KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 7 november 2024, over Economische Veiligheid en strategische autonomie

5 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 46bc513d022f7691 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 821Nationale VeiligheidNr. 247 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 5 december 2024 De vaste commissie voor Economische Zaken en de vaste commissie voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp hebben op 7 november 2024overleg gevoerd met de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken,over:–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 15 december 2023 inzake voortgang kabinetsaanpakrisicovolle strategische afhankelijkheden (Kamerstuk 30 821,nr. 204);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 21 december 2023 inzake de Nederlandse inzet terversterking van het halfgeleiderecosysteem in geopolitiekuitdagende tijden (Kamerstuk 33 009, nr. 138);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 22 december 2023 inzake voortgang Nationale Grondstof-fenstrategie (Kamerstuk 32 852, nr. 291);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 8 mei 2024 inzake antwoorden op vragen commissie overde Nationale Grondstoffenstrategie (Kamerstuk 32 852,nr. 291) (Kamerstuk 32 852, nr. 311);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 19 januari 2024 inzake voortgangsrapportage strategischeagenda ondernemingsklimaat (Kamerstuk 32 637, nr. 593);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 3 sep-tember 2024 inzake jaarverslag Bureau Toetsing Investeringen2023 (Kamerstuk 30 821, nr. 235);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 9 sep-tember 2024 inzake bevindingen TNO-onderzoeken NationaleGrondstoffenstrategie (Kamerstuk 32 852, nr. 317);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 28 okto-ber 2024 inzake voorraadvormingsprogramma kritiekegrondstoffen (Kamerstuk 32 852, nr. 319);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 31 okto-ber 2024 inzake voortgang kabinetsaanpak risicovollestrategische afhankelijkheden (Kamerstuk 30 821, nr. 244). kst-30821-247ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2471 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,Michon-DerkzenDe voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp,De VriesDe griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,ReindersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2472 Voorzitter: Michon-DerkzenGriffier: ReindersAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Dassen, Martens-America,Michon-Derkzen, Thijssen, Vermeer en Zeedijk,en de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Goedemorgen, allemaal. Welkom bij dit commissiedebat met de vasteKamercommissie voor Economische Zaken. We hebben het vandaagtussen 10.00 uur en 13.00 uur over de economische veiligheid enstrategische autonomie. Minister, van harte welkom. Fijn dat u er bent,evenals de geïnteresseerden hier. Ook de leden van harte welkom. Wehebben drie uur. We hebben vier minuten spreektijd per fractieafgesproken. Ik stel drie interrupties in tweeën voor. Dat is wel leuk: ikvond het juist riant, meneer Vermeer! Laten we het proberen, want ik wilwel echt om 13.00 uur afronden. Ik heb begrepen dat mevrouw Martensom 12.30 uur weg moet. Laten we er een mooi debat van maken in deuren die we daarvoor hebben. Ik geef direct het woord aan de heerThijssen. Hij spreekt namens GroenLinks-PvdA.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het is nogal een moment om dit debat te hebben. «MakeAmerica Great Again.» Acht jaar geleden zei Lubach snel daarna: can webe second? Denkt de Minister dat Trump solidair zal zijn met Nederland enEuropa, bijvoorbeeld als we chipmachines willen exporteren of als ElonMusk zijn marktmacht misbruikt en Nederlandse bedrijven benadeelt of deconsument te veel laat betalen? Wat denkt de Minister: is het nou goedvoor de Nederlandse economische veiligheid en de strategischeautonomie dat Trump weer president wordt, of is het een slecht ding?Sluit het kabinet zich aan bij de oproep van Scholz en Macron om ons nuecht te verenigen als Europa en op te komen voor het Europese belang?Er zijn ook andere statelijke actoren, bijvoorbeeld China. We hebben deafgelopen jaren voorbeelden gezien, bijvoorbeeld eerst bij zonnepanelenen nu bij elektrische auto’s, waarin ze de markt overheersen en daarmeede Europese industrie kapot proberen te maken. Er zijn nu grotewaarschuwingen dat hetzelfde staat te gebeuren met de windmolenfabri-kanten. Hoe ziet de Minister dit? Vindt hij dit ook een bedreiging enmoeten we ons daartegen wapenen?Gisteren hebben we een briefing gehad van de AIVD en de MIVD. Het istoch wel ontluisterend wat zij zeggen. We zitten namelijk in een schemer-gebied tussen vrede en oorlog, en worden op allerlei mogelijke manierenbelaagd, ook door statelijke actoren. Daarmee wordt ons economischeverdienvermogen bedreigd. In de brieven van de Minister lees ik dat weheel veel dingen onderzoeken. Dat is op zich goed. Maar als ik de brievenvan een paar weken geleden en van vorig jaar lees, heb ik eigenlijk geenidee of Nederland nu economisch veiliger is dan een jaar geleden. Zijn westrategisch autonomer dan een jaar geleden? Ik heb geen idee.Ik lees wel steeds dat de Minister wil dat we een open, op regelsgebaseerde economie houden en handel kunnen hebben. Dan denk ik:gelooft hij nou werkelijk dat Trump, China en Rusland ook volgens deregeltjes willen spelen zodat wij ons geld kunnen blijven verdienen? Of isdit toch een beetje naïef? Ik wil hier graag een bespiegeling op van deMinister. Ik snap dat de Minister in dit debat heel veel niet kan zeggen. Datbleek gisteren ook wel bij de briefing van de AIVD en de MIVD, want het isallemaal vertrouwelijk en we willen onze vijanden – tot gisteren dacht ik«opponenten» – niet wijzer maken dan nodig is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2473 Ik heb een andere vraag aan de Minister. Ik wil in het volgende debat welgraag weten of we nou veiliger zijn als Nederland of niet. Kan hij dus, nietop een heel specifiek maar op een geaggregeerd niveau, zeggen bijhoeveel kritische grondstoffen we nou eigenlijk een strategische afhanke-lijkheid hebben? Bij hoeveel aanvoerketens zijn we economisch nietveilig? Om hoeveel halffabricaten en eindproducten gaat het? Om hoeveelaanvoerketens en producten hebben we het? Ik weet niet of het er 4, 40 of400 zijn; ik heb werkelijk geen idee. Kan hij zeggen of het op groen staaten dus goed gaat, of het oranje is en we dus moeten oppassen of dat hetrood is en we echt wel gevaar lopen als Nederland? Ik zou graag eentoezegging willen over een rapportage van de Minister op die manier. Zokrijgen we als Tweede Kamer enig gevoel bij de vraag of er nou eigenlijkvoortgang is. Er wordt ongetwijfeld hard gewerkt, maar worden we erveiliger van?Ik vind het eigenlijk onacceptabel dat de Minister in brieven ernaarverwijst dat bedrijven dit moeten doen en allerlei andere ministeries dithebben. Ik dacht dat ik praatte met de coördinerend Minister en dat hij erverantwoordelijk voor is dat we economisch veilig zijn.Voorzitter. Dan een aantal doelen. Ik weet niet wat nu het doel is. In deEuropean Critical Raw Materials Act staat bijvoorbeeld dat 10% van dejaarlijks gebruikte kritische grondstoffen zelf in Europa gewonnen moetenworden en 40% zelf verwerkt. Worden die doelen ook naar Nederlandvertaald? Kunnen we daar de Minister bijvoorbeeld aan houden?Dan als laatste. Er zijn een heleboel maatregelen: promote, protect,partner. Over «partner» schrijft de Minister: «Op nationaal niveau is hetNationaal Groeifonds een belangrijk instrument om innovaties op hetgebied van energietransitie, gezondheid en veiligheid te stimuleren. Het iseen belangrijk instrument om aan de publiek-private ambitie van 3% vanhet bbp voor R&D-uitgaven uit te komen.» Maar het NGF, het NationaalGroeifonds, is geschrapt. Betekent dit dat we op die manier economischveel onveiliger en strategisch veel afhankelijker worden van hetbuitenland? Wil de Minister dan toch niet het amendement dat ik hebingediend bij de begrotingsbehandeling herzien en ervoor zorgen dat diebezuinigingen worden teruggedraaid?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Martens. Zijspreekt namens de VVD.Mevrouw Martens-America (VVD):Voorzitter. Het debat van vandaag, economische veiligheid en strategischeautonomie, gaat over vrijheid. Het gaat over vrijheid gedefinieerd vanuittwee verschillende invalshoeken: economische vrijheid, welvaart, enveiligheid, beredeneerd vanuit de strategische onafhankelijkheid. Denkaan grondstoffen, industrie, tech en andere faciliteiten. Met schuivendemachtsverhoudingen in de wereld is het vraagstuk dat we vandaagbespreken volgens mij actueler dan ooit. Economische onafhankelijkheid,een sterk vestigingsklimaat en een sterk bewustzijn van onze rol in dewereld, dus het belang van samenwerken in Europa, moeten hoog op deagenda staan.Voorzitter. De vraag is of het een of-of moet zijn: veiligheid of econo-mische onafhankelijkheid. Volgens mij zouden deze twee elkaar nietmoeten of mogen bijten. Ik ben op zoek naar een en-en. Omdat Nederlandeen handelsland is, waarin wij een groot deel van ons geld verdienen metin- en uitvoer van onze diensten en producten, vraagt dit om urgentie.Juist omdat onze economie gericht is op handel maakt dit ons heelkwetsbaar. We zijn gisteren door verschillende diensten bijgepraat overgeopolitieke dreigingen vanuit onder andere Rusland en China. Dat stemt,zoals al eerder is gezegd, niet positief. Dat begint bij het vaststellen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2474 onze veiligheidsbelangen. Dat is dan ook direct een vraag die ik heb aandeze Minister: wat zijn onze veiligheidsbelangen? Hoe ziet de Minister vanEconomische Zaken deze veiligheidsbelangen? Ziet hij tegenstrijdigebelangen tussen economie en veiligheid? Hoe gaat hij dit adresseren, ookbij andere ministeries, om onze economie veilig te houden?Voorzitter. De vorige Minister van Economische Zaken, Adriaansens, heeftveel stappen gezet als het gaat om het vergroten van onze economischeveiligheid. Zo is ervoor gezorgd dat de BeschermingsvoorzieningEconomische Veiligheid van 100 miljoen in het leven is geroepen. Hethuidige kabinet heeft dit verhoogd naar 150 miljoen. Dit is eenvoorziening die het huidige kabinet kan gebruiken om in een uiterst gevaltijdelijk belang te nemen in bedrijven van strategisch belang als voorzieneinvesteringen door statelijke actoren of partijen een bedreiging vormenvoor onze veiligheid. Ik heb twee vragen hierover aan de Minister. Kan hijschetsen hoe vaak dit fonds al is aangesproken? Mag hij dat delen? Als hijdit niet mag delen, kunnen we dan een besloten sessie organiserenwaarin wellicht meer vragen die vandaag worden gesteld eerlijk met onskunnen worden gedeeld? Twee. Werkt dit fonds? Werkt dit in zijn of haarhuidige vorm?Voorzitter. Dan de Wet vifo. Deze wet maakt het mogelijk om bedrijfsover-names in specifieke sectoren te toetsen. Het kabinet heeft aangegevenmeer bedrijfsovernames te willen toetsen op risico’s voor nationaleveiligheid. Ik zou aan de Minister willen vragen hoe hij deze uitbreidingzelf wil gaan aanpakken. Welke stappen gaat hij nemen? Wat is hetafwegingskader dat hij hiervoor wil gaan gebruiken? Kan er al wordengeschetst naar welke sectoren nog meer wordt gekeken dan op ditmoment eronder vallen?Voorzitter. Tot slot een vraag over aanbestedingsregels. Nederland is vaakterughoudend met een beroep doen op de uitzonderingsclausule op hetgebied van nationale veiligheid. Deelt de Minister de mening van de VVDdat we niet opzettelijk terughoudend moeten zijn? Denkt hij dat we datzijn? Is hij bereid om er in EU-verband voor te pleiten om deze regels teversoepelen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Er is eerst een interruptie van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik vind het wel mooi hoe mevrouw Martens zegt dat het gaat over vrijheid.Dat denk ik inderdaad ook. Ik las net een stukje voor uit de brief over hoebelangrijk het is om te innoveren, onderzoek te doen en ervoor te zorgendat we op die manier een voorsprong houden ten opzichte van hetbuitenland. Maar dit kabinet bezuinigt natuurlijk miljarden en miljarden oponderzoek, innovatie en onderwijs. Denkt mevrouw Martens ook niet datNederland door deze bezuinigingen de komende jaren economischonveiliger en strategisch afhankelijker gaat worden van allerleibuitenlanden?De voorzitter:Mevrouw Martens, kunt u door de bel heen praten? Nee? Laten we daneen enkel moment wachten.Mevrouw Martens, gaat uw gang.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik wil zeer voorzichtig zijn met het direct verbinden van conclusies aan hetfeit dat er wordt bezuinigd op het Groeifonds, wat direct zou bijdragenaan economische onveiligheid. Ik denk dat dat niet juist is. Dit onderwerpvraagt volgens mij ook om een bredere analyse. Er wordt 1 miljardgeïnvesteerd, via Invest-NL, in bedrijven die gaan zorgen voor innovatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2475 en de groei van R&D. Maar de vraag die de heer Thijssen heeft gesteldaan de Minister is heel legitiem en ik ben ook heel benieuwd naar hetantwoord.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja graag, want dit verbaast me toch een beetje. Ik citeer net uit een briefvan niet deze maar de vorige Minister, Minister Adriaansens van de VVD.Zij schrijft gewoon dat op nationaal niveau «het Nationaal Groeifonds eenbelangrijk instrument is om innovaties op het gebied van energietransitie,gezondheid en veiligheid te stimuleren». Dit is een van de middelen om tezorgen dat bedrijven kunnen innoveren en een technologischevoorsprong houden op andere bedrijven. Het is ook een manier om denieuwe ASML van de toekomst te creëren in Nederland, zodat er nietalleen sprake is van afhankelijkheid van ons van het buitenland, maar hetbuitenland ook afhankelijk is van ons. Die wederzijdse afhankelijkheiddisciplineert en zorgt ervoor dat we handel kunnen blijven drijven.Mevrouw Martens kan wel zeggen dat er een miljard wordt gestoken inInvest-NL, maar we zijn het er hopelijk toch wel over eens dat netto, onderde streep, dit kabinet miljarden en miljarden bezuinigt op onderzoek eninnovatie. Nogmaals, dit is toch gewoon een stap achteruit in onzeeconomische veiligheid?Mevrouw Martens-America (VVD):Ik vind het voorbeeld dat de heer Thijssen aanhaalt, wel gedurfd. Volgensmij is de heer Thijssen lid van een partij die regelmatig uitzwaaitweetsstuurt op het moment dat een bedrijf aangeeft weg te gaan wegens hetverslechteren van het fiscale klimaat, waaronder juist ASML, een bedrijfdat essentieel is voor onze economische veiligheid en onafhankelijkheid.Zelf had ik, als ik van GroenLinks-PvdA was geweest, dit voorbeeld nounet niet genoemd. Het is immers de VVD die er tijdens de onderhande-lingen voor gezorgd heeft, daarin gesteund door alle andere partijen, datde enorme lastenverzwaring waarover ASML aan de bel trok is terugge-draaid. Ik vind dat dus een gek voorbeeld. Maar de heer Thijssen wil niethoren dat ik het grotendeels met hem eens ben; we hoeven niet altijd opzoek te zijn naar verschillen. Ik ben heel benieuwd hoe deze Minister datziet.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik vind het toch altijd jammer dat er dan weer een jij-bak komt.GroenLinks-PvdA staat met miljarden en miljarden klaar om groeneindustriepolitiek te bedrijven. Ik heb bij de begroting een gedektamendement ingediend waarin ik de bezuinigingen op innovatieterugdraai en nog extra investeer in innovatie. In lijn met Draghi zien wijimmers dat wij dit nodig hebben om geld te kunnen verdienen, om tekunnen verduurzamen, om concurrerend te blijven en ook om – hierovergaat dit debat vandaag – economisch veilig te blijven. Ik snap wel dat heteen ongemakkelijke bezuiniging is, maar het lijkt me wel eerlijk als er danwordt gezegd: «Ja, waarschijnlijk gaat deze bezuiniging van een aantalmiljarden ervoor zorgen dat we economisch onveiliger zijn, en dat is eengroot probleem. Deze Minister moet ons zeggen hoe we economischveiliger gaan worden. Anders moet die bezuiniging misschien van tafel.»De voorzitter:Wat is uw vraag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2476 De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nou, ik zie niet hoe de VVD het anders kan zien dan zoals ik het net hebverwoord.Mevrouw Martens-America (VVD):De interruptie van de heer Thijssen was een jij-bak. Dat ik dan antwoorddat er ook een andere kant is, namelijk dat de bedrijven waaraan de heerThijssen refereert, hebben aangegeven weg te gaan op het moment dat erlastenverzwaringen worden doorgevoerd onder aanvoering van de partijvan de heer Thijssen, is legitiem. Dat is immers een feit. De heer Thijssenis eigenlijk al de hele tijd actief op zoek naar tegenstrijdigheden die ervolgens mij niet zijn. Volgens mij delen de heer Thijssen en ik, de VVD enGroenLinks-PvdA, dezelfde zorgen. Dat er oplossingen en analysesmoeten komen van de huidige Minister van Economische Zaken, zoals deheer Thijssen terecht stelt, onderschrijf ik alleen maar. Dat de heerThijssen eropuit is om verschillen uit te vergroten, snap ik; we zitten in depolitiek. Maar dit onderwerp vraagt gewoon om samenwerking. Ik benook heel benieuwd naar het antwoord van de Minister.De voorzitter:Meneer Thijssen, gaat u een nieuw punt maken? Er zit iets van herhalingin.