanvragen.Ten tweede is het aantal WIA-aanvragen in de afgelopen jaren beïnvloeddoor de coronapandemie. In de eerste acht maanden van 2023 hebbenmeer mensen met de diagnose corona en long-covid een WIA-uitkeringtoegekend gekregen dan in dezelfde periode één jaar eerder. Dit verklaartcirca 17% van de toename van het aantal WIA-aanvragen in 2023. Weverwachten dat in 2024 minder mensen een WIA-aanvraag doen alsgevolg van corona en long-covid.Een groot deel van de toename is daarmee nog niet verklaard. Vermoe-delijk heeft de spanning op de arbeidsmarkt een verhogend effect op hetaantal WIA-aanvragen. Enerzijds kan de overspannen arbeidsmarkt leidentot een hogere werkdruk en meer (langdurig) ziekteverzuim. Anderzijdszijn er meer mensen met een kwetsbare positie aan het werk gegaan, dieeen hoger risico hebben op langdurig ziekteverzuim. In hoeverre dezeaspecten de toename verklaren is momenteel niet bekend. Ook maak ikmij zorgen over het relatief grote aandeel mensen dat instroomt in de WIAmet psychische aandoeningen. De diagnosecode «psychische aandoe-ningen» die UWV hanteert, is erg breed. Het is waardevol om meer inzichtte krijgen in de precieze klachten waarmee mensen instromen in de WIAen inzicht te krijgen in wie deze mensen zijn, bijvoorbeeld welke leeftijddeze mensen hebben.Op dit moment doet UWV een nadere analyse naar de oorzaken van detoename van het aantal WIA-aanvragen. De bevindingen zijn naarverwachting dit najaar bekend. Ook voert TNO – in samenwerking metUWV – onderzoek uit naar de relatie tussen (langdurig) ziekteverzuim ende WIA-instroom. Daarnaast loopt er een verkennend onderzoek van TNOnaar de factoren van aan werk gerelateerd ziekteverzuim, waarbij ookgekeken wordt naar de kenmerken en redenen van personen die metpsychische klachten instromen in de WIA. Naar verwachting worden dezeonderzoeken na de zomer afgerond.We verwachten dat het aantal WIA-aanvragen in 2024 licht toeneemt tenopzichte van 2023.7 Hoe het aantal WIA-aanvragen zich vanaf 2025 gaatontwikkelen is onzeker. De ontwikkeling van het aantal WIA-aanvragenheeft een sterke invloed op de mogelijkheden die UWV heeft om deachterstanden in te lopen.3.3 De achterstand op WIA-claimbeoordelingen op dit moment In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik kunnen melden dat in deeerste helft van 2023 een lichte afname te zien is in de ontwikkeling van devoorraad en de achterstand bij de WIA-claimbeoordeling. Het is voor heteerst sinds 2015 dat een daling van deze achterstand zichtbaar is. De7De ontwikkeling van het aantal WIA-aanvragen is goed te voorspellen op basis van deontwikkeling van het aantal langdurig zieken van het jaar ervoor (42 weken ziek). In 2023 stijgthet aantal langdurig zieken licht, wat ervoor zorgt dat het aantal WIA-aanvragen naarverwachting in 2024 ook licht zal toenemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7566 verwachting was dat deze beweging zich door zou zetten tot het einde vanhet jaar. Figuur 2 laat zien dat zowel de voorraad als de achterstand eind2023 iets verder is gedaald dan medio 2023. De figuur laat ook zien dat deachterstand zich in de eerste maanden van 2024 lijkt te stabiliseren (rondde 14.500). De komende tijd houden we scherp in de gaten hoe deachterstanden zich in 2024 verder gaan ontwikkelen. In hoeverre UWV deachterstanden kan inlopen is afhankelijk van de ontwikkeling in het aantalbeoordelingen dat UWV kan verrichten én van het aantal WIA-aanvragendat UWV gaat ontvangen.Door extra inzet voor de mensen die lang wachten op een WIA-claim-beoordeling is het aantal mensen dat langer dan zes maanden wacht opeen beoordeling verder gedaald. Medio 2023 ging het om 6.800 mensenen ultimo 2023 nog om bijna 3.100 mensen. In de eerste maanden van2024 is er geen sprake van een verdere afname; ook in maart 2024 gaathet om bijna 3.100 mensen die langer dan zes maanden wachten. Dezestabilisatie is een gevolg van de toename van het aantal WIA-aanvragen.De inzet van UWV is om ervoor te zorgen dat eind 2024 nagenoegniemand langer dan zes maanden op een beoordeling hoeft te wachten.83.4 Aantal WIA-herbeoordelingen en achterstand op dit moment UWV voert naast WIA-claimbeoordelingen ook herbeoordelingen uit.Figuur 3 geeft inzicht in de herbeoordeling die gedaan worden opaanvraag. In 2023 heeft UWV 20.200 aanvragen afgehandeld en20.800 aanvragen ontvangen. De prioritering ligt op de WIA-claim-beoordelingen, maar vooral in schrijnende gevallen pakt UWV ookherbeoordelingen op. Hiernaast heeft UWV ongeveer 4.000 professioneleherbeoordelingen gedaan.8Een kleine groep mensen wacht langer dan twee jaar op een WIA-claimbeoordeling. Dat komtdoordat in die dossiers sprake is van complexe casuïstiek. Ook geldt voor mensen waarbijsprake is van internationale (juridisch) aspecten een langere wachttijd. Het gaat hier vaak ommensen die in het buitenland woonachtig zijn. UWV is voor de WIA-claimbeoordeling van dezegroep vaak afhankelijk van buitenlandse instanties. Hierdoor is de looptijd van dergelijkebeoordelingen vaak langer. De betreffende cliënten ondervinden van de langere doorlooptijdgeen hinder, omdat zij reeds een uitkering ontvangen uit het buitenland.Figuur 2: ontwikkeling van de achterstanden bij de WIA-claimbeoordeling (aantalaanvragen waarvoor de wettelijke termijn van acht weken is verstreken) en van detotale werkvoorraad (aantal aanvragen nog binnen de wettelijke termijn plus deachterstanden).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7567 In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik gemeld dat in de eerste helftvan 2023 een voorzichtige stabilisatie te zien is in de ontwikkeling van deachterstand bij de WIA-herbeoordelingen. Figuur 4 laat zien dat dezestabilisatie zich lijkt te hebben doorgezet tot eind 2023 en de eerstemaanden van 2024. De omvang van de achterstand schommelt tussen de19.000 en 20.000.Op dit moment is er nog geen sprake van een daling van de achterstandop de herbeoordelingen. Ook de komende periode verwachten we geendaling, omdat de reeds ingezette maatregelen vooral zien op deWIA-claimbeoordeling. Aan de WIA-claimbeoordeling wordt prioriteitgegeven, omdat we zo snel mogelijk duidelijkheid willen bieden over hetrecht op een uitkering en daarmee ook duidelijkheid over inkomensze-kerheid.Figuur 3. Ontwikkeling aantal binnengekomen en afgehandelde vraaggestuurdeherbeoordelingen. Dit betreft het totaal aan herbeoordelingen voor de WIA, Wajong,WAO en WAZ.Figuur 4: Ontwikkeling van de achterstanden bij de vraaggestuurde herbeoordelingen(aantal aanvragen waarvoor de wettelijke termijn van acht weken is verstreken) envan de totale werkvoorraad (aantal aanvragen nog binnen de wettelijke termijn plusde achterstanden).