Elfde voortgangsrapportage van het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering
Brontekst
Versie 8ac3faa10d04b21a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1011 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 februari 2026Bijgaand treft u de elfde voortgangsrapportage van het wetgevingspro-gramma nieuw Wetboek van Strafvordering.1 In deze voortgangsrap-portage gaan we in op de stand van zaken van dit wetgevingsprogramma.Daarmee voldoen wij aan een verzoek van de Vaste Commissie voorJustitie en Veiligheid in de Tweede Kamer om periodiek ingelicht teworden over de stand van zaken van het programma.2De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteDe Minister van Justitie en Veiligheid,F. van Oosten1Voor de eerdere voortgangsrapportages zij verwezen naar Kamerstukken II 29 279, nrs. 331,372, 395, 459, 501, 625, 712, 782, 832 en 918 en Kamerstukken I 34 550 VI, M, 34 775 VI, B,35 000 VI, B en P, 35 570 VI, A, K en 29 279, P, V en AA.2Kamerstukken II 2015/16, 29 279, nr. 302 kst-29279-1011ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10111 Elfde voortgangsrapportage wetgevingsprogramma nieuwWetboek van Strafvordering 1. Inleiding Sinds 2014 wordt gewerkt aan de totstandkoming van een nieuw Wetboekvan Strafvordering. In het regeerprogramma is het nieuwe wetboekgenoemd als nieuwe wetgeving ten behoeve van de nationale veiligheiden is vermeld dat het kabinet actief regie voert op alle noodzakelijkevoorbereidingen van de betrokken organisaties met het oog op degeplande inwerkingtreding van dit nieuwe wetboek op 1 april 2029.Door middel van voortgangsrapportages worden de Tweede Kamer en deEerste Kamer periodiek ingelicht over dit wetgevingsprogramma. Devorige (tiende) voortgangsrapportage dateert van 6 december 2024.3 Metdeze elfde voortgangsrapportage informeren wij u over de laatste standvan zaken van dit omvangrijke wetgevingsprogramma. Wij doen ditvoordat de mondelinge behandeling van de vaststellingswetgeving vanhet nieuwe Wetboek van Strafvordering in de Eerste Kamer (10 februari2026).Sinds de vorige voortgangsrapportage zijn belangrijke stappen gezet.Hierover wordt u geïnformeerd in de volgende paragrafen:2.Voortgang wetgeving, verslag van de inspanningen in 2025.3.Structurele uitvoeringsconsequenties. Actuele stand van zaken.4.Implementatie. De voorbereiding van de implementatie.2. Voortgang wetgeving 2.1 Inleiding Het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering is eenomvangrijk programma, waaraan wij met urgentie blijven werken.Het programma kent een viertal sporen:•innovatiespoor (paragraaf 2.4)•vaststellingsspoor (paragraaf 2.2)•aanvullingsspoor (paragraaf 2.3)•invoeringsspoor (paragraaf 2.5)De wetsvoorstellen binnen deze sporen vormen uiteindelijk samen hetnieuwe Wetboek van Strafvordering:3Kamerstukken II 2023/24, 29 279, nr. 918 en Kamerstukken I 2023/24, 29 279, AA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10112 Elk wetsvoorstel doorloopt de wetgevingsprocedure en wordt naconsultatie en advisering door de Afdeling advisering van de Raad vanState behandeld in de Tweede Kamer. Na aanvaarding in de Tweede enEerste Kamer en bekrachtiging door de Koning, wordt het voorstel in hetStaatsblad gepubliceerd. Na een implementatieperiode volgt op éénmoment de inwerkingtreding van alle wetten die samen het nieuweWetboek van Strafvordering vormen (zie over die implementatie meer inparagraaf 4).Vaststellingsspoor (oranje) en aanvullingsspoor (groen)De twee vaststellingswetten uit het vaststellingsspoor, die inmiddels in dewetgevingsprocedure gelijk zijn gaan oplopen en beide sinds 1 april 2025aanhangig zijn in de Eerste Kamer, vormen samen het nieuwe wetboek(zie paragraaf 2.2). In de twee groene aanvullingswetten worden aanvul-lende onderwerpen en wijzigingsvoorstellen van het nieuwe wetboekopgenomen, die deel gaan uitmaken van het nieuwe wetboek (zieparagraaf 2.3).Innovatiespoor (roze)Op de afbeelding is ook het innovatiespoor