KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde Agenda Formele Raad WSB 20 juni 2024

10 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6c73ae28bc6f08cc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 751 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juni 2024Op 20 juni aanstaande vindt de Formele Raad WSBVC plaats teLuxemburg.Hierbij zend ik u de Geannoteerde Agenda toe. Conform de vastgesteldeafspraken informeer ik uw Kamer middels de Geannoteerde Agendatevens over de voortgang van de onderhandelingen inzake de herzieningvan de Coördinatieverordening Sociale Zekerheid. Daarnaast informeer ikuw Kamer over de Nederlandse positiebepaling ten aanzien van deVerordening oprichting EU-Talentenpool.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van Gennip kst-21501-31-751ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7511 GEANNOTEERDE AGENDA FORMELE RAAD WERKGELEGENHEIDEN SOCIAAL BELEID (WSBVC) 20 juni 2024 In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:−De kwartaalrapportage t.a.v. de herziening van CoördinatieverordeningSociale Zekerheid (COM(2016) 815);−Nederlandse standpuntbepaling t.a.v. het EU-voorstel VerordeningEU-Talentenpool (COM(2023) 716);−Informatie over de Formele Raad WSBVC van 20 juni 2024.Kwartaalrapportage: herziening Coördinatieverordening SocialeZekerheidSinds 2016 wordt onderhandeld over de herziening van Verordening883/2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidssystemen(hierna: het herzieningsvoorstel). Na een terugblik volgt hieronder delaatste stand van zaken met betrekking tot de onderhandelingen over ditherzieningsvoorstel. Het onderwerp staat niet geagendeerd voor de Raadvan 20 juni a.s.Achtergrond en terugblik trilogenElke lidstaat heeft zijn eigen socialezekerheidsstelsel met uniekekenmerken en regelingen. Verordening 883/2004 heeft als doel om dezenationale stelsels te coördineren, zodat mensen geen socialezekerheids-rechten verliezen of bijvoorbeeld dubbel verzekerd zijn wanneer zijgebruik maken van hun recht op vrij verkeer.In zowel 2019 als 2021 werd een voorlopig politiek akkoord tussen de hetVoorzitterschap van de Raad van de EU en het Europees Parlementweggestemd door de Raad. Nederland heeft beide voorlopige akkoordenniet gesteund vanwege bezwaren bij de voorgestelde verruiming van deexportmogelijkheden in het werkloosheidshoofdstuk van het herzienings-voorstel. In haar inbreng heeft Nederland ook onderstreept dat debeoogde modernisering van de Verordening niet wordt bereikt met hethuidige herzieningsvoorstel en daarom opgeroepen tot het nemen vaneen reflectieperiode. Vanaf de introductie van het herzieningsvoorstel in2016 hebben er namelijk fundamentele veranderingen plaatsgevonden opde arbeidsmarkt. Voorbeelden daarvan zijn de toegenomen digitaliseringvan het arbeidsdomein en een toename in het hybride werken.Stand van zakenSinds de vorige kwartaalrapportage hebben er geen ontwikkelingenplaatsgevonden op dit dossier.1 Eerder dit jaar verkende het BelgischEU-voorzitterschap een afgeslankte oplossingsrichting die de controver-siële onderwerpen uitsloot van een eventueel akkoord op de Verordening.Het Europees Parlement, als medewetgever in dit dossier, verwierp dezeaanpak.2 Sindsdien hebben er geen Raadswerkgroepen plaatsgevonden.Vermoedelijk zal na de verkiezingen van het Europees Parlement wordenbezien hoe dit dossier wordt voorgezet.Inzet NederlandNederland zal haar bestaande zorgen bij het huidige herzieningsvoorstelblijven benadrukken en oproepen tot een reflectieperiode.1Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 379.2https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20240213IPR17648/parliament-open-to-find-compromise-on-social-security-coordinationTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7512 Nederlandse standpuntbepaling t.a.v. het EU-voorstel VerordeningEU-Talentenpool (COM(2023) 716)Zoals toegezegd in de Geannoteerde Agenda voor de Formele RaadJustitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) van 13 en 14 juni 20243 informeer ikuw Kamer, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,over de Nederlandse positiebepaling ten aanzien van het voorstel van deEuropese Commissie voor Verordening ter oprichting van eenEU-Talentenpool.4 De afgelopen maanden is in de RaadswerkgroepIntegratie, Migratie en Verwijdering (IMEX) tussen de lidstaten onder-handeld over het voorstel. Het Belgisch EU-Voorzitterschap beoogt op12 juni aanstaande een algemene oriëntatie (Raadspositie) te bereiken inhet Coreper-II. Over het voorstel wordt met gekwalificeerde meerderheidgestemd. Indien een algemene oriëntatie wordt bereikt, zal de Raadspo-sitie als hamerstuk kunnen worden aangenomen door de Raad JBZ op13 juni. Het kabinet is voornemens om zich te onthouden van stemmingop de algemene oriëntatie en zal zijn positie in het hiernavolgendetoelichten.Op 15 november jl. publiceerde de Commissie in het kader van hettalentmobiliteitspakket een Verordening voor de oprichting van eenEU-Talentenpool. Het voorstel heeft tot doel de algehele aantrekkelijkheidvan de EU te vergroten door het opzetten van een EU-breed IT-platformdat openstaat voor derdelanders die in de EU willen werken en voorwerkgevers die niet in staat zijn om binnenlands of binnen de EU hettalent te vinden dat ze nodig hebben. De uiteindelijke deelname vanlidstaten aan de Talentenpool is vrijwillig.De kabinetsinzet is in het BNC-fiche uiteengezet.5 Het uitgangspunt in debeoordeling van het voorstel is dat het kabinet arbeidsmigratie van buitende EU, met uitzondering van kennismigratie, ziet als sluitstuk voor deaanpak van tekorten op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft zich tijdens deonderhandelingen ervoor ingezet om van de EU-Talentenpool een goedfunctionerend instrument te maken voor de lidstaten die besluiten deel tenemen, met uitgebreide aandacht voor het voorkomen van misstanden enuitbuiting van arbeidsmigranten. Het kabinet geeft hieronder eenappreciatie van de algemene oriëntatie afgezet tegen de inzet zoalsopgenomen in het BNC-fiche.Het kabinet verwelkomt de vrijwilligheid van deelname van lidstaten aanhet instrument. Ook verwelkomt het kabinet dat bij gebruik van hetinstrument moet worden voldaan aan de aanvraagprocedures in delidstaat. De keuze of Nederland uiteindelijk wel of niet zal deelnemen aande EU-talentenpool wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.Het kabinet heeft tijdens de onderhandelingen ingezet op concretewaarborgen om misstanden te voorkomen. Zo heeft het kabinet zich ersterk voor gemaakt om oneigenlijke detachering van derdelanders dieworden geworven via de EU Talentenpool tegen te gaan. Het kabinet achthet namelijk onwenselijk dat derdelanders die zijn aangeworven in eenandere EU-lidstaat direct gedetacheerd worden naar een andere lidstaat,ongeacht of deze lidstaat deelneemt aan de Talentenpool of een tekortheeft in de sector waarin de derdelander voor aangeworven is.Het kabinet acht het positief dat een aantal elementen van de Nederlandseinzet zijn opgenomen in de algemene oriëntatie. Zo stelt de algemene3Kamerstukken II, 2023/24, 32 317, nr. 879.4COM(2023) 716, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52023PC0716.5Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3859.