Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport
Brontekst
Versie 9fd177a310a0db04 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 979Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 inverband met het opnemen van eenhorizonbepaling met betrekking tot debevoegdheid om biometrische gegevens vanvreemdelingen af te nemen en te verwerkenNr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADERRAPPORT Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van deRaad van State d.d. 3 juni 2026 en het nader rapport d.d. 26 juni 2026,aangeboden aan de Koning door de Minister van Asiel en Migratie. Hetadvies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursiefafgedrukt.Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 22 april2026, nr. 2026000881, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling adviseringvan de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde ontwerp vaneen algemene maatregel van bestuur rechtstreeks aan mij te doentoekomen. Dit advies, gedateerd op 3 juni 2026, nr. W03.26.00098/II, biedik U hierbij aan.De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijnreactie.Bij Kabinetsmissive van 22 april 2026, no.2026000881, heeft UweMajesteit, op voordracht van de Minister van Asiel en Migratie, bij deAfdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangiggemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Vreemdelin-genwet 2000 in verband met het opnemen van een horizonbepaling metbetrekking tot de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemde-lingen af te nemen en te verwerken, met memorie van toelichting.Het wetsvoorstel introduceert een horizonbepaling op grond waarvan debevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemenen te verwerken, na vijf jaar komt te vervallen. De bevoegdheid wasoorspronkelijk ook met een tijdelijke wet ingevoerd, maar is eerder dit jaarpermanent gemaakt. Het parlement ging onder grote tijdsdruk akkoordmet deze permanentmaking, maar wenste op een later tijdstip alsnog instaat te worden gesteld een zorgvuldige afweging te maken over dewenselijkheid daarvan. Met het huidige wetsvoorstel komt de regeringdaaraan tegemoet. kst-36979-4ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 979, nr. 41 De Afdeling advisering van de Raad van State merkt op dat het wetstrajecttot permanentmaking van de genoemde bevoegdheid onzorgvuldig isverlopen. Om te voorkomen dat dit weer gebeurt, moet de regering hetwetsvoorstel van een duidelijke motivering voorzien, zodat het parlementdaarop kan reageren.In dit verband valt op dat de toelichting bij het wetsvoorstel geheel isgericht op het behoud van de bevoegdheid om biometrische gegevens afte nemen en te verwerken, en geen onderbouwing geeft van hetgeenwordt voorgesteld met de tekst, namelijk de herinvoering van eenhorizonbepaling. De Afdeling vindt die discrepantie onwenselijk, omdathet wetstraject daarmee opnieuw op onzorgvuldige wijze dreigt teverlopen. Zij adviseert de voorliggende wettekst alsnog dragend teonderbouwen.In verband daarmee dient het wetsvoorstel nader te worden overwogen.1. Inhoud en achtergrond van het wetsvoorstel Ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 kan de Minister biometrischegegevens van vreemdelingen afnemen en verwerken, voor zover dat nietmogelijk is op grond van Europese verordeningen.1 Het gaat om tienvingerafdrukken en een gezichtsopname. Deze gegevens wordenopgeslagen in de Basis Voorziening Vreemdelingen.2 Daarnaast wordende gezichtsopnames in een systeem genaamd CATCH-vreemdelingengeplaatst, zodat zij kunnen worden gebruikt in het kader van de opsporingen vervolging van strafbare feiten.De bevoegdheid tot het afnemen en verwerken van biometrischegegevens (hierna: de verwerkingsbevoegdheid) is in 2014 ingevoerd meteen tijdelijke wet, en in 2021 met vijf jaar verlengd. Om te voorkomen datde bevoegdheid per 1 maart 2026 zou vervallen, heeft de wetgeverdaaraan eerder dit jaar een permanent karakter gegeven.3 Met het