Beleidsreactie op vier rapporten van de NZa inzake de uitvoering van de Wet langdurige zorg
Brontekst
Versie f764923ae8c45f20 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202634 104Langdurige zorgNr. 451 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 september 2025InleidingHierbij ontvangt u de beleidsreactie op de volgende vier rapporten van deNederlandse Zorgautoriteit (NZa):1.Het onderzoek «Tussen wal en voordeur? Toezichtsonderzoek naarhet nakomen van de zorgplicht door zorgkantoren bij cliënten meteen VV4-indicatie».2.Het onderzoek «Invulling zorgplicht voor cliënten op snijvlakgehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg».3.Het «Samenvattend rapport Uitvoering Wet langdurige zorg2023–2024».4.Het rapport «De kosten van onze langdurige zorg in 2023».Eind vorig jaar stuurde ik u de rapporten genoemd onder 1 en 21 en begindit jaar de rapporten onder 3 en 4.2 Inmiddels is het Hoofdlijnenakkoordouderenzorg (HLO) door partijen ondertekend en met een brief van 11 julijl. voorzien van een korte toelichting aan uw Kamer verzonden.3 Een grootdeel van de aanbevelingen van de NZa wordt met (de uitwerking van) hetHLO opgepakt.De hoofdpunten uit deze brief zijn:•De NZa geeft aan dat er veel goed gaat bij de uitvoering van de Wlzdoor zorgkantoren. Zorgkantoren spannen zich in om cliënten tehelpen aan tijdige en passende zorg van goede kwaliteit. De zorgkanto-ren werken samen met zorgaanbieders, overheidspartijen en andereveldpartijen. Op regiotafels zoeken zorgkantoren met zorgaanbiedersnaar oplossingen voor knelpunten.1Brief van 12 november 2024, Kamerstukken II, 2024–2025, 34 104, nr. 416.2Brief van 13 januari 2025, Kamerstukken II, 2024–2025, 34 104, nr. 419.3Kamerstukken II, 2024–2025, 29 389, nr. 157. kst-34104-451ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4511 •De NZa stelt dat de zorgkantoren beter moeten sturen op de kwaliteitvan de zorg thuis. Om de zorg toegankelijk te houden zet ik erop in datde zorg thuis als volwaardig alternatief gezien wordt voor zorg in eenverpleeghuis. Hierover heb ik in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg(HLO) met de relevante partijen afspraken gemaakt. De InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de NZa zijn hierbij betrokken.•De NZa concludeert dat zorgkantoren zich inspannen om cliënten tehelpen aan tijdige en passende zorg van goede kwaliteit. De NZaverwacht daarbij dat zorgkantoren op onderdelen meer regie zullennemen.•Ten aanzien van de invulling van de zorgplicht, specifiek op het snijvlakvan de gehandicaptenzorg (GHZ) en de geestelijke gezondheidszorg(GGZ), geeft de NZa aan dat zorgkantoren zich inspannen ompassende zorg te leveren, maar dat voor de langere termijn meerinspanningen van zorgkantoren nodig zijn. Hier zet ik met de bestuur-lijke afspraken complexe zorg (GHZ) op in.•De NZa concludeert dat de zorgkosten die aan de uitvoering van deWlz worden uitgegeven in 2023 € 32,7 miljard bedragen. Hiervan is€ 29,5 miljard rechtmatig (90,2%), € 3,1 miljard onzeker (9,5%) en€ 33 miljoen onrechtmatig (0,1%). De onzekerheden hebben vooralbetrekking op het budgethoudersportaal (pgb 2.0) en de daarbijafgegeven afkeurende verklaring door de Audit Dienst Rijk (ADR). Devoornaamste onrechtmatigheden ontstaan bij de uitbetalingen van hetpgb door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Ik ben aan de slaggegaan met de gewenste verbeteringen van de beheersing van hetportaal. Dat kost de nodige tijd. Het is nog onzeker of in 2025 debeheersing van het portaal voldoende verbeterd zal zijn.Onderstaand ontvangt u mijn beleidsreactie op elk van de afzonderlijkerapporten.NZa-rapport Tussen wal en voordeur: Toezichtsonderzoek naarhet nakomen van de zorgplicht door zorgkantoren bij cliëntenmet een VV4-indicatieBevindingen NZaHet NZa-rapport «Tussen Wal en Voordeur?» betreft een onderzoek naarde zorgplicht die zorgkantoren hebben voor