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7513 oriëntatie dat werving en plaatsing alleen gericht mag zijn op functies inde lidstaat waarin de werkgever gevestigd is. Ook dient er sprake te zijnvan een concrete vacature alvorens een werkgever een werknemer uit eenderde land kan werven. Daarnaast kunnen lidstaten werkgevers uitsluitenvan deelname aan het platform. Verder wordt expliciet genoemd dat deDetacheringsrichtlijn en de relevante jurisprudentie nageleefd dienen teworden, waaronder de voorwaarde van legale en gewoonlijke tewerk-stelling in de zendende lidstaat. Ook is er een evaluatiebepalingopgenomen die stelt dat in de rapporten van de Commissie over detoepassing van de verordening specifiek aandacht besteed moet wordenaan: de doeltreffendheid bij aanpakken van tekorten in deelnemendelidstaten, de doeltreffendheid van het aanwervingsproces, o.a. wat betrefthet waarborgen van eerlijke aanwervingspraktijken, en het respecterenvan eerlijke en rechtvaardige arbeidsvoorwaarden.Tegelijkertijd blijft mogelijk dat derdelanders die via het online portaalworden gerekruteerd na werving op grond van het vrij verkeer vandiensten onmiddellijk kunnen worden gedetacheerd naar een andere(niet-deelnemende) lidstaat, omdat oneigenlijke detachering vanderdelanders niet is uitgesloten in de compromistekst. Van demogelijkheid onmiddellijk te detacheren naar een andere lidstaat wordt inde huidige situatie ook al gebruikt gemaakt, het voorliggende voorstelverandert hier niets aan. Het kabinet heeft er daarom aanvullend opingezet om additionele waarborgen op te nemen om de mogelijkheden totoneigenlijke detachering van derdelanders in de specifieke context van deEU-Talentenpool tegen te gaan, en hiertoe verschillende voorstellengedaan. Voor deze voorstellen bestond echter onvoldoende steun in deRaad.Het kabinet is van mening dat het onwenselijk is dat onder de definitie van«werkgever» in het voorstel ook intermediairs en uitzendbureaus vallen.Het doel van het voorstel is om tekorten op de arbeidsmarkt in de EU aante pakken. Een werkgever weet het beste welk personeel nodig is voor zijnof haar eigen bedrijf. De Talentpool biedt werkgevers een praktischinstrument om zelf personeel te vinden. In de praktijk is bovendiengebleken dat rekrutering door private intermediairs en uitzendbureausregelmatig tot situaties van uitbuiting en andere arbeidsmisstanden vanarbeidsmigranten heeft geleid. In de algemene oriëntatie is de definitievan «werkgever» opgesplitst in twee delen: enerzijds «deelnemendewerkgevers», en anderzijds «andere deelnemende entiteiten», waaronderwordt verstaan een private intermediair, een uitzendbureau of arbeids-marktbemiddelaar. Op basis van dit onderscheid is een aanvullendeclausule opgenomen waarin lidstaten zelf kunnen bepalen of zij privateintermediairs en uitzendbureaus toegang willen geven tot het platform.Dit is in beginsel positief, maar laat onverlet dat de mogelijkheid blijftbestaan dat private intermediairs en uitzendbureaus de Talentpool kunnenbenutten om derdelanders via detachering uit te zenden naar landen diedeze uitsluitingsclausule gebruiken.Het kabinet is tevens van mening dat er oog moet zijn voor de effecten opbeleidsterreinen zoals huisvesting, zorg, onderwijs, openbare orde enveiligheid, (irreguliere) migratie, terugkeer en overname. Daarbij is hetvan belang oog te hebben voor het brede welvaartsperspectief en grotemaatschappelijke en sociaaleconomische vraagstukken, waaronderintegratie en sociale cohesie. Het kabinet heeft tijdens de onderhande-lingen aandacht gevraagd voor het belang van een brede welvaartsbena-dering ten aanzien van arbeidsmigratie en zal dit blijven doen. Daarnaastheeft het kabinet aandacht gevraagd voor de risico’s van brain drain inlanden van herkomst. Hoewel deze notie niet is opgenomen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7514 algemene oriëntatie, heeft de Commissie hier in de overkoepelendeMededeling Talentmobiliteit aandacht voor.6Ook heeft het kabinet zich er voor ingezet dat werkgevers verantwoor-delijk blijven voor een goede, non-discriminatoire selectie van kandidatenen verificatie van cv’s en kwalificaties, alsmede de toelatingsvereistenvoor werk en verblijf. Deze werkgeversverantwoordelijkheid isopgenomen in de algemene oriëntatie. Tegelijkertijd is voorafgaandeinhoudelijke screening op kandidaten van buiten de EU niet opgenomenin de compromistekst. Volgens de Commissie zou screening van cv’s enkwalificaties van kandidaten buiten de EU buitensporige kosten met zichmeebrengen en valt screening van kwalificaties niet onder het toepas-singsgebied van de Verordening.Daarnaast heeft het kabinet ervoor gepleit dat op het platform specifiekeinformatie over de rechten en plichten van derdelanders verplicht wordtaangeboden. Ook deze inzet is overgenomen in de compromistekst. Dealgemene informatievoorziening wordt verplicht (en niet enkel op verzoek)gedeeld met werkzoekenden uit derde landen zodra er sprake is van eenmatch. De informatie wordt waar mogelijk gebaseerd op bestaandebronnen en middels automatisering verstrekt om administratieve lasten tebeperken.Samengevat is een aantal onderdelen van de Nederlandse inzetopgenomen in de algemene oriëntatie. Aan belangrijke onderdelen van deNederlandse inzet is echter, ondanks welwillendheid van het BelgischVoorzitterschap en het feit dat sommige lidstaten de zorgen vanNederland deelden, niet (voldoende) tegemoetgekomen. Gelet op deweging van de Nederlandse belangen op het vlak van het voorkomen vanmisstanden en oneigenlijke detachering van met name derdelanders,migratiesamenwerking en partnerschappen met landen van buiten deUnie, het krachtenveld en het uiteindelijke doel en reikwijdte van deVerordening, is het kabinet voornemens om zich te onthouden vanstemming.Tijdens de Radengroep van 30 mei jl. was er brede steun voor het voorstelonder de lidstaten. Een enkele lidstaat had, naast Nederland, nog geenpositie bepaald. Het Europees Parlement zal in haar nieuwe samenstellingeen standpunt bepalen. Daarna kunnen de trilogen beginnen. Het kabinetzal na de trilogen op basis van een eventueel voorlopig politiek akkoordopnieuw een weging maken en een standpunt bepalen. Ik zal uw Kamerinformeren over de voortgang van de onderhandelingen in de triloogindien daar concrete aanleiding toe is.Informatie over de Formele Raad WSBVC, onderdeel Werkgele-genheid en Sociaal Beleid, van 20 juni 2024In het nu volgende informeer ik u over de Formele Raad WSBVC,onderdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, van 20 juni 2024, waaraanik voornemens ben deel te nemen. De Formele Raad vindt plaats inLuxemburg.Agendapunt: algemene oriëntatie EU-voorstel Richtlijn gelijkebehandeling buiten arbeid (art. 19 VWEU) (COM, 2021, 762)Doel RaadsbehandelingBereiken van een algemene oriëntatie.6COM(2023) 715, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52023DC0715.