met de Innovatiewet Strafvor-dering te zien. Deze wet liep vooruit op het nieuwe wetboek met als doelervaring op te doen met enkele nieuwe onderdelen uit het nieuwewetboek in de vorm van vijf pilots. Inmiddels zijn de pilots geëvalueerd enzijn de evaluatierapporten in oktober 2024 aan de Eerste en TweedeKamer verstuurd. In juli 2025 is een wetsvoorstel tot verlenging van deInnovatiewet Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. De TweedeKamer heeft die verlengingswet op 29 januari 2026 als hamerstukaanvaard. In paragraaf 2.4 wordt nader ingegaan op de Innovatiewet enhet voorstel tot verlenging van die wet.Invoeringsspoor (blauw)Tot slot bevat de afbeelding de twee invoeringswetten uit het invoerings-spoor, waarin het overgangsrecht en de aanpassing van anderewetgeving is opgenomen (zie paragraaf 2.5). In de laatste paragraaf 2.7wordt aandacht besteed aan de algemene maatregelen van bestuur(AMvB)onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10113 2.2 Vaststellingswetgeving De vaststellingswetgeving vormt de kern van het wetgevingsprogramma.De andere sporen zijn daaraan dienstbaar. Het nieuwe Wetboek vanStrafvordering bestaat, evenals het huidige wetboek, uit een eerste boekover strafvordering in het algemeen, en boeken over de verschillendefasen van het strafproces regelen (opsporing, vervolging, berechting,rechtsmiddelen en enkele bijzondere regelingen).De nieuwe Boeken 1 tot en met 6 zijn opgenomen in de eerste vaststel-lingswet (Kamerstukken 36 327).De schriftelijke behandeling van dit wetsvoorstel in de periode 2023–2024werd afgesloten met de nota naar aanleiding van de verslagen, die op1 juli 2024 is ingediend bij de Tweede Kamer.4 In de maanden daarnawerd de mondelinge behandeling van de eerste vaststellingswetvoorbereid. Ook werd in die periode gewerkt aan de beantwoording vanhet verslag van de Vaste Commissie van Justitie en Veiligheid over detweede vaststellingswet.De tweede vaststellingswet (Kamerstukken 36 636) bevat de nieuweBoeken 7 en 8.oHet huidige Boek 5 Internationale en Europese strafrechtelijkesamenwerking wordt in de toekomst Boek 8.oHet huidige boek 6 Tenuitvoerlegging wordt in de toekomst Boek 7.Deze huidige boeken zijn in 2017 herzien en zijn nu technisch omgezetnaar het nieuwe wetboek.In de tijd volgde de tweede vaststellingswet in eerste instantie de eerstevaststellingswet (zoals onderstaande afbeelding ook te zien is aan de datavan de verschillende stappen in het wetgevingsproces). De Tweede Kamerbesloot eind 2024 echter om, na afronding van de schriftelijke behan-deling, de mondelinge behandeling van de tweede vaststellingswet meete nemen bij de plenaire behandeling van de eerste vaststellingswet in hetvoorjaar van 2025.4Kamerstukken II 2023/24, 36 327, nr. 11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10114 Het jaar 2024 werd afgesloten met een technische briefing in de TweedeKamer over het nieuwe wetboek, verzorgd door het Ministerie van Justitieen Veiligheid (10 december 2024). Die briefing ging over het proces en deverhouding van de wetsvoorstellen tot elkaar, en diende ter voorbereidingvan de plenaire behandeling in de Tweede Kamer.Chronologisch in 2025 (data cursief)In het eerste kwartaal van 2025 vond de plenaire behandeling van beidevaststellingswetten (en daarmee van de inhoud van het gehele nieuwewetboek) plaats in de Tweede Kamer. Onze ambtsvoorgangers werdendaarbij ondersteund door regeringscommissaris prof. mr. Geert Knigge.In januari, februari en maart vonden vijf wetgevingsoverleggen plaats(WGO’s), waarbij de boeken afzonderlijk werden behandeld. Er wasuitgebreid aandacht voor vijf centrale thema’s:(1)beginselen en verhouding met lagere regelgeving,(2)het slachtoffer,(3)de beweging naar voren,(4)rechtsbijstand en(5)het digitaal strafproces.De mondelinge behandeling werd afgesloten met een plenair debat.Op 25 maart 2025 werd gestemd over 25 amendementen bij de eerste entweede vaststellingswet. Van de ingediende amendementen zijn er 16aangenomen. Een week later werd over beide vaststellingswettengestemd.Beide vaststellingswetten zijn op 1 april 2025 met een ruime meerderheidaangenomen door de Tweede Kamer.Beide wetsvoorstellen voor de vaststelling van het nieuwe wetboek zijnsindsdien aanhangig bij de Eerste Kamer.5 De Eerste Kamer is in 2023 albegonnen met de voorbereidingen op de behandeling.5Kamerstukken I 2024/25, 36 327, C, en Kamerstukken I 2024/25, 36 636, A.