Wlz-cliënten die zorg thuisontvangen op basis van een VV4-indicatie. De NZa ziet het verschil tussende wettelijke aanspraken en de dagelijkse zorgpraktijk. De NZa geeft aandat de meeste zorgkantoren in navolging van het kabinetsbeleid vanscheiden wonen en zorg hun beleid hebben aangepast. Voor cliënten metde VV4-indicatie geldt inmiddels het uitgangspunt «thuis, als het kan». Dithoudt voor deze groep in dat hun zorg in principe thuis geboden wordt,tenzij dit niet verantwoord en passend kan. Het doel van dit beleid is omde schaarse verpleeghuiscapaciteit beschikbaar te houden voor de meestkwetsbare Wlz-cliënten. De NZa erkent dat zorgkantoren keuzes moetenmaken om de toenemende schaarste zo goed mogelijk te kunnenverdelen. Tegelijkertijd hebben de keuzes die gemaakt worden gevolgenvoor de invulling van de zorgplicht, omdat de zorg thuis organiseren meervan zorgkantoren vraagt dan het organiseren van (tijdelijke) overbrug-gingszorg. Zorg thuis betekent dat deze zorg een gelijkwaardig alternatiefmoet zijn voor zorg in een verpleeghuis. De NZa ziet deze ontwikkelingnaar zorg thuis daarom als een belangrijke, ingrijpende transformatie inde zorg voor cliënten in de Wlz. Een transformatie die volgens de NZalangzaam op gang komt, nog niet is voltooid en een transformatie vanzorgkantoren vraagt om vanuit hun zorgplicht te zorgen dat zorg «achterde voordeur» daadwerkelijk doelmatig en verantwoord is. Dat is naar hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4512 oordeel van de NZa een uitdaging voor alle partijen in de langdurige zorgen vraagt daarom ook veel van zorgkantoren.De NZa constateert in het onderzoek dat de laatste jaren niet alle cliëntenmet een Wlz-indicatie meer vanzelfsprekend terecht kunnen in eenverpleeghuis. Voor cliënten met de VV4-indicatie betekent dit dat zij steedsvaker en langer thuis wonen en zorg krijgen. Een concrete visie vanzorgkantoren op deze grote verandering acht de NZa essentieel. Ook is hetaan zorgkantoren om beter te zicht te krijgen op de vraag of de zorg thuisverantwoord en passend is.De NZa geeft bijvoorbeeld aan dat het helpt om duidelijk in contracten tebeschrijven wat zorgkantoren van zorgaanbieders verwachten over zorgthuis. Zorgkantoren kunnen niet zonder meer verwachten dat zorgaan-bieders automatisch goede zorg verlenen. Toetsen of daar sprake van iswordt een stuk makkelijker als je aan de voorkant expliciet contractueleafspraken maakt met als uitgangspunt dat de zorg thuis verantwoord endoelmatig wordt verleend. De NZa verwacht van zorgkantoren dat zij meerzicht krijgen op de zorg achter de voordeur om er vanuit hun rol alshoeder van de zorgplicht voor te zorgen dat het zorgkantoor meer inzichtkrijgt in de vraag of de geleverde zorg bij cliënten die thuis blijven wonenkwalitatief op orde is.De NZa erkent dat zorgkantoren keuzes moeten maken om de toene-mende schaarste zo goed mogelijk te kunnen verdelen. Tegelijkertijdhebben de keuzes die gemaakt worden gevolgen voor de invulling van dezorgplicht. De NZa is van oordeel dat er verbetering mogelijk is op devolgende hoofdpunten:1.De zorgkantoren voorzien in de benodigde doelmatige en kwalitatiefgoede zorg. Dat wil zeggen dat de zorgkantoren volgens de NZaonder andere een genuanceerder en gedetailleerder beeld krijgen vande groep VV4-cliënten, zodat zij zorgaanbod en zorgvraag beterkunnen matchen. Daarnaast zouden de zorgkantoren het begrip«thuis tenzij» moeten uitwerken, in kaart moeten brengen welkewoonvormen het best passend zijn voor de VV4-geïndiceerden en bijeen geformaliseerd «thuis, tenzij»-beleid de effecten op de ontwikke-ling van de zorgvraag van dit beleid beter in kaart moeten brengen.2.De cliënt kan een bewuste keuze maken tussen vormen van zorg innatura (zin) en persoonsgebonden budget (pgb) en tussen zorgaan-bieders. Dat wil zeggen dat de zorgkantoren de cliënt van meer enbetere informatie voorzien over het «thuis