KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kaders clustering omroephuizen

28 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie eeb8c96b7ca2fea9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 827Toekomst mediabeleidNr. 369 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 mei 2025Tijdens het notaoverleg media van 14 april (Kamerstuk 32 827, nr. 368)hebben wij gesproken over de hervorming van de landelijke publiekeomroep. Ik constateer op basis van het notaoverleg van 14 april en deaangenomen moties die tijdens dit overleg zijn ingediend dat voor defundamenten van het nieuwe bestel draagvlak bestaat. Ik doel hierbij opde vorming van omroephuizen, het sluiten van het bestel voor nieuweorganisaties maar tegelijkertijd het opener maken voor nieuwe geluiden,het gelijkwaardiger maken van de rolverdeling tussen NPO en omroepenen effectiever extern toezicht. Zo zorgen we ervoor dat de landelijkepublieke omroep onmisbaar blijft voor de Nederlandse samenleving, enbeter kan aansluiten bij de behoeften van kijkers en luisteraars.In het notaoverleg heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over dekaders die ik aan de omroephuizen meegeef en de rol die vrijwilligheidspeelt in het clusteringsproces van de huidige omroepen. Met deze briefdoe ik deze toezegging en de hieraan gerelateerde motie gestand.1 Ik ga indeze brief ook nader in op de positie van de NTR en de functie die deprocesregisseur heeft in de clustering. Daarna zal ik beschrijven hoe ikbinnen deze hervorming wil kijken naar de omschrijving van de huidigetaakopdracht, lettende op de motie die uw Kamer hierover recentelijkheeft aangenomen. Ten slotte wil ik kort stilstaan bij het tijdspad voordeze hervorming.Kaders omroephuizenIn navolging van mijn eerdere brief met daarin de probleemanalyse dieten grondslag ligt aan de bredere hervorming en de noodzaak te komentot omroephuizen en na kennis te hebben genomen van uw inbrengtijdens het debat, geef ik hieronder een overzicht van de relevante kaderswaaraan de clustering van de huidige omroephuizen in omroephuizen1Kamerstukken II, 2024–25, 32 827, nr. 344. kst-32827-369ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3691 moet voldoen.2 Ik heb gemerkt dat op een tweetal kaders enige onduide-lijkheid bestaat. Deze licht ik na de opsomming nader toe. Het gaat hierom het kader dat de wettelijke taken van de omroephuizen bevat alsookhet kader dat spreekt over de noodzaak van passende programmatische,of inhoudelijke, verwantschap tussen samengaande omroepen.Ik vind het belangrijk te benadrukken dat de kaders geen doel op zich zijn,maar er in de optelsom voor moeten zorgen dat de clustering het doelbereikt dat wij allen voor ogen hebben: een relevante landelijke publiekeomroep waarin de vermindering van bestuurlijke lagen ervoor zorgt datde verschillende spelers optimaal samenwerken en bijdragen aan hetvervullen van de belangrijke rol die de publieke omroep speelt in deNederlandse samenleving. De landelijke publieke omroep moet met zijnaanbod en kanalen optimaal kunnen inspelen op het veranderendemediagedrag van alle Nederlanders. Dit doel is het vertrekpunt voor declustering.Onderstaande kaders voor clustering zijn ingedeeld in een zestal thema’s.1. Kaders om te komen tot een functionerende clustering •Het bestel wordt gesloten voor nieuwe organisaties.•Er worden vier of vijf nieuwe omroephuizen opgericht.•De NOS wordt niet als omroephuis aangemerkt.•Elke omroepvereniging vindt een plek in een van de omroephuizen.•De NTR vindt een volwaardige plek in het bestel.•Sommige omroepverenigingen maken op dit moment deel uit van eensamenwerkingsomroep, namelijk AVROTROS-PowNed, MAX-WNL enVPRO-HUMAN. Deze omroepverenigingen krijgen de mogelijkheid metandere omroepen te clusteren dan die waarmee eerder werd samenge-werkt.•Omroephuizen zijn de werkgevers waar alle medewerkers in dienstzijn. Medewerkers hebben daarbinnen een grotere baangarantie,omdat ze in voorkomende gevallen kunnen worden ingezet voorverschillende onderdelen en geluiden van het omroephuis.