KamerkringInloggen
Kamerbrief

Weerbare natuur, veilige samenleving

22 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 585d58e821997e1e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 821Nationale Veiligheid33 576NatuurbeleidNr. 336 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2026Nederland is recent geconfronteerd met natuurbranden die onzesamenleving direct raken. Hierover heb ik uw Kamer samen met deMinister van Justitie en Veiligheid (JenV) en de Staatssecretaris vanDefensie geïnformeerd1. Deze natuurbranden onderstrepen onzekwetsbaarheid én het belang van goede voorbereiding, samenwerking entijdige actie. Rijk, provincies, gemeenten, veiligheidsregio’s, natuurbe-heerders en kennisinstellingen versterken daarom hun samenwerkingvoor bescherming van onze natuur én onze veiligheid, in lijn met deKamerbrief «Samen sterker tegen natuurbranden»2.Hierbij informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van JenV, overrecente inzichten, ontwikkelingen en vervolgstappen op het gebied vannatuurbrandbeheersing. Ik ga daarbij in op internationale en Europeseontwikkelingen, het belang van vitale natuur en biodiversiteit, effectieveen veilige inzet van hulpdiensten, bestuurlijke regie, wet- en regelgevingen financiering.Nederland bereidt zich voor, samen met de wereldInternationaal groeit het besef dat natuurbranden niet uitsluitend metbrandbestrijding kunnen worden beheerst3. Effectievere bestrijding neemtonderliggende risico’s, zoals brandbare vegetatie, verdroging enkwetsbare gebiedsinrichting, niet weg. Daarom verschuift de aandachtwereldwijd naar integrale natuurbrandbeheersing, met meer nadruk oppreventie en risicobeperking. Het afgelopen najaar is binnen de Verenigde1Kamerstuk 30.821, nr. 335. Kamerbrief «Natuurbranden in Nederland voorjaar 2026»2Kamerstuk 30.821, nr. 306. Kamerbrief «Samen sterker tegen natuurbranden»3VN-Milieuprogramma (2022). «Spreading like Wildfire» kst-30821-336ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3361 Naties dan ook een resolutie aangenomen over het versterken van dewereldwijde inzet op integrale natuurbrandbeheersing4.De door de Europese Unie gesteunde Kananaskis Wildfire Charter5 pastbinnen deze ontwikkeling. Daarin wordt het belang benadrukt vanwetenschappelijke én lokale kennis, op de natuur gebaseerde oplossingenen een brede maatschappelijke aanpak van natuurbrandrisico’s.Afgelopen najaar ondertekende Nederland dan ook samen met landen uitalle delen van de wereld een oproep om natuurbranden via een integraleaanpak proactief te voorkomen en de weerbaarheid te vergroten6.Ook in Europa is deze beweging duidelijk zichtbaar. De EuropeseCommissie publiceerde afgelopen maart een nieuwe strategie voorintegrale natuurbrandbeheersing7. Daarin benadrukt ook de Commissiehet belang van op de natuur gebaseerde oplossingen voor het realiserenvan brandbestendige landschappen. Hiertoe publiceerde de Commissienieuwe richtsnoeren die relevant zijn voor natuurbrandbeheersing inNatura 2000-gebieden8. De kabinetsappreciatie van het voorstel van deEuropese Commissie heeft uw Kamer reeds ontvangen9.Een structureel veiligheidsrisico, nu en in de toekomstNatuurbranden vormen in Nederland een structureel veiligheidsrisico,met mogelijk grote maatschappelijke gevolgen. Klimaat- en natuurrampenkunnen vrijwel alle nationale veiligheidsbelangen raken, waaronderterritoriale, fysieke, economische en ecologische veiligheid, evenalssociaal-politieke stabiliteit10.Door klimaatverandering nemen weersextremen toe en verschuift hetgebied met een verhoogd natuurbrandrisico richting Centraal- enNoord-Europa11. Ook Nederland krijgt daardoor vaker te maken metomstandigheden die natuurbranden kunnen versterken. Droogte, hitte,drogere