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10115 Op 19 december 2023 is door de commissie Justitie en Veiligheid van deEerste Kamer gesproken over de behandeling. Er is toen een voorberei-dingsgroep ingesteld.Op 11 februari 2025 vond in de Eerste Kamer een technische briefing vanhet Ministerie van Justitie en Veiligheid plaats, gevolgd door voorlichtingover het nieuwe wetboek van wetenschappers van de Universiteit Leiden.De commissie Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer organiseerde inseptember 2025 nog twee bijeenkomsten.Op 9 september 2025 informeerden vertegenwoordigers van de Raad voorde rechtspraak de Eerste Kamer over de rol van de rechter-commissaris inhet nieuwe Wetboek van Strafvordering.Op 23 september 2025 vond vervolgens een deskundigenbijeenkomstplaats met vertegenwoordigers vanuit het openbaar ministerie, de politieen de Raad voor de rechtspraak, over de impactanalyses en de voorbe-reiding van diverse ICT-systemen op de implementatie van het nieuweWetboek van Strafvordering.Het verslag van de Eerste Kamer, met daarin de schriftelijke vragen overde beide vaststellingswetten, is op 11 november 2025 vastgesteld.6 Denota naar aanleiding van het verslag is vervolgens op 8 december 2025aan de Eerste Kamer gestuurd.7 We kijken ernaar uit om de komende tijdde mondelinge behandeling van het nieuwe wetboek met de leden van deEerste Kamer voort te zetten. De plenaire behandeling vindt plaats op10 februari 2026.2.3 Aanvullingswetgeving Het aanvullingsspoor van dit wetgevingsprogramma bestaat uit aanvul-lingswetten. De functie van aanvullingswetten is dat nog in inhoudelijkeaanvullingen en wijzigingen in het nieuwe wetboek kan worden voorzienzonder dat de voortgang van de behandeling van de twee vaststellings-wetten vertraging oploopt.Benodigde wijzigingen en aanvullingen in het nieuwe wetboek worden viahet aanvullingsspoor in aparte wetsvoorstellen in procedure gebracht. Hetgaat om wetsvoorstellen waarvan de inhoud op het moment van deinwerkingtreding in het nieuwe wetboek wordt verwerkt. Het nieuwewetboek is dan up-to-date bij inwerkingtreding. Een aanvullingswets-voorstel volgt de reguliere wetgevingsprocedure en wordt derhalve naconsultatie en advisering door de Afdeling advisering van de Raad vanState door de Tweede en Eerste Kamer behandeld.De gedachte is dat de parlementaire behandeling van de vaststellings-wetten, die de hoofdstructuur en systematische samenhang in het nieuwewetboek bevatten, voortvarend kan plaatsvinden. Hierdoor leidenaanpassingen in (afgezet tegen het geheel) betrekking hebben op eenbeperkt onderdeel, niet tot vertraging in de parlementaire behandelingvan de vaststellingswetgeving als geheel te leiden.Er kunnen meerdere aanleidingen zijn om een onderwerp mee te nemenin het aanvullingsspoor:o«Gereserveerde onderdelen» in de eerste vaststellingswet kunnenworden ingevuld. Bijvoorbeeld omdat uitkomsten van WODC-onderzoek bekend zijn en worden verwerkt. Dat is bijvoorbeeld hetgeval bij de regeling van strafvordering op zee en in de lucht.oIn een aanvullingswet kan rekening worden gehouden met wensenvanuit de Tweede Kamer. Zo hebben schriftelijke vragen van de6Kamerstukken I 2024/25, 36 327 en 36 636, I7Kamerstukken I 2024/25, 36 327 en 36 636, JTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10116 Tweede Kamer in de verslagen over de eerste vaststellingswet geleidtot wijzigingsvoorstellen in het voorstel voor de eerste aanvullingswet.oOok de wetgevingsoverleggen en de plenaire