Nadere toelichting op kunststof bekers en bakjes voor eenmalig gebruik n.a.v. commissiedebat circulaire economie 19 december 2024
Brontekst
Versie 7848575ace38631c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 872Landelijk afvalbeheerplanNr. 307 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 februari 2025Op 13 december 20241 heb ik de Kamer met een brief geïnformeerd overde evaluatie van de reductiemaatregelen in de Regeling kunststofpro-ducten voor eenmalig gebruik en welke opvolging hierbij wordt voorzien.Op 19 december 2024 heeft de Kamer tijdens het commissiedebatcirculaire economie (Kamerstuk 32 852, nr. 334) aandacht besteed aandeze Kamerbrief. Er waren met name vragen over specifieke definitiesrond de papieren/kartonnen drinkbeker met een kunststof laagje. Tijdensdit debat is een brief toegezegd met een nadere technische en juridischetoelichting op kunststof bekers en bakjes voor eenmalig gebruik.Deze brief gaat achtereenvolgens in op de Europese Single-Use Plastics(SUP) Richtlijn, de implementatie van deze Richtlijn in Nederlandseregelgeving, en de nieuwe Europese Verpakkingenverordening. Ik licht inde brief toe dat de koffiebekers zoals besproken in het debat, eenkunststofproduct voor eenmalig gebruik zijn zoals beschreven in de SUPRichtlijn. Ook geef ik aan dat er zeker raakvlakken zijn tussen de SUPRichtlijn en de Verpakkingenverordening, maar dat de Verpakkingenveror-dening niet de definities of uitgangspunten van de bestaande SUPRichtlijn wijzigt.Europese Single-Use Plastics RichtlijnOp 5 juni 2019 is de Europese SUP Richtlijn gepubliceerd2. In dezeRichtlijn zijn verschillende maatregelen vastgesteld om de impact op hetmilieu van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik teverminderen. Daartoe zijn voor verschillende producten verschillendemaatregelen vastgesteld, variërend van marktrestricties en ontwerpver-1Kamerstuk 30 872, nr. 3032Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende devermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik op hetmilieu, zie: https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=CELEX:32019L0904. kst-30872-307ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3071 eisten, tot markeringsvoorschriften en een uitgebreide producentenver-antwoordelijkheid. Zo is er sinds 2021 voor kunststof rietjes, bordjes enbestek een Europees handelsverbod van kracht, en voor kunststof doppenen deksels geldt sinds 2024 de vereiste dat deze vastzitten aan dedrankverpakking.Reductiedoelstelling bekers en bakjes voor eenmalig gebruikVoor bekers en bakjes die kunststof bevatten en eenmalig gebruiktworden is onder meer opgenomen dat lidstaten verplicht zijn omnationale maatregelen te nemen om tot «een ambitieuze en aanhoudendeconsumptievermindering» van deze bekers en bakjes te komen. Met diemaatregelen moet in iedere lidstaat in 2026 een meetbare kwantitatievevermindering zijn bereikt in het gebruik van deze producten ten opzichtevan 2022. Deze reductieverplichting voor lidstaten is opgenomen in artikel4 van de Richtlijn. Deze verplichting en het daartoe nemen van nationalemaatregelen geldt dus ook voor Nederland als lidstaat.De Richtlijn geeft richtingen aan voor nationale maatregelen. Dezemaatregelen kunnen bijvoorbeeld de vorm aannemen van nationaledoelstellingen voor consumptievermindering, maatregelen om ervoor tezorgen dat de eindconsument bij verkooppunten herbruikbare alterna-tieven vindt, en economische maatregelen zoals ervoor zorgen datverkooppunten kunststof bekers en bakjes voor eenmalig gebruik nietgratis aan de eindconsument aanbieden. Ook kunnen lidstaten marktbe-perkingen opleggen om ervoor te zorgen dat deze producten vervangenworden door alternatieven die herbruikbaar zijn of geen kunststoffenbevatten en zo te voorkomen dat eenmalige producten die kunststofbevatten als zwerfafval eindigen.De betreffende passages uit de SUP Richtlijn stuur ik mee als bijlage bijdeze brief.Definitie van kunststofproduct in de SUP RichtlijnIn het commissiedebat circulaire economie werd gevraagd naar dedefinitie van een SUP, of de Nederlands term: een