KamerkringInloggen
Kamerstuk

Amendement van het lid El Abassi over een periodieke evaluatie om de drie jaar van iedere bevoegdheid afzonderlijk

8 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7365ac74f09c18ed · officiële bron

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2026-2027 36 918 Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen Nr. 16 AMENDEMENT VAN HET LID el abassi Ontvangen 8 oktober 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel I, onderdeel E, wordt het voorgestelde artikel 12 als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding “1.” geplaatst. 2. In het eerste lid (nieuw) wordt “2032” vervangen door “2030 en vervolgens telkens na drie jaar” en wordt na “doeltreffendheid” ingevoegd “, de noodzaak”. 3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. In het verslag wordt voor iedere bevoegdheid afzonderlijk in ieder geval ingegaan op: a. het aantal toepassingen, verlengingen en de duur daarvan; b. de mate waarin het met de maatregel beoogde doel is bereikt; c. de beschikbaarheid en inzet van minder ingrijpende alternatieven; d. uitspraken van de rechter over de toepassing van de bevoegdheid; e. de gevolgen voor grond- en mensenrechten; en f. de noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit van het voortbestaan van de bevoegdheid. Toelichting Met dit amendement wordt voorzien in een periodieke evaluatie van de wet om de drie jaar, waarbij iedere bevoegdheid afzonderlijk wordt beoordeeld. Het wetsvoorstel maakt de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding permanent. De huidige horizonbepaling vervalt immers. Daarbij is niet langer wettelijk verzekerd dat het parlement periodiek opnieuw moet beoordelen of het voortbestaan van deze ingrijpende bevoegdheden nog noodzakelijk en proportioneel is. Het regeringsvoorstel voorziet weliswaar in een evaluatie vóór 1 maart 2032, maar bepaalt niet dat daarna opnieuw wordt geëvalueerd. De indiener acht periodieke evaluatie van bijzonder belang omdat de wet bevoegdheden bevat die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de uitoefening van grondrechten. Het gaat onder meer om de bewegingsvrijheid, het recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven en, afhankelijk van de concrete toepassing, de vrijheid van godsdienst, vergadering en vereniging. De tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing heeft erop gewezen dat bij de beoordeling van dergelijke beperkingen overtuigend moet worden gemotiveerd dat zij noodzakelijk en proportioneel zijn. De commissie constateert bovendien dat uit de eerdere evaluatie blijkt dat in de praktijk niet steeds voldoende expliciet aandacht is besteed aan grondrechten, noodzakelijkheid en evenredigheid. Daarnaast heeft de Afdeling advisering van de Raad van State erop gewezen dat de Twbmt slechts beperkt is toegepast en dat uit de evaluatie niet overtuigend blijkt dat de wet een noodzakelijk instrument is bij de bestrijding van terroristische activiteiten. Daarbij verandert de aard van de terroristische dreiging in de tijd. Een bevoegdheid die bij een bepaald dreigingsbeeld noodzakelijk en geschikt wordt geacht, hoeft dat bij een gewijzigd dreigingsbeeld niet zonder meer te blijven. Periodieke evaluatie voorkomt dat bevoegdheden uitsluitend vanwege hun bestaande wettelijke beschikbaarheid onbeperkt blijven voortbestaan zonder opnieuw te worden getoetst op hun daadwerkelijke noodzaak, effectiviteit en proportionaliteit. De indiener kiest daarbij voor een termijn van drie jaar. De indiener acht een termijn van vijf jaar te lang voor een wet die permanent wordt en waarmee preventief fundamentele vrijheden kunnen worden beperkt. Een termijn van drie jaar zorgt ervoor dat het parlement met voldoende regelmaat kan beoordelen of de wettelijke bevoegdheden nog steeds noodzakelijk zijn, of minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn en of de toepassing in de praktijk voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De evaluatie dient daarom niet alleen te zien op de vraag hoe vaak een bevoegdheid aan de orde is geweest, maar juist ook op de vraag of het voortbestaan van iedere afzonderlijke bevoegdheid nog kan worden gerechtvaardigd. De datum van 1 maart 2030 sluit aan bij de systematiek van het wetsvoorstel. De huidige Twbmt vervalt zonder het onderhavige wetsvoorstel op 1 maart 2027. De regering kiest voor een eerste evaluatiemoment vóór 1 maart 2032, vijf jaar na dat oorspronkelijke vervalmoment. Met dit amendement wordt die periode teruggebracht tot drie jaar, zodat de eerste evaluatie uiterlijk op 1 maart 2030 plaatsvindt. Daarna vindt iedere drie jaar opnieuw een evaluatie plaats. Daarmee blijft, ondanks het permanente karakter van de wet, structurele parlementaire controle op nut, noodzaak en grondrechtelijke proportionaliteit verzekerd. El Abassi

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1415ec038a5de143

14 okt 2026 · b0ee2c6c0cdc0a08

12 okt 2026 · 13175c79ce94bd72

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.