KamerkringInloggen
Kamerbrief

Publicatie evaluaties Coronasteun en Integraal Aanpakken

22 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6ad876296b5b07ed · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 420Noodpakket banen en economieNr. 543 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 juni 2026Via deze brief koppel ik terug op twee evaluaties die in de afgelopenperiode zijn uitgevoerd en afgerond. De eerste evaluatie richt zich op deCOVID-maatregelen die door LVVN zijn genomen, en de tweede op hetonderzoeksprogramma Integraal Aanpakken. Deze evaluaties wordengezamenlijk aan de Kamer aangeboden omdat deze onderdeel zijn van deStrategische Evaluatie Agenda van LVVN en nog niet eerder warengepubliceerd.Evaluatie: COVID-MaatregelenMedio 2020 is er actie ondernomen om de economische gevolgen van deCOVID-maatregelen voor de sierteeltsector, frietaardappelsector endierentuinen te verzachten. Hiertoe zijn subsidieregelingen opengestelddie erop gericht waren om faillissementen te voorkomen in de agrarischesector, en om dierenwelzijn te garanderen in de dierentuinen. Op verzoekvan mijn voorganger is een beleidsevaluatie uitgevoerd van dezeregelingen om de effecten van de COVID-crisis aan te pakken, daarbij isspecifiek gekeken naar de aanpak van de twee verschillende regelingenvoor de periode 2020–2025. De evaluatie is uitgevoerd door het onder-zoeksbureau Stichting Economisch onderzoek (SEO) Amsterdam. Hetonderzoek werd begeleid door een onafhankelijke deskundige van hetCentraal Planbureau (CPB), en verschillende medewerkers van LVVN. Doorhet CPB te betrekken in de begeleidingscommissie, en een onafhankelijkepartij te vragen om het onderzoek uit te voeren, is de onafhankelijkheidvan het onderzoek gewaarborgd.Hieronder geef ik aan wat de belangrijkste bevindingen waren permaatregel, de overkoepelende conclusies, en hoe ik de lessen zal vertalennaar de beleidspraktijk.Conclusies voor de regeling voor de frietaardappelen en sierteelt:–De regeling voor frietaardappeltelers en sierteeltbedrijven is deelsdoeltreffend. Uit de analyse blijkt dat de regelingen vooral hebben kst-35420-543ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 420, nr. 5431 bijgedragen aan de liquiditeit van bedrijven in deze sectoren. Doordatde schok als gevolg van de Coronacrisis kleiner was dan verwacht ende betreffende ondernemingen een relatief goede initiële solvabiliteitkenden is er geen aantoonbaar effect op solvabiliteit en faillissementengevonden.1–Uit de evaluatie blijkt dat de regeling frietaardappeltelers en sierteelt-bedrijven doelmatig was. De steun is terechtgekomen bij de juistedoelgroep en de regeling was goed uitvoerbaar voor RVO. Gebruikersvan de regelingen hebben de steunmaatregel als kwalitatief goedervaren en waren tevreden over de snelheid waarmee de steun isuitbetaald.2Conclusies voor de noodsteunmaatregel dierentuinen:–De steunregeling gericht op dierentuinen is doeltreffend. Dierenleed isaantoonbaar voorkomen en dit is het hoofddoel van de regeling.3–De hoofdredenen hiervoor zijn dat: dierentuinen geen anderefinancieringsmogelijkheden hadden, en de dieren niet in een dieren-tuin in het buitenland verzorgd konden worden (wegens reisbeperkin-gen & de gevolgen van corona bij dierentuinen in het buitenland).4–De steunregeling gericht op dierentuinen is deels doelmatig. De kostenstaan in goede verhouding tot de geleden schade, wat de doelmatig-heid bevordert. Ook was de regeling goed uitvoerbaar voor RVO endoenlijk voor de dierentuinen. De vereiste om een transitieplan op testellen heeft de doelmatigheid beperkt. Het vereiste in de regeling omeen transitieplan op te