kunststofproduct vooreenmalig gebruik. Aansluitend was de vraag of in Nederland bepaaldeproducten als SUP worden gekenmerkt, terwijl deze producten niet onderde reikwijdte van de SUP Richtlijn zouden vallen. Ik licht allereerst toewelke definitie in de SUP Richtlijn wordt gehanteerd, waarna ikconcludeer wat dit betekent voor de koffiebekers zoals besproken in hetcommissiedebat.De SUP Richtlijn bevat de definitie van «kunststofproduct voor eenmaliggebruik» die lidstaten voor de reikwijdte van deze Richtlijn moetenhanteren. Dit is:«Een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen isgemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handelgebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te makendoor te worden teruggestuurd naar een producent omopnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te wordenvoor het doel waarvoor het gemaakt was».De in de SUP Richtlijn benoemde producten voor eenmalig gebruik, zoalsbekers en bakjes, vallen onder de SUP Richtlijn indien zij geheel ofgedeeltelijk van kunststof zijn gemaakt. De SUP Richtlijn bevat geendrempel voor het kunststofgehalte van een product voor eenmaliggebruik. Dit betekent dat een product voor eenmalig gebruik dat kunststofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3072 bevat onder de SUP Richtlijn valt, ongeacht de hoeveelheid kunststof. Ookals dit slechts een kleine hoeveelheid kunststof is. Bekers en bakjes opbasis van papier en karton waarop een kunststoflaag of -coating isaangebracht (bijvoorbeeld het gangbare koffiebekertje) zijn gedeeltelijkvan kunststof gemaakt en vallen daarom onder de SUP Richtlijn. Eenvolledig papieren of kartonnen verpakking (bijvoorbeeld een pizzadooszonder kunststoflaag) valt daarentegen niet onder de SUP Richtlijn.Op 7 juni 2021 heeft de Europese Commissie Richtsnoeren3 gepubliceerdmet daarin een nadere toelichting op de SUP Richtlijn. Hierin wordt eennadere toelichting gegeven op de definitie van «kunststofproduct vooreenmalig gebruik», waarbij specifiek aandacht wordt besteed aanproducten op basis van papier of karton. In de bijlage zijn de relevantedelen van de Richtsnoeren bij de SUP Richtlijn meegestuurd.Reductiemaatregelen in de Nederlandse Regeling kunststofpro-ducten voor eenmalig gebruikDe Europese SUP Richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Besluitkunststofproducten voor eenmalig gebruik4, het Besluit beheer verpak-kingen5 en de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik6.In de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik is invullinggegeven aan het hierboven toegelichte artikel 4 van de SUP Richtlijn en dedaarin vastgelegde verplichting om nationale maatregelen te treffen om tekomen tot een «ambitieuze en aanhoudende consumptievermindering»van kunststof bekers en bakjes voor eenmalig gebruik. De maatregelenmoeten leiden tot een «meetbare kwantitatieve consumptievermindering»in 2026 ten opzichte van 2022. Nederland heeft deze verplichting ingevulddoor in de Regeling enerzijds maatregelen voor consumptie ter plaatse(artikel 2.1) en anderzijds maatregelen voor consumptie onderweg (artikel2.2) vast te stellen. Deze maatregelen sluiten aan bij de in de SUP Richtlijngenoemde richtingen. In de toelichting bij de Regeling is beschreven datNederland er met deze maatregelen naar streeft om het gebruik vankunststof bekers en bakjes voor eenmalig gebruik met 40% te vermin-deren in 2026 t.o.v. 2022.Maatregelen bij consumptie ter plaatseVoor consumptie ter plaatse heeft Nederland de reductieverplichtingingevuld met een verbod op wegwerpbekers en -bakjes die kunststofbevatten. Dit sluit aan bij de in de Richtlijn genoemde mogelijkheid ommarktbeperkingen op te leggen die ervoor zorgen dat kunststof bekers enbakjes voor eenmalig gebruik worden vervangen door herbruikbareproducten of producten die geen kunststof bevatten. Door het verbod opeenmalige kunststof bekers en bakjes wordt het gebruik van herbruikbarevarianten de norm in onder andere kantoren, bedrijfskantines, enrestaurants.Op het verbod gelden enkele uitzonderingen. Voor zorginstellingen engesloten