Tarifering gebruiksvergoeding spoor vanaf 2026
Brontekst
Versie 03ce0ff080c68ff5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1204 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 augustus 2024De instandhouding van het spoor wordt op twee manieren bekostigd: viaeen Rijksbijdrage en via de gebruiksvergoeding1. Europese regelsschrijven voor dat alle gebruikers van het spoor (zoals concessievervoer,regionale vervoerders, goederenvervoerders en opentoegangvervoerders)een gebruiksvergoeding moeten betalen aan ProRail. ProRail gebruiktdeze middelen vervolgens voor de instandhouding van het spoor.Periodiek moeten de tarieven van de gebruiksvergoeding herzien worden.Volgens Europese regels moet ProRail zelf, onafhankelijk de tarievenbepalen. Dit jaar zijn de tarieven herzien voor de periode 2026–2029. Dezezijn door ProRail op 30 augustus 2024 gepubliceerd in de ontwerp-Netverklaring voor het dienstregelingsjaar 2026. De Netverklaring bevatpraktische, technische informatie over het spoorwegnet dat ProRailbeheert en toegangsvoorwaarden voor het spoor. De Netverklaringbeschrijft daarnaast het proces van capaciteitsaanvraag naar gebruik. Ookgeeft de Netverklaring inzicht in de gebruiksvergoeding die vervoerdersen andere gerechtigden aan ProRail betalen voor het gebruik van dehoofdspoorweginfrastructuur.Vanwege het belang van de gebruiksvergoeding voor het spoorstelselheeft ProRail de herziening van de tarieven na goed overleg met mijvastgesteld. Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over degebruiksvergoeding voor de jaren 2026–2029.Wat verandert er in de gebruiksvergoeding voor de periode 2026–2029?Mijn ministerie heeft de volgende overwegingen aan ProRail meegegevenom mee te nemen bij het bepalen van de tarieven voor de periode2026–2029:–Laat zowel de rijksoverheid als de vervoerders en andere gerechtigdeneen deel van de gestegen kosten voor hun rekening nemen.1De verhouding is ongeveer 82% via de Rijksbijdrage en circa 18% via de gebruiksvergoeding. kst-29984-1204ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 984, nr. 12041 –Houdt daarbij rekening met het stoppen van de subsidieregelingopstellen en rangeren2, en ga uit van beëindiging van subsidies omrondpompen van geld te voorkomen.ProRail heeft deze overwegingen naar eigen inzicht meegenomen in hetbepalen van de tarieven. In het licht van de stijgende instandhoudings-kosten heeft ProRail ervoor gekozen om de tarieven voor de vervoerdersen de totale opbrengst te laten stijgen, maar dusdanig dat vervoerders enhet Rijk een procentueel gelijk aandeel blijven bijdragen aan de instand-houdingskosten in de jaren 2026–2029 ten opzichte van hun aandeel in2023 (namelijk respectievelijk rond de 18% en 82%). De tweedeoverweging heeft geleid tot een gemiddeld genomen kostenstijging van4%3 voor alle vervoerders en andere gerechtigden, maar dit zal voorsegmenten en individuele vervoerders verschillen. Daarbij stijgen detarieven voor het rijden van treinen en het gebruik van de bovenleiding,maar blijft het tarief voor het rijden van treinen in de pas lopen met dattarief in de ons omringende landen. De tarieven voor andere dienstendalen, zoals die voor het opstellen en rangeren van treinen.Daarnaast heeft mijn ministerie er vooralsnog voor gekozen om voor deperiode 2026–2029 geen extra heffing toe te passen, dit in tegenstelling totde jaren 2023–2024. Deze extra heffing is bedoeld om de vaste kosten vanProRail die niet worden gedekt door de andere tarieven uit de markt tekunnen halen4. In tegenstelling tot de andere tarieven van de gebruiksver-goeding, bepaalt het ministerie in hoeverre er een extra heffing komt enhoe hoog deze is. De methode om een extra heffing te kunnen toepassenin de jaren 2026–2029 is onlangs goedgekeurd door de ACM5. Alsfinanciële ontwikkelingen daar om vragen, is er nog de mogelijkheid omeen extra heffing toe te passen6.Terugkijken naar vorige aanpassing tarieven en vooruitkijken naar periodena 2029Terugkijkend zijn bij de vorige aanpassing twee belangrijke wijzigingendoorgevoerd. Ten eerste zijn bij de vorige vaststelling de verschillendetarieven gewijzigd, waarbij tarieven daalden, zoals voor het rijden vantreinen, en andere tarieven flink stegen. Dat had toen tot gevolg dat eendeel van de tarieven meer in lijn kwam met die in de ons omringendelanden, maar ook dat voor sommige partijen uit het goederensegment dekosten flink stegen. Dat is toen verzacht via een specifieke subsidiere-geling opstellen en rangeren. Ten tweede is toen het stapsgewijsnastreven van volledige kostendekking voor de verschillende diensten alsuitgangspunt benoemd. Dit vanwege het principe «de gebruiker betaalt».Dit streven zou voor de periode 2026–2029 leiden tot fors hogere tarieven.Die zouden bovenop de hoge inflatiecijfers komen van de laatste jaren.Om die reden is gekozen om voor deze periode geen ingroei naar2Deze subsidieregeling loopt van 2023–2025 en was ingesteld omdat de tarieven voor opstellenen rangeren in de periode 2023–2025 fors zijn verhoogd en om de effecten daarvan teverzachten.3Exclusief indexatie.4In zoverre de markt dit kan dragen. Voor de extra heffing moet een methode worden ingesteldwaarmee de relatieve draagkracht van de marktsegmenten wordt bepaald.5https://www.acm.nl/nl/publicaties/besluit-beoordeling-methode-extra-heffing-prorail-2026-2029?utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&arguments_sanitized=%2BLZGkkzgEHLXbA%3D%3D6Of er een extra heffing wordt toegepast in de periode 2026–2029 hoeft niet nu al besloten teworden. Een extra heffing moet minimaal 1,5 jaar voor ingang bekend worden gemaakt in deontwerp Netverklaring van ProRail. Dat betekent dat als er besloten wordt tot een extra heffingvoor het jaar 2027, deze in de ontwerpNetverklaring van 2027 moet komen te staan die in 2025wordt gepubliceerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 984, nr. 12042 volledige kostendekking te laten plaatsvinden in de tarieven voor dezediensten.Vooruitkijkend naar de volgende periode waarin de gebruiksvergoedingopnieuw moet worden vastgesteld, onderschrijf ik de keuze van mijnvoorganger (zoals verwoord in de brief over het basiskwaliteitsniveauspoor7) dat vervoerders na 2030 een hoger procentueel aandeel in deinstandhoudingskosten moeten gaan betalen. Gelet op de stijgendekosten voor instandhouding en de betaalbaarheid van het spoor vindt hetkabinet dit een verdedigbare keuze. Dit past ook bij het principe «degebruiker betaalt».Tot slotDe betaalbaarheid en het concurrentievermogen van het spoor blijvenvoor mij een belangrijk thema. De komende tijd zal in het kader van hettoekomstbeeld spoorgoederenvervoer verder gekeken worden naar hoe ereen gelijker speelveld kan komen voor het goederenvervoer.De komende tijd kunnen alle gebruikers van het spoor via het indienenvan een consultatiereactie reageren op de ontwerp Netverklaring 2026 vanProRail. Begin december 2024 zal ProRail de definitieve Netverklaring voor2026 publiceren.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,C.A. Jansen7Kamerstuk 29 984, nr. 1202Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 984, nr. 12043
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.