tenzij»-beleid en vaninformatie voorzien om een bewuste keuze te maken voor eenbepaalde zorgvorm of een aanbieder en deze keuze ook betervastleggen.3.De NZa verwacht van zorgkantoren dat zij beter vaststellen of cliëntendie thuis blijven wonen, tijdig passende zorg ontvangen, bijvoorbeelddoor regelmatiger telefonisch contact op te nemen met de cliënt.4.De NZa verwacht van zorgkantoren dat zij meer zicht krijgen op dezorg achter de voordeur bijvoorbeeld door steeksproefsgewijs depassendheid van de zorg te controleren.ReactieOnze ouderen willen het liefst zo lang mogelijk in hun vertrouwdeomgeving blijven wonen, in de buurt die ze kennen en met mensen diehen dierbaar zijn. Als het niet noodzakelijk is, willen ze liever niet in hetverpleeghuis opgenomen worden. Dit kan alleen als ondersteuning enzorg buiten het verpleeghuis voor hen goed georganiseerd is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4513 Deze behoefte heeft zich vertaald naar beleid, zoals onder andere deaanpak met de Minister van VRO om 290.000 woningen voor ouderen terealiseren, de visie op de eerstelijnszorg en het inzetten op het scheidenvan wonen en zorg. Ook als mensen kwetsbaarder worden en eenWlz-indicatie van het CIZ krijgen, kan de ondersteuning en zorg thuisworden georganiseerd. Ik verwacht van de zorgkantoren dat zij dit beleidondersteunen en hier met het inkoopbeleid en hun contracten metzorgaanbieders een goede invulling aan geven. Dit betekent dat zorgkan-toren met zorgaanbieders afspraken maken over de kwaliteit van de zorgdie thuis geleverd wordt, dat zij goede voorbeelden delen en hierexpliciete afspraken met zorgaanbieders over maken. Ook verwacht ik datzorgkantoren sturen op een zo goed mogelijke verdeling van de schaarseverpleeghuiscapaciteit. Daarbij verwacht ik dat zij vanuit hun zorgplichtervoor zorgen dat cliënten van alle zorgzwaartes passende zorg krijgen.Ik onderschrijf het oordeel van de NZa dat het zorgkantoren zou helpenom een duidelijke visie te ontwikkelen op hoe de zorg te organiseren voorWlz-cliënten die thuis wonen. Echter, dit is niet een opgave voor dezorgkantoren alleen. De NZa geeft als voorbeeld dat ten behoeve vanpassende zorg thuis, de ondersteuning van mantelzorgers ook eenbelangrijk punt is. Mantelzorgondersteuning maakt echter geen onderdeeluit van de Wlz-aanspraak. In het HLO wordt beoogd ook het versterkenvan de mantelzorgondersteuning mee te nemen.Ook voldoende geschikte woningen en een passende woonomgeving zijnbelangrijke randvoorwaarden voor kwaliteit van leven als je ouder wordt.In het regeerprogramma zijn de ideeën van het kabinet op de bouwop-gaven nader uitgewerkt. Het kabinet houdt vast aan de gemaakteafspraken van de realisatie van 290.000 woningen die geschikt zijn voorouderen. Geclusterde zelfstandige woonvormen voor ouderen vallen hierook onder. Voor ouderen voor wie een plek in het verpleeghuis nog nietaan de orde is, maar de zorgafhankelijkheid wel al gevorderd is, onder-zoekt de regering de mogelijkheden voor de terugkeer van verzorgings-huizen (een gezamenlijk huis met toezicht in de nacht).Vervolg op het NZa-rapportNaar aanleiding van het verschijnen van het NZa-rapport heb ik deuitkomsten en aanbevelingen besproken met Zorgverzekeraars Nederland(ZN) en de NZa. De NZa heeft daarbij aangegeven dat zij van plan is omvanaf 2024 te starten met vervolgonderzoeken naar nieuwe clientgroepenbinnen de Wlz en de zorgkantoren opnieuw te vragen of op basis vannadere doorrekeningen de aanbevelingen van dit onderzoek voldoendezijn opgevolgd. Dat is ook een moment voor de NZa en de zorgkantorenom samen terug te kijken op de laatste onderzoeken en vooruit te kijkennaar de nieuwe onderzoeken.VWS, ZN en de NZa hebben op basis van de aanbevelingen afsprakengemaakt dat zorgkantoren duidelijk aangeven wat zij nu direct kunnenoppakken en welke aanbevelingen meer tijd vragen om goed gevolg aante geven. De NZa ziet