Ontwikkelingen Versterking Nucleair Ecosysteem
Brontekst
Versie 974017c90adee052 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 645KernenergieNr. 159 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 juni 2025Voor het verwezenlijken van de nucleaire ambities van het kabinet is eensterk nucleair ecosysteem onmisbaar. Het kabinet legt in deze jaren viaverschillende programma’s een stevig fundament voor het nieuwbouw-project en de ontwikkeling van SMR’s (zie de recente Kamerbrievenhierover1), met speciale aandacht voor het opleiden van voldoendegekwalificeerd personeel voor de bouw en exploitatie van kerncentrales,het versterken van de nucleaire kennisbasis via onderzoek en innovatie,en het (her)organiseren van de nucleaire toeleveringsketen.In Europa zijn meerdere nieuwbouwprojecten gestart of in voorbereiding,de mondiale ontwikkelingen rondom SMR’s versnellen en steeds meerlanden zetten in op uitbreiding van hun nucleaire programma’s ofoverwegen een (her)start van de nucleaire agenda. De noodzaak voor eensterk nucleair ecosysteem reikt daarom verder dan de nationale context.Door het Nederlandse nucleaire ecosysteem te versterken wordt nietalleen een fundament gelegd onder het nationale programma, ook zorgenwe ervoor dat onze kennis- en onderzoeksorganisaties, onderwijs-instellingen en bedrijven waar mogelijk kunnen aansluiten bij enprofiteren van de internationale nucleaire ontwikkelingen. Het kabinetwerkt daarom voortdurend aan kennisopbouw, netwerkontwikkeling enhet uitvoeren van concrete activiteiten op onderstaande, samenhangendeterreinen:•de nucleaire kennisbasis en -infrastructuur•de nucleaire brandstof- en waardeketen•internationale samenwerkingMet deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de stappen die hetkabinet zet op deze drie terreinen.1Kamerstuk 32 645 nrs. 156 en 158 kst-32645-159ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1591 Nucleaire kennisbasis -en infrastructuurHet Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma Kernenergie (hierna:MMIP Kernenergie) richt zich op het toekomstbestendig maken van denucleaire kennisbasis en -infrastructuur. Het MMIP Kernenergie is sindseind 2024 volwaardig onderdeel van de Topsector Energie en hetmissiegedreven innovatiebeleid. Hierdoor kan gebruik worden gemaaktvan alle relevante publiek-private innovatie-instrumenten, waaronder deinstrumenten waarover de Topsector Energie adviseert.Onder het Kennis- en Innovatieprogramma van het MMIP Kernenergiewordt ingezet op de verdere ontwikkeling van het nucleaire kennis- eninnovatie-ecosysteem via het Wetenschappelijk Onderzoeksprogrammaen het Technologie Ontwikkelingsprogramma.2Technologie OntwikkelingsprogrammaHet Technologie Ontwikkelingsprogramma heeft als doel innovatie opnucleair gebied bij het bedrijfsleven te stimuleren. De eerste subsidie-ronde wordt gericht op de thema’s «Nucleaire reactor- en splijtstofcyclus-technologie» en «radioactief afval en geologische eindberging», metnadrukkelijk aandacht en ruimte voor onderzoek ten behoeve vanSMR-ontwikkeling. Voor de eerste ronde van dit programma is een budgetvan € 7,5 miljoen beschikbaar vanuit het MMIP Kernenergie, aangevuldmet € 2,5 miljoen uit het SMR-programma.3 Voor 2028 staat een tweederonde gepland met een budget van € 8,5 miljoen. Voor de uitvoering vanhet programma is aansluiting gezocht bij de bestaande regeling Missiege-dreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI), uitgevoerd door deRijksdienst voor Ondernemend Nederland. Deze regeling stimuleertbedrijven en kennisinstellingen om in brede consortia samen te werkenaan innovatieve oplossingen die bijdragen aan de klimaatdoelen. Uit eenonlangs gehouden interessepeiling komt naar voren dat er veel belang-stelling is voor deze nieuwe innovatieregeling op het gebied vankernenergie, zowel vanuit het bedrijfsleven als het kennisveld. Dedefinitieve publicatie van de regeling