instellingen (zoals gevangenissen) geldt het verbod niet overal.Vanwege het gevaar op kruisbesmettingen, hygiëne en veiligheid is in3Richtsnoeren van de Commissie inzake kunststofproducten voor eenmalig gebruik in overeen-stemming met Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad betreffende devermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52021XC0607%2803%29.4https://wetten.overheid.nl/BWBR0045257/2023-04-055https://wetten.overheid.nl/BWBR0035711/2024-01-016https://wetten.overheid.nl/BWBR0046477/2024-01-01Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3073 deze specifieke situaties het gebruik van wegwerpbekers en -bakjes diekunststof bevatten in sommige gevallen onvermijdelijk. Deze instellingenmogen per geval zelf beoordelen of het gebruik van wegwerpbekers en-bakjes die kunststof bevatten nodig is.Daarnaast is een uitzondering op het verbod opgenomen voor situatieswaar de overstap van wegwerp naar herbruikbaar complex is, zoals bijevenementen. De uitzondering houdt in dat een ondernemer eenmaligebekers en bakjes die kunststof bevatten mag aanbieden, als wordt voldaanaan twee voorwaarden:–De bekers en bakjes worden ingezameld voor hoogwaardige recycling,waarbij een wettelijk vastgesteld inzamelpercentage wordt behaald (in2024 was dit 75%, in 2025 80%, in 2026 85% en in 2027 en verder 90%);–De ondernemer meldt zich bij de Inspectie Leefomgeving en Transport(ILT) en houdt een administratie bij over het behalen van boven-staande voorwaarde.Het kabinet heeft in de genoemde Kamerbrief Evaluatie en motiesRegeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik aangegeven dat hetde intentie is om de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruikzo aan te passen dat de uitzondering wordt toegespitst op de geslotenevenementensector, waarvoor de uitzondering bedoeld was.In de context van deze specifieke uitzondering in de Regeling is alsdefinitie voor hoogwaardige recycling opgenomen dat een beker of bakjegerecycled wordt tot een voedselcontactmateriaal. Bij de formulering vandeze definitie7 is aangesloten bij geldende Europese regelgeving voorvoedselcontactmaterialen.Zoals beschreven in de toelichting bij de Regeling kunnen in de praktijk –op dit moment – alleen producten van PET voldoen aan deze definitie vanhoogwaardige recycling. Dit zijn bijvoorbeeld de doorzichtige kunststofbier- en frisdrankbekers die op festivals gebruikt worden. Samengesteldeverpakkingen van papier/karton met een laagje kunststof kunnen – op ditmoment – niet aan deze definitie voldoen. Dit betekent dat de uitzonderingniet geldt voor papieren/kartonnen bekers met een laagje kunststof, zoalsde in het debat besproken koffiebeker.Europese VerpakkingenverordeningIn het Commissiedebat werd ook verwezen naar de nieuwe Verpakkingen-verordening en bepaalde definities die daarin staan. Op 16 december 2024is de nieuwe Europese Verpakkingenverordening (Packaging andPackaging Waste Regulation; PPWR) vastgesteld8. Deze Verordening zalde huidige Verpakkingenrichtlijn, die in Nederland is geïmplementeerd inhet Besluit beheer verpakkingen, vervangen. De Verpakkingenverordeninggaat over alle verpakkingen. Denk daarbij aan transportverpakkingen,consumentenverpakkingen en verzendverpakkingen die gebruikt wordenvoor het bezorgen van online bestellingen. De Verpakkingenverordeningis dus als het gaat om verpakkingen breder dan de SUP Richtlijn, die zichricht op bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik – waarondereen aantal soorten verpakkingen.7Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik, hoofdstuk 1 Algemene bepalingen, Artikel1.1 (begripsbepalingen), lid 1: «hoogwaardige recycling: nuttige toepassing waardoorafvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot materialen of voorwerpen die in de handel mogenworden gebracht op grond van de bij artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 4, tweede tot en metzesde lid, artikel 15, eerste, derde, vierde, zevende, achtste en negende lid, artikel 17 en dekrachtens artikel 5, eerste lid, van verordening (EG) 1935/2004 gestelde