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7515 Stand van zakenIn 2008 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd voor eenrichtlijn inzake gelijke behandeling buiten de arbeid, ongeacht godsdienstof levensovertuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid. Hetvoorstel, dat gebaseerd is op artikel 19 van het Verdrag betreffende deWerking van de Europese Unie (VWEU), schept een kader voor het verbodvan discriminatie op deze gronden. Het richtlijnvoorstel stamt uit 2008 enligt, ondanks meerdere pogingen om tot een akkoord te komen, vanwegede vereiste unanimiteit in de Raad vast door de blokkade van enkelelidstaten. Het voorzitterschap heeft het richtlijnvoorstel op 26 april jl. en inde week van 10 juni jl. geagendeerd in het Coreper-overleg om te bezienof de vereiste unanimiteit bereikt kon worden voor het doorgeleiden vanhet EU-richtlijnvoorstel naar de Raad. Op de Raad WSB van 7 mei jl. heeftde Raad een beleidsdebat over dit onderwerp gevoerd en bleek – ondankshet ontbreken van de vereiste unanimiteit – dat er een zeer brede roepwas om de richtlijn spoedig aan te nemen. Het voorzitterschap agendeerthet richtlijnvoorstel wederom in de hoop dat de unanimiteit op 20 juni a.s.wel bereikt kan worden.Inzet NederlandDit dossier valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zoals destijds aangegeven inhet BNC-fiche en de voortgangsrapportages in de Geannoteerde Agendasindsdien staat het kabinet positief ten aanzien van de totstandkomingvan een richtlijnvoorstel op dit gebied.7 Het kabinet hecht grote waardeaan de bescherming van fundamentele rechten, waaronder het recht opgelijke behandeling. Nederland heeft naar aanleiding van het oorspronke-lijke richtlijnvoorstel ingezet op verbetering van de rechtszekerheid vanhet voorstel door onduidelijkheden ten aanzien van reikwijdte enterminologie weg te nemen. Uitgangspunt daarbij was het voorkomenvan disproportionele financiële, praktische, juridische gevolgen. Eenaantal lidstaten deelde deze zorgen van Nederland destijds. Na besprekingin de Raadswerkgroep zijn deze zorgen weggenomen in de compromis-teksten die zijn gepubliceerd door de diverse EU-Voorzitterschappen.Nederland heeft vrijwel alle onderwerpen in de richtlijn al door middelvan nationale wetgeving geregeld. Sinds Nederland in 2016 hetVN-verdrag handicap heeft geratificeerd en tegelijk de Wet gelijkebehandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) heeftuitgebreid, worden voor Nederland geen verstrekkende gevolgen meerverwacht, indien er een akkoord zou worden bereikt over de richtlijn in dehuidige vorm.Tegelijkertijd gaat er een belangrijke signaalwerking uit van aanname vandeze richtlijn. De richtlijn helpt om discriminatie op godsdienst oflevensovertuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid tegen tegaan. Het kabinet is dan ook overtuigd van de toegevoegde waarde vandeze richtlijn en zal deze steunen.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementEen aantal lidstaten heeft nog steeds geen formele positie ingenomen,maar een substantiële groep lidstaten, waaronder Nederland, heeftaangegeven in te kunnen stemmen met tekst van het richtlijnvoorstelzoals ten laatste gepubliceerd door het Belgische EU-Voorzitterschap.87Kamerstukken I, 2008/9, 31 544, J/nr. 10, Kamerstukken II, 2022/23, 21 501-31, nr. 709.8ST 8616 2024 REV 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7516 Onduidelijk is of het doel van het Voorzitterschap om de vereisteunanimiteit te behalen haalbaar is, gezien het voorlopig ontbreken vansteun van enkele lidstaten. Het Voorzitterschap beoogt met het agenderenvan het richtlijnvoorstel transparantie over de posities van de EU-lidstatente bereiken en daarmee tot een akkoord te komen.De bedenkingen van enkele lidstaten spelen onder andere bij de discrimi-natiegronden leeftijd en handicap. Om deze zorgen te adresseren, heefthet Belgisch Voorzitterschap enkele tekstvoorstellen gedaan. Voor watbetreft de discriminatiegrond leeftijd is in de laatst gepubliceerdecompromistekst opgenomen dat leeftijdsonderscheid is toegestaan indienhet objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel en de middelenvoor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. Daaraan isnog toegevoegd dat dit toegang kan omvatten tot specifieke sociale engezondheidszorgdiensten of voordelen voor personen die tot specifiekeleeftijdsgroepen behoren. Tevens biedt de compromistekst de lidstateneen ruime vrijheid voor het inrichten van hun socialezekerheidsstelsels,waarbij de mogelijkheid om leeftijdsgrenzen te stellen aan de toegang totbepaalde regelingen expliciet is opgenomen. Verder biedt de compromis-tekst op het punt van financiële dienstverlening ruimte voor risicobeoor-deling in verband met leeftijd en gezondheid van personen. Op het gebiedvan de discriminatiegrond handicap heeft het Voorzitterschap duidelijkgemaakt dat deze richtlijn lidstaten geen aanvullende verplichtingenbovenop de bestaande verplichtingen uit het VN-verdrag handicap oplegt.Het kabinet verwelkomt deze toevoegingen en verduidelijkingen in hetrichtlijnvoorstel en hoopt dat deze voldoende zijn om de nog twijfelendelidstaten over de streep te trekken.Na het bereiken van een algemene oriëntatie wordt het richtlijnvoorstelter instemming aan het Europees Parlement voorgelegd.Agendapunt: algemene oriëntatie EU-voorstel Richtlijn EuropeseOndernemingsradenDoel RaadsbehandelingBereiken van een algemene oriëntatie op het EU-RichtlijnvoorstelEuropese Ondernemingsraden.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenOp 24 januari 2024 presenteerde de Europese Commissie een voorstelvoor een wijziging van de richtlijn inzake de instelling van een Europeseondernemingsraad (EOR). De Commissie streeft ernaar om met haarvoorstel de informatie aan en raadpleging van werknemers op Europeesniveau te verbeteren door tekortkomingen in de huidige EOR-richtlijn aante pakken. Onder Belgisch EU-voorzitterschap heeft de RaadswerkgroepSociale Vraagstukken het richtlijnvoorstel behandeld.Inzet NederlandIk ben voornemens om namens Nederland in te stemmen met dealgemene oriëntatie. De kabinetsinzet zoals geformuleerd in het BNC-fichewordt goed gereflecteerd in het onderhandelingsresultaat. Zoalstoegelicht in het BNC-fiche onderschrijft het kabinet de doelstelling vanhet voorstel. Alleen met medebetrokkenheid van werknemers enwerkgevers kunnen de veranderingen in de wereld van het werk in goedebanen geleid worden. Ik ben tevreden dat EOR’s middels een inspannings-verplichting zullen inzetten om een betere man/vrouw balans aan tebrengen in de EOR. Daarnaast worden er in het onderhandelingsresultaatTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7517 normen gesteld ten aanzien van informatievoorziening en raadpleging enzijn de boetebepalingen in lijn gebracht met de Nederlandse inzet. Ook isde kabinetsinzet ten aanzien van het opheffen van uitzonderingspositiesvan EOR die zijn opgericht vóór september 1996 bereikt. Met degenoemde bepalingen wordt bijgedragen aan een gelijk speelveld binnende Unie.