KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde agenda Milieuraad d.d. 17 juni 2024 te Luxemburg

29 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a60204966f4762f1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-08MilieuraadNr. 945 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATER-STAAT EN VOOR KLIMAAT EN ENERGIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 mei 2024Hierbij doen wij u, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur enVoedselkwaliteit, de Minister voor Natuur en Stikstof, en de Minister voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerdeagenda van de Milieuraad van 17 juni 2024 toekomen. Het kabinet isvoornemens deel te nemen aan deze Milieuraad. De inhoud van dezegeannoteerde agenda geeft de meest recente stand van zaken weer.Mocht de agenda op belangrijke punten veranderen, dan zullen wij uhierover informeren.Tevens wordt uw Kamer in deze brief geïnformeerd over de Europesemededeling over essentieel gebruik.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersDe Minister voor Klimaat en Energie,R.A.A. Jetten kst-21501-08-945ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9451 I GEANNOTEERDE AGENDA MILIEURAAD Op de voorlopige agenda van de Milieuraad in Luxemburg op 17 juni 2024is een drietal algemene oriëntaties voorzien op respectievelijk de richtlijnBodemmonitoring, de Kaderrichtlijn Afvalstoffen en de Groene Claims-richtlijn. Daarnaast worden er naar verwachting Raadsconclusiesaangenomen over het Achtste Milieuactieprogramma. Verder zullen ertwee beleidsdebatten plaatsvinden over het Klimaatdoel 2040 enKlimaatadaptatie. Onder het punt «diversen» wordt er een aantal lopendewetgevingsvoorstellen op het gebied van milieu behandeld. Tot slot zalhet inkomend Hongaars voorzitterschap zijn werkprogramma toelichten.Richtlijn BodemmonitoringDe Europese Commissie heeft op 5 juli 2023 het voorstel voor de richtlijnBodemmonitoring en -veerkracht1 gepresenteerd. Onder het Spaans enBelgisch voorzitterschap zijn de onderhandelingen over het voorstelgevoerd. Uw Kamer is over de voortgang, de inzet en de uitvoering van demotie van de leden Olger van Dijk en Veltman2 (over het zoeken van eenblokkerende minderheid) geïnformeerd via de brief met de geannoteerdeagenda van de Milieuraad van 25 maart 2024.3 Het Belgisch voorzitter-schap is vooralsnog voornemens om tot een algemene oriëntatie tekomen op de Milieuraad van 17 juni a.s.Inzet NederlandHet kabinet ondersteunt het belang van een gezonde bodem. Een gezondebodem is essentieel voor de voedselproductie, voor de biodiversiteit, hetbinden van CO2 en kan helpen om de extremen van het weer op tevangen in droge en natte tijden. Daarnaast helpt een gezonde bodem bijde afbraak van verontreinigende stoffen en bescherming van de (grond-)waterkwaliteit.Zoals aangegeven in het BNC-fiche heeft het kabinet de subsidiariteit vanhet voorstel als positief beoordeeld, en de proportionaliteit deels negatief,deels positief. Het kabinet heeft tijdens de onderhandelingen ingezet omde Nederlandse zorgpunten zoals verwoord in het BNC-fiche weg tenemen. Positief is bijvoorbeeld dat andere lidstaten, net als Nederland,kritisch waren over het one out all out-principe en dat dit is omgevormdtot een meer werkbaar alternatief waarbij lidstaten de voor hun meestrelevante bodemgezondheidsindicatoren kunnen benutten voor communi-catie over bodemgezondheid. Dit doet beter recht aan de diversiteit en hetgebruik van de bodem. Ten aanzien van fosfor, en alle andere voor delandbouw relevante aandachtspunten, zijn deze naar tevredenheidaangepast. Het door het kabinet ingebrachte standpunt dat Europeesvastgestelde normen voor bijvoorbeeld