voorschriften».8https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2024/12/16/sustainable-packaging-council-signs-off-on-new-rules-for-less-waste-and-more-re-use-in-the-eu/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3074 Op 24 juni 2024 is de Kamer geïnformeerd over het onderhandelingsre-sultaat van de Verpakkingenverordening9. In deze Kamerbrief is aange-geven dat er raakvlakken zijn tussen de Verpakkingenverordening en deSUP Richtlijn. De Verpakkingenverordening verwijst op diverse plaatsennaar de SUP Richtlijn, om te verduidelijken dat maatregelen voortkomenduit beide wetten elkaar kunnen versterken. De Verpakkingenverordeningvervangt de SUP Richtlijn dan ook niet. Ook heeft de Verpakkingenveror-dening geen rechtstreekse gevolgen voor de nationale maatregelen dielidstaten hebben getroffen ter implementatie van de SUP Richtlijn. Dezenationale maatregelen hebben voorrang op eventuele strijdige bepalingenin de Verpakkingenverordening.Dit is nader toegelicht in overweging 180 van de Verpakkingenveror-dening, die is meegestuurd in de bijlage.Definitie samengestelde verpakkingenIn het commissiedebat werd in relatie tot papieren/kartonnen bekersonder de SUP Richtlijn, een verband gelegd met de definitie van «samen-gestelde verpakking» in de Verpakkingenverordening. Volgens dezedefinitie is geen sprake van een samengestelde verpakking als eenbepaald materiaal in de verpakking niet meer dan 5% van de totale massavan de verpakkingseenheid uitmaakt. In het kader van de Verpakkingen-verordening worden papieren/kartonnen bekers met maximaal 5%kunststof dus niet als een samengestelde verpakking beschouwd voor deuit de Verpakkingenverordening volgende regels voor samengesteldeverpakkingen.In de overwegingen bij de Verpakkingenvordering is toegelicht dat dedefinitie van «samengestelde verpakkingen» in de Verpakkingenveror-dening, geen gevolgen heeft voor de SUP Richtlijn. Dit betekent datongeacht de definitie van samengestelde verpakkingen in de Verpakkin-genverordening, verpakkingen voor eenmalig gebruik die gedeeltelijk vankunststof zijn gemaakt aan de vereisten van de SUP Richtlijn moetenvoldoen, ook als deze niet meer dan 5% kunststof bevatten. Voor detoepassing van de SUP Richtlijn zijn de definities in de SUP Richtlijn dusleidend.De papieren/kartonnen beker met maximaal 5% kunststof is daarmee,ondanks de definitie van «samengestelde verpakking» in de Verpakkingen-verordening, nog steeds een kunststofproduct voor eenmalig gebruik datvalt onder de SUP Richtlijn, en waarvoor de reductieverplichting geldt(artikel 4).Dit is opgenomen in overweging 13 en artikel 3 Definities, lid 1, punt 24van de Verpakkingenverordening. Beide juridische teksten zijnopgenomen in de bijlage.Uitvoering moties-Haverkort10In de genoemde Kamerbrief Evaluatie en moties Regeling kunststofpro-ducten voor eenmalig gebruik is uiteengezet waarom het kabinet geenuitvoering geeft aan de moties-Haverkort met de verzoeken om deuitzondering uit te breiden naar papieren/kartonnen bekers en bakjes diemaximaal 5% kunststof bevatten, en om de definitie van hoogwaardigerecycling aan te passen.9Kamerstuk 22 112, nr. 395810Kamerstuk 32 852, nrs. 278 en 279Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3075 Door de uitzondering uit te breiden naar papieren/kartonnen bekers enbakjes die maximaal 5% kunststof bevatten, zou de uitzondering veelbreder komen te gelden dan waar deze voor was bedoeld. In de Kamer-brief is ook aangegeven dat de verzoeken in de moties niet handhaafbaarzijn voor de ILT. Daarnaast is uit de evaluatie gebleken dat een ambitieuzeen aanhoudende consumptievermindering (waar de SUP Richtlijnlidstaten toe verplicht en die in Nederland is vertaald in de streefdoel-stelling van 40% reductie) grotendeels zal worden bereikt doordat oplocaties waar ter plaatse wordt geconsumeerd, wordt overgestapt naarherbruikbare bekers en bakjes. Een veel ruimere uitzondering, die voor diesituaties ruimte geeft voor het gebruik van eenmalige bekers en bakjesmet kunststof, zou dit resultaat teniet kunnen doen, waarmee de reductie-verplichting uit de SUP Richtlijn direct in