•Tussen de omroepen die zich clusteren in een omroephuis is er sprakevan passende inhoudelijke verwantschap. Dit houdt in dat samen-gaande omroepen moeten kunnen uitleggen op welke wijze zij zichverwant beschouwen en in elkaars verlengde liggen in termen vanmaatschappijbeeld, doelgroep, missie, identiteit of focus op thema’sen subgenres.•Omroephuizen zijn onderling enigszins vergelijkbaar qua grootte intermen van budget en producerend vermogen.•De clustering van omroepen in omroephuizen leidt niet tot extrabestuurslagen: een omroephuis heeft één Raad van Toezicht enéén bestuur.Uit bovenstaande kaders volgt dat er geen omroepen individueel kunnenoverblijven en er altijd minimaal twee omroepen opgaan binnenéén omroephuis. Enige denkbare uitzondering hierop is het scenario dateen zogeheten fusieomroep alleen opgaat in één omroephuis.3 De huidigefusieomroepen zijn immers qua grootte in termen van budget enproducerend vermogen van een andere orde dan de overige omroepen.Met deze verduidelijking kom ik tegemoet aan de motie Martens-America(VVD).42Kamerstukken II, 2024–25, 32 827, nr. 333.3Dit betreft de fusieomroepen AVROTROS, BNNVARA en KRO-NCRV.4Kamerstukken II, 2024–25, 32 827, nr. 334.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3692 2. De wettelijke opdracht aan de omroephuizen •Omroephuizen dragen met hun activiteiten gezamenlijk bij aan deuitvoering van de publieke taakopdracht.•In het proces van clustering ligt de verantwoordelijkheid voor hetbeleggen van alle taken voortkomend uit de publieke taakopdracht bijhet geheel.•Alleen de taken zoals omschreven in artikel 2.34a van de Mediawet2008 zijn op voorhand belegd bij de NOS.•Het accent in het nieuwe bestel ligt nadrukkelijk op het gezamenlijkebelang, samenwerking en complementariteit tussen omroephuizen,niet op onderlinge concurrentie.•Omroephuizen vertalen daarvoor gezamenlijk de in de samenlevinglevende geluiden, behoeften en perspectieven in het aanbod terinvulling van de in de wet geformuleerde publieke taakopdracht.Hiermee wordt de taak en verantwoordelijkheid van het omroephuisbreder dan nu het geval is voor de omroepverenigingen. Hierbijhouden ze rekening met nieuwe en ontbrekende geluiden, perspectie-ven en behoeften.•Omroephuizen zijn aantoonbaar maatschappelijk geworteld bij deonderdelen van de samenleving waarvoor het huis aangeeft aanbod temaken.•Omroephuizen leggen transparant verantwoording af over hunmaatschappelijke worteling, hoe zij nieuwe geluiden, perspectieven enbehoeften een plek geven en hoe zij in bredere zin bijdragen aan deuitvoering van de publieke taakopdracht. Deze verantwoording gebeurtin onderlinge afstemming.3. Algemene vereisten inrichting omroephuis •Het omroephuis is een stichting.•Het omroephuis is normadressaat van de wet, niet langer de omroep-vereniging. De wet en het toezicht richten zich op het omroephuis enhet omroephuis draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid.•Het omroephuis is de omroep: het huis verzorgt het aanbod en maaktde programma’s.•Medewerkers zijn in dienst van het omroephuis.•De inrichting van de omroephuizen is sober, doelmatig en evenwich-tig.5•Omroephuizen vallen onder de WNT; hier wordt strikt op gehandhaafd.•Het BPPO is van toepassing op omroephuizen.•Het omroephuis heeft één Raad van Toezicht en één bestuur.4. Wettelijke vereisten aan bestuur en intern toezicht van een omroephuis •De maximale zittingstermijn van leden van de Raad van Toezicht en hetbestuur is begrensd.•De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd op basis vanvooraf vastgestelde profielen.•Omroephuizen zijn verplicht de gedragscode ter bevordering van goedbestuur en integriteit na te leven.•Er is een helder onderscheid tussen het dagelijkse bestuur en hettoezichthoudend orgaan van het omroephuis.In de nadere uitwerking kunnen nadere regels en begrenzingen aanbovenstaand kader worden toegevoegd om de transparantie tebevorderen.5Zie ook artikel 2.142a, eerste lid in de Mediawet 2008 waar een vergelijkbare bepaling nu isopgenomen voor o.a. landelijke publieke media-instellingenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3693 5. Maatschappelijke worteling •Omroephuizen rapporteren periodiek over de wijze waarop zij hunmaatschappelijke worteling vormgeven.