Reactie op de motie van de leden Paulusma en Dijk over het in kaart brengen van de gevolgen van het afschaffen van het stagefonds voor de zorg (Kamerstuk 31765-933)
Brontekst
Versie eee1aa255b1bd52e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 765Kwaliteit van zorgNr. 939 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 juli 2025Op 27 mei jl. heeft uw Kamer de motie van het lid Paulusma (D66) en hetlid Dijk (SP) (Kamerstuk 31 765, nr. 933) aangenomen over enerzijds het inkaart brengen van de gevolgen van het afschaffen van het Stagefondsvoor de zorg en anderzijds het onderzoeken op welke wijze het aantalstageplekken in de zorg daadwerkelijk vergroot kan worden en het in kaartbrengen van effectieve instrumenten hiervoor.Allereerst wil ik het belang van goede stages benadrukken. Stages zijnniet alleen belangrijk om studenten vaardigheden bij te brengen, maarook om ze een goed beeld van de sector te geven en een zachte landingop de werkvloer te ondersteunen. Daarnaast is begeleidingscapaciteitessentieel voor de instroom van nieuw personeel in de sector zorg enwelzijn.Het Stagefonds biedt sinds 2008 een tegemoetkoming in de kosten vanstagebegeleiding in de zorg. Jaarlijks maken ongeveer 6.000 instellingengebruik van deze regeling. Een groot deel van alle beschikbare stage-plekken binnen en buiten het ziekenhuis maakt daarmee gebruik van hetStagefonds. Het gaat dan niet alleen over het beschikbaar stellen vanstageplekken, maar ook over het verbeteren van de kwaliteit van stages.Dit toont dat de regeling door zorginstellingen als een welkome steun inde rug wordt ervaren. Ik heb daarom begrip voor de zorgen bij hetwegvallen van het Stagefonds.Sinds de start van het Stagefonds in 2008 hebben er twee evaluatiesplaatsgevonden. De eerste evaluatie (2008–2015) laat zien dat het aantalstageplekken in de zorg in de eerste jaren aanzienlijk toenam. Dezetoename stagneerde niet veel later, blijkt uit de tweede evaluatie(2016–2019). Daarnaast heeft de Algemene Rekenkamer in 2022 gestelddat het Stagefonds ondoelmatig is. Het wordt niet voldoende bewezen dathet beschikbaar stellen van geld voor stagebegeleiding een direct verbandheeft tot het verkrijgen van meer stageplekken. Het tekort aan begelei- kst-31765-939ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 9391 dingscapaciteit is daarin een belangrijk knelpunt. Dit is mede een gevolgvan de bredere arbeidsmarktproblematiek. In het kader van de taakstellingheb ik om bovenstaande redenen besloten om het huidige Stagefonds naschooljaar 2026–2027 te stoppen en het budget te verlagen.Gelet op de uitkomsten van de eerdere onderzoeken acht ik het niet zinvolom de gevolgen van het afschaffen van het Stagefonds verder in kaart tebrengen. Bovendien stopt het Stagefonds vanaf 2028, en kan pas daarnaeen conclusie worden getrokken over de gevolgen voor het aanbod aanstageplekken. Tot die tijd kunnen we niet wachten.Vanuit VWS blijven er daarom financiële middelen beschikbaar vooropleiden in zorg en welzijn. Ziekenhuizen kunnen gebruik van maken vande Subsidieregeling Strategisch opleiden in de medisch-specialistischezorg. Het is belangrijk om ook buiten het ziekenhuis voldoende en goedtoegerust personeel op te leiden. Ten behoeve van werkgeverskosten vooropleiden in de wijkverpleging is het streven om in het najaar van 2025 tepubliceren hoe deze middelen beschikbaar worden gesteld.Het Stagefonds stopt ná 2027. Na de subsidietaakstelling resteert in 2028nog € 60 miljoen en vanaf 2029 structureel € 78 miljoen van het budgetdat gereserveerd was voor het Stagefonds. Zoals verwoord in hetAanvullend Zorg- en Welzijn onderhandelingsakkoord (AZWA) wordt methet veld verkend hoe deze middelen doelmatig kunnen worden ingezetvoor opleiden buiten het ziekenhuis. Voor de uitkomsten hiervan verwijs iknaar het AZWA-akkoord. Hiermee geef ik invulling aan het verzoek in demotie om onderzoek te doen naar effectieve instrumenten ten behoevevan het opleiden in de zorg.Ik beschouw hiermee de motie als afgedaan.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,D.E.M.C. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 9392
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Reactie op de motie van de leden Paulusma en Dijk over het in kaart brengen van de gevolgen van het afschaffen van het stagefonds voor de zorg (Kamerstuk 31765-933)Actuele officiële versie
- application/x-unknown-content-type kst-31765-939.odtDownload ↗
- application/xml kst-31765-939.xmlDownload ↗
- text/html kst-31765-939.htmlDownload ↗
- PDF kst-31765-939.pdfDownload ↗
- Metadata metadata_owms.xmlOpen metadata ↗
- Metadata metadata.xmlOpen metadata ↗
Bijlagen
Bij dit hoofddocument
Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.
Gerelateerde bronnen
- De Kamer wordt voor het zomerreces nader bericht over de motie-Paulusma inzake het stagefonds.
De Kamer wordt voor het zomerreces nader bericht over de motie-Paulusma inzake het stagefonds.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie