Voortgang programma Small Modular Reactors (SMR's)
Brontekst
Versie ff64eb1e3707d146 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 645KernenergieNr. 158 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 juni 2025Het kabinet ziet voor kernenergie een belangrijke rol in de realisatie vaneen robuust, toekomstbestendig energiesysteem. Naast de doelstellingvoor de bouw van vier conventionele centrales en de levensduurver-lenging van de kerncentrale Borssele, kijkt het kabinet ook naar demogelijkheden voor meerdere kleine modulaire reactoren (SMR’s).Hiervoor worden in het SMR-programma de potentie van SMR’s voor hetnationale energiesysteem en de randvoorwaarden voor de ontwikkelingen bouw onderzocht, samen met publieke en private stakeholders.In deze brief informeert het kabinet de Kamer over de voortgang vanprivate SMR-initiatieven. Ook wordt ingegaan op de kansen voor lokaleoverheden en de koppelmogelijkheden met de AI-sector, naar aanleidingvan het Commissiedebat op 12 februari en het Tweeminutendebat van10 maart jongstleden. Tot slot worden de vorderingen binnen hetSMR-programma geschetst.Conventionele kerncentrales en SMR’sDe conventionele centrales, die zijn gebaseerd op bewezen technologie,waarvan de veiligheid en betrouwbaarheid uitgebreid zijn bewezen,kunnen een significante bijdrage leveren aan het nationale energie-systeem. Met een gezamenlijk vermogen van circa 2.300 tot 3.300 MWkunnen twee nieuwe conventionele centrales circa 9 tot 13% bijdragenaan de verwachte elektriciteitsvraag in 20351. Richting 2050 heeft hetkabinet voor kernenergie in het Nationaal Plan Energiesysteem aange-geven door te groeien naar 3,5–7 GW in totaal, ongeveer 10% van detotale primaire elektriciteitsproductie. Het kabinet ziet voor de conventi-onele kerncentrales een publieke invulling, en neemt daarom een leidenderol in de financiering en de bouw als initiatiefnemer. De inzet en potentievan conventionele kerncentrales en SMR’s verschillen en vragen daaromnadrukkelijk om een eigen aanpak.1Kamerbrief van 9 december 2022, Kamerstuk 32 645, nr. 116 kst-32645-158ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1581 SMR’s kunnen gericht worden ingezet voor private doeleinden tussen eenaanbieder en afnemer, zoals bijvoorbeeld de koppeling van een SMR aande warmtevraag binnen de procesindustrie. Door standaardisatie enleereffecten, bieden SMR’s volgens ontwikkelaars mogelijkheden voorprivate financiering. Hierdoor kunnen SMR initiatieven privaat ontplooidworden, waarbij het Rijk een faciliterende rol kan en wil innemen. Hetkabinet wil de voordelen en mogelijkheden van beide benutten. Hetkabinet laat daarom ruimte voor private initiatieven voor SMR’s, om deprivate kansen optimaal te benutten.Het kabinet volgt ondertussen ook de internationale ontwikkeling vanSMR’s. Op dit moment is er op de Westerse markt nog geen SMRgebouwd in, waardoor we te maken hebben met een markt waar nu nogsprake is van first-of-a-kind (FOAK) reactoren. Onlangs is de startaangekondigd voor de bouw van een reeks van 4 SMR’s (elk 300 MW) inDarlington, Canada. De investeringen voor de first-of-a-kind (FOAK) SMRzijn daarbij geraamd op bijna 5 miljard euro (waarvan 1 miljard nodigvoor gedeelde infrastructuur), met inschattingen dat de 3 volgende SMR’sin Darlington voor gemiddeld 3 miljard euro per SMR gebouwd kunnenworden, zodat op een totaal van 1,2 GW 14 miljard in deze schatting nodigzou zijn. Vanaf 2030 zou de FOAK energie kunnen gaan leveren.Private initiatievenHet ministerie voert regelmatig constructieve gesprekken metSMR-ontwikkelaars om de ontwikkelingen te bespreken. Het gaat omSMR-ontwikkelaars (generatie III+ reactoren, > 250 MW) die op ditmoment het dichtst bij entree op de Nederlandse markt staan en dieelders ter wereld al (een deel) van het vergunningstraject hebbendoorlopen. Ook de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbe-scherming (ANVS) voert verkennende gesprekken