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja, er zit iets van herhaling in, maar ik denk dat dit een essentieel punt is.Er worden miljarden bezuinigd op innovatie en onderwijs en dat isgewoon een gevaar voor onze economie. Dat is nu ook een gevaar vooronze economische veiligheid. Ik vind ...De voorzitter:En wat is uw vraag?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik vind het niet helemaal fair van mevrouw Martens dat zij zegt datGroenLinks-PvdA dat te grabbel zou gooien. In onze doorrekening, in onsverkiezingsprogramma investeren wij in de industrie en zorgen wij voormeer economische groei. Dat is gewoon het betere verhaal. Het is verdergeen vraag, maar ik wilde wel even gezegd hebben dat het niet zo is zoalsmevrouw Martens schetste.De voorzitter:Mevrouw Martens. Ik hoor ook geen vraag, maar wilt u er wel opreageren?Mevrouw Martens-America (VVD):Nee, voorzitter. Ik ben klaar. Dank u wel.De voorzitter:Daarmee gaan we luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zeedijk. Zijspreekt namens NSC.Mevrouw Zeedijk (NSC):Bedankt, voorzitter. Strategische autonomie is een belangrijk onderwerpop de politieke agenda, niet alleen hier in Nederland, maar ook in Europaen eigenlijk wereldwijd. Dat is heel erg logisch, gezien de toenemendegeopolitieke spanningen en het feit dat onze waardeketens de afgelopen25 jaar steeds afhankelijker van elkaar zijn geworden. Tijdens de corona-crisis hebben we gezien waar zo’n afhankelijkheid toe leidt. Ik herinner mebijvoorbeeld nog heel goed de foto’s van de grote hoeveelheid schepenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2477 rondom Shanghai die lagen te wachten toen de haven van Shanghai dichtwas. Dat had direct effect op de levertijden van bijvoorbeeld wasma-chines.Vorige week is de commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelings-samenwerking in Taiwan geweest. Taiwan denkt heel serieus na over zijnstrategische afhankelijkheden. Een aantal maanden geleden hebben zijeen brede maatschappelijke resilience committee opgericht. Ik vond dateen heel mooi initiatief. Deze commissie heeft vooral de bedoeling omonder de burgers bewustwording te creëren ten aanzien van de afhanke-lijkheden en de risico’s die die met zich meebrengen. Ze organiserenoefeningen voor het geval internet gedurende een langere periode uitvalt,maar ze denken ook na over strategische voorraden en diversificatie vanwaardeketens. Ziet de Minister ook iets in zo’n commissie voorNederland?Mijn persoonlijke les uit het chiptekort tijdens de coronacrisis – ik zat daarredelijk bovenop – was dat het aanleggen van voorraden eigenlijk veelcomplexer is dan je zou denken. Je kunt wel een loods huren en deze volzetten met spullen, maar daarmee ben je er nog niet. Je moet ook inzichthebben in de levertijden. Die kunnen in de loop der tijd veranderen. Jekunt op elke plek in de keten voorraden aanhouden. Het gaat ook overgrondstoffen of halffabricaten. Een voorraad hoeft misschien niet eensfysiek te zijn; je kunt ook productiecapaciteit garanderen. Ziet de Ministerhet voorradenbeleid ook zo breed? Of ziet hij dat krapper?Wij vinden het heel belangrijk dat je dit soort problemen juist breedmaatschappelijk oplost en ook in samenwerking met het bedrijfsleven,want daar moeten veel acties liggen. Het bedrijfsleven kan waardeketensdiversificeren en kan ook zelf voorraden in de keten aanleggen. Het is vanbelang om inzicht te krijgen in waar die voorraden precies zijn. Hebben wedaarom niet een vaste cockpit nodig, een soort control center waar dat inde gaten wordt gehouden? Hoe denkt de Minister over het opzettendaarvan?Ik denk dat ik hiermee aan mijn tijd zit.De voorzitter:U hebt nog een minuut.Mevrouw Zeedijk (NSC):O, dan nog een laatste punt: de prioriteitstelling. In de stukken lees ik datde prioriteitstelling vooral gaat over de ketens energietransitie, digitali-sering en innovatie. Dat begrijp ik, gezien de prioriteitstelling vanEconomische Zaken. Ik denk echter dat burgers zich vooral zorgen makenover afhankelijkheden in de voedselketen, in de energievoorziening en inde farmaceutische industrie. Ligt dat bij een ander departement? Wiehoudt daar de regie op? Wat is hierover afgesproken? Hoe betrekken wijburgers bij conclusies en oplossingen op dat vlak?Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. De heer Thijssen heeft een vraag voor u.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik vroeg me af wat NSC vindt van de oproep van Macron en Scholz om alsEuropa samen op te trekken en harder op te komen voor de Europesebelangen.Mevrouw Zeedijk (NSC):Nieuw Sociaal Contract vindt Europese samenwerking ontzettendbelangrijk, zeker op het gebied van de interne markt. Ik denk dat dit ook iswaar Europa voor is opgericht. De werking van de interne markt is heelbelangrijk. Als die interne markt bedreigd wordt, moeten we daar zekerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2478 samen in optrekken. We zijn wel huiverig voor het overdragen van extrazeggenschap.De voorzitter:De heer Thijssen met een vervolgvraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat is goed om te horen, want ook GroenLinks-PvdA denkt dat ditbelangrijk is. Maar maakt NSC zich niet heel veel zorgen of dit wel gaatlukken, aangezien zij samenwerkt met de grootste politieke partij vanNederland, die heeft gezegd Europa van binnenuit te willen uithollen inplaats van Europa sterker te maken? Zit daar niet het gevaar dat we juistde verkeerde kant op bewegen?Mevrouw Zeedijk (NSC):Volgens mij hebben we daar heel duidelijke afspraken over gemaakt in hethoofdlijnenakkoord. Europese samenwerking is belangrijk. Volgens mijheeft de Minister dat ook regelmatig benadrukt en heeft hij ook verschil-lende initiatieven genomen om juist dit soort dingen in Europa tebespreken. Ik maak me daar dus eigenlijk niet zo veel zorgen over.De voorzitter:Goed. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Vermeer, diespreekt namens de BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Conflict na conflict laait op in de wereld en links enrechts zien we dat zich dictators en autoritaire leiders roeren die dewereldorde een nieuwe vorm willen geven, een vorm waarbij zijzelf aande top staan en verder vooral verdeeldheid willen zaaien. Zo’n wereldordemoeten we niet willen hebben. Twee weken geleden kwamen deBRICS-landen bijeen. Dat is een groep van negen opkomende econo-mieën, waaronder China, Rusland en sinds dit jaar ook de VerenigdeArabische Emiraten. Zij hebben samen een blok gevormd als tegenhangervan de G7. Het is een genootschap dat kan groeien en dat het ons, mitshet allemaal goed gaat, best nog een beetje lastig kan maken, want overéén ding zijn deze landen het eens: de macht van het Westen moetbeperkt worden. En een gedeelde tegenstander vormt juist goedebondgenoten. De verwachtingen zijn dat de economische groei in dezelanden doorzet. Ziet de Minister in de opkomst van de BRICS een risicovoor onze economische veiligheid, de Nationale Grondstoffenstrategie ende Europese Critical Raw Materials Act? Moeten plannen daarvoor herzienworden?Verder hebben wij nog een groter probleem. Ik ben in de gelukkigeomstandigheid dat ik zowel Economische Zaken als Financiën als Klimaaten Groene Groei in mijn portefeuille heb, en ik zie gewoon dat beleidtegen elkaar in aan het werken is. Onder punt 2, handelingsperspectieven,van de Nationale Grondstoffenstrategie hebben we een hoofdstuk overmijnbouw en raffinage. Daar zien we dat het Ministerie van IenW alsmaatregel voorstelt om aan CO2-reductie via de zogenaamde raffinage-route een correctiefactor toe te voegen, wat tot gevolg gaat hebben datraffinage straks in Nederland niet meer concurrerend is en uit dit land zalverdwijnen, en als je pech hebt uit de Europese Unie. Dat gaat recht-streeks in tegen wat wij qua onafhankelijkheid willen bereiken.Dat geldt ook voor een zinksmelterij als Nyrstar, die in haar proces ook dezeldzame metalen gallium en germanium zou kunnen benutten, waar eenexportrestrictie op zit vanuit China. Deze dingen lijken allemaal tegenelkaar in te gaan. Ook bij handelingsperspectief «verduurzaming van deinternationale ketens» moeten wij goed kijken wat wij bij het eneministerie voor beperkingen opleggen, wat vervolgens voor onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2479 afhankelijkheid grote gevolgen gaat hebben. Hoe waakt deze Ministerervoor dat op andere ministeries door collega’s in het kabinet besluitenworden genomen die hier rechtstreeks tegen ingaan en die een grootgevaar zijn voor onze onafhankelijkheid? Ik zou echt willen dat hier meerwerk van gemaakt wordt, want ik ga van het ene debat naar het andere endan zie ik gewoon volledig tegengestelde beleidsrichtingen, die ons groteproblemen op gaan leveren.Heb ik nog iets tijd?De voorzitter:Een half minuutje.De heer Vermeer (BBB):Een half minuutje. Samenwerking binnen Europa moet er zijn, zeker. Daarvroeg de heer Thijssen net ook naar. Dat is ook de reden dat we eenEuropese Unie hebben, want de Europese Unie is wat ons betreft eenmiddel en geen doel. Nauwe samenwerking daarbinnen is een middel engeen doel. Maar ik maak me grote zorgen over de strategische afhanke-lijkheid van Nederland als soeverein land. Gezien bijvoorbeeld hetvolledig uit de pas lopen van onze netwerktarieven voor elektriciteit,hebben we straks misschien één mooi groen park waar heel veel mensenwonen, maar hebben we geen industrie meer en zijn we voor alles wat wijnodig hebben in ons dagelijks leven totaal afhankelijk van import.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Dassen. Hijspreekt namens Volt. Wilt u uw microfoon uitdoen, meneer Vermeer?De heer Dassen (Volt):Dank, voorzitter. Volt doet vaker een oproep tot betere Europese integratieom de weerbaarheid en onze strategische autonomie te vergroten. Ik denkdat deze oproep alleen maar luider klinkt na de verkiezingsuitslag in deVerenigde Staten. We kunnen niet langer afhankelijk blijven van Amerika,ook niet voor onze economische veiligheid. We moeten als Europa ons lotin eigen hand nemen.De voorzitter:U heeft daarover een vraag van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik sta achter het laatste deel van wat de heer Dassen zegt, want hoeprotectionistischer de Verenigde Staten of andere landen of continentenworden, hoe belangrijker het is dat wij daar onafhankelijk van zijn. Maarde heer Dassen gebruikt volgens mij niet per ongeluk het woord«integratie». Wat betekent integratie voor hem en waar wijkt dat volgenshem af van samenwerking?De heer Dassen (Volt):De Europese Unie zoals die nu is, is niet heel erg slagvaardig endaadkrachtig. Dat komt doordat we allemaal redeneren vanuit 27nationale belangen. Zolang we op die manier blijven kijken naar dewereld, zal de wereld die belangen gebruiken om ons tegen elkaar uit tespelen. Dat is precies wat China probeert. Dat is wat andere landenproberen. Ze proberen via sociale media bedrijfsgeheimen te stelen. Ikben van mening dat je een sterke Europese Unie moet hebben als je eenvuist wilt maken in deze wereld, die steeds meer gepolariseerd raakt ensteeds meer blokvorming heeft. Dat betekent dus integratie. Wat mijbetreft bewegen we dus toe naar een federaal Europa.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24710 De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Een vervolgvraag, gewoon even een elementaire vraag: voelt de heerDassen zich volksvertegenwoordiger voor Nederland of voor Europa?De heer Dassen (Volt):Even over wat er onder de vraag van de heer Vermeer ligt. Hij impliceerteigenlijk dat ik hier zit voor Europa, maar ik zie die tegengesteldebelangen niet. Ik denk dat de beste manier om de belangen van Neder-landers te vertegenwoordigen, een sterk en daadkrachtig Europa is.Nederland zal in zijn eentje de wereldwijde slag niet kunnen winnen. Daarhebben we de gezamenlijke slagkracht van Europa voor nodig. Ik zit hiervoor alle Nederlanders, juist om ervoor te zorgen dat we in de toekomstbanen in Nederland kunnen behouden, de economische welvaart kunnenbehouden en daarmee uiteindelijk ook onze verzorgingsstaat kunnenbehouden.De voorzitter:Nog een vervolgvraag van de heer Vermeer. Daarna kom ik bij mevrouwMartens-America.De heer Vermeer (BBB):Ja, minder een vraag en meer een constatering, namelijk dat ik achter eensterk en daadkrachtig Europa sta maar dat integratie en overdracht vansoevereiniteit voor ons een no-go zijn.De voorzitter:Ik ga naar mevrouw Martens en daarna naar mevrouw Zeedijk.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik deel de analyse van de heer Dassen grotendeels. Ik deel niet alleoplossingen die hij aandraagt, maar daar gaat het vandaag niet over. Ikheb één zorg. Ik denk dat we toch een bepaalde ruimte moeten zoeken omhet Nederlandse belang te dienen, ook in het grotere Europese verband.Maar je ziet dat we elkaar binnen Europa op grote economieën in nieuwesectoren blijven beconcurreren en grote bedrijven verleiden om deoverstap te maken net de grens over. Dat baart mij zorgen. Dat baart deVVD zorgen. Hoe zou de heer Dassen dat willen voorkomen? Hoe zou hijdaar een eind aan willen maken? Welke stappen moeten we zetten om tevoorkomen dat we elkaar blijven beconcurreren, waarbij Nederland hetkleinste zakje geld op tafel kan leggen?De heer Dassen (Volt):Deze zorg deel ik. De staatssteun, die voornamelijk door Duitsland enFrankrijk wordt gegeven, vind ik een groot probleem. Wij hebben ookaltijd ertoe opgeroepen om dat niet te doen. Het vorige kabinet heeft zelfgezegd dat die staatssteun op dit moment moet. Wij hebben gezegd datdat tot problemen gaat leiden, want wie heeft de grootste zakken? Dat zijnDuitsland en Frankrijk. Dat wil je met elkaar voorkomen. Daarom moet jeer ook voor zorgen dat je een gelijk speelveld houdt in Europa en dat erconcurrentie is tussen bedrijven – die mag er zijn – maar niet tussenlanden, waarbij de grootste landen alles bepalen.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Martens.Mevrouw Martens-America (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24711 Helemaal eens, maar dan blijven we hangen bij de analyse dat we moetenzorgen voor een gelijk speelveld. De oplossing is natuurlijk dat we er ietsaan gaan doen. Mijn vraag is dus: wat wil de heer Dassen zelf voorstellenom te voorkomen dat die zakken geld op tafel komen? Laten we eerlijkzijn: Nederland is vaak, ook als het gaat over aanbestedingen, het braafstejongetje van de klas. Dat siert ons, maar dat maakt dat we heel vaakdingen verliezen. Dus hoe gaan we toewerken naar een gelijk speelveld envoorkomen we dat Nederland als eerste het allerbraafste jongetje van deklas is?De heer Dassen (Volt):Ik gaf in mijn analyse al het antwoord: je wil ervan af dat er op nationaalniveau heel veel staatssteun gegeven moet worden. Die ruimte is deafgelopen jaren gegeven vanwege de energiecrisis die eraan kwam. Toenis gezegd dat je, zoals Rutte het zei, toch «heel chirurgisch» staatssteunmag geven. Volgens mij hebben we daarmee de deur opengezet voorFrankrijk en Duitsland om keuzes te maken die voor ons niet wenselijkzijn. Ik denk dat je dat gezamenlijk in Europa zou moeten doen. Ik wiluiteindelijk dat er fondsen komen om meer gezamenlijk Europees teinvesteren. Een andere manier om ervoor te zorgen dat we die staatssteunminder nodig hebben, is door ook de kapitaalmarkten te integreren.De voorzitter:Dan gaan we luisteren naar de vraag van mevrouw Zeedijk.Mevrouw Zeedijk (NSC):Ik heb ook een vraag over de samenwerking in Europa. Wij zijn voor meersamenwerking binnen Europa, vooral op het gebied van de interne markt.Alleen, een federaal Europa gaat ons echt te ver. De reden waarom isvooral de democratische legitimiteit. De reputatie van de EuropeseCommissie en Europa is niet de beste, is niet zoals die zou moeten zijn.Daarom maken Nederlandse burgers zich zorgen over Europa. Hoe wil deheer Dassen eerst het gat tussen de burgers van Nederland en deEuropese Unie dichten voordat we weer nieuwe stappen zetten?De heer Dassen (Volt):Dat er een democratisch tekort is, daar ben ik het helemaal mee eens.Daarom zeggen wij ook dat Europa een volwaardige parlementairedemocratie moet worden, waarbij het Europees Parlement recht vaninitiatief krijgt en mensen daadwerkelijk goed kan vertegenwoordigen. Wijzijn ook voor transnationale kieslijsten zodat Europese verkiezingen ookechte Europese verkiezingen worden. Dat is de manier waarop je datdemocratisch tekort uiteindelijk oplost. Dat is niet door op deze maniervoort te modderen, waarbij er continu een strijd is tussen de EuropeseRaad en het Europees Parlement, en de Europese Raad steeds meer detouwtjes in handen neemt. Daar worden op dit moment de keuzesgemaakt, achter gesloten deuren. We weten helemaal niet waarom wiewelke keuze maakt. Dat is volgens mij het echte grote tekort. Hetprobleem daarvan is – daar krijgen veel burgers mee te maken – datnationale leiders dan terug naar hun land gaan en zeggen dat het deschuld van Brussel was als ze het ergens niet mee eens zijn, terwijl ze zelfaan tafel zaten, en dat ze het toch maar mooi voor elkaar hebbengekregen als ze een succes binnenhalen. Dat is niet de manier waarop jeEuropa dichter bij de mensen brengt.