lucht, verdroging en vergrassing maken natuurgebiedenbrandbaarder. Daardoor neemt de kans op sneller verspreidende enintensere natuurbranden toe12, 13. Ook nu al zijn grootschalige natuur-branden in Nederland mogelijk14. De dichtbevolktheid van ons land en deverwevenheid van natuur met recreatie, wonen, werken, zorgfuncties envitale infrastructuur zorgen ervoor dat een brand al snel grote maatschap-pelijke gevolgen kan hebben.Het risico reikt verder dan de brand zelf: rookoverlast, gezondheidsschade,evacuaties, schade aan natuur, verstoring van verkeer en energievoorzie-ningen en economische schade zijn allemaal mogelijk. Schaarste aanpersoneel en middelen kan bovendien toenemen en hulpdiensten en4VN-Milieuprogramma (2025). «Resolution on Strengthening the Global Management ofWildfires»5G7 (2025). «Kananaskis Wildfire Charter»6COP30 (2025). «Call to Action on Integrated Fire Management and Wildfire Resilience»7COM(2026) 330. Europese Commissie (2026). «Communication on integrated wildfire riskmanagement»8C(2026) 2031. Europese Commissie (2026). «Guidance on adapting Natura 2000 sites to climatechange»9Kamerstuk 22 112, nr. 4359. «BNC-Fiche: Mededeling Integrale Natuurbrandbeheersing»10Kamerstuk 30.821, nr. 165, bijlage 1050808. «Rijksbrede Risicoanalyse nationale veiligheid2022»11Wereldbank (2025). «Management of Wildfire Risk in the European Union»12Kamerstuk 32.813, nr. 1559, bijlage. «Voorbij de risico’s: keuzes voor een klimaatbestendigeleefomgeving»13WOT-technical report 300. WUR (2026). «Klimaatrisico’s van natuurbranden in Nederland»14KNMI (2025). «Een Extreem Rapport»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3362 overheid voor moeilijke keuzes stellen15. Recente natuurbranden latenzien dat risicobeheersing noodzakelijk is. Daarom is het versterken vannatuurbrandbeheersing opgenomen als prioriteit in de Veiligheidsstra-tegie voor het Koninkrijk der Nederlanden16.De toekomst ligt in een integrale aanpakOnze inzet is gericht op voorkomen wat kan, voorbereiden waar het moet,effectief reageren wanneer nodig en herstellen met meer weerbaarheidvoor natuur en samenleving. Daarbij wordt het uitgangspunt vanmeerlaagsveiligheid gehanteerd: bewustwording, preventie, mitigatie,bestrijding en herstel.17 Daarnaast zal ik binnenkort met hulp vanStaatsbosbeheer een nationaal centrum voor natuurbrandbeheersingoprichten dat gaat helpen om kennis en praktijkervaring over natuur-branden samen te brengen en verder te ontwikkelen.Natuurbrandbeheersing is een gezamenlijke opgave die geen enkele partijalleen kan dragen.Het Rijk is verantwoordelijk voor de nationale kaders,de verbinding met klimaatadaptatie, natuurbeleid, crisisbeheersing eninternationale samenwerking. Daarbij is LVVN verantwoordelijk voorrisicobeheersing en JenV voor crisisbeheersing. Provincies hebben eencentrale rol in natuurbeleid, gebiedsprocessen en ruimtelijke keuzes.Gemeenten zijn verantwoordelijk voor lokale ruimtelijke ordening enopenbare orde en veiligheid. Veiligheidsregio’s dragen zorg voorvoorbereiding op incidentenbestrijding en crisisbeheersing. Terreinbe-heerders beheren de gebieden waar risico’s zich manifesteren enkennisinstituten leveren de kennisbasis.Aangezien de opgave meerdere beleidsterreinen en bestuurslagen raakt,vraagt deze gezamenlijke verantwoordelijkheid om bestuurlijke regie.Daarbij gaat het niet om het overnemen van taken, maar om samenhang,het adresseren van knelpunten en duidelijke verantwoordelijkheden. Doorde diversiteit aan landschappen en de verschillen in structuur, samen-stelling en staat van de natuur moet natuurbrandbeheersing zoveelmogelijk gebiedsgericht worden aangepakt en op passend niveau wordengeïmplementeerd.De natuur beschermt ons, als wij de