behandeling van de tweevaststellingswetten in de Tweede Kamer hebben geleid tot voorstellentot aanpassing. Deze komen later in de tweede aanvullingswet.oDe aanvullingswetgeving wordt daarnaast benut om recente (Euro-pese) rechtspraak en recent aanvaarde wetgeving in het nieuwewetboek te verwerken.Eerste aanvullingswetDe eerste aanvullingswet is een omvangrijk wetsvoorstel met een achttalrelatief grote onderwerpen:1.Regeling van procesafspraken2.Strafvorderlijke gegevensverwerking3.Aanpassingen van bepalingen over het onderzoek met betrekking tothet lichaam4.Verbetering van de regeling van de buitengerechtelijke afdoening5.Aanpassing van enkele onderdelen van de deskundigenregeling6.Strafvordering op zee en in de lucht7.Herstructurering van (bijzondere) voorwaarden en het toezicht op denaleving daarvan8.Vormgeving van het vernietigen van gegevens als strafrechtelijkemaatregel.Daarnaast bevat de eerste aanvullingswet ook een viertal kleinere, meertechnische onderwerpen:1.Aanpassing van artikel 1.1.1 in verband met de doorwerking van hetinternationaal recht2.Aanpassing van de regels met betrekking tot het bewaren vansporendragers3.Introductie van een heimelijke bevoegdheid tot het inloggen metrechtmatig verkregen gegevens op een elders aanwezig geautomati-seerd werk4.Regels over het verstrekken van niet-strafbare gegevens na inbeslag-neming.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10117 Ook worden in de eerste aanvullingswet omissies uit de twee vaststel-lingswetten hersteld en worden recente wijzigingen in het huidigeWetboek van Strafvordering doorgevoerd in het nieuwe wetboek.Ten tijde van de vorige voortgangsrapportage in december 2024 werd noggewerkt aan de verwerking van de ontvangen consultatieadviezen over deeerste aanvullingswet. In 2025 zijn met de eerste aanvullingswet belang-rijke stappen gezet. Nadat de consultatieadviezen zijn verwerkt in hetvoorstel en de memorie van toelichting is het wetsvoorstel op 28 mei vooradvies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Hetadvies van de Raad van State is vervolgens op 13 november vastgesteld(met een positief dictum B). Wij streven ernaar om het wetsvoorstel infebruari 2026 in te dienen bij de Tweede Kamer.Tweede aanvullingswetNa het voorleggen van de eerste aanvullingswet aan de Raad van Statezijn de ambtelijke voorbereidingen van de tweede aanvullingswet gestart.Dit voorstel wordt ten eerste gebruikt voor de verwerking van deuitkomsten van de evaluatie van de Innovatiewet Strafvordering in hetnieuwe wetboek (zie nader in paragraaf 2.4).Daarnaast wordt richtinggevende jurisprudentie over enkele belangrijkestrafvorderlijke onderwerpen verwerkt in het nieuwe wetboek. Zo hebbenhet Hof van Justitie van de EU en de Hoge Raad uitspraken gedaan overhet onderzoek in geautomatiseerde werken en digitale-gegevensdragers.8In deze zogeheten «Landeck-jurisprudentie» worden nadere regelsgegeven over de voorafgaande rechterlijke toets van de rechter-commissaris voor het onderzoek in bijvoorbeeld smartphones. Dezejurisprudentie wordt door middel van de tweede aanvullingswet verwerktin het nieuwe wetboek. Een ander onderwerp is het functioneel verscho-ningsrecht, waarover de Hoge Raad in maart 2024 een belangrijkebeslissing heeft genomen.9 Ook deze jurisprudentie, waarnaar derechtspraktijk sindsdien al handelt, zal via de tweede aanvullingswetworden verwerkt in het nieuwe wetboek.Ook zal door middel van de tweede aanvullingswet recent aangenomenwetgeving die het huidige Wetboek van Strafvordering wijzigt, wordenverwerkt in het nieuwe wetboek en worden nog enkele omissies in devaststellingswetgeving hersteld.Tot slot vormen aangenomen moties tijdens de plenaire behandeling vande vaststellingswetgeving van het nieuwe Wetboek van Strafvordering(zie over die behandeling deelparagraaf 2.2) aanleiding tot het doorvoerenvan wijzigingen in dit wetboek door middel van de tweede aanvul-lingswet. Dit betreft bijvoorbeeld de motie van lid Ellian over de afdwing-baarheid van slachtofferrechten10 en de motie van de leden Ellian enSneller over de duidelijkere verankering van de beweging naar voren inhet nieuwe wetboek.11Wij streven ernaar om de tweede aanvullingswet in het eerste kwartaalvan 2026 in formele consultatie te geven.8Zie onder meer HvJ EU 4 oktober 2024, C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830 en HR 18 maart 2025,ECLI:NL:HR:2025:409.9HR 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375.10Kamerstukken II 2024/25, 36 327, nr. 65.11Kamerstukken II 2024/25, 36 327, nr. 66.