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Zeedijk.Mevrouw Zeedijk (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24712 Ik ben heel blij dat de heer Dassen ideeën heeft over zo’n hervormingsa-genda in Europa, want voortmodderen lijkt me inderdaad helemaal geengoed idee. Maar ik denk toch dat er een of ander wensdenken in zit bij Voltover hoe snel je dit zou kunnen bereiken, zeker als je kijkt naar waar dewereld naartoe gaat. Met Trump, die verkozen is in Amerika, en depolarisatie de we hier in Nederland hebben, zijn dat significanteproblemen die je moet oplossen. Daar maak ik me erg zorgen over. Ikvraag me af hoe de heer Dassen de haalbaarheid ziet van de dingen die hijzegt.De heer Dassen (Volt):Daar maak ik me ook zorgen over, want ik zie dat daar politieke moed voornodig is. Die politieke moed zie ik niet. Ik zie namelijk alleen maar politiekeleiders die vasthouden aan nationale belangen omdat ze bang zijn omleiderschap te tonen. Ik zie dat de Duitse regering nu op omvallen staatterwijl je op dit moment juist zou verwachten dat Scholz leiderschap zoutonen in de Europese Unie. Die zorg deel ik dus, want ik zie dat we blijvenhangen in nationaal denken, terwijl we nu juist toe moeten naar datEuropese denken. Wat mij betreft zit dat heel veel in politieke moed, in deeerlijkheid die politieke leiders zouden moeten brengen. Juncker zei hetheel mooi: politici weten heel goed wat ze moeten doen; ze weten alleenniet hoe ze daarna verkozen moeten worden. Dat zit hier heel erg in.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik sloeg toch aan op een opmerking van de heer Dassen. Hoor ik het nougoed dat Volt van mening is dat je geen sterke leider bent wanneer jenationale belangen verdedigt? Dat is volgens mij letterlijk wat ik hoorde.De heer Dassen (Volt):Als iedereen enkel en alleen maar bezig is met zijn eigen nationale belang– ik denk dat een mooi voorbeeld daarvan Victor Orbán is, die zegt dat hijer alleen maar zit voor Hongarije – als iedereen dat doet, als iedereenalleen maar kijkt naar het nationale belang, dan verzwak je toch onsgezamenlijk belang? Daarmee verzwak je toch uiteindelijk ook het belangvan alle inwoners van Europa? Dat is toch precies wat er te vaak gaandeis? Je maakt Europa niet slagvaardig, wendbaar en daadkrachtig als je jeveto uitspreekt bijvoorbeeld als het gaat om de steun om Oekraïne, wantdat zou dan in het Hongaarse belang zijn. Ik vind inderdaad dat jedaarmee niet het Nederlandse belang en ook niet het Europese belangsterker maakt.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Martens.Mevrouw Martens-America (VVD):Ja, en dan rond ik ook af. Ik vind dit heel lastig. Als de verkiezingsuit-slagen één ding hebben laten zien, dan is het dat het niet goed is omiemand met nationalistische gevoelens te diskwalificeren – met «nationa-listisch» bedoel ik hier «redeneren vanuit landsbelang» – om van iemanddie regeert vanuit het landsbelang te zeggen dat dat per definitie eenzwakke leider is. Volgens mij delen de heer Dassen en ik dezelfde meningover de leider die hij aanhaalt. Dat is niet wat ik bedoel, maar de VVDgelooft niet dat we de mensen buiten meekrijgen als we die gevoelens ofdie intenties van bewindspersonen blijven wegzetten als zwak omdat erook vanuit nationaal perspectief wordt geredeneerd. Want dat is wat deheer Dassen onvoldoende vindt: iemand is geen sterke leider als er ookaan het land wordt gedacht. In Nederland is er geen een leider die enkeldenkt aan het nationaal belang. Dat is gewoon niet zo. Dat is ook nietterug te lezen in het regeerakkoord. Ik denk dat we de gevoelens diebuiten leven, die terug te zien zijn in alle verkiezingsuitslagen, niet moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24713 blijven wegzetten. Want de ambitie van de heer Dassen, die ik grotendeelsdeel, gaan we daar gewoon niet mee bereiken. Hoe gaat de heer Dassenervoor zorgen dat we de mensen buiten, die zich misschien alleen maarzorgen maken over het halen van morgen – dat is de realiteit – meekrijgenin het gegeven dat er een langeretermijnplan moet komen? Dat gebeurtniet met het wegzetten van leiders als niet daadkrachtig omdat zeopkomen voor nationale belangen.De heer Dassen (Volt):Je krijgt mensen mee door eerlijk tegen ze te zijn, door er eerlijk over tezijn dat, als je klimaatverandering tegen wil gaan, je dat alleen maargezamenlijk in Europa kunt doen. Je krijgt mensen alleen maar mee dooreerlijk te zijn over veiligheid, door er eerlijk over te zijn dat Nederland deveiligheid niet alleen kan waarborgen. Daarvoor zullen we gezamenlijk inEuropa moeten optrekken. Je krijgt mensen alleen maar mee als je ereerlijk over bent dat we gezamenlijk in Europa stappen moeten zetten inde economie omdat we anders onze banen dreigen te verliezen aan deVerenigde Staten of aan China. Dat is wat eerlijkheid is en dat is uitein-delijk hoe je mensen meekrijgt. Dat is de politieke moed die nodig is:uitleggen dat we het in Nederland niet alleen maar met elkaar aankunnenin deze wereld. Dat is wat ik zeg. Wat ik mis in het leiderschap van veelmensen is dat ze dat verhaal niet durven te vertellen maar dat ze mensenvoorhouden dat we het allemaal wel alleen zouden kunnen in Nederland.Dat is namelijk wat de PVV continu in Nederland doet: zeggen dat we hetachter de dijken wel met elkaar kunnen redden. Ik ben ervan overtuigd datdat niet zo is. Politieke moed is voor mij eerlijk zijn tegen de mensen doorte vertellen dat we een sterk Europa nodig hebben.De voorzitter:Uhm ... Ik wil ... Goed. Meneer Vermeer met een vraag hierover. Het wordtwel een interessant debat, al is het iets breder dan puur economischeveiligheid.De heer Vermeer (BBB):Ik denk dat juist dit debat, het debat over hoe we de volgende stappenmoeten zetten, elementair is. Want ik deel de analyse van de heer Dassendat wij het in ons eentje niet gaan redden, maar dat is heel wat andersdan – mevrouw Martens wijst daar ook op – dat de beoordeling of iemandslap of moedig, goed of fout, zwak of sterk, eerlijk of oneerlijk is, langs demeetlat van de volgens hen superieure manier van naar de wereld kijkenvan Volt moet lopen. Dat is essentieel. Juist als de heer Dassen vindt datwe het met elkaar moeten doen, zal hij eerst moeten proberen om het hierin Nederland met elkaar te doen. Daar helpt dit soort polariserenderetoriek van Volt niet bij. Laten we alsjeblieft eerst eens kijken hoe wij hethier met elkaar eens kunnen worden voordat de heer Dassen ons allemaallangs zijn meetlat legt. Ik moet altijd eindigen met een vraag dus: snapt deheer Dassen iets van wat ik hier zeg?De heer Dassen (Volt):Ik snap dat de heer Vermeer nu zelf doet waar hij mij van beticht, namelijkmorele superioriteit uitstralen. Wat ik aangeef, is wat mijn visie is. Daarkan de heer Vermeer het mee eens zijn of niet maar hij gaat niet op deinhoud in. Hij zet mij eigenlijk weg als iemand die zich superieur voelt aaniedereen, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Ik geef juist heel duidelijkaan waarom het belangrijk is dat we een bepaalde richting op gaan, zodatwe gezamenlijk het klimaat kunnen aanpakken en onze veiligheid kunnenwaarborgen. De heer Vermeer zegt ook: laten we het in Nederland eerstallemaal met elkaar eens zijn. Maar ik ben het op sommige vlakken meereens met bepaalde Italianen dan met bepaalde Nederlanders. Daarom zitVolt ook in heel Europa. Wij zitten juist in al die verschillende landen omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24714 vanuit die gedachte mensen te verbinden met elkaar, om een sterke vuistte kunnen maken. Dat is hoe ik naar de wereld kijkt. De heer Vermeer kanzeggen dat ik hem langs de meetlat van Volt leg, maar ik geef gewooninhoudelijk aan wat ik wil, waar ik naartoe ga. Dat de heer Vermeer daargeen inhoudelijk antwoord op geeft, vind ik heel typisch voor de manierwaarop hij wel vaker politiek bedrijft.De voorzitter:Ja, maar dit leidt weer tot een reactie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ja, dat klopt, want ik begon mijn betoog juist met te zeggen dat ik deanalyse deel, dus ik ben eerst op de inhoud ingegaan. Ik geef gewoon dewaarschuwing dat het niet helpt om continu waardeoordelen te hangenaan een politieke richting, keuze of gedachtegoed en dat wij moetenpraten over de analyse en mogelijke oplossingsrichtingen. Een oplos-singsrichting die niet in het programma van Volt past, moet niet afgedaanworden als slap, fout, zwak, oneerlijk en dat soort termen. Misschien moetde heer Dassen zijn eigen tekst ook eens nakijken of naluisteren om tehoren wat hij zegt, om te horen welke rode vlaggen daar misschien inzitten voor bepaalde mensen in het parlement. Ik heb hier vandaag noggeen Italiaan aan tafel gezien; volgens mij moeten wij hier met elkaar indebat.De voorzitter:Goed. Ja, meneer Vermeer, iedereen mag zijn eigen woorden gebruiken inhet debat. Dat doet de heer Dassen op een in mijn ogen nette manier.Daar bent u het niet mee eens. Zo gaat dat hier in dit huis. MeneerDassen, heeft u behoefte aan een reactie?De heer Dassen (Volt):Nee, ik denk dat mijn reactie van net al wel helder was. Anders verzandenwe in een debat dat niet heilzaam is voor de discussie die we hiervandaag aan het voeren zijn.De voorzitter:Maar goed, voordat ik u het woord geef, heeft ook mevrouw Zeedijk nogeen vraag op dit punt.Mevrouw Zeedijk (NSC):Ja, ik zit nu te twijfelen of ik het zal doen, want volgens mij heeft u alsvoorzitter al verbindende woorden gesproken. Dat wilde ik eigenlijk ookdoen, want ik ben het eigenlijk wel eens met de probleemdefinitie dat wegezamenlijker moeten denken, dat er meer leiderschap moet zijn, dat wehet eerlijke verhaal moeten vertellen en dat er vooral meer solidariteitnodig is, zowel binnen Nederland als over de grenzen. Alleen, wat ik danecht niet snap van de heer Dassen is hoe hij dat oplost met meerzeggenschap naar Europa, want dan los je het eigenlijke probleem dat hijjuist zo mooi beschreef niet op. Dat is mijn laatste vraag.De voorzitter:Meneer Dassen, u wordt nog een keer uitgenodigd om de visie van Volt tevertellen aan iedereen.De heer Dassen (Volt):Nogmaals, als wij als Europa slagvaardig willen zijn, dan kunnen we datniet doen vanuit de gedachte van 27 nationale pilaren. Dan zullen we datvanuit het gezamenlijk Europees belang moeten doen. We willen deEuropese Unie juist slagvaardiger en daadkrachtiger maken met deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24715 nodige hervormingen om de problemen op te lossen waar veelEuropeanen en Nederlanders tegenaan lopen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Dassen (Volt):Ja, mooi. Strategische autonomie bereik je onder andere door innovatievebedrijven op het eigen continent te ondersteunen, vooral wanneer zijrestricties krijgen opgelegd, ook vanuit de Verenigde Staten. We hebbenhet er in het debat al vaker over gehad, maar ik ben benieuwd hoe deMinister kijkt naar de verwachtingen van ASML en de veranderendegeopolitieke situatie. Is hij van mening dat er straks mogelijk weer extraexportrestricties opgelegd worden, zeker ook omdat Trump nogal fel isrichting China? En is de Minister comfortabel met de grote buitenlandseinvloed op het meest strategische bedrijf van Nederland?Daarnaast creëer je een veilige economie door jezelf in te dekken voor derisico’s van morgen. Het kabinet spreekt dan ook vaak uit te willeninvesteren in onderzoek en innovatie om deze risico’s te mitigeren, maaruit de begrotingen is gebleken dat hier weinig van terechtkomt in dekabinetslijnen. Hoe rijmt de Minister de bezuinigingen met de oproep vanDraghi om door middel van investeringen in innovatie onze strategischeconcurrentiepositie te verbeteren? Is hij er verder van overtuigd dat dezebezuinigingen bij zullen dragen aan een veilige en autonome economie?De Minister schrijft dat wederzijdse afhankelijkheden niet per se slechtzijn, omdat zij de hoeksteen vormen van het mondiale handelssysteem.Wij zien echter dat veranderende geopolitieke verhoudingen, het onderdruk staande vestigingsklimaat en wereldwijde overheidsinterventies inde waardeketen dit handelssysteem onder druk zetten. De wederzijdseafhankelijkheden kunnen daardoor eenrichtingsverkeer worden. En inwelke technologieën wil de Minister gaan investeren om strategischeafhankelijkheid te creëren en het wederzijdse element in onze afhankelijk-heden te waarborgen? Hoe gaat deze Minister ervoor zorgen datbelangrijke technologieën niet weglekken? Welke criteria gebruikt deMinister om de wederzijdse afhankelijkheden te toetsen? Vooral naar datlaatste ben ik erg benieuwd.De Minister stelt dat het reduceren van afhankelijkheden leidt tot hogereprivate en publieke uitgaven. Dat getuigt in mijn ogen van een korteter-mijnvisie, want je krijgt hier juist strategische autonomie voor terug. Zoworden we geen speelbal van andere landen. Onze visie is om juist teinvesteren om innovatieve bedrijven toegang tot kapitaal te bieden enbarrières weg te nemen om grenzeloos te ondernemen. Die zaken gaan nunog veel te traag. Is de Minister zich ervan bewust dat het vestigings-klimaat op de middellange termijn drastisch zal verslechteren door eengroeiende afhankelijkheid van onder andere Amerikaans kapitaal enbuitenlandse kennis, dat bedrijven zullen vertrekken naar bloeiendemarkten in het buitenland en dat de kosten uiteindelijk veel hoger zullenuitvallen als we nu niet in Europa investeren in de heropleving van onzeinnovatie- en kennisindustrie?Het kabinet is voornemens om in Nederland een noodvoorraad kritiekegrondstoffen aan te leggen. Het kabinet ziet dus een strategisch belang inglobale waardeketens maar hanteert een nog wat eenzijdige visie. Is deMinister zich ervan bewust dat alleen het inwinnen en opslaan van kritiekegrondstoffen niet voldoende is en dat we ook moeten kijken naarproducten hoger in de waardeketen en naar de opslag daarvan? Wat Voltbetreft – u hoorde het net al een paar keer – zouden we dit ookgezamenlijk in Europa moeten doen om de simpele reden dat, als iederelidstaat dit zelf gaat regelen, dat zorgt voor onderlinge concurrentie envoor het flink omhooggaan van de inkoopprijzen. Ook is onze industrie alin grote mate verweven met andere Europese industrieën. Ik vraag meTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24716 dus af hoe de Minister deze verhouding ziet tussen de nationale aanpaken de Europese aanpak en waar die elkaar versterken.Voorzitter. Tot slot hoort cyberweerbaarheid ook bij een veilige digitaleeconomie. Grote bedrijven zijn hier al langer mee bezig en hebben hierook de mogelijkheden voor, maar we zien dat voornamelijk het mkb eninnovatieve start-ups hier moeite mee hebben. Vooral het weglekken vanideeën en vakmensen, deels door spionage, is een groot probleem. Zietde Minister ook de noodzaak om het bewustzijn rondom cyberweer-baarheid bij het mkb en innovatieve start-ups te vergroten? En welke rolziet hij hierin voor de overheid?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Dassen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen vande eerste termijn aan de zijde van de Kamer. Ik kijk even op de klok. Het is10.50 uur. Kan ik met u afspreken dat we om 11.10 uur gaan starten metde eerste termijn van de zijde van de regering? Dan schors ik dit debatvoor twintig minuten.De vergadering wordt van 10.49 uur tot 11.11 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen hierbij het commissiedebat. We zitten hier met de vastecommissie voor Economische Zaken en spreken deze ochtend overeconomische veiligheid en strategische autonomie. Mag ik de aandachtvan de leden? We gaan luisteren naar de eerste termijn van de zijde vande regering. Ik geef het woord aan de Minister. Nee, sorry. Voordat ik datdoe, wil ik met de leden afspreken dat we drie interrupties in tweeënhanteren voor de termijn van de zijde van het kabinet. De Minister.Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat we vandaag dit debat kunnenvoeren met elkaar. Het is actueler dan ooit. De geopolitieke ontwikke-lingen, zoals de oorlog in Oekraïne, de spanningen tussen de VerenigdeStaten en China, spionage en de mondiale strijd om kennis en kritiekegrondstoffen, vragen nu eenmaal om een nieuwe blik en een nieuwe pleken rol voor de economie van Nederland in de wereld. Ik ben overigens blijdat er een briefing heeft plaatsgevonden met de diensten en de Kamer-leden. Die gaf een waardevol inzicht in de stand van zaken.Zoals u weet, is Nederland een klein land met een open en innovatieveeconomie. We ontlenen een belangrijk deel van ons verdienvermogen aande internationale verbondenheid van onze economie en aan de kennis entechnologie die we in huis hebben. Dat willen we ook graag zo houden,maar dat is niet vanzelfsprekend. Met onze openheid maken we hethoogwaardige technologische bedrijfsleven ook tot een aantrekkelijkdoelwit. Nederland en de Europese Unie worden steeds vaker openlijk ofheimelijk geconfronteerd met acties van statelijke actoren die onzeeconomische en nationale veiligheid kunnen schaden. Daar bent ugisteren over bijgepraat. Via bijvoorbeeld spionage en cyberaanvallen –zie ook het recent verschenen Cybersecuritybeeld Nederland – maar ookgerichte investeringen in bedrijven proberen statelijke actoren toegang tekrijgen tot hoogwaardige kennis en technologie in Nederland en Europa.Indien dat lukt, kan dit worden gebruikt om ons geopolitiek onder druk tezetten. Dit kan een bedreiging vormen voor onze nationale veiligheid.Economische veiligheid is dan ook urgenter en actueler dan ooit. Juist indit tijdsgewricht is het cruciaal dat onze economie weerbaar is en blijfttegen de inzet en het misbruik van economische activiteiten voorgeopolitieke doelen. Het draagt dan ook in belangrijke mate bij aan hetbehoud en de versterking van onze open strategische autonomie, hetvermogen van Nederland en de EU om samen met internationale partnersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24717 zelf keuzes te blijven maken om de eigen publieke belangen te borgen enweerbaar te blijven in een onderling verbonden wereld.Het kabinet hecht logischerwijs veel belang aan economische veiligheiden heeft de coördinerende rol bij mijn ministerie belegd. Verschillendeministeries zijn hierbij betrokken. Zoals u weet, werk ik in goede samen-spraak met bijvoorbeeld de collega’s van Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp, Justitie en Veiligheid, Defensie en Onderwijs. HetMinisterie van Economische Zaken heeft bij het onderwerp economischeveiligheid een dubbele verantwoordelijkheid: het stimuleren vanondernemerschap en innovatie voor ons verdienvermogen en tegelij-kertijd ook het beschermen van kennis en bedrijvigheid voor de weerbareeconomie. Ten behoeve van de balans tussen openheid en veiligheid enhet weerbaar maken van onze economie is het belangrijk om sterk testaan op de wereldmarkt en risico’s voor onze nationale veiligheideffectief te ondervangen. Het is dan ook noodzakelijk om hoogwaardigekennis en technologie en de continuïteit van vitale processen tebeschermen en risicovolle strategische afhankelijkheden te verminderen,bijvoorbeeld op het gebied van kritieke grondstoffen, zoals eerder in deeerste termijn is benoemd. Dat doen we onder andere door de Wetveiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, de Wet vifo. DeBeschermingsvoorziening Economische Veiligheid is ook al aan bodgekomen. Die wordt versterkt met 50 miljoen euro. Ik ben ook van planom de reikwijdte daarvan komend jaar te actualiseren. Daar zal ik in debeantwoording van de vragen op terugkomen.Economische veiligheid is naast bescherming, de protect-kant, ook eenresultaat van gericht stimuleren, de promote-kant. Denk aan de aanpak ophet gebied van halfgeleiders en de Nationale Technologiestrategie. Wehebben het daar in eerdere debatten ook over gehad. Wanneer Nederlandzelf beschikt over hoogwaardige kennistechnologie en bedrijvigheid,kunnen andere landen niet meer om ons heen. Dan zijn we minderafhankelijk en weerbaarder tegen dreigingen. Hierbij werken we natuurlijksamen met onze Europese partners. Kortom, economische veiligheid iseen verhaal van noodzaak, maar ook van kansen, ambitie en innovatie.Hierbij horen ook afwegingen die ertoe moeten leiden dat er volop ruimteis voor ondernemerschap, zonder naïef te zijn en steeds met oog voor hetwegnemen van mogelijke kwetsbaarheden, om minder afhankelijk te zijnen weerbaarder te zijn tegen dreigingen.Dan ben ik toegekomen aan de beantwoording van de vragen, voorzitter.Dat doe ik in de kopjes geopolitiek, de coördinerende rol van mijnministerie, het instrumentarium en investeringen, en grondstoffen.Ik begin met de beantwoording van de vraag van de heer Thijssen overMake America Great Again en de rol van Trump. Zal hij solidair zijn metNederland en Europa? Zoals we weten, zijn de trans-Atlantische betrek-kingen gestoeld op gedeelde belangen, normen en waarden. DeVerenigde Staten zijn voor Nederland en Europa van groot belang, vooronze gezamenlijke veiligheid en de economie. Het is een prioriteit van ditkabinet om de relatie met president elect Trump verder te bestendigen. Debilaterale handels- en investeringsrelatie levert beide landen veel op, zoalsu weet. Een voorbeeld hiervan is onze positie op halfgeleiders, waarin ikin het kader van het promote-beleid onlangs een bezoek bracht aan deVerenigde Staten. Dat bezoek aan de Verenigde Staten was niet geheeltoevallig. Dat was ook vooruitlopend op de verkiezingen in de VerenigdeStaten. Ik heb zowel met representanten van Republikeinse zijde alsDemocratische zijde gesprekken gehad, waaronder met de Republikeinsedenktank en de persoon die beoogd Minister van Financiën of EZ wordt –dat is nog niet duidelijk – juist om hierop voor te sorteren en eenproactieve rol te spelen, niet alleen in de relatieopbouw maar ook in hetbegrijpen wat hierachter zit, de beweegredenen achter het tariferen. Dusdaar wordt wel degelijk heel actief op gehandeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24718 Dan blijf ik bij de heer Thijssen, die vroeg of ik geloof dat Trump en Chinavolgens de regels blijven spelen. Die vraag beantwoord ik ook namens deMinister voor BHO. Een op regels gebaseerd handelssysteem is voorNederland van groot belang. Die regels worden weliswaar grotendeelsnageleefd maar staan wel onder druk. Daarom heeft de EU stappen gezetom hierop te kunnen inspelen en het gelijke speelveld te kunnen bewaken.Die regels bieden daar ruimte voor. Nederland steunt dit. Een recentvoorbeeld is de antisubsidiemaatregelen bij elektrische auto’s. Nederlanden de EU delen veel belangen met de Verenigde Staten. Onze samen-werking met de Verenigde Staten is intensief, met een grote wederzijdseafhankelijkheid, maar de EU heeft in het verleden richting de VS laten zienop te komen voor dat gelijke speelveld. Dat blijft uiteraard nodig.Dan blijf ik bij de heer Thijssen, die vroeg of het kabinet zich aansluit bijde oproep van Scholz en Macron om ons als Europa te verenigen. Voorhet versterken van onze economische veiligheid en de open strategischeautonomie is Europa ons belangrijkste platform, mede vanwege onzeinterne markt. Daar zet het kabinet duidelijk op in, bijvoorbeeld door deEuropese Economische Veiligheidsstrategie, de zogenaamde EEV, vorm tegeven. Het kabinet heeft er ook naar uitgezien om hierop samen te werkenmet de Commissie, bijvoorbeeld met Commissaris Sefcovic voor Handelen Economische Veiligheid. Daarbij is het voor het kabinet van belang datEuropa de samenwerking blijft zoeken met gelijkgezinde partners, zoalshet Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Japan en andere. Voor eenhandelsland als Nederland is en blijft dit belangrijk.Ik blijf bij de heer Thijssen, die vroeg of Nederland nu veiliger is dan eenjaar geleden en of we strategisch autonomer zijn dan een jaar geleden.Dat is een heel goede vraag, dus dank daarvoor. Economische veiligheidwordt in belangrijke mate bepaald door de geopolitieke context. Hetkabinet heeft maatregelen genomen om die economische veiligheid teborgen in deze tijd van spanningen. Die spanningen evolueren ook. Diezijn nu danig anders dan vijf jaar geleden. Daar acteert het kabinet op. Zozijn we bezig met de Wet vifo – net ook genoemd – de beschermingsvoor-ziening en het Ondernemersloket Economische Veiligheid, dat bedrijvengericht ondersteunt. Op die ondersteuning van bedrijven ga ik straks bijeen ander stuk van de beantwoording wat verder in. Daarnaast hebbenwe ook beter zicht op risicovolle strategische afhankelijkheden, waardoorwe nu dus ook kijken naar maatregelen. Het kabinet neemt dus ookgericht maatregelen om die risico’s adequaat te kunnen ondervangen.Veiliger zijn we vanwege de geopolitieke context niet per se geworden,want dat ligt niet alleen aan het economische deel. We hebben welbelangrijke maatregelen genomen ter vergroting van de weerbaarheid.Dan ga ik naar de vraag van de heer Vermeer over de schuivendewereldorde. Hij vroeg of dat gevaarlijk is, ook in relatie tot de BRICS-landen. Ook dit antwoord geef ik mede namens de Ministers van BZ envoor BHO. BRICS is een informeel samenwerkingsverband. De verschillenzijn er op vele vlakken, zowel tussen de leden als op politiek, economischen ontwikkelingsterrein. Die zijn enorm. Met veel BRICS-landen hebbenNederland en de EU ook gewoon intensieve contacten, bilateralebetrekkingen en handelsrelaties. Dat neemt niet weg dat BRICS eennegatieve impact kan hebben op de Nederlandse economische veiligheid,maar dat weten we niet omdat we niet in de toekomst kunnen kijken. Vooralle duidelijkheid: die Nederlandse maatregelen zijn altijd landenneutraal.Die richten zich echt op de veiligheidsrisico’s en spitsen zich nooit toe opeen of meerdere specifieke landen.Het lid Dassen had een vraag over het meer gezamenlijk optrekken in deEU. Ook namens de Ministers van BZ en voor BHO zeg ik dat Europa hetbelangrijkste handelingsplatform is voor Nederland als het gaat om hetversterken van de economische veiligheid en de osa, de open strategischeautonomie. Dat is ook zo vanwege de interne markt. Daar hebben we hetuitvoerig over gehad. Volgens mij is daar redelijk consensus over. OokTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24719 vanuit het oogpunt van het Nederlandse belang is dat essentieel. Deoproep van de heer Dassen lijkt me breder. Het is niet om flauw te doen,maar voor een uitgebreide visie van het kabinet op Europese samen-werking zou ik, met uw goedvinden, willen verwijzen naar het regeerpro-gramma, zodat we de focus in dit debat op economische veiligheidkunnen houden.De heer Thijssen vroeg hoe ik in de relatie met China zit, omdat het eengroot deel van de markt voor elektrische voertuigen beheerst. Ja, datklopt. Dat is zo. Wij moeten ons hiertegen wapenen. De EU en het kabinethebben het verminderen van die strategische afhankelijkheid dan ookhoog op de agenda staan. Daarvoor hebben we ook de maatregelen die iknet al deels heb genoemd. China is en blijft een belangrijke handels-partner. Het heeft, net als Europa, een volwassen windsector inclusieftoeleveringsketen. Zowel voor de economische als de nationale veiligheidwapenen we ons tegen bedreiging van Nederlandse belangen, mochtendie daar zijn. Samen met de Minister van KGG werk ik overigens aan hetinzichtelijk maken van de risico’s voor toekomstige windparken. Dat is eenactueel onderwerp waar we het regelmatig over hebben. Ook werken wesamen met de partners in de EU aan de economische veiligheid door destrategische autonomie te vergroten. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeldde Net-Zero Industry Act en de Critical Raw Materials Act, die we ook aleerder hebben aangestipt.De voorzitter:Voordat u gaat beginnen aan het tweede blokje ...Minister Beljaarts:Nee, nog niet. Ik heb nog één vraag, maar dit kan wel tussendoor.De voorzitter:Zullen we deze vraag nog afhandelen? En dan kom ik bij de heer Thijssen.Als u deze vraag wil beantwoorden ...Minister Beljaarts:De laatste vraag nog even. Dat was de vraag van de heer Dassen of jestrategische autonomie bereikt door innovatieve bedrijven hier teondersteunen. Hij legde een link naar ASML en de toekomst. ASML heeftop dit moment een heel sterke positie in de halfgeleiderindustrie. Het iseen wereldleider. We kijken uiteraard ook met vertrouwen naar detoekomst van ASML. Het kabinet heeft gunstige randvoorwaardengeschapen in het kader van Project Beethoven om een goede verderegroei te stimuleren. Dat is veelomvattend en heeft te maken met zowelinfrastructuur als opleidingen en dat soort zaken. Het kabinet heeftdaarmee laten zien daar absoluut aan mee te willen werken en ook deportemonnee voor te willen trekken. We zijn constant in gesprek metASML op allerlei niveaus, alsook met andere bedrijven in datzelfdeecosysteem, om ervoor te zorgen dat hun groei, bloei en ontwikkeling nietonnodig belemmerd worden. Daarin betrekken we natuurlijk ook deexportmaatregelen. Daarvoor kan ik altijd nog verwijzen naar de Ministervoor BHO.De voorzitter:Ik kijk naar de heer Thijssen en daarna komt de heer Dassen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Als ik het goed hoor, zegt de Minister: goh, dat EU-belang is eigenlijk ookons eigen belang. Het is goed om dat te constateren. En ik had nog eenvraag. Ik hoor dat de Minister naar de VS is gegaan en daar met beidepartijen heeft gepraat om te kijken naar het gedeelde belang, maar deaanstaande president is heel duidelijk en zegt: Amerika eerst. Hij zal nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24720 uit altruïsme of uit liefdadigheid zeggen: ik gun Nederland ook nog iets.Hij zal kijken vanuit het Amerikaanse belang. Dan is het belangrijk om tebezien of die afhankelijkheid evenwichtig is. Hoe ziet de Minister dat? Gaatdat goedkomen of zijn er andere dingen nodig dan alleen goedegesprekken hebben in Amerika?Minister Beljaarts:Dat is een hele actuele en wezenlijke vraag, dus dank daarvoor. Elk landheeft een landsbelang. Die discussie is net ook voorbijgekomen. Uiteraarddoe je bij internationale handelspolitiek zaken ook voor het belang van jeeigen land. Ik wil niet in de toekomst kijken. De administratie moet nogbekendgemaakt worden, moet nog geïnstalleerd worden. De plannen enhet beleid moeten nog vormgegeven worden en bekendgemaakt worden.Ik ga niet namens het kabinet vooruitkijken naar hoe het zou kunnen gaan.We weten wel dat handelspolitiek, ook onder de huidige administratie,best een scherp randje kent op sommige vlakken. Met de kennis die wijhebben, gaan we ons niet laten verrassen, maar op voorhand beren op deweg zien die er mogelijk niet zijn, is het verschil tussen naïviteit envooruitlopen op een situatie waar we simpelweg nog niet van weten hoedie uitpakt.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat snap ik natuurlijk, maar daardoor wordt dit wel een beetje eenmoeilijk debat. Dan kunnen we de hele tijd maar niet concreet worden.Mijn vraag is: is de handelsrelatie tussen de VS en Nederland of tussen deVS en Europa gelijkwaardig of ongelijkwaardig en kan Trump allerlei raredingen doen die ons disproportioneel meer raken dan Amerika? Als dat zois, moeten er andere maatregelen genomen worden en kunnen we hetniet laten bij zeggen: joh, we zijn partners van elkaar; het komt wel goed.Ik zou graag een beoordeling willen van deze Minister. Schat hij dezehandelsrelatie in als evenwichtig of schat hij haar in als onevenwichtig enmoeten we ons ook voorbereiden op mogelijke scherpe kantjes van hethandelsbeleid van Amerika?Minister Beljaarts:Nee, zij is niet evenwichtig. Dat weten we als we de cijfers naast elkaarwegzetten, met 100 miljard die aan onze kant in het evenwicht zit.Misschien mag ik even terugkomen op het woord «evenwichtig».Evenwichtig suggereert dat eenzelfde import als export het doel zou zijnof dat dat de ideale balans is. Dat hoeft natuurlijk niet. Met een kleinhandelsland als Nederland versus een groot land als de Verenigde Statenis het toch goed om dat even te benadrukken. Maar het zou inderdaadkunnen, want de president elect is zeer uitgesproken geweest over zijngedachten over tarifering. De mogelijk beoogd Minister van Financiën ofEZ, Robert Lighthizer, is een van de grondleggers daarvan. Hij is daar ookheel erg uitgesproken in. Dus dat er iets op ons pad gaat komen, is zeker.Alleen, ik ga niet vooruitlopen op de intensiteit daarvan. Maar als weweten dat 100 miljoen in de balans ligt en de tarieven van 10% ons bijwijze van spreken om de oren vliegen, dan kunnen we uitrekenen dat hetgaat om een impact van 10 miljard. Maar nogmaals, dat is heel suggestiefomdat we het nog niet weten. Wat we wel weten, is dat de stijl van deRepublikeinen, van Trump in dit geval, qua handelsovereenkomsten meerbilateraal is dan multilateraal. Zoals de Democraten liever met Europazakendoen, is dat met de andere zijde wat meer een-op-een. Dan helpt eengoede relatie natuurlijk altijd. Vandaar dat we daarin geïnvesteerd hebben.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24721 Oké. U was heel weifelend.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik wil graag nog even.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat klinkt als de strategie van Lubach: Netherlands second. Wie weet luktdat, hoewel Europa ons belang is. Dat heeft de Minister net ook gezegd.Laten we hopen dat dat lukt en dat we door goede gesprekken goedhandel kunnen drijven met onze handelspartners en voor voorspoed enduurzaamheid kunnen zorgen. Maar ik wil het toch even checken. Bereidtde Minister zich er nu wel op voor dat het minder vriendelijk wordt?Tuurlijk koersen we erop dat het een fijne handelsrelatie is en dat die opeen goede manier verdergaat. Maar bereiden we er ons ook op voor datwe onze eigen voorspoed en onze eigen economie moeten beschermenmochten de scherpe randjes in het handelsbeleid van Trump watprominenter worden, ook voor Nederland, niet alleen voor Europa?Minister Beljaarts:Uiteraard zijn we met scenario’s bezig. Het korte rekensommetje dat ik netaangaf, is er een die voorbij is gekomen. Overigens doet de EuropeseCommissie dat ook. De verkiezingen waren lang van tevoren bekend, duswe weten hoe die tijdlijn eruitziet. Dus ook in Europees verband zijn erscenario’s gemaakt. Alleen, nu spitst het zich heel erg toe op de VerenigdeStaten. Ja, de Verenigde Staten zijn na Duitsland onze belangrijkstehandelspartner. Alleen, als we het over economische veiligheid hebben, isdat natuurlijk heel breed en zijn er veel meer belangen dan alleen demogelijke impact van een nog uit te kristalliseren beleid vanuit deVerenigde Staten. We zijn uiteraard niet naïef. We zijn daarover hard aanhet denken. Dat doen wij niet alleen. Dat doen andere partijen, zoals DeNederlandsche Bank, ook. Daarin lopen we zeker niet achter, maar ik wilniet vooruitlopen op een scenario waarvan we nog niet weten hoe datuitpakt.