Stand van zaken wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb
Brontekst
Versie 392f422c9a597aa0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026Nr. 102 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 september 2026Voor vertrouwen van mensen is een menselijke overheid nodig, eenoverheid die rekening kan houden met de menselijke maat en menselijkcontact.Niet voor niets heeft uw Kamer gevraagd om geïnformeerd te wordenover het wetsvoorstel dat dit bevordert. In het commissiedebat Staats- enbestuursrecht van 11 december 2025 heeft de toenmalige Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid toegezegd uw Kamer te informeren over destand van zaken van het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctieAwb en de uitvoeringskosten van het wetsvoorstel.Mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voldoe ik aandit verzoek. Achtereenvolgens ga ik in op de aanleiding en het doel vanhet beoogde wetsvoorstel, de voorbereiding tot nu toe, de uitkomsten vande (internet)consultatie en de uitvoeringstoetsen en de verwerkinghiervan. De financiële kaders en uitvoeringsgevolgen spelen eenbelangrijke rol en nopen tot keuzes in de reikwijdte en vormgeving vanhet wetsvoorstel. Afsluitend schets ik het proces en de planning voor dekomende tijd. Graag ben ik bereid met uw Kamer in gesprek te gaan overhet voorstel.1. Aanleiding en doel van het wetsvoorstel Voor een sterke democratie is een betrouwbare en menselijke overheidonontbeerlijk. In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet hetwetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb doorzet.1 Hetwetsvoorstel in ontwikkeling zet in op verbetering van de dienstverleningdoor de overheid, het vaker hanteren van de menselijke maat en het1Aan de slag – coalitieakkoord 2026–2030, p. 8. kst-36800-VII-102ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1021 bevorderen van laagdrempelig contact tussen overheid en burger. Hetgeeft overheidsorganisaties en de rechter meer ruimte om rekening tehouden met de individuele situatie van mensen. Het doel van het voorstelis om hiermee vanuit het burgerperspectief bij te dragen aan het herstelvan vertrouwen in de overheid.Het beoogde wetsvoorstel is mede ingegeven door de wens om dealgemene beginselen van behoorlijk bestuur beter te verankeren in hetoverheidshandelen. Dit streven is versterkt door de in de loop der tijdaanvaarde moties die vragen om aanpassing van de Algemene wetbestuursrecht (Awb).2De noodzaak om het bestuursrecht responsiever te maken is nog altijdgroot. Een situatie waarin mensen ernstig in de knel komen dooronvoldoende bescherming van de overheid en de rechtspraak kan zichopnieuw voordoen. Het is zaak de positie van de burger in de Algemenewet bestuursrecht te versterken.De urgentie blijkt onder meer uit het rapport van de Staatscommissierechtsstaat (De gebroken belofte van de rechtsstaat), waarin de noodzaakvan een cultuuromslag wordt benadrukt.3 Herstel van vertrouwen in deoverheid vergt bovendien lange tijd: wie een slechte ervaring heeft gehadmet de overheid, heeft moeite dit beeld weer bij te stellen. Recentonderzoek laat bovendien zien dat wantrouwen nog generaties lang kandoorwerken.4 Voorkomen moet worden dat zoiets nog eens voorkomt.2. Uitkomsten (internet)consultatie en uitvoeringstoetsen Het wetsvoorstel is voorbereid in een interdepartementaal netwerk5 en isin 2024 in (internet)consultatie geweest, waarbij ook 60 uitvoeringstoetsenzijn uitgevoerd. In 2025 zijn gesprekken gevoerd met enkele grote publiekedienstverleners, de VNG en de