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7568 3.5 Overig cijfermatig inzicht In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik aangegeven om opnieuw tegaan rapporteren over WIA-voorschotten, dwangsommen en de capaciteiten inzet van verzekeringsartsen. De ontwikkeling op deze zaken treft u aanin bijlage 2.4. STAND VAN ZAKEN EN INTENSIVERING MAATREGELEN Een update over de stand van zaken rondom de reeds ingezette maatre-gelen staat in bijlage 1. Hieronder ga ik in op de stakeholderconsultatie diein de periode van november 2023 tot februari 2024 heeft plaatsgevonden.Ook ga ik in op relevante toezeggingen uit eerdere voortgangsbrieven entoezeggingen die ik heb gedaan in het commissiedebat over de Uitvoeringvan de sociale zekerheid van 2 april jl. en in het commissiedebat overArbeidsongeschiktheid van 24 april jl.4.1 Stakeholder consultatie denkmeeoversmb.nl In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik aangegeven de komendeperiode opnieuw met diverse stakeholders in het WIA-stelsel te gaankijken of we tot nieuwe ideeën kunnen komen voor aanvullende maatre-gelen. We hebben dit gedaan door middel van een online consultatie opwww.denkmeeoversmb.nl.9De consultatie is gestart in november 2023 en is gesloten sinds28 januari jl. In totaal hebben zo’n 500 unieke deelnemers aan deconsultatie meegedaan vanuit verschillende sectoren en invalshoeken. Ikvind het heel positief dat er door zoveel mensen is meegedacht over ditvraagstuk. Uit de consultatie is een aantal thema’s gekomen waar volgensde deelnemers in ieder geval aandacht voor moet zijn. Het gaat om devolgende thema’s:1.Verbetering in de informatie aanlevering ten behoeve van hetbeoordelingsproces (claim en herbeoordelingen);2.Inzet juiste professionals (w.o. taakdelegatie);3.Samenwerking medische keten;4.Stelsel (60+ en IVA);5.Innovatie.Met een groot deel van deze thema’s zijn we reeds op diverse manierenaan de slag. Uit de consultatie zijn geen maatregelen gekomen die opkorte termijn (in 2025) een grote impact op de achterstanden kunnenmaken. Wel helpt de consultatie in het bepalen van prioriteit voor dekomende periode. We hebben daarom vooral gekeken op welkebestaande onderwerpen we kunnen versnellen door daar extra aandachtaan te geven.4.1.1 Domeinoverstijgend actieplan op arbeid & gezondheid De oproep van veel deelnemers is om de samenwerking op het gebiedvan arbeid en gezondheid te versterken tussen de sociaal-medischesector, de arbodiensten en de curatieve zorg. In de consultatie zijn er doorde deelnemers verschillende voorstellen gedaan vanuit het samenwer-kingsperspectief tussen sociaal medische dienstverlening, de arbodienst-9De consultatie bestond uit vijf stappen. De opbrengsten van iedere stap zijn vastgelegd in eenverslag. Per verslag is zowel een samenvatting van de opbrengsten van de betreffende stapopgenomen als de gehele (integrale) dialoog. De verschillende verslagen zijn te vinden op:https://denkmeeoversmb.nl/#Verslagen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7569 verlening en de curatieve sector. UWV en ik nemen deze oproep ter harteen daarom kondigen we een actieplan aan om dit te versterken.Het actieplan bestaat uit drie hoofdthema’s:1.Regionaal de samenwerking versterken tussen huis-, bedrijfs- enverzekeringsartsen, en onderzoeken of het vooraf vaststellen van eengezamenlijk doel kan helpen bij het delen van informatie (doelbinding).2.Gegevensdeling gericht mogelijk maken door de ruimte te verkennendie er is binnen de (wettelijke) kaders en door te kijken bij welkebestaande initiatieven kan worden aangesloten.3.Het efficiënter inrichten van de samenwerking tussen bedrijfsartsen enverzekeringsartsen. Hieronder ga ik hier uitvoeriger op in.Het actieplan staat in de beginfase. De komende tijd ga ik samen metUWV en andere relevante stakeholders verkennen in hoeverre dezethema’s bij lopende trajecten kunnen aansluiten en wat er aanvullendnodig is.Het zijn de eerste stappen die we willen zetten om horizontaal binnen dezedomeinen samen te werken. Ook omdat we herkennen dat de medischecapaciteit in alle domeinen beperkt is en dat we mogelijk veel van elkaarleren.Wat betreft het efficiënter inrichten van de samenwerking tussenbedrijfsartsen en verzekeringsartsen wil ik samen met UWV verkennenhoe we kunnen komen tot slimmere en efficiëntere samenwerking tussenarbodiensten en UWV. UWV voert hierover gesprekken met verschillendearbodiensten. In die gesprekken wordt onderzocht hoe met een van dearbodiensten een pilot kan worden gestart die zich richt op een meercomplete en warme overdracht van cliënten bij de aanlevering van hetre-integratieverslag (RIV). De uitkomsten van een dergelijke pilot kunnendienen als startpunt om verder in kaart te brengen welke vormen vanhorizontale samenwerking mogelijk zijn en wat daarvoor nodig is.4.1.2 Samenwerking private partijen UWV wil door middel van samenwerkingsafspraken inzetten op desamenwerking met private partijen. Een eerste stap daarin is hetconvenant voor het aanvragen van Eerstejaarsziektewetbeoordelingen(zie paragraaf 4.3.2). UVW wil bekijken hoe deze aanvragen zo efficiëntmogelijk behandeld kunnen worden. Ook hier geldt dat UWV de mogelijk-heden voor verdergaande samenwerking met private partijen in kaart wilbrengen.4.2 Stand van zaken toezeggingen commissiedebatten 4.2.1. SMC-vorming In het Commissiedebat over Arbeidsongeschikt van 24 april jl. heb iktoegezegd in deze voortgangsbrief meer informatie te geven over deSMC-vorming. Ik ga hier in deze paragraaf op in. Zoals ik in het debat hebaangegeven nodig ik de leden van uw Kamer