KamerkringInloggen
Kamerstuk

Amendement van het lid Beckerman over verhoging van de liberalisatiegrens

26 mrt 2019 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 79e08ece28e77e1a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 35 036Wijziging van de Huisvestingswet 2014 ter verduidelijking van woonruimteverdeling van middenhuurwoningen en van de Woningwet ter vereenvoudiging van de goedkeuringsprocedure voor werkzaamheden die niet behoren tot diensten van algemeen economisch belang (Wet maatregelen middenhuur) Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID BECKERMAN Ontvangen 26 maart 2019 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IArtikel IIA wordt als volgt gewijzigd: 1. De aanhef wordt vervangen door «De Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 3, tweede lid, wordt vervangen door twee leden, luidende: 2. Het in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde bedrag van de huurprijs bij aanvang van de bewoning waarboven ingevolge dat artikel voornoemde onderafdeling ten dele van toepassing is, is € 1.000. 3. Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt, met ingang van 1 januari van elk jaar, bij ministeriële regeling gewijzigd met het percentage van de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van het aan het bereke-ningsjaar voorafgaande jaar tot 1 juli van het berekeningsjaar zal plaatsvinden. BNa artikel 8f wordt een artikel ingevoegd, luidende:». 2. Na onderdeel B (nieuw) worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: CIn artikel 14, tweede lid, onderdeel c, wordt «het krachtens artikel 3, tweede lid, vastgestelde bedrag» vervangen door «het in artikel 3, tweede lid, genoemde bedrag». kst-35036-10ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 036, nr. 101 DIn artikel 46 vervalt «artikel 3, tweede lid,». IINa artikel IIA wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL IIB In artikel 247, aanhef, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt «het krachtens artikel 3 lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgesteld bedrag» vervangen door «het in artikel 3 lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte genoemde bedrag». Toelichting Met dit amendement wordt de liberalisatiegrens voor sociale huurwo-ningen opgehoogd naar € 1.000. Gezien de woningnood is er een noodzaak om snel meer betaalbare en wat duurdere woningen te realiseren voor mensen met een laag en middeninkomen. Woningcorpo-raties hebben hierbij een belangrijke rol. De liberalisatiegrens zal jaarlijks worden geïndexeerd. Huurtoeslag zal blijven gelden voor het goedkopere deel van de sociale huursector, dus tot een huurprijs van € 720,42. (prijspeil 2019) Deze huurtoeslaggrens wordt jaarlijks geïndexeerd. Ook de grens voor de verhuurderheffing blijft gekoppeld aan deze huurtoeslaggrens van € 720,42 (prijspeil 2019), om te voorkomen dat verhuurders geen of te weinig investeringsruimte overhouden voor belangrijke maatschappelijke opgaven als het bouwen van betaalbare huizen, goed onderhoud en verduurzaming. BeckermanTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 036, nr. 102

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 51b82c391011a5bc

14 okt 2026 · 5627414e3d17dbdb

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.