KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering" (Kamerstuk 36410-VIII-136)

4 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c9bc8838ec907906 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2026Nr. 21 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 4 december 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister en deStaatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief van18 juni 2024 over de kabinetsreactie advies Onderwijsraad «Onderwijs alsinvestering» (Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 136).De vragen en opmerkingen zijn op 10 september 2024 aan de Minister ende Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bijbrief van 4 december 2025 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Bosnjakovic kst-36800-VIII-21ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 211 InhoudIVragen en opmerkingen uit de fracties2•Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2•Inbreng van de leden van de VVD-fractie4•Inbreng van de leden van de NSC-fractie4•Inbreng van de leden van de D66-fractie5•Inbreng van de leden van de BBB-fractie6•Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie7IIReactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur enWetenschap en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap7 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met zorg kennisge-nomen van de onderhavige kabinetsreactie. Hun zorg betreft niet zozeerde inhoud van de brief, maar wel wat de consequenties zijn van dezeinhoud, nu de huidige bewindslieden aan de slag moeten met eenhoofdlijnenakkoord dat hen € 300 miljoen laat bezuinigen op funderendonderwijs en bijna € 1 miljard op hoger onderwijs. Ook de Rabobankwees onlangs erop dat de enorme bezuinigingen op onderwijs eninnovatie van € 12,6 miljard leiden tot een structurele verzwakking van deNederlandse economie.1 Wat is de reactie van de bewindslieden op dezeanalyse?Met lede ogen signaleren de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieondertussen dat het Nederlandse onderwijs er nu al beroerd voor staat:scholen kampen met lerarentekorten, de kansenongelijkheid neemt toe,veel jongeren hebben mentale klachten, er bestaan in Nederland circatweeëneenhalf miljoen laaggeletterden, en ons land bungelt onderaan deranking van PISA op het gebied van basisvaardigheden. Zij zien eenverband tussen deze problemen en specifieke kenmerken van hetNederlandse onderwijs: in het Nederlandse onderwijssysteem valt devroege selectie op en ouders die het zich kunnen veroorloven, kopenbijles en examentraining in en vergroten daarmee aanzienlijk de kansenop een succesvolle schoolloopbaan voor hun kinderen. Schoolmaaltijden,die in andere landen gebruikelijk zijn, dreigen na een voorzichtig begin,alweer te worden wegbezuinigd. Welke mogelijkheden zien de bewinds-lieden om binnen de grenzen van het hoofdlijnenakkoord de gesigna-leerde problemen nog aan te pakken?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat in 2022onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking enOntwikkeling (OESO)2 al heeft aangetoond dat meer investeringen inonderwijs leiden tot grotere economische groei dan bijvoorbeeldinvesteringen in nieuwe snelwegen. Dit onderzoek door de OESO richttezich op een nieuwe maatstaf voor onderwijs en menselijk kapitaal. Met diemaatstaf konden de onderzoekers aantonen dat er een keihard oorzakelijkverband is tussen structurele investeringen in onderwijs en economischegroei. Deze leden lezen in de kabinetsreactie ook een bevestiging vanaloude inzichten, zoals de stelling van Victor Hugo: «ouvrez des écoles,1https://www.rabobank.nl/kennis/s011428822-doorrekening-cpb-maskeert-verzwakking-van-nederlandse-economie2A new macroeconomic measure of human capital exploiting PISA and PIAAC: Linkingeducation policies to productivity (a1046e2e-en.pdf (oecd-ilibrary.org)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 212 vous fermerez des prisons», het Bildungsideaal van Wilhelm vonHumboldt en de tegeltjeswijsheid: «if you think education is expensive, tryignorance». Een regering die niet investeert in onderwijs, is dus een diefvan eigen staatskas. Wanneer denken de beide bewindslieden te kunnenkwantificeren wat de bezuinigingen uit het hoofdlijnenakkoord op delange termijn gaan betekenen voor de kwaliteit van ons onderwijs endaarmee voor de toekomst van ons land?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de Onderwijsraadterecht constateert dat een jaar extra onderwijs zich vertaalt in eengemiddelde stijging van het latere loon van ongeveer 5–10%. De Kamerheeft al in 2020 de motie van de leden Paternotte en Bruins aangenomen,die constateerde dat de modellen die het CPB3 gebruikt bij het doorre-kenen van verkiezingsprogramma’s, geen rekening houden met deeffecten van investeren in onderwijs en onderzoek op de welvaart en hetwelzijn van toekomstige generaties en de regering verzocht om het CPBde effecten van investeringen in kennis in kaart te laten brengen.4 Delende huidige bewindslieden de mening dat men bij de doorrekeningenrekening moet houden met de effecten van investeringen in onderwijs enonderzoek op de welvaart en het welzijn van toekomstige generaties.Welke consequenties verbinden zij daaraan? De toenmalige bewinds-lieden herkenden niet het beeld dat een gebrek aan inzicht in de baten vanhet onderwijs had geleid tot minder onderwijsinvesteringen. Wat er ookmoge zijn waargemaakt van onderwijsinvesteringen van het vorigeregeerakkoord, hoe rechtvaardigen de huidige bewindslieden hun inzet,nu het akkoord Hoop, lef en trots ons onderwijs bezuinigingen oplegt?De leden van de GroenLinks-fractie willen de opbrengsten van onderwijs-investeringen tevens bezien vanuit het perspectief van brede welvaart alsmaatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiëlewelvaart gaat het daarbij ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieuen leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)vei-ligheid. Het gaat zowel om de kwaliteit van leven in het «hier en nu», alsom de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen opandere plekken en voor toekomstige generaties. In 2016 heeft de tijdelijkecommissie-Grashoff haar bevindingen inzake het Breed Welvaartsbegripgepresenteerd. Hoe waarderen de bewindslieden de bijdrage vanonderwijsinvesteringen in het licht van deze bevindingen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de reactie op deadviezen ten aanzien van het hoger onderwijs en onderzoek moet wordenaangepast. De voorgenomen kabinetsbezuinigingen op hogescholen enuniversiteiten roepen de vraag op of het nog steeds zo is dat «deopbrengsten van onderwijs en het beschavingsargument wel degelijk inbeeld zijn bij de besluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting.»Kunnen de bewindslieden aangeven welke gevolgen de komendebezuinigingen op het budget voor hoger onderwijs, onderzoek enwetenschap zullen hebben op de opbrengsten en het beschavingsar-gument van onderwijs en of en zo ja in hoeverre dit leidt tot een funda-mentele heroverweging van deze bezuinigingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de toenmaligebewindslieden het CPB hebben verzocht om de brede welvaartseffectenvan onderwijs in kaart te brengen, maar het CPB bleek nog geeneenduidig causaal verband te kunnen vinden tussen langer extraonderwijs volgen en een betere gezondheid, maar wel een duidelijkcausaal verband tussen het langer volgen van extra onderwijs en3CPB: Centraal Planbureau4Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 89Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 213 verminderde criminaliteit. De toenmalige bewindslieden schreven over«scherpe keuzes over onderwijsuitgaven», waartoe deze inzichten zoudenleiden. Welke scherpe keuzes over de onderwijsuitgaven staan de huidigebewindslieden voor ogen, als zij willen voorkómen dat hun bezuinigen oponderwijs leiden tot korter volgen van onderwijs en dus meer crimina-liteit?