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kan de algemene oriëntatie op rekenen op steun vaneen gekwalificeerde meerderheid van lidstaten.De EP-Commissie Werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) heeft3 april jl. haar positie bepaald op het richtlijnvoorstel.9 Het rapport isechter nog niet in plenaire zitting van het Parlement behandeld en zaldaarom in nieuwe samenstelling van het EP worden behandeld na deEuropese Parlementsverkiezingen.Agendapunt: voortgangsrapportage EU-voorstel Richtlijn Kwali-teitsraamwerk TraineeshipsDoel RaadsbehandelingHet Belgisch voorzitterschap heeft een voortgangsrapportage van hetEU-voorstel Richtlijn Kwaliteitsraamwerk Traineeships geagendeerd in deRaad ten behoeve van het bespreken van de laatste stand van de lopendeonderhandelingen met de lidstaten. Er is geen besluitvorming verwacht.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenOp 20 maart 2024 heeft de Europese Commissie (Commissie) een pakketaan voorstellen gepubliceerd om de kwaliteit van stages/traineeshipsbinnen de Europese Unie (EU) te verbeteren. Dit pakket bestaat uit eenvoorstel voor een richtlijn en een voorstel voor een herziening van deRaadsaanbeveling inzake een versterkte kwaliteitskader voor stages(Quality Framework for Traineeships) uit 2014. Over de inhoud enkabinetsappreciatie heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd in hetBNC-fiche10.De Commissie omschrijft een traineeship in de voorgestelde richtlijn alseen beperkte periode van werk die tevens een aanzienlijk leer- enopleidingscomponent omvat, en welke wordt ondernomen om praktischeen professionele ervaring op te doen met het oog op het verbeteren vande inzetbaarheid en het vergemakkelijken van de overgang naar eenreguliere baan of beroep.Concreet bestaat het richtlijnvoorstel uit een drietal elementen. Ten eerstericht het voorstel zich op het non-discriminatiebeginsel. Ten tweede wil deCommissie tegengaan dat trainees, leerwerkstudenten en bbl-stagiairsworden ingezet als het in feite regulier werk betreft. Ten derde dienentrainees, leerwerkstudenten en bbl-stagiairs in de gelegenheid te wordengesteld om op te kunnen komen voor hun rechten, indien gewenst metbehulp van werknemersvertegenwoordigingen.9https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20240402IPR20104/european-works-councils-need-for-more-effective-enforcement-and-functioning10Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3933.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7518 Tijdpad onderhandelingenBegin april heeft de Commissie aan de hand van een impactanalyse hetpakket toegelicht in de Raadswerkgroep. Tijdens het Belgisch Voorzitter-schap heeft een aantal besprekingen plaatsgevonden. De eerstvolgendebespreking zal tijdens het inkomend Hongaars Voorzitterschapplaatsvinden.Inzet NederlandHet kabinet verwelkomt de doelstelling van het pakket om de positie vanstagairs te verbeteren. In Nederland ontvangen trainees, leerwerkstu-denten en bbl-stagiars vanwege hun arbeidsovereenkomst reeds dezelfdebescherming als reguliere werknemers. Wel gelden enkele uitzonderingenvoor bbl-stagiars op de ketenbepaling en het wettelijk minimumjeugdloonen zijn er afwijkingen voor arbeidsvoorwaarden bij cao mogelijk. Ook watbetreft de afdwingbaarheid van rechten en het handhavingsaspect, is hetkabinet van oordeel dat deze elementen van het voorstel in Nederlandreeds goed zijn geborgd. Daarom heeft Nederland in de eerste bespre-kingen benadrukt dat de tekst van de richtlijn voldoende ruimte moetbieden aan lidstaten om de beoogde doelen in te vullen op een manier diebinnen de nationale kaders past.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementDe eerste Raadswerkgroepen waren verkennend van aard. Hoewel hetovergrote deel van de lidstaten het doel van het richtlijnvoorstel onder-schrijft, zijn er door lidstaten in de Raadsgroepen verschillende vragengesteld over de inhoud van het voorstel.Lidstaten vragen onder meer omverduidelijking van de voorgestelde definities, reikwijdte en mogelijkheidtot uitzonderingen in de nationale context. Een aantal lidstaten vraagtaandacht voor de compatibiliteit van het voorstel met bestaande nationalestelsels, ook voor wat betreft het handhavingsaspect.Met het voorgestelde pakket geeft de Commissie gehoor aan een resolutievan het Europees Parlement11, waarin de Commissie werd verzocht deRaadsaanbeveling uit 2014 te actualiseren en te versterken en er eenkrachtiger instrument van te maken. Het Europees Parlement zal innieuwe samenstelling een positie innemen t.a.v. het richtlijnvoorstel. Ophet moment van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda is noggeen rapporteur aangesteld.Agendapunt: voortgangsrapportage EU-voorstel Raadsaanbe-veling Kwaliteitsraamwerk TraineeshipsDoel RaadsbehandelingHet Belgisch Voorzitterschap heeft de voortgangsrapportage over hetEU-voorstel Raadsaanbeveling Kwaliteitsraamwerk Traineeshipsgeagendeerd in de Raad. Er is geen besluitvorming voorzien.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenDe Raadsaanbeveling maakt eveneens onderdeel uit van het pakket aanvoorstellen gepubliceerd om de kwaliteit van stages/traineeships binnende Europese Unie (EU) te verbeteren. Over de inhoud en kabinetsappre-11https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2023-0239_EN.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7519 ciatie heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd in het eerdergenoemdeBNC-fiche12.Het voorstel voor de Raadsaanbeveling betreffende een versterktkwaliteitskader voor stages herziet de eerdere aanbeveling uit 2014 en zietop alle soorten stages, ongeacht de aanwezigheid van een arbeidsover-eenkomst. Het voorstel poogt de kwaliteit van alle stages binnen de EU teverbeteren. De Raadsaanbeveling bestaat uit vrijwillige richtsnoeren voorlidstaten waar een stage aan zou kunnen voldoen, om de overgang vanonderwijs, werkloosheid of inactiviteit naar werk te vergemakkelijken.Tijdpad onderhandelingenBegin april heeft de Commissie aan de hand van een impactanalyse hetpakket toegelicht in de Raadswerkgroep. Tijdens het Belgisch Voorzitter-schap heeft een aantal besprekingen plaatsgevonden en de eerstvolgendebespreking zal tijdens het inkomend Hongaars Voorzitterschap zijn.Inzet NederlandHet kabinet verwelkomt de doelstelling van het pakket om de positie vanstagairs en de kwaliteit van stages te verbeteren. De Raadsaanbevelingbevat vrijwillige richtsnoeren waar een stage aan zou kunnen voldoen. DeRaadsaanbeveling kan daarmee bijdragen aan eerlijkere en inclusieverestages in de EU. De elementen in de aanbeveling komen grotendeelsovereen met het Nederlandse beleid.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementTijdens de eerste Raadswerkgroepen hebben veel lidstaten het doel vande aanbeveling onderschreven. Wel hebben lidstaten nog vragen over dedefinities, reikwijdte en hoe de Raadsaanbeveling en de bovengenoemderichtlijn zich tot elkaar verhouden. Veel lidstaten benoemen demeerwaarde van de bespreking van het richtlijnvoorstel en Raadsaanbe-veling als pakket.Met het voorgestelde pakket geeft de Commissie gehoor aan een resolutievan het Europees Parlement (EP)13, waarin de Commissie werd verzochtde Raadsaanbeveling uit 2014 te actualiseren en te versterken en er eenkrachtiger instrument van te maken. Het EP heeft ten aanzien van deRaadsaanbeveling geen rol.Agendapunt: Beleidsdebat sociale dimensie van de interne marktDoel RaadsbehandelingHet Belgisch Voorzitterschap organiseert een beleidsdebat over hetrapport dat de voormalig Italiaanse premier, Enrico Letta, op 18 april jl.heeft gepubliceerd over de toekomst van de interne markt14. Eén van dethema’s waar Letta zich op richt is de sociale dimensie van de internemarkt. Naar verwachting beoogt het Voorzitterschap dat de leden van deRaad zich uitspreken over de aanbevelingen van Letta op dit thema.12Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3933.13https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2023-0239_EN.html14https://www.consilium.europa.eu/media/ny3j24sm/much-more-than-a-market-report-by-enrico-letta.