KamerkringInloggen
Kamerbrief

Evaluatie en vervolg 70+ regeling rechters-plaatsvervangers

31 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 46906d50d29e5af8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1016 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 maart 2026InleidingHierbij informeer ik uw Kamer over de bevindingen uit de evaluatie van detijdelijke regeling op basis waarvan raadsheren en rechters die werkzaamzijn bij rechtbanken, gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep (CRvB)en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) na het bereikenvan de wettelijke ontslagleeftijd van zeventig jaar1 nog enige tijd kunnenworden ingezet als raadsheer- of rechter-plaatsvervanger (hierna: 70+regeling). Voor het eerst geïntroduceerd in de Tweede VerzamelspoedwetCOVID-192 is deze regeling per 16 november 2023 met drie jaar verlengdvia de wet tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren,de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 en enkele andere wetten inverband met het treffen van een tijdelijke voorziening voor het benoemenvan rechters-plaatsvervangers in hun eenenzeventigste levensjaar (hierna:de verlengingswet).3 In artikel IX van de verlengingswet is bepaald dat deMinister voor Rechtsbescherming binnen anderhalf jaar na inwerking-treding van de wet een evaluatieverslag aan de Staten-Generaal zendtover de doeltreffendheid en effecten van deze wet in de praktijk. Hetevaluatieverslag treft u als bijlage aan. De toezending van het evaluatie-verslag heeft helaas niet kunnen plaatsvinden binnen de in artikel IX vande verlengingswet genoemde termijn, omdat de uitvoering van hetonderzoek en het analyseren van de bevindingen langer heeft geduurddan voorzien.1Artikel 46h, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra).2Staatsblad 2020, nr. 245. Het betreft artikel 3.3 van die wet, in werking getreden per 15 juli 2020.3Staatsblad 2023, nr. 410. Zie de via de verlengingswet tot stand gebrachte artikelen 54a Wrra,4a van de Beroepswet en 5a van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. In artikel VIIIvan de verlengingswet is bepaald dat voornoemde artikelen vervallen drie jaar na inwerking-treding, dus per 16 november 2023, tenzij er voor die datum bij de Tweede Kamer eenwetsvoorstel is ingediend tot het regelen van de leeftijd waarop rechters in rechtbanken engerechtshoven kunnen worden benoemd of ontslagen. kst-29279-1016ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10161 Context en doel van de regelingDe Rechtspraak4 kampt al langere tijd met een tekort aan rechterlijkecapaciteit. Via verschillende manieren probeert de Rechtspraak dit tekortop te lossen. Zo zet de Rechtspraak zich in om extra rechters5 aan tetrekken en op te leiden. Het aantal opleidingsplekken is de laatste jarenflink uitgebreid. Daar zit echter een maximum aan omdat nieuwe rechtersdoor ervaren rechters worden opgeleid. Ook is een nieuwe rechter inopleiding niet direct volledig inzetbaar. Het duurt een aantal jaar voordatdeze nieuwe rechters volwaardig in de Rechtspraak kunnen meedraaien.De Rechtspraak verwacht dat het capaciteitstekort niet op korte termijnkan worden opgelost omdat het personeelsbestand de komende jaren quaomvang en samenstelling verder zal veranderen door onder andere deleeftijdsgebonden uitstroom, de structurele noodzaak tot het verkortenvan doorlooptijden en het wegwerken van achterstanden.6 Het doel vande 70+ regeling is een extra bijdrage te leveren aan het terugdringen vandit tekort. De 70+ regeling maakt het mogelijk dat rechters na de wettelijkeontslagleeftijd van zeventig jaar nog enige tijd langer kunnen wordeningezet door middel van een benoeming als rechter-plaatsvervanger(hierna: 70+ plaatsvervangers).De 70+ plaatsvervangerBij de Rechtspraak worden naast rechters ook rechters-plaatsvervangersingezet. Sinds de inwerkingtreding van de 70+ regeling is de bestaandegroep plaatsvervangers bij de Rechtspraak aangevuld met rechters die nahet bereiken van de wettelijke ontslagleeftijd van zeventig jaar alsrechter-plaatsvervanger zijn benoemd.7 Deze benoeming geschiedt metwederzijdse instemming van betrokkene en het gerechtsbestuur, en isgebaseerd op de persoonlijke wens van de betreffende rechter en heteerdere functioneren. De benoeming ingevolge de 70+ regeling eindigt bijhet bereiken van de leeftijd van drieënzeventig jaar.8Doel en opzet van de evaluatieDe evaluatie heeft tot doel gehad de doeltreffendheid en de effecten vande 70+ regeling te onderzoeken. Als evaluatiemethodiek is gekozen vooreen invoeringstoets die door het Ministerie