daarbij dat sprake is van een overgangsperiode,maar verwacht wel dat de zorgkantoren een regierol pakken in het besefdat niet alles makkelijk uit te voeren is. Daarbij hanteert de NZa de aanpakdat de NZa het «wat» beschrijft, maar dat de zorgkantoren verantwoor-delijk zijn voor het «hoe». Ik onderschrijf deze aanpak van de Wlz-uit-voerders/zorgkantoren en de NZa, waarbij er ook ruimte is voor dialoogom nader te bepalen hoe invulling kan worden gegeven aan dezeverwachting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4514 De verbeterpunten waarmee zorgkantoren hebben aangegeven nu algezamenlijk aan de slag te kunnen betreffen in ieder geval een verdereaanpak van de wachtlijsten, met als belangrijkste acties:•Het inzetten op meer inzicht in de wachtsituatie van cliënten die(bewust) wachten op zorg «thuis»;•Het ontwikkelen van beleid om de status van wachtenden («ActiefPlaatsen – met zorg – wacht op voorkeursplek») die een aantal keer eenpassende plek hebben geweigerd, eventueel om te zetten naar eenandere wachtstatus indien de situatie daar beter bij aansluit;•Het in samenwerking met de gehandicaptenzorgsector uitwerken vaneen duurzame aanpak om een beter inzicht te krijgen in de wachtsitu-atie van cliënten met een Wlz-indicatie. Waarbij aandacht is voorverbetermogelijkheden in het samenspel tussen verantwoordelijkhe-den van zorgkantoren en zorgaanbieders hierbij.De genoemde acties van de zorgkantoren geven mij het vertrouwen datzorgkantoren actief acteren op de aanbevelingen van de NZa. Ik blijf innauw overleg met de zorgkantoren en de NZa over het plan van aanpakvan de zorgkantoren om de aanbevelingen van dit belangrijke rapportuitwerking te geven. De acties uit het HLO zullen hierin een leidende rolspelen.NZa-rapport Invulling zorgplicht voor cliënten op snijvlakgehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorgBevindingen NZaHet NZa-rapport «Invulling zorgplicht voor cliënten op snijvlak gehandi-captenzorg en geestelijke gezondheidszorg» betreft een onderzoek naardeze bijzondere cliëntgroep. De kernpunten van het rapport zijn:•Zorgkantoren en zorgaanbieders ervaren moeilijkheden om voor dezespecifieke cliëntgroep tijdig een passende plek te vinden. Dit komtdoordat niet meteen duidelijk is of de zorg gericht moet zijn op een(licht) verstandelijke beperking, een behandeling in de geestelijkegezondheidszorg of een combinatie hiervan.•Ook zijn voor deze doelgroep de omstandigheden waarin de zorggeleverd wordt essentieel voor de zorg aan en levenskwaliteit van decliënt. De vereiste omstandigheden voor het leveren van goede zorgzijn veelal nog onduidelijk bij de aanvang van zorglevering.ReactieUit het rapport blijkt dat het de zorgkantoren over het algemeen voor dezespecifieke cliëntgroep voldoende lukt om passende zorg van goedekwaliteit te bieden.Het aandachtspunt is dat dit echter niet altijd tijdig lukt, omdat het meertijd vraagt om voor deze cliënten inzicht te krijgen in wat de meestpassende zorg is en welke omstandigheden deze zorg vereisen. Dat hetzorgkantoren uiteindelijk lukt om wel de juiste zorg te leveren vind ik eenmooie prestatie van de zorgkantoren. Dat deze zorg niet altijd tijdig wordtgeleverd vind ik echter verontrustend. Als mogelijke oplossing om tijdigerde juiste zorg voor deze cliëntgroep te organiseren, geeft de NZa aan dathet van belang is dat zorgkantoren regie voeren op het organiseren vanzorg in de regio en hierin – ook ten aanzien van deze cliëntgroep –proactief handelen. Daarbij merkt de NZa in het bijzonder op dat zij voorde lange termijn van zorgkantoren verwacht dat zij beter zicht krijgen opde zorgvraag van deze cliënten, dat zij beter zicht krijgen op hetbeschikbare zorgaanbod en dat zij werk maken van een nog betereaansluiting tussen de zorgvraag en het zorgaanbod.