stellen leidde tot extra administratieve lasten enheeft geen aantoonbaar effect gehad.5Lessen voor de beleidspraktijkAangezien het beleid al is afgerond heeft SEO ervoor gekozen om hetministerie in plaats van de gebruikelijke specifieke aanbevelingen bij eenevaluatie, overkoepelende lessen mee te geven. Wat opvalt in deze lessenis dat de kracht van de interventie positief werd beïnvloed door de snelledoorlooptijd en sectorspecifieke aandacht, die bij deze regelingen isgegeven. Daarnaast is er geconstateerd dat extra vereisten zoals eenherzieningsplan voor de dierentuinen juist lasten met zich meebracht dievoorkomen konden worden.Vanuit de dierentuinen regeling trek ik de les dat een goede beleidsvoor-bereiding in crisistijd leidt tot goed onderbouwde beleidsevaluaties enconclusies. SEO geeft aan dat de noodsteunmaatregel Dierentuinen eenbest-practice is voor beleidsevaluaties omdat:–de beleidstheorie is geschreven ten tijde van de totstandkoming vanhet beleid;–en dat er ex-durante een enquête is uitgevoerd naar de effectiviteit vande regeling door de RVO.Vanuit de regelingen voor sierteelt en frietaardappelen neem ik deaanbeveling om bij toekomstig beleid een vergelijkbare goede voorbe-reiding te doen mee. Zo laat ik:– data genereren die inzicht geeft in prijsniveaus en begrotingsrichtprijzenvan agrarische producten in de tuinbouw.De beschikbaarheid van deze data zal bij eventuele volgende crises helpenom de effecten van (voorgenomen) beleidsmaatregelen op het bedrijfs-model van ondernemers goed te kunnen bepalen.1SEO (2025), VOOR DE SIER OF VOOR DE LEEUWEN?2Idem.3Idem.4Idem.5Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 420, nr. 5432 Tot slot zie ik kansen in het toepassen van een ex-post doenvermogen-toets,6 zoals SEO voor deze evaluatie heeft gedaan. Het uitvoeren vandeze toetst heeft inzicht gegeven in de mate waarin het beleid «doenlijk»was voor de beoogde doelgroepen. Het uitvoeren van deze toets heeft totbelangrijke inzichten geleid zoals dat de maatregelen: begrijpelijk,stress-arm, vergevend en coherent zijn geweest. Door consequenter dedoenlijkheid van het beleid in beeld te brengen (ex-ante en ex-post)kunnen gedragsinzichten ook beter ex-ante toegepast worden in devorming van beleid.Evaluatie: Onderzoeksprogramma Integraal AanpakkenDaarnaast is in 2025 de tussentijdse beleidsevaluatie van het onderzoeks-programma Integraal Aanpakken uitgevoerd. Met deze brief bied ik uwKamer ook dit evaluatierapport aan.Integraal Aanpakken is in 2022 opgestart als «Meerjarig MissiegedrevenInnovatie Programma (MMIP)». Het doel van Integraal Aanpakken is omfundamenteel- en praktijkonderzoek te doen naar methaanmaatregelen inde veehouderij. Bij de ontwikkeling en toepassing van deze maatregelenmag de ammoniakemissie niet toenemen of dierenwelzijn afnemen. Hetfundamentelere onderzoek vindt voor melkvee vaak plaats op de DairyCampus terwijl via Netwerk Praktijkbedrijven de praktijkimplementatieplaatsvindt. In afstemming met de Producentenorganisatie Varkenshou-derij (POV) en Coalitie Vitale Varkenshouderij (CoViVa) wordt nu ook eenPraktijk Netwerk Varkenshouderij opgericht om de praktijkimplementatievan maatregelen te testen op varkensbedrijven.Conclusies voor Integraal Aanpakken–De evaluatie concludeert dat Integraal Aanpakken tot op zekere hoogtedoeltreffend is geweest. Enerzijds heeft het programma gezorgd vooreen beter inzicht in emissie reducerende maatregelen. Echter is er(buiten het praktijknetwerk) geen data beschikbaar over de mate vantoepassing van de onderzochte maatregelen.