KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda informele Landbouwraad 15-17 juni (Warschau) (Kamerstuk 21501-32-1709)

13 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bcc19759ae6692b4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1717 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 juni 2025 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurheeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister ende Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurover de brief van 5 juni 2025 over de geannoteerde agenda informeleLandbouwraad 15–17 juni (Warschau) (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1709).De vragen en opmerkingen zijn op 10 juni 2025 aan de Minister en deStaatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurvoorgelegd. Bij brief van 13 juni 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,AardemaAdjunct-griffier van de commissie,Van den Brule-Holtjer kst-21501-32-1717ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17171 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de stukkenbestemd voor de inbreng van het schriftelijk overleg over de Landbouw-en Visserijraad (informeel), juni 2025. De volgende opmerkingen envragen willen deze leden aan de Minister voorleggen.Is de impact van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)-geld weldoeltreffend genoeg voor het boerenbedrijf?De leden van PVV-fractie zijn verbaasd dat ondanks dat er bijna848 miljoen euro is gedeclareerd aan Europese Unie (EU)-middelen,waarvan bijna 595 miljoen euro aan directe betalingen, er nog veel wordtgesproken over tegenvallende resultaten op de indicatoren. Deze ledenwillen daarom graag weten hoeveel van dit geld daadwerkelijk hetprimaire boerenbedrijf bereikt en hoeveel er verdwijnt in advieskosten,administratie of andere ketenpartijen?AntwoordAlle aan de Europese Commissie (hierna: Commissie) gedeclareerdemiddelen waarover het prestatieverslag rapporteert, zijn vollediguitgekeerd aan boeren, collectieven en de producentenorganisaties. Veruitde meeste resultaatindicatoren worden gehaald. Het klopt dat er in hetverslag relatief veel aandacht is voor die resultaatindicatoren waar erachterstand is. Dat heeft te maken met het prestatiemodel van hetNationaal Strategisch Plan van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid(GLB-NSP) dat afdwingt dat er vooral aandacht is voor de resultaatindica-toren die nog niet zijn gehaald. De tegenvallende resultaten betreffenvooral resultaatsindicatoren die zijn gekoppeld aan regelingen die laterzijn opengesteld. De openstelling van regelingen is nu echter goed opgang gekomen en de verwachting is dat voor de meeste indicatoren degeplande resultaten (grotendeels) gehaald zullen worden.Waarom gaat Nederland niet flexibeler om met het GLB zoals anderelidstaten dat wel doen? De leden van de PVV-fractie zijn blij met minderregeldruk maar toch vragen zij of hier wel sprake van is. Het lijkt namelijkzo dat Nederland doorschiet in eigen complexiteit en dat is zorgwekkend.Deelt de Minister de mening dat terwijl er sprake zou moeten zijn vanminder regeldruk er eerder sprake is van meer regels en beperkingen ener minder aandacht moet zijn voor eco-regelingen en er terughou-dendheid is bij openstellingen door provincies?AntwoordDe inzet van het kabinet is erop gericht een evenwichtige aanpak tevolgen tussen vermindering van regeldruk op het boerenerf enhandhaving van doelbereik en van een gelijk speelveld. Nederland heeft inzijn Nationaal Strategisch Plan voor het GLB in de periode 2023–2027gekozen voor een ambitieuze invulling om te zorgen voor een goedbedrijfsinkomen, een weerbare sector en het bereiken van verschillendedoelen op het gebied van klimaat, water, leefomgeving, biodiversiteit enlandschap. Daarmee draagt het huidige GLB in belangrijke mate bij aanhet verdienvermogen voor boeren en tuinders en het perspectief op eentoekomstbestendige landbouw. Het GLB gaat echter ook gepaard metregeldruk en aanzienlijke administratieve lasten. Dat wordt medeveroorzaakt door een stapeling van voorwaarden en verplichtingen engedetailleerde voorschriften op het gebied van registratie, controle enverantwoording. Ook de wens om maatwerk te leveren, speelt hierbij eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17172 rol. Het is goed dat de Commissie nu voorstellen doet om gerichtregeldruk te verminderen. Dat mag echter niet indirect leiden tot grotereopgaven op andere beleidsterreinen.Er moet meer aandacht komen voor onze jonge landbouwers, detoekomst van onze voedselzekerheid.De leden van de PVV-fractie zijn teleurgesteld dat uit het NationaalStrategisch Plan (NSP) blijkt dat de inkomenssteun voor jonge boerenstapsgewijs wordt afgebouwd. Dit is volkomen tegenstrijdig ten opzichtevan de uitgesproken wens om verjonging in de sector te bevorderen. Deleden van de PVV-fractie constateren dat deze jonge boeren de toekomstvan onze voedselvoorziening zijn en moeten gestimuleerd blijven wordenom zich te blijven inzetten en trots te zijn op wat zij doen. Deze ledenhoren daarom graag van de Minister of er is nagedacht over de mogelijk-heden die deze jonge boeren kunnen worden geboden om ze te stimu-leren en te behouden zodat de Nederlandse voedselzekerheid blijftgewaarborgd.AntwoordDe aanvullende inkomenssteun voor jonge boeren is een voor deEU-lidstaten vrijwillige regeling in het kader van rechtstreekse betalingenbinnen het GLB, waardoor jonge boeren die recht hebben op basisinko-menssteun meer inkomenssteun kunnen krijgen. De aanvullendeinkomenssteun voor jonge landbouwers in Nederland bedraagt € 2.800per jaar. Uit een evaluatie van het GLB-NSP is juist gebleken dat jongeboeren behoefte hebben aan ondersteuning bij bedrijfsovername. Net nade bedrijfsovername is de financieel moeilijkste periode voor jongeboeren. In deze periode is het bedrijf enorm kwetsbaar. Juist op datmoment wil een jonge boer vooruit en zijn of haar bedrijf doorontwik-kelen. Daarom is in samenspraak met het Nederlands Agrarisch JongerenKontakt (NAJK) vastgesteld dat steun via de vestigingssteun effectiever isdan de aanvullende inkomenssteun. Er is daarom besloten om deze uit tefaseren gedurende de huidige GLB-periode. Jonge of startende boerenkunnen, mits zij voldoen aan alle subsidievoorwaarden, een subsidieaan-vraag doen voor € 80.000 voor de start of overname van een landbouwbe-drijf.Relatief goede scores zijn op «luchtkwaliteit» en «dierenwelzijn», maarachterblijvende resultaten op gebied van biodiversiteit en landschapsele-menten? De