met deze partijen2.Het kabinet ziet dat verschillende private partijen aan de vraag- enaanbodzijde elkaar opzoeken. Deze initiatieven hebben op dit moment nogniet geleid tot een mogelijke match tussen een SMR aanbieder en eenenergievrager. Daarmee is er ook geen locatie in beeld, waardoor hetuitvoeren van belangrijke vervolgstappen zoals verdiepende grondonder-zoeken en pre-assessments voor de vergunningverlening nog niet zijngestart.Vooruitlopend op de SMR-visie, is er tijdens de gesprekken tussen hetministerie en de SMR-ontwikkelaars verkend op welke manier deinitiatieven kunnen worden gefaciliteerd. Uit deze gesprekken komenverschillende behoeften naar voren: financiering (in de verkennende fase,maar ook later tijdens de bouw en exploitatie) en het meenemen vanSMR’s in beleidsondersteunende systeemstudies, regelingen en beleids-programma’s als het Programma Energiehoofdstructuur, Nationaal PlanEnergiesysteem (NPE) en Nota Ruimte. Ook ziet het kabinet bij deSMR-ontwikkelaars een behoefte naar het opbouwen van kennis eninformatie over de rol van initiatiefnemer in relatie tot het bevoegd gezagen concrete ondersteuning bij het zoeken naar locaties.Ondersteuning private initiatievenEen aantal van deze behoeften is al onderdeel van het SMR-programma;zoals het komen tot een heldere rol- en taakverdeling tussen bevoegdgezag en initiatiefnemer, het onderzoeken van de potentie van SMR’s inhet energiesysteem en de koppeling met nationale beleidsprogramma’s2Small modular reactors | Nieuwe ontwikkelingen in kernreactoren | Autoriteit NVSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1582 zoals Programma Energiehoofdstructuur (PEH) en Nationaal PlanEnergiesysteem (NPE).Voordat een initiatief daadwerkelijk kan starten met genoemde onder-zoeken, is het noodzakelijk dat er een concrete locatie en afnemers inbeeld zijn. Die opgave ligt op dit moment bij de SMR-ontwikkelaars enlokale overheden. Het kabinet concludeert op basis van de gesprekken dathet belangrijk is om gerichte financiering te organiseren, passend bij deschaal (lokaal, regionaal) en fase waarin initiatieven zich begeven.Concreet betekent dit dat er komende jaren voornamelijk ondersteuningnodig is in de pre-Final Investment Decision (pre-FID) fase, ter voorbe-reiding op het vergunningstraject, o.a. in het uitvoeren vanpre-assessment onderzoeken.De motie Erkens roept het kabinet op substantieel gelden beschikbaar testellen aan initiatieven en concrete projecten, en aan te geven hoe dezemiddelen te besteden.3 Het kabinet zoekt in het contact met deSMR-ontwikkelaars nadrukkelijk naar kansen voor versnelling vanconcrete projecten, aansluitend bij de eerste fasen die doorlopen moetworden. Door verschillende financieringsopties te onderzoeken vanuitmiddelen uit het SMR programma, wil het kabinet aansluiten bij dezeinitiatieven in de pre-FID fase (figuur 1). De financieringsopties enuiteindelijke keuzes die het kabinet maakt om deze initiatieven tefaciliteren krijgen een plek in de nationale visie na de zomer.Kansen voor regionale en lokale overhedenHet lid Vermeer heeft het kabinet gevraagd om in te gaan op de kansenvoor lokale overheden, aangezien een aantal gemeenten en provinciesvooroploopt met verkenningen rondom SMR’s. Hierbij kan wordengedacht aan het zoeken naar geschikte locaties in combinatie met hetpeilen van draagvlak binnen een gemeenteraad. De motie Eerdmans/Vermeer verzoekt het kabinet de provincie Gelderland optimaal teondersteunen en te faciliteren.De provincie Gelderland voert op dit moment verdiepende onderzoekenuit voor locaties. Een concreet verzoek tot ondersteuning vanuit deprovincie Gelderland aan het Rijk is het nemen van een besluit over debevoegdheidsverdeling (onder de Energiewet/Omgevingswet) omhelderheid te bieden over de rolverdeling tussen overheden en anderestakeholders. Het kabinet deelt deze behoefte en zal in de SMR visiehelderheid scheppen m.b.t. de bevoegd