Verkenning rapport Commissie Van Geel
Brontekst
Versie b8f39a5dc6af548d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 827Toekomst mediabeleidNr. 299 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 april 2024InleidingIn navolging op de toezegging in de brief op 26 oktober 20231 stuur ik uwKamer bijgevoegd de ambtelijke verkenning en analyse van het rapportvan de Commissie Van Geel. De bijgevoegde verkenning dient ertoe om –met inachtneming van de demissionaire status van het kabinet – een zogoed mogelijk onderbouwd gesprek met uw Kamer te voeren over detoekomstige inrichting van het publieke omroepbestel. Dit zodat delandelijke publieke omroep ook in de toekomst relevant kan blijven en zijnbelangrijke functie voor de samenleving kan blijven vervullen.Opbouw briefAllereest zal ik schetsen welke knelpunten het huidige publieke omroep-bestel kenmerken en tot welke situatie dit leidt bij ongewijzigd beleid.Vervolgens zal ik aangeven welke denkrichtingen er voortkomen uit hetrapport van de commissie Van Geel en de bijgevoegde ambtelijkeverkenning die deze knelpunten adresseren. Daarna zal ik beschrijvenwelke procesmatige aandachtspunten van belang zijn bij het nadenkenover inhoudelijke aanpassingen aan het publieke omroepbestel enwanneer dit in de tijd mogelijk is. Tenslotte zal ik terugkomen op eendrietal toezeggingen over de investeringsverplichting, de journalistiekecode en de kwartiermaker.Knelpunten huidig omroepbestelDe meest urgente knelpunten die het huidige omroepbestel kenmerkenzijn gerelateerd aan de wijze waarop erkenningen worden verleend. Zoalsbeschreven in de Mediawet 2008 krijgen omroepen steeds voor eenperiode van vijf jaar een erkenning om plaats te nemen in het landelijke1Kamerstukken II, 2023/24, 32 827, nr. 292. kst-32827-299ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 2991 publieke omroepbestel. Om na vijf jaar nieuw in het bestel te komen of inhet bestel te blijven, moet een nieuwe erkenningaanvraag wordeningediend. De huidige erkenningperiode loopt van 1 januari 2022 tot enmet 31 december 2026. Er kunnen maximaal zes omroeporganisatiestegelijkertijd een erkenning hebben, naast dat de mogelijkheid bestaatvoor nieuwe omroepen om een voorlopige erkenning te verkrijgen.Daarnaast zijn er twee taakomroepen die altijd deel uitmaken van hetbestel. Een omroeporganisatie kan een omroepvereniging zijn of eensamenwerkingsomroep die bestaat uit twee of meer omroepverenigingen.De volgende omroeporganisaties hebben een erkenning tot en met31 december 2026: BNNVARA, KRO-NCRV, VPRO-Human, AVROTROS-PowNed, MAX-WNL en de EO. Omroep Zwart en Ongehoord Nederlandhebben een voorlopige erkenning tot en met 31 december 2026. NOS enNTR zijn de twee taakomroepen.De volgende vier knelpunten zijn eerder geconstateerd en bestaan inrelatie tot het verlenen van erkenningen:1.Bij elke ronde van erkenningverleningen adviseren de Raad voorCultuur, het Commissariaat voor de Media en de NPO de bewindsper-soon over de ingediende erkenningaanvragen van omroeporganisa-ties. Twee van de drie adviseurs hebben bij eerdere beoordelingenvan de erkenningaanvragen van omroepen aangegeven dat debeoordelingscriteria in de huidige Mediawet 2008 onvoldoendehouvast bieden om een goede beoordeling mogelijk te maken. Hetligt voor de hand dat deze adviseurs bij een volgende beoordelingvan erkenningaanvragen tot dezelfde conclusie komen. Een deel vande adviezen die de onderbouwing vormt (welke omroeporganisatieom welke reden tot het bestel toetreedt of in het bestel blijft) zaldaardoor ontbreken. Dit komt de legitimiteit van het omroepbestelniet ten goede.2.In de praktijk blijkt het enige hanteerbare beoordelingscriterium opdit moment de ledenvereiste. In het licht van de teruglopenderelevantie van lidmaatschap in de Nederlandse samenleving blijkt hetvoor sommige omroepen