leden van de PVV-fractie richten zich bijvoorbeeld op deresultaatindicatoren R.17 en R.34 (p.10–11) en ontvangen graag eenreactie van de Minister of de gekozen meetmethode onvoldoenderepresentatief is voor de realiteit.AntwoordWe zijn op dit moment in overleg met de Commissie over deze tweeresultaatindicatoren en hoe we de nu geplande resultaten daar welzouden kunnen halen. De manier waarop de planning in het GLB-NSPeerder is gemaakt en de manier waarop de realisatie wordt gedefinieerden geregistreerd, zijn daarbij onderwerp van gesprek. Daarnaast focussenwij op de verschillende aanvullende maatregelen.Zwijgen over de fundamentele risico’s voor privacy, kosten en regeldruk?De leden van de PVV-fractie vinden het onacceptabel dat dit gebeurtterwijl er herhaaldelijke kritiek op Europese dataverzamelingen is, zoals bijde «autoriteit gegevensbeheer» in de Omnibus, en andere lidstaten hierook specifiek hun zorg over uitspreken. Deze leden willen van de Ministerweten of Nederland zich op dit punt actiever gaat opstellen richting deEuropese Commissie (EC).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17173 AntwoordEen zorgvuldige omgang met gegevens en het beperken van regeldrukzijn belangrijke onderwerpen. Ik blijf mij dan ook onverminderd actiefinzetten richting de Commissie om de regeldruk voor boeren teverminderen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersonenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van destukken voor de Landbouw- en Visserijraad van 15 tot 17 juni 2025.Hierover hebben deze leden vragen en opmerkingen.GeneratievernieuwingDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen en opmerkingenover de inzet van de Minister in de dialoog over generatievernieuwing.Het is waardevol om jongeren enthousiast te maken over een groeneboerentoekomst. De leden zien dat de Minister een heel aantal ideeënheeft om dit te bewerkstelligen.Deze leden vragen de Minister hoeveel middelen er beschikbaar zijn voorde regeling «Samenwerken aan generatievernieuwing» en hoeveel geld erinmiddels vanuit de regeling is uitgekeerd. Hoe heeft dit bijgedragen aangeneratievernieuwing? Welke wezenlijke resultaten zijn er bereikt?AntwoordDe regeling «samenwerking voor generatievernieuwing» is per 24 maart2025 voor het eerst opengesteld. Doel van de interventie is de drempelvoor jongeren om in de land- en tuinbouw actief te worden en te blijven,te verlagen. De ondersteunde projecten richten zich dan ook op samen-werkingen die jonge landbouwers aantrekken en behouden, waarbijinnovatie en schaalbaarheid centraal staan. Ze bieden ruimte ombottom-up initiatieven uit de sector te ondersteunen, specifiek gericht opuitdagingen zoals toegang tot landbouwgrond, kennis en financiering.Voor deze interventie is € 1,13 miljoen beschikbaar gesteld in deGLB-periode 2023–2027. Voor de eerste openstelling zijn nog geenmiddelen uitgekeerd. Binnenkort begint een adviescommissie met detoetsing van de subsidieaanvragen uit de eerste openstelling.Verder vragen deze leden de Minister om specifiek te benoemen welke«knellende wet- en regelgeving» het perspectief voor jonge boeren nutegenwerkt. Kan de Minister in deze wetten aanwijzen wat er preciesdwarszit?AntwoordHet gaat hier om het totaal aan verplichtingen dat uit (nationale) regel-geving volgt. Ik streef ernaar om het boer worden een aantrekkelijkvoorstel te laten blijven voor jongeren, zodat zij de boeren van detoekomst kunnen vormen.Deze leden van de GroenLinks-PvdA-fractie missen een visie over deduurzaamheid van de sector wat nodig is voor het toekomstige verdien-model van de volgende generatie boeren. Kan de Minister onderbouwendat aanpassingen van de door haar aangewezen knelpunten niet leiden toteen feitelijke verslechtering van de natuur?AntwoordEen toekomstbestendige landbouw opereert met minimale emissies en insamenhang met internationale doelstellingen. Om daar te komen is hetwel noodzakelijk dat ook jongeren perspectief zien in het werken in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17174 landbouw en de aantrekkelijkheid van het platteland. Bij de verantwoorde-lijkheid voor een agrarisch bedrijf hoort ook het voldoen aan administra-tieve verplichtingen en wet- en regelgeving. Door in te zetten op hetverminderen van administratieve lasten en te pleiten voor meer doelge-richte maatregelen in plaats van middelvoorschriften, werkt de Ministeraan het versterken van de aantrekkingskracht van het ondernemerschap inde landbouw. Dit draagt bij aan een toekomstbestendig verdienmodel,zowel voor bestaande boeren die hun bedrijven zullen overdragen, alsjonge boeren die de nieuwe generatie boeren zullen vormen.Deze leden vrezen dat dit kabinet voor de zoveelste keer moeite zal stekenin het pleiten voor onmogelijke en onwenselijke wetswijzigingen. Dezeleden benadrukken dat de inzet van de Minister, ook voor jonge boeren,uit moet gaan van feitelijke natuurverbetering en een eerlijke positie vande boer in de productieketen. Kan de Minister bevestigen dat haar inzethiermee in lijn is?AntwoordDe inzet van de Minister is erop gericht om meer doelgericht beleid terealiseren via doelsturing, en de positie van de (jonge) boeren in de ketente versterken. Daarbij is het belangrijk dat afnemers in de productieketeneen passende vergoeding bieden voor de inspanningen van boeren, zodat(jonge) boeren hun vakkennis en innovaties kunnen inzetten om te werkenaan afgesproken doelen op bijvoorbeeld stikstof, klimaat, biodiversiteit enwaterkwaliteit.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoeveelmiddelen zij heeft voor het financieel ondersteunen van jonge boeren,onder andere in het Investeringsfonds Duurzame Landbouw en andereregelingen. Welke aantrekkelijke voorwaarden kent deze voor jongeboeren? Hoeveel jonge boeren hebben hier al gebruik van gemaakt?Hoeveel extra middelen waren er beschikbaar voor jonge boeren in hetStikstoffonds, voordat dat werd afgeschaft door het inmiddels gevallenkabinet?AntwoordVoor het Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL) is een budget van€ 161,8 miljoen, inclusief de revolverende middelen van de pilot-IDL,beschikbaar tot juni 2034 (Kamerstuk 30 252, nr. 170). In dezelfde briefheeft de vorige Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit deKamer geïnformeerd dat het IDL jonge boeren (onder 40 jaar) eenaantrekkelijke lening verschaft voor de omschakeling naar eenduurzamere bedrijfsvoering. De maximale leensom is € 500.000, waarmeevoor hen tot 70% van het investeringsbedrag gefinancierd kan worden(standaard maximaal 60%). In de praktijk blijkt dat veel aanvragen c.q.verleende IDL-leningen voor jonge boeren zijn. Dat bleek al in de pilot:terwijl maar 10% van de land- en tuinbouwondernemers jonger is dan40 jaar, waren zij met 45% vertegenwoordigd in de pilot-aanvragen. In het«definitieve» IDL is vanaf juli 2024 tot en met het eerste kwartaal van 202570% van de 140 aanvragen door jonge ondernemers gedaan die (regel-matig bij de overname) willen investeren ten behoeve van omschakelennaar een aanmerkelijk duurzamere bedrijfsvoering. Hoewel het IDL dusniet exclusief voor jonge ondernemers is, blijkt het juist ook jonge boerenaan te spreken en te helpen.In het commissiedebat Landbouw, klimaat en voedsel (Kamerstuk 36 618,nr. 43) heeft de Minister aangegeven dat we de vinger aan de pols houdenen op een vroegtijdig moment schakelen als op enig moment de situatiedreigt te ontstaan dat het IDL-budget ontoereikend is om de vraag tekunnen bedienen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17175 Op Prinsjesdag 2023 heeft het vorige kabinet bekendgemaakt€ 100 miljoen te reserveren voor de vestigingssteun jonge landbouwersbinnen het GLB-NSP. Deze middelen komen uit het Transitiefonds en zijnaanvullend op de beschikbare Europese middelen (€ 75 miljoen). DeKamer is hierover geïnformeerd op 19 september 2023 (Kamerstuk 30 252,nr. 128).De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar de inzet vande Minister op leefbare plattelandsgebieden. Volgens deze leden zijnoplossingen voor de leefbaarheid structureel: een beter openbaar vervoer(OV), betaalbare huizen, bereikbaar onderwijs en genoeg werkgele-genheid. Deze leden vragen de Minister welke rol zij ziet voor de EuropeseCommissie en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur (LVVN) in die vraagstukken. Kan de Minister meer voorbeeldengeven van manieren waarop Nederland anders is dan andere landen watbetreft bedrijfsovername?AntwoordDe Commissie heeft met de Long-Term Vision for Rural Areas (LVTRA) eenvisie opgesteld voor sterke en veerkrachtige plattelandsgebieden. Desociaaleconomische vitaliteit van het landelijk gebied is van groot belang.Na de zomer start de Rural Policy Review, een onderzoek uitgevoerd doorde OESO en gefinancierd door de Commissie. Elementen die bij ditonderzoek aan bod komen zijn onder andere het welzijn van inwoners inhet landelijk gebied, voorzieningen en regionale identiteit. Ook wordt hethuidige beleid voor het landelijk gebied geëvalueerd. De OESO voert ditonderzoek uit in nauwe samenwerking met de plattelandsgemeenschap,medeoverheden, kennispartijen en departementen. Vanuit dit onderzoekzullen beleidsaanbevelingen volgen die onder meer betrekking zullenhebben op de opbouw van capaciteit om de inzet op leefbare plattelands-gebieden te vergroten. Het kabinet geeft daarnaast uitvoering aan hetNationaal Programma Vitale Regio’s, waarin veel van de genoemdeonderwerpen (bereikbaarheid, werkgelegenheid) worden geadresseerd.Deze leden willen ook weten welke «initiatieven van onderop» de Ministervoor zich ziet om jongeren te behouden in plattelandsgebieden, naastLEADER, en hoe zij deze gaat ondersteunen.AntwoordIn samenwerking met provincies en gemeenten, de koepels VNG en IPO,P10 (netwerk plattelandsgemeenten) en de Landelijke Vereniging KleineKernen (LVVK) wordt gekeken wat er nodig is voor plattelandsjongeren inhet landelijk gebied. Daar waar mogelijk voorziet ons ministerie inondersteuning door bijvoorbeeld kennisuitwisseling en netwerkvorming.Tot slot vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie welke gevolgende kabinetsval heeft voor de inzet van de Minister in de Landbouw- enVisserijraad. Zijn er besluiten die zij nu niet kunt nemen of waar haarruime anderzijds is beperkt door de val van het kabinet? Op welke puntenkan Nederland nu niet meeonderhandelen?AntwoordDe Minister zal zich in de Landbouw- en Visserijraad blijven inzetten voorde Nederlandse belangen conform de met de Kamer gedeelde geanno-teerde agenda. Uiteraard handelt het kabinet binnen de kaders die deKamer stelt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17176 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda informele Landbouwraad 15–17 juni 2025 en het verslag van deLandbouw- en Visserijraad van 26 mei. Deze leden hebben hierover nogenkele vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie zijn verheugd dat het Verenigd Koninkrijk(VK) en de EU een akkoord hebben bereikt over de toegang van deEU-vloot tot Britse wateren tot juni 2038. Deze leden zien dit als eenpositieve ontwikkeling voor de visserijsector. Deze leden vragen deStaatssecretaris in welke mate en op welke wijze dit akkoord bijdraagt aanhet langetermijnperspectief van de vissers. Deze leden vragen deStaatssecretaris ook welke consequenties er mogelijk zijn vanwege hetrecht dat het VK behoudt om via eigen wet- en regelgeving technischeaanpassingen in het visserijbeleid door te voeren, ook gezien het feit dater geen directe beperkingen zijn opgenomen voor specifieke vistech-nieken. Hoe verhouden deze zaken zich tot elkaar? Ziet de Staatssecretarisof er nog ergens risico’s zijn verbonden aan het akkoord? Welkeelementen vragen nog aandacht bij het vervolg?AntwoordNet als de leden van de fractie van de VVD is de Staatssecretaris verheugddat de Commissie en het Verenigd Koninkrijk (VK) hebben afgesprokendat de toegang voor Europese vissers tot Britse wateren tot 30 juni 2038verlengd zal worden en de huidige quotaverdeling en arbitragemoge-lijkheid gehandhaafd blijven. Deze verlenging van de huidige afsprakenmet 12 jaar biedt de Nederlandse vissers zekerheid en perspectief voor delange termijn.Net als in de huidige overeenkomst behoudt het VK het recht ommaatregelen te nemen ter bescherming van het mariene milieu die ookgevolgen kunnen inhouden voor EU-vissers. Ook de EU heeft dezemogelijkheden. Bij vermeende schending van de afspraken blijft arbitragemogelijk. Zoals ook nu het geval is zullen voorstellen van het VKnauwgezet worden gevolgd en zal via de reguliere gremia, waaronder hetSpecial Committee on Fisheries, inbreng worden geleverd doorNederland. Te zijner tijd zal opnieuw een onderhandelingsstrategiemoeten worden vormgegeven voor de visserijafspraken na 2038.