wordt voor de zomer verwacht.Vanaf het najaar kunnen vooraanmeldingen worden ingediend en vollediguitgewerkte aanvragen vanaf begin 2026. Een onafhankelijke expertcom-missie zal de aanvragen beoordelen waarna de toekenningen in de eerstehelft van 2026 bekend zullen worden gemaakt.Wetenschappelijk onderzoeksprogrammaIn samenwerking met de Nederlandse Organisatie voor WetenschappelijkOnderzoek (NWO) werkt het kabinet aan de nadere invulling van hetwetenschappelijk onderzoeksprogramma, waarvoor in deze eerste fase€ 4 miljoen vanuit het MMIP Kernenergie gereserveerd is. Het streven isom eind dit jaar op innovatieve wijze met betrokken stakeholders(waaronder kennis- en onderzoeksorganisaties) een breed nationaalnucleair onderzoeksconsortium te vormen. Dit consortium zal zich alseerste gaan richten op de kennisopgaven rondom de thema’s «Nucleairereactor- en splijtstofcyclustechnologie» en «radioactief afval en geolo-gische eindberging». Naar verwachting zal het programma in de loop van2026 van start gaan.2Bijlage bij Kamerstuk 32 645, nr. 120, p. 3.3Eerder gemeld in Kamerstuk 32 645, nr. 136, p. 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1592 TNO-NRG PALLAS Toegepast onderzoeksprogrammaSinds 2024 voeren TNO en NRG PALLAS als onderdeel van het MMIPKernenergie een Toegepast Onderzoeksprogramma uit. Daarin staan tweeonderwerpen centraal: 1) publiek vertrouwen in kenenergie; en 2) deinpassing van kernenergie in het energiesysteem. Op 23 april jongstledenis het rapport «Public trust and nuclear energy» gepubliceerd.4 TNO enNRG PALLAS onderzochten welke factoren invloed hebben op demaatschappelijke acceptatie van kernenergie. De onderzoekers advisereneen adaptieve beleidsaanpak: flexibel, responsief en aansluitend bijmaatschappelijke veranderingen. Het kabinet heeft met interessekennisgenomen van de bevindingen in het rapport die voor een deel ookaansluiten bij de huidige participatie-aanpak. Momenteel wordt bezien opwelke manier de resultaten een plek kunnen krijgen in lopende entoekomstige trajecten, bijvoorbeeld rondom communicatie en participatie.De Nucleaire brandstof- en waardeketenOp dit moment neemt Nederland een bescheiden positie in binnen de(mondiale) nucleaire keten, met een beperkt aantal actieve bedrijven.5 Denucleaire ambities van het kabinet bieden kansen om het aandeel vanNederlandse bedrijven binnen de nucleaire keten te vergroten.Hoewel een deel van de benodigde componenten en werkzaamhedenbinnen de keten vragen om nucleaire specialisatie, is een aanzienlijk deelvan de componenten en werkzaamheden vergelijkbaar met anderecomplexe projecten, zoals de bouw van conventionele energiecentrales ofgrote infrastructurele projecten. Hierbij kan worden gedacht aan compo-nenten als pompen, kleppen en overige appendages evenals grondwerk-zaamheden, bouwwerkzaamheden en werkzaamheden rondom infra-structuur en logistiek. Voor deze niet-nucleaire componenten enwerkzaamheden kunnen mogelijk wel aanvullende veiligheid-, kwaliteits-of scholingseisen worden gevraagd.Uit het recent verschenen rapport van NRG-Pallas over de nucleairetoeleveringsketen komt naar voren dat de Nederlandse industrie inpotentie een significant deel van de benodigde componenten enwerkzaamheden kan leveren bij de bouw van nieuwe kerncentrales.6 Inlijn met de motie Eerdmans7 neemt het kabinet de Kamer via deze briefmee in het plan van aanpak om de Nederlandse industrie maximaal tebetrekken bij de bouw van nieuwe kerncentrales, en om deze ontwikkelingop eigen bodem tegelijkertijd te gebruiken als springplank tot de nucleairetoeleveringsketen. Het kabinet beschouwt deze motie hiermee alsafgedaan.Een toekomstbestendige brandstof- en waardeketen is zowel noodzakelijkvoor de haalbaarheid van het project als de kansen die de nucleaireontwikkelingen bieden, zoals hiervoor toegelicht, kansen voor deNederlandse industrie. Het plan van aanpak richt zich dan ook op tweewerksporen: 1) het (her)organiseren van de waardeketen en 2) het in beeldbrengen van mogelijkheden rondom lokalisatie. Beide werksporen lichthet kabinet hierna kort toe.4TNO en NRG Pallas, Public Trust And Nuclear Energy, December 2024. Zie:https://publications.tno.nl/publication/34644021/Vg58g8wA/TNO-2024-R12655.pdf5NRG Pallas, Localisation Perspectives Of a Netherlands Nuclear Newbuild Project, januari 2025,blz 26–27 (zie: https://www.nrg.eu/media/kden0fc1/nrg-supplychain-def.pdf)6NRG Pallas, Localisation Perspectives Of a Netherlands Nuclear Newbuild Project, januari 2025.