gezagverdeling. Daarmee is motieEerdmans/Vermeer 32 645-143 afgedaan.Het kabinet herkent dat er vanuit verscheidene regionale en lokaleoverheden verkenningen zijn gestart rondom SMR’s. Deze verkenningenzijn veelal gericht op het toetsen van politiek en maatschappelijkdraagvlak, het opdoen van kennis en het onderzoeken van technische3Kamerstuk 32 645, nr. 154Figuur 1 Proces overzicht realisatie SMRTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1583 mogelijkheden voor een locatie binnen de regio- of gemeentegrenzen. Hetkabinet constateert dat er met name nog kennisopbouw en/of verdiependonderzoek nodig is voordat er formeel gestart kan worden met eeninitiatief.Met betrekking tot de kansen voor lokale overheden ziet het kabinet danook twee verschillende behoeften voor ondersteuning. Enerzijds gaat hetom kennisopbouw, anderzijds gaat het om het faciliteren van verken-ningen (met onderliggende onderzoeken).1. Kennis Een deel van de regionale, lokale overheden geeft aan te willen onder-zoeken of een SMR een mogelijkheid is, waarvoor de benodigde kennismoet worden opgebouwd. Het SMR-programma voorziet in dezekennisbehoefte via de simulaties en de SMR-kennismodule die voormedeoverheden toegankelijk is.4 Dit is belangrijk, omdat goed geëqui-peerde en geïnformeerde stakeholders de ontwikkeling van SMR’s kunnenfaciliteren en versnellen. Daarvoor worden medio 2025 onder meer voormedeoverheden (online) bijeenkomsten georganiseerd waarin deresultaten uit de simulaties worden gepresenteerd. Verder wordt deSMR-kennismodule regelmatig geactualiseerd, onder andere metinformatie van de simulaties. Daarnaast worden er fysieke mini-collegesgeorganiseerd over de inhoud van de kennismodule. De eerste bijeen-komst zal naar verwachting in juni plaatsvinden.2. Lopende locatie-onderzoeken Voor de medeoverheden die zijn gestart met eerste verkenningen, opbasis van uitsluitings-voorwaarden voor locaties (geen ruimte, energie-vraag of te beperkte koelwatermogelijkheden), zullen vervolgonderzoekennodig zijn (zoals ook erkend door de SMR ontwikkelaars). Denk aanstappen op het gebied van participatie en technische haalbaarheid om toteen formeel initiatief te komen waar de keuze voor locatie en eenbepaalde SMR-technologie zijn samengebracht tot een concreet initiatief.Om de genoemde verkenningen van medeoverheden te faciliteren, zal hetkabinet in samenspraak met het Interprovinciaal Overleg bepalen welkevervolgstappen en behoeften er zijn. Hierbij willen we ook verkennen hoedecentrale overheden de doorontwikkeling willen vormgeven van initiatieftot implementatie, ook in relatie tot de benodigde inzet en middelen. Dezeinventarisatie zal uiteindelijk moeten samenvallen met de keuzes eninterbestuurlijke afspraken binnen de SMR-visie.Artifical Intelligence (AI) & SMR’sVanuit de Ministeries EZ en KGG is verkend welke koppelkansen er zijnvoor de datacentersector en SMR’s, conform motie (TZ202502-158) vanhet lid Erkens. Daarbij hebben de ministeries ook met de branchever-eniging Dutch Datacenter Association gesproken. Vanuit de sector wordthet beeld gedeeld dat de energievraag de komende decennia, ook inNederland, sterk kan toenemen vanwege de toepassing van AI. In hetdoor de Europese Commissie op 9 april 2025 gelanceerde «AI ContinentAction Plan» wordt voorzien dat de datacentercapaciteit in de EUwaarschijnlijk zal verdrievoudigen in de komende vijf tot zeven jaar, alsgevolg van het gebruik van AI. Daarbij wordt vanuit Europees perspectiefook gekeken naar gebieden waar datacentercapaciteit momenteelonvoldoende is ontwikkeld. In de Verenigde Staten zetten private4Kennismodule SMR’sTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1584 Techbedrijven in op SMR’s ter ondersteuning van de AI-infrastructuur; degrote energievraag van AI-datacentra naar vollast energie maakt decombinatie met SMR’s interessant.Ruimte voor AI-datacenters & SMR’sHoeveel en waar AI-datacentra in Nederland gevestigd