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de uitgelekteroutekaart voor verhandelbare natuurkredieten. Is de Minister van meningdat een dergelijk systeem kan bijdragen aan herstel van de natuur? Watzouden hierbij wat de Minister betreft de kansen, aandachtspunten enrisico’s zijn?AntwoordDe vraag van de leden van de VVD-fractie gaat over een gelektemededeling van de Commissie. Over de inhoud hiervan kunnen geenuitspraken worden gedaan, omdat deze nog geen definitieve status heeft.Geannoteerde agendaDe leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie (hierna:EC) in de Strategie voor Waterweerbaarheid stelt dat een verbeterdeimplementatie van de Nitraatrichtlijn nodig is om de nutriëntenbelastingvoor het water te verminderen en zo herstel en verbetering van dewaterkwaliteit te bevorderen. Verder lezen zij dat de EC hierbij lidstaten zalondersteunen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17177 Kan de Minister aangeven wat dit betekent voor Nederland? Hoe verhoudtzich dit tot de aankomende evaluatie en mogelijke herziening van deNitraatrichtlijn? Wat deze leden betreft, moet een herziening in ieder gevalruimte geven voor een heroverweging van de EU-brede, generiekemestnorm en een invoering van doelsturing, zodat er gebiedsspecifiek kanworden gestuurd op nutriëntenbelasting. Kan de Minister aangeven of ditaansluit bij de inzet van de EC? Zo ja, wanneer verwacht zij dat hieropconcrete stappen ondernomen gaan worden? Zo nee, is zij bereid omhiervoor te pleiten in de Landbouwraad?AntwoordIn de Strategie voor Waterweerbaarheid wordt gesteld dat gewerkt moetworden aan een verbeterde implementatie van verplichtingen vanuit deNitraatrichtlijn, waarmee de waterkwaliteit wordt verbeterd. Met het8e actieprogramma Nitraatrichtlijn wordt er in Nederland, conform deNitraatrichtlijn, op ingezet om waterverontreiniging van grond- enoppervlaktewater door nutriënten afkomstig van de landbouw tevoorkomen en te verminderen, te voldoen aan de norm van 50 mg/lnitraat in het bovenste grondwater en eutrofiëring van oppervlaktewaterte voorkomen.De Commissie werkt aan de evaluatie van de Nitraatrichtlijn, waarbij deCommissie begin 2024 is begonnen met een publieke consultatie,verschillende onderzoeken heeft uitgezet (waaronder studies naar dekosten, administratieve lasten en impact van de Nitraatrichtlijn) enoriënterende gesprekken met de lidstaten in de Nitraatexpertgroep voertover mogelijke verbeteringen van de Nitraatrichtlijn. Zoals ook geconsta-teerd in het tussentijds verslag van de rapporteurs over de evaluatie enmogelijke herziening van de Nitraatrichtlijn (Kamerstuk 33 037, nr. 599),heeft de evaluatie als doel onder andere te kijken naar de samenhangtussen de Nitraatrichtlijn en andere Europese wetgeving zoals deKaderrichtlijn Water (KRW) en het GLB. Verder zal de Commissie kijkennaar de kosten van implementatie van de Nitraatrichtlijn, directevoordelen van deze richtlijn, mogelijkheden voor vereenvoudiging enmogelijkheden voor vermindering van administratieve lasten. Centraalstaat uiteindelijk de vraag in welke mate de Nitraatrichtlijn geschikt is omde gestelde doelstelling te behalen, namelijk om waterverontreiniging diewordt veroorzaakt of teweeggebracht door nitraten uit agrarische bronnente verminderen en verdere verontreiniging van dien aard te voorkomen.Hiermee past deze evaluatie ook in het voornemen zoals opgenomen inde Strategie voor Waterweerbaarheid.Momenteel is de inzet erop gericht om, conform ook de wensen van deleden van de VVD-fractie, de EU-brede generieke dierlijke mestnorm in hetkader van de evaluatie te herzien en zo mogelijk meer ruimte te biedenvoor doelsturing. Zoals ook aangegeven in de Visie voor Landbouw enVoedsel, is de verwachting dat eind dit jaar de Commissie een evaluatie-rapport zal presenteren, op basis waarvan de Commissie eventuelevervolgstappen zal nemen.De leden van de VVD-fractie lezen dat de EC aangeeft dat zij zal bijdragenaan de financiering van mestopslagfaciliteiten en het bevorderen van decirculariteit van nutriënten. Hoe duidt de Minister deze twee voornemensvan de EC?AntwoordDe Minister ondersteunt deze beide voornemens die in de strategie van deCommissie zijn opgenomen. Mestopslagfaciliteiten kunnen bijdragen aanhet verbeteren van de waterkwaliteit, bijvoorbeeld door te borgen datmeststoffen op het juiste tijdstip kunnen worden toegepast. Uit gegevensvan Eurostat blijkt dat het aandeel bedrijven met mestopslag sterk varieertTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17178 per lidstaat. In algemene zin geldt dat vergroten van de mestopslag geenstructurele oplossing is voor de mestproblematiek zolang de productiesignificant groter is dan de plaatsingsruimte.Het bevorderen van circulair gebruik van nutriënten past binnen de inzetvan Nederland als het gaat om het optimaal gebruiken van nutriënten uitdierlijke mest, bijvoorbeeld in de vorm van RENURE.Om wat voor financiering van mestopslagfaciliteiten zou dit concreet gaanvoor Nederland en in hoeverre kan dit bijdragen aan het oplossen van demestproblematiek in Nederland? Deze leden willen dat de ECtoestemming gaat geven voor het gebruik van kunstmestvervangers,ofwel RENURE. Kan de Minister aangeven of dit aansluit bij de inzet vande EC om de circulariteit van nutriënten te bevorderen? Zo ja, wanneerverwacht zij dat hierop concrete stappen ondernomen gaan worden? Zonee, is zij bereid om hiervoor te pleiten in de Landbouwraad?AntwoordOp dit moment is onvoldoende duidelijk welke vorm van financiering deCommissie voor zich ziet voor mestopslagfaciliteiten. Wij kunnen hieroverdan ook geen uitspraak doen.In de Visie voor Landbouw en Voedsel worden gerecyclede nutriënten,waaronder RENURE, genoemd als manier om het milieu en klimaat teverbeteren en afhankelijkheden te verminderen. De Commissie heeftreeds een voorstel voor amendering van de Nitraatrichtlijn gepresenteerdom RENURE te kunnen gebruiken boven de dierlijke mestnorm van 170 kgN/ha. Dit voorstel is reeds enkele malen is besproken in het Nitraatcomité.Uiteraard wordt op alle niveaus inzet gepleegd om onder de lidstaten eengekwalificeerde meerderheid te vinden voor dit voorstel.De leden van de VVD-fractie lezen dat de EC stelt dat ondersteuning vanwaterbestendige landbouwpraktijken een belangrijk element zal vormenvan het nieuwe GLB. Kan de Minister aangeven wat haar visie hierop is?AntwoordDe Minister wacht de voorstellen van de Commissie af en zal vervolgenshaar visie daarop met de Kamer delen. In het huidige GLB is er overigensrelatief veel aandacht voor waterbestendige landbouwpraktijken en deMinister wil dat voortzetten. Onderdeel van een bestendige landbouw-praktijk is de omgang met te veel of te weinig water. De uitdagingenhierbij verschillen tussen de lidstaten. In het huidige GLB zijn er inNederland