–Omdat de daadwerkelijke emissiereductie ten gevolge van hetprogramma niet goed te kwantificeren is, is het niet mogelijk om dezeaf te zetten tegen de gebruikte subsidiegelden. Hierdoor was het nietmogelijk om de doelmatigheid vast te stellen.–Op dit moment worden er wel maatregelen ontwikkeld, maar is erweinig stimulerend beleid vanuit de overheid om methaanmaatregelente implementeren. Dit heeft een relatie met de eerdergenoemdepunten.–De evaluatie deed ook een aantal aanbevelingen, samengevat komendeze neer op:•Wees duidelijker in de communicatie over het doel van, en deonderzochte maatregelen binnen, Integraal Aanpakken en desamenhang van het onderzoeksprogramma met het NetwerkPraktijkbedrijven.•Overweeg buiten WUR om meer onderzoeksinstellingen tebetrekken bij het onderzoeken en kijk of er nog meer verbindinggezocht kan worden met sectorpartijen.Met betrekking tot de conclusies die zien op doelmatigheid is hetherkenbaar dat er beperkte daadwerkelijke emissiereductie wordtbewerkstelligd binnen Integraal Aanpakken en breder in de sector. Ditkomt enerzijds omdat er nog beperkte fundamenteel wetenschappelijkeen praktijkkennis is met betrekking tot methaanemissie-reducerendemaatregelen en anderzijds er (nog) geen normerend en stimulerend6https://www.kcbr.nl/ontwikkelen-beleid-en-regelgeving/doenvermogentoetsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 420, nr. 5433 beleid bestaat voor broeikasgasemissies. Ik zet daar wel op in, mede viade inzet op afrekenbare bedrijfsspecifieke emissiedoelen binnen desamenhangende aanpak voor Landbouw Stikstof en Natuur. Hetprogramma Integraal Aanpakken draagt hieraan bij middels het vullen vanrelevante kennislacunes waardoor maatregelen beschikbaar worden voorimplementatie in de praktijk.De aanbeveling om naast de WUR meer onderzoeksinstellingen tebetrekken is relevant en wordt meegenomen in de toekomstigevormgeving van Integraal Aanpakken. Het is van belang om zoveelmogelijk verschillende partijen bij het onderzoeksprogramma tebetrekken. Wel is het zo dat wetenschappelijke kennis rondom dier- envoeraanpassingen in relatie tot (methaan)emissie voornamelijk bij WURgeclusterd zit in Nederland. Het ministerie zal extra inpassingen doen omook andere kennisinstellingen te laten participeren. Kennisinstellingenzoals Louis Bolk, het (Vlaamse) ILVO, Aeres Hogeschool en CLM hebben aleen bijdrage geleverd in het programma de afgelopen jaren, deze rol zoukunnen groeien.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 420, nr. 5434 Toelichting onderzoek:Noodsteun maatregelen:Wat was de afbakening van hetbeleid en tijdsperiode waaroverhet onderzoek ging?Noodsteunmaatregelen voor de dierentuinen en voor delandbouwsector (frietaardappeltelers, sierteelt enonderdelen van de voedingstuinbouw) tijdens het beginvan de coronapandemie (2e kwartaal van 2020).Hoe is de objectiviteit van hetonderzoek gewaarborgd?Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd door SEO. Deverantwoording over de ingezette methoden is omschre-ven in het rapport.Beschrijf de methode waargebruik van werd gemaakt? Enwaarom is voor deze methodegekozen?Literatuuronderzoek, enquêtes, interviews, beschrijvendestatistieken en difference-in differences analyse. Wehebben gekozen voor een mixed methods aanpak, omdatdit de kwaliteit van de bevindingen verhoogt.Beschrijf waarom het onderzoekpassend was bij de fase en contextwaarin het beleid zich bevindt ensluit aan op de kenmerken van hetbeleid dat wordt onderzocht (RPEArtikel 3.a)Het was niet mogelijk om het onderzoek eerder uit tevoeren wegens databeschikbaarheid. Dit was het eerstmogelijke moment. De uitkomsten kunnen benut wordenin de synthesestudie van alle coronaevaluaties en deperiodieke rapportage van het land- en tuinbouwbeleid.Wat zijn de doelen die zijngeëvalueerd?De doeltreffendheid en doelmatigheid van de COVID-noodsteunmaatregelen voor de dierentuinen en voor delandbouwsector (frietaardappeltelers, sierteelt enonderdelen van de voedingstuinbouw) op het gebied vanliquiditeit, solvabiliteit en het voorkomen van faillissemen-ten.Hoe zag de beleidstheorie eruit?En was deze al aangeleverd doorLVVN?De beleidstheorie voor de landbouwsector is opgestelddoor SEO Economisch Onderzoek. De beleidstheorie voorde dierentuinen is opgesteld door het Ministerie van LVVN.De beleidstheorie is terug te vinden in het rapport.Welke financiële afbakening(rijksbegroting) had het geëvalu-eerde instrument?De totale uitgaven waren 138 miljoen euro aan sierteelt envoedingstuinbouw ondernemers, 37 miljoen euro aanfrietaardappeltelers en 90 miljoen euro aan dierentuinen. Integraal Aanpakken:Wat was de afbakening van hetbeleid en tijdsperiode waaroverhet onderzoek ging?2020–2025Hoe is de objectiviteit van hetonderzoek gewaarborgd?Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd door Dialogic.De verantwoording over de ingezette methoden isomschreven in het rapport.Beschrijf de methode waargebruik van werd gemaakt? Enwaarom is voor deze methodegekozen?De gekozen evaluatiemethode bestaat uit een combinatievan contribution analysis en process tracing. Dezebenadering maakt het mogelijk om inzicht te krijgen in demate waarin interventies hebben bijgedragen aan debeoogde resultaten, en om de onderliggende causalemechanismen en processen te reconstrueren.Voor de uitvoering van deze evaluatie wordt gebruikge-maakt van verschillende dataverzamelingsmethoden, metname een deskstudie en het afnemen van interviews. Dedeskstudie richt zich op het analyseren van bestaandedocumentatie en relevante bronnen, terwijl interviewsworden ingezet om aanvullende inzichten en perspectie-ven van betrokkenen te verzamelen.Beschrijf waarom het onderzoekpassend was bij de fase en contextwaarin het beleid zich bevindt ensluit aan op de kenmerken van hetbeleid dat wordt onderzocht (RPEArtikel 3.a)Gezien de fase waarin het programma zich bevindt –halverwege de looptijd – en de complexiteit van deopgave, is een tussentijdse beleidsevaluatie passend. Hetbeleid richt zich op een combinatie van innovatie,kennisontwikkeling en gedragsverandering, waarvan deeffecten zich geleidelijk en in samenhang manifesteren. Ditvraagt om een evaluatiebenadering die niet alleen kijktnaar directe resultaten, maar ook naar de werking vanonderliggende processen en de mate waarin het pro-gramma bijdraagt aan het handelingsperspectief vanveehouders. De evaluatie biedt inzicht in de efficiëntie eneffectiviteit van de ingezette instrumenten tot nu toe, enmaakt zichtbaar op welke punten bijsturing nodig is om debeoogde impact richting 2030 en 2050 te vergroten.Daarmee sluit het onderzoek aan bij zowel de ontwik-kelfase van het beleid als de kenmerken van de beleidsop-gave.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 420, nr. 5435 Wat zijn de doelen die zijngeëvalueerd?Vermindering BKG-emissies in de melkveesector, envermindering BKG-emissies in de varkenssector.Hoe zag de beleidstheorie eruit?En was deze al aangeleverd doorLVVN?De beleidstheorie is terug te vinden in het rapport. Debeleidstheorie is door LVVN aangeleverd.Welke financiële afbakening(rijksbegroting) had het geëvalu-eerde instrument?Een jaarlijks budget van 10 miljoen euro. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 420, nr. 5436

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0ec1dc8dff1d39d1

14 okt 2026 · 9c243c27f35be54e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.