KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken rond het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR)

27 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7f253a9ac69ee4b6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202520 454Voortgangsrapportage uitvoering wettenoorlogsgetroffenen32 761Verwerking en bescherming persoonsgegevensNr. 211 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 mei 2025De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeftgevraagd1 om een stand van zaken rond het Centraal Archief BijzondereRechtspleging (CABR). Hierbij voldoe ik aan dit verzoek. Zoals gemeld inmijn brieven van 6 en 19 december 20242 werk ik aan twee sporen:enerzijds bereid ik een wetswijziging voor, waarmee een wettelijke basiswordt gecreëerd voor het online voor eenieder beschikbaar stellen vanarchieven met een zwaarwegend maatschappelijk belang, maar waarvanniet volledig kan worden uitgesloten dat zij bijzondere of strafrechtelijkepersoonsgegevens bevatten. Voor de periode tot de inwerkingtreding vande wetswijziging wordt gewerkt aan een zogeheten tijdelijke voorzieningom digitale toegang te kunnen verlenen tot het CABR. Ik zal eerst ingaanop deze tijdelijke voorziening, en daarna de stand van zaken rond hetwetsvoorstel toelichten.Tijdelijke voorzieningHet CABR is geordend op naam van de onderzochte personen. Om in hetpapieren archief het lot van slachtoffers te achterhalen, is het nodig om teweten bij welke onderzochte persoon men in het dossier moet kijken, ofdaar ten minste een vermoeden van te hebben. Dit is bij nabestaandenvan slachtoffers vaak onbekend, waardoor het onmogelijk is de gezochteinformatie in de bijna vier kilometer papieren documenten van het CABRte vinden. In de gedigitaliseerde archiefstukken kan wél worden gezochtop bijvoorbeeld namen van slachtoffers of getuigen, of op plaatsnaam. Ditopent dus nieuwe mogelijkheden om te achterhalen wat er in deoorlogsjaren is gebeurd. Ik vind het belangrijk om, nu het gedigitaliseerdeCABR voorlopig niet online kan worden gepubliceerd, wel een vorm vandigitale toegankelijkheid tot het CABR te kunnen bieden. Veelnabestaanden zijn inmiddels op hoge leeftijd: voor hen dringt de tijd.1Kenmerk 2025D133422Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nrs. 208 en 210 kst-20454-211ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2111 Met het consortium dat het project Oorlog voor de Rechter uitvoert3 en inafstemming met de Ministeries van VWS en JenV, heb ik gewerkt aan deinrichting van een tijdelijke voorziening binnen de grenzen van de huidigewetgeving. Met deze tijdelijke voorziening kunnen bezoekers bij hetNationaal Archief (NA) op beperkte schaal, op reservering en in hetgedeelte van de studiezaal dat is bestemd voor het raadplegen vanbeperkt openbaar archief, zoeken in de tot nu toe gedigitaliseerdedossiers4 uit het CABR. Deze tijdelijke voorziening richt zich met name oponderzoek dat in het papieren archief niet mogelijk is, zoals het zoeken opnaam van familieleden of plaatsen die niet direct te relateren zijn aan denaam waarop het dossier gearchiveerd is. Bezoekers die enkel op zoek zijnnaar een specifiek dossier van een onderzochte persoon kunnen ookonderzoek blijven doen in de papieren dossiers.De tijdelijke voorziening betreft nadrukkelijk een noodoplossing, die– gezien de benodigde voorzorgsmaatregelen en de capaciteit op destudiezaal van het Nationaal Archief – een beperkte omvang zal hebben. Ikben mij ervan bewust dat dit voor hen die ver weg wonen of vanwegeandere redenen de reis naar Den Haag niet of moeilijk kunnen maken,maar in beperkte mate soelaas biedt. Ook zullen er wachttijden ontstaan,net als nu voor toegang tot de papieren stukken het geval is. Voor eendeel kan dat ondervangen worden door de tijdelijke voorziening optermijn ook beschikbaar te stellen bij