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75110 InhoudOp het moment van schrijven van de Geannoteerde Agenda zijn er noggeen stukken gepubliceerd voor het beleidsdebat.Het doel van het rapport is om een zo concreet mogelijke bijdrage televeren aan de werkprogramma’s van de nieuwe Europese Commissie, deStrategische Agenda van de Europese Raad van Regeringsleiders en hetaangekondigde rapport van Mario Draghi over de toekomst van hetEuropese concurrentievermogen. Uw Kamer ontving op 8 mei jl. eenkabinetsappreciatie van dit rapport.15 Letta doet in zijn rapport, getiteld«Much more than a market», aanbevelingen over een uiteenlopend aantalbeleidsterreinen om de Europese interne markt te versterken.Letta stelt in zijn rapport onder meer dat nog te veel mensen niet kunnenprofiteren van de voordelen van de interne markt en dat er daarom meermoet gebeuren om opwaartse sociaaleconomische convergentie binnende EU te bevorderen. Letta benadrukt daarnaast dat een goed functione-rende en eerlijke interne markt hand in hand gaan en dat aandacht voorde sociale dimensie van de interne markt cruciaal is voor sociale cohesieen het waarborgen van het draagvlak voor de interne markt. In dat kaderbeveelt hij onder meer aan om de Europese Arbeidsautoriteit (hierna:ELA) te versterken en het juridisch kader rondom detachering vanderdelanders te verduidelijken.Inzet NLZoals aangegeven in de kabinetsappreciatie heeft het kabinet eenpositieve grondhouding ten opzichte van het wegnemen van ongerecht-vaardigde belemmeringen op de interne markt. Daarbij onderschrijft hetkabinet dat het tegengaan van «social dumping» en het bevorderen vaneen gelijk speelveld belangrijke voorwaarden zijn om ervoor te zorgen datiedereen de vruchten kan plukken van de interne markt. Maatregelen opEuropees niveau en adequate handhaving moeten garanderen dat opinnovatie en kwaliteit wordt geconcurreerd en niet op arbeidsvoor-waarden, arbeidsomstandigheden en het beschermingsniveau vanwerknemers. Dit draagt bij aan opwaartse sociaaleconomische conver-gentie en een gelijker speelveld. Het kabinet verwelkomt daarom deaanbevelingen van Letta om de ELA te versterken en het juridisch kaderrondom de detachering van derdelanders te verduidelijken. Dezeaanbevelingen sluiten goed aan bij de Nederlandse inzet voor deaankomende Commissie op het sociale- en werkgelegenheidsterrein zoalseerder gedeeld met uw Kamer16, waar ik bij eerdere bijeenkomstenconsequent aandacht voor heb gevraagd. Het kabinet onderschrijft dat deELA een belangrijke rol vervult in het bevorderen van eerlijke arbeidsmo-biliteit en het versterken van de grensoverschrijdende handhaving.Tijdens het beleidsdebat zal ik dan ook mijn steun uitspreken voor dezeaanbeveling en de Nederlandse prioriteiten rondom versterking van hetmandaat van de ELA benadrukken.Daarnaast zal ik tijdens het beleidsdebat benadrukken dat ik de aanbe-veling van Letta om het juridische kader rond de detachering vanderdelanders te verduidelijken omarm. In lijn met de appreciatie op hetAdviesrapport «Geen derderangsburgers. De risico’s voor gedetacheerdearbeidsmigranten en de Nederlandse samenleving» van de AdviesraadMigratie17 zal ik het beleidsdebat benutten om het belang te benadrukken15Bijlage bij Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-30, nr. 60316Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 732.17Kamerstukken II, 2023/24, 29 861, nr. 124.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75111 van het verduidelijken en concretiseren van concepten uit de jurispru-dentie over de detachering van derdelanders in bijvoorbeeld richtsnoerenof een separate richtlijn.De Commissie is door de Europese Raad voor Regeringsleiders gevraagdom uiterlijk in juni 2025 een Horizontale Interne Markt Strategie op testellen.18 Ik zal er tijdens het beleidsdebat voor pleiten dat aandacht voorde sociale dimensie van de interne markt moet worden geborgd in zoweldeze horizontale strategie, alsook als terugkerend thema in de bespre-kingen die plaatsvinden in de Raad WSB.Agendapunt: Lentepakket Europees Semestera) Presentatie door de Europese Commissie Doel RaadsbehandelingPresentatie van het Lentepakket Europees Semester.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenOp 19 juni 2024 publiceert de Europese Commissie het Lentepakket. HetLentepakket bestaat uit landenrapporten met een analyse van heteconomisch beleid van lidstaten, voorstellen voor landspecifiekeaanbevelingen (LSA’s), een overkoepelende mededeling over de coördi-natie van het economische beleid in de EU, de uitkomsten van dejaarlijkse diepteonderzoeken naar macro-economische onevenwichtig-heden en verschillende documenten in het kader van de implementatievan het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Tijdens de Raad WSB zal depresentatie van de Europese Commissie zich naar verwachting richten opde ontwikkelingen op sociaal en werkgelegenheidsterrein.Inzet NederlandIk zal de presentatie van het Lentekabinet door de Europese Commissieaanhoren. De inhoud van het Lentepakket is op het moment van opstellenvan deze Geannoteerde Agenda nog niet bekend. Na publicatie van hetLentepakket zal het kabinet zich hierover buigen en uw Kamer hieroverinformeren.b) Opinie van het Werkgelegenheidscomité (EMCO) en het Sociaalbeschermingscomité (SPC) over het Raamwerk voor Socialeconvergentie (of Social Convergence Framework, SCF) Doel RaadsbehandelingBekrachtiging opinie.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenTijdens de Raad WSB van juni 2023 heeft de Raad hoofdboodschappenvan EMCO en SPC aangenomen over het Raamwerk voor Socialeconvergentie (SCF). In dit document stond dat het SCF de mogelijkheidzou kunnen bieden om binnen de jaarlijkse Semestercyclus op meerdiepgaande en gestructureerde wijze uitdagingen te identificeren dieopwaartse sociale convergentie zouden kunnen belemmeren19. In hetbeleidsdebat dat hierop volgde heb ik namens Nederland ingebracht dat18https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-12-2024-INIT/en/pdf19Kamerstukken II, 2022–23, 21 501-31, nr. 709.