natuur beschermenVitale natuur en biodiversiteit zijn essentieel voor veiligheid. Wanneernatuur verdroogt, verarmt of vergrast, neemt de kwetsbaarheid voornatuurbranden toe. Dat raakt niet alleen natuurdoelen, maar ook deveiligheid van mensen, dieren en de fysieke leefomgeving. Natuur-branden zijn nooit volledig uit te sluiten, maar gezonde, diverse en goedbeheerde ecosystemen maken het landschap weerbaarder tegen brand enhelpen risico’s en gevolgen te beperken.Gezonde ecosystemen zijn bovendien beter in staat zich aan te passen aanklimaatverandering. Op de natuur gebaseerde oplossingen kunnen daarbijtegelijk bijdragen aan risicobeheersing en natuurherstel18. Denk aanbeheerbranden, begrazing, hydrologisch herstel en het vergroten vanvariatie in leeftijd, structuur en soorten in de vegetatie. Zulke maatregelen15Deltares (2026). «Klimaatdreigingen, bijbehorende cascade-effecten en gevolgen voorcrisisrespons»16Kamerstuk 30.821, nr. 178, bijlage 1086944. «Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk derNederlanden»17Kamerstuk 30.821, nr. 306. Kamerbrief «Samen sterker tegen natuurbranden»18EASAC (2025). «Changing Wildfires – Policy Options for a Fire-literate and Fire-adaptedEurope»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3363 verminderen brandbaar materiaal, houden brandgangen vrij en verkleinende brandbaarheid. Het versterken van veiligheid is dus geen reden omnatuurdoelen los te laten, maar om natuur robuuster te maken. Ookrecente Europese richtsnoeren voor het beheer van Natura 2000-gebiedenin de context van klimaatverandering benadrukken dit19.Deze aanpak vraagt om gebiedsgericht maatwerk en kennis. Niet elkemaatregel is overal wenselijk of effectief en vaak is een combinatie vanmaatregelen nodig. Timing is daarbij net zo belangrijk als locatie. Zonderonderhoud neemt de werking van maatregelen na verloop van tijd af.Overheden, terreinbeheerders en kennisinstituten moeten gezamenlijkbepalen welke maatregelen effectief en haalbaar zijn. Duurzaambosbeheer, natuurherstel, revitalisering en klimaatadaptatie zijn daarbijessentieel voor brandbestendige natuur.Effectieve en veilige inzet van hulpdienstenGezonde natuur, biodiversiteit en een slimme inrichting van de fysiekeleefomgeving vergroten de kans op een effectieve en veilige inzet van debrandweer. Onderbrekingen in brandbare vegetatie, bereikbare locaties,voldoende bluswater, opstelplaatsen, actuele informatie, toegangswegenen vluchtroutes zijn daarbij cruciaal. Zij creëren tijd en ruimte voor debrandweer om een natuurbrand snel te bereiken, veilig te bestrijden enescalatie naar mens, dier, natuur en bebouwing te voorkomen.Kostbare tijd gaat verloren op het moment dat elke minuut telt wanneerpas tijdens een natuurbrand wordt bepaald wat prioriteit heeft en waaringrijpen mogelijk is. De betrokkenheid van hulpdiensten begint daaromniet bij de melding, maar al bij de inrichting en het beheer van een gebied.Veiligheidsregio’s moeten daarom vroegtijdig worden betrokken bijgebiedsinrichting, natuurbeheer, recreatieve ontwikkelingen en ruimtelijkeplannen in en rond natuurgebieden.De brandweer kan het meest effectief en veilig optreden in gebieden diedaarop zijn voorbereid. Dat betekent niet dat natuurgebieden als stedelijkeomgeving moeten worden ingericht, maar wel dat veiligheid eenvolwaardig onderdeel is van de afweging. De verwevenheid van natuur,recreatie, wonen, infrastructuur en veiligheid vraagt daarbij om gezamen-lijke keuzes.Bestaande juridische kadersNatuurbrandbeheersing raakt aan natuur- en milieubescherming,veiligheid, gezondheid en de inrichting en het beheer van de fysiekeleefomgeving. Daardoor zijn verschillende wettelijke kaders, bestuursor-ganen en zorgplichten van belang.De