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat over de zorg voorconsistente besluitvorming de toenmalige bewindslieden schreven dat zijhet belang van een sterke langetermijnvisie onderschreven. Zij verwezennaar de reeds afgeronde toekomstverkenning Vandaag is het 2040 overmbo5, hoger onderwijs en wetenschap, het rapport Koersen op kwaliteiten kansengelijkheid en het interdepartementaal beleidsonderzoek naar dedoelmatig hoger onderwijs Talent op de juiste plek, dat deze zomer isverschenen. In hoeverre kunnen deze leden erop vertrouwen dat dehuidige bewindslieden de aanbevelingen van deze documenten onver-minderd gestalte gaan geven?Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie danken de bewindslieden voor het toesturenvan de kabinetsreactie op het advies van de Onderwijsraad «Onderwijs alsinvestering». Zij hebben hier verder geen vragen over.Inbreng van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsre-actie op het advies van de Onderwijsraad «Onderwijs als investering».De leden van de NSC-fractie merken op dat de bewindslieden in hunreactie schrijven dat eerdere investeringen effect hebben gehad, maar datde omvang van het probleem vraagt om blijvende aandacht vooronderwijsinvesteringen. Deze leden pleiten voor een Herstelplan KwaliteitFunderend Onderwijs dat zorgt voor een integrale aanpak en structurelefinanciering van het onderwijs. Hoe kijken de bewindslieden tegen ditvoorstel aan?De leden van de NSC-fractie merken op dat in de brief van de Onder-wijsraad onderwijs als vorm van beschaving wordt genoemd en dat nietalle opbrengsten daarvan zich laten meten. De bewindslieden zijn het daarmee eens en komen in hun brief met een opsomming van voorbeeldendie juist een investering in het onderwijs laten zien. Tegelijkertijd schrijvende bewindslieden later ook dat niet alles zich laat meten. Deze ledenvinden ook dat de waarde van onderwijs groter is dan dat wat enkel kanworden gemeten, tegelijkertijd hechten zij er waarde aan te kijken naarwat er wel gemeten kan worden. De rapporten van de Rekenkamer latenzien dat er weinig tot geen zicht of controle is op de resultaten vanuitgekeerde incidentele onderwijssubsidies. Deze leden vragen debewindslieden of zij dit onderschrijven en hoe zij de komende tijd meerfocus op concrete meetbare doelen willen leggen.De leden van de NSC-fractie lezen in de brief van de bewindslieden ookeen reactie op de aanbeveling: geef onderwijs een stevige positie in debrede-welvaartsaanpak. Deze leden vragen de bewindslieden hoe zij «hetbeschavingsargument sterker mee te laten wegen in de besluitvormingover onderwijsuitgaven» en «het advies om onderwijs een sterke positiete geven in de brede-welvaartsaanpak» gaan wegen ten opzichte van de5mbo: middelbaar beroepsonderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 214 bestaande problemen in het onderwijs die aangepakt moeten worden ende investeringen die daarvoor nodig zijn.Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie bedanken de bewindslieden voor deuitgebreide aanleiding van het adviesrapport van de Onderwijsraad«Onderwijs als investering». Naar aanleiding van de kabinetsreactiehebben deze leden enkele vragen.Verschil vorige ten opzichte van het huidige kabinetDe leden van de D66-fractie constateren dat de Onderwijsraad adviseertom de opbrengsten van onderwijs structureel mee te nemen bij hetopstellen van de rijksbegroting. Dit advies verwijst in het bijzonder naarniet-meetbare en bredere opbrengsten van onderwijs en heeft als doel omonderwijs niet langer als kostenpost maar als investering te zien. Dezeleden lezen dat de bewindslieden stellen dat zij niet erkennen datonderwijs een kostenpost is, onder verwijzing naar de forse investeringendie het afgelopen kabinet heeft gedaan. Deze leden vragen de bewinds-lieden te reflecteren of deze actuele bezuinigingen niet juist het beeldbevestigen dat het kabinet het onderwijs toch voornamelijk ziet als eenkostenpost.Waarde van onderwijsinvesteringenDe leden van de D66-fractie delen de opvatting van de Onderwijsraad datonderwijs welvaart oplevert in brede zin van het woord. Deze ledenmaken zich zorgen over de effecten die de huidige bezuinigingen hebbenop de brede welvaart. Deze leden vragen de bewindspersonen dit uit tewerken. Wat is het effect van deze bezuinigingen op het verdienvermogenvan mensen? Wat is het effect van deze bezuinigingen op gezond gedrag?Wat is het effect van deze bezuinigingen op ontwikkeling van burger-schap? Wat is het effect van deze bezuinigingen op effecten op de kans opwerk? Wat is het effect van deze bezuinigingen op sociaal en cultureelkapitaal van mensen? Deze leden vragen de bewindspersonen, mochtenzij hier niet expliciet antwoord op kunnen geven, hier wel op te reflec-teren. Daarnaast vragen deze leden de bewindspersonen of zij de visievan deze leden delen dat niet alle opbrengsten van onderwijsinveste-ringen meetbaar zijn.De leden van de D66-fractie lezen dat de Rabobank constateert dat debezuinigingen op innovatie en onderwijs, zoals beschreven in hetHoofdlijnenakkoord, leiden tot minimaal € 27 miljard aan gederfdeeconomische groei. Daarnaast constateren de leden dat Baarsma e.a.stellen dat onderwijs de belangrijkste determinant is van de groeiarbeidsproductiviteit. Ook lezen zij dat de AWTI6 recent stelde dat eennieuw kabinet structureel in Research & Development zou moeteninvesteren. Deze leden vragen de bewindslieden om hierop te reflecteren.Zien de bewindslieden een risico in de nadruk op beleid gericht op dekorte termijn, terwijl investeren in onderwijskwaliteit op de lange termijnjuist bijdraagt aan een sterke kenniseconomie en duurzame economischegroei? Gezien het belang dat dit kabinet hecht aan het versterken van dekenniseconomie, zouden deze leden graag horen hoe de bewindsliedendeze afweging maken.6AWTI: Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 215 Advies 1: brede-welvaartsaanpakDe leden van de D66-fractie stellen het op prijs te lezen dat de bewinds-personen op het advies zich voornemen meer inzicht te krijgen in de batenvan onderwijsinvesteringen. Deze leden missen in de kabinetsreactieechter een voornemen om de baten structureel mee te wegen in toekom-stige rijksbegrotingen. Welke plannen hebben de bewindslieden om debesluitvorming aangaande rijksbegrotingen te veranderen, zo vragen dezij. Welke onderzoeken en/of acties lopen er om de kosten en batenstructureel mee te wegen? Ook vragen deze leden de bewindslieden ominzichtelijk te maken hoe de lange termijn factoren, en vooral niet-meetbare factoren, in overweging zijn genomen tijdens het opstellen vande huidige begroting.De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de huidige kwaliteitvan het onderwijs, met het oog op de dalende basisvaardigheden vanonze leerlingen en een stijgende druk op leraren en studenten. Daarnaastmaken deze leden zich zorgen om de blijvende kansenongelijkheid binnenhet onderwijs. De bewindslieden benadrukken in hun reactie dat onder-wijsinvesteringen cruciaal zijn om de kansengelijkheid in het onderwijs teverbeteren. Deze leden vragen de bewindslieden waarom zij in dat kaderbezuinigen op kansengelijkheid.Advies 2: wees een betrouwbare overheidDe leden van de D66-fractie lezen dat een van de adviezen van deOnderwijsraad is om consistent beleid te voeren op het gebied vanonderwijs. De structurele investeringen die D66 in de afgelopen jarenheeft gedaan, bijvoorbeeld door middel van meerjarige sectorplannen,laten zien dat deze leden dit belang delen. Deze leden zien dat verschil-lende onderwijsinstellingen hebben aangegeven dat het afschaffen van desectorplannen en de bezuinigingen op onderwijs in brede zin hetvertrouwen tussen hen en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap schaadt. Instellingen hebben hierbij ook aangegeven bereidte zijn om hiertegen te procederen. Deze leden vragen de bewindsliedenexpliciet te reageren op deze kritiek vanuit de onderwijssector, in het lichtvan de eerdere steun voor de aanbevelingen van de Onderwijsraad. Welkesignalen hebben de bewindspersonen vanuit het veld ontvangen overdeze bezuinigingen? Hoe beoordelen de bewindslieden «de houding vanhet onderwijsveld» ten opzichte van deze bezuinigingen?Advies 3: onderwijs als kwestie van beschavingDe leden van de D66-fractie lezen dat de Onderwijsraad stelt dat inves-teren in onderwijs een kwestie is van beschaving. Deze leden vragen debewindslieden of zij deze onderwijsbezuinigingen beschaafd vinden.Daarnaast zijn deze leden van mening dat de overheid de grondwettelijkeplicht heeft om kwalitatief onderwijs te garanderen voor iedereen. Dezeleden vragen de bewindslieden hoe deze onderwijsbezuinigingen zichverhouden tot deze taak. Zij vragen de bewindslieden tevens om toe telichten hoe deze onderwijsbezuinigingen bijdragen kritische denkvaardig-heden, burgerschap en culturele ontwikkeling.Inbreng van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief van debewindslieden over het advies van de Onderwijsraad getiteld «Onderwijsals investering». Deze leden hebben enige vragen en opmerkingen bij debrief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 216 De leden van de BBB-fractie herkennen zich niet in het beeld dat eengebrek aan inzicht in de baten van onderwijs heeft geleid tot minderonderwijsinvesteringen. De forse investeringen in de laatste jaren tonenaan dat de opbrengsten van onderwijs wel degelijk in beeld zijn bij debesluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting.In de reactie op aanbeveling «zorg voor consistente besluitvorming, metoog voor de lange termijn» lezen de leden van de BBB-fractie dattransities in duurzaamheid hun weerslag vinden in het onderwijs. Kannader worden toegelicht wat het verband tussen deze opmerking en deaanbevelingen van de Onderwijsraad is? Dit is wat deze leden betreft nietgeheel duidelijk.Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat aanvullend onderzoek naarbrede welvaartsindicatoren onverminderd belangrijk wordt gevonden.Tegelijkertijd wordt gesteld dat planbureaus momenteel werken aan eenkernset van indicatoren voor brede welvaart die een plek moeten krijgenin de ramings- en begrotingscyclus van het CPB en de rijksoverheid.Tevens brengt de Monitor Brede Welvaart van het CBS7 de ontwikkelingvan brede welvaartsindicatoren van de verschillende ministeries in kaart.Deze leden merken hierbij op dat deze twee ontwikkelingen eerst moetenworden afgerond, voordat kan worden gesteld dat aanvullend onderzoeknodig is.Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van dekabinetsreactie op het advies van de Onderwijsraad «Onderwijs alsinvestering». Deze leden vinden het een goede zaak dat het belang vanblijvende investeringen in het onderwijs benoemd wordt, juist voor deopbrengsten die niet altijd meetbaar zijn. Deze leden vragen in dat kadernaar de ambities van de bewindslieden op het gebied van brede welvaart.Zijn de bewindslieden voornemens om het bredewelvaartsperspectiefverder te verankeren in het (begrotings)beleid van het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap?Ook vragen de leden van de ChristenUnie-fractie de bewindslieden of zijwillen reflecteren op de aangekondigde bezuinigingen op onderwijs enonderzoek in het licht van het advies van de Onderwijsraad. Welkebredewelvaartseffecten verwachten de bewindslieden dat de bezuini-gingen gaan hebben, bijvoorbeeld als het gaat om de effecten op debasisvaardigheden en kansengelijkheid? Daarbij vragen deze leden debewindslieden in het bijzonder te reflecteren op de gevolgen voor debrede welvaart van het afschaffen van de maatschappelijke diensttijd enhet invoeren van de langstudeerboete, aangezien deze twee voorge-nomen maatregelen onderdeel zijn van de portefeuille van de bewindsper-sonen op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.II Reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschapen Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap In dit schriftelijk verslag heeft uw vaste commissie voor Onderwijs,Cultuur en Wetenschap vragen gesteld naar aanleiding van onze brief van18 juni 2024 inzake de kabinetsreactie op het advies van de Onderwijsraad«Onderwijs als investering» (Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 136). Wij dankende leden voor de door hen gestelde vragen, waarop wij hierna per vraagingaan.7CBS: Centraal Bureau voor de StatistiekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 217 Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met zorg kennisge-nomen van de onderhavige kabinetsreactie. Hun zorg betreft niet zozeerde inhoud van de brief, maar wel wat de consequenties zijn van dezeinhoud, nu de huidige bewindslieden aan de slag moeten met eenhoofdlijnenakkoord dat hen € 300 miljoen laat bezuinigen op funderendonderwijs en bijna € 1 miljard op hoger onderwijs. Ook de Rabobankwees onlangs erop dat de enorme bezuinigingen op onderwijs eninnovatie van € 12,6 miljard leiden tot een structurele verzwakking van deNederlandse economie.8 Wat is de reactie van de bewindslieden op dezeanalyse?Wij hebben kennisgenomen van de conclusies van de Rabobank. Hetuiteindelijke effect van de bezuinigingen laat zich echter lastig inschatten.Ook het CPB stelt dat het op dit moment (nog) niet mogelijk is om deeffecten van investeringen in onderwijs en innovatie op economischegroei of het bbp betrouwbaar te ramen. Het rendement van elke onder-wijsinvestering is namelijk anders: een geïnvesteerde euro kan bij de enemaatregel meer rendement opleveren dan bij de andere.9 Er zijn in deVoorjaarsnota keuzes gemaakt om uiteenlopende maatschappelijkeopgaven en politieke wensen mogelijk te maken. Hierbij is ook een deelvan de rekening bij OCW neergelegd.10Met lede ogen signaleren de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieondertussen dat het Nederlandse onderwijs er nu al beroerd voor staat:scholen kampen met lerarentekorten, de kansenongelijkheid neemt toe,veel jongeren hebben mentale klachten, er bestaan in Nederland circatweeëneenhalf miljoen laaggeletterden, en ons land bungelt onderaan deranking van PISA op het gebied van basisvaardigheden. Zij zien eenverband tussen deze problemen en specifieke kenmerken van hetNederlandse onderwijs: in het Nederlandse onderwijssysteem valt devroege selectie op en ouders die het zich kunnen veroorloven, kopenbijles en examentraining in en vergroten daarmee aanzienlijk de kansenop een succesvolle schoolloopbaan voor hun kinderen. Schoolmaaltijden,die in andere landen gebruikelijk zijn, dreigen na een voorzichtig begin,alweer te worden wegbezuinigd. Welke mogelijkheden zien de bewinds-lieden om binnen de grenzen van het hoofdlijnenakkoord de gesigna-leerde problemen nog aan te pakken?Het kabinet heeft ook gezien dat in de afgelopen jaren de onderwijspres-taties van leerlingen achterbleven bij voorgaande jaren, alhoewel in hetbasisonderwijs tekenen van herstel in de leergroei van leerlingen (tenopzichte van Corona) zichtbaar zijn.11 De inzet van het inmiddelsdemissionaire kabinet Schoof is daarom geweest om de basis weer oporde te krijgen met allerlei maatregelen ter versterking van de kwaliteitvan het onderwijs, zoals het Masterplan Basisvaardigheden waarmee nual zo’n 1,5 miljoen leerlingen in het po, vo en (v)so geholpen worden. Metde aanpak basisvaardigheden in het mbo is hier in het vervolgonderwijsop doorgepakt. Omdat ieder talent zich moet kunnen ontwikkelen isbesloten om de gratis schoolmaaltijden voort te zetten, waarvoor vanaf8https://www.rabobank.nl/kennis/s011428822-doorrekening-cpb-maskeert-verzwakking-van-nederlandse-economie9Zie