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10118 2.4 Innovatiewet en Verlengingswet Op 1 oktober 2022 trad de Innovatiewet Strafvordering in werking. Dezewet bood de mogelijkheid om een vijftal nieuwe onderwerpen alvast tebeproeven in de praktijk. Het gaat daarbij om mediation na aanvang vande berechting, de prejudiciële procedure in strafzaken, uitbreiding van debevoegdheden van de hulpofficier van justitie, een aantal nieuwe digitalebevoegdheden na inbeslagneming van een digitale gegevensdrager ofgeautomatiseerd werk, en ten slotte het gebruik van audiovisueleregistraties als alternatief voor een volledig proces-verbaal (AVR). Dezemogelijkheden uit de Innovatiewet zijn opgenomen in Titel X van hetVierde Boek van het huidige Wetboek van Strafvordering (artikelen 553t/m 574). Voor het merendeel van de onderwerpen uit de Innovatiewetgeldt dat zij ook al zijn opgenomen in de eerste vaststellingswet.Chronologisch (data cursief)De Innovatiewet zou eindigen op 30 september 2025. Er werd echter alrekening gehouden met een mogelijke wens tot verlenging. De zogehetenhorizonbepaling (Artikel IV) in de Innovatiewet bepaalt dat dewerkingsduur van de wet kan worden verlengd en stelt daarvoor alsnoodzakelijke voorwaarde dat een wetsvoorstel daartoe uiterlijk30 september 2025 bij de Tweede Kamer moet zijn ingediend. Met deverlenging kunnen de wettelijke bepalingen die de Innovatiewet heeftgeïntroduceerd worden gecontinueerd tot de inwerkingtreding van (decorresponderende regelingen in) het nieuwe Wetboek van Strafvordering.Op 3 oktober 2024 is de evaluatie van de Innovatiewet Strafvordering aanuw Kamer aangeboden. De evaluatie heeft plaatsgevonden in tweedeelonderzoeken.12 Een voorstel zou worden ingediend om bij wet dewerkingsduur van het merendeel van de bepalingen te verlengen tot aande inwerkingtreding van het nieuwe wetboek. In de afgelopen periode isdit voorstel eerst in formele consultatie gegeven en daarna voor adviesvoorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State.Vergezeld van het nader rapport en het bijbehorende advies van de Raadvan State is vervolgens het wetsvoorstel tot verlenging van de Innova-tiewet op 7 juli 2025 ingediend bij de Tweede Kamer (36 784). Daarmee isaan de hierboven genoemde noodzakelijke voorwaarde voor behoud vande bepalingen voldaan en kunnen deze hun werking tot aan de inwerking-treding van het nieuwe wetboek behouden.Op 26 september 2025 heeft de Tweede Kamer het verslag over deverlengingswet vastgesteld. De nota naar aanleiding van het verslag is op15 december 2025 nog naar de Tweede Kamer gestuurd.13 Op 29 januari2026 heeft de Tweede Kamer de Verlengingswet als hamerstuk aanvaard.2.5 Invoeringswetten Het invoeringsspoor van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordtgevormd door de invoeringswet en de invoeringsrijkswet. De invoerings-wetgeving bestaat uit verschillende onderdelen. Een belangrijk onderdeelwordt gevormd door het overgangsrecht. Het antwoord op de vraag welkrecht na inwerkingtreding van het nieuwe wetboek toepasselijk is op eenconcrete proceshandeling of processituatie in lopende strafzaken – hetnieuwe of het oude recht – wordt bepaald door de regels van hetovergangsrecht. Doordat het nieuwe wetboek in één keer wordt12De rapporten «Evaluatie pilots Innovatiewet Strafvordering – Prejudiciële procedure enMediation in Strafzaken» en «Evaluatie