fosfor onwenselijk zijn en datdubbele wet- en regelgeving met de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijnwater moet worden vermeden, zijn overgenomen.Wat betreft ruimtebeslag heeft Nederland zich ingezet om gezamenlijkmet een groep andere lidstaten aan alternatieve teksten te werken en in tezetten op zoveel mogelijk flexibiliteit en, conform BNC-fiche, hetschrappen van het onderdeel over compensatie. Het schrappen van hetonderdeel compensatie behoort gezien het krachtenveld niet tot demogelijkheden, ondanks alle inspanningen die zijn gepleegd om meerlidstaten achter het standpunt van Nederland te scharen. Wel wordt1COM(2023) 4162Kamerstuk 21 501-08, nr. 9223Kamerstuk 21 501-08, nr. 936Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9452 ingezet op een duidelijke inspanningsverplichting en verwijzing naar debevoegdheid van lidstaten op het gebied van ruimtelijke ordening. Deindicator ruimtebeslag is vervangen door de indicator bodemafdekkingwat een meer relevante indicator is voor het vaststellen van de bodemge-zondheid en die meer flexibiliteit biedt dan het voorheen gebruikte «landtake». Ook is bodemafdekking via satellietmonitoring eenduidiger temonitoren. Tegelijkertijd is er een groep grote lidstaten die hecht aan hetexpliciet opnemen van ruimtebeslag en het oorspronkelijke artikel lieverniet gewijzigd zien. Nederland heeft samen met die groep grote lidstatengewerkt aan een mogelijk compromis.Het kabinet zet in op het aanpassen van het Commissievoorstel omtegemoet te komen aan het openstaande zorgpunt zoals hierbovenaangegeven, en zal uiteindelijke instemming met de algemene oriëntatieaf laten hangen van het definitieve compromistekstvoorstel.Indicatie krachtenveldZoals het krachtenveld er nu uitziet behoort het bereiken van eenalgemene oriëntatie tot de mogelijkheden en zal er geen blokkerendeminderheid zijn tegen het voorstel, waarbij dat mogelijk wel afhangt vaneen compromis op het gebied van de voor bergrijke landen relevantedescriptor bodemerosie. De meeste lidstaten steunen de doelen van debodemmonitoringrichtlijn omdat een monitoringsbeeld van de Europesebodems kan helpen met het identificeren van maatregelen. De monito-ringsrichtlijn bevat geen bindende doelstellingen. De monitoringsrichtlijnis op onderdelen wel gewijzigd waardoor er bijvoorbeeld meer flexibiliteitis voor nationale invulling en het kunnen benutten van bestaandemonitoringsystemen en monitoringinformatie.Kaderrichtlijn AfvalstoffenOm de milieu- en klimaateffecten van voedselverspilling en textielafval teverminderen heeft de Commissie op 5 juli 2023 een voorstel4 voor eenherziening van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen5 uitgebracht. Het voorstelbevat een verplichting voor lidstaten tot het invoeren van uitgebreideproducentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel. Ook bevat hetvoorstel wettelijk bindende doelstellingen voor het verminderen vanvoedselverspilling in de lidstaten. Uw Kamer is op 8 september 2023geïnformeerd over de Nederlandse inzet in een BNC-fiche6 en vervolgensook via een schriftelijk overleg7. Het eerste beleidsdebat over deherziening vond plaats tijdens de Milieuraad 25 maart jl.8 Tijdens deMilieuraad van 17 juni zal het Belgische Voorzitterschap mogelijk inzettenop een algemene oriëntatie over de herziening van de KaderrichtlijnAfvalstoffen. Vervolgens zal in de tweede helft van 2024 naar verwachtingde triloogfase starten tussen het Europees Parlement en de Raad.Inzet NederlandHet kabinet stelt zich, conform het BNC-fiche, constructief op in deonderhandelingen over de herziening van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen.Zoals beschreven