de Regionale Historische Centra(RHC’s), de rijksarchiefbewaarplaatsen in de provincie. Ik ben de mogelijk-heden hiervoor aan het onderzoeken. Ik zal uw Kamer hierover zo snel alsmeer duidelijk is nader informeren.Voor de inrichting van de tijdelijke voorziening heb ik vanuit de einde-jaarsmarge een incidenteel bedrag van € 5,1 miljoen vrijgemaakt. Hetgrootste deel daarvan gaat naar de technische realisatie. De rest van hetbudget is voorzien voor de inrichting van de faciliteit bij het NationaalArchief en op termijn voor de inrichting bij de RHC’s.In de afgelopen maanden is hard gewerkt aan de (technische) realisatievan deze voorziening. Aan de ene kant hecht ik eraan om het gedigitali-seerde archief beschikbaar te maken, voor iedereen die vermoedt dat hetCABR gegevens bevat over hun (familie)geschiedenis,voor de(nabestaanden van) slachtoffers en voor onderzoekers, zoals hierbovenbeschreven. Nederland heeft zich ook in diverse internationale verdragen5gecommitteerd aan het zo veel mogelijk toegankelijk maken van dearchieven over de Holocaust voor publiek en onderzoekers. Daarnaast staik voor het recht op informatie. Aan de andere kant hecht ik aan hetbeschermen van persoonsgegevens. Bij de ontwikkeling van de tijdelijkevoorziening is hier dan ook goed naar gekeken. Over het plan voor detijdelijke voorziening heb ik op 19 maart advies gevraagd aan de AutoriteitPersoonsgegevens (AP), die mij op 25 april haar reactie heeft gestuurd.Naast de maatregelen die het consortium zelf al had voorzien om debescherming van persoonsgegevens te borgen, heeft de AP mij geadvi-seerd om nog een aantal extra maatregelen te nemen. Voor de volle-digheid voeg ik het advies van de AP als bijlage bij deze brief.3De consortiumpartners van het project Oorlog voor de Rechter zijn het Nationaal Archief, hetNIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, het Huygens Instituut voorNederlandse geschiedenis en cultuur en WO2Net (voorheen Netwerk Oorlogsbronnen)4Het betreft op dit moment circa een derde deel van het totale CABR. Het totale archief zal naarverwachting begin 2027 gescand en gedigitaliseerd zijn.5Zoals bijvoorbeeld de Stockholm-declaratie uit 2000 en de Terazin Declaration on Holocaust EraAssets and Related issues uit 2009Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2112 Ik heb het advies van de AP bestudeerd. Daarbij heb ik ook het consortiumen de algemene rijksarchivaris geraadpleegd. De reeds voorzienemaatregelen sluiten voor een groot deel aan bij de adviezen van de AP.Voor een aantal aanvullende maatregelen zal ik extra aandacht vragen bijde uitvoering van de tijdelijke voorziening. Hieronder beschrijf ik welkemaatregelen zullen worden genomen. Waar aan de orde licht ik daarbijtoe hoe deze zich verhouden tot de maatregelen uit het AP-advies.1)Het raadplegen van de gedigitaliseerde stukken kan enkel op locatie,op de studiezaal van het Nationaal Archief en op termijn mogelijkook bij de rijksarchiefbewaarplaatsen in de provincie (de RHC’s).Raadpleging via internet vanaf een andere locatie is niet mogelijk.2)De AP vraagt in haar advies daarnaast aandacht voor adequatetechnische beveiliging van de stukken (maatregel b uit het adviesvan de AP). Dit kan ik bevestigen: er zijn passende technische enorganisatorische maatregelen getroffen om de digitale stukken tebeveiligen.3)Dossiers van onderzochte personen van wie niet duidelijk is of zezijn overleden worden in de tijdelijke voorziening niet getoond. DeAP verzoekt in haar advies om deze dossiers ook niet te tonen in dezoekresultaten (maatregel a uit het advies van de AP). Dit kan ikbevestigen.4)Bezoekers moeten vooraf een plek reserveren en daarbij verklarendat zij een onderzoeksbelang hebben, op dezelfde wijze als dat hetgeval is voor het inzien van stukken uit het papieren CABR op destudiezaal. Dat kan een historisch belang