bijvoorbeeld de CPB publicatie Kansrijk onderwijsbeleid – update (2020).10Kamerbrief met reactie op het terugtrekken van de sociale partners uit de gesprekken rondomhet Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl11Kamerbrief bij 6e voortgangsrapportage NP Onderwijs funderend onderwijs | Kamerstuk |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 218 2025 structureel geld beschikbaar is.12 Op een lege maag kunnen kinderenzich niet goed concentreren om te leren. Naast het vergroten van debetrokkenheid van leerlingen binnen de school draagt het programma vande schoolmaaltijden ook bij aan de aanpak van onder andere kinderar-moede door middel van een gezamenlijke benadering in het sociaaldomein op het gebied van zorg, onderwijs, leefomgeving en veiligheid.Met het programma School en Omgeving ondersteunen we de leerlingendie dit het hardst nodig hebben met extra leer- en ontwikkeltijd. Hiervooris een nieuwe subsidieregeling opengesteld, waarbij scholen met dehoogste onderwijsachterstanden prioriteit krijgen. Ook de regelingBrugfunctionaris zetten we voort. Een brugfunctionaris legt de verbindingtussen het gezin thuis, het kind op school en – waar nodig – met professi-onals, instanties en partners in de wijk. Zo hebben ouders iemand dienaast hen staat, kunnen leerkrachten en docenten zich blijven concen-treren op hun kerntaak en komen leerlingen beter aan leren toe en doenze extra vaardigheden en ervaringen op. Tot slot zetten we in het op hetvergaren en delen van kennis om de kansenongelijkheid aan te pakken.Daarbij valt te denken aan het volgen van de loopbaan van leerlingen,specifiek op overgangen in ons onderwijsstelsel. Ook monitoren we ondermeer brede scholengemeenschappen, schoolkosten, de vrijwilligeouderbijdrage, aanvullend onderwijs en een leerlingvolgsysteem in hetvoortgezet onderwijs. Doel is om alle kinderen de kans te geven om goedonderwijs te volgen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat in 2022onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking enOntwikkeling (OESO)13 al heeft aangetoond dat meer investeringen inonderwijs leiden tot grotere economische groei dan bijvoorbeeldinvesteringen in nieuwe snelwegen. Dit onderzoek door de OESO richttezich op een nieuwe maatstaf voor onderwijs en menselijk kapitaal. Met diemaatstaf konden de onderzoekers aantonen dat er een keihard oorzakelijkverband is tussen structurele investeringen in onderwijs en economischegroei. Deze leden lezen in de kabinetsreactie ook een bevestiging vanaloude inzichten, zoals de stelling van Victor Hugo: «ouvrez des écoles,vous fermerez des prisons», het Bildungsideaal van Wilhelm vonHumboldt en de tegeltjeswijsheid: «if you think education is expensive, tryignorance». Een regering die niet investeert in onderwijs, is dus een diefvan eigen staatskas. Wanneer denken de beide bewindslieden te kunnenkwantificeren wat de bezuinigingen uit het hoofdlijnenakkoord op delange termijn gaan betekenen voor de kwaliteit van ons onderwijs endaarmee voor de toekomst van ons land?Wij onderschrijven de positieve effecten van onderwijs op economischegroei. Het effect van onderwijsinvesteringen laat zich echter lastigkwantificeren. Ook het CPB stelt dat het op dit moment (nog) niet mogelijkis om de effecten van investeringen in onderwijs en innovatie opeconomische groei of het bbp betrouwbaar te ramen. Het rendement vanelke onderwijsinvestering is namelijk anders.14 Het CPB is in het kader vanontwikkeling van brede welvaartsindicatoren wel bezig met het ontwik-kelen van een menselijk kapitaal indicator. Hiermee kan de ontwikkelingvan menselijk kapitaal, een belangrijke uitkomst van onderwijsinveste-ringen, gemonitord worden. Een eerste toepassing daarvan is te vinden in12Het kabinet heeft structureel 135 miljoen euro vrijgemaakt voor schoolmaaltijden. HetJeugdeducatiefonds en het Rode Kruis blijven daardoor ook in de schooljaren 2024–2025 en2025–2026 het programma uitvoeren.13A new macroeconomic measure of human capital exploiting PISA and PIAAC: Linkingeducation policies to productivity | OECD14Zie bijvoorbeeld Kansrijk onderwijsbeleid – update 2020 (cpb.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 219 de recent verschenen editie van Keuzes in kaart (KiK) waarin de verwachteimpact van voorstellen van politieke partijen op de hoeveelheid menselijkkapitaal in beeld is gebracht.15De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de Onderwijsraadterecht constateert dat een jaar extra onderwijs zich vertaalt in eengemiddelde stijging van het latere loon van ongeveer 5–10%. De Kamerheeft al in 2020 de motie van de leden Paternotte en Bruins aangenomen,die constateerde dat de modellen die het CPB16 gebruikt bij het doorre-kenen van verkiezingsprogramma’s, geen rekening houden met deeffecten van investeren in onderwijs en onderzoek op de welvaart en hetwelzijn van toekomstige generaties en de regering verzocht om het CPBde effecten van investeringen in kennis in kaart te laten brengen.17 Delende huidige bewindslieden de mening dat men bij de doorrekeningenrekening moet houden met de effecten van investeringen in onderwijs enonderzoek op de welvaart en het welzijn van toekomstige generaties.Welke consequenties verbinden zij daaraan? De toenmalige bewinds-lieden herkenden niet het beeld dat een gebrek aan inzicht in de baten vanhet onderwijs had geleid tot minder onderwijsinvesteringen. Wat er ookmoge zijn waargemaakt van onderwijsinvesteringen van het vorigeregeerakkoord, hoe rechtvaardigen de huidige bewindslieden hun inzet,nu het akkoord Hoop, lef en trots ons onderwijs bezuinigingen oplegt?Het kabinet onderkent, net als het CPB overigens, dat onderwijs,onderzoek en innovatie een positief effect hebben op de toekomstigewelvaart. Om redenen die hierboven al omschreven zijn, laten de(langetermijn)effecten van onderwijsinvesteringen zich echter nietmakkelijk kwantificeren. Het CPB geeft aan dat het op dit moment nietmogelijk is om langetermijn bbp-/groei-effecten van de uitgaven aanonderwijs en innovatie betrouwbaar te modelleren en te ramen, omdathet rendement van elke onderwijseuro anders is en sterk afhangt van devormgeving van specifieke maatregelen.Dit neemt echter niet weg dat er wel oog moet zijn voor de welvaart enhet welzijn van toekomstige generaties. Het CPB heeft mede om die redende eerder genoemde indicator van menselijk kapitaal geïntroduceerd zoalsdie is toegepast in de recente editie van Keuzes in Kaart (KiK).18 Onder-wijsinvesteringen zijn een belangrijke bron van toekomstige welvaart.Investeringen in onderwijs en innovatie dragen bij aan toekomstigverdienvermogen en persoonlijke welvaart. Juist doordat de baten vanonderwijs zich pas op lange termijn voordoen, is het belangrijk om deimpact van zowel investeringen als bezuinigingen voor toekomstigewelvaart en welzijn scherp in het vizier te houden. Daarom is onzeprioriteit om de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. Dat doen weonder andere door met het Masterplan Basisvaardigheden extra focus teleggen op het verbeteren van de lees-, schrijf- en rekenvaardigheid vanonze leerlingen. Gelijke kansen beginnen met goed leren lezen, schrijvenen rekenen.De leden van de GroenLinks-fractie willen de opbrengsten van onderwijs-investeringen tevens bezien vanuit het perspectief van brede welvaart alsmaatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiëlewelvaart gaat het daarbij ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieuen leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)vei-ligheid. Het gaat zowel om de kwaliteit van leven in het «hier en nu», als15Keuzes in Kaart 2027–2030 | CPB Website.16CPB: Centraal Planbureau17Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 8918Keuzes in Kaart 2027–2030 | CPB Website.