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. We gaan naar een volgend mapje. O, dat doen weniet. De heer Dassen heeft nog een vraag op het eerste blok.De heer Dassen (Volt):Ik ben nog een beetje zoekende naar hoe ik de woorden van de Ministermoet interpreteren, om eerlijk te zijn. Hij geeft aan nog niet op een enander vooruit te willen lopen of nog niet in de toekomst te willen kijken.Dat nuanceert hij een beetje in de antwoorden op de vragen van collegaThijssen. Maar hij geeft ook aan dat de VS en Europa altijd gedeeldebelangen hebben, terwijl we zien dat die belangen juist helemaal nietaltijd worden gedeeld. Trump heeft zich onder andere eenzijdig terugge-trokken uit de Irandeal. Daar wisten Europese leiders helemaal niks van.Dus je ziet dat daar zeker grote verschillen zijn. De Minister geeft terechtaan dat de huidige administratie ook steeds scherper aan de wind aan hetvaren is. Je ziet dat ze een pivot naar Azië aan het maken zijn. We hebbende afgelopen tijd gezien dat de VS exportrestricties opleggen aan hetmeest strategische bedrijf van Nederland en Europa. De verwachting isdat dat misschien nog weleens meer zou kunnen worden. Ik benbenieuwd hoe de Minister daar in de toekomst mee denkt om te gaan,zodat niet Trump gaat bepalen hoe wij met ASML omgaan.Minister Beljaarts:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24722 Goede vraag. Ik begrijp de zorg van het lid Dassen heel goed. De discussieis in die zin lastig omdat zij is doorspekt met de national-securitydreigingen die hierbij een rol spelen, waar we in het publiekedebat niet te veel over kunnen uitweiden. De exportrestricties vanuit deVerenigde Staten maar ook de exportrestricties die Onze Minister voorBHO zelf oplegt, zijn er niet voor niets. Binnen het kabinet is er altijd eengoede afweging tussen wat een veiligheidsdreiging is en wat onzeeconomie schaadt, en of het reëel is wat wij zien gebeuren. Daar wordtheel uitgebreid en zorgvuldig naar gekeken met diensten en verschillendeministeries, want het overstijgt ook onze twee departementen. Dus daarwordt heel zorgvuldig mee omgegaan. Dat maakt het lastig om hierconcreet antwoord op te geven. Dat kan ik niet. Dat wil ik eigenlijk ook nietom niet te veel informatie te geven, maar die afwegingen worden heelzorgvuldig gemaakt. We weten ook niet wat de evaluatie van diegeopolitieke dreiging wordt in de toekomst. Daarmee weten we dus ookniet wat dat zou kunnen betekenen voor exportrestricties. Als dedreigingen enorm toenemen, is het niet ondenkbaar dat ook de exportres-tricties toenemen. Alleen, we weten dat niet; dat zou gissen zijn. Departijen die hiermee bezig zijn en ook onze eigen diensten zijn uiterstprofessioneel en houden dit soort ontwikkelingen in de gaten. Ze stellenhet kabinet daarvan op de hoogte als dat nodig is.Het is niet een heel direct antwoord op de vraag, maar ik wil het voor dezorgvuldigheid wel graag zo houden, als dat mag, voorzitter.De voorzitter:U gaat over eigen woorden. Maar meneer Dassen heeft nog eenvervolgvraag.De heer Dassen (Volt):Zeker, de Minister gaat over zijn eigen woorden. Alleen is het natuurlijkwel moeilijk voor ons als Kamer om te controleren wat er dan nu preciesgedaan wordt om te zorgen dat we goed voorbereid zijn op die Trumpad-ministratie. De Minister geeft net aan dat Lighthizer mogelijk een van debelangrijke posities krijgt. Die is heel duidelijk geweest: er telt slechts éénding en dat zijn de economische belangen van de Verenigde Staten. Hijgeeft zelfs aan dat hij de dollar wil devalueren, zodat de export steedsgoedkoper wordt. Daarmee heeft dat ook een enorme impact op Europaen op Nederland. Ik ben dus zoekende: wat gaat de Minister daaraandoen? Het antwoord zit nu nog heel erg op «we wachten het af, we gaanhet bekijken, het is nog een beetje speculeren», maar dat is voor mij nogniet echt een strategie voor hoe we hiermee omgaan.Minister Beljaarts:Dat beeld heb ik zo in ieder geval niet willen neerzetten, want het is niet zodat we afwachten. Ik heb gezegd dat we niet, en zeker niet openlijk, gaanspeculeren over het beleid van een administratie die nog geïnstalleerdmoet worden en die haar beleid nog openbaar moet maken. We gaan daarniet nu al op zo’n podium over discussiëren. Dat zou ons als kabinet denkik ook niet sieren. We zouden het ook niet fijn vinden als andere landendat over ons zouden doen. Dat heb ik daarmee willen zeggen, voor dezorgvuldigheid en de relatie. Het lastige is dat dit natuurlijk een brederdebat is. Volgende week is er ook een debat Raad Buitenlandse ZakenHandel. Daar zou je als Kamerlid deze vraag ook prima kunnen stellen. Ikvind het lastig om hier nu heel veel zaken te benoemen die misschien nietper se met economische veiligheid te maken hebben en die gaan over hetmogelijke beleid van een nog te installeren administratie daar. Ik wil nietweglopen van uw vraag, want ik begrijp de zorg. Zoals aangegeven heb ikgisteren nog een goed gesprek gehad met de president-directeur van DeNederlandsche Bank, onder andere hierover. Er is heel veel voorwerkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24723 gedaan. Er wordt binnen het kabinet over gesproken, maar dit is niet hetjuiste moment om daar verder over uit te weiden.Mevrouw Martens-America (VVD):Misschien ook wel in aanvulling op de heer Dassen. De zorg die deMinister volgens mij van alle aanwezige Kamerleden hoort, is dezelfde.Die is volgens mij heel terecht. Je merkt dat dit vraagstuk nu ookverschuift naar u als Minister en woordvoerder op Economische Zaken,dus de vraag is ook – dat is een vraag waar de VVD mee zit – hoe we hiervaker met elkaar over in gesprek gaan. Zoals de Minister al aangaf,moeten we wachten op de installatie van nieuwe bewindspersonen aande andere kant. Tegelijkertijd mogen we ook niet naïef zijn en zijn wemisschien ook wel te laat. Zou de Minister in zijn beantwoordingmisschien dus ook kunnen meenemen hoe we hierover vaker met elkaarin gesprek gaan en dat wij, als er veranderingen gaan plaatsvinden in hetbeleid dat Nederland moet voeren, op tijd daarin worden meegenomen?Minister Beljaarts:Een hele terechte vraag. Dat is precies uw rol, dus ik begrijp heel goed datu daarin meegenomen wilt worden. Laat ik beginnen met te zeggen dat ikal heel blij ben dat we dit eerste debat hebben over economischeveiligheid. Het is jammer dat het nodig is, maar het is goed dat we datdoen en het is ook goed dat uw Kamervoorzitter hier de tijd voor neemten het ook zo serieus neemt. Het is uiteindelijk aan de Kamer om te kijkenin welke frequentie we hier een debat of een technische briefing overhebben, want er zijn meerdere mogelijkheden om uw Kamer daarin meete nemen. Mijn ambitie is om dat in ieder geval te doen op een manierzodat u comfort heeft bij weten wat er loopt. Zo’n briefing als gisterendraagt daar ook aan bij. Er zijn natuurlijk verschillende middelen die wedaarvoor kunnen inzetten. Als we dit debat drie keer per jaar moetenvoeren, met voorafgaand een nieuwe Kamerbrief, om daarmee hetcomfort te geven dat u goed meegenomen wordt: prima. Als het vier keeris: ook goed. We kunnen het op schriftelijke manieren doen. We kunnenook best een keer achter gesloten deuren weer een briefing hebben overdit specifieke onderwerp, zodat we bijvoorbeeld door de diensten overeconomische veiligheid bijgepraat worden. Daar sta ik altijd voor open.Dat doe ik dus met plezier.De voorzitter:Oké. Dan gaan we naar het volgende blokje. Klopt het dat dat de rol is vanhet Ministerie van Economische Zaken, of van uw rol?Minister Beljaarts:Dat heeft u goed onthouden of gelezen, voorzitter. Dat klopt inderdaad. Ikbegin bij de vraag van de heer Vermeer hoe ik ervoor waak dat anderedepartementen besluiten nemen die rechtstreeks ingaan tegen denationale veiligheid. Zoals u weet, vindt kabinetsbrede besluitvormingover de onderwerpen die de nationale veiligheid raken onder andereplaats in de ministerraad, de Nationale Veiligheidsraad en de RDINEV. Allebetrokken bewindspersonen en ambtenaren werken eraan mee om tezorgen dat die belangen goed tegen elkaar worden afgewogen. Hetverduurzamen van de internationale grondstoffenketens binnen deNationale Grondstoffenstrategie of de Critical Raw Materials Act gaatoverigens niet ten koste van leveringszekerheid – dat is wel even goed omte benadrukken – maar gaat wel hand in hand met het opzetten vaninternationale partnerschappen. Door het aanpakken van de risico’s voorhet milieu en mensenrechten bij de grondstoffenproductie wordttegelijkertijd ook bijgedragen aan minder disrupties in de toevoer vanonder andere kritieke grondstoffen. Daarmee vergroot het ook deleveringszekerheid. Ik ga er zonder meer van uit dat met de scherpe blikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24724 van de heer Vermeer in de verschillende debatten en commissies dekwetsbaarheden zichtbaar worden, van: gaat dat niet tegen elkaar in? Dehele systematiek met die ambtelijke voorbesprekingen en onderradenzorgt er juist voor dat er altijd dekking is. Ik weet, want ik zit daarbij, dathet ook heel nauwkeurig en heel gedetailleerd gaat. Als het dan uitein-delijk bij de ministerraad komt, wordt daar met consensus overgesproken.De voorzitter:Meneer Vermeer heeft hier toch een vraag over aan u.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, Minister, voor het antwoord en dat u de zorg deelt. Ik zou tochheel graag willen horen of bijvoorbeeld dat besluit van IenW over deraffinageroute wel of niet in de ministerraad en de Nationale Veilig-heidsraad is geweest. Of is dit ertussendoor geglipt en gaat de Ministerzorgen dat dit op het eerstvolgende overleg nadrukkelijk aan de ordegesteld wordt?Minister Beljaarts:Dit specifieke punt neem ik graag mee om verder te onderzoeken. Eénkanttekening daarbij: het wil natuurlijk niet zeggen dat in de verdereevolutie van onze strategie raffinage of mijnbouw per se in Nederlandmoet plaatsvinden. Dat is een optie. Dan heb je helemaal autonomie.Maar dat is niet per se het doel, want ook in EU-verband en in anderelanden in de wereld waarmee goede betrekkingen zijn, zijn mogelijkhedendaarvoor.Eén voorbeeld als het mag, voorzitter. Toen ik in Rome bij de G7 was, hebik in een tête-à-tête met mijn Canadese collega, counterpart, een heelgoed gesprek gehouden. Ik was erg onder de indruk van de Canadesevoortvarendheid op hun eigen grondgebied – ze hebben wat meer ruimteen wat meer national resources dan wij hebben – en vooruitstrevendheid.Canada is, zoals u weet, een goede bondgenoot. Er zijn dus meerderemanieren om aan die autonomie te werken. Het hoeft niet te betekenendat dat per se altijd in Nederland zelf plaatsvindt. Maar het specifiekevoorbeeld neem ik mee.De voorzitter:U neemt het mee, maar – want dat gaat de heer Vermeer nu vragen –wanneer komt u daarop terug en op welke manier komt u daarop terug? Ikkan me voorstellen dat we dat even als toezegging noteren.Minister Beljaarts:Uiteraard, vanzelfsprekend. Ik wil daar graag schriftelijk op terugkomen.Dat kan, denk ik, met twee, drie weken. Geen probleem.De voorzitter:Dan noteren we die als toezegging. Dan vervolgt u uw betoog.Minister Beljaarts:Ik ga naar de vraag van mevrouw Martens-America over de tegenstrijdigebelangen tussen de Nederlandse economie en nationale veiligheid en hoeik die adresseer bij de andere ministeries. Economische weerbaarheid enveiligheid is een belangrijk fundament om onze concurrentiepositie veiligte stellen en ook te versterken. Het mantra is «open waar het kan enbeschermen waar het moet» en dat houden we als leidend aan. Een open,op regels gebaseerd gelijk speelveld is dan ook de basis van onsconcurrentievermogen. Economische veiligheid zorgt ervoor dat dieopenheid niet ten koste gaat van de borging van andere publiekebelangen, zoals nationale veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24725 We zorgen er op deze manier ook voor dat we in staat blijven om onzeeigen keuzes te maken, om publieke belangen én onze concurrentiekrachtte blijven borgen. Hierin trek ik uiteraard nauw op met andere Ministers,bijvoorbeeld in de interdepartementale Taskforce Strategische Afhankelijk-heden en de Taskforce Economische Veiligheid. Er is dus heel veel overlegen overeenstemming op dit soort onderwerpen. Met andere woorden: hetversterken van de economische veiligheid gaat hand in hand met, en nietten koste van, het behoud van de open economie. En ja, inderdaad, er zijnaltijd afwegingen te maken. We hebben hier het debat over economischeveiligheid en het is mijn verantwoordelijkheid om daar het hoogstnodigevoor te doen. Maar er zijn ook andere afwegingen en die maken we alskabinet gezamenlijk.Dan ga ik naar de vraag van de heer Dassen over de criteria die ik gebruikom wederzijdse afhankelijkheden te toetsen. Om die afhankelijkheden tetoetsen, kijken we eerst welke afhankelijkheden problematisch zoudenkunnen zijn, want dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Dat kan wel hetgeval zijn als we van een product, dienst of technologie relatief veelimporteren ten opzichte van onze eigen productie, of als de invoer hiervanafkomstig is uit een beperkt aantal landen die bijvoorbeeld buiten de EUliggen. Als de afhankelijkheid wederzijds is of als andere landen afhan-kelijk van ons zijn, is de afhankelijkheid niet per se altijd problematisch.Daar zit natuurlijk echt wel een groot verschil in.Een ander criterium is de mate waarin iets strategisch is. Dat is ookessentieel. Dat is het geval als een product, dienst of technologie cruciaalis voor het borgen van de publieke belangen of de veiligheid vanNederland, of als die afhankelijkheid een risico vormt voor de continuïteitvan vitale processen of de toegang tot gevoelige informatie voor derden.Om te bepalen of die strategische afhankelijkheid ook echt risicovol is ofals zodanig bestempeld kan worden, zal ook het risico op leveringsonder-brekingen beoordeeld moeten worden. Dat is ook al eerder aan bodgekomen; ik geloof dat het lid Zeedijk daaraan refereerde.Het hangt dus af van de mate van marktconcentratie, de mogelijkheid totvervanging of substitutie, de aard van de betrekkingen met het land waarwe afhankelijk van zijn, en de mate van wederzijdse afhankelijkheid. Bijeen hoog risico spreken we van een risicovolle strategische afhanke-lijkheid. Dat zijn dus meerdere woorden met een net iets anderebetekenis.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van de heer Dassen voor u.De heer Dassen (Volt):Helder, dus dit zijn dan de criteria. Wat zijn op het moment dat er eenhoog risico is de stappen die de Minister kan nemen om ervoor te zorgendat er wederzijdse afhankelijkheden ontstaan? Wat zijn de opties die deMinister ziet als er inderdaad een hoog risico is?Minister Beljaarts:Het observatorium dat eind dit jaar gelanceerd gaat worden, is een middelom dit soort afhankelijkheden goed in de gaten te gaan houden. Maar hetis natuurlijk veel breder. We hebben het eerder ook in een ander debatover die coalition of the willing gehad als het gaat om semicon, dat hetecht verstandig zou zijn als je binnen de EU zelf over die waardeketen zoukunnen beschikken, om minder afhankelijk te worden. Omdat chips denieuwe olie zijn, weten we dat dat essentiële technologie is om opEU-grondgebied te borgen in die waardeketen. We zien ook dat anderedelen van de wereld daar veel sterker in aan het investeren zijn.Het gaat dus om heel veel verschillende manieren en de afhankelijkhedenhangen ook een-op-een samen met de geopolitieke ontwikkelingen. Alseen land dat nu een bondgenoot is – ik zeg dit even hypothetisch – op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24726 heel andere manier handel gaat drijven, terwijl wij heel afhankelijk zijnvan een bepaalde grondstof die maar in twee specifieke landen gemijndwordt, dan is dat het moment, de trigger, om te zeggen: nu wordt het eenstrategische afhankelijkheid die wij niet willen, en waar we óf alterna-tieven voor moeten zoeken, óf het zelf moeten doen, met de mijnbouw enraffinage waar ook het lid Vermeer over sprak, óf het bij andere bondge-noten moeten zoeken. Hoe we dat doen, dus of we dat zelf bepalen inNederland of dat we dat in de EU doen, is van heel veel factoren afhan-kelijk.Dit is een breed antwoord, maar het is ook een heel brede problematiek.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Dassen.De heer Dassen (Volt):Ja. De Minister zegt dat er veel verschillende manieren zijn. Ik hoor hemover de afhankelijkheid van ons vergroten via bijvoorbeeld de chips enover zoeken naar alternatieven. Dat zijn eigenlijk de twee zaken die ik deMinister hoor zeggen over welke opties je dan hebt. Ik kan me ietsvoorstellen bij dat eerste, namelijk kijken hoe je zorgt dat je die afhanke-lijkheden verbreedt en of er andere manieren mogelijk zijn om afhankelijk-heden te creëren. Dat is ook waar ik een vraag over heb gesteld. Bij welketechnologieën ziet de Minister mogelijkheden om onze eigenweerbaarheid op die manier te vergroten dat anderen ook afhankelijkworden, niet alleen van chips? Daar zit namelijk mijn zorg die ik eerder aluitte. Ik wil dus dat we dat verbreden.Minister Beljaarts:Daar kom ik op terug in de verdere beantwoording. Maar om hier nogeven specifiek op terug te komen: het gaat niet alleen om het vergrotenvan de wederzijdse afhankelijkheid. Het kan soms ook gaan om hetverlagen van de afhankelijkheid. Een van de strategieën is daarombijvoorbeeld of we meer zelf, op eigen grondgebied, kunnen doen metrecycling. Dat is een manier om minder afhankelijk te worden van nieuwegrondstoffen, kritische grondstoffen, die je zelf nodig hebt. We kijkennatuurlijk heel nauw samen met partnerschappen. Er zitten ook mogelijk-heden in het wijzigen van de supplychain. Er wordt dus op meerderevlakken gekeken. Ik noem ook de eigen voorraadvorming. Ik zal dadelijk inde beantwoording terugkomen op de voorraadvorming van kritiekegrondstoffen. Daarin hebben we natuurlijk ook een rol. Het speelt op veelvlakken. Over de technologie kom ik straks nog verder te spreken.De voorzitter:Er is nog een vraag van meneer Thijssen op dit punt.