steeds moeilijker om het in de wet vereisteledenaantal te halen. Het is een reële mogelijkheid dat een ofmeerdere bestaande omroepen bij een volgende erkenningaanvraagniet aan dit criterium voldoet. Kort door de bocht betekent dit dat hetrecht van een omroep om in het bestel te komen of te blijven enkelgebaseerd is op het aantal leden dat het op één specifiek momentaan zich heeft weten te binden. De maatschappelijke worteling enlegitimiteit van omroepen in het bestel staan hiermee onder druk. Hetis daarbij ook een belangrijke vraag of op deze manier de optelsomvan omroepen in het bestel in voldoende mate de samenleving en dedaarin heersende opvattingen weerspiegelt.3.Tegelijkertijd staat de beheersbaarheid van het publieke omroepbe-stel onder druk: op dit moment maken dertien omroepen deel uit vanhet bestel. Dit zijn zowel taakomroepen, omroepen met een voorlo-pige erkenning en omroeporganisaties die al dan niet verenigd zijn ineen samenwerkingsomroep. De kans is groot dat bij ongewijzigdbeleid de hoeveelheid omroepen in de volgende erkenningperiode zaltoenemen in de vorm van nieuwe omroepen met een voorlopigeerkenning. Dit komt de slagvaardigheid van het bestel als geheel nietten goede, omdat een grotere hoeveelheid organisaties leidt tot eenverdere versnippering van middelen en een ingewikkelder besluitvor-mingsproces.4.De wet gaat uit van het verlenen van een maximum van zeserkenningen aan individuele omroepen. De wet voorziet daarbij in demogelijkheid tot het samengaan van een of meerdere omroeporgani-saties in één samenwerkingsomroep. Zo zijn BNNVARA enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 2992 AVROTROS-PowNed beide een voorbeeld van een samenwerkings-omroep. De wijze waarop in de praktijk nu deze samenwerkingsom-roepen zijn vormgegeven strookt niet met de huidige Mediawet 2008en roept hiermee vragen op over de wijze waarop een volgendeerkenningverlening zou kunnen plaatsvinden. Zo zijn er vragenrondom de afvaardiging van omroepen in diverse mediawettelijkvastgelegde overleggen. Ook bestaat er onduidelijkheid over wat ergebeurt met een erkenning van een samenwerkingsomroep wanneeréén van de achterliggende omroepverenigingen het vereisteledenaantal niet haalt. Over de precieze punten waar de praktijkverschilt van de in de Mediawet 2008 opgenomen werkwijze is deKamer op een eerder moment geïnformeerd2.De situatie bij ongewijzigd beleidWanneer bovenstaande knelpunten niet worden geadresseerd doormiddel van het wijzigen van de Mediawet 2008, betekent dit dat eennieuwe ronde van het verlenen van erkenningen moet plaatsvindenconform de huidige systematiek. Dit zou mogelijk grote nadelen vooromroepen kunnen hebben die aanspraak willen maken op een erkenningvoor de nieuwe erkenningperiode. Er is een reële kans dat sommigebestaande omroepen het vereiste ledenaantal niet zullen halen.Bovendien dragen de problemen omtrent de samenwerkingsomroepenhet risico met zich mee dat de ene omroeporganisatie niet meer inaanmerking komt voor een erkenning wanneer de omroep waarmeesamengewerkt wordt het benodigde ledenaantal niet kan halen.Het rapport van de Commissie Van GeelHet bestaan van deze knelpunten is al langer bekend. De Commissie VanGeel is gevraagd om met oplossingen te komen voor deze knelpunten. Op25 september 2023 heeft de Commissie Van Geel zijn rapport gepubli-ceerd met daarin aanbevelingen om het publieke omroepbestel toekomst-bestendig te maken3. Het rapport wijst op de noodzaak te komen totfundamentele wijzigingen in het omroepbestel. De verkenning die bij dezeKamerbrief is bijgevoegd geeft een nadere duiding van dit rapport.Toegenomen urgentie aanpassingen publiek omroepbestelDe Commissie Van Geel benoemt in zijn rapport onder andere dat de rol-en taakverdeling tussen de externe toezichthouder het Commissariaatvoor de Media, NPO en omroepen