al mogelijkheden om bijvoorbeeld te investeren in maatregelenrond water(gebruik). Ook stimulert de eco-regeling efficiënter waterge-bruik via de eco-activiteit «fertigatie». Dergelijke investeringen zullen zekerook in de toekomst nodig zijn voor een weerbare agrarische sector. Hetinstrumentarium dat hiervoor in het nieuwe GLB beschikbaar komt, zalaangepast op de Nederlandse behoeften worden opgenomen in denationale uitwerking van het GLB.Verslag Landbouw- en Visserijraad 26 meiDe leden van de VVD-fractie vragen de Minister en de Staatssecretaris ofzij tijdens de besprekingen van de Visie voor Landbouw en Voedsel ookblijvend aandacht vragen namens Nederland voor voldoende ruimte voorbiotechnologie en hieruit voortkomende voedselinnovaties.AntwoordDe vraag naar aandacht voor voldoende ruimte voor biotechnologie enhieruit voortkomende voedselinnovaties sluit goed aan bij het BNC-ficheover de Visie voor Landbouw en Voedsel (Kamerstuk 22 112, nr. 4016). Indit BNC-fiche benoemt het kabinet expliciet dat het voor biotechnologieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17179 belangrijk is om een gezond ondernemingsklimaat te organiseren en deveiligheid te waarborgen. Daarbij zijn toekomstgerichte, transparante,doelmatige en voorspelbare procedures van belang. Voor de komendeRaad staat er geen bespreking gepland van de Visie voor Landbouw enVoedsel van de Commissie. Mocht dit onderwerp op een latere Raadalsnog ter bespreking komen, dan zal ik ook dit deel van de Nederlandspositie conform het BNC-fiche inbrengen.Deze leden lezen dat een groot deel van de lidstaten, waaronderNederland, het belang van vaccineren onderschreven en een deel van delidstaten heeft de EC opgeroepen om acties te ondernemen. Heeft de ECaangegeven hoever de gesprekken met internationale handelspartnerszijn? Welke andere acties heeft de EC aangegeven uit te werken?AntwoordZowel de Commissie als de EU-lidstaten zijn, waar kan en nodig, methandelspartners (waaronder derde landen) in gesprek over vaccinatietegen specifieke dierziekten, zoals vogelgriep. De Commissie verschaftderde landen daarin zoveel mogelijk informatie over de regels voorvaccinatie die in de EU zijn opgesteld. Bij de general session van deWereld Organisatie voor Diergezondheid, de WOAH, is op uitgebreideschaal ingegaan op noodzaak en wenselijkheid om tegen bepaaldedierziekten te vaccineren.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de stukken enhebben hier enkele vragen over.De leden van de NSC-fractie zijn blij dat er aandacht komt voor de positievan jonge boeren in geheel Europa. Acht het kabinet de voorgesteldevereenvoudigingen van het GLB voldoende om de regeldruk voor boerendaadwerkelijk merkbaar te verminderen?AntwoordOnderdeel van de voorstellen van de Commissie die momenteelvoorliggen, is de mogelijkheid om bepaalde voorwaarden in te vullen metbestaande nationale regelgeving. Dat biedt ruimte voor harmonisatie vanregelgeving en daarmee een vermindering van regeldruk. De praktischeinvulling die daaraan gegeven kan worden moet nader onderzochtworden. De opgaven waarvoor Nederland staat op het gebied vanbijvoorbeeld waterkwaliteit en biodiversiteit zijn daarbij leidend. Omdatvoor zowel het kabinet als de Commissie de opgaven en doelen in delidstaten met de voorgestelde vereenvoudigingen niet veranderen, moetworden bezien welk effect de beweging naar meer ruimte voor lidstatenheeft op de regeldruk voor landbouwers. Het is van belang te waarborgendat vereenvoudiging niet indirect elders leidt tot een grotere opgave.De leden van de NSC-fractie benadrukken het belang van de onder-steuning voor jonge boeren. Hoe effectief zijn de huidige Nederlandseregelingen voor jonge boeren? Is er evaluatie-informatie beschikbaar overbereik en benutting?Er bestaan verschillende interventies binnen het GLB-NSP voor jongeboeren. Er wordt goed gebruik gemaakt van de productieve investerings-regelingen die door de provincies worden opengesteld. De eerstesubsidieopenstelling voor de subsidie voor de vestiging van jongelandbouwers vond plaats van 3 juni 2024 tot 2 augustus 2024. Tijdensdeze subsidieopenstelling hebben 876 jonge landbouwers een subsidie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 171710 aanvraag bij de RVO ingediend. Een deel van de subsidieaanvragen isafgewezen omdat deze niet aan de subsidievoorwaarden voldeden. Demeest voorkomende afwijsredenen waren dat de jonge landbouwer hetbedrijf niet voor meer dan 50% had overgenomen, de standaardver-diencapaciteit (SVC) van het bedrijf lager was dan € 15.000 en dat hetbedrijf vóór 1 januari 2023 was gevestigd. Na de eerste openstelling heeftons ministerie signalen en opgedane ervaringen geëvalueerd met RVO,het NAJK en de Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus(VLB). Uit deze evaluatie bleek dat de regeling niet complex is, maar opeen aantal subsidievoorwaarden niet goed aansluit op de praktijk rondombedrijfsovername, of dat de subsidievoorwaarden niet goed warenbegrepen. Naar aanleiding van de evaluatie is voor het aanvraagjaar 2025een aantal zaken aangepast. De evaluatie leerde onder andere dat decommunicatie over de vereiste overnamedocumenten en de voorwaardenvoor (doorslaggevende) zeggenschap verbeterd moeten worden. RVOheeft hier bij de huidige openstelling (28 april tot en met 27 juni 2025)extra aandacht aan besteed. Verder is de definitie van gedeeltelijkeovername aangepast zodat deze beter aansluit bij de boerenpraktijk. Ookis het mogelijk dat startende bedrijven die in 2024 nog niet voldeden aande SVC, maar in 2025 wel, alsnog bij de huidige openstelling eensubsidieaanvraag kunnen indienen.Wat doet het kabinet concreet om de hoge pachtprijzen en dure bedrijfs-overnames in Nederland te verlagen, of op zijn minst beter tecompenseren?AntwoordDe pachtprijs voor geliberaliseerde overeenkomsten korter dan 6 jaar kenteen vrijemarktprijs, overeengekomen door pachter en verpachter. Depachtnormen die van toepassing zijn op langjarige reguliere overeen-komsten komen voort uit het Pachtprijzenbesluit 2007. De berekeninghiervan is gebaseerd op het opbrengend vermogen van landbouw-gronden («wat kun je erop verdienen?»). In de brief van de Staatssecre-taris van 27 januari jl. (Kamerstuk 27 924, nr. 89) is uitgebreid ingegaan opde berekeningsmethodiek van het Pachtprijzenbesluit 2007. Ook is deKamer op 27 mei jl. geïnformeerd over de aankomende pachtnormen van2025. Met de nieuwe pachtnormen stagneert de pachtprijsstijging tenopzichte van de voorgaande jaren. Desalniettemin wil de