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik weet het niet. Ik dacht dat het bij het volgende mapje zou horen.Daarom check ik het even. Ik had gevraagd naar de hoeveelheid aanvoer-ketens, grondstoffen, halffabricaten en zo. Dat komt nog?De voorzitter:Dat komt nog.Minister Beljaarts:De vraag van het lid Zeedijk over Taiwan en de brede maatschappelijkeresilience committee beantwoord ik namens onder anderen de Ministersvan JenV en Defensie. De huidige ontwikkelingen maken het nu eenmaalnoodzakelijk om de weerbaarheid van onze samenleving te verhogen,zoals we ook in het regeerprogramma duidelijk opgesteld hebben. Voorhet einde van het jaar zullen de Ministers van Justitie en Veiligheid en vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24727 Defensie daarom een brief aan uw Kamer sturen waarin de maatschappij-brede aanpak om die weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingente verhogen, wordt uiteengezet. Onderdeel daarvan is onder andere decommunicatieopgave richting het bedrijfsleven en het brede publiek.Verder doen we al veel op het gebied van bewustwording in relatie tot diestatelijke dreigingen en economische veiligheid. In dat kader hebben we aldiverse overleggen, evenementen en loketten ingericht. Omdat we alskabinet regelmatig bijgepraat worden over mogelijke dreigingen enontwikkelingen, hebben we ook uitgesproken dat we hier wel echt eenurgentie zien. Dit is niet iets dat je nog een jaar vooruit kan duwen. Dus ikheb bijvoorbeeld al, om het specifiek te maken voor Economische Zaken,met MKB-Nederland, VNO-NCW en FME gesproken om de aandacht tekrijgen voor die weerbaarheid. Dan heb ik het niet alleen overweerbaarheid op het gebied van cyber. Daar komen we dadelijk ook nogop terug. Daar hebben we natuurlijk ook heel veel stappen op gezet. Maarhet gaat ook om sabotage, om infrastructuur. Wat doe je als je meer daneen paar dagen geen elektriciteit, internet, water of gas hebt? Voor datsoort zaken willen we op een gepaste manier aandacht vragen bij hetbedrijfsleven, ook bij het mkb. Er zijn natuurlijk sommige grootbedrijvendie daar al eerder op voorgesorteerd hebben dan andere delen van hetbedrijfsleven. Daar moeten we echt wat meer awareness creëren. Dathebben we niet als een zodanige resilience committee bestempeld. Maarde noodzaak om bij burgers vanuit hun eigen verantwoordelijkheid envanuit onze verantwoordelijkheid naar het bedrijfsleven daar aandachtvoor te vragen, is absoluut helder. Daar gaan we ook heel voortvarendmee aan het werk.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Zeedijk.Mevrouw Zeedijk (NSC):Ik ben blij met deze activiteiten. Zeker als er aan het eind van het jaar eenbrief komt, ben ik daar natuurlijk heel benieuwd naar. Wat ik vooral heelbelangrijk vind en mooi vond in Taiwan, is die gezamenlijk gevoeldeverantwoordelijkheid van zowel experts op universiteiten als van hetmaatschappelijk middenveld als van het bedrijfsleven en de overheid. Ikvind het dus goed om te horen dat de verschillende Ministers inputvragen van verschillende belangrijke partijen, maar hoe krijgen we nu ookdaadwerkelijk een gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid hiervoor?Minister Beljaarts:Nou, die ís er. Dat is een feit. Het is een gezamenlijke verantwoorde-lijkheid. Het is de verantwoordelijkheid van het kabinet om burgers en hetbedrijfsleven mee te nemen, voor te lichten en te informeren op eenmanier die past bij het dreigingsniveau. Bedrijven hebben altijd een eigenverantwoordelijkheid om te kijken wat een fallbackoptie is als de stroomuit zou vallen et cetera, et cetera. Het is nu eenmaal een gemeenschappe-lijke verantwoordelijkheid. Als kabinet nemen we die rol heel serieus. Datwillen we op een gepaste manier doen, want het moet in proportie blijventot de dreiging die er nu heerst en die er mogelijk komt. We hoevenbedrijven en burgers niet onnodig bang te maken, maar we moeten zekerniet naïef zijn. De situatie in Taiwan is misschien wel net iets anders,omdat men daar echt in een andere geopolitieke en geografische situatiezit dan wij in Nederland. De dreigingen zijn alom, over de hele wereld,bekend. De diensten weten dat uiteraard. Maar de gemeenschappelijkeverantwoordelijkheid is er gewoon. Die wordt ook gevoeld, denk ik.Alleen, het is aan ons als kabinet om het dreigingsbeeld dat er is op eengepaste manier over te brengen, zodat de sense of urgency op eengepaste manier binnenkomt bij zowel burgers als bedrijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24728 De voorzitter:Mevrouw Zeedijk heeft een vervolgvraag.Mevrouw Zeedijk (NSC):Dat is helemaal juist. We moeten mensen inderdaad niet bang maken.Maar dat vond ik juist ook zo mooi in Taiwan. Ze maken mensen nietbang, maar bieden juist voor iedereen oplossingen: als dit en dit gebeurt,dan kun je daar op zo’n manier mee omgaan. In de brief die aan het eindvan het jaar komt, zoek ik vooral een antwoord op de vraag hoe westructuur geven aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik zou het fijnvinden als de Minister dat zou willen meenemen. Dat is waar ik naar opzoek ga in de brief die aan het eind van het jaar komt.Minister Beljaarts:Dat neem ik absoluut mee. Zoals aangegeven wordt het een brede kijk opveiligheid. Daar kan dit absoluut een plek in krijgen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Beljaarts:Dan blijf ik bij het lid Zeedijk voor de vraag over het oplossen vanproblemen in samenwerking met het bedrijfsleven, de acties die er zijn ende voorraden in de keten. Dat hangt natuurlijk een beetje samen met devorige vraag. Voor de bedrijven blijft het natuurlijk van belang dat zij zelfgoed zicht hebben op hun eigen waardeketens. Veel bedrijven zijn heelactief bezig met het benoemen van bepaalde kwetsbaarheden daarin. Ikvind het daarnaast ook van belang dat we als overheid een beterstructureel beeld krijgen en houden van die waardeketens en waar dekwetsbaarheden daarbinnen zitten. Wij hebben natuurlijk voldoendeoverlegstructuren om dat in beeld te brengen.Eén belangrijke stap om dat te bereiken, is de lancering van het Neder-lands Materialen Observatorium, waar ik net aan refereerde. Dat gaat rondde jaarwisseling starten. Dat gaat in samenwerking met andere kennisin-stellingen, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld – daarhebben we toch een link met wat het lid Zeedijk net bedoelde metbetrekking tot het gezamenlijk optrekken – voor die waardeketens kijkenwat voor Nederland belangrijke, kritieke grondstoffen zijn. Dat gaan we inkaart brengen en monitoren. Dat geeft een klein beetje antwoord op dievraag, denk ik. Daarnaast gaan wij als kabinet kwalitatieve risicoanalysesuitvoeren om risicovolle strategische afhankelijkheden te identificeren. Wehouden op dat punt natuurlijk een oogje in het zeil.Mevrouw Zeedijk (NSC):Ik heb nog één, verdiepende, vraag. Ik heb het net even opgezocht en hetMaterialen Observatorium lijkt me een fantastisch initiatief. Ik denk dat datprecies is wat we moeten hebben. De partners die daarbij betrokken zijn,lijken me ook de juiste. Alleen, met betrekking tot China zie je bijvoorbeelddat heel veel bedrijven hun waardeketens gaan verleggen. De vraag is hoewe dat in het observatorium gaan meenemen. Een tweede punt is dat iklas dat de hele keten wordt meegenomen, dus tot aan het einde van hetleven van zo’n product. Hoe kunnen we aansluiting vinden bij initiatieven,bijvoorbeeld op het gebied van hoe we omgaan met recycling en urbanmining? Hoe kunnen we ook die in het observatorium meenemen? Datlijkt me namelijk de manier om doelen te stellen.Minister Beljaarts:Een hele terechte opmerking. Ik noemde net al het onderdeel recycling,waardoor je op eigen grondgebied zelf veel beter met grondstoffen kuntomgaan. Ook het verleggen van waardeketens gaat twee kanten op.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24729 Afgelopen maandag sprak ik op een werkbezoek aan de High TechCampus in Eindhoven met een ondernemer van een start-up, of inmiddelsscale-up, die nu aan het afwegen is of hij de productie in China wil latenplaatsvinden of in Nederland. Dat is bedrijfseconomisch een hele goede,logische afweging, want dat kan in andere delen van de wereld goedkoperdan in Nederland. Maar daar zitten ook kwetsbaarheden aan en diebenoemde de ondernemer zelf ook.Het verleggen van waardeketens gaat dus in die zin wel twee kanten op,want er wordt wel steeds meer ook strategisch nagedacht over detoekomst. Als je dat doet, wat gebeurt er dan met de kennis? Die kun je nuop een vierkante kilometer in Eindhoven heel goed borgen, maar watgebeurt er dan met die kennis en technologie? En hoe raakt die afhanke-lijkheid jou later, over drie jaar, als je bijvoorbeeld ineens niet meer bij eenfabriek of bij middelen kan komen? Dat verleggen gaat dus wel tweekanten op, zowel bedrijfseconomisch qua cost of doing business, als aande andere kant. Je ziet ook dat die factoren nu veel prominentermeespelen in de besluitvorming dan vijf à tien jaar geleden.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog. We moeten een klein beetje het tempo erin houden,maar het ligt niet aan u. Ik zeg het in het algemeen.Minister Beljaarts:Ik probeer het iets sneller te doen, voorzitter, maar wil wel recht doen aande vragenstellers. Mevrouw Zeedijk vroeg naar de prio’s van de energie-transitie en de innovatie waar onze burgers zich zorgen over maken en devoedselketen, energie en farma. Natuurlijk is het essentieel dat de burgerstoegang hebben tot voedsel, energie en medicijnen. Dat was tien jaargeleden een vanzelfsprekendheid en nu moeten we daar serieus overnadenken. Het is uiteraard begrijpelijk dat er zorgen zijn, zowel in deKamer als bij burgers, dat de toegang tot die cruciale voorzieningen onderdruk zou kunnen komen te staan.Wij hebben er een rol in die toegang te borgen. Daarom inventariseren weals kabinet welke risicovolle strategische afhankelijkheden met debijbehorende leveringszekerheid er zijn. Dat gebeurt in het kader van dekabinetsbrede Taskforce Strategische Afhankelijkheden, die door mijndepartement samen met Buitenlandse Zaken wordt geleid. Daarover isdus veel afstemming. Waar overheidsingrijpen op uiteenlopendebeleidsdomeinen noodzakelijk is, zullen we dat via het kabinet en via deverantwoordelijke ministeries uiteraard ook doen. De risicoanalyses zelfzijn vertrouwelijk vanwege strategische en nationale veiligheidsoverwe-gingen, zoals u zult begrijpen. Afhankelijk van de aan te pakkenknelpunten zullen burgers, bedrijven en maatschappelijke organisatiesworden betrokken in de vormgeving ervan.Dan ga ik, met uw goedvinden, voorzitter, naar het volgende blokje:instrumentarium. Het lid Martens vroeg mij of ik kan schetsen hoe vaak deBeschermingsvoorziening Economische Veiligheid al is aangesproken enof daarover in een besloten sessie meer gedeeld kan worden. Dat hoeft inprincipe niet, want er is nog geen aanspraak op gemaakt. Zoals u weet ishet een krachtig middel, maar wel een laatste redmiddel, waarmee we eentijdelijk belang in een onderneming kunnen nemen, mochten zich doorbeoogde investeringen nationale veiligheidsrisico’s voordoen. Maar er isdus nog geen beroep op gedaan.Het kabinet zal altijd selectief zijn in de toepassing ervan, zodat hetinstrument de komende tijd voldoende slagvaardig blijft voor het geval ernood aan de man zou zijn. In de praktijk worden andere oplossingsrich-tingen voor deze casuïstiek onderzocht, alvorens de voorziening aange-sproken wordt. Het is dus geen eerste aanspreekpunt, maar een laatsteredmiddel dat we willen inzetten. Zoals ik al zei, hebben we tot nu toe nogniet daaruit uitgekeerd. Er loopt wel één voorbeeld waarin er eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24730 potentieel beroep op het instrument gedaan zou kunnen worden, maardat is nog geen feit.Overigens vindt begin 2026 de evaluatie plaats van de BEV en daar zullenwe ook verder onderzoeken of die uitgebreid moet worden of dat dieeventueel offensiever ingezet zou moeten worden.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Martens.Mevrouw Martens-America (VVD):Heel goed dat het middel wordt geëvalueerd. Als de Minister hier heelstellig zegt dat dit het laatste middel is waarmee we kunnen ingrijpen, danheb ik wel de vraag welke middelen en instrumenten er dan zijn om in defase daarvoor te zorgen dat de inzet hiervan uiteindelijk niet nodig is. Kanin de evaluatie misschien ook worden meegenomen of de hele ketenernaartoe functioneert? Ik ben namelijk wel heel erg benieuwd welke stapervoor blijkbaar zo goed functioneert dat we hier niet aankomen.Minister Beljaarts:Ik weet niet of de evaluatie hiervan het juiste moment is om de hele ketenmee te evalueren, maar ik begrijp de vraag. Dat is een terechte vraag. Ikben even zoekend naar de vraag van het lid Martens over de wijze waaropzij verder geïnformeerd kan worden. Ik kan daar natuurlijk schriftelijk overinformeren of we kunnen een technische briefing doen. Voor een deelkom ik er in de beantwoording van de vragen puntsgewijs op terug, wantwe hebben de Wet vifo, die er ook voor zorgt dat investeringen weldegelijk mogelijk zijn, zij het met bepaalde voorwaarden als wij die nodigachten via het BTI, waardoor we er niet zelf een aandeel in hoeven tenemen.Voorzitter, ik weet niet of het kan dat we het einde van dit debat afwachtenom te kijken of ik op een aantal vragen wat meer comfort kan geven.Anders wil ik daar met alle plezier uitgebreid schriftelijk op terugkomen ofvia een technische briefing.De voorzitter:Ik zie mevrouw Martens knikken. Zij wacht het af en dan komt zij daar aldan niet zelf op terug. U vervolgt uw betoog.Minister Beljaarts:Ik blijf bij mevrouw Martens-America, die een vraag had over de Wet vifo.Is het mogelijk om de risico’s van bedrijfsovernames te toetsen? Hoe wilik die eventuele uitbreiding aanpakken? Het voorstel van de uitbreidingvan de Wet vifo met enkele nieuwe sensitieve technologieën is nagenoeggereed. Toegevoegd worden onder andere biotechnologie, kunstmatigeintelligentie, geavanceerde materialen, nanotechnologie, sensor- ennavigatietechnologie, en medische isotopen. Die technologieën wordennu toegevoegd omdat de geopolitieke situatie snel verandert en omdat derisico’s voor onze nationale veiligheid zijn geïdentificeerd. Daar kan iknatuurlijk niet dieper op ingaan, maar dan weet u dat dit op de radar staat.Verder is het een gerichte uitbreiding waarin alleen die onderdelen vantechnologieën worden toegevoegd die de nationale veiligheid het meestraken. Hiermee worden alleen de meest risicovolle getoetst en wordt deimpact op het investeringsklimaat beperkt. Want vanuit mijn verantwoor-delijkheid heb ik een heel dubbele rol. Aan de ene kant willen we hetbedrijfsleven niet beperken en willen we dat de doorloopsnelheid bij hetBTI snel is zodat investeerders snel weten waar ze aan toe zijn. Aan deandere kant deel ik de verantwoordelijkheid met mijn collega’s van JenVen Defensie, die dagelijks inlichtingen krijgen over hoe de wereld om onsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24731 heen verandert. Die afwegingen worden heel zorgvuldig gemaakt inafstemming met mijn collega-Ministers. Daarom sta ik hier ook iets langerbij stil.Conform mijn toezegging zal ik dit voorstel dit jaar nog in internetconsul-tatie geven. Daarna volgt volgend jaar de voorhang voor de procedure bijde Kamer. Dat wil niet zeggen dat de Wet vifo af is, want de geopolitiekesituatie waar ik net aan refereerde, en de ontwikkeling van die technolo-gieën zelf worden nauwgezet gevolgd. Overigens kijken we niet alleen inalgemene zin naar de reikwijdte. We kijken zowel naar verbreding alsverdieping, zodat we niet aan alleen technologie vastzitten. We willen eenopen blik houden voor alle risico’s.Mevrouw Martens-America zei dat Nederland vaak terughoudend is meteen beroep op de uitzonderingsclausule van nationale veiligheid. Zij vroegof ik bereid ben om in EU-verband te pleiten om deze regels te versoe-pelen. Het is niet mijn persoonlijke beeld dat Nederland hier vakerterughoudend in is. De aanbesteding van het Binnenhof is bijvoorbeeldgeheim verklaard, maar ik ben het er wel met mevrouw Martens-Americaover eens dat we meer rekening moeten houden met de nationaleveiligheid bij aanbesteden. Dat is altijd wijs om te doen. Daarom spoor ikde aanbestedende diensten via de Toolbox veilig inkopen ook aan omruimte te bieden in de regelgeving en die te pakken waar die nog teweinig gebruikt wordt. Ook zet ik mij in Europees verband in voor meeruitsluitingsgronden. Verder maakt het kabinet sectorale wetgeving diestrengere veiligheidseisen aan bijvoorbeeld netbeheerders oplegt,waardoor deze diensten gebruik kunnen maken van de aanbestedingswetop defensie- en veiligheidsgebied. Onder deze wet zijn er meer mogelijk-heden om risico’s uit te sluiten. Ook dat is een belangrijke ontwikkeling.De heer Dassen had een vraag over cyberveiligheid. Hij zei dat dat ookhoort bij een weerbare economie. Hij vroeg of het weglekken van ideeënen vakmensen een probleem is en of ik de noodzaak zie om de cybervei-ligheid te verhogen. Uiteraard ben ik het eens met het belang vancyberweerbaarheid van het mkb en van het bevorderen vancyberstart-ups. De echte speerpunten van het kabinetsbeleid in deNederlandse Cybersecuritystrategie van 25 oktober zijn in de voortgangs-rapportage van de strategie aan de Kamer gestuurd. Een voorbeelddaarvan is het Digital Trust Center. Ik denk dat dat een mooi voorbeeld isvan de verhoogde weerbaarheid van niet vitale bedrijven ten aanzien vanhet verspreiden van informatie en kwetsbaarheden, dreigingen,incidenten en het geven van advies, ook door middel van het aanjagenvan onderlinge samenwerking. Dit doen ze door diverse