Innovatiewet Strafvordering Pilots Gegevens nabeslag, Audiovisuele registratie en Hulpofficier van Justitie», bijlage bij Kamerstukken II2024/25, 35 869, nr. 31 en Kamerstukken I, 2024/25, 35 869, E.13Kamerstukken II 2024/25, nr. 5 (verslag) en nr. 6 (nota n.a.v. verslag)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10119 ingevoerd, wordt de duur van het overgangsrecht zo kort mogelijkgehouden. De in de invoeringswet op te nemen conceptbepalingen voorhet overgangsrecht van de Boeken 1 tot en met 8 zijn reeds met debetrokken ketenpartners besproken. De invoeringswet regelt uiteindelijkhet complete overgangsrecht voor alle boeken van het nieuwe wetboekdie zijn opgenomen in de vaststellingswetten. Ook de aanvullingen enwijzigingen in het overgangsrecht die voortvloeien uit de eerste aanvul-lingswet worden in de invoeringswet opgenomen.Een tweede onderdeel van de invoeringswetgeving betreft de aanpassingvan andere wetten aan het nieuwe Wetboek van Strafvordering (aanpas-singswetgeving). Het gaat om circa 130 andere wetten die wordengewijzigd, waaronder het Wetboek van Strafrecht, de Wet wapens enmunitie, de Wegenverkeerswet 1994 en de Opiumwet. In een aparteinvoeringsrijkswet worden de diverse wijzigingen in de rijkswettendoorgevoerd.We streven ernaar de invoeringswet in het eerste kwartaal van 2026 informele consultatie te geven. De keuze om ook het overgangsrecht en deaanpassingswetgeving van de eerste aanvullingswet op te nemen in deinvoeringswet heeft ertoe geleid dat de formele consultatie niet al in 2025van start kon gaan. De formele consultatie van de invoeringsrijkswet volgtlater.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101110 2.6 Planning wetgevingssporen 2.7 De algemene maatregelen van bestuur onder het nieuwe Wetboek vanStrafvordering De eerste vaststellingswet bevat ruim 120 delegatiebepalingen. Ook in detweede vaststellingswet zijn diverse delegatiebepalingen opgenomen. Opbasis hiervan moeten (nieuwe) algemene maatregelen van bestuurworden opgesteld. De prioriteit ligt daarbij bij de uitvoeringsbesluiten dievoor de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek noodzakelijk zijn. Vooreen aantal delegatiebepalingen geldt, dat deze de mogelijkheid, en niet deverplichting, inhouden om over een onderwerp nadere regels te stellen bijof krachtens algemene maatregel van bestuur. Voor een belangrijk deelbetreft het omzetting en modernisering van bestaande algemenemaatregelen van bestuur onder het huidige wetboek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101111 In 2025 is verder gewerkt aan de concepten van deze algemene maatre-gelen van bestuur. Het merendeel hiervan is al besproken met debetrokken ketenpartners. Een eerste tranche met twaalf conceptbesluitenis op 31 oktober 2025 in formele consultatie gegeven.Het gaat daarbij om de volgende conceptbesluiten:•Kennisgeving van rechten in strafzaken;•Slachtoffers van strafbare feiten;•Algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek;•Aangifte en klacht;•Inrichting en orde politieverhoor;•Bevoegdheden met betrekking tot voorwerpen en gegevens;•Heimelijke bevoegdheden;•Strafbeschikkingen;•Oproepingsprocedure enkelvoudige kamer;•Adviescommissie afgesloten strafzaken;•Bevoegdheden van bijzondere aard;•Aanwijzing Halt-feiten.Wij streven ernaar om de tweede tranche met uitvoeringsbesluiten in mei2026 gereed te hebben voor formele consultatie. De noodzakelijkeuitvoeringsbesluiten voor nieuwe of aangepaste delegatiegrondslagen inde aanvullingswetten en de noodzakelijke invoeringsbesluiten (waarinalgemene maatregelen van bestuur die hun grondslag in andere wettenvinden worden aangepast, en waarin zo nodig in overgangsrecht wordtvoorzien) volgen zo spoedig mogelijk daarna.3. De structurele uitvoeringsconsequenties Een nieuw Wetboek van Strafvordering heeft zowel structurele alsincidentele effecten in de praktijk. In deze paragraaf wordt ingegaan op destructurele uitvoeringsconsequenties van het