ook graag uit voor eenwerkbezoek bij UWV, juist ook over SMC’s.UWV is bezig met een transitie naar het werken in een regiemodel voorsociaal – medische dienstverlening. Dit houdt in dat er in een SMC wordtgewerkt, waar een multidisciplinair team de verantwoordelijkheid heeftvoor een in beginsel regionaal afgebakende groep mensen. Het multidisci-plinair team bestaat uit verschillende professionals, waaronder arbeids-deskundigen, sociaal-medisch verpleegkundigen, re-integratie- enprocesbegeleiders, verzekeringsartsen en medisch secretaresses. In eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75610 SMC zijn de manager uitvoering en de regievoerder (een verzekeringsarts)gezamenlijk resultaatverantwoordelijk en geven ze samen sturing aan eenSMC. Hierbij is de regievoerder (een verzekeringsarts) altijd eindverant-woordelijk voor het medisch gedeelte. In een multidisciplinaire bespreking(MDB) bepaalt het team aan de hand van triage wanneer welke activiteitplaatsvindt in het kader van de beoordeling en begeleiding van een cliënten door welke functionaris dit het best kan worden gedaan. Het teambiedt hierbij zoveel mogelijk maatwerk en de cliënt heeft tijdens het heletraject zoveel mogelijk een vast aanspreekpunt.Voor specifieke onderdelen van de sociaal-medische beoordeling en-begeleiding kan het multidisciplinair team ook gebruik maken van andereprofessionals, zoals bijvoorbeeld psychologen en fysiotherapeuten. Hetteam is daarnaast verantwoordelijk voor een goede verbinding metbijvoorbeeld huisartsen, bedrijfsartsen en medisch specialisten. Ookleggen de teams waar nodig de link met andere UWV-divisies.De verwachting is dat het werken in SMC’s veel zal opleveren op devolgende vier resultaatgebieden: de kwantiteit en kwaliteit van dedienstverlening, de cliënttevredenheid en de medewerkerstevredenheid.Een update over de implementatie van de SMC-vorming geef ik inbijlage 1. Hierin ga ik in op het wegingskader SMC-vorming dan UWVheeft ontwikkelt. Dat geeft ook een nader beeld over het werk in SMC’s.Daarnaast ga ik in op de analyse die UWV heeft gedaan naaroverdraagbare succesfactoren en hoe die gebruikt kunnen worden om deverdere landelijk SMC-vorming gericht te ondersteunen.4.2.2 ZW-dienstverlening In het Commissiedebat over Arbeidsongeschiktheid van 24 april↓jl. vroeghet lid Patijn (Groenlinks-PvdA) naar de begeleiding van de mensen in deZiektewet. Ook de OCTAS adviseert om de re-integratiedienstverlening teintensiveren. In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik u geïnformeerdover de inspanning vanuit UWV op een nieuwe visie op de Ziektewet. Hetuitgangspunt hierbij is: gerichte dienstverlening aan cliënten in een zovroeg mogelijk stadium van de ZW-periode, en gerichte interventies ophet juiste moment. De ambitie ten aanzien van dit thema is in deafgelopen periode verder geconcretiseerd.UWV versterkt zijn inspanningen op de ziektewet-Arbo rol. Hier verwachtik veel van. De aandacht voor de mensen die een ziektewetuitkeringontvangen is als gevolg van de mismatch een periode wisselend geweestvanwege de prioriteit voor de WIA-claimbeoordelingen. Dat heeft ertoegeleid dat er lang niet voor iedere cliënt een actueel beeld beschikbaar is.Dat maakt de inzet minder gericht als een cliënt na twee jaar ziekte eenWIA-claimbeoordeling aanvraagt. Om de dienstverlening effectief in tezetten, maakt UWV gebruik van de inzichten die in de voortgangsbrief van6 oktober jl. zijn genoemd, waaronder de principes van de integraleklantreis en de lessen over de werking van SMC’s.De inzet voor mensen die een ziektewetuitkering ontvangen, wil UWVkoppelen aan een aantal belangrijke doelstellingen. Dit geldt met namevoor de ambities op het gebied van preventie, re-integratie en bemid-deling. De inspanningen focussen zich daarom vooral op het organiserendat alle cliënten in de Ziektewet adequaat in beeld zijn. Op die manier isbekend wat de situatie is van een cliënt en wat hij of zij nodig heeft. Dehuidige inspanningen starten vanuit een medisch traject (probleem-analyse, plan van aanpak) gevolgd door re-integratiedienstverlening. In denieuwe situatie is de dienstverlening bij aanvang gericht op re-integratieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75611 en duurzame werkhervatting, tenzij er een medische aanleiding is om dit(nog) niet aan te bieden. Op deze manier is het startmoment van dere-integratiedienstverlening niet meer afhankelijk van de beschikbaremedische capaciteit.Ook binnen de Ziektewet wordt geïnvesteerd in de inzet van deUWV-professional op een manier die aansluit bij de vraag en de situatievan de persoon die de ziektewetuitkering ontvangt. De verandering van deZiektewetdienstverlening maakt UWV stapsgewijs, omdat het een omslagvraagt van de professionals en de organisatie. UWV concretiseert dezezomer de stappen die nodig zijn voor deze omslag. In de volgendevoortgangsbrief ga ik hier verder op in.4.2.3 Dwangsommen In het commissiedebat over de Uitvoering van de sociale zekerheid van2 april jl. en in het commissiedebat over Arbeidsongeschiktheid van24 april jl. is aandacht gevraagd voor het toenemende totaalbedrag aandwangsommen bij niet tijdig beslissen.Het lid Flach (SGP) en het lid Esser (PVV) vroegen mij of de dwangsom-procedure tijdelijk buiten werking kan worden gesteld. Om de dwangsom-procedure tijdelijk buiten werking te stellen is wetgeving nodig, zodat kanworden afgeweken van de regels hierover in de Algemene wet bestuurs-recht. Aangezien dwangsommen al enige tijd hun doel missen wil ik inkaart gaan brengen welke opties er zijn om het verbeuren van dwang-sommen verder te beperken. Het is aan een volgend kabinet om hierkeuzes over te maken.Het lid Flach (SGP) heeft mij ook gevraagd wat we in dit kader kunnenleren van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.Het doel van die wet is het wegnemen van de financiële prikkel omnamens een belanghebbende een bezwaarprocedure te starten of door teprocederen met de overwegende reden om een proceskostenvergoedingof een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van deredelijke termijn te verkrijgen.10 Deze wet beoogt daarmee een anderprobleem