•Het onderhouden van banden met verenigingen is een manier waaropmaatschappelijke worteling kan worden aangetoond.Het juridisch inrichten van de koppeling tussen de omroephuisstichtingen,de huidige omroepverenigingen en eventuele andere verenigingen/belangenorganisaties werk ik verder uit op basis van het principe vanmaatschappelijke worteling. Omroepen die opgaan binnen éénomroephuis kunnen binnen de hierboven genoemde kaders afsprakenmaken over hoe zij de unieke identiteiten die de omroepverenigingenmeebrengen borgen.6. Relatie omroephuizen en het coördinerend orgaan (hierna: NPO-organi-satie) •De NPO-organisatie kent budgetten toe aan omroephuizen voor deverzorging van aanbod en plaatst dit aanbod. Dit gebeurt op basis vangezamenlijk opgestelde strategische kaders.•Bij goede gezamenlijke afspraken over ieders bijdrage aan de publieketaakopdracht kan deze verdeling in veel gevallen plaatsvinden op basisvan (sub)genre of thema, in plaats van op basis van titels. Uitgangs-punt hierbij is meer budgetzekerheid en inhoudelijke en creatieveautonomie voor omroephuizen.•De NPO-organisatie blijft verantwoordelijk voor de uitvoering vanactiviteiten die efficiënter en effectiever in de gezamenlijkheiduitgevoerd kunnen worden. Het gaat hier om een breed scala aanactiviteiten zoals de verzorging van ondertiteling, digitale distributie enzorgdragen voor de digitale transitie en digitale kanalen en platformen.Hieronder volgt een nadere toelichting op de wettelijke taken van hetomroephuis en de term «passende inhoudelijke verwantschap».Wettelijke taken omroephuisIk vind het belangrijk helder te zijn over het feit dat omroephuizen geachtworden de wettelijke taken uit te voeren zoals hierboven omschreven bijthema 2 van de kaders. Het uitgangspunt van het nieuwe bestel isdaarmee een extern pluriform bestel op basis van een publieke taakop-dracht. Binnen deze wettelijke opdracht hebben de omroephuizen inonderlinge afstemming alle vrijheid om taken te verdelen en de taken zote beleggen dat ze goed aansluiten bij de onderdelen van de samenlevingwaarvoor het huis aanbod maakt. Er bestaat dan ook voldoende ruimtevoor omroephuizen om in gezamenlijke afstemming zogenoemd«geprofileerd» aanbod te maken. Dit aanbod kan een heel specifiekgezichtspunt of invalshoek overbrengen. Dit is geen tegenstelling zoalsdoor sommigen wordt gesuggereerd, maar juist een logisch uitvloeiselvan die publieke taakopdracht. Omroepen bewijzen in het huidigesysteem ook al dat ze dit kunnen: er is een grote variëteit aan aanbod,zowel zeer uitgesproken aanbod, gericht op brede of kleinere doelgroepenals aanbod gericht op grote gemene delers waarbij een specifiekeopvatting niet altijd centraal staat. Ook nu dienen omroepen een bijdragete leveren aan de gezamenlijke uitvoering van de publieke taakopdracht.Verschil met de huidige situatie is dat de wettelijke opdracht hierbijcentraal staat en breder is dan de missies van de huidige omroepver-enigingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3694 Passende inhoudelijke verwantschapHet is van belang dat omroepen die samen opgaan in een omroephuisniet alleen praktisch, maar ook inhoudelijk op een voor hen passendemanier bij elkaar aansluiten. Voor een goede uitvoering van de publieketaakopdracht moeten omroephuizen zich namelijk duidelijk onder-scheiden, terwijl binnen elk omroephuis een helder omschrevensamenhang moet bestaan die wordt omschreven in termen die hun ankervinden in de samenleving (maatschappijbeeld, doelgroepen, missie,identiteit of thematische focus). Ontbreekt die samenhang, dan dreigt hetrisico dat omroephuizen veranderen in «mini NPO’s», waarin interneconcurrentie de samenwerking belemmert en het gesprek over degezamenlijke bijdrage van elk omroephuis aan de wettelijke opdrachtstokt. Dit alles leidt tot spanningen, dubbelingen en lacunes in het aanboden inefficiëntie. Bovendien wordt de bestuurlijke drukte dan nietverminderd. De coördinerende functie van de NPO-organisatie voor deprogrammering kan alleen lichter worden ingevuld wanneer de interneconcurrentie binnen omroephuizen wordt