rechtspraak.6 Doel daarvan was een goedonderling begrip van de voorstellen en de uitvoerbaarheid daarvan enmeer inzicht in de financiële gevolgen van het wetsvoorstel. In 2025 werdtevens een congres georganiseerd over de implementatie van hetwetsvoorstel voor professionals uit de uitvoeringspraktijk en vond eentrialoog plaats over het wetsvoorstel tussen enkele Kamerleden, beleid-sambtenaren en ambtenaren uit de uitvoering.72O.a. de motie-Jetten/Marijnissen, Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 15. Verder wordt in hetwetsvoorstel uitvoering gegeven aan de motie-Teunissen c.s. (Kamerstukken II 2023/24, 36 410VII, nr. 60), de motie-Grinwis/Leijten (Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 73), de motie-Omtzigtc.s. (Kamerstukken II 2021/22, 35 925 VI, nr. 115) en de motie-Dijk (Kamerstukken II 2024/25,35 867, nr. 18) als het gaat om het bevorderen van persoonlijk contact.3Staatscommissie rechtsstaat, De gebroken belofte van de rechtsstaat, Den Haag 2024; bijlagebij Kamerstukken II 2023/24, 29 279, nr. 869, p. XIII.4Rapport van vijf Kinderombudsmannen «Het is niet jouw studieschuld», opgesteld naaraanleiding van een landelijk meldpunt «Het is niet jouw (Studie)schuld!» voor gedupeerdejongeren van het toeslagenschandaal; zie https://orr.nl/wp-content/uploads/2025/11/Rapport-resultaten-DUO-actie-Het-is-niet-jouw-studieschuld-2.pdf.5In dit interdepartementale netwerk zijn tevens negen grote uitvoeringsorganisaties (Rijkswater-staat, NVWA, IND, UWV, SVB, CAK, DUO, RVO, CBR) en de VNG vertegenwoordigd, evenalsRijksbrede programma’s zoals het programma Werk aan uitvoering.6Er zijn bilaterale gesprekken gevoerd met VNG, UWV, SVB, DUO, CAK, IND, Belastingdienst,Toeslagen, Douane en de Raad voor de rechtspraak.7Het ging om een pilotgesprek gefaciliteerd door het programma Werk aan uitvoering volgensde «whole system in the room»-methode, waarin belanghebbenden bij elkaar komen omdilemma’s en oplossingen in kaart te brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1022 We zien in de (internet)consultatiereacties en adviezen positieve reactiesop het voorstel. De doelstellingen worden over het algemeen omarmdmet soms de aanmoediging om nog verder te gaan in het bevorderen vande menselijke maat.Het algemene beeld dat uit de uitvoeringstoetsen naar voren komt isevenwel (ook) dat veel partijen uitvoeringsconsequenties en extrauitvoeringskosten verwachten. In de uitvoeringstoetsen worden globaalgenomen codificatie van jurisprudentie en minder ingrijpende onderdelenvan het wetsvoorstel meestal uitvoerbaar geacht (zoals verruimingverschoonbaarheid van termijnoverschrijding in bezwaar en beroep,aanpassing geldschuldentitel, uitbreiding motiveringsplicht, codificatiejurisprudentie evenredigheidsbeginsel bij beleidsregels en boetes,burgerlus). Uit de reacties blijken vooral bezwaren tegen of zorgen bijmeer modificerende/nieuwe elementen, zoals verplicht contact met debezwaarmaker, uitbreiding van de hoorplicht in de primaire fase, herstelvan kennelijke fouten en verruiming van de evenredigheidstoets bijformele wetten. Voor deze elementen worden ook de meeste uitvoerings-kosten en de grootste uitbreiding van fte geraamd. Een aantal partijenheeft aangegeven dat het wetsvoorstel in de voorgelegde vorm nietuitvoerbaar is. De uitvoeringsorganisaties geven aan dat het wetsvoorsteluitvoerbaar is mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, zoals: (inalle gevallen) financiële dekking van de in kaart gebrachte incidentele enstructurele kosten en/of aanpassingen in het wetsvoorstel, dan