in het BNC-fiche onderschrijft het kabinet de doelen inhet voorstel. Op de Milieuraad in juni zal het kabinet benadrukken dat een4COM (2023) 420 final5Richtlijn 2008/98/EG6Kamerstuk II, 2022–2023 22 112, nr. 37707Kamerstuk II, 2023–2024 22 112, nr. 38118Kamerstuk II, 2023–2024 21 501-08, nr. 944Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9453 ambitieus resultaat van de onderhandelingen in de Raad essentieel is omte komen tot verduurzaming van de textiel- en voedselketens.Het kabinet verwelkomt het voorstel om te komen tot een Europeseuitgebreide productenverantwoordelijkheid voor textiel en ziet noodzaakvoor het opnemen van maatregelen op EU-niveau voor het verduurzamenvan de textielketen voor hergebruik, hoogwaardige recycling en preventie.Ook blijft Nederland onverminderd de nadruk leggen op de noodzaakvoedselverspilling tegen te gaan in de gehele voedselketen in deonderhandeling, waarbij vooral het opnemen van ambitieuze doelstel-lingen die meer in lijn zijn met Sustainable Development Goal 12.3 en hetopnemen van een doelstelling voor de primaire sector onze bijzondereaandacht hebben. Het opnemen van een doelstelling voor de primairesector lijkt op dit moment niet haalbaar. Nederland zal daarom blijvenpleiten voor de opname van een zogenaamde herzieningsclausule waarinde Europese Commissie gevraagd zal worden een onderzoek uit te voerennaar verspilling en verliezen van voedsel in de primaire sector.Nederland steunt het Voorzitterschap om te komen tot een algemeneoriëntatie op dit dossier in juni. Deze herziening heeft de potentie om eenflinke impuls te geven aan de verduurzaming van de Europese textiel- envoedselketens. Nederland zet als minimum in op behoud van de ambitievan het Commissievoorstel, en zal uiteindelijke instemming met dealgemene oriëntatie laten afhangen van de definitieve compromistekst.Indicatie krachtenveldGedurende de onderhandelingen in de Raad hebben de andere lidstatennet als Nederland een constructieve houding aangenomen. Tegelijkertijdis op dit moment nog niet duidelijk of er voor de compromistekst van hetVoorzitterschap een gekwalificeerde meerderheid zal bestaan. De lidstatenzijn eensgezind over het belang van maatregelen om voedselverspillingtegen te gaan en de milieu- en klimaatimpact van de textielindustrie teverkleinen. In de Raad is meermalen stilgestaan bij de hoogte van dedoelstellingen voor vermindering van voedselverspilling. Een klein aantallanden waaronder Nederland pleit voor hogere doelstellingen. Daaren-tegen is er ook een aantal landen dat de doelstellingen uit het voorstel teambitieus vindt. Een compromis lijkt gevonden te worden in behoud vande doelstellingen zoals opgenomen in het voorstel. Met betrekking tottextiel zijn de meeste discussiepunten beslecht waarbij het ambitieniveauvan het voorstel overeind is gebleven. De verwachting is dat de reikwijdtevan het voorstel uitgebreid wordt door ook micro-ondernemingen hier inop te nemen, dat het mogelijk blijft voor landen om de bestaandeinzamelinfrastructuur te blijven benutten en dat de export van textielafvalverder beperkt wordt. Er is in de Raad meermalen gesproken overtweedehands textiel. Er is een aantal landen binnen de Europese Unie meteen relatief grote tweedehands textielmarkt. Deze lidstaten hebben zorgengeuit dat ze als gevolg daarvan relatief minder tariefstromen genererenonder het UPV systeem omdat tweedehands textiel niet onder dereikwijdte valt. Nederland en gelijkgestemde lidstaten zijn geenvoorstander van het uitbreiden van de UPV met tweedehands textiel, hetVoorzitterschap poogt hier een passend compromis te vinden. Tot slot zalNederland zich met steun van een aantal lidstaten ook in de laatste fasevan de onderhandelingen hard blijven maken voor preventieve maatre-gelen die de milieu- en klimaatimpact van textiel verkleinen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9454 Green ClaimsOp 22 maart 2023 heeft de Europese Commissie een voorstel voor eenGroene Claims (Green Claims) richtlijn gepresenteerd.9 Het voorstel bevateisen voor de onderbouwing van, en communicatie over, milieuclaims en-keurmerken over producten en bedrijven. Uw Kamer is over de inhoudvan het voorstel en het kabinetsstandpunt geïnformeerd door middel vanhet gebruikelijke BNC-fiche10. Dit BNC-fiche is behandeld tijdens hetCommissiedebat op 14 juni 2023 over de Milieuraad van 20 juni 202311.Het Belgisch voorzitterschap is voornemens om gedurende de Milieuraadop 17 juni a.s. tot een algemene oriëntatie voor de Groene Claims richtlijnte komen.Inzet NederlandHet kabinet steunt het doel van de richtlijn: het tegengaan van greenwa-shing door strenge eisen aan de onderbouwing van, en communicatieover, milieuclaims en keurmerken te stellen. Het kabinet zet daarom in opeen voorspoedige afronding van het voorstel. Het kabinet is wel kritischop een aantal elementen van de richtlijn, bijvoorbeeld op het ontbrekenvan een uniforme methode voor de onderbouwing van milieuclaims.Nederland heeft hier in de onderhandelingen voor gepleit en blijft zichinspannen om stappen richting een uniforme methode te zetten. Dit is wathet kabinet betreft een belangrijk element om een gelijk speelveld op deinterne markt te garanderen, consumenten in staat te stellen milieuclaimsen keurmerken makkelijker te begrijpen en met elkaar te vergelijken, enzowel markttoezichtautoriteiten als verificateurs beter in staat te stellenmilieuclaims en keurmerken te beoordelen op juistheid. Daarnaast is hetvoor het kabinet van groot belang dat milieuclaims en keurmerkengekeurd worden door een onafhankelijke verificateur voordat handelarendeze mogen gebruiken. Het verplicht stellen van deze zogenaamde exante verificatie zal, zo verwacht het kabinet, greenwashing effectieftegengaan. Ten tijde van de verzending van deze geannoteerde agendazijn de onderhandelingen nog gaande. Het kabinet is vrij positief over devoortgang die is bereikt gedurende de onderhandelingen in aanloop naarde Raad op 17 juni. Op basis van de laatste compromisteksten is deverwachting dat Nederland kan instemmen met de algemene oriëntatietijdens deze Raad.Indicatie krachtenveldDe lidstaten hebben vrijwel unaniem aangegeven dat zij waarde hechtenaan de Groene Claims richtlijn omdat deze greenwashing tegengaat. In deRaad werd meerdere malen stilgestaan bij de samenhang van de richtlijnmet andere gerelateerde wetgeving, zoals de richtlijn Grotere rol voor deconsument bij de groene transitie.12 Wel heeft een invloedrijke groeplidstaten gepleit voor het uitzonderen van bestaande nationale Ecolabelsen het uitzonderen van micro-ondernemingen. Daarnaast vindt een aantallidstaten de ex ante verificatie van milieuclaims en milieukeurmerken tever gaan omdat dit tot administratieve en financiële lasten voor hetbedrijfsleven zou leiden. Nederland en gelijkgestemde lidstaten wijzenjuist op het belang van ex ante verificatie en het opnemen van eenuniforme methode in het voorstel voor het tegengaan van greenwashingen wijst daarbij op de vrijwillige aard van de claims. Een compromis lijktte worden gevonden in een versimpelde verificatieprocedure voor9COM (2023) 16610Kamerstuk 22 112, nr. 367111Kamerstuk 21 501-08, nr. 90512Kamerstuk 22 122, nr. 3424Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9455 bepaalde typen claims, die de regeldruk voor bedrijven verlichten.Nederland en een aantal gelijkgestemde