nieuwe wetboek dieontstaan na inwerkingtreding. De incidentele implementatiekosten van hetnieuwe wetboek komen in paragraaf 4 aan de orde.De structurele werklasteffecten voor de strafrechtketenorganisaties van dewetsvoorstellen worden in kaart gebracht in een ketenbrede werkgroep.Deze consequenties worden op hoofdlijnen beschreven in de memoriesvan toelichting bij de desbetreffende wetsvoorstellen. In de memorie vantoelichting bij de invoeringswet van het nieuwe Wetboek van Strafvor-dering wordt u geïnformeerd over het voorlopige beeld van de verwachteuitvoeringsconsequenties van structurele aard. Dit beeld omvat de beidevaststellingswetten, de eerste aanvullingswet en, voor zover mogelijk, detweede aanvullingswet. De inhoud van de tweede aanvullingswet, endaarmee ook de uitvoeringsconsequenties, kunnen op dat moment nogveranderen naar aanleiding van de formele consultatie, het advies van deAfdeling advisering van de Raad van State en de parlementaire behan-deling.Het onderzoek naar de effecten van het nieuwe wetboek wijst uit datsprake zal zijn van beperkte structurele meerkosten voor enkele organi-saties, terwijl andere organisaties rekening houden met meer- enminderkosten die per saldo op nul uitkomen. Dit beeld zal de komendeperiode verder worden aangevuld. Daarbij wordt gebruik gemaakt vaninzichten die voortvloeien uit de algemene maatregelen van bestuur enhet uitwerken van nieuwe werkprocessen.Het bestaande beeld wordt jaarlijks herijkt.Er zijn thans geen structurele middelen voor het nieuwe wetboekvoorzien. Het uitgangspunt is dat het nieuwe wetboek kansen biedt om(werk-)processen te stroomlijnen, efficiënter te werken en gaat leiden totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101112 kortere doorlooptijden van strafzaken. Hierdoor wordt er vooralsnogvanuit gegaan dat het nieuwe wetboek budgetneutraal kan wordeningevoerd. Mocht blijken dat er per saldo toch meerkosten gaan ontstaan,zullen keuzes gemaakt moeten worden. Een van de maatregelen betrefthet efficiënter inzetten van middelen en de mogelijke aanpassing van dewetsvoorstellen op die onderdelen, zodat het nieuwe wetboek per saldozonder meerkosten kan worden ingevoerd. Hierover komt duidelijkheid inde invoeringswet die naar verwachting in 2027 wordt ingediend bij deTweede Kamer.Voorafgaand aan de formele evaluatie van het nieuwe wetboek worden nainwerkingtreding invoeringstoetsen ingezet om de werking van hetnieuwe wetboek te monitoren en de ervaringen in kaart te brengen diemet het nieuwe wetboek worden opgedaan. De invoeringstoetsen vinden1 en 3 jaar na de inwerkingtreding plaats.4. De implementatie Begin 2024 is, na overleg tussen het Ministerie van Justitie en Veiligheiden de betrokken ketenpartners, de streefdatum van inwerkingtreding vanhet nieuwe Wetboek van Strafvordering vastgesteld op 1 april 2029.14 Inde voorgaande voortgangsrapportages is de organisatie beschrevenwaarmee de implementatie wordt gerealiseerd. Hier wordt de huidigestand van zaken van de implementatiewerkzaamheden aangegeven.In 2024 hebben de organisaties hun (individuele) implementatieplannenopgesteld. Deze zijn onderling uitgewisseld en besproken met het oog opde verdere samenwerking wat betreft onderlinge afhankelijkheden. Deorganisaties hebben hun meerjarenbegrotingen per 1 oktober 2025geactualiseerd. Om zodoende de implementatieplannen met elkaar tevergelijken en de samenhang scherper in beeld te krijgen. Een referentie-kader, dat samen met de Auditdienst is opgesteld, hielp bij deze unifor-mering. Op basis van deze actualisatie zal het beschikbare budget in dekomende jaren volledig benut worden. Ten opzichte van het eindrapportvan de commissie Letschert uit 2021 zijn echter veranderingen ten aanzienvan de implementatie opgetreden, zoals het verschuiven van de datumvan inwerkingtreding. Binnen het implementatieprogramma wordenderhalve analyses uitgevoerd en mogelijke passende maatregelen om demeerjarenbegrotingen ook in de toekomst