(zie: https://www.nrg.eu/media/kden0fc1/nrg-supplychain-def.pdf)7Kamerstuk 32 645, nr. 141Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1593 Organiseren waardeketenOm bedrijven, andere stakeholders en het beleid optimaal te onder-steunen bij de oriëntatie op de nucleaire toeleveringsketen, is het(her)organiseren van de waardeketen cruciaal. Dit vraagt om een helderbeeld van de omvang van de werkzaamheden, de bijbehorendetechnische en veiligheidseisen, en het tijdspad waarop bepaaldecomponenten en diensten nodig zijn. Een goed georganiseerde entoekomstbestendige toeleveringsketen start met inzicht in de hiervoorgenoemde elementen, gecombineerd met begrip over de (on)mogelijk-heden binnen de keten en het opzetten van publiek-private netwerken. Indit kader richt het kabinet zich de komende maanden op:•KansenkaartHet kabinet werkt aan een kansenkaart die inzicht zal geven in deverwachte vraag en het beschikbare aanbod binnen de nucleairesector, zowel met betrekking tot de conventionele centrales als SMR’s.Hierbij worden de vereisten voor deelname aan nucleaire projecten inkaart gebracht, evenals de potentiële toeleveranciers en de ambities envoorwaarden van Nederlandse bedrijven om deel te nemen. Met dekansenkaart kunnen bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen enandere betrokkenen zich gericht oriënteren op de mogelijkhedenbinnen de nucleaire waardeketen. De kansenkaart is naar verwachtingaan het einde van het jaar beschikbaar.•Publiek-private netwerkenOp 9 april jl. is de Stuurgroep Nucleaire Toeleveringsindustrie,georganiseerd door VNO-NCW en Nucleair Nederland, van startgegaan. Aan deze werkgroep nemen vertegenwoordigers van debelangrijkste koepelorganisaties deel (FME, Techniek NL, BouwendNederland), evenals een aantal bedrijven met ervaring in de nucleairesector en de betrokken overheidsonderdelen. Het doel van destuurgroep is om de behoeften van toeleveranciers actief te verbindenaan de plannen van de overheid en de mogelijkheden die ontstaanvoor de industrie. Dat gebeurt door gezamenlijk in gesprek te gaanover de verwachte werkzaamheden, vereisten en het handelingsper-spectief voor bedrijven.Ook op regionaal niveau vindt regelmatig overleg plaats tussen deregionale ontwikkelingsmaatschappijen via een ingestelde WerkgroepNucleair. Het Ministerie van KGG werkt nauw samen met de leden vandeze groep, omdat juist deze partijen een helder beeld hebben van dekansen voor het regionale bedrijfsleven, de ontwikkelingen enbehoefte(n) in de regio. De regionale ontwikkelingsmaatschappijenondernemen verschillende activiteiten om bedrijven te betrekken bij denationale nucleaire ontwikkelingen. Zij brengen bijvoorbeeld per regioin kaart welke bedrijven (potentieel) kunnen en willen toetreden tot denucleaire keten. Zo kunnen mogelijke toeleveranciers en/of hoofdaan-nemers tijdig worden voorzien van relevante informatie en gerichtworden benaderd voor matchmaking-events en andere vormen vanondersteuning.