lidstaten vinden het daarnaastbelangrijk dat de richtlijn strenge onderbouwingseisen bevat voor hetmaken van klimaatclaims, die bedrijven stimuleren om emissies in huneigen keten te reduceren. Aan de inzet van het kabinet om een uniformemethode op te nemen, bij voorkeur de Milieuvoetafdrukmethode, lijktdeels tegemoet te worden gekomen door in ieder geval een aanmoe-diging voor het gebruik van deze methode op te nemen. Hierin kunnenook de andere lidstaten zich goed vinden. Het kabinet blijft zich daarnaastinzetten voor zoveel mogelijk geharmoniseerde eisen en procedures.Achtste MilieuactieprogrammaHet voorzitterschap is voornemens om Raadsconclusies aan te nemenover het achtste milieuactieprogramma (8e MAP). Deze Raadsconclusieszijn een vervolg op de recente evaluatie van de Commissie van het 8eMAP. Over deze evaluatie is de Kamer eerder geïnformeerd via het verslagvan de Milieuraad van maart jl.13 Daarnaast geeft de Raad in dezeRaadsconclusies een boodschap aan de nieuwe Europese Commissie overde verdere uitvoering van het 8e MAP en over wat zij opgenomen willenzien in een eventuele herziening. Deze herziening zal door de nieuweEuropese Commissie vanaf 2025 opgepakt moeten worden.Inzet NederlandHet kabinet onderschrijft het belang van het 8e MAP als monitoringskadervoor een op feiten gebaseerd natuur-, milieu- en klimaatbeleid enonderschrijft de doelen die het 8e MAP heeft vastgesteld. Het kabinet zalhet belang benadrukken om de komende jaren in te zetten op implemen-tatie en uitvoering van vastgestelde wetgeving om deze doelen tebereiken. Daarnaast moet ook gekeken worden naar waar aanvullendeinitiatieven of wetgeving – inclusief eerder door de Commissie aange-kondigd maar nog niet uitgebracht beleid – nodig is om de zes doelstel-lingen te behalen. Hierbij valt te denken aan aanvullende maatregelen ophet gebied van klimaat (mitigatie en adaptatie), circulaire economie,chemicaliën en biodiversiteit en natuur. Ook zal er aandacht moeten zijnvoor de noodzakelijke ondersteunende elementen, zoals voldoendepublieke en private financiering, het uitfaseren van subsidies voor fossielebrandstoffen, en onderzoek en innovatie. Hierbij moet vanzelfsprekendaandacht uitgaan naar de samenhang tussen de verschillende beleids-terreinen en de sociale kant van milieu-, klimaat- en natuurbeleid.Indicatie krachtenveldDe Raad is eensgezind over de in het 8e MAP gestelde prioritairedoelstellingen en het belang van behoud van deze doelen. Hoe invullingte geven aan deze doelen verschilt per lidstaat. In de momenteel lopendeonderhandelingen vragen de lidstaten vooral aandacht voor de verschil-lende nationale wensen t.a.v. het Europese milieu- en klimaatbeleid.Daarnaast benadrukken verschillende lidstaten het belang van ambitieuzeuitvoering en implementatie van overeengekomen wetgeving, het belangvan sociaal rechtvaardig beleid, en het belang van de samenhang tussende verschillende beleidsterreinen.13Kamerstuk II, 2023–2024, 21 501-08, nr. 944Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9456 Klimaatdoel 2040Tijdens de Milieuraad zal naar verwachting een beleidsdebat plaatsvindenover het EU klimaatdoel voor 2040. Dit is de tweede politieke besprekingvan het doel.14 Er is nog geen besluitvorming voorzien. Een wetgevendvoorstel en nieuw beleid is aan de nieuwe Commissie.De EU-Klimaatwet verplicht tot het vaststellen van een EU-klimaatdoelvoor 2040, waarbij rekening gehouden moet worden met het advies vande EU Wetenschappelijke Klimaatraad die een 2040-doel van netto 90–95%reductie ten opzichte van 1990 heeft geadviseerd. Op 6 februari jl.publiceerde de Commissie een mededeling met daarin de aanbeveling dathet EU-klimaatdoel voor 2040 moet uitkomen op 90% netto broeikasgase-missiereductie ten opzichte van 1990. De mededeling bevat geenwetgevend voorstel of nieuwe beleidsmaatregelen, dit wordt overgelatenaan de nieuwe Commissie. De mededeling beoogt een brede maatschap-pelijke dialoog te starten over het doel en de acties die nodig zijn om ditdoel te realiseren.Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van eenEU-klimaatdoel voor 2040 van 90%.15 Dit is in lijn met wetenschappelijkeinzichten, internationale toezeggingen over het binnen bereik houden van1,5 graden Celsius en de voortrekkersrol van de EU. Het aanbevolenEU-klimaatdoel betreft een beperkte verhoging van de ambitie tenopzichte van de koers die is ingezet met het huidige beleid, dat bijcontinuering uitkomt op 88%. Uit het impact assessment van deCommissie blijkt dat het doel haalbaar is, mits voldaan wordt aan degeschetste randvoorwaarden, en dat er belangrijke voordelen zijn zoalshogere energie-onafhankelijkheid, verbeterde volksgezondheid en kansenvoor toekomstig EU concurrentievermogen, terwijl de kosten van detransitie in de periode 2030–2050 niet significant verschillen ten opzichtevan andere onderzochte doelstellingen.Om het doel te kunnen behalen is een stevig uitvoeringspakket cruciaalom knelpunten in de uitvoering op te lossen en de transitie te versnellen.Conform motie Erkens zal het kabinet zich hier tijdens de Milieuraad vooruitspreken.16 Daarnaast zal het kabinet conform de motie Erkens uwKamer voor de zomer informeren over de gewenste onderdelen van ditpakket.De meeste lidstaten moeten nog een positie bepalen. In algemene zin leekeen meerderheid te kunnen leven met een tussendoel van 90% in 2040 ophet al afgesproken pad naar klimaatneutraliteit in 2050. Naar verwachtingzal de discussie zich voornamelijk richten op manieren om het bereikenvan het doel te faciliteren. Vrijwel alle lidstaten, waaronder Nederland,achtten een rechtvaardige transitie en draagvlak essentieel, alsook hetversterken van het EU-concurrentievermogen en het creëren van eenmondiaal gelijk speelveld.KlimaatadaptatieTijdens de Milieuraad zal een beleidsdiscussie plaatsvinden overklimaatadaptatie in het kader van de Raadsconclusies over het achtstemilieuactieprogramma. Via de Raadsconclusies wordt mede gereageerdop de European Climate Risk Assessment (EUCRA)17 van het Europese14Kamerstuk 21 501-08, nr. 94415Kamerstuk 22 112, nr. 391616Kamerstuk 31 793, nr. 25717https://www.eea.europa.eu/publications/european-climate-risk-assessment.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9457 Milieuagentschap en daarop volgende mededeling van de Commissieover beheersing van klimaatrisico’s.18In de EUCRA zijn de risico’s opgenomen die Europa de komende decennialoopt als gevolg van het veranderende klimaat. De uitgangspunten enconclusies van de EUCRA zijn in lijn met de klimaatscenario’s van hetKoninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) van 9 oktober2023.19 De gehele EU zal, net als Nederland, in de toekomst nog vaker dannu het geval is, worden blootgesteld aan de gevolgen van klimaatveran-dering en deze gevolgen zullen steeds extremer worden. Op de gevolgenvoor verschillende beleidsterreinen, zoals die volgen uit deKNMI-klimaatscenario’s, is ingegaan in de kabinetsreactie op diescenario’s van 8 mei jl.20In de mededeling van de Commissie, is opgenomen dat de Commissie deklimaatbestendigheid van de EU wil vergroten via beter bestuur, betereondersteuning van besluitvorming, benutting van structureel beleid en hetstellen van de juiste voorwaarden voor financiële veerkracht. In hetBNC-Fiche «Mededeling beheersing van klimaatrisico’s» dat op 19 april jl.aan de Kamer is gestuurd, is