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2110 om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen opandere plekken en voor toekomstige generaties. In 2016 heeft de tijdelijkecommissie-Grashoff haar bevindingen inzake het Breed Welvaartsbegripgepresenteerd. Hoe waarderen de bewindslieden de bijdrage vanonderwijsinvesteringen in het licht van deze bevindingen?De commissie-Grashoff constateert19 dat het bruto binnenlands productnooit bedoeld is geweest om brede welvaart te meten. Brede welvaartomvat veel meer dan dat, zoals ook onze gezondheid en veiligheid.Onderwijs draagt hier op vele manieren aan bij20, zowel op jongere als oplatere leeftijd. Dit is bij ons welbekend, en dit gegeven nemen wij ook meein ons beleid. Door een verstandige inzet van financiële middelen vooronderwijs, cultuur en wetenschap is ons doel om de kwaliteit van onsonderwijs, met alle brede welvaartseffecten van dien, te verbeteren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de reactie op deadviezen ten aanzien van het hoger onderwijs en onderzoek moet wordenaangepast. De voorgenomen kabinetsbezuinigingen op hogescholen enuniversiteiten roepen de vraag op of het nog steeds zo is dat «deopbrengsten van onderwijs en het beschavingsargument wel degelijk inbeeld zijn bij de besluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting.»Kunnen de bewindslieden aangeven welke gevolgen de komendebezuinigingen op het budget voor hoger onderwijs, onderzoek enwetenschap zullen hebben op de opbrengsten en het beschavingsar-gument van onderwijs en of en zo ja in hoeverre dit leidt tot een funda-mentele heroverweging van deze bezuinigingen.Het kabinet heeft met het hoofdlijnenakkoord gekozen om in verschillendemaatschappelijke doelen zoals veiligheid en bestaanszekerheid teinvesteren en de lasten voor burgers en bedrijven te verlichten. Dit ismede mogelijk gemaakt door met verschillende maatregelen te bezui-nigen op het hoger onderwijs en onderzoek.Tegelijkertijd blijven investeringen in het hoger onderwijs, de wetenschapen innovatie behouden. Met het Nationaal Versterkingsplan vanMicrochip-Talent investeert het kabinet gericht in technisch talent enonderwijs voor de microchipsector. Hiervoor is tot en met 2030 incidenteel€ 450 miljoen beschikbaar en vanaf 2031 is er structureel € 80 miljoen perjaar gereserveerd. Daarnaast zet het Kabinet de Nationale Groeifondspro-gramma’s uit de eerste drie ronden door, waarmee we de komende 10 jaarruim € 11 miljard investeren in wetenschap en innovatie in sleuteldo-meinen en topsectoren, in kennis(infrastructuur), onderwijs en LLO.21Een onderdeel van het beschavingsargument is dat onderwijs vooriedereen moet zijn. Onderwijs is gratis en vrij toegankelijk in Nederland.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de toenmaligebewindslieden het CPB hebben verzocht om de brede welvaartseffectenvan onderwijs in kaart te brengen, maar het CPB bleek nog geeneenduidig causaal verband te kunnen vinden tussen langer extraonderwijs volgen en een betere gezondheid, maar wel een duidelijkcausaal verband tussen het langer volgen van extra onderwijs enverminderde criminaliteit. De toenmalige bewindslieden schreven over«scherpe keuzes over onderwijsuitgaven», waartoe deze inzichten zoudenleiden. Welke scherpe keuzes over de onderwijsuitgaven staan de huidige19Parlementair onderzoek Breed welvaartsbegrip; Rapport; Parlementair onderzoek Breedwelvaartsbegrip (tweedekamer.nl)20CPB PUBLICATIE – Bredewelvaartseffecten van onderwijs21https://www.nationaalgroeifonds.nl/veelgestelde-vragenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2111 bewindslieden voor ogen, als zij willen voorkómen dat hun bezuinigen oponderwijs leiden tot korter volgen van onderwijs en dus meer crimina-liteit?Het is belangrijk om ook hier op te merken dat hoewel investeringen inonderwijs een positieve impact hebben op het verminderen van crimina-liteit, het ook hierbij uitmaakt om wat voor soort investering het gaat.22Ditzelfde geldt voor de bezuinigingen. Het is dus niet direct te zeggen datde bezuinigingen op onderwijs leiden tot meer criminaliteit. Wij kiezenbewust voor gerichte, verstandige bezuinigingen, zoals toegelicht in hetregeerprogramma van het demissionaire kabinet Schoof.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat over de zorg voorconsistente besluitvorming de toenmalige bewindslieden schreven dat zijhet belang van een sterke langetermijnvisie onderschreven. Zij verwezennaar de reeds afgeronde toekomstverkenning Vandaag is het 2040 overmbo23, hoger onderwijs en wetenschap, het rapport Koersen op kwaliteiten kansengelijkheid en het interdepartementaal beleidsonderzoek naar dedoelmatig hoger onderwijs Talent op de juiste plek, dat deze zomer isverschenen. In hoeverre kunnen deze leden erop vertrouwen dat dehuidige bewindslieden de aanbevelingen van deze documenten onver-minderd gestalte gaan geven?De uitkomsten uit deze rapporten geven belangrijke duiding in welkerichting het onderwijs en de wetenschap in Nederland zou moetenbewegen voor de toekomst. Zo versterken deze bevindingen onzelangetermijnvisie en leggen ze de aandachtspunten voor de komendejaren bloot. Opleiden en onderzoeken voor het Nederland van morgen,waarbij jongeren terecht komen bij opleidingen die het beste passen bijhun talenten, is voor ons prioriteit. Daarom zetten wij ons in omopwaartse druk («hoger is beter») tegen te gaan. In het regeerprogrammavan het demissionaire kabinet Schoof beschrijven we onze inzet om geenenkel talent verloren te laten gaan, en beschrijven we onze inzet voortekortberoepen en vitale regio’s. Voorbeelden zijn de inzet op hetherwaarderen van het praktijkgericht onderwijs en het helpen vanjongeren bij hun eerste stappen op de arbeidsmarkt met het Wetsvoorstelvan school naar duurzaam werk. We werken daarnaast aan afspraken metopleiders en werkgevers voor het opleiden voor de strategische tekortsec-toren en de verwachte maatschappelijke opgaven nu en in de toekomst.Hierbij worden de inzichten uit het IBO mbo en de Toekomstverkenningbenut. Tot slot borgen we met de inzet van krimpmiddelen voor het mboen hbo dat cruciale opleidingen die relevant zijn voor de arbeidsmarkt nietverloren gaan.Inbreng van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie merken op dat de bewindslieden in hunreactie schrijven dat eerdere investeringen effect hebben gehad, maar datde omvang van het probleem vraagt om blijvende aandacht vooronderwijsinvesteringen. Deze leden pleiten voor een Herstelplan KwaliteitFunderend Onderwijs dat zorgt voor een integrale aanpak en structurelefinanciering van het onderwijs. Hoe kijken de bewindslieden tegen ditvoorstel aan?22Bredewelvaartseffecten van onderwijs | CPB.nl23mbo: middelbaar beroepsonderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2112 De Tweede Kamer is reeds over de hoofdlijnen van dit herstelplangeïnformeerd en voor de zomer over het terugtrekken van de socialepartners uit de gesprekken daarover.24 Samen met de sociale partners isvervolgens gesproken over het terugdraaien van de bezuinigingen op deOnderwijskansenregeling voor het herstelplan. De gezamenlijke conclusieis dat het gezien de demissionaire status van het kabinet nu niet passendis om te komen met een herstelplan, dit is aan een volgend kabinet. Dezelijn is in het Kamerdebat van 30 september jl. met uw commissie gedeeld.De leden van de NSC-fractie merken op dat in de brief van de Onder-wijsraad onderwijs als vorm van beschaving wordt genoemd en dat nietalle opbrengsten daarvan zich laten meten. De bewindslieden zijn het daarmee eens en komen in hun brief met een opsomming van voorbeeldendie juist een investering in het onderwijs laten zien. Tegelijkertijd schrijvende bewindslieden later ook dat niet alles zich laat meten. Deze ledenvinden ook dat de waarde van onderwijs groter is dan dat wat enkel kanworden gemeten, tegelijkertijd hechten zij er waarde