•Informatie en communicatieIn samenwerking met de Topsector Energie en Nucleair Nederlandwerkt het Ministerie van KGG aan heldere communicatie over denucleaire sector en de mogelijkheden binnen de toeleveringsketen.Bijvoorbeeld door praktijkvoorbeelden te delen op relevante communi-catiekanalen en een informatiepagina voor bedrijven op te stellen. Eenbelangrijke stap in het oriëntatieproces van bedrijven en de verdereontwikkeling van de waardeketen wordt het «Made for Nuclear»evenement op 24 november, georganiseerd door het Ministerie vanKGG, de Topsector Energie en Nucleair Nederland. In voorbereiding opdit evenement werkt het kabinet samen met de technologieleveran-ciers EDF en Westinghouse en een aantal SMR-ontwikkelaars. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1594 evenement wordt gericht op het informeren en verbinden vanmogelijke toeleveranciers en belangrijke stakeholders voor conventio-nele kerncentrales en SMR’s, en geeft hen praktische handvatten om inde sector aan de slag te gaan.Verkennen lokalisatiemogelijkhedenOnderdeel van het nieuwbouwproject zijn afspraken over lokalisatie; demate waarin het Nederlandse nucleaire ecosysteem kan meeprofiterenvan de bouw en exploitatie van nieuwe kerncentrales. Deze afsprakenkunnen worden gericht op het stimuleren van de nationale toeleverings-keten, het borgen van kennisoverdracht, bijdragen aan innovatieveprojecten of het tijdig voorbereiden van bedrijven op tenderprocessen.Om hierin gerichte keuzes te kunnen maken, verkent het kabinet deverschillende mogelijkheden. Deze inzet is in lijn met de conclusies van deThird Party Review, om snel met het onderwerp lokalisatie aan de slag tegaan.8Bij de verkenning van de verschillende mogelijkheden wordt gekeken naarzowel de inhoudelijke en juridische mogelijkheden binnen en buiten hettechnologieselectieproces als naar de keuzes en afwegingen die in anderelanden zijn gemaakt – waarbij geldt dat deze lessen altijd zorgvuldigworden gewogen en vertaald naar de Nederlandse situatie.Bij het verkennen van de lokalisatiemogelijkheden zoekt het kabinet debalans tussen – enerzijds – het maximaal betrekken van de Nederlandseindustrie, en -anderzijds – het niet uit het oog verliezen van anderebelangrijke overwegingen zoals leveringszekerheid, de kwaliteit enalgehele voortgang van het project.Internationale samenwerkingInternationale samenwerking vormt een essentiële schakel in de realisatievan de nucleaire ambities en het versterken van het Nederlandsenucleaire ecosysteem. Nederland kan leren van andere landen enonderzoeken waar eigen kennis en vaardigheden aanvullend zijn.Nederland zoekt actief de samenwerking, zowel op Europees niveau alsvia bi- en multilaterale trajecten. Hierna wordt een aantal relevanteontwikkelingen uiteengezet.Actualisatie Nuclear Illustrative Programme (PINC)De Europese Commissie heeft onlangs een consultatie uitgevoerd voor deactualisatie van het zogenoemde PINC rapport. Dit rapport geeft eenfeitelijk overzicht van de nucleaire ambities binnen de Europese lidstatenen de verwachte investeringsbehoeften op het gebied van kernenergie. DeNederlandse bijdrage geeft een overzichtelijk overzicht van de ontwikke-lingen en benodigde investeringen binnen de nucleaire sector.Gezien de hernieuwde aandacht voor kernenergie in Europa, is dezeactualisatie bijzonder relevant. De Nucleaire Alliantie, waarin Nederlandsamenwerkt met gelijkgezinde lidstaten, heeft in reactie op deopenstelling van de consultatie voor het PINC-rapport de EuropeseCommissie via een gezamenlijke brief opgeroepen om de actualisatie alsgemeenschappelijke kennisbasis te gebruiken voor nieuw te ontwikkelenbeleid, waarin kernenergie gepositioneerd wordt in een meer strategischecontext. In de brief geeft de Nucleaire Alliantie aan dat kernenergie eensteeds belangrijker wordende pijler is voor de Europese klimaatdoelstel-8Bijlage bij Kamerstuk 32 645, nr. 156Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1595 lingen en andere strategische doelstellingen als strategische autonomieen energiezekerheid. Door het strategisch positioneren van kernenergie innieuw beleid en binnen deze context, bekrachtigt het de investeringsze-kerheid die nodig is om de nucleaire sector in Europa te versterken. OokEuropese fondsen en