zijn, bijvoorbeeld eennabestaande die familieonderzoek wil doen, of een bezoeker diejournalistiek onderzoek wil verrichten. Ook voor een onderzoek meteen wetenschappelijk belang is het mogelijk inzage te verkrijgen. DeAP adviseert mij in maatregel c om voor eenieder duidelijk te makenwelke nabestaanden toegang kunnen krijgen onder welke voorwaar-den. Onder nabestaanden versta ik personen die een vermoedenhebben dat er gegevens in het CABR zitten die verband houden methun (familie)geschiedenis. Dat kunnen familieleden zijn, maar ookbijvoorbeeld mensen die willen weten wat er is gebeurd met hunverloofde, onderduikverleners, buren of goede vrienden. Dit zal,conform het advies van de AP, ook zo vermeld worden op dewebsites van het Nationaal Archief en Oorlog voor de Rechter. Devoorwaarden voor toegang licht ik hieronder verder toe.5)Bezoekers die aangeven thematisch onderzoek te willen doen, zoalswetenschappers die onderzoek doen naar een bepaald onderwerpof thema, moeten, net als voor toegang tot het papieren CABR, eenonderzoeksopzet indienen. Deze opzet wordt vooraf door het NAbeoordeeld, onder andere op de wijze waarop privacy door deonderzoeker wordt gewaarborgd. Dit komt overeen met maatregel fuit het AP-advies.6)Bezoekers van de tijdelijke voorziening zullen worden geïnformeerdover de verwerking van hun persoonsgegevens en het bewarendaarvan, zoals de AP voorstelt in maatregel j van haar advies.7)Per terminal is plek voor maximaal twee personen. De bezoekermag dus maximaal één medebezoeker opgeven.8)Bezoekers ontvangen een inzagebesluit, waarin zij worden gewezenop hun (AVG-)verplichtingen ten aanzien van nog levende perso-nen6. Deze verplichtingen zullen ook worden toegelicht op dewebsites van het Nationaal Archief en Oorlog voor de Rechter, zoalsde AP adviseert bij maatregel e. In het inzagebesluit zal ook wordenbenadrukt dat toegang tot dit beperkt openbare archief wordt6Met levend persoon wordt bedoeld: een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijkepersoon, zoals beschreven in artikel 4.1 van de AVG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2113 verleend voor het doel zoals beschreven in het verzoek om inzage(maatregel d uit het AP-advies).9)Het raadplegen van de gedigitaliseerde stukken vindt plaats in hetgedeelte van de studiezaal waar enkel beperkt openbaar archiefgeraadpleegd wordt. Hiervoor gelden dezelfde regels als inzage inbeperkt openbaar (papieren) archief: bezoekers mogen welaantekeningen maken, maar geen foto’s of scans, telefoons mogenniet mee de studiezaal in, en op laptops wordt de camera afgeplakt.Hierop wordt toezicht gehouden.10)De terminals zijn beveiligd tegen het verspreiden van de digitalestukken: het is niet mogelijk om apparaten of kabels te verbinden enook is er geen mogelijkheid om bijvoorbeeld screenshots te maken,applicaties te downloaden, of stukken door te mailen.11)Op de terminal kunnen alleen de websites van Oorlog voor deRechter en van het Nationaal Archief worden bezocht. Op dewebsite van Oorlog voor de Rechter kan het onderzoek in degedigitaliseerde stukken worden gedaan en op de website van hetNationaal Archief kunnen eventueel fysieke stukken wordengereserveerd.12)Met de (externe) partners die betrokken zijn bij het digitaliseren enhet tonen van de gedigitaliseerde stukken zijn (verwerkers)overeen-komsten afgesloten, conform de eisen uit de AVG. Deze overeen-komsten zullen nog een keer worden nagelopen op de aandachts-punten die de AP schetst onder maatregel h.13)Indien de bezoeker onverhoopt stuit op stukken die niet getoondzouden mogen worden, dan kan hij of zij dit kenbaar maken, ondervermelding van welk archiefstuk het precies betreft. De stukkenworden zo snel als technisch mogelijk is niet meer getoond, waarnanader onderzoek plaatsvindt. Er zijn drie omstandigheden waarbijbovenstaande het geval kan zijn:•Aanwezigheid van persoonsgegevens: er wordt een documentop het scherm getoond met informatie die tot een levendpersoon te herleiden is. Op grond van de Algemene verordeninggegevensbescherming wordt dit document vervolgens nietgetoond.