de reactie van het kabinet op de mededelingopgenomen.21Inzet NederlandHet kabinet acht een ambitieuze inzet op klimaatadaptatie van grootbelang. Het recente rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving(PBL) «Klimaatrisico’s in Nederland, de huidige stand van zaken» dat op14 mei jl. aan de Kamer is aangeboden,22 heeft laten zien dat klimaatver-andering in Nederland nu al belangrijke risico’s met zich meebrengt.Gezien de omvang van het probleem en het grensoverschrijdendekarakter van klimaatverandering acht het kabinet actie op EU-niveaunoodzakelijk.Het kabinet richt zich daarom op het actief bijdragen aan, en onder-steunen van, de EU inspanningen op het gebied van klimaatadaptatie. Deinzet van het kabinet daarbij is beschreven in het hiervoor genoemdeBNC-Fiche «Mededeling beheersing van klimaatrisico’s». Het kabinet zietde integratie van adaptatie als een dwarsdoorsnijdend thema inEU-beleid, alsmede het versterken van monitoring op effectiviteit vanbeleid en uitvoering als speerpunten. De nadruk ligt op het concretiserenvan doelstellingen en de integratie van adaptatie in alle betrokkenbeleidsvelden, waarbij het kabinet inzet op een veerkrachtig Nederland alsonderdeel van een veerkrachtige EU, waarbij innovatieve maatregelen,zoals op de natuur gebaseerde oplossingen, meer de ruimte moetenkrijgen.Indicatie krachtenveldLidstaten zijn eensgezind over de noodzaak tot het sneller en intensieverwerken aan klimaatbestendigheid en zien voordelen van een gezamenlijkeinspanning om de uitvoering te versnellen en effectiever te maken. Erspelen dan ook geen grote discussies rondom de teksten over klimaat-adaptatie in de Raadsconclusies. Lidstaten benadrukken de noodzaak teonderkennen dat veel maatregelen voor aanpassing aan het veranderende18https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52024DC0091.19Kamerstuk 32 813, nr. 1299.20Kamerstuk 32 813, nr. 1386.21Kamerstuk 22 112, nr. 3930.22Kamerstuk 32 813, nr. 1387.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9458 klimaat locatiespecifiek zijn en niet (of in ieder geval niet een-op-een)toepasbaar zijn op andere locaties. Voor elke regio is dus een eigenanalyse en maatwerk nodig, met daarbij behorende individuele keuzesmet betrekking tot de meest geschikte maatregelen.Diversen- Lopende wetgevingsvoorstellenHet voorzitterschap zal informatie geven over de stand van zaken vanlopende wetgevingsvoorstellen die op het gebied van milieu spelen,waaronder waarschijnlijk de Prioritaire stoffen in waterrichtlijn en deVerordening voorkoming pelletverlies.° Prioritaire stoffen in waterrichtlijnIn het wijzigingsvoorstel «Prioritaire stoffen in waterrichtlijn» worden deKaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn en de RichtlijnPrioritaire Stoffen gewijzigd. Op 12 december 2022 is uw Kamer over ditvoorstel geïnformeerd middels een BNC-fiche.23 De onderhandelingen opde Prioritaire stoffen in waterrichtlijn lopen nog op het moment vanschrijven. Belangrijke discussiepunten voor Nederland beslaan de normvoor PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) voor grondwater en de termijnenvoor het voldoen aan de goede chemische toestand van een grondwaterli-chaam zoals opgenomen in de Grondwaterrichtlijn. Daarnaast heeftNederland samen met enkele lidstaten non-papers opgesteld eningediend over de «definitie achteruitgang in de KRW» en «inzichtvoortgang rapportage doelbereik KRW».24 Het Belgisch voorzitterschappakt beide onderwerpen op. Het Europees Parlement heeft voor ditdossier haar standpunt in een eerste lezing bepaald.