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4515 Ik onderschrijf deze verwachting van de NZa. De verdere verbetering vanzorg voor cliënten op het snijvlak gehandicaptenzorg en GGZ vind ik vanbelang. De aandachts- en verbeterpunten die de NZa aanreikt, neem ikook mee in de bestuurlijke afspraken complexe zorg (GHZ). Ik verwijs uhiervoor naar mijn brief van 30 januari 20254 over het Gehandicapten-beleid.Samenvattend rapport Uitvoering Wet langdurige zorg 2023–2024Bevindingen NZaHet «Samenvattend rapport Uitvoering Wet langdurige zorg 2023–2024» iseen samenvatting van de eerdergenoemde rapporten, de uitkomst van dedialoog die de NZa voert met de zorgkantoren en de uitvoeringsverslagenvan de zorgkantoren over de uitvoering van de Wlz en geeft de belang-rijkste bevindingen uit deze bronnen weer. Het door de zorgkantorenpakken van regie via de zorginkoop en het daarbij hanteren van gediffe-rentieerde inkoop, zijn sleutelbegrippen in dit NZa-rapport. Hierondervolgt per hoofdstuk mijn beleidsreactie.Proactiever toezicht nodig op uitbestede takenDe NZa geeft aan dat er veel goed gaat bij de uitvoering van de Wlz doorzorgkantoren. Zorgkantoren spannen zich serieus in om cliënten te helpenaan tijdige en passende zorg van goede kwaliteit en om tot oplossingen tekomen voor de toenemende zorgkloof. Zij werken hierbij samen metzorgaanbieders, andere zorgkantoren, overheidspartijen en andereveldpartijen. Op regiotafels zoeken zorgkantoren met zorgaanbieders naaroplossingen voor knelpunten.Maar een aantal zaken kan ook beter, zoals het mandateren van takendoor zorgkantoren aan derden.Wlz-uitvoerders zijn belast met de uitvoering van de Wlz en in hetbijzonder met de uitvoering van de zorgplicht. Nederland is op basis vande Wlz in 31 zorgkantoorregio’s verdeeld. Voor elke regio is een regionaalzorgkantoor aangewezen. Wlz-uitvoerders hebben afgesproken dat zij deuitvoering van de zorgplicht onderling aan hun zorgkantoren mandateren.Dat betekent dat zij in hun respectievelijke zorgkantoorregio’s verantwoor-delijk zijn voor alle verzekerden met een Wlz-indicatie, ook als het niet huneigen verzekerden zijn.Het zorgkantoor mandateert op zijn beurt weer taken uit aan zorgaan-bieders zoals bijvoorbeeld het wachtlijstbeheer, het tijdig organiseren van(overbruggings)zorg en het monitoren van de kwaliteit en passendheidvan zorg. De uitbesteding van taken aan zorgaanbieders hebben zorgkan-toren uitgeschreven in het Voorschrift Zorgtoewijzing. Ook bij uitbestedetaken blijft de individuele Wlz-uitvoerder eindverantwoordelijk voor dezorgplicht en moet de Wlz-uitvoerder hierover afspraken maken metzorgkantoren.Zorgkantoren hebben, aldus de NZa, echter onvoldoende inzicht in deuitvoering van de taken die zij uitbesteden of die namens hen wordenuitgevoerd.Wlz-uitvoerders kunnen hierdoor onvoldoende onderbouwen en aantonenin hoeverre zij hun zorgplicht naleven. Ook laten zorgkantoren mogelijk-heden liggen om nadrukkelijker te (kunnen) waarborgen dat cliëntengedurende de looptijd van hun indicatie tijdige en passende zorg van4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 352.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4516 goede kwaliteit ontvangen die doelmatig is. Dit sluit aan op de inzichtenuit het NZa-rapport «Tussen wal en voordeur?».Ik onderschrijf de conclusie van de NZa dat de zorgkantoren actief zoudenmoeten sturen op de wijze waarop de uitbestede taken worden ingevulden dat de uitvoering van de uitbestede taken ook door hen moet wordengemonitord. Op welke manier de zorgkantoren hieraan invulling geven isaan hen.De huidige aanwijzing van de Wlz-uitvoerders per regio als zorgkantoor5loopt af op 31 december 2025. Het is mijn voornemen deze aanwijzing tecontinueren voor de periode 2026–2030. In dat kader is opnieuwgesproken over het Convenant Wlz-uitvoerings- en verantwoordings-structuur 2021–2025. Dit convenant bevat bepalingen over de manda-tering van de uitvoering van de zorgplicht door de zorgkantorenonderling. Bij het nemen van het besluit