internationale financiële instellingen als deEuropese Investeringsbank kunnen een rol spelen in het signaleren vaninvesteringszekerheid en het aantrekken van privaat kapitaal. PINC dientdaarmee als een gemeenschappelijke en feitelijk basis voor nieuwEuropees beleid en de rol van kernenergie daarbinnen.Oprichting Important Project of Common European InterestEen IPCEI is een Europese tool om publiek-private samenwerking opEU-niveau te stimuleren. Onder strikte voorwaarden binnen het IPCEI-staatssteunkader kunnen landen staatssteun verlenen aan hoog-innovatieve en grootschalige innovatie- of infrastructuurprojecten diemarkt- of transitiefalen, of geopolitieke afhankelijkheden adresseren enbijdragen aan Europese strategische doelen. Het gaat om hogeresteunplafonds dan onder de reguliere staatssteunregelingen zoals deAlgemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en mogelijkhedenprojecten tot een hoger Technology Readiness Level (TRL)-niveau testeunen, namelijk tot en met First Industrial Deployment.Nederland heeft zich over het afgelopen jaar actief ingezet binnen eenEuropese werkgroep van lidstaten voor de verkenning van een ImportantProject of Common European Interest (IPCEI) op kernenergie; dezogenaamde identificatiefase. In deze fase heeft het kabinet met relevantesectorpartijen verkend welke scope van de IPCEI aan zou sluiten bij debehoefte van de Nederlandse sector. Op 13 april is deze identificatiefaseafgerond met een door 13 lidstaten ondertekende «Endorsement Letter».De voorlopige scope van de IPCEI innovatieve nucleaire technologieënbevat vijf werksporen: SMRs/AMRs, waarde- en brandstofketen, radioac-tieve afvalverwerking, nucleaire fusie en medische isotopen. De volgendefase – de zogenoemde designfase – zal binnenkort van start gaan. In dezefase wordt de scope verder uitgewerkt en wordt verkend welke concreteprojecten uit de verschillende lidstaten zich lenen voor een IPCEI. Volgensde huidige planning zal er in het eerste kwartaal van 2026 door dedeelnemende lidstaten een officiële call for interest voor projecten wordenuitgezet.Het kabinet zet zich het komende jaar actief in om de scope zoveelmogelijk in lijn te brengen met de belangen van de Nederlandse sector.Het kabinet zal daarnaast samen met de sector verkennen of er mogelijkeNederlandse projecten in aanmerking komen voor het IPCEI project.European Spallation SourceDe European Spallation Source (ESS) werd in augustus 2015 opgericht alseen Europees Onderzoeksinfrastructuur Consortium (ERIC). Het is eenmultidisciplinaire, internationale onderzoeksfaciliteit op het gebied vanfundamenteel en toegepast neutronenonderzoek die momenteel inaanbouw is in Lund, Zweden. De ESS moet neutronenfluxen gaanproduceren waarmee onderzoekers in de toekomst tot op nanoschaalstructuren en processen kunnen bestuderen in de biologie, chemie,materiaalkunde en bijv. datering van kunstwerken.9 Deze technologiegeeft mogelijkheden om naar materialen en monsters te kijken diebijvoorbeeld Röntgen en radiogolven niet bieden. Daarmee kan het ookvoor bijvoorbeeld defensieonderzoek belangrijk zijn.9Kamerstuk 31 288, nr. 577Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1596 De motie Koekkoek en Bontenbal verzoekt het kabinet de mogelijkhedente verkennen om Nederland als deelnemer aan te laten sluiten bij deESS.10Uit een verkenning van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap blijkt dat er vanuit deNederlandse wetenschap enige belangstelling is voor een vollediglidmaatschap van het ERIC ESS. Naast een gevraagde in-kind bijdrageverlangt een volledig lidmaatschap ook een (jaarlijkse) structurelebijdrage. Vooralsnog is daar echter geen zicht op.11 Ook het MMIPKernenergie biedt hiervoor geen oplossing, omdat het hierbij om tijdelijkemiddelen gaat met een looptijd tot en met 2030.In de motie constateren de leden Koekkoek en Bontenbal dat het voor hetrealiseren van de nucleaire