KamerkringInloggen
Kamerbrief

Jaarverslag 2025 Beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen en kinderen van 1 tot 12 jaar (LZA/LP&K)

22 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2fdf710ff6ae4f9a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 647LevensbeëindigingNr. 113 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 juni 2026Hierbij bied ik de Kamer, mede namens de Minister van Justitie enVeiligheid, het jaarverslag 2025 aan van de Beoordelingscommissie latezwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen enkinderen van 1 tot 12 jaar (hierna: de commissie).MeldingenLate zwangerschapsafbrekingIn de verslagperiode heeft de commissie drie meldingen van een latezwangerschapsafbreking ontvangen. De meldingen zijn in het jaarverslagsamengevat met daarbij de overwegingen en het oordeel van decommissie. De commissie kwam in al deze meldingen tot het oordeel datde arts heeft gehandeld conform de zorgvuldigheidseisen die zijnvastgelegd in de Regeling beoordelingscommissie late zwangerschapsaf-breking en levensbeëindiging bij pasgeborenen en kinderen 1–12 jaar dieop 1 februari 2024 in werking is getreden. Bij alle drie de meldingen issystemische verdoving aan de foetus toegediend voordat tot levensbeëin-diging van de foetus is overgegaan.Levensbeëindiging bij pasgeborenenIn 2025 zijn geen meldingen van levensbeëindiging bij pasgeborenengedaan.Levensbeëindiging bij een kind van 1–12 jaarEind 2025 ontving de commissie een eerste melding van levensbeëin-diging bij een kind in de leeftijd tussen 1 en 12 jaar. Aangezien decommissie elke twee maanden vergadert, heeft de commissie dezemelding in haar eerste vergadering van 2026 in januari behandeld. Demeldend arts is door de commissie gehoord tijdens haar tweede kst-32647-113ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 647, nr. 1131 vergadering in maart 2026. Inmiddels heeft de commissie het beoorde-lingsproces over deze melding afgerond en haar oordeel schriftelijk terkennis gebracht aan de arts en het College van procureurs-generaal vanhet Openbaar Ministerie. Het oordeel van de commissie geldt als eenzwaarwegend advies aan het College dat een zelfstandig oordeel geeft. Decommissie zal haar oordeel binnenkort op haar website publiceren.BevindingenIn het jaarverslag merkt de commissie op dat bij één melding hetmeldingsformulier aanvankelijk niet door de arts was ingevuld, maar dooreen collega die betrokken was bij het traject. De commissie benadrukt dathet noodzakelijk is dat de arts het volledige traject met de moeder (en,indien aanwezig, de vader) doorloopt en het meldingsformulier zélf invulten ondertekent en niet een collega.Daarnaast geeft de commissie aan dat geen van de artsen die in 2025 eenmelding heeft gedaan, gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om demelding mondeling toe te lichten, ondanks het feit dat de commissie dit inlijn met haar regelement standaard aanbiedt.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 647, nr. 1132

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c066ad2118586ebd

14 okt 2026 · b90de939557e991a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.