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75112 ik het belang van opwaartse sociaaleconomische convergentie onder-schrijf en aandacht voor werkgelegenheid en sociale aspecten binnen hetSemester verwelkom. Daarnaast heb ik benadrukt dat er bij de uitwerkingvan een eventueel SCF goed gekeken moet worden naar de toegevoegdewaarde ervan in aanvulling op bestaande Semesterprocessen en-instrumenten, en dat er oog moet zijn voor het beperken van deadministratieve lasten20.Het Zweedse voorzitterschap concludeerde destijds uit het beleidsdebatdat er geen formeel besluit kon volgen en dat eventuele vervolgstappenaan het inkomende Spaanse voorzitterschap waren. Onder de Spaanse enBelgische Voorzitterschappen is in ambtelijke werkgroepen gewerkt meteen pilot om de meerwaarde van het SCF nader te verkennen. Sinds deafronding van deze verkenning, werken het Werkgelegenheidscomité enhet Sociaal beschermingscomité aan een opinie over dit onderwerp.In de pilot zijn enkele lidstaten, waar de risico’s voor opwaartse conver-gentie zijn geïdentificeerd gebaseerd op het Sociale Scoreboard, nadergeanalyseerd. Nederland maakte geen onderdeel uit van de geanaly-seerde lidstaten. Naar verwachting zal de opinie reflecteren op degeleerde lessen over de uitgevoerde pilot. Daarnaast zal de opinieEU-brede uitdagingen opsommen voor arbeidsmarkten, onderwijs-enopleidingsstelsels, en op het gebied van sociale bescherming en inclusie.Op het moment van het opstellen van de Geannoteerde Agenda werkenEMCO en SPC nog aan een concept-opinie.Inzet NederlandIk onderschrijf het belang van opwaartse sociaaleconomische conver-gentie. Beter inzicht krijgen in belemmeringen voor opwaartse sociaaleco-nomische convergentie kan handvatten geven voor het ontwikkelen vanbeleid dat bijdraagt aan meer werkgelegenheid, betere banen en hogereproductiviteit. Dit kan tevens bijdragen aan een gelijker speelveld binnende interne markt. Daarom hecht ik waarde aan voldoende aandacht voorwerkgelegenheid en sociale aspecten binnen het Semester. Het kabinetheeft derhalve een positieve grondhouding over de opinie waarbij ik goedzal blijven kijken naar de toegevoegde waarde van het SCF als aanvullingop bestaande Semesterprocessen en -instrumenten, evenals het beperkenvan de administratieve lasten.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementHet SCF kan op steun van verschillende lidstaten rekenen. Er zijn ookenkele lidstaten die zich meer terughoudend opstellen voor wat betreft detoegevoegde waarde van het SCF. Het Europees Parlement heeft geen rol.Agendapunt: aanname kernboodschappen over de uitvoering vande aanbeveling over de integratie van langdurig werklozen op dearbeidsmarktDoel RaadsbehandelingAanname van de kernboodschappen van het Werkgelegenheidscomité(Employment Committee, EMCO).20Kamerstukken II, 2023–23, 21 501-31, BG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75113 Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Belgisch Voorzitterschap presenteert de kernboodschappen van hetWerkgelegenheidscomité over de uitvoering van de aanbeveling van deRaad over de integratie van langdurig werklozen, die in 2015 met uwKamer is besproken21 en in 2016 is aangenomen22.De Raadaanbeveling stelt een aantal niet-bindende maatregelen voor omlidstaten te helpen in hun aanpak van langdurige werkloosheid23. Deaanbevolen maatregelen sluiten aan op de Nederlandse aanpak en gaanover het verbeteren van deze beleidsmaatregelen:i.Het bevorderen van het inschrijvingsproces van werklozen bij eenarbeidsbemiddelingsbureau;ii.Het aanwijzen van één contactpunt voor langdurig werklozen;iii.Het in kaart brengen van de individuele mogelijkheden tot het vindenvan werk en (opleidings-)behoeften in de eerste 18 maanden vanwerkloosheid; eniv.Het opstellen van een arbeidsintegratieovereenkomst met daarin eenplan voor het gezamenlijk vinden van een baan, na 18 maandenwerkloosheid.De voorliggende kernboodschappen bestaan uit horizontale en landspeci-fieke conclusies. Het Werkgelegenheidscomité constateert in EU-brede zindat er op alle fronten en in nagenoeg alle lidstaten stappen zijn gezet omde aanbevelingen uit te werken. Als aandachtspunten wijst het comiténaar de noodzaak om persoonlijk contact te behouden – in het bijzondervoor mensen met beperkte digitale vaardigheden. Ook wijst het comité ophet belang van nauwere samenwerking tussen publieke diensten en lokalestakeholders, bijvoorbeeld om meer te netwerken en meer data te delen.De conclusie over het Nederlands beleid is dat de vier genoemdegebieden van de aanbeveling goed ontwikkeld zijn. Ook wordt Nederlandgeprezen om de continue verdere verbetering van de samenwerkingtussen diensten om ervoor te zorgen dat werkzoekenden altijd eenstartpunt in hun regio hebben. Als kanttekening wordt opgemerkt datNederland meer maatwerk zou kunnen aanbieden, evenals een sterkeresamenwerking met lokale belanghebbenden, werkgevers en maatschap-pelijke organisaties.Inzet NederlandIk acht het positief dat de problematiek van (langdurige) werkloosheid ookin EU-verband besproken wordt, gelet op de urgentie van het onderwerp.Ik kan me goed vinden in de conclusies van het Werkgelegenheidscomité.Ik ben derhalve voornemens om in te stemmen met de Hoofdbood-schappen.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met deze Hoofdbood-schappen. Er is geen rol voor het Europees Parlement.21Kamerstukken II, 2015–2016, 21 501-31, nr. 38622https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex%3A32016H0220%2801%2923De Raadsaanbeveling definieert als «langdurig werkloos» mensen zonder betaalde functie diemeer dan 12 maanden aaneengesloten werk zoeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75114 Agendapunt: aanname hoofdboodschappen met betrekking tothet Pensioentoereikendheidsrapport van de Europese CommissieDoel RaadsbehandelingAanname van de hoofdboodschappen.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Pensioentoereikendheidsrapport (Pension Adequacy Report) voor2024 is opgesteld door de het Sociaal Beschermingscomité (SPC) en deEuropese Commissie. Dit is de vijfde editie van het rapport, dat om dedrie jaar wordt opgesteld. In het rapport wordt geanalyseerd in hoeverrede pensioenstelsels in de EU-lidstaten zorgen voor een adequaat inkomenbij pensionering, voor nu en in de toekomst. In het rapport wordt ookgekeken naar de relatie met pensioenhervormingen en de invloed vanhuidige of toekomstige uitdagingen.De drie jaar voorafgaand aan de huidige editie van het rapport werdengekenmerkt door een aantal buitengewone uitdagingen waarmee de EU isgeconfronteerd en die effect hebben (gehad) op de toereikendheid vanpensioenen. Naast de demografische ontwikkelingen en de veranderingenin de wereld van werk gaat het om de COVID-19-pandemie en de daaropvolgende periode van hoge inflatie, en stijgende energiekosten als gevolgvan de Russische inval in Oekraïne.De hoofdboodschappen van het rapport benoemen onder meer dat hethuidige beeld is dat de toereikendheid van pensioenen tussen lidstaten entussen groepen verschilt, met een toegenomen risico op armoede ensociale uitsluiting onder ouderen in de EU sinds 2019. Lidstaten nemenverdere stappen om de toereikendheid te waarborgen, maar de toekom-stige toereikendheid van pensioenen blijft onder druk staan. Pensioen-stelsels beschermen mensen die dat nodig hebben, maar er zijn nogsteeds verschillen. Zo worden bijvoorbeeld loopbaanonderbrekingen nietaltijd in gelijke mate beschermd door pensioenstelsels. Aanhoudendeongelijkheid, zoals de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen, stelt hetpensioenbeleid voor uitdagingen. Wel toonden Europese pensioenstelselsveerkracht in tijden van crisis.Met het oog op deze hoofdboodschappen concluderen het SPC en deEuropese Commissie dat de inspanningen voor de implementatie van deEuropese pijler van sociale rechten moeten worden voortgezet. Inclusieveen robuuste arbeidsmarkten zijn van cruciaal belang voor het behoud vantoereikende pensioenen in een vergrijzende samenleving.Inzet NederlandNederland kan instemmen met de hoofdboodschappen. Nederlandherkent zich in de hoofdboodschappen en onderschrijft het belang vaneen adequaat inkomen bij pensionering, voor nu en in de toekomst.Structurele uitdagingen die verband houden met demografischeontwikkelingen en de veranderende arbeidsmarkt hebben invloed op detoereikendheid van pensioenen. Dit vereist voortdurende observatie enanalyse. Ook onderschrijft Nederland dat inclusieve robuuste arbeids-markten essentieel zijn voor het behoud van toereikende pensioenen ineen vergrijzende samenleving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75115 Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de hoofdbood-schappen. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Agendapunt: aanname Raadsconclusies over de toereikendheidvan de pensioenenDoel RaadsbehandelingAanname van Raadsconclusies.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Belgisch voorzitterschap heeft conclusies opgesteld bij het eerderge-noemde Pensioentoereikendheidsrapport (Pension Adequacy Report) van2024.In de Raadsconclusies staan onder meer de hoofdboodschappen van het2024 Pension Adequacy Report. Deze benoemen, onder andere, dat hetrisico op armoede en sociale uitsluiting onder ouderen in de EU blijfttoenemen. Daarbij gaat het om relatieve inkomensarmoede. Het risicodaarop is hoger op gevorderde leeftijd, vooral voor vrouwen. Volgens deprognoses zal het aantal werkenden dat een bijdrage levert aan depensioenopbouw in de meeste lidstaten de komende vier decennia dalen.Sociaaleconomische ongelijkheden in levensverwachting vormen eenuitdaging voor het pensioenbeleid. Pensioenstelsels zouden daarommogelijk moeten worden aangepast aan de diversiteit van loopbaanpro-fielen om ongelijkheid te voorkomen.De Raadsconclusies bieden de lidstaten handvatten om beleid teontwikkelen waarmee maatregelen om gepensioneerden, in het bijzonderdiegene met een laag inkomen, worden beschermd tegen hogere kostenvan levensonderhoud. Er wordt herbevestigd dat hervormingen nodigzullen zijn om de toereikendheid van pensioenen in een vergrijzendesamenleving te ondersteunen. Dit kan onder meer door verbetering vande arbeidsmarktparticipatie, de toegang tot en de bijdragen aan socialebeschermingsstelsels, en de verbetering van de toegang tothoogwaardige en betaalbare gezondheidszorg en langdurige zorg. DeRaadsconclusies benadrukken dat de toereikendheid van pensioenen ende budgettaire houdbaarheid van pensioenstelsels onlosmakelijk metelkaar verbonden beleidsdoelstellingen zijn, die een geïntegreerde reactieop de uitdaging van vergrijzing vergen.Inzet NederlandNederland kan instemmen met de Raadsconclusies. Nederland herkentzich in de Raadsconclusies en onderschrijft dat het waarborgen vantoereikende pensioenen van cruciaal belang is om het welzijn van debevolking te ondersteunen. Hierbij is toekomstgerichte analyse van detoereikendheid van pensioenen van belang, met aandacht voorverdelingsaspecten.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de conclusies. Eris geen rol voor het Europees Parlement.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75116 Agendapunt: bekrachtiging La Hulpe Verklaring over de toekomstvan de Europese pijler van sociale rechtenDoel RaadsbehandelingBekrachtiging van de Verklaring.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenOp de interinstitutionele conferentie in Terhulpen (in het Frans: La Hulpe)op 15 en 16 april hebben 25 lidstaten, de Europese Commissie, hetEuropees Parlement, de Europese vakbonden en het maatschappelijkmiddenveld de La Hulpe Verklaring over de toekomst van de Europesepijler van sociale rechten ondertekend. Met de agendering beoogt hetBelgisch Voorzitterschap de Verklaring door de Raad WSB te latenbekrachtigen.Inzet NederlandUw Kamer is per brief geïnformeerd over de Nederlandse inzet metbetrekking tot de interinstitutionele conferentie en Verklaring vanLa Hulpe.24 Samengevat benoemt de Verklaring dat de Europese pijlervoor sociale rechten – op 17 november 2017 vastgesteld door de Europesestaatshoofden en regeringsleiders, de Europese Commissie en hetEuropees Parlement – functioneert als het kompas bij het adresseren vangemeenschappelijke werkgelegenheids-, vaardigheden- en socialeuitdagingen, en het bevorderen van opwaartse convergentie van woon-en werkomstandigheden tussen de lidstaten. Vervolgens noemt deverklaring een reeks thema’s en onderwerpen waar de komende legis-latuur van de EU aandacht aan kan besteden, onder andere in het licht vande groene en digitale transitie, demografische ontwikkelingen, arbeids-markttekorten, het concurrentievermogen van de Unie en geopolitiekespanningen.De Nederlandse prioriteiten voor de volgende legislatuur op sociaal- enwerkgelegenheidsterrein heb ik eerder gedeeld met uw Kamer.25 Dezeprioriteiten worden goed gereflecteerd in de verklaring van La Hulpe. Dezeprioriteiten heeft Nederland in de afgelopen periode actief ingebrachtmede met het oog op de totstandkoming van de verklaring, en ik heb daarde afgelopen periode zelf ook op verschillende momenten politiekaandacht voor gevraagd.De Verklaring benadrukt expliciet dat de respectievelijke bevoegdheden ende beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht moetenworden genomen. Ook dient rekening gehouden te worden met deverschillende sociaaleconomische contexten in de lidstaten, de diversiteitvan de nationale systemen en de rol en autonomie van sociale partners.Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor adequate implementatie,monitoring en handhaving van reeds overeengekomen initiatieven.Gelet op de inhoud van de Verklaring zoals hierboven uiteengezet en hetfeit dat Nederland de Verklaring reeds ondertekend heeft, ben ikvoornemens in te stemmen met de bekrachtiging van de Verklaring.24Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 732.25Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 746.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75117 Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kan de bekrachtiging van de Verklaring rekenen opbrede steun onder de lidstaten. Eén lidstaat heeft reeds aangegeven deVerklaring niet te kunnen steunen. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat deVerklaring niet bekrachtigd kan worden door de Raad WSB.Het Europees Parlement heeft de Verklaring medeondertekend.Agendapunt: aanname Raadsconclusies over de rol van socialeinvesteringen en hervormingen voor veerkrachtige economieënDoel RaadsbehandelingAanname van Raadsconclusies.