huidigewetsvoorstel beoogt de regering dit permanente karakter weer weg tenemen, en in plaats daarvan te regelen dat de bevoegdheid over vijf jaarzal vervallen.Reden hiervoor is dat de parlementaire behandeling van de permanent-making onder grote tijdsdruk heeft plaatsgevonden. Had de behandelinglanger geduurd, dan was de verwerkingsbevoegdheid tussentijds vanrechtswege vervallen. Het parlement heeft dit willen voorkomen en isalleen daarom akkoord gegaan met de permanentmaking. De regeringheeft het parlement toen toegezegd met een nieuw wetsvoorstel tekomen, aan de hand waarvan het parlementaire debat over de wense-lijkheid van de verwerkingsbevoegdheid alsnog kan worden gevoerd. Methet huidige wetsvoorstel komt de regering die toezegging na.42. Eerdere advisering en noodzaak volwaardig parlementair debat De Afdeling merkt op dat verschillende instanties kritiek hebben geuit ophet eerdere voorstel van de regering om de verwerkingsbevoegdheidpermanent te maken. Ook de Afdeling bracht in haar advies over depermanentmaking verschillende punten van zorg onder de aandacht.1Artikel 106a Vreemdelingenwet 2000.2Artikel 107, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet 2000.3Stb. 2026, 47.4Toelichting bij het wetsvoorstel, paragraaf 1 en 2; Kamerstukken I 2025/26, 36 859, nr. D;Handelingen I 2025/26, nr. 18, item 9, p. 12.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 979, nr. 42 Ten eerste merkte zij op dat de noodzaak van de verwerkingsbevoegdheidnader moest worden gemotiveerd in het licht van al bestaande verwer-kingsbevoegdheden op grond van Europese verordeningen.5Ten tweede vroeg de Afdeling aandacht voor het feit dat de met deverwerkingsbevoegdheid verwerkte gezichtsopnamen worden gekopieerdnaar een separaat systeem, genaamd CATCH-vreemdelingen, met als doelde eventuele opsporing en vervolging van strafbare feiten. Het adviesluidde om zeker te stellen dat het bestaan van dit systeem, de vormgevingervan en het gebruik ervan in individuele gevallen voldoen aan devereisten die het Unierecht daaraan stelt.6Ten derde wees de Afdeling op een evaluatie van de verwerkingsbe-voegdheid, waaruit is gebleken dat biometrische gegevens van vreemde-lingen niet altijd tijdig worden vernietigd. Zij adviseerde om concreetuiteen te zetten hoe dit in de toekomst wordt voorkomen, en eenevaluatiebepaling in het wetsvoorstel op te nemen.7Mede vanwege deze adviesopmerkingen heeft de tijdelijke commissieGrondrechten en Constitutionele toetsing van de Tweede Kamer eenadvies opgesteld over de permanentmaking van de verwerkingsbe-voegdheid.8 Niettemin hebben zowel de Tweede als de Eerste Kamer hetwetsvoorstel onder grote tijdsdruk moeten behandelen, zonder zorgvuldigop de gegeven adviezen te kunnen reflecteren.9De Afdeling merkt op dat het wetstraject tot nu toe onzorgvuldig isverlopen. Zij onderschrijft dan ook het doel van de regering om alsnogeen inhoudelijk debat over de verwerkingsbevoegdheid mogelijk temaken. Met het oog hierop is het noodzakelijk dat de regering hetwetsvoorstel van een duidelijke motivering voorziet, zodat het parlementdaarop kan reageren. De Afdeling bespreekt die motivering hieronder.3. Motivering van het huidige wetsvoorstel Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel blijft de regering bij hetstandpunt dat het behoud van de verwerkingsbevoegdheid noodzakelijk isom de openbare veiligheid te beschermen en wanordelijkheden enstrafbare feiten te voorkomen.10 Weliswaar zijn er enkele knelpunten in deuitvoering, maar die zullen worden weggenomen met interne controleme-chanismen en procedures rond gegevensbeheer, zo stelt de toelichting.11Ook wijst de regering op een uitvoeringstoets van de IND, die op verzoekvan de Eerste Kamer is verricht. Daaruit blijkt dat het opnieuw tijdelijkmaken van de verwerkingsbevoegdheid negatieve consequenties heeftvoor de uitvoerbaarheid. De IND en ketenpartners zullen zich immersmoeten voorbereiden op een mogelijke beëindiging van de verwerkings-bevoegdheid, hetgeen