het geding komt.Voor wat betreft de motie om de definitie van hoogwaardige recycling aante passen, geldt dat in de Kamerbrief Evaluatie en moties Regelingkunststofproducten voor eenmalig gebruik is uiteengezet waarom hetkabinet geen uitvoering geeft aan deze motie. In die brief is onder andereaangegeven dat de Verpakkingenverordening, en de definities daarin, overálle verpakkingen gaat, en dat de definitie in de nationale Regelingspecifiek is toegespitst op eenmalige kunststof bekers en bakjes voor hetspecifieke geval dat bedrijven en organisaties gebruik maken van deuitzondering op het nationale verbod op het gebruik van deze wegwerp-producten bij consumptie ter plaatse.De uiteindelijke definitie van «recycling van hoge kwaliteit» zoals die in devastgestelde Verpakkingenverordening is opgenomen, is ter volledigheidmeegestuurd in de bijlage.Ter afsluitingMet de maatregelen in de Regeling kunststofproducten voor eenmaliggebruik geeft Nederland invulling aan de verplichting uit de SUP Richtlijnom nationale maatregelen te treffen om te komen tot een «ambitieuze enaanhoudende consumptievermindering» van bekers en bakjes vooreenmalig gebruik die kunststof bevatten, waaronder ook papieren/kartonnen bekers met een kunststof laagje. Hiermee moet in 2026 tenopzichte van 2022 een meetbare kwantitatieve vermindering wordenbereikt in het gebruik van deze bekers en bakjes. Deze maatregelen zijnnodig voor een juiste en volledige implementatie van de SUP Richtlijn. Eris dan ook geen sprake van een nationale kop.Zowel de SUP Richtlijn als de Verpakkingenverordening hebben groteimpact op producten die we de hele dag door tegenkomen. Van koffie-beker tot maaltijdverpakking tot flesje frisdrank. Ik kijk, en zal dat ook dekomende jaren blijven doen, waar het mogelijk is om de regelgeving teverduidelijken en te zorgen dat iedereen – ondernemer en consument –weet wat hem of haar te doen staat. Zo bewegen we samen naar eencirculaire verpakkingenketen.Ik hoop dat de technische en juridische toelichting in deze brief deonduidelijkheid bij de Kamer wegneemt en eventuele vragen heeftbeantwoord. Op 13 februari aanstaande staat een technische briefinggepland voor eventuele nadere toelichting vanuit het Ministerie van IenW.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3076 BIJLAGESUP Richtlijn: Artikel 4 Consumptievermindering1. De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om tot eenambitieuze en aanhoudende consumptievermindering te komen van de indeel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmaliggebruik, in overeenstemming met de algemene doelstellingen van hetafvalbeleid van de Unie, met name afvalpreventie, die de trend vantoenemende consumptie in aanzienlijke mate moet ombuigen. Met dezemaatregelen wordt op het grondgebied van de lidstaat in 2026 eenmeetbare kwantitatieve consumptievermindering ten opzichte van 2022bereikt van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproductenvoor eenmalig gebruik.De lidstaten stellen uiterlijk op 3 juli 2021 een overzicht op van demaatregelen die zij krachtens de eerste alinea hebben genomen, brengendat ter kennis van de Commissie en maken dat openbaar. De in hetoverzicht vermelde maatregelen worden in de in artikel 11 bedoeldeplannen of programma’s verwerkt bij de eerste daaropvolgende actuali-sering van die plannen of programma’s, overeenkomstig de desbetref-fende wetgevingshandelingen van de Unie die op deze plannen ofprogramma’s van toepassing zijn, of in enig programma dat speciaal voordat doel is opgesteld.De maatregelen kunnen de vorm aannemen van nationale doelstellingenvoor consumptievermindering, maatregelen om ervoor te zorgen dat deeindconsument bij verkooppunten herbruikbare alternatieven voor de indeel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmaliggebruik vindt, economische maatregelen zoals ervoor zorgen datverkooppunten kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis aande eindconsument aanbieden, of overeenkomsten als bedoeld in artikel17, lid 3. Om te voorkomen dat deze producten als zwerfafval eindigendoor ervoor te zorgen dat deze producten vervangen worden dooralternatieven die herbruikbaar zijn of geen kunststoffen bevatten, kunnende lidstaten marktbeperkingen opleggen in afwijking van artikel 18 vanRichtlijn 94/62/EG. Welke maatregel wordt toegepast, hangt af van deeffecten op het milieu van die kunststofproducten voor eenmalig gebruikgedurende hun levenscyclus, ook wanneer ze als zwerfafval eindigen.De krachtens dit lid vastgestelde maatregelen zijn proportioneel enniet-discriminerend. De lidstaten stellen overeenkomstig Richtlijn (EU)2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad (23), de Commissievan die maatregelen in kennis, voor zover die richtlijn zulks voorschrijft.Ter naleving van de eerste alinea van dit lid monitort elke lidstaat de indeel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmaliggebruik die in de handel worden gebracht en de maatregelen tervermindering van die producten, en brengt hij overeenkomstig lid 2 vandit artikel en artikel 13, lid 1, verslag uit aan de Commissie over devoortgang, met het oog op het vaststellen van bindende kwantitatievedoelstellingen voor consumptievermindering op EU-niveau.2. De Commissie stelt uiterlijk op 3 januari 2021 een uitvoeringshandelingvast met de methode voor de berekening en de verificatie van deambitieuze en aanhoudende consumptievermindering van de in deel Avan de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Dieuitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 16, lid 2, bedoeldeonderzoeksprocedure vastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3077 SUP Richtlijn: deel A van de bijlageKunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 4inzake consumptievermindering1.drinkbekers, doppen en deksels inbegrepen;2.voedselverpakkingen, d.w.z. containers zoals dozen, met of zonderdeksel, voor voedingsmiddelen die:a)bestemd zijn voor onmiddellijke consumptie, ter plaatse of ommee te nemen,b)typisch vanuit de container worden geconsumeerd, enc)gereed zijn voor consumptie zonder verdere bereiding zoalsbakken, koken of verwarmen, inclusief verpakkingen voor fastfoodof andere maaltijden die gereed zijn voor onmiddellijke consump-tie, met uitzondering van drankverpakkingen, borden, zakjes enwikkels die voedingsmiddelen bevatten.Richtsnoeren bij SUP Richtlijn: 2.2.1. Kunststofgehalte: geheel ofgedeeltelijk van kunststoffen gemaaktDe in de bijlage bij de richtlijn opgenomen kunststofproducten vooreenmalig gebruik vallen onder de richtlijn indien zij geheel of gedeeltelijkvan kunststoffen zijn gemaakt, zoals gedefinieerd in artikel 3, punten 1 en2. De richtlijn voorziet niet in een «de-minimis»-drempel voor hetkunststofgehalte van een product voor eenmalig gebruik om te bepalen ofdat product al dan niet onder de definitie van kunststofproduct vooreenmalig gebruik valt. Bijgevolg moet een kwalitatieve beoordelingworden uitgevoerd.Bij de productie van veel materialen, waaronder niet-kunststoffen, wordenpolymeren die voldoen aan de definitie van kunststoffen in deze richtlijn,vaak gebruikt om specifieke materiaaleigenschappen te bereiken en hetproductieproces efficiënter te maken. Deze polymere materialen zijn vaaksynthetische chemische additieven. Het gebruik van dergelijke polymerematerialen, bijvoorbeeld als retentiemiddelen of bindmiddelen entechnische hulpstoffen bij de productie van een materiaal dat op zich geenkunststof is, leidt er niet toe dat het product voor eenmalig gebruik datuitsluitend van dat materiaal is gemaakt, als een gedeeltelijk vankunststoffen gemaakt product wordt beschouwd. Bij de voorbereiding vanhet wetgevingsvoorstel voor de richtlijn (6) zijn met name producten opbasis van papier en karton specifiek beoordeeld op het potentieel ervanom als duurzaam alternatief voor kunststofproducten voor eenmaliggebruik te worden gebruikt. Daarbij is gebleken dat producten vooreenmalig gebruik op basis van papier en karton die uitsluitend zijngemaakt van materialen op basis van papier en karton zonder kunst-stoflaag of -coating, in het licht van de bovenstaande overwegingen nietmogen worden beschouwd als kunststofproducten voor eenmalig gebruikin de zin van de richtlijn.Wanneer echter op het oppervlak van een materiaal op basis van papier ofkarton of een ander materiaal een kunststoflaag of -coating wordtaangebracht om bescherming tegen water of vet te bieden, wordt heteindproduct beschouwd als een samengesteld product dat bestaat uitmeer dan één materiaal waarvan er één kunststof is. In dit geval wordt heteindproduct geacht gedeeltelijk van kunststoffen te zijn gemaakt.Bijgevolg zijn producten voor eenmalig gebruik op basis van papier ofkarton met een kunststoflaag of -coating gedeeltelijk van kunststoffengemaakt en vallen zij onder de richtlijn. Dit wordt ook bevestigd door hetfeit dat drinkbekers op basis van papier en karton met een kunststoflaagje,in tegenstelling tot andere producten voor eenmalig gebruik op basis vanpapier en karton zonder kunststoflaag of -coating, in de effectbeoordelingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3078 (7) niet zijn aangemerkt als alternatief, omdat zij niet kunststofvrij zijn.Deze interpretatie wordt bevestigd door het feit dat de vrijstelling voorcoatings die oorspronkelijk in overweging 8 van het voorstel van deCommissie (8) was opgenomen, niet is overgenomen in de overeenkom-stige overweging 11 van de richtlijn en evenmin elders in de richtlijn. Demedewetgevers hebben op die manier het voornemen te kennen gegevenom producten die niet van kunststoffen zijn gemaakt en een kunststoflaagof -coating hebben, niet uitdrukkelijk van het toepassingsgebied van derichtlijn uit te sluiten. Overeenkomstig overweging 9 veroorzaken zowelgrote als kleine kunststoffragmenten van kunststofproducten vooreenmalig gebruik aanzienlijke landvervuiling en bodemverontreiniging enkunnen zij in het mariene milieu terechtkomen, met negatieve gevolgenvoor het mariene milieu. De opneming van deze producten in hettoepassingsgebied van de richtlijn is derhalve niet alleen in overeen-stemming met de doelstellingen van de richtlijn, maar noodzakelijk om deeffecten te voorkomen en te verminderen van bepaalde snel evoluerendeconsumptieartikelen die geheel of gedeeltelijk van kunststoffen zijngemaakt en vaak als zwerfvuil eindigen dat een risico vormt voor metname voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en de menselijkegezondheid. Dit is ook noodzakelijk om de doelstelling te bereiken om deovergang naar een circulaire economie met innovatieve en duurzamebedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen waarinduurzame en niet-toxische herbruikbare producten en systemen voorhergebruik boven producten voor eenmalig gebruik worden verkozen, metals voornaamste doel de hoeveelheid gegenereerd afval te verminderen.Een ander voorbeeld zijn drinkpakken die doorgaans zijn gemaakt vanverschillende lagen papier, kunststof en in sommige gevallen aluminiumdie ervoor zorgen dat de drankverpakking over de nodige technischeeigenschappen beschikt, met inbegrip van zuurstof- en waterbarrières.Drinkpakken zijn samengestelde drankverpakkingen (9) die uitdrukkelijkonder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen zoals blijkt uit de delenC, E en G van de bijlage en de overwegingen 12 en 18.Verpakkingenverordening overweging 13Voorts mag, indien een bepaald materiaal slechts een onbeduidend deelvan een verpakkingseenheid, en in ieder geval niet meer dan 5% van detotale massa van de verpakkingseenheid, uitmaakt, die verpakkings-eenheid niet als samengestelde verpakking worden beschouwd. Dedefinitie van samengestelde verpakking in deze verordening magverpakkingen voor eenmalig gebruik die gedeeltelijk van kunststof zijngemaakt, ongeacht het drempelniveau, niet vrijstellen van de vereistenvan Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad.Verpakkingenverordening overweging 30Recycling van hoge kwaliteit houdt in dat de gerecyclede materialen, opbasis van hun behouden technische eigenschappen, kwalitatief gelijk-waardig of beter zijn dan het oorspronkelijke materiaal en kunnen wordengebruikt als een vervanging voor primaire grondstoffen voor verpakkingof soortgelijke toepassingen. Het gerecyclede materiaal kan