ambities van belang is goed aangesloten tezijn bij internationale ontwikkelingen. Het kabinet neemt deze boodschapter harte en ziet dit als een aanmoediging om zijn inzet op internationalesamenwerking (zie toelichting in deze brief) voort te zetten en waarmogelijk te intensiveren. Hiermee wordt bijgedragen aan de versterkingvan het Nederlandse nucleaire ecosysteem.Nederlands Belgische samenwerkingOp 9 april jl. vond de jaarlijkse Belgische-Nederlandse Nucleaire Confe-rentie plaats. Deze editie richtte zich op het versterken van de samen-werking binnen de nucleaire toeleveringsketen. In het licht van deambities van beide landen op het gebied van kernenergie wordt ingezetop het verbinden van de industrie, kennisinstellingen en overheden.Nederland en België verkennen onder andere gezamenlijke acties op hetgebied van supply chain ontwikkeling, opleiding en opbouw van humancapital en de samenwerking tussen branche- en koepelorganisaties. Ookwordt gekeken naar de mogelijkheid tot het opstellen van eenMemorandum of Understanding om deze samenwerking te formaliserenen verder te structureren.Verkenning Nederland – Duitse samenwerkingSinds april 2023 zijn alle Duitse kerncentrales buiten bedrijf gesteld enworden ze ontmanteld. In de recente verkiezingscampagne in Duitslandontstond op een gegeven moment de indruk dat Duitsland mogelijk dekernuitstap terug zou draaien. In het verlengde daarvan, verzocht de motievan de Leden Erkens en Grinwis het kabinet om de samenwerking met denieuwe Duitse regering te zoeken, met name gericht op het openhoudenvan de kerncentrales in de grensregio’s.12Begin mei is de nieuwe Duitse regering onder leiding van BondskanselierMerz geïnstalleerd. In het Duitse coalitieakkoord ontbreekt een ambitie omde gesloten kerncentrales te heropenen of nieuwe kerncentrales tebouwen. Op dit moment heeft het kabinet dus geen aanwijzing dat hetDuitse beleid hierop gewijzigd wordt. Wel heeft de nieuwe Duitse regeringzich tot doel gesteld om de eerste fusiereactor ter wereld in Duitsland tebouwen.10Kamerstuk 32 645, nr. 15311NWO, Analysis of the Dutch participation in international research infrastructures, December2023 Zie: https://www.nwo.nl/nieuws/rapport-deelname-aan-internationale-onderzoeksinfrastructuren-essentieel-voor-nederlandse-wetenschap12Kamerstuk 21 501-33, nr. 1120Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1597 Met deze informatie komt de motie van de leden Erkens en Grinwis in eennieuw daglicht te staan. Het kabinet ziet op dit moment geen kansen voorsamenwerking om kerncentrales in de grensregio’s open te houden, zoalsde motie verzoekt. In gesprekken met de Duitse regering zal het kabinetscherp blijven op kansen voor samenwerking in brede zin.Innovatiemissie FrankrijkIn het kader van de uitvoering van het samenwerkingsverband tussenNederland en Frankrijk, heeft begin juni een delegatie van circa dertigvertegenwoordigers uit de nucleaire sector (bedrijven, kennis- enonderzoeksinstellingen en onderwijsinstellingen) een bezoek aan Frankrijkgebracht. Het doel van dit bezoek was om het Franse nucleaireecosysteem te verkennen en mogelijke bilaterale samenwerking teonderzoeken of te versterken; bijvoorbeeld op het gebied van de nucleairewaardeketen, onderzoek en innovatie en om kennis op te halen over deverdere ontwikkeling van het nucleaire ecosysteem in Nederland.Tot slotDe toenemende aandacht van kennis- en onderzoeksinstellingen,bedrijven, medeoverheden en brancheorganisaties laat zien dat destappen die het kabinet zet op het gebied van kernenergie breed wordenopgepikt. Door het nucleaire ecosysteem in samenhang met deze plannente ontwikkelen, benutten we niet alleen de bijdrage van kernenergie aaneen robuust en betrouwbaar energiesysteem, maar ook de economischespin-off die dit met zich meebrengt.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1598
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.