Staatssecretarisde toekomstige schommelingen en onzekerheden waar mogelijkwegnemen. Dit neemt hij mee in de herziening van de pachtregelgevingen in het bijzonder in het Pachtprijzenbesluit 2007. De inzet van hetkabinet is dus gericht op het vernieuwen van de pachtregelgeving, niet ophet verlagen of compenseren van individuele pachtprijzen.Jonge landbouwers die vanaf 1 januari 2023 een bedrijf hebben overge-nomen of zijn gestart, kunnen eenmalig vestigingssteun aanvragen via hetGLB. De vestigingssteun is een (directe) financiële ondersteuning voor dejonge landbouwer. De Kamer is op 3 april 2024 over geïnformeerd(Kamerstuk 30 252, nr. 166). Voor 2024 tot en met 2026 is in totaal eenbudget van bijna € 240 miljoen beschikbaar.Hoe worden jongeren zelf betrokken bij het ontwikkelen van beleid voorgeneratievernieuwing?De Minister staat in nauw contact met jongeren en jonge boeren over detoekomst van het voedselsysteem. Een specifiek gremium waarmee zijmet jongeren in contact is, is het Groenpact. Groenpact is een platformdat verschillende jongerenorganisaties uit de agro-sector, de foodsectoren de klimaatsector samenbrengt. Dit platform heeft als doel om ideeën,kennis en standpunten van jonge professionals over de toekomst van onsvoedsel- en landbouwsysteem en de groene omgeving samen te brengen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 171711 omdat deze ideeën essentieel zijn voor de toekomst. De ideeën, kennis enoverwegingen van jongeren over de toekomst van het voedsel- enlandbouwsysteem en de groene leefomgeving zijn van grote waarde voorGroenpact en haar partners. Voor de ontwikkeling van beleid voor jongeboeren staat de Minister ook in nauw contact met het NAJK.De leden van de NSC-fractie zijn van mening dat het GLB een grote rolspeelt in de toekomst van de jonge boeren. Hoe beoordeelt het kabinet demogelijke overstap naar een «Single Envelope»-benadering binnen hetMeerjarig Financieel Kader (MFK), waarbij het GLB opgaat in brederenationale fondsen? Is het kabinet bereid zich actief te verzetten tegen hetloslaten van één gezamenlijk Europees landbouwbudget, gezien hetbelang van een gelijk speelveld voor Nederlandse boeren?AntwoordHet kabinet wacht de Commissievoorstellen af die naar verwachting halfjuli a.s. zullen worden gepresenteerd. De Kamer zal dan zo spoedigmogelijk na het zomerreces een kabinetsappreciatie van de voorstellenontvangen.De leden van de NSC-fractie zijn van mening dat GLB gelden zich meerzouden moeten richten op de boeren die stevige inzet plegen voor eenbeter milieu en klimaat. Hoe staat het kabinet tegenover het voorstel vanhet Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) om een derde pijlerbinnen het GLB te introduceren, gericht op klimaat- en milieumaatregelen,naast de bestaande pijlers voor inkomenssteun en plattelandsontwik-keling? Deze leden vragen de Minister of zij het wenselijk acht om bij deverdeling van GLB-gelden na 2027 minder te sturen op hectares en meerop maatwerk voor jonge en toekomstgerichte ondernemers, bijvoorbeeldvia risicomanagement, toegang tot grond en investeringssteun? Zo ja,welke stappen worden daartoe gezet?AntwoordDe onderhandelingen over dit vraagstuk komen aan de orde bij degesprekken over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Op dit momentkunnen wij daar nog niet op vooruit lopen. In de gesprekken over devoorzitterschapsconclusies over de toekomst van het GLB onder hetBelgisch en Hongaars voorzitterschap (aangenomen door de Landbouw-en Visserijraad in juni respectievelijk december 2024) heb ik me actiefingezet om deze discussie ook echt in het MFK-kader te laten plaats-vinden, zodat een integrale afweging gemaakt kan worden over deNederlandse belangen.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de BBB-fractie hebben de geannoteerde agenda van deinformele Landbouw- en visserijraad met interesse gelezen en hebbenhierover een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de BBB-fractie willen ten eerste benadrukken dat zij de inzetop het leefbaar maken en houden van het platteland zien en waarderen.Landelijke gemeenschappen zijn afhankelijk van een sterke landbouw-sector. Zeker in Nederland, waar landbouw niet alleen voor agrarischeproducten zorgt. De agrarische sector biedt ook kinderopvang,zorglandbouw en recreatie. Om de agrarische sector levensvatbaar tehouden is het belangrijk dat ook jonge boeren worden ondersteund omeen toekomst op te bouwen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 171712 De leden van de BBB-fractie willen voor wat betreft het GLB-budgetbenadrukken dat externe convergentie voor de Nederlandse situatie zeeronwenselijk zou zijn. Het GLB budget voor Nederland zou met 40 procentkunnen dalen in de eerste pijler, ten gunste van met name Roemenië,Spanje, Bulgarije, Portugal en Polen.Zoals de leden van de BBB fractie al eerder hebben aangegeven, zijnNederlandse boeren op dit moment al veel zelfstandiger dan alle andereEuropese boeren. Door de mogelijke externe convergentie zou extraGLB-geld dus gaan naar landen waar boeren al voor een veel groter deelvan hun inkomen afhankelijk zijn van subsidies. Om een voorbeeld tenoemen bestaat in Roemenië het inkomen van boeren voor 38 procent uitsubsidies, in Spanje 24 procent, in Portugal 39 procent, in Bulgarije40 procent en in Polen voor 37 procent.De leden van de BBB-fractie constateren dat het deze leden dus zeeronwenselijk lijkt om door middel van externe convergentie boeren in debovenstaande landen voor een nog groter deel van hun inkomenafhankelijk te maken van subsidies, terwijl de Nederlandse boeren metslechts 10 procent al grotendeels zelfstandig zijn en bovendien hunbetaling uit pijler één grotendeels ontvangen als compensatie voorgroene diensten, in de vorm van eco-regelingen. Deze leden vragen danook van de Minister dat zij zich uitspreekt tegen verdere externeconvergentie.AntwoordDe onderhandelingen over dit vraagstuk komt aan de orde bij degesprekken over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Op dit momentkunnen wij daar nog niet op vooruit lopen. In de gesprekken over devoorzitterschapsconclusies over de toekomst van het GLB onder hetBelgische en Hongaarse voorzitterschap (aangenomen door deLandbouw- en Visserijraad in juni respectievelijk december 2024) heb ikme actief ingezet om deze discussie ook echt in het MFK kader te latenplaatsvinden, zodat een integrale afweging gemaakt kan worden over deNederlandse belangen.Zouden tot slot graag willen horen wie namens Nederland deel zal nemenaan de conferentie