onzekerheid en druk op de uitvoeringscapaciteitteweegbrengt. De regering stelt dat deze voorbereidingen niet kunnen5Advies van de Afdeling van 8 oktober 2025, (W03.25.00170/II), Kamerstukken II 2025/26, 36 859,nr. 4, punt 2.6Advies van de Afdeling van 8 oktober 2025, (W03.25.00170/II), Kamerstukken II 2025/26, 36 859,nr. 4, punt 3.7Advies van de Afdeling van 8 oktober 2025, (W03.25.00170/II), Kamerstukken II 2025/26, 36 859,nr. 4, punt 4.8Kamerstukken II 2025/26, 36 859, nr. 9.9De Tweede Kamer heeft de permanentmaking als hamerstuk afgedaan. Zie besluitenlijstprocedurevergadering vaste commissie Asiel en Migratie van 22 januari 2026, website TweedeKamer, agendapunt 5.10Toelichting bij het wetsvoorstel, paragraaf 2.4.1.11Toelichting bij het wetsvoorstel, paragraaf 2.1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 979, nr. 43 worden verlangd zolang de toekomst van de verwerkingsbevoegdheidnog ongewis is. Zij wenst daarom tijdig duidelijkheid te bieden door ruimvoor het verstrijken van de termijn van de voorgestelde horizonbepalingeen besluit te nemen over het al dan niet in procedure brengen van eenwetsvoorstel waarmee de horizonbepaling wordt verlengd.12De Afdeling merkt op dat deze toelichting geheel is gericht op het behoudvan de verwerkingsbevoegdheid, niet op de herinvoering van eenhorizonbepaling. De toelichting sluit met andere woorden niet aan op deinhoud van de voorgestelde wettekst.Deze discrepantie lijkt verklaarbaar vanuit de gedachte dat hetwetsvoorstel dient als een vehikel waarmee de wenselijkheid van deverwerkingsbevoegdheid weer onder de aandacht van het parlementwordt gebracht. Die verklaarbaarheid is echter geen reden om af te zienvan een inhoudelijke motivering van het wetsvoorstel. Het wetstrajectdreigt hierdoor namelijk opnieuw op een onzorgvuldige wijze te verlopen.Met het oog hierop dient de regering de kerninhoud van het wetsvoorstel,de horizonbepaling, van een motivering te voorzien. De Afdeling adviseertdaarbij aansluiting te zoeken bij de reeds geïntroduceerde evaluatiebe-paling, op grond waarvan het gebruik van de verwerkingsbevoegdheid nadrie jaar zal worden geëvalueerd.13De Afdeling adviseert gelet op al het voorgaande om de voorliggendewettekst alsnog dragend te motiveren.Dit advies is opgevolgd. In hoofdstuk 2 van de memorie van toelichting isde herinvoering van de horizonbepaling inhoudelijk gemotiveerd, waarbijook aansluiting is gezocht bij de bestaande evaluatieverplichting. Hoewelhet achterliggende doel van de totstandkoming van dit wetsvoorstelonverminderd blijft dat uitvoering wordt gegeven aan de toezegging omde Kamers alsnog in de gelegenheid te stellen een zorgvuldige inhoude-lijke afweging te maken over de wenselijkheid van de nationalebevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemenen te verwerken, laat dit onverlet dat aan de herinvoering van dehorizonbepaling voordelen zijn verbonden. Een horizonbepaling verplichtde wetgever immers binnen gestelde termijn expliciet te beoordelen ofvoortzetting, aanpassing of beëindiging van de verleende bevoegdhedengerechtvaardigd is.De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwarenbij het voorstel en adviseert het voorstel niet bij de Tweede Kamer derStaten-Generaal in te dienen, tenzij het is aangepast.De Vice-President van de Raad van State,Th.C. de GraafVan de gelegenheid is gebruik gemaakt om in de memorie van toelichtingenkele tekstuele verbeteringen aan te brengen.Ik verzoek U het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigdememorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal tezenden.De Minister van Asiel en Migratie,G. van den Brink12Toelichting bij het wetsvoorstel, paragraaf 3.13Artikel II in Stb. 2026, 47.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 979, nr. 44
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.
Bijlagen
Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.
Bij dit hoofddocument
Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie