Kabinetsreactie op het rapport over het vermogen in familiestichtingen
Brontekst
Versie 98f33a79ad2e2671 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 IXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Financiën (IXB) en debegrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voorhet jaar 202536 602Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2025)Nr. 43 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 april 2025Op 17 februari jl. heb ik uw Kamer een onderzoek naar het vermogen infamiliestichtingen toegezonden.1 Uw Kamer heeft hierop verzocht om eenkabinetsreactie en een technische briefing. Die technische briefing heeftinmiddels plaatsgevonden op 11 maart jl. Tijdens het commissiedebatNationale Fiscaliteit op 26 maart jl. heb ik vervolgens met de Kamer vangedachten gewisseld over dit onderzoek. Daar heb ik ook enkele toezeg-gingen gedaan, die ik in deze kabinetsreactie graag bevestig. In deze briefgeef ik eerst een samenvatting van de belangrijkste resultaten en deconclusies van het onderzoek. Daarna volgt de appreciatie van hetkabinet.Inleiding van het onderzoekIn 2022 is het rapport IBO Vermogensverdeling verschenen.2 Dit onder-zoeksrapport heeft kennis bijeen gebracht over de vermogensverdeling ende belasting op verschillende typen vermogen. Voor dit onderzoek zijnonder andere experts geraadpleegd, die vermoedden dat een deel van hetprivévermogen van huishoudens om fiscale redenen was ondergebrachtin stichtingen. Dit vermogen was nog niet eerder in kaart gebracht enwerd gezien als een blinde vlek in de vermogensverdeling van Neder-landse huishoudens. In het IBO Vermogensverdeling is daarom deaanbeveling opgenomen om nader onderzoek te doen naar de omvangvan dit vermogen. In de kabinetsreactie op het rapport3 en in de Miljoe-nennota 2023 (bijlage 9)4 heeft het kabinet vervolgens dit onderzoek1Kamerstukken II 2024/25, 36 600 IX, nr. 38.2IBO Vermogensverdeling: Licht uit, Spot aan: de Vermogensverdeling. Kamerstukken II 2021/22,35 925 IX, nr. 38, p. 45 en 96. IBO staat voor interdepartementaal beleidsonderzoek. IBO’sworden in opdracht van het kabinet uitgevoerd door een interdepartementale werkgroep envoorgezeten door een onafhankelijke voorzitter.3Kamerstukken II 2022/23, 36 200 IX, nr. 4.4Kamerstukken II 2022/23, 36 200, nr. 1. kst-36600-IX-43ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 431 toegezegd. Het onderzoek naar het vermogen in familiestichtingen geeftinvulling aan deze toezegging.In het onderzoek wordt gekeken naar twee soorten familiestichtingen. De«feitelijke familiestichtingen» zijn stichtingen waarbij leden van eengelieerde groep, meestal familie, ten minste de helft van het zittendebestuur leveren. De «statutaire familiestichtingen» zijn stichtingen waarbijin de statuten een bestuurdersrol voor bepaalde leden van een familie isvastgelegd. In sommige gevallen is vastgelegd dat expliciet eenmeerderheid van het bestuur, of zelfs het gehele bestuur, uit familie dientte bestaan of zijn regels over opvolging van bestuurders bij overlijdenvastgelegd. Deze twee soorten familiestichtingen zijn stichtingen waaropéén groep familieleden een significante mate van invloed heeft. Bij dezefamiliestichtingen hoeft het vermogen overigens niet om fiscale redenente zijn ingebracht – de reden van het inbrengen van vermogen is nietbekend en niet onderzocht.Voor dit onderzoek zijn, voor het eerst, data over stichtingen uit hetHandelsregister van de Kamer van Koophandel gecombineerd metgegevens van de Belastingdienst over vermogen in eigendom vanstichtingen en kenmerken van de bestuurders. Hierdoor heeft ditonderzoek nieuwe resultaten en inzichten over vermogen in (familie)stich-tingen opgeleverd. Daarnaast zijn inspecteurs en andere experts van deBelastingdienst gevraagd om hun praktijkervaring te delen.De onderzoeksvragen zijn als volgt:1.Hoeveel vermogen bevindt zich in Nederlandse familiestichtingen?2.Waar bevinden de personen met mogelijke zeggenschap over ditvermogen zich in de Nederlandse vermogensverdeling?3.In hoeverre en op welke wijze wordt dit vermogen momenteel in debelastingheffing betrokken?Samenvatting van de resultatenBegin 2022 telde Nederland 234.200 stichtingen. In het onderzoek wordenallereerst de stichtingen onderscheiden met als taak het beheren van hetvermogen van anderen, zoals stichtingen administratiekantoor. Dezestichtingen zijn niet de economische eigenaar van het vermogen dat ophun naam staat en worden in het onderzoek verder buiten beschouwinggelaten.Van de overige 169.600 stichtingen kwalificeerden er 66.800 (39%) als eenfeitelijke familiestichting, omdat ten minste de helft van de bestuurdersaan elkaar gelieerd was. Hiertoe behoorden ook 6.000 algemeen nutbeogende instellingen (ANBI’s). In een groot deel van de gevallen(30%-punt van de 39%) was de kwalificatie als familiestichting automa-tisch, omdat de stichting slechts 1 of 2 bestuurders had. De overige 15.100stichtingen (9% van het totaal) kwalificeerden als feitelijke familiestichtingvanwege een familiaire of zakelijke relatie tussen bestuurders. Daaronderbevinden zich 3.000 ANBI’s.De familiestichtingen die in het onderzoek worden geïdentificeerd bezatengezamenlijk € 30,8 miljard aan vermogen. Deze € 30,8 miljard aanvermogen bestaat voornamelijk uit beleggingsvermogen, zoals huurwo-ningen, effecten en in de rol van aandeelhouder het eigendom vanbedrijven. Dit vermogen concentreert zich voor een relatief groot deel bijniet-ANBI-stichtingen. Zo bezitten 18 niet-ANBI-familiestichtingengezamenlijk € 18 miljard.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 432 Dit vermogen genereert in de regel een rendement. Dit rendement komt inaanmerking voor belastingheffing in de vennootschapsbelasting als destichting, kort gezegd, een onderneming drijft. Het vermogen kan ook inaanmerking komen voor de inkomstenbelasting, mits het kwalificeert als«afgezonderd particulier vermogen». Dat is onder andere het gevalwanneer een particulier over het vermogen kan beschikken als ware hetzijn eigen vermogen, bijvoorbeeld als een bestuurder de pinpas van destichting gebruikt om de eigen boodschappen mee te betalen. Als sprakeis van een afgezonderd particulier vermogen worden de bezittingen enschulden en de inkomsten en uitgaven toegerekend aan degene die hetvermogen heeft afgezonderd of, na zijn overlijden, aan zijn erfgenamen.Uit het onderzoek blijkt dat in 2022 (het rendement op) dit vermogen in82% (bij de feitelijke familiestichtingen) tot 99,7% (bij de statutairefamiliestichtingen) van de gevallen op geen enkele wijze in de belasting-heffing is betrokken.Het onderzoek laat verder zien dat de families achter deze familiestich-tingen relatief vaak tot de meest vermogende Nederlanders behoren: bijdeze stichtingen behoort 1 op de 5 tot de helft van de bestuurders opbasis van het privévermogen tot de top 1% meest vermogendehuishoudens. Ten slotte blijkt uit dit onderzoek dat de Belastingdienstspecifiek bij sommige familiestichtingen ziet dat gebruik wordt gemaaktvan bepaalde belastingstructuren, waarvan in sommige gevallen de vraagkan worden gesteld of deze maatschappelijk wenselijk zijn.Conclusies van het onderzoekUit het onderzoek blijkt dat de fiscale behandeling van familiestichtingenin de praktijk relatief gunstig is. Dat ziet op drie thema’s:1.Het (meestal) niet kwalificeren als afgezonderd particulier vermogen;2.De kwalificatie (meestal) als niet-belastingplichtige voor de vennoot-schapsbelasting;3.In bepaalde gevallen de kwalificatie als ANBI, met bijbehorendevoordelen zoals de giftenaftrek, wanneer aan de wettelijke voorwaar-den is voldaan.Het gevolg is dat in de meeste gevallen (het rendement op) het vermogenin familiestichtingen niet in de belastingheffing blijkt te worden betrokken.De maatschappelijke bijdrage van stichtingen kan een gegronde reden zijnvoor deze fiscaal gunstige behandeling. Ook veel familiestichtingendragen door filantropie bij aan onze maatschappij. Wanneer echter niet(voldoende) geborgd wordt dat fiscale voordelen alleen toekomen aanstichtingen die het maatschappelijke belang boven het familiebelangstellen, dan kan de gunstige fiscale behandeling gaan schuren. Dit wordtin het bijzonder zichtbaar wanneer van bepaalde belastingstructurengebruik wordt gemaakt.Deze drie thema’s vragen volgens het onderzoek om aandacht, zodat goedof beter geborgd wordt dat fiscale voordelen alleen terechtkomen daarwaar dat maatschappelijk ook gewenst is. Het ligt volgens de onder-zoekers voor de hand om de wetgeving omtrent afgezonderd particuliervermogen te evalueren, omdat de laatste evaluatie dateert uit 2013. In eenevaluatieonderzoek kan onder andere gekeken worden of de huidigeformulering de Belastingdienst voldoende handvatten biedt om allevormen van misbruik en oneigenlijk gebruik aan te pakken of datuitbreiding of aanpassing nodig is. De vennootschapsbelastingplicht vanstichtingen is volgens het onderzoek een complex onderwerp waarbijzorgvuldige afwegingen van belang zijn, en ook moet worden voorkomendat eventuele maatregelen verder gaan dan nodig is. Voor ANBI’sadviseren de onderzoekers om de resultaten van de evaluatie van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 433 ANBI-regeling af te wachten, zodat de resultaten in samenhang kunnenworden bezien.Appreciatie van het kabinetHet kabinet dankt de onderzoekers voor dit inzichtelijke rapport. Het achtde resultaten van dit onderzoek een waardevolle aanvulling op debestaande rapporten over (het belasten van) vermogen in Nederland. Deresultaten laten zien dat er veel geld omgaat in familiestichtingen.Veel familiestichtingen vormen een belangrijke schakel voor het gevenaan goede doelen. Het kabinet waardeert dit. Dat rechtvaardigt ook eengunstige fiscale behandeling voor stichtingen die hun geld aan goededoelen besteden.Tegelijkertijd kunnen familiestichtingen ook om andere redenen wordenopgericht, bijvoorbeeld om familievermogen te beheren en bij elkaar tehouden, of om fiscale redenen. Het kabinet erkent dat bij lang niet allestichtingen zicht is op de aanwending van dit vermogen, terwijl in demeeste gevallen geen belasting wordt geheven over het rendement. Hierkan een ongewenst heffingsvacuüm ontstaan en bestaat een risico opongewenst gebruik van de regels die bedoeld zijn om stichtingen metmaatschappelijke doelen te faciliteren. Dat vindt het kabinet onwenselijk.Daarom wil ik nader onderzoek laten doen, dat hieronder per thema wordttoegelicht.1.Het kabinet volgt de aanbeveling op om de antimisbruikwetgevingover afgezonderd particulier vermogen te evalueren. Dit onderzoek zalworden opgenomen in de strategische evaluatieagenda die in debijlagen van de Miljoenennota 2026 wordt gepresenteerd. In ditevaluatieonderzoek zal ten minste onderzocht worden of dezewetgeving doeltreffend en doelmatig is en of deze de Belastingdienstvoldoende handvatten biedt om alle vormen van misbruik enoneigenlijk gebruik met afgezonderde vermogens aan te pakken.2.De vennootschapsbelastingplicht van stichtingen is een ingewikkeld eningrijpend onderwerp dat het kabinet eerst verder wil laten onderzoe-ken. Het is mijn streven om dit najaar aan uw Kamer een brief te doentoekomen over de vennootschapsbelastingplicht van stichtingen enverenigingen. In die brief zal worden ingegaan op de geschiedenis vande huidige regels voor stichtingen en verenigingen in de vennoot-schapsbelasting en op de mogelijkheden om deze aan te passen, metdaarbij de voor- en de nadelen.3.Wat betreft de ANBI-regeling is nader onderzoek recent afgerond:eerder deze week is de evaluatie van deze regeling naar uw Kamerverzonden (Kamerstuk 36 600 IX, nr. 42). Het kabinet zal deze evaluatiebestuderen en komt voor de zomer met een reactie. In de kabinetsreac-tie op de evaluatie van de ANBI-regeling zal het kabinet ook ingaan opde conclusies uit het rapport over familiestichtingen ten aanzien vanANBI’s.Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Staatssecretaris van Financiën,T. van OostenbruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 434
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.