over de aanwijzing zijn deaanbevelingen van de NZa meegenomen. Zo wordt het nieuwe convenantaangevuld met de volgende onderdelen:•zorgkantoren zullen onderling goede voorbeelden delen om van elkaarte leren;•zorgkantoren bepalen onderling vroegtijdig welke door de NZaaangegeven verbeter- en aandachtspunten gezamenlijk wordenopgepakt;•zorgkantoren maken onderling afspraken over het delen van resul-taatsinformatie zodat zij zich een oordeel kunnen vormen over deuitvoering van de aan elkaar uitbestede zorgplicht;zorgkantoren willen ten behoeve van hun verzekerden op begrijpelijkewijze gaan berichten over de uitvoering van de Wlz en de resultatendaarvan.WachtlijstbeheerDe afgelopen jaren hebben zorgkantoren grote stappen gezet in hetwachtlijstbeheer. De status van wachtenden is anders vormgegeven,waardoor zorgkantoren veel actiever en beter zijn gaan sturen opwachtenden in de categorieën «urgent plaatsen» of «actief plaatsen».Wanneer voor deze cliënten de streefnorm dreigt te worden overschreden,nemen zorgkantoren proactief contact op met de zorgaanbieders.Gezamenlijk wordt dan beoordeeld of en hoe deze cliënten alsnog tijdigbemiddeld worden naar een passende plek. Zorgkantoren vinden hetbelangrijker dat cliënten op een passende plek komen, dan dat zij snellerworden opgenomen maar op een minder passende plek. De NZa geeftaan deze afweging goed te kunnen volgen, mits er bij zorgkantorenvoldoende inzicht is in waarom cliënten langer wachten dan destreefnorm en, wanneer zorgkantoren ook een actueel beeld hebben, inhoeverre deze situatie nog verantwoord is. Deze afweging van dezorgkantoren kan ik volgen en onderschrijven.Voor het wachtlijstbeheer voor cliënten met de wachtstatus «wacht opvoorkeur», verwijzen de meeste zorgkantoren naar (uitbestedings)af-spraken hierover met de zorgaanbieders. De verzekerden in deze categoriewonen thuis en krijgen de zorg die ze nodig hebben. Wel willen dezeverzekerden graag binnen een jaar opgenomen worden op een plek diehun voorkeur heeft bijvoorbeeld bij een zorgaanbieder in hun woonplaatsof omdat hun partner al is opgenomen. Als het binnen negen maandennog niet duidelijk is of er een plaats voor hen vrijkomt, neemt dezorgaanbieder of het zorgkantoor waar ze op de wachtlijst staan, contactmet hen op. Wat de betreffende persoon wil, is hierbij het belangrijkste.5Besluit aanwijzing zorgkantoren 2021, Stcrt. 2020, nr. 66954.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4517 De cliënt kan een aanbod weigeren en blijft dan gewoon op de wachtlijststaan. Wanneer tweemaal een aanbod wordt geweigerd, kan het zijn dathun wachtstatus wordt aanpast. Bijvoorbeeld naar «wacht uit voorzorg»als betrokkenen op verantwoorde wijze langer kunnen wachten. Dit gaataltijd in overleg met betrokkenen en hun naasten.6Over het algemeen zijn de hiervoor beschreven verzekerden cliënten diewachten op een plek in het verpleeghuis. Zorgkantoren kunnen, volgensde NZa, onvoldoende onderbouwen en aantonen waarom cliënten met dewachtstatus «wacht op voorkeur», langer dan de streefnorm wachten opeen passende plek. Evenmin kunnen zorgkantoren voldoende onder-bouwen en aantonen dat deze situatie voor deze cliënten verantwoord enpassend is. De komende periode heeft dit vraagstuk – de mate vanzorgbehoevendheid van cliënten op de wachtlijst met status «wacht opvoorkeur» – nadrukkelijk de aandacht in het toezicht door de NZa.Ik vind het belangrijk dat de NZa in overleg gaat met zorgkantoren over dewijze waarop het inzicht in het passend en verantwoord zijn van deoverbruggingszorg voor deze groep die op de wachtlijst staat, verderverbeterd kan worden. Daaronder valt ook hoe zorgkantoren hier beter opkunnen gaan sturen, waarbij het wel proportioneel moet zijn wat vanzorgkantoren verwacht kan worden. Zij hebben niet de capaciteit om bijiedere cliënt achter de voordeur te gaan kijken, waardoor zij medeafhankelijk zijn van de informatie die