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet vorige Spaanse Voorzitterschap en het huidige Belgische Voorzitter-schap zijn in september 2023 een gezamenlijk traject gestart over hetbelang van sociale investeringen. Dit heeft geresulteerd in een gezamen-lijke opinie van de Werkgelegenheids- en Sociale beschermingscomités,die in de Raad WSB van november 2023 is aangenomen26. Met deaanname van de opinie omarmden de lidstaten het belang van het voerenvan actief arbeidsmarktbeleid, onderwijs- en vaardighedenbeleid, enkinderopvangbeleid. Dit beleid kan op termijn economische groeiaanjagen en helpen om sociaaleconomisch beleidsdoelen te verwezen-lijken.Deze thematiek stond ook geagendeerd tijdens de ochtendsessie van eenECOFIN-Raad van maart 2024, waar ook Ministers van de Raad Werkgele-genheid en Sociaal Beleid aan deelnamen27. Tijdens een beleidsdebathebben zowel ECOFIN- als WSB-Ministers zich uitgesproken over hetbelang van sociale investeringen, gelet op de positieve sociale eneconomische effecten, het effect op het concurrentievermogen, en dehoudbaarheid van de overheidsfinanciën. Nederland heeft de meerwaardevan activerende arbeidsmarktmaatregelen, om-, her- en bijscholingsmaat-regelen en kinderopvangvoorzieningen onderstreept. Meerdere lidstatentoonden zich voorstander van het ontwikkelen van vrijwillige richt-snoeren28 waarmee sociale investeringen nader kunnen worden gedefi-nieerd. Tegelijkertijd gaf een aantal lidstaten expliciet aan tegenstander tezijn van Raadsconclusies over dit onderwerp. Aan de hand van dezediscussie heeft het Belgisch Voorzitterschap zich de afgelopen wekenberaad over het uitbrengen van Raadsconclusies over dit onderwerp. Dezestaan formeel op de agenda van 20 juni, maar er zal nog naderebespreking plaatsvinden of de Raadsconclusies inderdaad wordenvoorgelegd aan de Raad WSB.Inzet NederlandHet kabinet onderschrijft dat ambitieuze sociale investeringen kunnenbijdragen aan economische groei, hogere productiviteit en eenversterking van het concurrentievermogen, wat vervolgens kan bijdragenaan opwaartse sociaaleconomische convergentie, verbeterde schuldhoud-baarheid en maatschappelijke cohesie. Het kabinet erkent dat het nader26Kamerstukken II, 2023–24, 21 501-31, nrs. 726 en 731.27Kamerstukken II, 2023–24, 21 501-31, nrs. 739 en 743.28Zie ook het agendapunt over vrijwillige richtsnoeren voor het evalueren van sociale investe-ringen en hervormingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75118 definiëren van sociale investeringen nuttig kan zijn. In dat kader acht hetkabinet het van meerwaarde om het effect van sociale investeringen opschuldhoudbaarheid, productiviteit, inclusieve economische groei en hetconcurrentievermogen in kaart te brengen en goede voorbeelden uit tewisselen. Het kabinet zal daarbij goed kijken naar de toegevoegde waardevan de Raadsconclusies als aanvulling op bestaande processen eninstrumenten, evenals het beperken van de administratieve lasten.De Nederlandse positie zal worden afgezet tegen dit kader. In het geval denog af te ronden Raadsconclusies binnen dit kader blijven ben ikvoornemens om met de Raadsconclusies in te stemmen.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementDe verwachting is dat een groot deel van de lidstaten zich achter deRaadsconclusies kan scharen. Tegelijk is ook duidelijk dat enkele lidstaten(vooralsnog) geen voorstander zijn van het uitbrengen van Raadscon-clusies over dit onderwerp. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Agendapunt: aanname Gemeenschappelijke vrijwilligeEU-richtsnoeren om het economische rendement van socialeinvesteringen te beoordelenDoel RaadsbehandelingAanname.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Belgisch Voorzitterschap constateerde tijdens de voorbereidingen ophet beleidsdebat van de Raad van maart 2024 dat er sprake is vanverschillen in de mate waarin lidstaten gebruik maken van geschiktemonitoring- en evaluatiesystemen om het economische rendement vansociale investeringen te beoordelen en dat de beschikbaarheid vangedetailleerde, robuuste en toegankelijke gegevens per lidstaat varieert.Het Belgisch Voorzitterschap stelde dat deze elementen essentieel zijn omde efficiëntie en effectiviteit van sociale hervormingen en investeringen tevolgen.Experts van zowel het Belgisch Voorzitterschap als de EuropeseCommissie hebben vervolgens gewerkt aan een technische notitie. Insamenspraak met de werkgelegenheids- en sociale beschermingscomités– waar experts uit de lidstaten aan deelnemen – is de notitie uitgewerkt toteen vrijwillig instrument waar lidstaten naar eigen behoefte gebruik vankunnen maken.Deze notitie bestaat uit de opsomming van zes punten die nodig zijn voorhet opzetten en gebruiken van monitoring- en evaluatiesystemen engedetailleerde, robuuste en toegankelijke beleidsdata, inclusief praktischevoorbeelden:i.Kennis van welke methodologie het meest geschikt is voor afzonder-lijke beleidsvraagstukken;ii.Keuzes in de tijdigheid en tijdspan bij het verzamelen van beleidsdataen de uitvoering van de evaluatie;iii.Rekening houden met synergiën en raakvlakken tussen verschillendebeleidsmaatregelen;iv.Beschikbaarheid van zinvolle indicatoren;v.Infrastructuur die de toegang tot beleidsgegevens borgt; envi.Kwaliteitscontroles voor de duiding van de belangrijkste boodschap-pen uit onderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75119 Inzet NederlandHet kabinet onderschrijft het belang van kwalitatief hoogwaardigemonitoring- en evaluatiesystemen en gedetailleerde, robuuste entoegankelijke beleidsdata om het economische rendement van socialeinvesteringen te beoordelen. De duiding van evaluaties die hieruitvoortvloeien zijn nuttig om beleidskeuzes te maken of waar nodig lopendbeleid bij te sturen. Ik verwelkom daarom de vrijwillige richtsnoeren.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementDe verwachting is dat alle de lidstaten instemmen met de aanname vande vrijwillige richtsnoeren. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Overige informatieInstemming Richtlijn verbetering arbeidsvoorwaarden bijplatformwerk (COM(2021) 762)In het Verslag van de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleidvan 11 en 12 maart jl.29 informeerde ik uw Kamer over het voorlopigakkoord op de Richtlijn verbetering van arbeidsvoorwaarden bijplatformwerk. In dit verslag informeerde ik uw Kamer ook over hetvervolgproces. Het Europees Parlement heeft op 24 april jl. in eerste lezingingestemd met het voorlopig akkoord. De vertalingen van de richtlijntekstin alle officiële talen van de EU zijn onlangs beschikbaar gekomen enworden op 17 juni a.s. behandeld in de juristen-linguïstengroep. Het isniet gebruikelijk in deze fase nog inhoudelijke wijzigingen voor te stellen.Het Europees Parlement zal na de Europese verkiezingen in nieuwesamenstelling stemmen over de definitieve tekst van de richtlijn. Nainstemming van het Europees Parlement wordt de richtlijn aan de Raadvoorgelegd voor formele goedkeuring. Na publicatie van de richtlijn in hetpublicatieblad van de EU en inwerkingtreding hebben lidstaten 2 jaar detijd voor implementatie. Conform de informatieafspraken zal het kabinetuw Kamer ook tijdens de implementatiefase regelmatig informeren.29Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 743Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75120

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a74d65f29baa46b9

14 okt 2026 · 6fade1c706185527

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.