Grondwet bepaalt dat de overheid zorg moet dragen voor de bewoon-baarheid van het land, de bescherming en verbetering van het leefmilieuen de bevordering van de volksgezondheid20. Onder de Omgevingswetmoeten bestuursorganen hun taken uitoefenen met oog voor de wettelijkedoelen en de samenhang binnen de fysieke leefomgeving, waarbijafstemming met andere bestuursorganen nodig kan zijn21. Daarnaastgeldt een algemene zorgplicht voor de fysieke leefomgeving: iedereenmoet, voor zover redelijkerwijs mogelijk, nadelige gevolgen voor de19C(2026) 2031. Europese Commissie (2026). «Guidance on adapting Natura 2000 sites to climatechange»20Artikelen 21 en 22 Grondwet21Artikelen 2.1 en 2.2 OmgevingswetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3364 fysieke leefomgeving en de mens voorkomen, beperken of ongedaanmaken22. Als dat niet mogelijk is, moeten activiteiten die zulke gevolgenveroorzaken achterwege blijven, voor zover dat redelijkerwijs kan wordenverlangd. De zorgplicht geldt daarbij niet alleen voor actief handelen,zoals het wijzigen of gebruiken van onderdelen van de fysieke leefom-geving of het uitvoeren van risicovolle activiteiten, maar ook voorsituaties waarin iemand juist nalaat om maatregelen te nemen endaardoor nadelige gevolgen kunnen ontstaan.Voor natuur, soorten en gebieden gelden meer specifieke verplichtingen.Er gelden specifieke zorgplichten voor Natura 2000-gebieden en soortenen hun leefgebieden23. Het provinciebestuur moet maatregelen nemenvoor de bescherming, instandhouding en het herstel van leefgebieden vanvogelsoorten en voor het behoud of herstel van inheemse dier- enplantensoorten24. Voor Natura 2000-gebieden in beheer van het Rijk(uitgezonderd de gebieden van Staatsbosbeheer) is het aan de beheerver-antwoordelijke minister om maatregelen te treffen om de instandhou-dingsdoelstellingen te behalen25. Daarbij moeten ook economische,sociale, culturele en regionale belangen en lokale omstandighedenworden meegewogen26.De Natuurherstelverordening bepaalt bovendien dat Nederland bijnatuurherstel rekening moet houden met klimaatrisico’s en hetvoorkomen van natuurrampen27. Bij herstel van bosecosystemen moetspecifiek worden gekeken naar het risico op bosbranden. Ook moet bij dekeuze en prioritering van herstelmaatregelen worden beoordeeld hoedeze samenhangen met onder andere het voorkomen van natuurrampen.In het nationale herstelplan moet worden toegelicht hoe rekening isgehouden met klimaatveranderingsscenario’s, met de mate waarinherstelmaatregelen klimaatschade en natuurrampen kunnen voorkomenof beperken, en met de aansluiting op de Nationale klimaatadaptatiestra-tegie28 en de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid29.Brandpreventieve maatregelen in beschermde natuurgebieden moetenzorgvuldig worden afgewogen. Voor maatregelen in een Natura2000-gebied, zoals beheer- of inrichtingsmaatregelen om natuurbrandente voorkomen of te beperken, zal vaak vanwege de mogelijk significantegevolgen voor natuurdoelen een passende beoordeling nodig zijn30. Diebeoordeling is niet nodig als de maatregelen al onderdeel zijn vanvastgestelde instandhoudingsmaatregelen, of als er sprake is van eendirect gevaar waardoor meteen handelen nodig is.Afwijken van beschermingsregels kan alleen onder strikte voorwaarden.Voor Natura 2000-gebieden mag dat alleen als er geen andere oplossingis, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang(waaronder het beschermen van de gezondheid van mensen en deopenbare veiligheid) en eventuele schade wordt gecompenseerd31. Voorbeschermde soorten gelden vergelijkbare voorwaarden32. Daarbij moet22Artikelen 1.2, 1.6 en 1.7 Omgevingswet23Artikelen 11.6 en 11.27 Besluit activiteiten leefomgeving24Artikel 2.18 Omgevingswet; artikelen 3.57 en 3.59 Besluit kwaliteit leefomgeving25Artikel 2.19 Omgevingswet; artikelen 3.59 en 3.62 Besluit kwaliteit leefomgeving26Artikel 3.56 Besluit kwaliteit leefomgeving27Artikelen 12 lid 1, 14 lid 9 en 15 lid 3 Natuurherstelverordening28Kamerstuk 31.793, nr. 162, bijlage 791816. «Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2016»29Kamerstuk 30.821, nr. 165, bijlage. «Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid 2022»30Artikel 6 lid 3 Habitatrichtlijn; ECLI:EU:C:2023:96631Artikel 6 lid 4 Habitatrichtlijn32Artikelen 12, 13 en 16 Habitatrichtlijn; artikelen 5, 9 en 13 VogelrichtlijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3365 onder meer worden voorkomen dat de gunstige staat van instandhoudingvan de soort wordt aangetast.Ook voor brandweerzorg, crisisbeheersing en brandpreventie zijnwettelijke taken en regels vastgelegd. Het college van burgemeester enwethouders is verantwoordelijk voor de organisatie van brandweerzorg,rampenbestrijding en crisisbeheersing33; de burgemeester heeft het gezagbij brand en ongevallen waarbij de brandweer optreedt34; en de veilig-heidsregio inventariseert risico’s, stelt een risicoprofiel op en adviseertover brandpreventie en veiligheid35. Rook- en vuurverboden kunnen viade Algemene Plaatselijke Verordening worden geregeld. Daarnaastmoeten omgevingsplannen rekening houden met risico’s van branden,rampen en crises36, moet natuurbrand worden opgenomen op deprovinciale risicokaart37 en gelden in natuurgebieden regels over hetvoorkomen en melden van brandgevaar38. Onzorgvuldig of gevaarzettendhandelen kan strafrechtelijke en civielrechtelijke gevolgen hebben39.Verder moet voor calamiteiten waarbij weersomstandigheden eenbelangrijke rol spelen, tijdig worden gewaarschuwd40. Dit geldt ook voornatuurbranden, die sterk kunnen samenhangen met droogte, hitte enwind. Het KNMI kan hierbij ondersteuning bieden41. Daarnaast kan decommissaris van de Koning bijdragen aan het bevorderen van desamenwerking tussen betrokken partijen42.Beoogde aanpassingen OmgevingswetAfgelopen najaar nam de Kamer de motie van voormalig lid Veltman aanover de voorbereiding van wetgeving ter voorkoming en beperking vannatuurbranden43. De bestaande wettelijke kaders bieden aanknopings-punten voor natuurbrandbeheersing, maar zij leiden nog niet vanzelf toteen samenhangende, gebiedsgerichte en bestuurlijk geborgde aanpak. DeOmgevingswet bevat al belangrijke uitgangspunten over samenhang inde fysieke leefomgeving, zorgplichten, afstemming tussen bestuursor-ganen en het betrekken van risico’s van branden, rampen en crises bijomgevingsplannen. Tegelijkertijd is natuurbrandbeheersing daarin nogonvoldoende expliciet verankerd als opgave waarbij bewustwording,preventie, mitigatie, bestrijding en herstel met elkaar worden verbondenen gezamenlijk door betrokken partijen worden nagestreefd.Daarom wordt bekeken hoe een samenhangende, gebiedsgerichte aanpaknadrukkelijker in het stelsel van de Omgevingswet kan wordenopgenomen. Het doel is niet een nieuw stelsel te creëren, maar hetduidelijker verbinden en uitvoerbaarder maken van bestaande verant-woordelijkheden. Vanuit het oogpunt van bescherming van de fysiekeleefomgeving (waaronder natuur) biedt de Omgevingswet daarvoor hetaangewezen kader.33Artikelen 2 en 3 Wet veiligheidsregio’s34Artikel 4 Wet veiligheidsregio’s35Artikelen 10, 15 en 25 Wet veiligheidsregio’s36Artikel 5.2 Besluit kwaliteit leefomgeving37Artikel 2 lid 1 Regeling provinciale risicokaart38Artikelen 6.1, 6.2 en 6.3 Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen39Artikelen 157, 158, 159, 429 en 461 Wetboek van Strafrecht; Artikel 162 Burgerlijk WetboekBoek 6; ECLI:NL:HR:1965:AB7079; ECLI:NL:HR:1988:AD0344; ECLI:NL:HR:2004:AO422440Artikel 