aan te kijken naarwat er wel gemeten kan worden. De rapporten van de Rekenkamer latenzien dat er weinig tot geen zicht of controle is op de resultaten vanuitgekeerde incidentele onderwijssubsidies. Deze leden vragen debewindslieden of zij dit onderschrijven en hoe zij de komende tijd meerfocus op concrete meetbare doelen willen leggen.Inzicht in de effectiviteit van investeringen draagt bij aan het zorgvuldigverdelen van schaarse financiële middelen. Dit is ook van toepassing opde uitgekeerde incidentele onderwijssubsidies. Wij hechten daarom ookwaarde aan rapporten zoals die van de Rekenkamer, en de lering die wijhieruit kunnen trekken. Hier zijn we ook actief mee aan de slag via desystematiek van beleidsindicatoren25. Niet alle effecten zijn echter tevatten in eenduidige kerngetallen, waardoor aansluiting met eenspecifieke geldstroom niet altijd via een directe lijn te maken is.De leden van de NSC-fractie lezen in de brief van de bewindslieden ookeen reactie op de aanbeveling: geef onderwijs een stevige positie in debrede-welvaartsaanpak. Deze leden vragen de bewindslieden hoe zij «hetbeschavingsargument sterker mee te laten wegen in de besluitvormingover onderwijsuitgaven» en «het advies om onderwijs een sterke positiete geven in de brede-welvaartsaanpak» gaan wegen ten opzichte van debestaande problemen in het onderwijs die aangepakt moeten worden ende investeringen die daarvoor nodig zijnOnderwijs speelt een grote rol in het verbeteren van zowel materiële alsbrede welvaart. Onze inzet voor het onderwijs sloot daarom sterk aan opde brede-welvaartsaanpak. De uitkomsten van goed onderwijs vinden hunweerklank in tal van uitkomsten. Denk aan de bijdrage van goed onderwijsaan sociaal en cultureel kapitaal, veiligheid, burgerschap en socialecohesie, zoals ook de Onderwijsraad terecht benoemt.26 Goed onderwijsmaakt ons veerkrachtig en weerbaar. Dat begint bij goed leren lezen,schrijven en rekenen. Daarom is erop ingezet om de onderwijskwaliteit teherstellen. Niet alleen moet ons onderwijs van goede kwaliteit zijn, maardit goede onderwijs moet ook voor iedereen toegankelijk zijn. Ieder talenttelt, en iedereen in onze samenleving moet gelijkwaardig kunnenprofiteren van de vele voordelen die onderwijs te bieden heeft. Mede om24Kamerbrief over hoofdlijnen Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs | Kamerstuk | Rijksover-heid.nl en Kamerbrief met reactie op het terugtrekken van de sociale partners uit degesprekken rondom het Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs | Kamerstuk | Rijksover-heid.nl.25Zie www.ocwincijfers.nl26Onderwijs als investering | Advies | OnderwijsraadTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2113 deze redenen was een maatschappelijke aanpak voor onderwijs verankerdin het regeerprogramma van het demissionaire kabinet Schoof.Voorbeelden zijn het programma School en Omgeving, de Brugfunctio-naris en het programma Schoolmaaltijden, waarmee leerlingen die dit hethardste nodig hebben extra leer- en ontwikkeltijd en ondersteuningkrijgen. Omstandigheden om goed te kunnen leren liggen vaak voor eengroot deel buiten de school. Om als samenleving ons onderwijs voor allekinderen toegankelijk te maken, is het van belang om ons als één overheidin te zetten tegen het bestrijden van kinderarmoede met een gezamenlijkeaanpak voor zorg, onderwijs.Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie constateren dat de Onderwijsraad adviseertom de opbrengsten van onderwijs structureel mee te nemen bij hetopstellen van de rijksbegroting. Dit advies verwijst in het bijzonder naarniet-meetbare en bredere opbrengsten van onderwijs en heeft als doel omonderwijs niet langer als kostenpost maar als investering te zien. Dezeleden lezen dat de bewindslieden stellen dat zij niet erkennen datonderwijs een kostenpost is, onder verwijzing naar de forse investeringendie het afgelopen kabinet heeft gedaan. Deze leden vragen de bewinds-lieden te reflecteren of deze actuele bezuinigingen niet juist het beeldbevestigen dat het kabinet het onderwijs toch voornamelijk ziet als eenkostenpost.Wij zijn nog steeds van mening dat onderwijsuitgaven een investeringzijn, en geen kostenpost. Onderwijsinvesteringen kennen vele baten,waarvan naast financiële ook talrijke bredere positieve uitkomsten zoalshelder wordt toegelicht in het Onderwijsraadrapport.27De leden van de D66-fractie delen de opvatting van de Onderwijsraad datonderwijs welvaart oplevert in brede zin van het woord. Deze ledenmaken zich zorgen over de effecten die de huidige bezuinigingen hebbenop de brede welvaart. Deze leden vragen de bewindspersonen dit uit tewerken. Wat is het effect van deze bezuinigingen op het verdienvermogenvan mensen? Wat is het effect van deze bezuinigingen op gezond gedrag?Wat is het effect van deze bezuinigingen op ontwikkeling van burger-schap? Wat is het effect van deze bezuinigingen op effecten op de kans opwerk? Wat is het effect van deze bezuinigingen op sociaal en cultureelkapitaal van mensen? Deze leden vragen de bewindspersonen, mochtenzij hier niet expliciet antwoord op kunnen geven, hier wel op te reflec-teren. Daarnaast vragen deze leden de bewindspersonen of zij de visievan deze leden delen dat niet alle opbrengsten van onderwijsinveste-ringen meetbaar zijn.Het is niet mogelijk om het precieze effect te kwantificeren dat debezuinigingen in de vastgestelde begroting 2025 op de lange termijnmogelijk hebben op het verdienvermogen, gezond gedrag, burgerschap,de kans op werk of het sociaal en cultureel kapitaal van mensen.28 Er is inde wetenschappelijke literatuur wel consensus over de vele baten vanonderwijs, zoals ook duidelijk is omschreven in het Onderwijsraad-advies.29 Zo toont de literatuur dat het langer volgen van onderwijsgemiddeld genomen leidt tot minder criminaliteit.30 Hoewel geen direct27Onderwijs als investering | Advies | Onderwijsraad28De bezuinigingen uit het Hoofdlijnenakkoord zoals verwerkt in de Ontwerpbegroting 2025 zijnmet het amendement Bontenbal c.s. en het amendement Eerdmans c.s. op een aantal puntennaar beneden bijgesteld.29Onderwijs als investering | Advies | Onderwijsraad30Bredewelvaartseffecten van onderwijs | CPB.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2114 causaal verband is gevonden tussen opleiding en gezondheid, is er weleen sterke samenhang.31Het precieze effect blijft echter lastig op voorhand te voorspellen. Niet elkeeuro die wordt geïnvesteerd in onderwijs rendeert op dezelfde manier ende uitkomsten van onderwijsuitgaven worden bepaald door tal vanfactoren.32 Omgekeerd geldt hetzelfde voor bezuinigingen op onderwijs.Door de bezuinigingsopgave verstandig in te vullen en ons in te zetten opeen brede en stabiele basis voor onderwijs, wilden wij ook in tijden vanbezuinigingen de baten van onderwijs zo goed mogelijk tot hun rechtlaten komen. Hierbij deelden wij de visie dat niet alle opbrengsten vanonderwijs meetbaar zijn, en keken we daarom in onze afwegingen verderdan enkel de meetbare opbrengsten.De leden van de D66-fractie lezen dat de Rabobank constateert dat debezuinigingen op innovatie en onderwijs, zoals beschreven in hetHoofdlijnenakkoord, leiden tot minimaal € 27 miljard aan gederfdeeconomische groei. Daarnaast constateren de leden dat Baarsma e.a.stellen dat onderwijs de belangrijkste determinant is van de groeiarbeidsproductiviteit. Ook lezen zij dat de AWTI33 recent stelde dat eennieuw kabinet structureel in Research & Development zou moeteninvesteren. Deze leden vragen de bewindslieden om hierop te reflecteren.Zien de bewindslieden een risico in de nadruk op beleid gericht op dekorte termijn, terwijl investeren in onderwijskwaliteit op de lange termijnjuist bijdraagt aan een sterke kenniseconomie en duurzame economischegroei? Gezien het belang dat dit kabinet hecht aan het versterken van dekenniseconomie, zouden