meerderekeren worden gerecycled. De inzameling van naar behoren gesorteerdverpakkingsafval is cruciaal om de productie van grondstoffen op basisvan recycling van hoge kwaliteit mogelijk te maken. Het verschil tussenmateriaalrecycling en recycling van hoge kwaliteit is dat bij materiaalrecy-cling het verpakkingsmateriaal tot materiaal wordt gerecycled, terwijl hetverpakkingsmateriaal bij recycling van hoge kwaliteit wordt gerecycled totmaterialen van een dusdanige kwaliteit dat die materialen kunnen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 3079 gebruikt in dezelfde kwaliteitsklasse voor verpakking of andere toepas-singen waarbij de kwaliteit van het gerecyclede materiaal behouden blijft.Verpakkingenverordening overweging 180In deze verordening worden algemene regels vastgelegd die vantoepassing zijn op alle verpakkingen. Niettemin moeten bepaaldekunststof producten voor eenmalig gebruik die onder Richtlijn (EU)2019/904 [SUP Richtlijn] vallen, zoals kunststof draagtassen, drinkbekers,voedsel- en drankverpakkingen, met inbegrip van flessen, ook alsverpakkingen worden beschouwd.Richtlijn (EU) 2019/904 is ten opzichte van deze verordening een lexspecialis. Indien Richtlijn (EU) 2019/904 in strijd zou zijn met dezeverordening, heeft Richtlijn (EU) 2019/904 binnen haar toepassingsgebiedvoorrang.Krachtens Richtlijn (EU) 2019/904 moeten de lidstaten maatregelen,waaronder marktbeperkingen, nemen om het gebruik van bepaaldekunststof producten voor eenmalig gebruik te verminderen. Die marktbe-perkingen moeten gelden en voorrang hebben over eventuele strijdigebepalingen in deze verordening.In deze verordening wordt voorzien in een beperking op het in de handelbrengen van de in bijlage V, punt 3, vermelde kunststof producten, terwijlde lidstaten krachtens Richtlijn (EU) 2019/904 de nodige maatregelenkunnen nemen om het gebruik van die kunststof producten voor eenmaliggebruik te verminderen. Aangezien nationale uitvoeringsmaatregelen opgrond van Richtlijn (EU) 2019/904 minder beperkend kunnen zijn dan eenverbod op het in de handel brengen, moet deze verordening voorrangkrijgen op Richtlijn (EU) 2019/904 met betrekking tot de producten dieonder de definitie van verpakking vallen, teneinde de vermindering vankunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik te stimuleren en dehoeveelheid kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik in het milieute verminderen.Bijgevolg moet het voor de lidstaten niet mogelijk zijn te voorzien in eenuitzondering op het verbod in Richtlijn (EU) 2019/904 op het in de handelbrengen van verpakkingen op basis van geëxpandeerd polystyreen. Omdit te weerspiegelen moet Richtlijn (EU) 2019/904 dienovereenkomstigworden gewijzigd.Verpakkingenverordening artikel 3 Definities, lid 1, punt 24:«samengestelde verpakking»: een verpakkingseenheid van twee of meerverschillende materialen die deel uitmaken van het gewicht van hethoofdmateriaal van de verpakking en die niet handmatig van elkaarkunnen worden gescheiden en daarom een geheel vormen, tenzij één vande materialen een onbeduidend deel van de verpakkingseenheid en ingeen geval meer dan 5% van de totale massa van de verpakkingseenheiduitmaakt, met uitzondering van etiketten, vernis, verf, inkt, kleefstoffen enlak; zulks onverminderd het bepaalde in Richtlijn (EU) 2019/904.Verpakkingenverordening: artikel 3 Definities, lid 1, punt 41:«recycling van hoge kwaliteit»: een recyclingproces dat gerecycledematerialen oplevert die qua behouden technische eigenschappenkwalitatief gelijkwaardig zijn aan de oorspronkelijke materialen, en die inde plaats van primaire grondstoffen worden gebruikt voor verpakking ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 30710 andere toepassingen waarbij de kwaliteit van het gerecyclede materiaalbehouden blijft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 872, nr. 30711
Gerelateerde bronnen
- Voor het tweeminutendebat wordt de Kamer geïnformeerd over de plastic bekers.
Voor het tweeminutendebat wordt de Kamer geïnformeerd over de plastic bekers.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.