van Justitie en Veiligheid insamenwerking met de Raad is uitgevoerd.9 De invoeringstoets bestond uiteen kwantitatief deel waarin alle gerechten een vragenlijst hebbeningevuld, en een kwalitatief deel waarin met vijf gerechten gesprekken zijngevoerd. Daarnaast heeft de Raad cijfers over de inzet van 70+ rechtersbeschikbaar gesteld. In het evaluatieverslag worden de bevindingen vanhet onderzoek geschetst. De nadruk ligt daarbij op de mate waarin de 70+plaatsvervangers effectief hebben bijgedragen aan de capaciteit van deRechtspraak. Ook wordt uiteengezet hoe in de praktijk wordt omgegaanmet het waarborgen van individuele geschiktheid voor de benoeming als70+ plaatsvervanger. Ten slotte wordt ingegaan op de manier waarop 70+plaatsvervangers een bijzondere bijdrage leveren, bijvoorbeeld alsopleider van nieuwe rechters en door kennisoverdracht.4Onder de Rechtspraak wordt in deze brief verstaan: de rechtbanken, de gerechtshoven, deCRvB en het CBb.5Waar in het vervolg van deze brief wordt gesproken over «rechters(-plaatsvervangers)» wordentevens bedoeld raadsheren(-plaatsvervangers).6Jaarverslag Rechtspraak 2024, p. 73.7Zie voor een beschrijving van de positie en functie van de rechter-plaatsvervanger in hetalgemeen en de 70+ plaatsvervanger in het bijzonder, p. 1–2 van het evaluatieverslag.8Artikel 54a, vierde lid, Wrra.9Zie https://www.kcbr.nl/themas/themas-z/invoeringstoets.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10162 BevindingenSamenvattend blijkt uit de invoeringstoets dat de ervaringen met de inzetvan 70+ plaatsvervangers zeer positief zijn. In de onderzochte periodeleverde deze groep ca. 28 fte aan extra rechterlijke capaciteit en behan-delde zij ruim 1% van het totaal aantal zaken dat in die periode door deRechtspraak is afgedaan. De 70+ plaatsvervangers zijn ervaren en flexibel.Zij kunnen snel en veelzijdig worden ingezet, variërend van het behan-delen van schriftelijke zaken, het ondersteunen van collega’s en hetinlopen van achterstanden. Deze groep brengt waardevolle expertise,(specialistische) kennis en ervaring in en draagt die effectief over aancollega’s.Conclusie en vervolgOp basis van deze bevindingen concludeer ik dat de 70+ plaatsvervangerseen waardevolle bijdrage leveren aan het verhogen van de capaciteit enkwaliteit van de Rechtspraak en dat zij daarnaast bijdragen aan hetbehoud van kennis en ervaring voor de gerechten. Tegelijkertijd is deverwachting dat de toegenomen instroom van nieuwe rechters niet zalleiden tot een grote capaciteitsuitbreiding. Het aantal rechters groeitweliswaar gestaag maar de Raad signaleert in zijn jaarverslag datvergrijzing en de daarmee samenhangende leeftijdsgebonden uitstroomook in de komende jaren gevolgen blijft hebben voor de samenstellingvan het personeelsbestand.10 Daarnaast blijft voor het terugdringen vande doorlooptijden ook in de toekomst substantiële inzet nodig. Op ditmoment, maar ook in de toekomst, is iedere extra mogelijke inzet vanrechters hard nodig en de inzet van de ervaren 70+ plaatsvervangerslevert daar een goede bijdrage aan. De Raad is om die redenenvoorstander van het structureel maken van de regeling.Ik onderken deze behoefte. Gelet op de bijdrage die de 70+ plaatsver-vangers leveren aan het terugdringen van het capaciteitstekort en depositieve ervaringen die de gerechten hebben met de inzet van dezegroep, ben ik voornemens een wetstraject voor te bereiden met het doelde tijdelijke regeling voor de inzet van 70+ plaatsvervangers structureel temaken. Hierbij merk ik op dat de huidige tijdelijke regeling ingevolgeartikel VII van de verlengingswet per 16 november 2026 vervalt, tenzijvóór die datum een wetsvoorstel tot structureelmaking van de regeling isingediend bij de Tweede Kamer. Vanzelfsprekend wordt gestreefd naarindiening van een wetsvoorstel vóór 16 november 2026. Mocht dezedatum onverhoopt echter niet worden gehaald, dan vloeit uit artikel VIIIvan de verlengingswet voort dat de benoemingen van de tot dan toebenoemde 70+ plaatsvervangers gewoon in stand blijven. Via hetwetsvoorstel tot structureelmaking kan er dan verder in worden voorziendat rechters die vanaf 16 november 2026 de leeftijd van zeventig jaarhebben bereikt, spoedig na de inwerkingtreding van de nieuwe wet als70+ plaatsvervanger aan de slag kunnen.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van Bruggen10Jaarverslag Rechtspraak 2024, p. 73.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10163

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2f493cfa63361bf4

14 okt 2026 · 4646f67ec9dbe656

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.