deze leden graag horen hoe de bewindsliedendeze afweging maken.De baten van goed onderwijs betalen zich op lange termijn terug, endragen bij aan een sterke kenniseconomie en duurzame groei. Onderwijs-investeringen leveren een belangrijke bijdrage aan menselijk kapitaal,waarvan de baten vaak op lange termijn pas merkbaar zijn. Hoewel dezebaten zoals omschreven lastig kwantificeerbaar zijn, wordt het positieveeffect van onderwijs-investeringen op de economie door talrijke onder-zoeken aangetoond.34 Tegelijkertijd leidt de inzet van extra middelen vooreen specifieke onderwijssector niet automatisch tot een evenredige groeivan de gemeten onderwijsproductie in de betreffende sector.35 Ondankshet feit dat dit kabinet een aantal scherpe keuzes heeft moeten maken ophet terrein van OCW wordt ook nog steeds veel geïnvesteerd in onderwijsen onderzoek en is van afbraak geen sprake.Wij hebben daarbij oog voor het belang van onderwijs en innovatie voorde arbeidsproductiviteit en economische groei op de lange termijn.Daarom hebben we gekozen voor een inzet op een productiviteitsagenda,waarin wij een meerjarig plan ontwikkelen om de arbeidsproductiviteit testimuleren. Hierin speelt onderwijs een belangrijke rol. Het kabinet deelteen uitwerking van de productiviteitsagenda medio 2025. Verder zet hetkabinet via het actieplan Groene en Digitale Banen in op het verbeterenvan onderwijs dat mensen voorbereidt om aan de slag te gaan inberoepen voor de productieve ICT-, techniek- en energiesectoren.Daarnaast is om- en bijscholing via «leven lang ontwikkelen» van belangom Nederland klaar te maken voor de arbeidsmarkt van morgen. Daarom31Bredewelvaartseffecten van onderwijs | CPB.nl32Zie bijvoorbeeld de CPB publicatie Kansrijk onderwijsbeleid – update 202033AWTI: Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie34Onderwijs als investering | Advies | Onderwijsraad35Presteren met publieke middelen – IPSE Studies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2115 voert het kabinet de onderwijsagenda LLO uit en werkt het kabinet aan deverdere uitwerking van de gezamenlijke LLO-agenda.Ook zetten we met het onderwijs in op opleidingen voor tekortberoepenen vitale regio’s om het verdienvermogen van Nederland op de langetermijn te versterken. In 2025 wordt een pact gesloten voor het opleidenvoor de arbeidsmarkt van de toekomst, in aanvulling op het stagepactmbo en de werkagenda mbo. Bovendien werkt het kabinet aan eenstabiele bekostiging voor mbo, hbo en wo. Daarmee wil het kabinet bij dedalende studentaantallen een divers aanbod van opleidingen die vangroot belang zijn voor de (regionale) arbeidsmarkt op peil houden. Doorde inzet van krimpmiddelen voor het mbo en hbo zorgt het kabinet er ookop de korte termijn voor dat cruciale opleidingen met grote arbeidsmarkt-relevantie in regio’s niet verloren gaan.De leden van de D66-fractie stellen het op prijs te lezen dat de bewinds-personen op het advies zich voornemen meer inzicht te krijgen in de batenvan onderwijsinvesteringen. Deze leden missen in de kabinetsreactieechter een voornemen om de baten structureel mee te wegen in toekom-stige rijksbegrotingen. Welke plannen hebben de bewindslieden om debesluitvorming aangaande rijksbegrotingen te veranderen, zo vragen dezij. Welke onderzoeken en/of acties lopen er om de kosten en batenstructureel mee te wegen? Ook vragen deze leden de bewindslieden ominzichtelijk te maken hoe de lange termijn factoren, en vooralniet-meetbare factoren, in overweging zijn genomen tijdens het opstellenvan de huidige begroting.De baten van onderwijsinvesteringen laten zich lastig kwantificeren. Omdeze reden is het lastig om de baten structureel mee te wegen in derijksbegroting. Dit neemt niet weg dat er oog moet zijn voor de baten vanonderwijs bij het opstellen van de rijksbegroting. Onderwijsinvesteringenzijn een belangrijke aanjager van menselijk kapitaal en daarmee van onstoekomstig verdienvermogen. De baten zijn echter breder dan enkelmaterieel, onderwijsinvesteringen dragen ook bij aan onze bredewelvaart. Een belangrijke stap om de baten beter mee te wegen in derijksbegroting, is meer inzicht in de baten van onderwijs. Het CPB werktaan indicatoren voor brede welvaart, wat hieraan kan bijdragen. Concreetwerkt het CPB aan een brede welvaartsindicator menselijk kapitaal. Eeneerste toepassing daarvan is te vinden in de recente verschenen editie vanKeuzes in kaart (KiK) waarin de verwachte impact van voorstellen vanpolitieke partijen op de hoeveelheid menselijk kapitaal in beeld isgebracht.36De besluitvorming die ten grondslag ligt aan de huidige begroting iscijfermatig gebaseerd op de ramingen van het CPB waarin de bredewelvaartsindicatoren nog niet nader waren uitgewerkt. Overwegingenover de niet-meetbare langetermijnfactoren zijn kwalitatief meegewogenin de besluitvorming, zoals elders in de beantwoording van deze vragenvan de commissie nader toegelicht.De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de huidige kwaliteitvan het onderwijs, met het oog op de dalende basisvaardigheden vanonze leerlingen en een stijgende druk op leraren en studenten. Daarnaastmaken deze leden zich zorgen om de blijvende kansenongelijkheid binnenhet onderwijs. De bewindslieden benadrukken in hun reactie dat onder-wijsinvesteringen cruciaal zijn om de kansengelijkheid in het onderwijs teverbeteren. Deze leden vragen de bewindslieden waarom zij in dat kaderbezuinigen op kansengelijkheid.36Keuzes in Kaart 2027–2030 | CPB Website.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2116 Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij graag naar het antwoordop de tweede vraag van de inbreng van de GroenLinks-PvdA-fractie.Daarin geven wij aan dat is ingezet op gerichte investeringen om zowelbasisvaardigheden te versterken als om gelijke kansen te waarborgen.Voorbeelden hiervan zijn het Masterplan basisvaardigheden, de struc-turele verstrekking van gratis Schoolmaaltijden, het programma Schoolen Omgeving en de brugfunctionaris.Deze leden zien dat verschillende onderwijsinstellingen hebben aange-geven dat het afschaffen van de sectorplannen en de bezuinigingen oponderwijs in brede zin het vertrouwen tussen hen en het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap schaadt. Instellingen hebben hierbijook aangegeven bereid te zijn om hiertegen te procederen. Deze ledenvragen de bewindslieden expliciet te reageren op deze kritiek vanuit deonderwijssector, in het licht van de eerdere steun voor de aanbevelingenvan de Onderwijsraad. Welke signalen hebben de bewindspersonenvanuit het veld ontvangen over deze bezuinigingen? Hoe beoordelen debewindslieden «de houding van het onderwijsveld» ten opzichte van dezebezuinigingen?Wij zijn veel en vaak in gesprek geweest met mensen uit het veld zoalsdocenten, studenten en wetenschappers. De signalen die wij daarbij uithet veld ontvingen hebben wij meegenomen. Vanuit het onderwijsveldhoorden wij teleurstelling en kritiek op de bezuinigingen. Voor hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is de band met hetonderwijsveld van groot belang. Daarom trokken we graag nauw met henop in de uitwerking van plannen uit het hoofdlijnenakkoord. Hierbij gingenwe in gesprek met leraren, schoolleiders, schoolbestuurders, onderwijsin-specteurs en wetenschappers. En we lieten ons inspireren door de ideeënvan leerlingen, studenten en hun ouders. Zo ontwikkelden we onzeplannen samen met de mensen om wie het gaat. Na gesprekken met deuniversiteiten hebben wij bijvoorbeeld ervoor gekozen om de sector-plannen te behouden, en de bezuiniging daarop uit het hoofdlijnenak-koord op een andere manier in te vullen, namelijk met een bezuiniging opde startersbeurzen.De leden van de D66-fractie lezen dat de Onderwijsraad stelt dat inves-teren in onderwijs een kwestie is van beschaving. Deze leden vragen debewindslieden of