voorkomen. Verwantschap leidtertoe dat er een «gemeenschappelijke noemer» kan worden geformuleerddie het omroephuis bindt. Dit maakt het duidelijk welk omroephuis eenspecifiek nieuw geluid kan incorporeren binnen het aanbod. Ook voorexterne producenten, die bij omroephuizen zullen pitchen, is een helderonderscheid tussen huizen van belang. Zo is aan de voorkant duidelijkmet welk idee ze naar welk huis kunnen. Het maakt daarnaast deverantwoording over en beoordeling van de bijdrage van het omroephuisaan de wettelijke opdracht helder en eenduidig. Om deze redenen is hetbelangrijk dat er een welomschreven verwantschap bestaat tussenomroepen die zich clusteren binnen één omroephuis.Ik wil hierbij benadrukken dat binnen de inhoudelijke verwantschapvoldoende plek moet zijn voor uitgesproken en profilerend aanbod. Ditaanbod brengt namelijk een deel van de identiteit, voorheen weerspiegelddoor een specifieke omroepvereniging, van het omroephuis tot uiting. Welmoet duidelijk gemaakt worden hoe sommige medewerkers en redactiesin voorkomende gevallen kunnen worden ingezet voor verschillendeonderdelen en geluiden van het omroephuis, ook als dit voor sommigeredacties nadrukkelijk niet zal kunnen gelden. Zoals ik hierboven al hebgemeld kunnen wat mij betreft omroepen die opgaan binnenéén omroephuis dan ook, binnen de hierboven genoemde kaders,afspraken maken over hoe zij de unieke identiteiten die de omroepver-enigingen meebrengen borgen.Samenhang en gezamenlijkheidDe voorgestelde hervorming is geen optelsom van losse maatregelen. Netzo min zijn de omroephuizen die ik voor ogen heb een optelsom van losseomroepen. Het is een samenhangend bouwwerk waarin elk onderdeelbijdraagt aan het versterken van de publieke omroep als geheel. Hetaanpassen van afzonderlijke onderdelen kan het evenwicht van het stelselals geheel ondermijnen.Ik vind het vanwege de genoemde samenhang belangrijk dat de clusteringverloopt op basis van bovenstaande kaders. Alleen dan kan eentoekomstig bestel optimaal functioneren en kan de landelijke publiekeomroep de taakopdracht op een goede manier uitvoeren. Ik vraag dan ooknadrukkelijk aan omroepen om gezamenlijk het clusteringproces vorm tegeven en daarmee het belang van het geheel als uitgangspunt te nemen.Binnen bovenstaande kaders gaan omroepen verder zelf over met wie zijuiteindelijk wensen op te gaan binnen een omroephuis. Ik snap dat dezehervorming leidt tot grote (organisatorische) veranderingen die effectTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3695 zullen hebben op alle medewerkers binnen de publieke omroep. Ik wil ditproces daarom samen met betrokken spelers in Hilversum zorgvuldigvormgeven.De positie van de NTRIk wil zeker stellen dat er geen misverstand bestaat over de positie van deNTR in het clusteringsproces. Er is plek voor de NTR in het nieuwe bestel,net zoals dat voor de andere omroepen geldt. De NTR als organisatie gaatop dezelfde manier als de andere omroepen meedoen in het proces vanclustering. Daarbij is de eerste inzet dat de NTR aansluiting vindt bij deNOS. Met de toezegging dat de NTR een volwaardige plek krijgt in hetnieuwe bestel, net zoals dat voor de andere omroepen geldt, geef ikinvulling aan de aangenomen motie over dit onderwerp.6De rol van de procesregisseurDe Kamer heeft mij tijdens het notaoverleg media van 14 april gevraagd teonderzoeken of een onafhankelijke procesregisseur kan worden aange-steld om het clusteringsproces te begeleiden. Ik sta welwillend tegenoverdit verzoek en kan uw Kamer melden dat ik de heer Meindert Landsmeerbereid heb gevonden om vanuit zijn hoedanigheid als partner bij hetbureau 3Rivers deze opdracht te vervullen. 