weluitzonderingsposities in sectorale wetten en regels. Gevreesd wordt voorlangere doorlooptijden en vertraging in processen. Ten slotte wordt invrijwel alle uitvoeringstoetsen gewezen op het belang ook sectoralewetten en regels te vereenvoudigen.Door publieke dienstverleners wordt regelmatig opgemerkt dat onder-delen van het wetsvoorstel (zoals persoonlijk contact en maatwerk)feitelijk al worden uitgevoerd, maar dat het neerleggen hiervan in de wetproblematisch zou zijn omdat de betreffende onderdelen dan niet meersituationeel toegepast kunnen worden. Ook is dikwijls aangegeven dat hetwetsvoorstel open normen bevat, wat uitvoeringsbeleid vergt en het risicomet zich meebrengt van jurisprudentie met ongewisse uitkomsten. Eendaaraan tegengesteld bezwaar dat naar voren komt is dat het vastleggenvan bepaalde aanspraken in het wetsvoorstel zal leiden tot juridificeringen dat het wetsvoorstel op onderdelen weinig toegevoegde waarde heeft.Dit wordt volgens de reacties met name veroorzaakt door het «one sizefits all»-karakter van het wetsvoorstel, terwijl er grote variëteit is insoorten overheidsinstanties en in soorten doelgroepen en domeinen. Inde gespreksronde kwam naar voren dat het niet altijd mogelijk bleek tezijn om te bepalen of kosten te relateren zijn aan het wetsvoorstel of aanandere ontwikkelingen in de praktijk.3. Verwerking reacties op het wetsvoorstel Vanuit het coalitieakkoord is ter dekking van de uitvoeringskosten van hetwetsvoorstel structureel 10 miljoen euro gereserveerd op de AanvullendePost van het Ministerie van Financiën (uit de post rechtsstaat per 2030).De uitvoeringstoetsen en adviezen uit de consultatie geven eveneensaanleiding het wetsvoorstel op belangrijke onderdelen te herzien en omscherpe keuzes te maken en bepaalde onderdelen hiervan niet door tevoeren. Het wetsvoorstel zal zodoende meer rekening houden met wat deorganisaties in de uitvoering kunnen realiseren, gegeven de financiëlekaders als hierboven vermeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1023 De Awb is van toepassing op vrijwel alle overheidsbesluiten en anderehandelingen richting burgers en bedrijven. Een aanpassing van dezegenerieke wet heeft dus per definitie grote gevolgen. Van groot belang iste komen tot een uitvoerbaar wetsvoorstel dat daadwerkelijk resulteert ineen meer responsieve overheid. Verder zijn voldoende draagvlak,financiële inpasbaarheid binnen de reservering van 10 miljoen euro engeen exponentiële groei van personeel bij de uitvoeringsorganisatiesrandvoorwaardelijk om het wetsvoorstel aan te kunnen bieden aan deministerraad i.v.m. het vragen van advies aan de Raad van State.Op basis van de in 2024 ontvangen ramingen in de uitvoeringstoetsenworden door de uitvoeringsorganisaties de uitvoeringskosten van hetwetsvoorstel, zoals dat in (internet)consultatie is gegeven, overheidsbreedjaarlijks op tenminste 300 miljoen euro geraamd. Dit is niet inpasbaarbinnen de financiële kaders.Voorgenomen inhoud wetsvoorstelZoals hiervoor al aangegeven, is vanuit het coalitieakkoord structureel 10miljoen euro gereserveerd op de Aanvullende Post van het Ministerie vanFinanciën vanuit de post rechtsstaat per 2030. Dit is minder dan hetbedrag dat uit de uitvoeringstoetsen uit 2024 volgt als het gehelewetsvoorstel zou worden voortgezet. Dat vraagt om een aantal scherpekeuzes om een aantal onderdelen niet in procedure te brengen en omgezamenlijk te komen tot een goed uitvoerbaar en budgettair inpasbaarvoorstel.Het kabinet is voornemens om nu verder te gaan met minder ingrijpendeen uitvoeringsintensieve elementen