3 lid 1 onderdeel b Wet taken meteorologie en seismologie41Artikel 8 lid 1 en 2 Regeling taken meteorologie en seismologie42Artikel 1 Ambtsinstructie commissaris van de Koning43Kamerstuk 33.576, nr. 457. «Motie verzoekt de regering om regie te pakken en wetgeving voorte bereiden die gericht is op het voorkomen en beperken van natuurbranden»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3366 Daarbij worden twee wettelijke ingrepen verkend, waarbij wordt aange-sloten bij de lijn die eerder richting de Kamer is geschetst44. Ten eerstewordt bekeken of onder de Omgevingswet een verplicht programma voornatuurbrandbeheersing kan worden geïntroduceerd. Een verplichtprogramma kan de bestuurlijke samenhang borgen en per natuurbrandri-sicogebied doelen, maatregelen, prioriteiten, verantwoordelijkheden enrestrisico’s inzichtelijk maken. Daarbij ligt het voor de hand dat provincieseen centrale rol krijgen bij het opstellen van deze programma’s, gelet ophun rol in natuurbeleid, gebiedsprocessen en de fysieke leefomgeving.Gemeenten, veiligheidsregio’s, terreinbeheerders en andere relevantepartijen worden daarbij betrokken.Ik zal hierover binnenkort bestuurlijk ingesprek gaan met de provincies en bezien of nadere samenwerkingsaf-spraken kunnen worden vastgesteld voor de periode tot aan de wettelijkeverankering.Ten tweede wordt bezien of een specifieke zorgplicht kan wordenopgenomen voor het voorkomen en beperken van natuurbrandrisico’s. DeOmgevingswet kent al een algemene zorgplicht voor de fysieke leefom-geving, maar een nadere explicitering kan verduidelijken wat in natuur-brandrisicogebieden redelijkerwijs van eigenaren, beheerders, gebruikersen overige partijen mag worden verwacht. Zo wordt de verantwoorde-lijkheid voor natuurbrandbeheersing niet alleen in beleid en planvormingvastgelegd, maar ook verbonden met het dagelijks beheer en gebruik vankwetsbare gebieden.Duurzaam investeren in natuurbrandbeheersingAangezien Nederland vaker en intensiever met natuurbranden te makenkrijgt, blijft investeren in voorkomen en beperken essentieel. Daarmeeworden schade, herstelkosten, maatschappelijke ontwrichting enbestrijdingskosten beperkt. Investeringen op de korte termijn leveren laterbesparingen op. De schade van één onbeheersbare natuurbrand kan velemalen groter zijn dan de kosten van risicobeheersing. Tijdige risicobe-perking is daarmee niet alleen noodzakelijk vanuit het oogpunt vanveiligheid en leefbaarheid, maar ook doelmatig vanuit economisch enecologisch perspectief.Op de begroting van LVVN is voor de periode 2024 tot en met 2030€ 70 miljoen beschikbaar voor het voorkomen en beperken van natuur-branden45. De Kamer is eerder geïnformeerd over de besteding van dezemiddelen in twee tranches: circa € 12 miljoen in de eerste tranche46 encirca € 58 miljoen in de tweede tranche47. Over de inzet van circa€ 29 miljoen voor risicobeperkende maatregelen binnen de tweedetranche moest nog besluitvorming plaatsvinden. Dat besluit is inmiddelsgenomen. De middelen worden zo spoedig mogelijk via eendecentralisatie-uitkering overgeheveld naar de provincies. Daarbij is hetvan belang dat zij, in overleg met natuurbeheerders, bekijken hoe demiddelen effectief en efficiënt kunnen worden ingezet en aangewend voormaatregelen die bijdragen aan een brandveilig landschap. De komendeperiode blijft hierover nauw overleg met de provincies plaatsvinden, metoog voor de gezamenlijke verantwoordelijkheid en een zorgvuldige eneffectieve benutting van de middelen. Daarmee komt de inzet van debeschikbare € 70 miljoen neer op circa € 59 miljoen voor planvorming en44Kamerstuk 30.821, nr. 306. Kamerbrief «Samen sterker tegen natuurbranden»45Kamerstuk 30.821, nr. 229. Kamerbrief «Op weg naar een integrale aanpak van natuurbrandbe-heersing»46Kamerstuk 30.821, nr. 240. Kamerbrief «Investeren in de preventie en mitigatie vannatuurbranden»47Kamerstuk 30.821, nr. 306. Kamerbrief «Samen sterker tegen natuurbranden»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3367 risicobeperkende maatregelen, en circa € 11 miljoen voor kennisontwik-keling en innovatie.Tijdens mijn werkbezoek over natuurbranden op de Utrechtse Heuvelrugvan 6 mei 2026 hebben de Kring van de commissarissen van de Koning,het Veiligheidsberaad, het IPO, de Vereniging van Bos- en Natuurterrein-eigenaren en de Unie van Bosgroepen benadrukt dat natuurbrandbe-heersing meer vergt dan een eenmalige investering en blijvende inzetvraagt.Deze gezamenlijke oproep weegt zwaar, omdat hierin gezag, bestuur,veiligheid, natuur, eigendom, beheer en uitvoering samenkomen. Zijpleiten voor structurele financiële ondersteuning van jaarlijks€ 45 miljoen, zodat zij gezamenlijk invulling kunnen geven aan dezeopgave en aan de voorgenomen nieuwe wettelijke taken. Met dezemiddelen willen zij onder andere structureel beleid ontwikkelen, beheer-en inrichtingsmaatregelen nemen, werken aan landelijke inzetbarespecialistische natuurbrandteams, gezamenlijk oefenen en trainen. Ookkunnen zij met het KNMI en het beoogde nationaal centrum voornatuurbrandbeheersing werken aan projecten van nationaal belang, zoalseen vernieuwde wetenschappelijk onderbouwde waarschuwingssyste-matiek voor natuurbrandgevaar.Voorop staat dat ik het zeer waardeer dat medeoverheden en natuurbe-heerders bereid zijn gezamenlijk bij te dragen aan het beschermen van desamenleving en het realiseren van weerbare natuur. Ik zal beoordelenwelke mogelijkheden er zijn binnen de beschikbare middelen voor natuuruit het Coalitieakkoord, maar ik kan nu niet op de besluitvormingvooruitlopen.Tot slotBij de hierboven beschreven aanpak neemt de overheid haar verantwoor-delijkheid door duidelijke kaders te stellen en regie te voeren, met zorgvoor mensen, dieren, natuur en de leefomgeving. Tegelijkertijd blijft erruimte voor lokale en regionale afwegingen. De intrinsieke waarde van denatuur vraagt daarbij om een zorgvuldige omgang met ecosystemen, ookwanneer veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. Samenwerking tussenbetrokken partijen is daarbij onmisbaar, omdat natuurbranden zich niethouden aan bestuurlijke, eigendoms- of gebiedsgrenzen. Daarbij is ookeen eerlijke verdeling van kosten, verantwoordelijkheden en maatregelentussen overheden, terreinbeheerders en gebruikers van belang.De natuurbranden van de afgelopen weken tonen dat natuurbrandbe-heersing geen abstracte beleidsopgave is. Het gaat om mensen die hunwoning, bedrijf of recreatieplek bedreigd zien. Het gaat om hulpverlenersdie onder moeilijke omstandigheden hun werk doen. Het gaat om natuurdie snel zwaar beschadigd kan raken. En het gaat om een samenleving diesteeds vaker te maken krijgt met de gevolgen van een veranderendklimaat.De les is helder: Nederland moet leren leven met een groter natuurbran-drisico, zonder zich daarbij neer te leggen. Risico’s kunnen omlaag doorgebieden slimmer in te richten, natuur robuuster te maken, hulpdienstenbeter te ondersteunen, te zorgen voor goede publiekscommunicatie enbestuurlijk scherper te organiseren wie wanneer aan zet is. Dat vraagt omvasthoudendheid en bereidheid om vooruit te kijken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3368 Ik zal uw Kamer blijven informeren over de ontwikkelingen en voortgang.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3369

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ae285944e247f588

14 okt 2026 · bcaa7f1e16ad4519

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.