Vormgeving verkenning interimmers
Brontekst
Versie caaa76d71e0969fa · officiële bron35 334 Problematiek rondom stikstof en PFAS Nr. 483 Brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 11 september 2026 Het kabinet werkt samen met provincies hard aan het oplossen van de PAS-meldersproblematiek. Waar PAS-melders wellicht het bekendste voorbeeld zijn, zijn er ook andere projecten die om verschillende redenen niet beschikken over een toereikende Omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit (hierna natuurvergunning). De interimmers zijn hier een voorbeeld van. [voetnoot 1] In de kamerbrief van 26 juni heb ik uw Kamer geïnformeerd dat het kabinet een verkenning start om deze opgave en mogelijke oplossingsrichtingen goed in beeld te krijgen.[voetnoot 2] Ik ben blij te kunnen melden dat verkenner Bart Krol inmiddels is begonnen. Met deze brief voldoe ik aan de toezegging om u na de zomer nader te informeren over de vormgeving van de verkenning, de planning en de verwachte resultaten. De problematiek van interimmers raakt aan een complexe opgave. In sommige gevallen is er mogelijk sprake van onrechtmatig overheidshandelen. In andere gevallen hebben andere oorzaken ertoe geleid dat ondernemers geen toereikende natuurvergunning hebben. Ook de ervaren problematiek loopt mogelijk uiteen van uitdagingen rond de financiering tot bedrijfsovername en de mogelijkheid om te innoveren. Dit alles leidt tot onzekerheid bij ondernemers. Met het maatregelenpakket zoals deze is gepresenteerd komt Nederland van stilstand naar beweging. Om de aanpak te laten slagen is het daarom belangrijk dat iedereen mee kan doen in de ontwikkeling. De verkenning heeft tot doel de omvang en aard van de opgave nauwkeurig inzichtelijk te maken, de problematiek van ondernemers die door onrechtmatig overheidshandelen, of andere oorzaken, geen toereikende natuurvergunning hebben in kaart te brengen, en mogelijke oplossingsrichtingen te inventariseren. De verkenning is complex van aard mede doordat de problematiek op verschillende momenten in de tijd is ontstaan en het verschillende soorten activiteiten betreft (zowel agrarisch als niet-agrarisch). De verkenner zal daarom breed in gesprek gaan met een selectie van (ervarings)deskundigen, juridische experts, bevoegd gezagen en belangenorganisaties. De verkenning bestaat uit drie fasen. In de eerste fase wordt met een zo breed mogelijk palet aan deskundigen gesproken om een beeld te krijgen welke groepen niet beschikken over een toereikende natuurvergunningen, welke redenen daaronder zitten en welke problemen er ervaren worden. Ook wordt er gesproken over mogelijke oplossingen voor de problematiek. Parellel wordt er nader onderzocht in welke gevallen er mogelijk sprake is van onrechtmatig overheidshandelen. Op basis hiervan wordt duidelijk hoe groot en divers de opgave is, welke verschillende oorzaken daar ten grondslag liggen en voor welke groepen de overheid mogelijk aan de lat staat. In de tweede fase worden mogelijke oplossingsrichtingen geïnventariseerd en geanalyseerd. Voor de verschillende oplossingsrichtingen wordt in kaart gebracht in hoeverre deze juridisch houdbaar, financieel haalbaar, praktisch uitvoerbaar en maatschappelijk acceptabel zijn en aan welke voorwaarden er mogelijk moet worden voldaan om een bepaalde oplossing te implementeren. In de laatste fase wordt toegewerkt naar concrete beleidsadviezen op welke manier(en) de overheid een oplossing kan bieden voor de problematiek. Er wordt naar gestreefd om deze adviezen breed gedragen te laten zijn. Het conceptadvies zal dan ook worden voorgelegd en getoetst met stakeholders, waarna een definitief advies wordt opgesteld. Tot slot Net als u kijk ik uit naar de resultaten. Aan het eind van het jaar zal ik uw Kamer informeren over de voortgang. De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen Interimmers zijn ondernemers die een activiteit zijn begonnen of hebben gewijzigd voor 1 februari 2009 maar na de datum waarop artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied, en waarvoor geen passende beoordeling is gemaakt als gevolg van de tot 1 februari 2009 tekortschietende implementatie van de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Kamerstuk 36800-XIV, nr. 87
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.