en de verschillende gremia binnendeze organisaties onvoldoende helder is voor betrokken partijen in hethuidige stelsel. Het recent gepubliceerde rapport van de Commissie VanRijn over grensoverschrijdend gedrag bij de publieke omroep benoemtdaarbij specifiek de huidige taakverdeling tussen NPO en omroepen alsweeffout in het bestel die een cultuur in stand houdt die sneller totexcessen leidt. Het rapport stelt dat de wetgever aan zet is om hiervooreen oplossing te bieden. Zeker lettende op de voortvarendheid die ik vanandere partijen verwacht bij het aanpakken van de oorzaken die grens-overschrijdend gedrag in de hand werken, vind ik dat een vergelijkbarevoortvarendheid geboden is aan de kant van de wetgever.Inhoudelijke denkrichtingen op basis van de ambtelijke verkenningZoals de hierboven beschreven knelpunten en het rapport van deCommissie Van Geel laten zien, is het noodzakelijk na te denken over hoe2Kamerstukken II 2021/22, 32 827, nr. 240.3Kamerstukken II 2023/24, 32 827, nr.287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 2993 de Mediawet 2008 kan worden aangepast om het publieke omroepbestelte verbeteren. De bijgevoegde verkenning geeft – naar aanleiding van hetrapport van de Commissie Van Geel – goed weer welke fundamentelekeuzes er denkbaar zijn bij het herinrichten van het publieke omroepbestelom deze toekomstbestendiger te maken.Het verder brengen van de gedachtevorming hierover doe ik graag ingesprek met de Kamer en met andere betrokken partijen, publiek encommercieel, en partijen zoals het Commissariaat voor de Media en deRaad voor Cultuur, maar ook met externe deskundigen, bijvoorbeeld uitwetenschappelijke hoek. Ik zou op basis van bijgevoegde verkenning degedachtevorming verder willen brengen langs de lijnen van de volgendedrie aandachtspunten:•De invulling van de taakopdracht van de publieke omroep en depublieke waarden die hierin leidend moeten zijn.•De manier waarop de pluriformiteit van het aanbod van de publiekeomroep een goede weerspiegeling is van de in Nederland bestaandeopvattingen en geluiden; en hoe dit binnen een beheersbaar enbestuurbaar bestel geborgd wordt.•Het helder beleggen van rollen en verantwoordelijkheden van politiek,overheid, de externe toezichthouder en partijen binnen het bestel.Vanwege de demissionaire status van het kabinet is het aan de Kamer omeen eerste inhoudelijke denkrichting mee te geven over de wijze waarophet publiek omroepbestel kan worden aangepast. Bovenstaandeaandachtspunten zouden hiervoor als basis kunnen worden gebruikt. Dezedenkrichting zou ik willen meenemen bij de verdere beleidsvoorbereidingvan een toekomstgericht publiek omroepbestel.Procesmatige aandachtspunten bij aanpassen publiek omroep-bestelNaast het inhoudelijke gesprek dat ik graag zou voeren over hetaanpassen van het publieke omroepbestel, is het van belang een drietalaandachtspunten mee te geven die van invloed zijn op het tijdspadwaarmee aanpassingen aan het publieke omroepbestel kunnen wordendoorgevoerd.1. Het aanpassen van de Mediawet 2008 wordt erg krap voordateen nieuwe erkenningperiode aanvangt. Er moet geconstateerd worden dat het aanpassen van de Mediawet 2008om de knelpunten te adresseren, in de tijd erg krap wordt voordat eennieuwe ronde van erkenningverlening plaatsvindt. Een dusdanigeaanpassing kan namelijk alleen ingaan ruim voor de start van een nieuweerkenningperiode. Dit heeft te maken met de wettelijke systematiek envoorbereidingen die voorafgaan aan een nieuwe erkenningperiode.Hieronder volgen de belangrijkste data in het proces dat voorafgaat aande start van de eerstvolgende nieuwe erkenningperiode (die ingaat op1 januari 2027):•de peildatum voor het tellen van het ledenaantal wordt geruime tijdvoor de daadwerkelijke peildatum gecommuniceerd aan bestaande ennieuwe omroepen. Dit zodat met name nieuwe omroepen