op te lossen dan de situatie met de dwangsommen bij niet tijdigbeslissen in de WIA. De dwangsommen bij de WIA hebben een andereoorzaak. De dwangsommen hebben voor ongeveer 60% betrekking opherbeoordelingen. Hiervan werd circa 82% uitgekeerd aan werkgevers engemachtigde derde partijen. Eventueel financieel belang zit voor dezepartijen bij een herbeoordeling vooral in het verlagen van de werkgevers-lasten. Bijvoorbeeld als een WGA-uitkering na een herbeoordeling wordtomgezet naar een IVA-uitkering. Deze laatste uitkering wordt nietdoorberekend aan de individuele werkgever en leidt zodoende tot eenlasten vermindering. In het advies van de OCTAS is aandacht voor dezefinanciële prikkel voor het aanvragen van herbeoordelingen. Het adviesvan OCTAS wordt op dit moment verder uitgewerkt.In de tussentijd is UWV met werkgevers en gemachtigde derde partijen ingesprek om te bekijken wat zij nodig hebben om een herbeoordeling ophet juiste moment en zo gemotiveerd mogelijk in te dienen. Zie hiervoor10Het doel wordt beoogd te bereiken door (1) de overcompensatie weg te nemen die er op ditmoment is bij het toekennen van vergoedingen van kosten van door een derde beroepsmatigverleende rechtsbijstand in het kader van procedures tegen een WOZ-beschikking,bpm-aangifte of bpm-naheffingsaanslag en (2) door de hoogte van de vergoeding vanimmateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn meer in lijn te brengenmet de veronderstelde spanning en frustratie die gepaard gaan met het wachten op eenuitspraak in die procedures. Kamerstukken II 2023/24, 36 427, nr. 3, blz. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75612 paragraaf 4.3.3. De afspraken met deze partijen moeten ertoe leiden datherbeoordelingen efficiënter kunnen worden ingezet en moeten uitein-delijk bijdragen aan het inlopen van de achterstand op herbeoordeling. Bijafnemende achterstanden, neemt ook het aantal aanvragen waarbij eendwangsommen kan worden verbeurd, af.4.3 Stand van zaken toezeggingen voortgangsbrief 6 oktober jl. 4.3.1 Overwerkafspraken UWV heeft het in 2023 voor sociaal-medisch professionals mogelijkgemaakt om tijdelijk over te werken. Hiermee levert UWV een aanzienlijkebijdrage aan de afhandeling van de WIA-claimbeoordelingen ouder danzes maanden en niet-tijdige Wajongbeoordelingen.In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik aangegeven dat UWVonderzoekt of de overwerkafspraken ook in 2024 kunnen wordenvoortgezet. De overwerkafspraken hebben in 2023 namelijk geleid tot eengroot aantal extra beoordelingen (circa 4.200). Eind 2023 heeft UWVgeïnventariseerd wat de verwachte inzet is voor overwerk in deeerste helft van 2024. Op basis daarvan zijn de overwerkafsprakenverlengd tot 1 juli 2024. De verwachting is dat in deze verlengde periodeongeveer 1.500 extra beoordelingen kunnen worden gedaan dooroverwerk.In het tweede kwartaal van 2024 vindt opnieuw een inventarisatie plaats.Op basis daarvan kijkt UWV of de overwerkafspraken verlengd kunnenworden tot het einde van het jaar.4.3.2 Convenant Eerstejaarsziektewetbeoordeling In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik aangegeven dat UWVenerzijds en PPUSZ en ABU anderzijds door middel van een convenantgaan werken aan een gezamenlijke doelgerichte uitvoering van deEerstejaarsziektewetbeoordeling (EZWB) voor eigenrisicodragers (ERD).Het doel dat de EZWB’s ERD gedaan worden op het moment dat kans opuitstroom uit de ZW het grootst is. De beschikbare capaciteit kan op diemanier zo efficiënt mogelijk worden ingezet.Om het convenant goed te kunnen laten werken is het voor UWV nodigom centrale regie te voeren op de aanvragen die decentraal binnenkomen. Om dat te organiseren was meer tijd nodig dan eerder verwacht.De partijen zetten nu in op werken volgens het convenant per 1 juli 2024in plaats van per 1 januari 2024.4.3.3 Gemotiveerd aanvragen en afspraken werkgeverspartijen In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik aangegeven dat ik samenmet UWV verken hoe de processen rondom de herbeoordelingsaanvragenvan werkgevers en gemachtigde derde partijen kunnen worden geoptima-liseerd. Onder andere via verduidelijking van de communicatie hieroveren verbetering van (aanvraag-)formulieren.UWV is inmiddels met het Verbond van Verzekeraars en een aantal privateuitvoerders een proef gestart rondom het aanvragen van herbeoorde-lingen. Ik ben blij om te horen over dit soort samenwerkingen. De proefbeoogt om via een samenwerking te komen tot een vermindering van hetberoep op de capaciteit van UWV, door te sturen op goed onderbouwdeen gemotiveerde aanvragen om een herbeoordelingen. Dit is eenwederkerig proces waarin enerzijds UWV inzicht geeft in de onder-bouwing die ten grondslag ligt aan de initiële beoordeling en de privateuitvoerders en/of verzekeraars een gedegen medische onderbouwingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75613 geven voor de reden voor een herbeoordeling. Dit alles met inachtnemingvan de AVG en de richtlijnen van de KNMG.Op deze manier kan aan mensen sneller duidelijkheid worden geboden.Het initiatief is de voorlopige uitkomst van de gesprekken die UWV initieelvoerde met private partijen waarin men onderzocht in hoeverre de privatemarkt zou kunnen ondersteunen bij de behandeling van herbeoordelings-aanvragen. Omdat deze partijen een groot aandeel hebben in hetaanvragen van herbeoordelingen, vind ik deze proef een logische eerstestap. Over de resultaten van deze proef zal ik uw Kamer in de volgendevoortgangsbrief informeren.4.3.4 Onderscheid aanvragen herbeoordelingen en doorgeven wijziginggezondheidssituatie In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik aangegeven dat UWV sindsbegin 2023 werkt met twee aparte formulieren waarmee onderscheidwordt gemaakt tussen het doorgeven van wijzigingen in de gezondheid enhet aanvragen van herbeoordelingen vanuit werknemers. Wijzigingen ingezondheid kunnen vaak snel en met beperkte medische inzet wordenafgehandeld en leiden meestal niet tot een herbeoordeling die beoorde-lingscapaciteit vergt. Door de verschillende formulieren is nu snellerduidelijk dat het om een dergelijke wijziging gaat en dat bespaart