3Rivers is een in de mediagespecialiseerd adviesbureau. De heer Landsmeer, als ook 3Rivers, heeftbrede ervaring in het geven van strategisch en organisatieadvies op hetterrein van mediavraagstukken en in het begeleiden van complexetransities bij publieke en commerciële omroepen in binnen- en buitenland.Ik ben in de laatste fase van het formaliseren van de opdracht aan de heerLandsmeer, waarna hij zal kunnen starten.De opdracht die ik zal meegeven aan de procesregisseur is als volgt:«Kom in drie maanden tot een zoveel mogelijk gedragen voorstel vooreen voorgenomen clustering van de huidige omroepen in vier ofvijf omroephuizen, die voldoet aan de kaders zoals gesteld in dezeKamerbrief en de Kamerbrief over de hervorming en informeer OCW metregelmaat over de voortgang. De procesregisseur handelt daarbijautonoom, vanuit onafhankelijkheid en neutraliteit en op basis van dekaders zoals gesteld in de Kamerbrieven. De procesregisseur handelt methet oog op de rol van de publieke omroep in de samenleving.» Lettendeop de vakantieperiode die binnen het tijdsbestek van de komendedrie maanden valt, vraag ik de procesregisseur uiterlijk 1 oktober met zijnvoorstel te komen.Zoals hierboven al genoemd is, moeten alle omroepverenigingen, de NTRen de NOS een plek krijgen in het nieuwe bestel. Ik verwacht dat onderleiding van een procesregisseur omroepen op basis van de geschetstekaders komen tot een gedragen clustering waarin alle omroepen een plekvinden. Ik zal uw Kamer na afloop van de opdracht informeren over hetvoorstel voor clustering. Hierbij merk ik op dat een zoveel mogelijkgedragen clustering niet hoeft te betekenen dat alle omroepen instemmenmet het advies. Het is aan de procesregisseur om advies te geven watnaar zijn oordeel de beste clustering is voor de ontwikkeling van depublieke omroep, hierbij rekening houdend met het benodigde draagvlak.6Kamerstukken II, 2024–25, 32 827, nr. 338.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3696 TaakopdrachtBij het wetsvoorstel dat ik voorbereid in het kader van de hervorming zalik ook de aangenomen motie betrekken om de wettelijke taken van delandelijke publieke omroep te heroverwegen.7 Een fundamenteleherziening van het bestel en de daaruit voortvloeiende fundamenteleherziening van de Mediawet 2008 maakt het logisch om ook te bezien ofde huidige omschrijving van de publieke taakopdracht op alle punten nogvoldoet en aansluit bij de veranderingen in het medialandschap ook alshet gaat om het type aanbod dat gemaakt wordt door de publiekeomroepen. Ik wil hier bij het wetsvoorstel dan ook goed naar kijken. Welhanteer ik daarbij het uitgangspunt van een brede taakopdracht, zoals ookis opgenomen in het regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471,nr. 96). Als we met recht van een publieke omroep willen spreken, danmoet die publieke omroep ook een breed publiek kunnen aanspreken. Datwil zeggen: verschillende doelgroepen en verschillende genres. Depublieke omroep heeft immers alleen betekenis als deze zich richt opverschillende groepen, groot en klein en er in de optelsom veel Neder-landers naar kijken en luisteren waardoor de publieke omroep zijndemocratische en verbindende functie in onze samenleving kan vervullen.TijdpadZoals eerder gemeld, is de planning om te komen tot een hervorming vanhet landelijke publieke omroepbestel krap. Om een hervorming in tekunnen laten gaan met ingang van 1 januari 2029, is het nodig dat ik in hetvroege voorjaar van 2026 een wetsvoorstel in internetconsultatie breng.Vanwege de systematiek van concessie- en erkenningperiodes en denoodzakelijke voorbereidingen in aanloop naar de start van een nieuweperiode is het van belang dat ik vaart maak met dit wetstraject.Ik heb er vertrouwen in dat deze brief uw Kamer, net als omroepen enNPO, de nodige duidelijkheid verschaft over de kaders die gehanteerdmoeten worden om te komen tot de clustering in omroephuizen.Naast het clusteringsproces zal ik de komende tijd aan de slag gaansamen met omroepen, NPO, het Commissariaat voor de Media, de Raadvoor Cultuur en andere stakeholders om de hervorming van het stelsel alsgeheel verder uit te werken in een wetsvoorstel. Dit doe ik op basis van defundamenten zoals die aan het begin van de brief zijn verwoord.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. Bruins7Kamerstukken II, 2024–25, 32 827, nr. 356.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 827, nr. 3697

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 74839f7f0e7f2b9d

14 okt 2026 · 2559280a69d64c66

13 okt 2026 · e35558cd040a2e1c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.