in balans te houden.Mede op basis van de individuele plannen zijn een ketenplan en eenketenmijlpalenplanning opgesteld. De fases die worden onderscheidenzijn:oanalyse,ovoorbereiding en realisatie,o(centrale) implementatievoorbereiding, (lokale) implementatie enonazorg (na inwerkingtreding).De organisaties zijn op dit moment vergevorderd in de analysefase. Zijinventariseren welke aanpassingen in werkprocessen en systemen voorinformatievoorziening moeten worden uitgevoerd om voorbereid te zijnop het werken met het nieuwe wetboek. Na het afronden van de analy-sefase in 2026 inventariseert het Ministerie van Justitie en Veiligheid hoede resterende middelen voor implementatie verdeeld worden over deketenorganisaties voor de komende jaren. Dit wordt verwerkt bij regulierebudgettaire besluitvormingsmomenten.14Kamerstukken II 2023/24, 29 279, nr. 847.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101113 Uit adviesrapporten van de Adviescommissie ICT over het BusinessInformatieplan van het Openbaar Ministerie (BIPOM) en het programmaBasisplan Straf van de Rechtspraak blijkt dat de totale veranderopgave ophet terrein van informatievoorziening (IV) in de strafrechtketen groot is.Deze IV-opgave zal in nauwe samenhang met het implementatietrajectvan het nieuwe wetboek worden gerealiseerd. Als nieuwe systemen niettijdig zijn ingevoerd, zullen de huidige systemen moeten wordenaangepast.In de jaarlijkse voortgangsbrieven strafrechtketen15 is aangegeven dat hetMinisterie van Justitie en Veiligheid in de loop van 2024, ter uitvoeringvan de motie Ellian c.s., stappen heeft gezet om de monitoring encoördinatie vanuit het bestuursdepartement zowel intern als in relatie totde strafrechtketen te versterken. Het is van belang dat de ketendoelstel-lingen voor de strafrechtketen voor alle organisaties transparant zijn in dejaaraanschrijvingen, én de bestuurlijke afspraken tussen het Ministerievan Justitie en Veiligheid en de ketenorganisaties. Op dit moment zijn dedoelstellingen met betrekking tot de implementatie van het nieuwewetboek verwerkt in jaarplanaanschrijvingen, jaarplannen, kaderbrieven,subsidiebrieven en bijdragebrieven aan ketenorganisaties. Voor dekomende jaren wordt deze werkwijze voortgezet en verbeterd.De ketenorganisaties leggen via reguliere rapportages verantwoording afover de besteding van toegekende middelen en de voortgang van deimplementatie. Zo krijgen ketenorganisaties en het ministerie knelpuntensneller in het vizier. Het ministerie biedt ondersteuning en blijft tegelij-kertijd de voortgang scherp monitoren.De ketenorganisaties en het ministerie verschaffen zich ook met behulpvan externe expertise een beeld van de robuustheid van de gekozenaanpak voor en voortgang van de implementatie van het nieuwe wetboek.De Auditdienst Rijk heeft daartoe geadviseerd over de implementatie- enbestedingsplannen. Op aanvraag van de Eerste Kamer zal bovendienadvisering plaatsvinden door het Adviescollege ICT-toetsing. Daarbijwordt onder andere de voorbereiding in de strafrechtketen op denoodzakelijke IT-aanpassingen beoordeeld op slaagkans en risico’s. Naaraanleiding van de rapportage van dit adviescollege in het voorjaar van2026 wordt besloten of een aanvullende periodieke gateway reviewnoodzakelijk is. In volgende voortgangsrapportages informeren wij u overde inzichten uit deze adviezen.Eén van de randvoorwaarden voor implementatie van het nieuwewetboek is dat een periode van drie jaar nodig is na het stabiel wordenvan de wettekst om de noodzakelijke aanpassingen te kunnen doorvoerenin systemen voor informatievoorziening en (keten)werkprocessen, en ompersoneel op te leiden.Mede aan de hand van de bevindingen van het Adviescollege ICT-toetsingwordt in het voorjaar van 2026 een nieuwe inschatting omtrent tijdigegereedheid gemaakt.15Kamerstukken II, 2024/25, 29 279, nrs. 974 en 1005.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101114
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.