van Ministers van Landbouw van de Afrikaanse Unie(AU) en de EU die op 27 juni aanstaande plaatsvindt in Rome en wat daarde inzet of inbreng van Nederland zal zijn op de verschillende thema’s.AntwoordDe Nederlandse inzet richt zich op het versterken van weerbare voedsel-systemen, klimaatresistente landbouw, kennisuitwisseling, innovatie eneerlijke handelsrelaties. Vanuit Europees perspectief willen we hetpartnerschap tussen de EU en de Afrikaanse Unie op het gebied vanlandbouw verdiepen, onder andere via samenwerking op het gebied vanduurzame productie, eerlijke markttoegang en innovatie. Het is op ditmoment nog niet besloten door wie Nederland vertegenwoordigd zalworden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de PvdD-fractie zien de informele Landbouwraad als eenkans om fundamentele keuzes te maken voor de toekomst van delandbouw. Het thema «generatievernieuwing» verdient aandacht, maarmoet niet worden losgekoppeld van de inhoudelijke transitie die nodig is:weg van een systeem dat ecologische en sociale schade aanricht enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 171713 richting een landbouwsysteem dat werkelijk duurzaam, plantaardig enrechtvaardig is.Generatievernieuwing: niet meer van hetzelfde, maar voor een andersysteemDe leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat het idee dat jongeboeren enkel een duwtje nodig hebben om in hetzelfde agro-industriëlemodel te stappen, miskent dat dit model juist de reden is dat jongerenafhaken. Lage marges, schuldenlast, maatschappelijke kritiek, verlies aanautonomie en afhankelijkheid van banken en ketenpartijen vormenstructurele drempels. Generatievernieuwing zou moeten gaan oververnieuwing van het systeem – niet over het instandhouden van de statusquo. Is de Minister bereid om binnen de EU te pleiten voor een strategievoor generatievernieuwing die expliciet inzet op systeemveranderingrichting plantaardige, regionale en agro-ecologische landbouw? Hoe zietde Minister de rol van jonge boeren binnen een landbouw die afgestemdis op klimaat-, natuur- en dierenwelzijnsdoelen, bijvoorbeeld zoalsgeschetst in het plantaardige scenario van Urgenda (Urgenda, april 2024,«LandinZicht: Grond voor een vruchtbaar gesprek»)?AntwoordBedrijfsovername is een langjarig en complex proces. De uitdagingen diezich voordoen bij bedrijfsovernames, verschillen tevens sterk per sector.Obstakels voor jonge boeren bij het verduurzamen van hun bedrijf zijnonder meer de familiedynamiek waarbij verwachtingen over de inrichtingvan het (toekomstige) bedrijf spelen, toegang tot financiering voor hetdoen van duurzame investeringen en de marktverwachting voorduurzame producten voor de garantie van een passende vergoeding. Omde uitdagingen rondom generatievernieuwing effectief aan te pakken, iseen brede samenwerking tussen verschillende betrokken partijennoodzakelijk. Banken, agrarische coaches, gemeenten en beleidsmakersmoeten gezamenlijk werken aan oplossingen. Een platform kan eenbelangrijke rol spelen in het gezamenlijk bespreken van thema’s zoalsfinanciering, sociale acceptatie en innovatie. Dit platform kan ookpraktische oplossingen ontwikkelen, zoals het opzetten van pilots of hetaanpassen van subsidieregelingen. De Minister werkt met de jongeboeren en diverse partijen aan een platform rondom bedrijfsovername,dat kennis en het gesprek over dit onderwerp samenbrengt, en bijdraagtaan de verdere ontwikkeling van ondersteunende netwerken en maatre-gelen.Voor jonge ondernemers is het van belang dat zij perspectief zien voor deontwikkeling naar een bedrijf dat bijdraagt aan de aanpak van onder meerde stikstofproblematiek. Door een vermindering van de import vanveevoer en een toename van lokale voedselproductie kunnen bedrijfsmo-dellen zich doorontwikkelen. Cruciaal hierbij is dat er wordt ingezet op hetversterken van het verdienvermogen van de boer, het langjarig onder-steunen van boeren middels agrarisch natuurbeheer, het ondersteunenvan innovatie en met name duidelijkheid verkrijgen over de doelen en deruimte voor ondernemers. Via onder andere het GLB-NSP wordt hieropingezet. Voor perspectief is het verder van belang dat boeren en tuindersde ruimte krijgen om te ondernemen en dat zij langjarige duidelijkheidkrijgen over de doelen waar zij aan moeten voldoen. Daarin kiestvervolgens elke ondernemer zijn eigen ontwikkelingspad. Wij pleitenbinnen de EU dan ook voor congruente, doelgerichte Europese wet- enregelgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 171714 Verdienvermogen in relatie tot grondtoegang en systeemdrukDe leden van de PvdD-fractie constateren dat de toegang tot grond terechteen speerpunt is in de strategie, maar zolang gronden worden opgekochtdoor agro-investeerders en pachtprijzen in Nederland tot de hoogste in deEU behoren, blijven jonge boeren afhankelijk van dure, intensieveproductiemodellen om hun kosten te dekken. Daardoor raken zij verstriktin dezelfde vicieuze cirkel van intensivering, schaalvergroting en ecolo-gische uitputting. Is de Minister bereid om te onderzoeken hoe speculatiemet landbouwgrond en overname door agrobedrijven kan wordentegengegaan om jonge boeren werkelijk toegang tot land te geven voorextensieve, natuurinclusieve landbouw? Onderkent de Minister dat hethuidige verdienmodel (gestuwd door banken, ketenmacht en exportbe-langen) juist een van de grootste obstakels vormt voor duurzamegeneratievernieuwing?AntwoordNederland kent een vrije grondmarkt. Er zijn geen instrumenten om tebeïnvloeden wie grond wel en wie grond niet kan kopen op de grond-markt. Wel kan met uitgiftebeleid beïnvloed worden wie toegang krijgt totoverheidsgronden. In de herziening van de pachtregelgeving wordtlangdurige pacht de norm en kunnen ook duurzaamheidscriteria meege-nomen worden in een pachtovereenkomst. In een handreiking wordtuitgewerkt hoe overheden pacht zodanig in kunnen zetten dat jonge enstartende boeren en boeren die kiezen voor extensivering,natuurinclusieve- of biologische landbouw of anderszins met hunbedrijfsvoering bijdragen aan maatschappelijke opgaven beter en vooreen lange periode toegang krijgen tot pachtgronden van de overheid.Daarnaast nemen we in de Nota Ruimte maatregelen om zorgvuldig om tegaan met de belangen van landbouw en daar bij grootschalige functiever-anderingen rekening mee te houden.Aantrekkelijkheid van het platteland: meer dan alleen infrastructuurDe leden van de PvdD fractie zijn het met de Minister eens dat hetplatteland een fijne plek moet blijven om te wonen en te werken. Echter,de