•Portretrechten: Er wordt een foto getoond waarop portretrechtrust. Op grond van het portretrecht wordt deze foto vervolgensniet getoond.•Ethische bezwaren: Er worden persoonlijke documenten, zoalseen brief of een dagboek, aangetroffen, waarvan iemand doorhet tonen ervan grote persoonlijke problemen verwacht. Eenverzoek tot het niet tonen daarvan wordt voorgelegd aan eenonafhankelijke adviescommissie, die een ethische afwegingmaakt. Op basis van het advies van de commissie neemt hetNationaal Archief een beslissing over het al dan niet tonen vanhet betreffende document. Documenten die gemaakt zijn alsonderdeel van de rechtsgang, zoals een proces-verbaal ofgetuigenverklaring, komen niet in aanmerking.•Indien op termijn inzage mogelijk wordt op de locaties van derijksarchiefbewaarplaatsen in de provincie (RHC’s), wordt alsmaatregel toegevoegd het niet tonen van «werken» waarauteursrechten op rusten. Dit omdat het niet evident is dat demogelijkheid voor het Nationaal Archief om op grond van deAuteurswet beschermde werken in het CABR op locatie van hetNationaal Archief te tonen, ook geldt op de locaties van deRHC’s.•In haar advies spreekt de AP de zorg uit dat bezoekers alleen opde studiezaal bezwaar kunnen maken tegen het tonen vanbepaalde stukken (maatregel i). Deze zorg wil ik graag wegne-men: de mogelijkheid om bezwaar te maken is niet gebondenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2114 aan de locatie van de studiezaal. Het is echter wel belangrijk datbij het bezwaar exact wordt aangegeven om welke archiefstuk-ken het gaat. Als iemand bezwaar maakt omdat hij «ergens»voorkomt, dan is verificatie van de claim niet mogelijk. Omdat destudiezaal de enige plek is waar men het gedigitaliseerdemateriaal kan inzien, zal het maken van bezwaar op het tonenvan bepaalde archiefstukken in de praktijk veelal daar gebeuren.Bezoekers zullen worden gewezen op hun recht om bezwaar temaken en er zal worden toegelicht op welke wijze dit kan.Maatregel g die de AP voorstelt, namelijk het loggen en monitoren vanalle raadplegingen, stuit bij mij op principiële bezwaren. Zoals hierbovenal toegelicht moeten bezoekers zich, net als voor toegang tot het papierenCABR, vooraf aanmelden en daarbij aangeven dat ze een belang hebbenom het archief te raadplegen. Bezoekers moeten zich legitimeren en bijontvangst van het inzagebesluit wordt hen gevraagd te verklaren dat zijeen (persoonlijk) belang hebben om onderzoek te doen in het CABR, zoalsfamilieonderzoek, journalistiek onderzoek, overig historisch onderzoek ofwetenschappelijk onderzoek. De inzagebesluiten worden, zoals alleinzagebesluiten voor de termijn zoals vastgelegd in de selectielijstbewaard.De AP adviseert om daarbovenop ook alle raadplegingen van het CABRper gebruiker te loggen, inclusief de ingevulde zoektermen en getoondedocumenten. Daarmee vraagt de AP mij om van bezoekers in detail vast teleggen waar zij naar zoeken. Dit is een inbreuk op de privacy van debezoeker. Ik vind dat ethisch bezwaarlijk. De gedachte achteropenbaarheid van overheidsarchieven is dat burgers (besluiten van) deoverheid kunnen controleren. Dat de overheid dan vervolgens hunzoekgedrag zou gaan volgen, vastleggen en controleren vind ik zeerbezwaarlijk. Daarnaast heeft dit kabinet meermaals benadrukt dat deoverheid moet uitgaan van vertrouwen jegens burgers. Het controlerenvan het zoekgedrag van die burgers staat daar haaks op. Overigensvoorzie ik daarnaast ook praktische problemen in de uitvoerbaarheid enhandhaafbaarheid.Ik kan mij vinden in de onderliggende gedachte dat schade voor mogelijknog levende personen, wiens