genoeg tijdhebben het vereiste ledenaantal op te kunnen bouwen. Als de termijnvan de voorgaande keer wordt aangehouden, betekent dit dat depeildatum wordt gecommuniceerd in december 2024;•het concessiebeleidsplan wordt door de NPO ingediend vóór 1 nov2025;de leden worden geteld op 31 dec 2025 door het Commissariaat van deMedia;Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 2994 •aanvragen voor een erkenning conform de huidige criteria in deMediawet worden ingediend vóór 1 feb 2026;•de Minister beslist op de aanvragen vóór 1 augustus 2026;•de nieuwe erkenningsperiode gaat in op 1 januari 2027Bovenstaande data zouden met zich meebrengen dat inhoudelijkeaanpassingen aan het omroepbestel door middel van het wijzigen van deMediawet 2008, willen deze van toepassing kunnen zijn voor de eerstvol-gende erkenningperiode, rond december 2024 moeten zijn afgerond. Ditlijkt in de tijd niet meer haalbaar. Dit zou vervolgens betekenen dat eeneventuele stelselherziening op zijn vroegst pas na een nieuwe, volledigeerkenningperiode in zou kunnen gaan. Oftewel pas op 1 januari 2032, overbijna acht jaar. Dit leidt tot dezelfde situatie als beschreven is onder hetkopje «situatie bij ongewijzigd beleid»: een nieuwe ronde van hetverlenen van verkenningen moet plaatsvinden conform de huidigesystematiek met de geconstateerde knelpunten.2. Het is een optie om de huidige erkenningperiode met minimaaltwee jaar te verlengen Een optie om het aanpassen van het publieke omroepbestel mogelijk temaken voordat een nieuwe erkenningronde aanvangt, is het verlengenvan de huidige erkenningperiode. De Commissie Van Geel adviseert in zijnrapport om de erkenningperiode met één jaar te verlengen. Zo wordt debenodigde tijd gecreëerd om aanpassingen aan het stelsel te doen doormiddel van een wetswijziging. Het kost echter tijd om op een zorgvuldigemanier inhoudelijke aanpassingen aan het bestel te doen, ook lettende opde mogelijke omvang ervan en het feit dat de inhoudelijke richting van deaanpassingen nu nog niet is bepaald. Daarbij komt het feit dat erinmiddels negen maanden verstreken zijn sinds de Commissie Van Geelzijn rapport publiceerde waarin werd aanbevolen de erkenningperiodemet een jaar te verlengen. Mijn inschatting is dat de erkenningperiodemet minimaal twee jaar verlengd zou moeten worden om een stelselher-ziening op een goede manier mogelijk te maken voordat er een nieuweerkenningperiode aanvangt.Het verlengen van de erkenningperiode vergt op zichzelf een wetswij-ziging. Het is goed om helder te zijn over de gevolgen die een verlengingmet zich mee zou brengen. Zo zouden de wettelijke bepalingen diegekoppeld zijn aan de duur van een erkenningperiode ook wordenverlengd. Dit betekent bijvoorbeeld dat de concessie aan de NPO wordtverlengd. Een ander gevolg van het verlengen van de erkenningperiodezou zijn dat er voor een langere periode dan gebruikelijk geen nieuweomroepen aanspraak kunnen maken op een voorlopige erkenning om zotoe te kunnen treden tot het bestel. Ook wordt de beoordeling van depublieke omroep als geheel en de beoordeling van omroepen met eenvoorlopige erkenning uitgesteld wanneer er wordt verlengd. Er zitten dusook mogelijke nadelen aan het verlengen van de huidige erkenningpe-riode.Ik heb hierboven geschetst wat de voor- en nadelen zijn van het verlengenvan de erkenningperiode van de landelijke publieke omroep. Het is aan deKamer om af te wegen of het verlengen van de erkenningperiode eenwenselijke optie is, of dat ervoor gekozen wordt niet te verlengen en eennieuwe ronde van het verlenen van erkenningen conform de huidigesystematiek plaats te laten vinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 2995 3. Wanneer gekozen wordt voor een verlenging, moet deMediawet 2008 op korte termijn worden aangepast Het verlengen van de erkenningperiode zou op zichzelf een (summiere)wetswijziging vergen. Wanneer ervoor gekozen zou worden om dehuidige erkenningperiode te verlengen, is het van belang dat er op zeerkorte termijn een wetsvoorstel van deze strekking bij de Kamer ligt. Dewetswijziging om een verlenging mogelijk te maken zou namelijk 1 januari2025 in werking moeten zijn getreden of in ieder geval zo snel mogelijk nahet verstrijken van deze datum. Dit heeft te maken met het tijdspad datook hierboven bij #1 is geschetst: nieuwe en bestaande omroepen moetenrond die periode zekerheid hebben over de beoordelingscriteria waarop zijbeoordeeld worden bij een nieuwe erkenningaanvraag. Hiervoor is hetnodig dat zij rond die periode weten of de huidige erkenningperiodewordt verlengd of dat zij zich moeten voorbereiden op een nieuweerkenningaanvraag.Relatie tussen minimumbudget publieke omroep en erkenningperiodeHet is goed kort te beschrijven wat de relatie is tussen het minimum-budget van de publieke omroep en erkenningperioden. In de basis is hetzogeheten gegarandeerde minimumbudget van de landelijke publiekeomroep gekoppeld aan de erkenningperiode, vanuit de gedachte dat bijeen inhoudelijk plan van de publieke omroep in de vorm van eenconcessiebeleidsplan voor de komende erkenningperiode ook dezekerheid van budget hoort om dit plan uit te voeren. Het verlengen vande erkenningperiode betekent niets voor de budgetflexibiliteit van deNPO: het is en blijft mogelijk om het budget te verhogen en te verlagengedurende een erkenningperiode, mits onder de voorwaarden die deMediawet daaraan stelt in artikel 2.148a. Het maakt daarvoor niet uit of datgebeurt tijdens of bij aanvang van een erkenningperiode. Er moetgemotiveerd worden waarom ongewijzigde voortzetting van het budgetniet langer gewenst is. Ook moet er een redelijke termijn in acht wordengenomen voordat een wijziging in het budget kan ingaan. Voorwaardendie overigens ook horen bij behoorlijk bestuur, en die daarom ook in achtmoeten worden genomen wanneer bij ingang van een nieuwe erken-ningsperiode het budget zou worden aangepast. Een wijziging in hetbudget kan ook impact hebben op de wijze waarop de landelijke publiekeomroep zijn taken kan uitvoeren. Hoe groter de aanpassing in het budget,hoe waarschijnlijker het is dat hiervoor ook de wettelijke kaders dienen teworden aangepast. Het is goed om te markeren dat een budget-gerelateerde wijziging van de Mediawet 2008 op korte termijn hoe danook aan de orde is. Dit omdat de verlaging van de rijksmediabijdragezoals besloten bij de behandeling van de voorjaarsnota 2023 in deMediawet 2008 opgenomen moet worden4.ToezeggingenIk wil in deze brief ook nog terugkomen op een drietal eerdere toezeg-gingen die verband houden met het landelijke publieke omroepbestel.4Om te voldoen aan de Rijksbrede dekkingsopgave wordt artikel 15 bijgesteld. De Rijksmediabij-drage landelijke omroepen wordt vanaf 2025 met circa 24 miljoen euro verlaagd. Structureelgaat het om een verlaging van 13 miljoen euro vanaf 2029. Daaraan gekoppeld wordt deNederlandse Publieke Omroep ruimte gegeven om meer reclameopbrengsten te genereren,waarmee zij deze verlaging kunnen opvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 2996 Bundeling van budgetten publieke omroep en streamersTijdens de behandeling van de investeringsverplichting voor grotestreamers in de Eerste Kamer heeft voormalig Staatssecretaris OCW,Gunay Uslu, toegezegd om in de verkenning naar het rapport van deCommissie Van Geel terug te komen op de wens om te stimuleren dat depublieke omroep en streamers hun budgetten bundelen.5 De verkenningin de bijlage beschouwt de inrichting van het publiek omroepbestel ophoofdlijnen waardoor dit onderwerp in deze verkenning niet goed in tepassen is. Om deze reden zal ik op deze toezegging inhoudelijk terug-komen in een brief over het Nederlands cultureel audiovisueel