kennisproductenen tools aan te bieden – dat is echt een open platform om informatie tehalen – door algemene en specifieke dreigingsinformatie te delen en ookdoor bijvoorbeeld subsidie te geven aan het mkb voor het nemen vanmaatregelen via de zogenaamde regeling Mijn Cyberweerbare Zaak.Dus er gebeurt echt veel. Ik zal nooit zeggen dat het genoeg is. Het is nooituitputtend, maar er gebeurt echt wel veel – het is echt een gedeelde zorg –om die awareness te verhogen. Het is niet alleen awareness. Uiteindelijkverbetert het ook de digitale weerbaarheid. Het gaat dus niet alleen overcybersecurity. Ik heb net een uitstapje gemaakt met de branchevereni-gingen waarbij ik echt aandacht heb gevraagd voor brede weerbaarheid,want cyber is heel actueel. Er gebeurt heel veel op dat vlak, maar erbestaat ook een scenario dat we op den duur geconfronteerd worden metandere manieren van uitval van vitale processen zoals internet, stroom endat soort zaken. Daar moet je ook weerbaar in zijn. Dat onderwerp is deafgelopen jaren iets minder belicht geweest. Dus ik wil vooral niet alleente eng maken door alleen op cyber te focussen – daar hebben we datDigital Trust Center voor bedacht – omdat het veel breder is dan dat.Dan ga ik naar de vragen van de heer Thijssen, mevrouw Martens en deheer Dassen over de miljardenbezuiniging op innovatie. Dat zou een stapachteruit zijn in onze economische veiligheid. Dat is een begrijpelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24732 vraag, want gezien de huidige wereldwijde ontwikkelingen is hetessentieel om juist te blijven investeren in eigen concurrerende techno-logie en de industriële basis. Alleen zo kunnen we de concurrentie aanblijven gaan met de Verenigde Staten, China en andere landen. Daartoezet het kabinet wel reeds bestaand innovatie- en industriebeleid in. Denkdaarbij aan fiscale maatregelen, subsidieregelingen et cetera. Ook privateinvesteringen blijven van belang voor het investeringsklimaat. Daarhebben we bij de begrotingsbehandeling ook het gesprek over gevoerd.Daar is niet altijd publiek geld voor nodig. De kunst om die hefboomfactorvan publiek/privaat geld wat te verhogen zal in de komende jaren nietalleen bij ons maar ook in de maatschappij komen te liggen. Soms kijkenwe zelfs met enige jaloezie naar Amerikaanse investeerders, die veeleerder bereid zijn in te stappen, meer risico te nemen en vaak ook veelmeer kapitaal ter beschikking te stellen dan in Europa het geval is. Maardat is een weg die het waard is om verder te onderzoeken.Terugkomend op de initiële vraag, kan ik niet ontkennen dat we niet zulkediepe zakken hebben als de Verenigde Staten en China, nog even los vande vraag of dat publiek en privaat is. Dat geldt voor beide. Daarom zullenwe ook zo veel mogelijk in Europees verband moeten optrekken omdaarin als het ware een front te vormen. Wij kunnen als Nederland ookniet op alles inzetten. Dat is gewoon veel te duur. Wij hebben als kabinetook afwegingen gemaakt tussen zorg, infrastructuur en koopkracht. Wehebben daar met een keuze te maken. In plaats daarvan zetten we alskabinet erop in om industrie- en innovatiebeleid meer gericht in te zettenop strategische ecosystemen. Zoals we al eerder hebben aangehaald, isde semicon-industrie daar een voorbeeld van.We doen dat met de u bekende Nationale Technologiestrategie, waar wetien technologieën hebben geïdentificeerd die belangrijk zijn voor onstoekomstig verdienvermogen en de maatschappelijke uitdagingen voor denationale veiligheid. Die keuze is gebaseerd op de huidige sterktes vanNederland, want niet voor het eerst is ook in uw Kamer gezegd dat hetbeste protect-beleid eigenlijk een heel sterk promote-beleid en een heelsterke eigen autonome economie is. De Nationale Technologiestrategie zalworden geïmplementeerd met het innovatie-instrumentarium bij desamenwerkingen, ook vanuit ons. We zorgen met die actieagenda’s dusook voor concrete plannen om die tien technologieën verder te ontwik-kelen binnen Nederland. In het derde kwartaal van volgend jaar kom ikmet een brede voortgangsbrief met betrekking tot de NTS. Dan hebbenwe meer informatie met uw Kamer te delen, zowel terugkijkend alsvooruitkijkend.Dan ga ik naar de heer Dassen, die een vraag had over de begroting ...De voorzitter:Voordat u daarnaartoe gaat, heeft de heer Thijssen een vraag voor u.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij dat de Minister gewoon eerlijk is en zegt dat we inderdaad eenstuk minder investeren dan Amerika. Hij constateert dat we niet zulkediepe zakken hebben als Amerika, maar dat is natuurlijk een politiekekeuze. Dit kabinet kiest ervoor om flink te bezuinigen op alle dingen diebelangrijk zijn voor economische ontwikkeling en dus ook voor econo-mische veiligheid. Is het niet gewoon tijd voor deze Minister, ook met deverkiezingen die net geweest zijn, om terug te gaan naar de ministerraad,met de vuist op tafel te slaan en te zeggen dat die bezuinigingen van tafelmoeten? Sterker nog, zou er niet geïnvesteerd moet worden – lees ook hetrapport van Draghi – in duurzaamheid en innovatie om economisch sterkte blijven en om in de toekomst ons geld te kunnen verdienen?Minister Beljaarts:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24733 Een terechte zorg van de heer Thijssen. Ik kan me herinneren dat we heteen paar keer eerder hierover gehad hebben. Het is een feit dat hetkabinet keuzes heeft moeten maken, want het kabinet heeft het ook heelerg belangrijk gevonden om de koopkracht van alle Nederlanders vooruitte laten gaan. Dat is, denk ik, een breed gedeelde wens, ook buiten decoalitie. Dan ontkom je er niet aan dat je op bepaalde andere zaken moetbezuinigen. Ik weet niet zeker of de vergelijking van de diepe zakken vande Verenigde Staten met die van Nederland opgaat, want dat is nogallogisch als we kijken naar de omvang van de economie, het investerings-kapitaal en de investeringskracht die daar zit. Het is wel belangrijk dat hetniet alleen om publiek geld gaat. Als Nederland hebben we die 900 vanInvest-NL. De Wbso, het terugdraaien van lastenverzwaringen en hetondernemingsklimaat, dat nu gunstiger is en wordt, zijn allemaalingrediënten die daaraan bijdragen. Dat heeft niet alleen met het bedragte maken waarmee wordt geïnvesteerd in innovatie. Daarmee wil ik deimpact niet bagatelliseren. Uiteraard heeft dat impact. Als we een aantalmiljard extra te besteden hadden, was het absoluut goed besteed geweestop mijn beleidsterrein – ik zal de eerste zijn om dat toe te geven – maar wehebben als kabinet ook andere afwegingen te maken.De voorzitter:Meneer Thijssen met een vervolgvraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dit zijn wel echt politieke keuzes en dit is wel heel gemene framing, hoor:we moeten zorgen voor een koopkrachtplusje bij de mensen. Ja, dat heefthet kabinet geprobeerd te doen, maar door de hoge inflatie is dat heleplusje alweer weg. Wat het kabinet vooral heeft gedaan is winstgevendebedrijven en de rijken uit de wind houden en de lasten niet neerleggenwaar ze eigenlijk neergelegd moeten worden. Daardoor hebben we geenruimte om koopkracht een grotere plus te geven. Daardoor hebben we nugeen geld om te investeren. Dat zijn de politieke keuzes die dit kabinetmaakt. Er worden miljarden gegeven aan bedrijven, maar zonder devoorwaarde eraan te verbinden om die te investeren in Nederland omdatwe die investeringen nodig hebben. Dat zijn de oliedomme keuzes van ditkabinet. Ik snap dat Nederland niet zo groot is als Amerika, maar deMinister zegt zelf ook dat we hier in Europa samen moeten optrekken. Hetvoorwerk is gedaan. Het rapport-Draghi ligt er. Er moet jaarlijks 800miljard worden geïnvesteerd. Dat betekent dat ongeveer 150 miljard uit deoverheden moet komen. Laat de Minister zich daar dan voor inzetten inEuropa, zodat we als Europa die 150 miljard publiek geld investeren endaarmee de rest van die private investeringen lostrekken.Minister Beljaarts:Dat zijn veel vragen achter elkaar. Ik ga proberen ze in die volgorde tebeantwoorden. Als het gaat over Draghi, dan lopen we het risico dat ikheel lang de tijd nodig zal hebben om recht te doen aan die discussie, dusik probeer het even te beperken. We hebben als kabinet aangegeven datdaar heel waardevolle inzichten in zitten. We willen die discussie graagloskoppelen van de financiën omdat dat anders een heel goede discussiekan vertroebelen. We vinden het belangrijk om het op de inhoud eens teworden en daarna te kijken naar het financiële deel. Uiteraard maak ik medaar hard voor.We hebben nooit gezegd dat we die 800 miljard per jaar onderschrijven.Sterker nog, de onderbouwing is niet per se overtuigend, ook voor onseigen departement nog niet, dus daar zullen we nog vele gesprekken overvoeren. Ook daar is het een kwestie van publiek én privaat geld. Dusdaarvoor is het ook nog iets te vroeg, omdat het ook nog een advies aande Commissie is. De Commissie moet het nog appreciëren. Als deCommissarissen eenmaal zitten en geïnstalleerd zijn, gaan ze met hunTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24734 concrete punten komen. Als kabinet gaan we op al die concrete puntenmeedenken en meebepalen. Als dat tot wetgeving leidt, komt dat ookweer hier in de Kamer, waar u dan ook over mee kan denken. Over datproces maak ik me niet zo veel zorgen.Wat de bedrijven betreft: die bedrijven hebben een heel belangrijke rol inNederland. Als de bedrijven niet investeren in Nederland, in hun mensen,in het opleiden van hun mensen, in de maatschappelijke rol die ze pakken,dan zijn we als kabinet ook niet in staat om andere kosten te betalen enbeheersbaar te houden.De heer Dassen (Volt):Ik sla een beetje aan op het antwoord van de Minister waarin hij zegt: dediscussie over de financiën willen we eigenlijk nu nog niet voeren, wantdat vinden we lastig. Dat is wel een beetje de kern van waar dit rapportover gaat, namelijk dat je investeert in de toekomst. Ik snap dat deMinister zegt dat Nederland niet net zulke diepe zakken heeft als deVerenigde Staten. Europa zou die kunnen hebben, als we de nodigestappen zetten om dat met elkaar voor elkaar te boksen. Uit mijn hoofd –ik weet niet of het bedrag helemaal klopt – lekt er nu rond de 200 miljardweg uit Europa, omdat wij de kapitaalmarktunie nog steeds niet afhebben. Als je een sterke kapitaalmarktunie wil, dan moet je ervoorzorgen dat je safe assets hebt, oftewel eurobonds. Nou, dat werkt als eenrode lap op een stier hier in deze Kamer, want de Kamer zegt op stel ensprong: dat willen we niet. Heel eerlijk, als je nu al zegt dat je heel veelvan dat soort stappen niet wil zetten, omdat je dat politiek moeilijk teverkopen vindt, dan ben je niet heel erg goed bezig met kijken hoe weervoor gaan zorgen dat we de Europese economie echt versterken. Het islastig als je een huis wil gaan verbouwen, maar je niet precies weet hoe jedat gaat betalen. Ik ben dus benieuwd hoe de Minister daarnaar kijkt.Minister Beljaarts:Ik dank de heer Dassen voor zijn vraag. Het helpt als de consensus is dater verbouwd moet worden en als er consensus is over de manier waaroper verbouwd moet worden. Zoals u weet, zijn dat heel lange processenbinnen de Europese context. Ik heb dit niet zelf bedacht. Toen ik bij deRaad Concurrentievermogen aanwezig was, die we ook in deze Kamervoorbesproken hebben, heb ik dat heel breed teruggehoord van heel veelEuropese landen. Het kabinetsstandpunt is dat we graag eerst de inhoudop waarde willen schatten en de Commissie en de Commissarissen deruimte willen geven om dat advies te appreciëren en dan met een watconcretere invulling te komen, zodat we daar inhoudelijk op kunnenreageren. Daar was heel breedgedragen consensus over. Dat heb ik echtbreed teruggehoord van veel landen in Europa. Ik denk dus niet dat we deenige in Europa zijn die er wat schrik voor hebben om gelijk met onzegroene vlaggetjes te wapperen als het gaat om het investeren van 800miljard per jaar via eurobonds. Ik denk eerlijk gezegd dat dit een breedgedragen strategie is van vele landen, die ik daar ook allemaal aan hetwoord heb gezien en gehoord. We moeten de goede punten hiervan echtop waarde schatten. Dat heeft even tijd nodig. De discussie over hoe jedat betaalt, moet je op een andere manier voeren. Dit leeft dus niet alleenhier in Den Haag. Ik heb dit destijds heel breed teruggehoord tijdens deRaad.De heer Dassen (Volt):Ik hoop dat de Minister het in ieder geval met mij eens is dat het onver-standig is om op voorhand al bepaalde manieren om dit te gaan doen uitte sluiten, omdat je inderdaad moet kijken wat er belangrijk is en hoe wedat gaan doen. Uiteindelijk moet je alle opties om dat te financierenopenhouden. Het lijkt mij niet verstandig om nu al te zeggen: we gaan hetniet over de financiering hebben, maar dát willen we in ieder geval niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24735 Dan ben je volgens mij juist wel die discussie aan het voeren, maar opeen verkeerde manier.Minister Beljaarts:Volgens mij hebben wij als kabinet onze woorden heel zorgvuldiggekozen. We hebben gezegd dat we niets uitsluiten. We hebben nergensgezegd dat we iets uitsluiten. We hebben wel laten doorschemeren datzowel de Minister van Financiën als ikzelf geen grote supporters zijn vaneurobonds. Maar daarmee hebben we niets uitgesloten, juist om dediscussie niet al op voorhand te vertroebelen. We hebben niets uitge-sloten. Ik denk dat de heer Dassen aanvoelt hoe we er als kabinet in zitten.Maar het heeft alles te maken met hoe het verder uitrolt en hoe deCommissie het apprecieert en oppakt, want op deelgebieden is, metdraagvlak vanuit de lidstaten, misschien wel een hele andere koersmogelijk dan op een ander dossier. Dat blijft dus heel speculatief. Datwillen wij als kabinet in ieder geval niet. Als het bij ons komt, willen wehet op de juiste waarde beoordelen, inclusief de mogelijke financierings-bronnen. We hebben als kabinet echt niks uitgesproken op dit punt, maarwe hebben misschien niet onder stoelen of banken gestoken of we wel ofgeen voorliefde hebben voor eurobonds.De voorzitter:Oké. We blijven het volgen. Gaan we naar de beantwoording van hetlaatste mapje?Minister Beljaarts:Nee, ik heb nog twee vragen binnen dit mapje.De voorzitter:O, sorry.Minister Beljaarts:Maar ik zal proberen wat sneller te gaan. Het lid Dassen vroeg mij naar debegroting, de extra innovatie en Draghi. Daar hebben we het eigenlijk alover gehad.We hebben eigenlijk ook al stilgestaan bij de vraag van de heer Thijssenover de bezuiniging op het NGF. Dan zijn we inderdaad aangekomen bijhet laatste mapje, grondstoffen.Het lid Thijssen vroeg hoeveel grondstoffen we hebben waarvan weafhankelijk zijn en hoeveel waardeketens in halffabricaten er zijn. Weconcentreren ons op die 34 kritieke en strategische grondstoffen en eenaantal prioritaire productgroepen onder de Critical Raw Materials Act.Daarbij is er sprake van strategische afhankelijkheden. We brengen hierbijde kwetsbaarheden in de complexe ketens zo snel mogelijk in kaart. Uheeft de eerste onderzoeken hierover al ontvangen. Rond de jaarwisselinglanceren we het Nederlands Materialen Observatorium bij TNO, dat dewaardeketens met de kritieke grondstoffen verder in kaart gaat brengen,gaat monitoren en blijft monitoren. Verder zijn we bezig met pilots opvoorraadvorming van kritieke grondstoffen. We hebben een aantal vandeze voorbeelden al genoemd.Het lid Thijssen had het over de doelen van raffinage, namelijk over de10% winning en 40% verwerking van kritische stoffen in Europa. Wijhebben ons gecommitteerd aan de streefdoelen van de Critical RawMaterials Act, die geldt voor heel Europa. Ik kijk hoe wij als Nederlandhieraan kunnen bijdragen. Om te kijken wat er aan Europese winningmogelijk is, moeten eerst alle lidstaten een nationaal exploratiepro-gramma opstellen. De Geologische Dienst van TNO doet dat voorNederland. Die programma’s worden in mei volgend jaar opgeleverd.Daarnaast doet TNO onderzoek naar de mogelijkheden van raffinage inNederland. Dat refereert ook een klein beetje aan de opmerking van het lidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24736 Vermeer van eerder vanochtend. Ik verwacht dat onderzoek binnenkortook aan uw Kamer te kunnen aanbieden, met mijn eerste inzet op dieraffinage.Dan het antwoord op de vraag van de heer Dassen over hoe ik deverhouding zie tussen ...De voorzitter:Sorry. Voordat u daaraan begint, heeft de heer Thijssen een vraag op datlaatste punt. Dat is zijn laatste vraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister. Het zijn dus die 24 grondstoffen en leveringsketens.Ik probeer gevoel te krijgen voor hoe dat nou gaat met die economischeveiligheid en de strategische afhankelijkheden. Ik snap dat de Ministerdaar niet heel precies op in kan gaan, omdat we onze opponenten nietwijzer willen maken dan ze moeten zijn. Maar kan de Minister dan welzeggen: «Voor die grondstoffen staan er zo veel stoplichten op groen, zoveel op oranje en zo veel op rood. Er zijn zo veel acties ondernomen omdaar iets aan te doen. We zien een aantal stoplichten naar groenverschuiven, dus dat gaat goed. We zien een aantal stoplichten naar roodverschuiven»? Dan kunnen we, als we drie of vier keer per jaar dit debatmet elkaar voeren, gaandeweg zien of we veiliger worden, of datsommige acties niet lukken waardoor we onveiliger worden, of dat decontext verandert waardoor er veel meer actie nodig is. Het blijft nu erglastig om dit debat met de Minister te voeren en mijn taak als TweedeKamerlid echt goed in te vullen en te zien of de juiste dingen gebeuren. Ikbedoel, er