door de zorgaanbieders wordtaangeleverd.Uit het NZa-rapport komt uit het uitvoeringsverslag van één zorgkantoornaar voren dat het van belang is om goed zicht te hebben op depassendheid en kwaliteit van zorg thuis. Bij 12% van de locatiebezoekenaan zorgaanbieders die zorg thuis leverden in de Verpleging en Verzorgingsector, bleek de kwaliteit niet voldoende op orde. Bij kleine zorgaan-bieders was dit zelfs 25%. Ook het onderzoek van de IGJ naar de kwaliteitvan Wlz-zorg thuis7 onderstreept het belang van monitoring door hetzorgkantoor, aldus de NZa. De IGJ constateerde dat de kwaliteit van dezorg thuis vaak onder de maat is. De IGJ zag ook goede voorbeelden,waarbij het opviel dat deze zorgaanbieders een visie en specifiek beleidhebben op langer thuis wonen.Zoals eerder aangegeven in deze brief zijn in het HLO afspraken gemaaktom te onderzoeken of en welke aanscherping er mogelijk en nodig is ominzicht te in de wachtsituatie van cliënten te vergroten.Signaleren en acteren bij dreigende discontinuïteit van zorgDe NZa heeft zorgen over het tijdig signaleren en acteren op dreigendediscontinuïteit van (het doorlopen van) zorg aan verzekerden doorzorgkantoren.Dit naar aanleiding van twee overmachtsmeldingen van één zorgkantooren een informatieverzoek over signalen via het Early Warning Systemover dreigende discontinuïteit van zorg aan alle zorgkantoren. De risico’sbij de zorgaanbieders kunnen op financieel gebied liggen (bijvoorbeeldverslechterende liquiditeit), maar kunnen ook meer kwalitatief van aardzijn (bijvoorbeeld nieuwbouwplannen). Zorgkantoren ervaren in depraktijk een dilemma. Het gaat om precaire informatie die ze in het belangvan hun zorgplicht niet te vroeg willen delen omdat dat verstorend kan6Wachtstatussen-Langdurige-Zorg-ZN-Infographic_clienten.pdf7Kwaliteit langdurige zorg voor ouderen thuis nog vaak onder de maat | Publicatie | InspectieGezondheidszorg en JeugdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4518 werken in gesprekken met aanbieders over oplossingen, maar ook niet telaat want dan zijn er wellicht weinig handelingsopties meer.Ik deel deze zorgen van de NZa en heb oog voor het dilemma van dezorgkantoren. De NZa houdt mij goed op de hoogte van de gesprekken diezij hierover voert met zorgkantoren en zorgverzekeraars. Naar aanleidingvan deze gesprekken zien zowel de NZa als ik dat het aantal vroegtijdigemeldingen (over mogelijke discontinuïteit van zorg) door zorgkantoren deafgelopen tijd is toegenomen. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt. Erworden zorgvuldige werkafspraken gemaakt over het melden van situatiesvan discontinuïteit van zorg zowel tussen zorgkantoren en de NZa alstussen zorgkantoren onderling. Deze afspraken moeten helpend zijn bijhet nakomen van de zorgplicht van zorgkantoren jegens hun verzekerdenen zoveel mogelijk de continuïteit van de zorg waarborgen.Ik ga samen met de NZa dit jaar de vroegsignaleringsafspraken evalueren,zodra de NZa haar gesprekken hierover heeft afgerond met de zorgkan-toren en zorgverzekeraars.NZa-rapport De kosten van onze langdurige zorg in 2023Bevindingen NZa in vergelijking met eerdere jarenNaar aanleiding van het rapport van de NZa over de kosten van delangdurige zorg in 2023, maak ik graag een vergelijking met de kosten vande langdurige zorg in 2021 en 2022. Onderstaande tabel vergelijkt decijfers over 2023 met het beeld dat de NZa heeft opgemaakt over de jaren2021 en 2022. Wat opvalt is dat:•het percentage onrechtmatige Wlz-uitgaven is gedaald van 0,8 procentin 2021 naar 0,2 procent in 2022 en 0,1 procent in 2023. Dit is te dankenaan afspraken over de verantwoording van mondzorg, waardoor dezemet ingang van verslagjaar 2022 rechtmatig zijn. Ook is het bedrag aanonrechtmatige uitbetalingen van pgb door de SVB afgenomen.•Het percentage onzekere Wlz-uitgaven is toegenomen van 0,7 procentin 2021 naar 6,9 procent in 2022 en 9,5 procent in 2023. De toenamevan deze onzekerheid hangt samen met toegenomen gebruik van hetpgb-budgethoudersportaal. PGB en mondzorgTen aanzien van het pgb is er verbetering te zien in de rechtmatigheid,maar moeten er ook nog de nodige stappen worden gezet om derechtmatigheid verder te verbeteren.Met de introductie van het trekkingsrecht pgb in de Wlz ontstonden veelproblemen in de uitvoering en uitbetaling van het pgb. Het origineleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 4519 pgb-systeem (pgb 1.0) gaat vooral via schriftelijke administratie en vraagtveel handmatig werk om tot correctie uitbetaling over te kunnen gaan.Hierop is in 2018 een online budgethoudersportaal (pgb 2.0) geïntrodu-ceerd. In het budgethoudersportaal werken Wlz-uitvoerders, de SVB,cliënten (of hun vertegenwoordiger) en zorgaanbieders samen aan eenjuiste en rechtmatige besteding van het pgb.Vanaf 2018 zijn de eerste zorgkantoorregio’s overgestapt naar dit systeem.In 2022 zijn de laatste zorgkantoorregio’s overgestapt op deze onlineomgeving, ten behoeve van de pgb-administratie.De ADR concludeerde over 2022 dat het IT-beheer onvoldoende is, enverstrekte daarom een afkeurend oordeel. De SVB en alle zorgkantorenstellen de financiële rechtmatigheid van hun wettelijke taken vast. Hetafkeurend oordeel van de ADR leidt zowel bij de SVB als bij de zorgkan-toren tot het oordeel «onzeker» qua rechtmatigheid.De NZa constateerde over 2023 dat VWS aan de slag is gegaan met degewenste verbeteringen van de aantoonbare beheersing van het portaal.Deze verbeteringen kosten echter veel tijd. Dat betekent dat de huidigesituatie in ieder geval ook voor 2024 heeft gegolden. Het is nog onzeker ofin 2025 de beheersing van het portaal voldoende verbeterd zal zijn.Ten aanzien van de declaraties van mondzorg zijn er goede afsprakengemaakt en zijn deze kosten met ingang van het verslagjaar 2022rechtmatig, waardoor het percentage onrechtmatige kosten is verkleind.Wel moet worden opgemerkt dat het vaststellen van onrechtmatighedenlastig is, vanwege het ontbreken van normen. Ook hebben zorgkantorente maken met weerstand op het moment dat zij daadwerkelijk overgaantot terugvordering.AfrondingIk wil de NZa bedanken voor haar uitvoerige onderzoeken naar deuitvoering van de Wlz. Uit verschillende rapporten komt naar voren dat erveel goed gaat, maar dat er ook nog de nodige verbeteringen mogelijkzijn. Met als doel om ervoor te zorgen dat niet alleen de cliënt in het hieren nu de zorg krijgt die hij nodig heeft, maar de toegang ook voor detoekomstige cliënt geborgd wordt. Met de totstandkoming van het HLOzijn hiervoor belangrijke stappen gezet. Bij het maken van deze afsprakenzijn ook de uitkomsten van de onderzoeken van de NZa meegenomen omgerichte afspraken te maken om de kwaliteit en toegankelijkheid van deWlz-zorg te verbeteren. Daarnaast is voor het behoud van een goedetoekomstbestendige langdurige zorg een transformatie nodig die iksamen met alle partijen wil bevorderen. Daarom zijn in het HLO ookafspraken gemaakt over bijvoorbeeld reablement, mantelzorg(onder-steuning) en passende ondersteuning en zorg.Voor de sector gehandicaptenzorg verwijs ik naar de acties genoemd inmijn bovengenoemde brief van 30 januari 2025 over het Gehandicapten-beleid.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.J.F. Pouw-VerweijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 104, nr. 45110
Gerelateerde bronnen
- De Staatssecretaris blijft de Kamer op de hoogte houden over de ontwikkelingen van het onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit over de splitsing tussen VG7
De Staatssecretaris blijft de Kamer op de hoogte houden over de ontwikkelingen van het onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit over de splitsing tussen VG7 en VG7+. Hier staat dat er in juni een soort actuele stand van zaken van wordt gegeven.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.