aanbod(films, series en documentaires). Deze brief zal ook terugkomen op deandere moties en toezeggingen met betrekking tot de investeringsver-plichting. Mijn voornemen is om deze brief voor de zomer aan de Tweedeen Eerste Kamer te sturen.Versterken journalistieke kwaliteitDe journalistieke functie van de publieke omroep is van groot belang voorde Nederlandse democratie. De journalistiek van de publieke omroepdient van hoge kwaliteit te zijn zodat de publieke omroep eenbetrouwbare bron van informatie kan zijn voor Nederland. Dit is ook dereden waarom voldoen aan «hoge journalistieke en professionelekwaliteitseisen die binnen deze sector gehanteerd worden» een belangrijkcriterium is in de huidige publieke taakopdracht zoals omschreven in deMediawet 2008. Mijn voorganger heeft per brief dd. 19 december 2023voorgesteld te onderzoeken of dit criterium verder aangescherpt kanworden door het onderschrijven en naleven van de journalistieke codeexpliciet op te nemen als criterium in de Mediawet 20086. Dit met het oogop het versterken van de betrouwbaarheid van de publieke omroep. Hetbepalen van de inhoud van de journalistieke code blijft vanzelfsprekendbij omroepen.Ik wil de tijd nemen om te onderzoeken op welke wijze het opnemen vande journalistieke code in de Mediawet 2008 het beste zou kunnen wordenvormgegeven. De centrale vraag hierbij is op welke wijze de betrouw-baarheid van de publieke omroep versterkt kan worden en welk instru-mentarium hiervoor het meest geschikt is. Dit vraagt een grondige enzorgvuldige analyse omdat dit onderwerp raakt aan de onafhankelijkheidvan media en de vrijheid van meningsuiting. Om deze reden zal ik bij dezeanalyse ook externe deskundigheid betrekken. Ik zou de uitkomsten vandeze analyse onderdeel willen maken van het uitwerken van eenmogelijke bredere stelselherziening.KwartiermakerIk heb u toegezegd bij de toezending van de verkenning stil te staan bij hetverzoek van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschapom een kwartiermaker aan te stellen met de opdracht om aan de slag tegaan met de aanbevelingen uit het rapport7. Ik heb goed gekeken naardeze wens en ben tot de conclusie gekomen dat dit niet het goedemoment is om een kwartiermaker aan te stellen. Dit omdat er eerstrichting gegeven dient te worden in de wijze waarop het stelsel herzienzou moeten worden. Op basis van deze richting zou op een later momentoverwogen kunnen worden of het aanstellen van een kwartiermakerzinvol is.5Kamerstukken I, 2023/24, 36 176, T037556Kamerstukken II 2023/24, 29 692, nr. 28.7Kamerstukken II, 2023/24, 32 827, nr. 292Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 2997 Ten slotteBij het verkennen van mogelijke opties voor het oplossen van knelpuntenin het huidige publieke omroepbestel en het afwegen wanneer in de tijdaanpassingen aan de Mediawet 2008 het meest opportuun zijn, bestaathet risico dat uit het oog wordt verloren waarom het precies van belang isom deze discussie te voeren. Om deze reden hecht ik er waarde aan om tebenadrukken dat er gestreefd zou moeten worden naar een publiekeomroep die ook in de toekomst relevant is en kan blijven doen waar zijgoed in is: het wekelijks bereiken van een groot deel van Nederland metaanbod van hoge kwaliteit. Met een grote variatie aan geluiden en genres,zoals journalistiek, cultuur, Nederlands drama en human interest datbovendien gezien en beluisterd wordt door verschillende groepen in desamenleving. Een publieke omroep die op deze manier van grote waardeis voor de democratie en maatschappij. Keuzes ten aanzien van deinrichting van het bestel om dit mogelijk te maken zijn hierbijnoodzakelijk.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,F.Q. Gräper-van KoolwijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 2998
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.