gebeurt een hele hoop, maar ik vraag me af: worden we nouecht economisch veiliger? Ik vind het heel moeilijk om dat te beoordelen.Mijn vraag is dus: kunnen we met stoplichten werken of dit op een anderemanier meetbaar maken?Minister Beljaarts:Dank voor de vraag. Het is terecht dat de heer Thijssen zoekt naar eengoede invulling van onze positie. Het lastige is – dat gaf de heer Thijsseneigenlijk net zelf ook aan – dat als we dat inzichtelijk maken, we ook eeninkijkje geven aan eenieder die meekijkt en meeleest. Dat is niet wenselijk.We moeten daar gewoon heel terughoudend in zijn. De bredere vraag diede heer Thijssen ook stelde, «zijn we nu veiliger geworden?», is tweeledigen daarom niet te beantwoorden. Het is namelijk 100% afhankelijk van degeopolitieke ontwikkelingen. Of dat nou op het gebied van cyber is offysiek, of met sabotage of andere zaken te maken heeft, die twee hebbeneen verband. Je bent daarvan afhankelijk. Er zijn dingen die wij zelf bijmachte zijn om te doen. Daarvoor hebben we het observatorium, de NGSen de Wet vifo, de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies enovernames. Dat zijn alle zaken waar wij zelf invloed op kunnen hebben,waar wij dus ook echt heel actief op acteren. Maar alles hangt samen metde geopolitieke ontwikkelingen, die we niet altijd in de hand hebben. Dusdie een-op-een relatie is er, maar ik kan dus niet zeggen of we nu veiligerzijn dan een week geleden of dan volgende week. Dat is gewoon niet testellen. Ik wil kijken naar een manier waarop ik de Kamer het comfort kangeven – of dat nou met een stoplichtmodel is of op een andere manier –dat we dat wel zorgvuldig en vertrouwelijk kunnen doen. Want u verdientdie informatie, maar dat moet echt op de juiste manier, want anders doenwe het niet zorgvuldig. Dus als toezegging wil ik hierop terugkomen, ikdenk schriftelijk, in die zin dat ik ga nadenken over de manier waarop ik uen allerlei Kamerleden comfort kan geven – het is een breed gedragenwens – zonder dat ik informatie deel die ik niet openbaar mag maken. Alsdat tegemoetkomt aan de wens, dan wil ik dat met plezier doen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24737 U vervolgt uw betoog.Minister Beljaarts:De heer Dassen heeft gevraagd hoe ik de verhouding zie tussen denationale en de Europese aanpak. Uiteraard ben ik het erover eens datsamenwerking binnen de EU de effectiviteit kan verhogen van eenprogramma voor het vormen van een strategische voorraad van kritiekegrondstoffen. Dat weet de heer Dassen. Ik ben op Europees niveau eengesprek gestart over de mogelijkheden van een Europesevoorraadvor-mingstelsel en de rol die Nederland en andere landen daarin kunnenspelen. De eerste gesprekken hierover zijn gestart. Dat valt onder deparaplu van de Critical Raw Materials Board.Mevrouw Zeedijk vroeg naar de lessen van het chiptekort tijdens corona.Een terechte vraag. De betrokken departementen, inclusief het mijne,werken momenteel aan de handelingsopties voor de reeds geïdentifi-ceerde risicovolle strategische afhankelijkheden. Het aanleggen vanstrategische voorraden voor bepaalde producten behoort tot een van demogelijkheden om schokken te dempen, mochten die afhankelijkhedentegen ons worden ingezet. Daar zijn we actief mee bezig. Daar laten weons niet verrassen. Daarom onderzoeken we ook wanneer we wel en nietstrategische voorraden aanleggen en waar dat kan helpen. We nemen dieoptie ook altijd mee in het uitwerken van de handelingsopties.Ik kom nog even specifiek terug op de kritieke grondstoffen. Ik zet in optwee pijlers: een voor de defensie-industrie – dus militaire schepen,optischelasercommunicatie of radarsystemen – en een voor machines enwerktuigen. Binnen die pilots zullen we verkennen of de verwerkings-vormen in de voorraad kritieke grondstoffen gehouden moeten worden ofniet.Dan kom ik bij de laatste vraag van de heer Dassen. Het kabinet isvoornemens een grondvoorraad kritieke grondstoffen aan te leggen. Hijvroeg of ik me ervan bewust ben dat alleen kritieke grondstoffen te weinigis. Ik heb net aangegeven dat ik bij de voorraadvorming van kritiekegrondstoffen op die twee pijlers inzet: defensie, en machines enwerktuigen. Binnen die pilots zullen we verkennen hoe de verwerkings-vormen binnen de kritieke keten van kritieke grondstoffen in de voorraadgehouden moeten worden. Dat kunnen dus ook halffabricaten enspecifieke componenten zijn. We hebben het al gehad over grondstoffen,mijnbouw en raffinage. Dat hele spectrum wordt daarin meegenomen.Dan heb ik nog de laatste vraag van mevrouw Martens, die zei dat stelligwordt gezegd dat BEV een laatste redmiddel is. Ze vraagt welke middelenen instrumenten er zijn in het stadium daarvoor. Ik denk dat we zeeigenlijk behandeld hebben, maar voor de volledigheid is het goed om zetoch nog even te benoemen. We hebben de behandeling van de Wet vifo.Mocht die geen volledige oplossing bieden, dan hebben we natuurlijk deBEV als laatste redmiddel. Daar is nog geen gebruik van gemaakt. Dathangt een beetje samen met mijn eerdere toezegging voor een technischebriefing hierover. Hier kan het ook gaan om een schriftelijke uitbreiding,dus die toezegging kunnen we wat mij betreft samenvoegen. Ik denk datdat voorziet in dezelfde basisvraag van het lid Martens.Dan ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording van de vragen.De voorzitter:Dank u wel, Minister. We gaan direct door naar de tweede termijn van dezijde van de Kamer. 1 minuut 20 per fractie. Meneer Thijssen heeft alseerste het woord in tweede termijn.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister en zijn ambtenaren voor debeantwoording. Ik ben heel blij met deze toezegging. Ik hoop inderdaaddat we op een bepaald geaggregeerd niveau rapportages kunnen krijgenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24738 over hoe het gaat. Want laten we wel wezen: als we miljarden bezuinigenop innovatie, dan gaat het gewoon achteruit met de economischeveiligheid. Het is goed om dat met elkaar te constateren, want dan kunnenwe daar ook eerlijk met elkaar een debat over voeren. Ik had daar nog weleen vraag over. De Minister zegt dat we minder publieke fondsen hebbenen dat private partijen dat maar moeten dichtlopen omdat dat in de VSook gebeurt. Zo klinkt dat. Maar in de VS worden er toch ook veel meerpublieke middelen ingezet? Dus hoe gaat de Minister de private investe-ringen in innovatie loskrijgen?Dan heb ik nog een aantal dingen waarbij ik wil proberen om het concreette maken. De heer Vermeer sprak over Nyrstar, onze zinksmelter in Budel.Daar is een project waarmee we meer zeldzame aardmetalen kunnenterugwinnen. Is dat iets wat de Minister overweegt? Kan hij daar hetgesprek over aangaan met Nyrstar?Een andere sector is de windenergiesector. Er zijn nu waarschuwingen datdie weggeblazen gaat worden door de Chinese windindustriesector, dooroneerlijke concurrentie. Kunnen we niet gewoon afspreken dat dewindmolens die we in Nederland plaatsen voor 80% uit Europa komen enop die manier onze windenergiesector beschermen?Dan de circulaire economie. Als we die doelen halen en we dingen gaanrecyclen, hergebruiken, hebben we veel minder nieuwe aardmetalennodig. Kan de Minister zeggen: op dit moment worden die doelen nietgehaald, maar ik ga zorgen dat die doelen wel gehaald worden?Verder heb ik nog heel veel andere punten, maar ik kijk uit naar eenvolgend debat over dit onderwerp.De voorzitter:Dank u wel. We gaan naar de volgende spreker. Mevrouw Martens intweede termijn.Mevrouw Martens-America (VVD):Voorzitter, dank. Ook dank aan de Minister. Ik dank hem ook voor zijntoezegging van een brief en eventueel nog een technische briefing. Ik kijkuit naar het volgende debat.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Zeedijk.Mevrouw Zeedijk (NSC):Ook ik wil de Minister bedanken voor dit debat. Voor mij waren tweepunten heel belangrijk. Het eerste punt is om de maatschappij mee tenemen in die zelfredzaamheid, dus niet om mensen bang te maken, maarjuist om oplossingen te bieden waar mensen zelf iets mee kunnen. Ik kijkuit naar de brief die er aan het eind van het jaar komt, samen met dieandere twee ministeries. Dan kijk ik vooral naar de structuur die wordtgegeven aan de gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. Watkan iedereen persoonlijk bijdragen aan dit onderwerp?Ook mooi is de initiatiefwet met betrekking tot het observatorium vanTNO, net als de pilots met voorraadvorming. Ik sluit me wel aan bij deheer Thijssen: het is leuk om alles te meten, maar we moeten ook naardoelen en we moeten ook nog naar acties. Ik denk dat we daar in detoekomst nog vaak over zullen praten.De voorzitter:Dank u wel. Kunt u gelijk antwoorden, Minister? Dat is het geval. We gaanluisteren naar de antwoorden van de Minister.Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. De heer Thijssen poneerde vrij stellig dat deeconomische veiligheid achteruitgaat. Die stelling wil ik niet overnemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24739 Dat is namelijk geen gegeven omdat ook alles afhankelijk is van degeopolitieke ontwikkelingen. We weten nu eenmaal niet hoe die zichontwikkelen. Daarnaast heb ik ook eerder aangegeven wat we als kabinetwel doen en de middelen die we daar wel voor beschikbaar hebbengesteld.Dat brengt mij bij de middelen, privaat versus publiek, en hoe we diebeter kunnen losmaken. Ik gaf eerder aan dat we heel actief aan het kijkenzijn hoe we de hefboomfactor tussen private en publieke middelenkunnen verbeteren. Niet alles heeft met money on the table te makenvanuit de overheid. Niet alles is met subsidies of met blended finance opte lossen. Er kan bijvoorbeeld ook met borgstellingen, met garantiesgewerkt worden. Dat is niet geld dat je kwijt bent als overheid, maar hetgeeft wel comfort aan investeerders en bedrijven om te kunnen inves-teren. Dat is echt een wezenlijke verdieping. Ik zeg niet dat het déoplossing is, maar het is in ieder geval één oplossing waar we naar kijken.De heer Thijssen had een vraag over Nyrstar in Budel. Daar zijn we mee ingesprek. Sterker nog, daar was ik maandag nog. Het is niet zo dat diegesprekken niet lopen. Ik denk dat we heel goed weten – ik weet dat zelfook – wat de wensen zijn en wat de onmogelijkheden zijn in dat krach-tenveld.Qua windindustrie begrijp ik de oproep om bijvoorbeeld 80% vanuitEuropa te doen, maar we hebben ook nog zoiets als de vrije markt, die weniet unilateraal overboord kunnen gooien als we alleen kijken naar dedreiging. Economische veiligheid is een heel belangrijk onderdeel vanNederland en van de economie, maar dé economie an sich is datnatuurlijk ook. De vrije markt moet daarin zeker een plek houden.Terecht maakte de heer Thijssen nog een punt van het nut van recycling.Dat is uiteraard zo. Een van de onderdelen die ik eerder een paar keer hebaangestipt, is juist om te kijken of we met recycling niet veel zuinigerkunnen zijn op kritieke grondstoffen, zodat we bepaalde grondstoffenweer kunnen hergebruiken. Het is niet voor niets dat dit is opgenomen inonze ambities, dus daar wordt ook echt serieus naar gekeken. Het is geenrandverschijnsel, maar een volledig onderwerp, waar wij volwaardig naarkijken.De voorzitter:Meneer Thijssen heeft nog een vraag aan u, Minister.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Wat betreft die circulaire economie zijn die doelen er wel, maar het beleidis er absoluut niet om die doelen te halen. Daarin is al jaren geenverbetering te zien. Mijn oproep aan de Minister was om dat te verbe-teren.Even over die windindustrie. De zonnepanelenindustrie in Europa isweggeblazen door de Chinezen, gewoon door oneerlijke concurrentie. Zegaan onder de prijs zitten en maken onze bedrijven kapot. Daarna hebbenze de macht in handen en kunnen ze de prijs rekenen die ze willen. Wezien nu hetzelfde gebeuren bij Volkswagen en andere Europeseautomakers. Er is nu een grote, grote waarschuwing dat hetzelfde staat tegebeuren bij de windenenergiesector. We kunnen dus wel doen alsof heteen rule-based, eerlijke economie is, maar dat is het niet. China heeftnamelijk een heel andere agenda. Het klinkt voor mij dus naïef in de oren«dat we wel gewoon handel moeten kunnen drijven». Ze zijn erop uit omonze bedrijven, onze Europese windenergiebedrijven kapot te maken endan ook die markt in handen te nemen. Hoe beoordeelt de Minister ditnou? We kunnen dit toch niet zomaar laten gebeuren?Minister Beljaarts:Ik begrijp de zorg. Laat ik daarmee beginnen. De wereld is in beweging.Ook wat dit onderwerp betreft is dit een zorg. Daarin zijn we niet naïef. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24740 zijn er zelf bij. Minister Hermans is hier heel actief mee bezig. Ik weet nietof dat dagelijks is, maar wij hebben het er in ieder geval regelmatig over.Het is een onderwerp dat niet ergens onder de radar verdwenen is. Hetstaat zeker op de radar. Het is ook een prioriteit van Minister Hermans. Datweet ik omdat we het erover hebben. Ik weet niet of ik daarmee hetongemak van de heer Thijssen kan wegnemen. Minister Hermans is hierzeer nadrukkelijk mee bezig en wij hebben daar heel goed onderlingoverleg over.De voorzitter:Ik wil naar de toezeggingen gaan, nu we aan het einde van dit debat zijngekomen. Meneer Thijssen zegt buiten de microfoon dat hij een tweemi-nutendebat had willen aanvragen. Dat heeft hij niet in zijn termijn gedaan.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja, sorry. Het is een druk debat. Het gaat over zo veel onderwerpen. Ik benhet helaas vergeten. Maar het zou wel mooi zijn als we dat kunnen doenmet elkaar.De voorzitter:Daar gaat mevrouw Zeedijk over. Zij zit er nog als enige. Formeel bent u telaat, maar als er coulance ...Mevrouw Zeedijk (NSC):Ik vind het oké.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, mevrouw Zeedijk.De voorzitter:Ontzettend vriendelijk. De toezeggingen.–De Minister komt binnen drie weken schriftelijk terug op de vraag vanhet lid Vermeer over tegenstrijdig beleid met als voorbeeld dieraffinaderij.–De Minister heeft toegezegd om schriftelijk terug te komen op de vraaghoe de Kamer met aandacht voor de nodige geheimhouding tochinzicht kan krijgen in de status en voortgang van economischeveiligheid.–In het verlengde daarvan deed u aan het einde een toezegging aan hetlid Martens. Dat zag volgens mij op een van de instrumenten, deevaluatie van het instrument.Kunnen we die laatste iets scherper maken, vooral ook voor uzelf?Minister Beljaarts:Ja. Ik zeg eerst iets over de toezegging voor het meetbaar maken van deveiligheid. Hoe staat het daarmee? Daarbij het ik niet gezegd dat we hetmeetbaar gaan maken. Dat wil ik dus graag nuanceren. Maar het gaat welover de ontwikkelingen en dat soort dingen. Maar ik heb niet aangegevendat we met een systematiek gaan werken om het meetbaar te maken.De voorzitter:Sorry, Minister, maar dat heb ik zelf ook niet gezegd. De toezegging zoalsik die hier voorlas, is dat u terugkomt op de vraag hoe de Kamer metaandacht voor de nodige geheimhouding inzicht kan krijgen in de statusvan economische veiligheid. Daar komt voortgang achteraan, ja. Als jestatus zegt, komt de voortgang ook. Dat het dan niet meetbaar is, daargaat u over nadenken en wij gaan er dan weer over debatteren of het eenjuiste manier is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24741 We gingen vooral nog even met elkaar de toezegging aan het lid Martensaanscherpen over de evaluatie van het instrument. Ik dacht dat u daarvoornu een briefje voor u had.Minister Beljaarts:Ja, maar daar had ik het briefje niet voor nodig. Het ging niet om hetaanscherpen van het instrumentarium, maar om het inzicht geven in hoe,als ik het goed heb begrepen van mevrouw Martens-America, de Wet vifozich verhoudt met de reikwijdte van de wet. Het ging om of het afdoendeis. Er is nu nog geen aanspraak gemaakt op de BEV, maar ze wilde ervolgens mij comfort bij krijgen dat dat voldoende is, mocht het wel nodigzijn. Ze is er nu niet.De voorzitter:Kunnen we dat meenemen in de brief die gaat over überhaupt inzichtkrijgen in het onderdeel economische veiligheid? Kunnen we het daaronderdeel van laten zijn? Dan is dat in ieder geval een brief die devolgende keer voorligt in een procedurevergadering waarin we het er danover gaan hebben. Welke termijn kunnen we daaraan hangen?Minister Beljaarts:Het hangt er een beetje van af of we dat allemaal – het zijn wel overlap-pende vragen – in één brief doen met een uitnodiging voor een technischebriefing. Die parallel kunnen we misschien maken. De voortgang ga ikdeels in een brief kunnen verwoorden en deels niet. Dat zou echt in eenbesloten briefing moeten plaatsvinden. Dan kom ik daar voor de kerst opterug en zet ik daar een tijdlijn bij. Het moet natuurlijk wel goedvoorbereid worden. Dan maak ik een combinatie tussen de brief metinformatie die ik wel kan delen en een uitnodiging voor een technischebriefing met wat we achter gesloten deuren gaan bespreken. De tijdlijn eneerste brief kan ik voor het kerstreces naar uw Kamer laten komen.De voorzitter:Oké, dat lijkt me prima. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van ditdebat. Er is een tweeminutendebat aangevraagd met als eerste spreker deheer Thijssen. Ik wil u, de geïnteresseerden op de tribune en anderszins,en de leden hartelijk danken. Ik sluit deze vergadering. Dank u wel.Sluiting 12.48 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24742

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e823ed9be8823782

14 okt 2026 · da1f93bf1e57dfaa

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.