van het wetsvoorstel, waarbij geengrote uitvoeringsgevolgen worden verwacht. Ook is het voornemen omtwee andere onderdelen op te nemen. Om dit te onderzoeken zijn hetwetsvoorstel en de toelichting naar aanleiding van de reacties aangepasten verduidelijkt. Het aangepaste wetsvoorstel is op dit moment aanuitvoeringsinstanties, medeoverheden en de rechtspraak voorgelegd vooreen nieuwe toets op uitvoerbaarheid en financiële inpasbaarheid binnende gereserveerde middelen. Bij de vormgeving van het wetsvoorstel zalmet inachtneming van de doelstelling van het wetsvoorstel rekeninggehouden worden met het voorkomen van verdringingseffecten in deuitvoering en het kabinetsvoornemen om het ambtenarenapparaat niet telaten groeien.Pas als hierover duidelijkheid bestaat, kan worden besloten of hethaalbaar is de genoemde onderdelen in het wetsvoorstel op te nemen.Het gaat ten eerste om de aanpassing van het evenredigheidsbeginsel.Het betreft een gewichtig onderdeel van het wetsvoorstel (uitvoering vande Kamerbreed aanvaarde motie Jetten/Marijnissen, Kamerstukken II2020/21, 35 510, nr. 15), om te voorkomen dat een burger of bedrijfonevenredig hard wordt geraakt. Het opnemen van dit onderdeel in hetwetsvoorstel kan een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten vande menselijke maat in het overheidshandelen. Verduidelijkt is dat deverruiming van de evenredigheidstoets bedoeld is als veiligheidsklep vooruitzonderlijke gevallen en dat bijvoorbeeld massale besluitvormingspro-cessen regulier kunnen plaatsvinden. We leggen aan onze publiekedienstverleners de vraag voor of deze verduidelijking leidt tot aanmer-kelijk minder uitvoeringsconsequenties dan in 2024 geraamd.Ten tweede is het streven om in het wetsvoorstel elementen op te nemendie persoonlijk contact tussen overheid en burgers en bedrijven bevor-deren. Een belangrijke norm hierbij is dat de overheid contact legt alsiemand een bezwaar heeft ingediend, teneinde het probleem van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1024 burger zo goed mogelijk op te lossen zonder onnodige procedures.Hiermee wordt invulling gegeven aan belangrijke aanbevelingen van deStaatscommissie rechtsstaat. Het voorstel is zo aangepast dat –aansluitend bij de huidige praktijk – een bestuursorgaan zelf de afwegingkan maken wanneer vroegtijdig contact behulpzaam is bij de verderebehandeling van het bezwaar. We verwachten dat ook deze aanpassing deuitvoeringsconsequenties beperkt en leggen deze vraag eveneens voor.De uitvoerbaarheid krijgt veel aandacht in het aangepaste wetsvoorstel.Het gaat dus niet alleen om een beperkter wetsvoorstel, maar ook om eenwetsvoorstel dat op onderdelen significant is aangepast om met inacht-neming van de doelstellingen van het wetsvoorstel te komen tot eengoede en betaalbare uitvoerbaarheid binnen de beschikbare kaders. Onzeambitie is om dit samen met de uitvoeringsorganisaties gestalte te geven.LangetermijnagendaDe keuzes gemaakt in het aangepaste wetsvoorstel betekenen dat eenaantal andere onderdelen van de (internet)consultatie-versie van hetwetsvoorstel geen doorgang kunnen vinden. Dit geldt voor het herstel vankennelijke fouten, het horen bij financiële beschikkingen als gebruik wordtgemaakt van gegevens die niet van de belanghebbende afkomstig zijn enhet voorafgaand aan het indienen van een bezwaarschrift inzage geven instukken.In de (internet)consultatie en de uitvoeringstoetsen is ook het herstel vankennelijke fouten kritisch ontvangen. Enerzijds werd dit onderdeel als temager aangeduid (weinig toegevoegde waarde), anderzijds