aantrekkelijkheid wordt ondermijnd door stankoverlast, luchtvervuiling,verkeersdrukte van mestwagens, en gezondheidsrisico’s door intensieveveehouderij. Zonder aanpak van deze problemen blijven jongeren weg ofvertrekken ze zodra het kan. Is de Minister bereid om de aantrekkelijkheidvan het platteland te verbinden aan een uitfaseringsstrategie van deintensieve veehouderij, en de ruimte in te zetten voor natuur, woningenen duurzame landbouw? Zo nee, waarom niet?AntwoordHet is belangrijk dat we de kwaliteit van het landelijk gebied hoog houdenen het aantrekkelijk blijft voor iedereen, om te wonen, werken enrecreëren, ook voor jongeren en jonge boeren. Met name dat laatste isook de zorg van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en natuurdenkt niet dat de veehouderij de oorzaak is dat mensen wegtrekken. Hetboerenbedrijf is vaak juist een reden voor jongeren om te blijven. Zij wiltniet inzetten op uitfaseren van veehouderij. Voor de verschillende thema’sis er generiek beleid om te werken aan verbetering. Zo is er generiekbeleid om te werken aan de verbetering van luchtkwaliteit in Nederland enhet geurbeleid waar de Minister van Infrastructuur en Waterstaatverantwoordelijk voor is. Wij denken juist dat we innovaties veel stappengezet kunnen worden, zeker als het gaat om een gezonde leefomgeving.Naast dit generieke beleid kijk ik met de aanpak Ruimte voor Landbouwen Natuur naar wat gebiedsgericht nodig is voor natuur, water en klimaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 171715 Maatregelen vanuit die aanpak kunnen soms ook indirect bijdragen aanandere doelen zoals dierziekten, zoönosen, luchtkwaliteitvervuiling engeuroverlast, maar deze onderwerpen worden primair via anderebeleidstrajecten opgepakt. Met de sociaaleconomische actielijnen van deaanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur heb ik aandacht voorleefbaarheid in het landelijk gebied.Mentale gezondheid van boeren: systeemstress is kernoorzaakDe leden van de PvdD-fractie waarderen dat de EC en de Ministeraandacht besteden aan de mentale gezondheid van boeren. Tegelijkertijdmoet onder ogen worden gezien dat veel psychische druk het gevolg isvan systeemdruk: onrealistische verwachtingen, afhankelijkheid vanbanken en leveranciers, publieke kritiek, en het gevoel gevangen te zittenin beleid dat telkens wordt bijgestuurd. Wil de Minister dit aspectnadrukkelijker agenderen binnen de Europese strategie voor generatiever-nieuwing: de noodzaak om de sociale en mentale druk op boerenstructureel te verlagen door hen écht zeggenschap, bestaanszekerheid enwaardering te geven binnen een gezond voedselsysteem?AntwoordMentale gezondheid hangt sterk samen met de mate waarin iemand gripheeft op zijn of haar leven. Het wordt bepaald door een samenspel vanfactoren. Sociaaleconomische factoren die nauw samenhangen met hetagrarisch bedrijf maken hier deel van uit. Wij kunnen ons goed voorstellendat onzekerheid over de toekomst van iemands bedrijf kan bijdragen aanhet ontstaan van mentale problemen bij agrarische ondernemers.Toenemende onzekerheid, wet- en regelgeving, financiële druk enmaatschappelijke eisen leggen een zware last op veel agrarischeondernemers. De mentale gezondheid van agrariërs, jong en oud, vereistmeer aandacht. Het versterken van de mentale veerkracht staat niet alleenop de agenda van ons ministerie, maar ook op de agenda van deEuropese Unie. De Commissie heeft onlangs aangekondigd dat mentalegezondheid een belangrijk thema is binnen de gepresenteerde Visie voorLandbouw en Voedsel is.Tegelijkertijd spant het kabinet zich in om te werken aan een goede positievan boeren en tuinders binnen economie en maatschappij. Bestaansze-kerheid voor agrarische ondernemers valt of staat met een duurzaamverdienmodel. En dat vormt tevens de basis voor een soepele generatie-vernieuwing binnen de agrarische sector. Dit past bij de inzet van hetkabinet om te werken aan een duurzamer voedselsysteem waarin boerenen tuinders een centrale rol vervullen.EU-OntbossingsverordeningDe leden van de PvdD-fractie zijn bezorgd over de signalen dat deEU-Ontbossingsverordening onevenredige lasten zou opleggen aanboeren en bosbouwers en dat lidstaten oproepen tot vereenvoudiging enuitstel van de verordening. Deze leden benadrukken dat het tegengaanvan wereldwijde ontbossing cruciaal is voor het behoud van biodiversiteiten het bestrijden van klimaatverandering. Het uitstellen of versoepelenvan de verordening zou een verkeerd signaal afgeven en de beschermingvan bossen wereldwijd ondermijnen. Kan de Minister uiteenzetten welkepositie Nederland inneemt ten aanzien van de oproepen tot vereenvou-diging en uitstel van de EU-Ontbossingsverordening, en hoe zij waarborgtdat de Nederlandse inzet blijft gericht op een effectieve implementatie enhandhaving van de verordening, zonder afbreuk te doen aan de doelstel-lingen van de verordening? Kan de Minister bevestigen dat Nederlandzich blijft inzetten voor een strikte implementatie van de verordening enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 171716 zich niet laat leiden door de economische argumenten die ten koste gaanvan de bescherming van bossen? Zo nee, waarom niet?AntwoordEen betrouwbare en voorspelbare overheid die duidelijkheid en rechtsze-kerheid biedt aan ondernemers, is cruciaal voor een goede facilitering vaninternationale handelsstromen. Vanuit dat oogpunt, heeft het kabinet eind2024 het Commissievoorstel gesteund om het van toepassing worden vande EU-ontbossingsverordening zonder verdere wijzigingen of amende-menten aan de inhoud van de tekst, met twaalf maanden uit te stellen omondernemers meer tijd voor voorbereiding te bieden. Dit standpunt isnader toegelicht in de brief aan de Kamer van 15 oktober 2024 (Kamerstuk22 112, nr. 3967). Daarbij heeft Nederland de Commissie toen verzocht omgedurende deze twaalf maanden de administratieve last, met name voorkleine ondernemers, te verlichten. De Commissie heeft in april 2025aanvullende richtsnoeren gepubliceerd voor de vereenvoudiging enverlichting van administratieve lasten, die mogelijk zijn binnen deontbossingsverordening zoals deze wettelijk is vastgelegd.Het huidige kabinetsstandpunt is om de EU-ontbossingsverordening ende ambitie van deze wetgeving, zonder verdere wijzigingen of amende-menten, te blijven steunen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 171717

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 434d5071ec44c94c

14 okt 2026 · e4c9b06468b355b4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.