inzetvan beoordelingscapaciteit. Dit heeft geleid tot circa 30% minderaanvragen door werknemers van herbeoordelingen.UWV heeft inmiddels een onderzoek uitgevoerd naar de beleving van decliënt bij het gebruik van deze nieuwe formulieren. Uit dit onderzoek blijktdat de ervaring van cliënten rondom het aanvragen van een herbeoor-deling of het doorgeven van een wijziging in de gezondheidssituatie opmeerdere punten is verbeterd. Cliënten beoordelen de nieuwe formulierenpositief, vinden het proces minder belastend en waarderen het als UWVkort na de aanvraag of de melding telefonisch contact met hen opneemt.Er blijkt ook ruimte voor verdere verbetering.Zo is er bij cliënten nog meer behoefte aan inzicht in de verschillendestappen in het proces. UWV neemt de resultaten van het onderzoek meein de verdere ontwikkeling van het proces rondom het doorgeven van eenwijziging in de gezondheidssituatie en het aanvragen van herbeoorde-lingen.4.3.5 Kwijtscheldbeleid WIA-voorschotten Zolang mensen te lang moeten wachten op een WIA-claimbeoordeling,vind ik het van belang dat zij een voorschot kunnen krijgen in afwachtingvan de beoordeling en dat zo’n voorschot niet wordt teruggevorderd.In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik aangegeven dat ik bekijk hoeik de duur van dit kwijtscheldbeleid beter kan laten aansluiten bij deprognoses van de achterstanden. Uit nadere analyse blijkt dat dit alleenkan door een wettelijke basis te creëren voor het beleid. Op dit momentvind ik het niet opportuun om hier stappen toe te zetten. Mijn focus gaatuit naar het terugbrengen van de achterstanden, en daarmee het aantalvoorschotten. Het creëren van een wettelijke basis kan door een volgendkabinet opnieuw worden bezien.Zoals in de Voorjaarsnota11 aangekondigd zal ik het beleid wel met nogeen jaar verlengen tot en met 31 december 2025.11Kamerstukken II 2023/24, 36 550, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75614 5. OCTAS De Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel(OCTAS) leverde op 29 februari jl. haar eindrapport op. Mijn opdracht aande OCTAS was om advies te geven over een toekomstbestendig arbeids-ongeschiktheidsstelsel dat uitvoerbaar, betaalbaar en uitlegbaar is. Deaanleiding voor het instellen van de OCTAS was de constatering dat hetstelsel voor sommige mensen onevenredig hard uitpakt en dat ermomenten zijn waarop een klein verschil in de situatie op een zekermoment, grote gevolgen kan hebben voor het individu. Bijvoorbeeld tenaanzien van het recht dat iemand wel of niet heeft op een uitkering.Een andere aanleiding was dat de uitvoering onder druk staat vanwege demismatch. Het stelsel is erg ingewikkeld geworden, zowel voor de mensendie van het stelsel afhankelijk zijn, als voor de professionals die onder-steuning bieden aan deze mensen en de mensen in de uitvoering. Ik hebOCTAS daarom gevraagd om te adviseren over structurele oplossingenvoor de huidige problemen in de WIA.In het rapport van de OCTAS zitten verschillende aanknopingspunten dieeen bijdrage kunnen leveren aan het verkleinen van de mismatch. Zo steltde OCTAS voor om het onderscheid tussen de WGA en de IVA op teheffen. Het opheffen van dit onderscheid heeft in potentie effect op deomvang van de werkzaamheden die een verzekeringsarts bij deWIA-beoordeling moet verrichten en ook op het aantal herbeoordelingendat wordt aangevraagd. Hoe groot dat effect is zal moeten blijken uit denadere uitwerking. De alternatieven voor het stelsel die de OCTASvoorstelt (variant 2: werk staat voorop en variant 3: basis voor iedereen)verdienen nog nadere uitwerking, maar kunnen ook betekenen dat de rolvan de verzekeringsarts verandert en daarmee ook de mismatch kanverminderen. In de nadere uitwerking zal daar met aandacht naar wordengekeken.OCTAS presenteert een aantal uiteenlopende scenario’s voor de toekomstvan het arbeidsongeschiktheidsstelsel. Het bepalen van de koers voor detoekomst, vergt politieke keuzes. De voorbereiding op die keuzes vraagom een zorgvuldig proces. Tegelijkertijd, is de druk om verbeteringen inhet stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid door te voeren, erg hoog.Niet alleen om tot een oplossing voor de mismatch te komen, maar ookom te zorgen dat het stelsel beter werkt voor bepaalde groepen die nutegen knelpunten aanlopen. Dit werd mij tijdens het commissiedebat overarbeidsongeschiktheid van 24 april jl. eens te meer duidelijk. Zoals ik ookin dat debat heb aangegeven, geeft OCTAS in de varianten die zij schetst,onder andere oplossingen voor knelpunten die al langer wordenaangekaart door verschillende partijen, waaronder UWV en socialepartners. Voor een deel betreft dit oplossingen die snel opgepakt kunnenworden, onafhankelijk van de toekomstrichting die gekozen wordt. Welvergen ook die oplossingen voldoende draagvlak, financiële middelen encapaciteit in de uitvoering. Als aan die randvoorwaarden kan wordenvoldaan, biedt OCTAS oplossingen die relatief snel kunnen helpen om hetstelsel te verbeteren. Parallel daaraan kan de koers voor de toekomst vanhet arbeidsongeschiktheidsstelsel nader worden bepaald.Om het volgende kabinet zo goed als mogelijk voor te bereiden op dekeuzes die gemaakt moeten worden, vind ik het belangrijk om allevarianten die OCTAS voorstelt zorgvuldig uit te werken. Dat gebeurt dekomende maanden. Eerst worden de verschillende maatregelen enoplossingen uit de varianten los van elkaar nader uitgewerkt. Daarnapresenteer ik, of mijn opvolger, de maatregelen en oplossingen gegroe-peerd in de varianten zoals OCTAS die voorstelt. Sommige maatregelenzullen ook buiten de context van de variant toepasbaar zijn. Daar isTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75615 aandacht voor in de uitwerking. Verder wordt onder meer gekeken naarhet effect van de maatregelen op uitvoerbaarheid, betaalbaarheid enuitlegbaarheid. Ook beschouw ik hoe de maatregelen en oplossingen zichverhouden tot de belangrijke uitgangspunten die OCTAS heeft gedefi-nieerd, zoals bijvoorbeeld vereenvoudiging. In de nadere uitwerking vanOCTAS zal bovendien aandacht zijn voor de vraag op welke termijnbepaalde maatregelen effect hebben. Sommige