werd ditonderdeel als procedureel nodeloos ingewikkeld aangemerkt. Verder isgeen sprake van een «echt»/breder vergisrecht in de zin dat een burger bijeen kleine vergissing niet in grote problemen kan komen. Het herstel vaneen kennelijke fout leidt namelijk meestal niet tot een ander besluit.Daarnaast is duidelijk geworden dat vrijwel alle uitvoeringsinstantiesthans al bepaalde fouten herstellen, met regelmatig ingewikkeldeafbakening tot gevolg. Onderzocht zal worden hoe in de langetermijna-genda van de waarborgfunctie een beter en breder vergisrecht kanworden verankerd.Het vaker horen bij financiële beschikkingen zal niet in het wetsvoorstelworden opgenomen, omdat bij geautomatiseerde verwerking vangegevens uit een betrouwbare bron (denk aan de inkomensregistratie vande Belastingdienst) horen blijkens de uitvoeringstoetsen en de gespreks-ronde weinig toegevoegde waarde heeft, terwijl daarmee wel hetgeautomatiseerde proces wordt opgehouden. Daarnaast kan ditoponthoud leiden tot het oplopen van terug te betalen bedragen, hetgeenjuist onwenselijk is.Een ander onderwerp dat geen doorgang kan vinden en op de langeter-mijnagenda wordt geplaatst, is het eerder inzage geven in op de zaakbetrekking hebbende stukken (al voorafgaand aan het eventueel indienenvan bezwaar). Er is op zichzelf brede steun voor dit streven als stip op dehorizon, maar slechts weinig partijen zijn hier ICT-technisch klaar voor.4. Vervolgstappen en planning De komende maanden zal samen met alle betrokken departementen enpublieke dienstverleners verder worden gewerkt aan het wetsvoorstel ende memorie van toelichting. Het is belangrijk dit proces zorgvuldig tedoorlopen zodat daadwerkelijk sprake zal zijn van een betere uitvoer-baarheid en inpasbaarheid in de financiële kaders. Benadrukt wordt datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1025 pas na de aanvullende uitvoeringstoetsen besluitvorming plaatsvindt overde inhoud en het vervolg van het wetsvoorstel.De uitvoeringsorganisaties hebben te maken met een taakstelling. Met devoorgestelde wijzigingen in de Awb wordt een aanvullende inspanninggevraagd van de uitvoeringsorganisaties. Dit vraagt om bewust keuzes temaken. Zoals het toenmalige kabinet al heeft erkend in de kabinetsreactieop het advies van de Staatscommissie rechtsstaat, moeten deze wijzi-gingen worden geïmplementeerd voordat ze kunnen bijdragen aan dedoor de Staatscommissie voorgestane cultuurverandering.8 Daarom is inde kabinetsreactie in het kader van aanbeveling 9 van de Staatscommissieeen programma aangekondigd om bestuursorganen te ondersteunen bijdie implementatie. Die ondersteuning is voorzien op drie niveaus:a.handvatten voor bestuur en management om een verandering in tezetten naar een meer burgergerichte organisatie;b.bouwstenen voor het verbeteren van procedures en het versterkenvan het lerend vermogen van een organisatie in de fase van debezwaarbehandeling en de primaire fase waarin het besluit wordtgenomen;c.trainingen en cursussen voor ambtenaren waarin gesprekstechniekenen mediationvaardigheden kunnen worden ontwikkeld.Niet alleen is van belang dat ambtenaren worden getraind om de goedegesprekken te voeren, maar ook dat een bestuursorgaan beziet of er in deorganisatie en de werkwijze aanpassingen nodig zijn. Hieraan zal in hetaangekondigde programma aandacht worden besteed.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E. Heerma8Kamerstukken II 2024/25, 29 279, nr. 981, met bijlage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1026
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.