° Verordening voorkoming pelletverlies voor vermindering microplas-ticvervuilingHet Voorzitterschap zal verder tijdens de Milieuraad een stand van zakengeven van de lopende onderhandelingen van wetsvoorstellen, waaronderde verordening om pelletlekkages naar het milieu te voorkomen en teverminderen. Uw Kamer is via het BNC-fiche, dat op 24 november 2023naar uw Kamer is gestuurd geïnformeerd over de positieve houding vanhet kabinet op dit voorstel25.° Verordening Circulaire VoertuigenOp 13 juli 2023 heeft de Europese Commissie een voorstel voor eenVerordening betreffende circulariteitseisen voor voertuigontwerp en hetbeheer van afgedankte voertuigen gepresenteerd.26 Met deze verordeningzal de Richtlijn betreffende autowrakken27 en de Richtlijn betreffendetypegoedkeuring van motorvoertuigen inzake herbruikbaarheid, recycle-baarheid en mogelijke nuttige toepassing28 (3R Richtlijn) wordeningetrokken. Delen van de inhoud zullen daarvan worden overgenomenmet toevoeging van nieuwe elementen, waardoor het voorstel de gehelelevenscyclus van een voertuig van ontwerp tot afvalfase omvat. Voor ditvoorstel is een BNC-fiche opgesteld dat op 15 september 2023 naar de23Kamerstuk 22 112, nr. 358724Kamerstuk 27 625, nr. 66425Kamerstuk 22 122, nr. 383926COM (2019) 640.27Richtlijn 2000/53/EC.28Richtlijn 2005/64/EC.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9459 Kamer is gestuurd.29 Het Voorzitterschap zal een korte toelichting gevenover de stand van zaken van de onderhandelingen in de Raad.- Werkprogramma inkomend Hongaars voorzitterschapHet inkomend Hongaars voorzitterschap zal zijn inhoudelijke prioriteitenvoor de tweede helft van 2024 presenteren.II EUROPESE MEDEDELING OVER ESSENTIAL USE Een van de openstaande acties uit de Strategie voor duurzame chemischestoffen30 is de mededeling31 die de Europese Commissie op 22 april 2024heeft uitgebracht waarin uitwerking wordt gegeven aan het begripessentieel gebruik. In de Strategie voor duurzame chemische stoffen(oktober 2022) heeft de Commissie het begrip essentieel gebruikgeïntroduceerd met als doel om in specifieke gevallen zeer zorgwekkendestoffen te kunnen verbieden behalve daar waar de toepassing essentieelis. In de mededeling van 24 april jl. noemt de Commissie een aantalcriteria die kunnen worden gebruikt om vast te stellen of een toepassingessentieel is. Deze invulling staat dicht bij de intentie zoals uitgesproken inde Strategie voor duurzame chemische stoffen. Die strategie werd doorNederland verwelkomd32 en het is goed dat met de Commissiemede-deling over essentieel gebruik een onderdeel van die strategie verderwordt uitgewerkt. Wel wordt nadrukkelijk gesteld dat de daadwerkelijkeinvulling per regelgeving nader moet worden vastgelegd. De praktischeconsequenties daarvan zullen daarmee pas duidelijk worden als dezeworden toegepast in voorstellen ter aanpassing van wetgeving of innieuwe wetgevingsvoorstellen. Naar verwachting wordt dit als eerstegedaan in de aanpassing van de Europese verordening inzake het op demarkt brengen van chemische stoffen en mengels (REACH) die nu isvoorzien voor 2025. Aangezien pas met concrete wetgevingsvoorstellenduidelijk zal zijn welke criteria worden ingevoegd, hoe deze wordengebruikt in die context en wat daarvan de te verwachte gevolgen zijn, zaleerst dan een analyse plaatsvinden. Bij publicatie van een betreffendwetsvoorstel zal de Kamer via een BNC-fiche op de hoogte wordengesteld van de analyse met een appreciatie van een voorstel.29Kamerstuk 22 112, nr. 3776.30COM(2020) 667 final31COM(2024) 1995 final32Kamerstuk 22 112, nr. 2982Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 94510

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a98b67ddebebf139

14 okt 2026 · 3320caa130324d89

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.