maatregelen die OCTASvoorstelt kunnen sneller worden ingevoerd dan maatregelen die eenfundamentele stelselwijzigingen vergen.In ieder geval is nadere uitwerking nodig om de aanbevelingen om tezetten in concrete maatregelen. Daar zal tijd overheen gaan. In detussenliggende periode blijft de mismatch daarom onze aandacht vragen.6. BLIK VOORUIT Ik ben blij om te zien dat UWV de komende jaren naar verwachting meerbeoordelingen per jaar kan doen dan voorheen. De aanpak heeft op datgebied zijn vruchten afgeworpen, maar we zien ook dat er meer nodig is.Hoe de achterstanden zich de komende jaren gaan ontwikkelen is ooksterk afhankelijk van hoe het aantal aanvragen zich de komende jaren gaatontwikkelen. Deze ontwikkelingen houd ik nauwlettend in de gaten.De mismatch blijft onze aandacht vragen de aankomende jaren. Het isbelangrijk dat UWV de komende jaren de ruimte heeft om de SMC’soptimaal in te voeren en toe te werken naar een nieuwe informatievoor-ziening (in lijn met het advies van EY). Ook verwachten we op niet al telange termijn resultaat van de maatregel Praktisch beoordelen. Daarnaastwerken we aan de nadere uitwerking van de adviezen van OCTAS. Het zaleen aantal jaren duren voordat we daar resultaten van gaan zien. Het blijftde komende jaren ook van belang om de negatieve effecten van demismatch voor langdurig zieke werknemers en werkgevers zoveelmogelijk te beperken, onder andere door het verstrekken en kwijtscheldenvan voorschotten en het inzetten op re-integratiedienstverlening in devoorschotperiode.We blijven kijken welke verdere verbeteringen er binnen het huidigestelsel nog meer mogelijk zijn. Daarbij moeten we wel oog houden voorhet aantal veranderingen dat UWV tegelijkertijd kan doorvoeren.In het najaar van 2024 zal ik, of mijn opvolger, u opnieuw informeren overde voortgang van de aanpak van de mismatch.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van GennipTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75616 STAND VAN ZAKEN REEDS INGEZETTE MAATREGELENSociaal-medische centra (SMC’s)Wegingskader SMC-vormingUWV heeft de afgelopen maanden een wegingskader SMC-vormingontwikkeld. Dit wegingskader geeft inzicht in het ontwikkelproces perSMC. Het wegingskader is een evaluatie- en dialoogmiddel dat teamsinzicht geeft in de teamontwikkeling, waardoor het ontwikkelstadium kanworden bepaald en ontwikkelpunten kunnen worden benoemd. Door ditwegingskader periodiek te gebruiken kan de voortgang van deSMC-ontwikkeling worden gemonitord, kunnen acties worden benoemden kunnen plannen eventueel worden bijgesteld. Bovendien geeft hetwegingskader inzicht in de voortgang en de ontwikkelstadia vanSMC-vorming (UWV maakt onderscheid tussen: SMC’s in ontwikkeling,basis-SMC’s en volwaardige SMC’s. Het wegingskader biedt eenconsistent referentiekader op zowel team-, district- als landelijk niveau.Voor de ontwikkeling naar optimaal ingerichte SMC’s zijn verschillendeniveaus onderkend tussen basis-SMC’s en volwaardige SMC‘s. Hetonderscheid is gemaakt, omdat voor een aantal ontwerpprincipes meertijd nodig om deze optimaal in te richten. In het basis-SMC werkenmultidisciplinair teams rondom een afgebakend cliëntenbestand samen,waarin zij door middel van een multidisciplinaire bespreking (MDB), aande hand van triage de juiste route en processtappen bepalen voor decliënt. Ieders rol en bijbehorende verantwoordelijkheden van deteamleden zijn duidelijk. Teamleden kennen elkaars expertise en makenook gebruik van elkaars expertise. In het basis-SMC wordt de cliënt vanbegin tot eind door hetzelfde team en het liefst door dezelfde professi-onals beoordeeld en begeleid. Daarnaast wordt optimaal samengewerktmet de medewerkers verzuimbeheer van de divisie Uitkeren. Eenvolwaardig SMC onderscheidt zich ten opzichte van bovenstaande onderandere doordat dan ook de samenwerking met het werkbedrijf isgeoptimaliseerd, SMC’s proactief goede samenwerking onderhouden metexterne ketenpartijen (zoals zorg- en hulpverleners, bedrijfsartsen,werkgevers en gemeenten), zoveel mogelijk medewerkers meer-wettigwerken en alle verzekeringsartsen met taakdelegatie werken.In het afgelopen kwartaal hebben alle districten de eerste weging gedaan.Dit geeft het volgende beeld over de ontwikkeling: Op alle kantoren zijnteams in beweging richting een SMC. Hiervan zijn 13 teams op het niveauvan een basis-SMC. Ongeveer twee derde van het totaal aantal teams(circa 100 teams) is een SMC in ontwikkeling, waarbij geldt dat de teamsal ver op weg zijn in hun ontwikkeling naar een basis-SMC. Bij deze eersteweging hebben alle teams de succesfactoren voor een goed werkendteam, waaronder het doorleven van de rollen en verantwoordelijkhedenbinnen een team, meegenomen en derhalve niet te snel aangenomen datde ontwikkeling al af is. Dit verklaart het lage aantal teams dat écht hetstadium van basis SMC hebben gehaald.De aankomende periode wordt de methode en het gebruik van hetwegingskader in samenwerking met de districten geëvalueerd. Hiermeewordt het wegingskader geoptimaliseerd op inhoud, proces en methodiekten behoeve van de volgende weging.Overdraagbare succesfactorenIn de voortgangsbrief van 6 oktober jl. heb ik aangegeven dat het cruciaalis om nader te onderzoeken wat overdraagbare succesfactoren zijn en hoeBIJLAGE 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75617 die gebruikt kunnen worden om de verdere landelijke SMC-vorminggericht te ondersteunen. UWV heeft de afgelopen periode een verdie-pende analyse gedaan naar de succes- en faalfactoren van een goedwerkende SMC. Deze analyse ziet op de evaluatiecriteria «productiviteit»en «medewerkerstevredenheid». Uit de analyse zijn drie succesfactorenontdekt in goed lopende SMC’s. Het gaat om:1.het overbrengen van de urgentie bij medewerkers door verantwoorde-lijkheid voor succes bij de teams te leggen en met de teams concreteen meetbare doelstellingen af te spreken.2.het vergroten van taakdelegatie en -ondersteuning, door het continueoptimaliseren van de inzet van andere professionals, zoals sociaal-medisch verpleegkundigen (SMV’en) en medisch specialisten (MS’en).3.het overal inrichten van fysieke multidisciplinaire besprekingen waarbijalle functionarissen aanwezig zijn en volledige dossiers ingebrachtworden om zo gezamenlijk te bepalen welke functionaris aan kop gaat.De resultaten van de verdiepende analyse dienen bij te dragen aan hetstellen van kaders, aanbrengen van focus en bieden van gerichtebegeleiding in de landelijke opschaling. Dit met als overkoepelend doelom sneller resultaten te boeken met de SMC-transitie.Ad 2. In de voortgangsbrief van 6 oktober jl. werden de acties op hetstimuleren van taakdelegatie benoemd. Eerder onderzoek toonde aan dattaakdelegatie een uitermate grote rol speelt in het beheersbaar maken vande vraag naar de UWV-dienstverlening en achterstanden. In de verdie-pende analyse is gekeken naar de medische productiviteit van verzeke-ringsartsen die werken met taakdelegatie en taakondersteuning. Deanalyse toonde een grote spreiding in de productiviteit van de betreffendeartsen. Om beter te begrijpen hoe sommige artsen een hoge tot zeer hogeproductiviteit bereiken, is er een vervolgtraject gestart met EY om bij eenselectie productieve tot zeer productieve artsen de optimale inzet vantaakdelegatie te valideren. De verkregen inzichten moeten leiden tot eenroute naar een volwassen niveau van taakdelegatie bij alle (in ontwik-keling zijnde) SMC’s, waarbij de client tijdig de juiste dienstverleningkrijgt.Om invulling te geven aan de ambitie van een volwassen niveau vantaakdelegatie wordt door UWV het volgende gedaan:•Taakdelegatie expliciet verbinden aan de SMC-vorming.•Taakdelegatie verbreden waarbij meer sociaal-medisch verpleegkundi-gen (SMV) gestimuleerd worden om in de claimbeoordeling te werken.•Voorwaarde van een brede inzet van de SMV is een verdere verken-ning van het professionaliseren van deze functionarisgroep, waaron-der een mogelijke gedegen en specialistische opleiding Arbeid enGezondheid.•Alle artsen in opleiding tot specialist (AIOS) laten werken mettaakdelegatie.•Huidige- en toekomstige opleiders scholen op basis van werken mettaakdelegatie.•Inzichtelijk maken van de intensiteit van taakdelegatie- en ondersteu-ning en de effecten daarvan op productie.In de eerste helft van 2024 zal een volgende evaluatie plaatsvinden, dieUWV verwacht in het derde kwartaal van 2024 op te leveren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75618 Herontwerp informatievoorziening (IV) voor arbeids-ongeschiktheids-wetgevingUWV heeft, in lijn met het advies van EY, een implementatie van eennieuwe informatievoorziening (IV) in voorbereiding. EY adviseerde een IVgericht op eenduidige ondersteuning van het gehele WIA-claimprocesvoor intern UWV.Zoals vermeld in de voortgangsbrief van 6 oktober jl. betreft het eenlangdurig traject dat naar verwachting ruim vijf jaar zal duren. Op ditmoment is op het traject de onderstaande voortgang geboekt.Eind 2025 gaat UWV naar verwachting werken met de eerste versie vaneen nieuw aanvraag proces, inclusief een verbetering van hetherbeoordelings- en monitoringsproces vanuit oogpunt van IV. Dit proceszal vervolgens stapsgewijs verder ontwikkeld worden. Zoals ik in devoortgangsbrief van 6 oktober jl. al heb aangegeven heeft dit als doel deadministratieve processen te optimaliseren en zowel cliënt alsmedewerker beter te ondersteunen. Ook streeft UWV ernaar om afsprakente maken die maken dat aanvragen altijd in dezelfde vorm wordengedaan, zodat de systemen dat snel en eenvoudig kunnen verwerken.In het voorjaar start UWV een pilot met een instrument dat medewerkersin staat moet stellen sneller documenten te vinden in het elektronischarchief. In de huidige situatie kost dit per casusbehandeling veel tijd.Hiervoor onderzoekt UWV welke voordelen het instrument heeft terondersteuning van medewerkers. Het gaat om nieuwe technologieën metveel potentie, waaronder de inzet van artificial intelligence (AI). Metintelligentere zoekfuncties kan de tijd per beoordeling verkort worden enper dossier efficiënter kunnen werken. Dit heeft potentieel veel impact opde inzet van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, omdat UWVmedewerkers nu veel tijd kwijt zijn met het zoeken naar relevanteinformatie en stukken. Hoe groot de tijdswinst die dit kan opleverenprecies is, is nu nog niet bekend. Aan deze problematiek wordt ookgewerkt door de aanlevering van stukken verder te digitaliseren. Ten slottewerkt UWV aan vormvast aanvragen als onderdeel van de nieuweinformatievoorziening. Sinds kort werkt UWV met een nieuwWIA-aanvraagformulier.De 60-plusmaatregelDe 60-plusmaatregel is ingevoerd per 1 oktober 2022 en loopt tot 1 januari2025. Met deze buitenwettelijke maatregel krijgen 60-plussers eenvereenvoudigde WIA-claimbeoordeling zonder inzet van de verzeke-ringsarts en met extra aandacht vanuit arbeidsdeskundigen.De maatregel is bedoeld om UWV lucht te geven om verbeteringen in deuitvoering, waaronder de SMC’s, optimaal in te kunnen voeren. In 2023heeft UWV 9.000 WIA-claimbeoordelingen vereenvoudigd afgedaan mettoepassing van de 60-plusmaatregel.12 Het draagvlak voor de60-plusmaatregel onder werknemers en werkgevers blijft groot. Nog altijdstemmen zij in 99% van de gevallen in met het toepassen van devereenvoudigde beoordeling. Ook het aantal bezwaarzaken blijftbeduidend laag: zo’n 1% ten opzichte van ruim 20% bij reguliereWIA-beoordelingen. UWV is bezig met een cliënttevredenheidsonderzoek12In de periode van 1 oktober 2022 (start maatregel) tot aan februari 2024 zijn er totaal ruim14.000 WIA-claimbeoordelingen vereenvoudigde afgedaan met toepassing van de60-plusmaatregel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75619 over de dienstverlening rondom de 60-plusmaatregel. De resultatendaarvan worden in augustus verwacht.Daarnaast willen we de arbeidsparticipatie van de mensen die vallenonder de 60-plusmaatregel de komende tijd in beeld gaan brengen. De60-plusmaatregel kan effecten hebben op de arbeidsparticipatie van debetreffende groep. Ondanks de intensieve persoonlijke dienstverlening dieUWV aan deze groep biedt. In hoeverre er sprake is van mogelijkverminderde arbeidsparticipatie kan op dit moment beperkt in beeldworden gebracht wegens de relatief korte looptijd van de maatregel. Weblijven