gegevens in het CABR voorkomen, zo veelmogelijk moet worden beperkt. Ik vind het echter principieel bezwaarlijkom de oplossing daarvoor te zoeken in het controleren van hetzoekgedrag van bezoekers, die naar het archief komen om onderzoek tedoen naar het lot van hun familie of geliefden, of vanuit een wetenschap-pelijk perspectief. Wel vind ik het belangrijk dat bezoekers wordengewezen op de eisen die de AVG stelt aan het verwerken en verspreidenvan persoonsgegevens die zij tegenkomen bij het raadplegen van hetCABR, zoals blijkt uit alle getroffen maatregelen die ik in deze brief hebtoegelicht.Alles bijeengenomen ben ik van mening dat met de getroffen maatregelenzorgvuldig wordt omgegaan met het risico op een inbreuk op debescherming van de persoonsgegevens van nog levende personen die inhet archief voorkomen. Ik ben dan ook voornemens om tot opening vande tijdelijke voorziening zoals hierboven beschreven over te gaan. Dekomende weken wordt de laatste hand gelegd aan de technische realisatievan de tijdelijke voorziening. Daarna zijn nog enkele weken nodig voor hettesten van de voorziening en het verhelpen van de daaruit voortkomendeaandachtspunten. Op dinsdag 1 juli zal de tijdelijke voorziening voor heteerst voor het publiek geopend zijn. Ongeveer een week daarvoor zal hetmogelijk worden om een plek achter een computer te reserveren. Na 1 julizal goed worden gevolgd hoe de uitvoering van de tijdelijke voorzieningTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2115 verloopt. Na drie maanden wil ik een tussenevaluatie doen met debetrokken partijen om vervolgens te kunnen besluiten op welke wijze detijdelijke voorziening ook bij de RHC’s kan worden ingezet.WetswijzigingDe tijdelijke voorziening is, met alle hierboven beschreven maatregelen,significant verschillend van de oorspronkelijke plannen voor onlinetoegankelijkheid van het CABR. Die richten zich op een archief dat vooreenieder op zijn eigen wijze, tijd en locatie te benaderen is, zonderdrempels vooraf. Bovendien biedt een dergelijk breed toegankelijk archiefvele mogelijkheden voor museale presentaties en educatie over hetoorlogsverleden.Voor de mogelijkheid om het CABR ook online te kunnen raadplegen hebik in het eerste kwartaal van dit jaar gewerkt aan een wijziging van deArchiefwet. Het wetsvoorstel heeft tot doel om ruimte te bieden voor eenbelangenafweging tussen openbaarheid en privacy bij de (wijze van)verstrekking van (bijzondere en strafrechtelijke) persoonsgegevens doorarchiefdiensten. Daarbij creëert het wetsvoorstel de door de AP gemistegrondslag om daartoe bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens teverwerken.Mijn inzet is er op gericht om deze wetswijziging zo spoedig mogelijk terealiseren, maar uiteraard volgens een zorgvuldig wetstraject. Op31 maart heb ik het conceptwetsvoorstel gepubliceerd, zodat tussen31 maart en 28 april er een internetconsultatie heeft kunnen plaatsvinden.Hier zijn 70 reacties op binnengekomen, waarvan 57 openbaar. Daarnaastheb ik adviezen ontvangen van het Adviescollege Toetsing Regeldruk(ATR), het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI),de AP en de algemene rijksarchivaris. Ook heeft de Inspectie Overheidsin-formatie en Erfgoed een handhaafbaarheidstoets gedaan en heb ik eenreactie ontvangen namens de VNG. Momenteel ben ik de inbreng uit deinternetconsultatie en de adviezen aan het verwerken. Ik ben danvoornemens om vervolgens zo snel mogelijk spoedadvies aan te vragenbij de Raad van State, waarna ik het wetsvoorstel hopelijk rond de zomernaar uw Kamer kan verzenden.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. BruinsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2116

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a66d617493126463

14 okt 2026 · 0d065c808b85e9dd

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.