zij deze onderwijsbezuinigingen beschaafd vinden.Daarnaast zijn deze leden van mening dat de overheid de grondwettelijkeplicht heeft om kwalitatief onderwijs te garanderen voor iedereen. Dezeleden vragen de bewindslieden hoe deze onderwijsbezuinigingen zichverhouden tot deze taak. Zij vragen de bewindslieden tevens om toe telichten hoe deze onderwijsbezuinigingen bijdragen aan kritische denkvaar-digheden, burgerschap en culturele ontwikkeling.De overheid heeft de grondwettelijke plicht om zorg te dragen voorkwalitatief goed en toegankelijk onderwijs voor iedereen. Wij zien dit alseen essentieel onderdeel van een beschaafde samenleving. Om dit tewaarborgen, zetten wij ons op meerdere manieren in voor gelijke kansen,verbetering van basisvaardigheden en bestrijding van het lerarentekortzodat ieder talent tot zijn recht kan komen. Bijvoorbeeld door gerichteinvesteringen in onderwijs en ondersteuning van leerlingen en studentendie extra hulp nodig hebben, zoals in deze brief beschreven.Wat betreft de zorg voor de ontwikkeling van kritische denkvaardigheden,burgerschap en culturele ontwikkeling van leerlingen en studenten: vooralle drie geldt dat deze onderdeel zijn van de onderwijscurricula in hetprimair en voortgezet onderwijs, en de eerste twee aspecten zijn dat ookin het middelbaar beroepsonderwijs. Overkoepelend is de wettelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2117 burgerschapsopdracht, zoals die is vastgelegd in de onderwijswetten,hierbij van groot belang. Die wordt uitgevoerd met behulp van deRijksbijdrage die onderwijsinstellingen via de lumpsumfinancieringontvangen. Hierop wordt niet bezuinigd.Inbreng van de leden van de BBB-fractieIn de reactie op aanbeveling «zorg voor consistente besluitvorming, metoog voor de lange termijn» lezen de leden van de BBB-fractie dattransities in duurzaamheid hun weerslag vinden in het onderwijs. Kannader worden toegelicht wat het verband tussen deze opmerking en deaanbevelingen van de Onderwijsraad is? Dit is wat deze leden betreft nietgeheel duidelijk.De Onderwijsraad beveelt aan om onderwijs een stevige positie in debrede welvaartsaanpak te geven. Zoals te lezen in het advies isduurzaamheid (klimaat, voedsel, water en energie) een belangrijkonderdeel van brede welvaart en vormt onderwijs daarvoor een belangrijkfundament.37 Denk hierbij aan het belang van onderwijs voor hetaanbieden van opleidingen in cruciale sectoren ten behoeve van deenergietransitie. Een ander voorbeeld is de bijdrage van wetenschap eninnovatie aan nieuwe duurzame initiatieven en technologieën. Hierbij iseen blik op de toekomst cruciaal. Daarom zet dit kabinet zich in voor hetopleiden voor het Nederland van morgen met een inzet op strategischetekortsectoren.Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van dekabinetsreactie op het advies van de Onderwijsraad «Onderwijs alsinvestering». Deze leden vinden het een goede zaak dat het belang vanblijvende investeringen in het onderwijs benoemd wordt, juist voor deopbrengsten die niet altijd meetbaar zijn. Deze leden vragen in dat kadernaar de ambities van de bewindslieden op het gebied van brede welvaart.Zijn de bewindslieden voornemens om het bredewelvaartsperspectiefverder te verankeren in het (begrotings)beleid van het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap?De baten van onderwijsinvesteringen laten zich lastig kwantificeren. Omdeze reden is het lastig om de baten structureel mee te wegen in derijksbegroting. Dit neemt niet weg dat er oog moet zijn voor de baten vanonderwijs bij het opstellen van de rijksbegroting. Onderwijsinvesteringenzijn een belangrijke aanjager van menselijk kapitaal en daarmee van onstoekomstig verdienvermogen. De baten zijn echter breder dan enkelmaterieel, en onderwijsinvesteringen dragen daarmee ook bij aan onzebrede welvaart. Een belangrijke stap om de baten beter mee te wegen inde rijksbegroting, is meer inzicht in de baten van onderwijs. Het CPB werktaan indicatoren voor brede welvaart, wat hieraan kan bijdragen. Concreetwerkt het CPB aan een brede welvaartsindicator menselijk kapitaal. Eeneerste toepassing daarvan is te vinden in de recente verschenen editie vanKeuzes in kaart (KiK) waarin de verwachte impact van voorstellen vanpolitieke partijen op de hoeveelheid menselijk kapitaal in beeld isgebracht.38 De besluitvorming die ten grondslag ligt aan de begrotingvoor 2025 is cijfermatig gebaseerd op de ramingen van het CPB waarindeze brede welvaartsindicatoren nog niet nader waren uitgewerkt.Overwegingen over de niet-meetbare lange termijn factoren zijn kwali-37Onderwijs als investering | Advies | Onderwijsraad38Keuzes in Kaart 2027–2030 | CPB Website.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2118 tatief meegewogen in de besluitvorming, zoals elders in de beant-woording van deze vragen van de commissie nader toegelicht.Ook vragen de leden van de ChristenUnie-fractie de bewindslieden of zijwillen reflecteren op de aangekondigde bezuinigingen op onderwijs enonderzoek in het licht van het advies van de Onderwijsraad. Welkebredewelvaartseffecten verwachten de bewindslieden dat de bezuini-gingen gaan hebben, bijvoorbeeld als het gaat om de effecten op debasisvaardigheden en kansengelijkheid? Daarbij vragen deze leden debewindslieden in het bijzonder te reflecteren op de gevolgen voor debrede welvaart van het afschaffen van de maatschappelijke diensttijd enhet invoeren van de langstudeerboete, aangezien deze twee voorge-nomen maatregelen onderdeel zijn van de portefeuille van de bewindsper-sonen op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Voor het antwoord op de vragen over basisvaardigheden en kansenge-lijkheid verwijzen wij naar het eerdere antwoord op de tweede vraag vande inbreng van de GroenLinks-PvdA-fractie. Daarin geven wij aan dat isingezet op gerichte investeringen om zowel basisvaardigheden teversterken als om gelijke kansen te waarborgen. Voorbeelden hiervan zijnhet Masterplan basisvaardigheden, de structurele verstrekking van gratisschoolmaaltijden, het programma School en Omgeving en de brugfuncti-onaris. In aanvulling daarop gaan wij zoals gevraagd nader in op demaatschappelijke diensttijd en de langstudeermaatregel:Brede welvaart gaat over het welzijn van mensen, zowel in het heden alsmet het oog op toekomstige generaties. De maatschappelijke diensttijd iseen programma dat hier op verschillende manieren aan bijdraagt,bijvoorbeeld door het versterken van de sociale cohesie, het stimulerenvan persoonlijke ontwikkeling en het vergroten van maatschappelijkebetrokkenheid. Met het aannemen van het amendement Bontenbal c.s.39zijn opnieuw middelen (€ 130 mln) beschikbaar gemaakt. Dit betekent datde maatschappelijke diensttijd door gaat.In de doorstart van de maatschappelijke diensttijd (MDT) zetten wij ons invoor een effectieve en doelmatige continuering van het programma in2025 en voor 2026 en verder werken we aan een meerjarig strategischprogrammaplan. Dit doen we niet alleen, maar samen met jongeren, NJR,NOV, het brede MDT-netwerk, bedrijven en diverse departementen. Wekiezen voor meer focus en duurzame versterking van de maatschappelijkediensttijd. Waar eerder de nadruk lag op groei, richten we ons dekomende jaren op een stevige verankering van de maatschappelijkediensttijd in de samenleving. Hiermee hopen we blijvend te kunnenbijdragen aan de brede welvaart.De Tweede Kamer heeft tijdens de begrotingsbehandeling een aantalbezuinigingen op onderwijs en wetenschap verlicht of teruggedraaid.Hiermee is de langstudeermaatregel komen te vervallen.39Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(VIII) voor het jaar 2025 | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 2119

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f88803780bc4205e

14 okt 2026 · c8c4554d6ffde69f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.