gaan worden, isnog niet bekend. Het vestigingsvraagstuk is sterk verbonden metruimtelijke beperkingen, landschappelijke impact en de beschikbaarheidvan elektriciteit.Op 1 januari 2024 is de instructieregel hyperscale datacentra in werkinggetreden. Deze instructieregel verbiedt de realisatie van nieuwedatacentra groter dan 10 hectare en met een aansluitvermogen van70 mW of meer, met uitzondering van twee locaties (deel van degemeente Hollands Kroon, Noord-Holland en deel van de gemeente hetHogeland, Groningen).In de Nota Ruimte schetst het kabinet de integrale ruimtelijke visie voorNederland. Onder het thema «economie en energie» zal, in het verlengdevan de Ruimtelijk Economische Visie (van EZ), meer terugkomen over hoewe, in ruimtelijke zin, omgaan met de opgaven op het vlak van digitali-sering en digitale infrastructuur, ook voor datacentra kleiner dan de eerdergenoemde hyperscales. Een van de elementen die in deze strategiecentraal staat is «clustering». Hierbij clusteren we energie-intensieveindustrieën (waaronder datacentra) op locaties, met een grote beschik-baarheid van duurzame energie. In de Nota Ruimte wordt onder andereook het Programma Energie Hoofdstructuur meegewogen, dat zich richtop de benodigde ruimte voor de nationale onderdelen van het energie-systeem op land voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050.Koppelkans AI & SMR’sIn beginsel lijken SMR’s een geschikte energiebron voor datacenters.SMR’s leveren immers continue, stabiele en koolstofvrije elektriciteit.Datacenters kunnen tot op zekere hoogte afnamezekerheid bieden van deelektriciteit van SMR’s. Maar het tempo waarin AI zich nu ontwikkelt ligtsignificant hoger dan dat SMR’s in Nederland beschikbaar zullen zijn.Zoals de Europese Commissie constateert zijn de komende vijf tot zevenjaar cruciaal5. Dat laat onverlet dat bedrijven de vrijheid hebben om demeest geschikte technologie of aansluiting te onderzoeken, afgestemd ophun behoeften en vereisten voor ontwikkeling en gebruik. Technologiebe-schikbaarheid en de mogelijkheid om een techniek (ruimtelijk enenergetisch) in te passen, spelen daarbij een rol. Het kabinet ziet alsgevolg van de niet synchrone ontwikkeling van AI en SMR’s geenaanleiding om op dit moment potentiële AI-locaties op voorhand tecombineren met SMR’s.Zowel voor datacenters, AI en SMR’s treden resp. de Ministeries van EZen Ministerie KGG faciliterend op. Op het moment dat er in Nederlandprivate interesse ontstaat voor de ontwikkeling van een AI-datacenter (ofeen cluster van datacentra) in combinatie met een SMR, wordt uiteraardde relevante kennis en expertise gedeeld, en worden initiatieven waarmogelijk gefaciliteerd.5AI Continent Action PlanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1585 Een gezamenlijke strategie ontwikkelen voor AI & SMR’s acht het kabinetdaarmee niet opportuun, hiermee is de motie Erkens (TZ202502-158)afgedaan.6Voortgang SMR-programmaBovengenoemde initiatieven lopen parallel aan de activiteiten die vanuithet SMR-programma op dit moment worden doorlopen.Programmalijn 1 SimulatiesBinnen de simulaties doorlopen stakeholders samen met het ministeriegestileerd het proces van realisatie van een SMR, met als doel kennis opte bouwen en praktische ervaring op te doen. Inmiddels zijn de eerstesimulaties, met de onderwerpen 1) ruimtelijke inpassing, 2) energetischeinpassing, 3) vergunningverlening, 4) bouw, exploitatie en waardeketendoorlopen.De resultaten en inzichten voortgekomen uit de simulaties zullen medio2025 openbaar gedeeld worden, onder andere via webinars. In detussentijd hebben inzichten uit de eerste simulaties, zoals de rol vanoverheden bij de ruimtelijke inpassing, weer inbreng opgeleverd voor dethema’s vergunningverlening en de nog uit te voeren simulatie over rol-en taakverdeling.Voor veel van de deelnemers was de simulatie over ruimtelijke inpassingeen gelegenheid om kennis op te bouwen over de realisatietijd enruimtegebruik van SMR’s, ruimtelijke kaders en kwaliteit, procedures zoalsPlanMER en een bredere integrale ruimtelijke afweging. Maar ook inzichtin het potentieel van SMR’s in het regionale en nationale energiesysteem.Programmalijn 2 AnticiperenHet kabinet anticipeert op de realisatie van SMR’s in Nederland. Daarvoorbrengt het kabinet de potentie van SMR’s en randvoorwaarden voorontwikkeling in kaart. Dit betekent onderzoek doen naar de energetischeinpassing van SMR’s, toewerken naar beantwoording van relevanteruimtelijke inpassingsvraagstukken, hoe dit te borgen in ruimtelijk beleiden een besluit nemen over de bevoegd gezag verdeling.Het kabinet onderzoekt met een detailstudie de potentie en haalbaarheidvan SMR’s in een industrieel cluster. Dit levert praktische inzichten op overde inzet van SMR’s, koppelkansen en haalbaarheid van inpassing in relatietot andere verduurzamingsopgaven. Ook is het kabinet voornemens eentechnische voorverkenning uit te voeren voor welke industriële processenSMR’s nuttig en mogelijk zijn en zijn we in gesprek met TenneT om deeffecten van SMR’s op het elektriciteitsnet te onderzoeken. Hierbij wordtstilgestaan bij de vraag of plaatsing van SMR’s (op termijn) mogelijknet-verzwaring voorkomt. De energetische onderbouwing is een hoeksteenvoor de visie.Verder doet het kabinet onderzoek naar de ruimtelijke inpassing vanSMR’s. Voor SMR’s dient een bredere ruimtelijke afweging gemaakt teworden, vanwege een toenemende druk op de schaarse ruimte inNederland. Nederland heeft veel grote en urgente opgaven die ruimtevragen, zoals het totale energiesysteem, woningbouw, landbouw endefensie. Onderdeel van het SMR programma is daarom een beleids-analyse met ruimtelijke randvoorwaarden over de vraag welke6Toezegging koppelmogelijkheden voor SMR’s en AI.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1586 overheidslaag welk deel van ruimtelijk beleid gaat opstellen, waarbij werekening houden met eerdergenoemde, bestaande beleidsprogramma’sen hierin een zorgvuldige, integrale afweging kunnen maken.Voor het SMR programma betekent dit het toetsen van mogelijk relevanteruimtelijke randvoorwaarden. Anderzijds laat het kabinet een koelwater-studie uitvoeren om zicht te krijgen op gebieden met voldoende koelcapa-citeit. In de nationale visie zal duidelijk worden op welke manier ruimte-lijke inzichten vertaald worden naar beleid.Om duidelijkheid te bieden en te zorgen voor een effectief omgevings- envergunningsproces kijkt het kabinet naar de verdeling van bevoegd gezag.Hierbij worden inpassingseffecten en uitvoeringsvermogen afgewogen enaansluiting gezocht bij beleid voor andere energieprojecten met als doelde eerste initiatiefnemer(s) te faciliteren. De besluitvorming hierover zalmet mede-overheden via het Bestuurlijk Overleg Klimaat en Energie(BO K&E) en in samenwerking met Minister van VRO plaatsvinden.ConcluderendMet het SMR-programma en de op te stellen nationale visie, zet hetkabinet stappen om in gezamenlijkheid met betrokken partijen tot eenvoorbereide positie te komen om eerste SMR initiatieven te kunnenondersteunen. Om snelheid te behouden is het kabinet gestart met hetuitwerken van deze visie, op de onderwerpen waar dat nu al mogelijk lijkt.Het kabinet streeft er daarom naar, wanneer alle informatie uit hetprogramma is opgehaald via bovenstaande programmalijnen, na dezomer een nationale visie op SMR’s op te leveren. Parallel geeft hetkabinet de ondersteuning verder vorm teneinde initiatieven die voorop-lopen verder te kunnen brengen, zodra deze voldoende concreet zijn.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1587
Gerelateerde bronnen
- Medio 2025 informeert de Minister de Kamer in de voortgangsbrief SMR's over de koppelmogelijkheden voor SMR’s en AI.
Medio 2025 informeert de Minister de Kamer in de voortgangsbrief SMR's over de koppelmogelijkheden voor SMR’s en AI.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.