de ontwikkelingen op de arbeidsparticipatie van deze groepgedurende de looptijd van de regeling nauwgezet volgen. Deze informatiekan relevant zijn voor toekomstige beleidsvorming. Tot slot blijf ik ooghouden voor de effecten van de 60-plusmaatregel op de hybride markt.Praktische beoordelen per 1 juli 2024De maatregel «Praktisch beoordelen» is aangekondigd in de voortgangs-brief van 6 oktober jl. en is een uitwerking van één van de middellangetermijn opties uit de brief van 28 augustus 2022. De beoogde ingangs-datum is 1 juli 2024 en de maatregel kent een looptijd van drie jaar.De maatregel houdt in dat voor mensen die werken bij deWIA-claimbeoordeling (of na de 1e ziektedag), de beoordeling van hetarbeidsongeschiktheidspercentage gebaseerd wordt op hun feitelijkeverdiensten. Op dit moment gebeurt dat óók door een theoretischeschatting te maken, naast die beoordeling op verdiensten (praktischeschatting). Door het efficiënter inzetten van de verzekeringsarts komt ercapaciteit beschikbaar, waardoor er jaarlijks naar verwachting 3.000 tot4.000 extra (reguliere) WIA-claimbeoordelingen kunnen worden uitge-voerd. Deze verwachting is hoger dan in de vorige voortgangsbriefvermeld. Dit komt doordat de werkwijze ook zal gaan zien opWIA-herbeoordelingen.Het ontwerpbesluit heeft opengestaan voor internetconsultatie en UWVheeft een uitvoeringstoets uitgevoerd. Uw Kamer is in de gelegenheidgesteld om middels de voorhangprocedure zijn visie op het ontwerpbe-sluit te geven. Uw Kamer heeft via een schriftelijke overleg vragen gesteldover de maatregel. Deze vragen heb ik beantwoord per brief van 25 maart2024.13Het ontwerpbesluit ligt op dit moment voor advies bij de Raad van State.De maatregel kan afhankelijk van het advies definitief wordenaangekondigd.13Kamerstukken II 2023/24, 29 544, nr. 1241.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75620 CIJFERS WIA-VOORSCHOTTEN, DWANGSOMMEN EN CAPACITEITEN INZET VAN VERZEKERINGSARTSENWIA-voorschottenHet aantal verstrekte WIA-voorschotten (incl. TW-voorschotten) is gedaaldvan 22.500 in 2022 naar 20.500 in 2023. Deze daling komt vooral doordatUWV met de 60-plusmaatregel meer mensen sneller heeft kunnen helpen.Het bedrag aan kwijtgescholden voorschotten bedroeg in 2023€ 17,8 miljoen. Dat is meer dan in 2022 (€ 8,3 miljoen). De stijging komtvooral doordat UWV in 2023 veel aanvragen heeft afgehandeld vanmensen die al langer dan zes maanden wachten.Dwangsommen bij niet tijdig beslissenIn 2023 heeft UWV voor € 11,9 miljoen aan dwangsommen bij niet tijdigbeslissen betaald. Het gaat hierbij om dwangsommen aan cliënten,werkgevers of andere belanghebbende partijen die een aanvraag tot eenWIA-(her)beoordeling hebben ingediend en UWV in gebreke hebbengesteld. In 2022 ging het nog om € 10,6 miljoen. Daarbij zien we dat 58%van de toegewezen dwangsommen betrekking heeft op aanvragen voorherbeoordelingen, 39% voor WIA-claimbeoordelingen en 3% voor anderebeoordelingen.14 Bij herbeoordelingen zijn het met name werkgevers endoor hen gemachtigde partijen die een dwangsom eisen, en bij deWIA-claimbeoordeling zijn het voornamelijk burgers die een dwangsomopeisen voor het lange wachten.Capaciteit en inzet van verzekeringsartsenUWV heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het werven enopleiden van nieuwe verzekeringsartsen. In april 2023 is UWV een nieuwewervingscampagne gestart. Voor het eerst sinds 2019 is het totaal aantalverzekeringsartsen bij UWV toegenomen. De inzetbare verzekeringsart-sencapaciteit bij UWV is toegenomen van 531 fte’s per eind 2022 naar573 fte’s per eind augustus 2023.15In 2023 heeft UWV in totaal 120 verzekeringsartsen aangenomen. Dat is33% meer dan in 2022. Toen heeft UWV 90 verzekeringsartsen aange-nomen. We hebben ook te maken met uitstroom van verzekeringsartsen,met name door het bereiken van de AOW-leeftijd. In 2023 zijn er 91 verze-keringsartsen uitgestroomd. Dat is iets minder dan de uitstroom van 95verzekeringsartsen in 2022.De uitstroom wegens het bereiken van de AOW-leeftijd vormt eenbelangrijk knelpunt bij het structureel laten groeien van een personeelsbe-stand aan geregistreerde verzekeringsartsen in dienst bij UWV. Er is dekomende jaren sprake van een hoge uitstroom wegens het bereiken vande AOW-leeftijd. Gezien de schaarste van geregistreerde verzekerings-artsen in de markt kan UWV voor zowel de WIA-beoordeling als voorbezwaar en beroep de uitstroom alleen duurzaam opvangen doordoorstroom van artsen niet in opleiding tot specialist (ANIOS) naar demedische vervolgopleiding verzekeringsgeneeskunde (MVO-VG) tebewerkstelligen.14De verhoudingen in 2022: 60% voor herbeoordelingen en 37% voor WIA-claimbeoordeling.15Bron: Jaarverslag 2023, p. 26. Vanwege problemen bij UWV met de aanlevering vanuit diverseZiektewet-systemen en verwerking daarvan zijn er geen cijfers beschikbaar voor de laatstemaanden tot 2023.BIJLAGE 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75621 Het bewerkstelligen van deze doorstroom vraagt intensieve begeleidingen daarmee veel tijdsinzet van verzekeringsartsen die deze begeleiding alspraktijkopleider op zich nemen.Een ander knelpunt is de inhuur van externe verzekeringsartsen. Op ditmoment is circa 10% van de verzekeringsartsen bij UWV werkzaam alszzp’er of op basis van een detachering. Er is een reëel risico dat er bij (eendeel van) deze externe verzekeringsartsen sprake is van schijnzelfstan-digheid. UWV zal moeten overgaan tot beëindiging van deze schijnzelf-standigheid, bijvoorbeeld door deze verzekeringsartsen in dienst tenemen. Het is onzeker hoeveel externe verzekeringsartsen in dienst zullengaan bij UWV en daardoor kan dit een effect hebben op de totaalbeschikbare verzekeringsartsencapaciteit bij UWV.Tot slot heeft ziekteverzuim invloed op de totaal beschikbare capaciteit.Sinds het afgelopen jaar is een dalende trend zichtbaar in het voort-schrijdend verzuim: van 8,5% naar 7,5%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75622

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 424e8dacc12eca1a

14 okt 2026 · 1f86f4cdd25cb445

13 okt 2026 · 443cc18601f1756c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.