KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beantwoording vragen gesteld tijdens het wetgevingsoverleg Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) van 4 juni 2026

11 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5d3a04b98e7a9e98 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 915 XVIIWijziging van de begrotingsstaat voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp(XVII) voor het jaar 2026 (wijzigingsamenhangende met de Voorjaarsnota)Nr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSSAMENWERKING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juni 2026Hierbij bied ik u de resterende beantwoording aan van de vragen gesteldtijdens het Wetgevingsoverleg Wijziging van de begrotingsstaat voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 2026 van 4 juni2026.Daarnaast heeft uw Kamer gisteren tijdens de Regeling van Werkzaam-heden bij monde van het lid Van Baarle, verzocht om nadere toelichting tegeven over de status van de Wet strafbaarstelling verheerlijking terro-risme. Namens het kabinet blijf ik bij de eerdere schriftelijke toelichtingvan vorige week (Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 74). Het wetsvoorstelstrafbaarstelling verheerlijking terrorisme is geen onderdeel van deafspraken die het kabinet heeft gemaakt met Pro over de BHO-begroting2026. Binnen het kabinet is er uiteraard bij alle belangrijke besluitvormingoverleg, zo ook bij de totstandkoming van wetgeving.De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,S.W. Sjoerdsma kst-36915-XVII-22ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 221 Vragen over de eerste suppletoire begrotingHet lid Bamenga (D66) informeerde of de Minister mogelijkheden ziet omook nu bij te dragen aan het bestrijden van het ebola-virus, bijvoorbeeldvia onderzoek, kennisuitwisseling, laboratoriumcapaciteit of extraondersteuning van de WHO en lokale gezondheidsdiensten?AntwoordVanuit de middelen die versneld beschikbaar komen voor 2026,specifiek de 27 miljoen voor mondiale gezondheid en debestrijding van het Ebola-virus, doet het kabinet een initiële extrabijdrage van EUR 3 miljoen ter ondersteuning van de door deWHO gecoördineerde ebola respons in de DemocratischeRepubliek Congo, Oeganda en de regio. De WHO werkt hierinsamen met het Afrikaanse CDC en nationale overheden enversterkt onderzoek, kennisuitwisseling en laboratoriumcapa-citeit. Daarnaast maakt het kabinet uit deze middelen tevens 7miljoen euro beschikbaar voor de WHO voor de bredere inzet opgezondheidscrises. Over de verdere invulling van de ophogingvan de middelen in 2026 voor mondiale gezondheid wordt uwKamer op een later moment nader geïnformeerd.Het lid Bamenga (D66) informeerde welke rol de Minister ziet voor lokalegemeenschappen in de Nederlandse inzet tegen Ebola? En hoe wordtgezorgd dat juist de lokale gemeenschappen de middelen krijgen omvertrouwen op te bouwen en levens te redden?AntwoordWantrouwen en misinformatie op lokaal niveau is schadelijk vooreffectieve infectiebestrijding. Daarom werkt Nederland metprofessionele partners, zoals WHO en de Rode Kruis beweging,die de informatievoorziening afstemmen op lokale behoeftes encontexten. Zij werken met lokale leiders, waardoor hetvertrouwen in het werk van onze partners toeneemt. Hierdoorworden gemeenschappen beter bereikt en sluit de respons beteraan op hun behoeftes.Het lid Bamenga (D66) informeerde welke lessen uit de Ebola-uitbraak van2014–2016 het kabinet nu concreet toepast in het oosten van Congo en hetwesten van Oeganda – met name als het gaat om vroegtijdig ingrijpen,het opbouwen van vertrouwen in gemeenschappen en het beschermenvan hulpverleners.AntwoordDe internationale partners hebben geleerd over bestrijding vanebola uit eerdere uitbraken. Een aantal lessen:–Structurele investeringen in lokale gezondheidszorg makeneen snellere respons mogelijk.–Als lokale gemeenschappen maatregelen accepteren en hunbijdrage aan preventie begrijpen, dan kan ebola beter wordenbestreden.–Goede zorg is belangrijk, voor genezing en voor steun aan deebola respons.Het lid Verkuijlen (VVD) informeerde naar de extra middelen die met hetakkoord met Pro beschikbaar komen voor humanitaire hulp, veiligheid enstabiliteit, mondiale gezondheid en vrouwenrechten. Hoe borgt deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 222 Minister dat deze middelen terechtkomen bij activiteiten met aantoonbareimpact? Welke indicatoren worden gebruikt om succes te meten? En hoevoorkomt hij dat middelen opgaan in algemene begrotingssteun zonderzichtbare resultaten?AntwoordAllereerst is het van belang om te benadrukken dat in hetakkoord met Pro geen specifieke afspraken zijn gemaakt overvrouwenrechten en gendergelijkheid. De afspraken zien op eenincidentele ophoging van de BHO-begroting in 2026 voor humani-taire hulp, opvang in de regio, mondiale gezondheid, stabiliteit enwederopbouw in Syrië en versnelde niet-militaire steun aanOekraïne. Binnen de versnelde niet-militaire steun voor Oekraïnezal wel aandacht zijn voor ondersteuning van vrouwenorgani-saties.Eventuele middelen voor vrouwenrechten vloeien voort uit eerderdoor de Tweede Kamer aangenomen amendementen, intensive-ringen aangekondigd in de 1e suppletoire begroting BHO 2026,maar maken geen onderdeel uit van het pakket aan aanvullendeafspraken met Pro. Het kabinet maakt in zijn programmeringgeen gebruik meer van algemene (of sectorale) begrotingssteun.De aanvullende middelen worden ingezet via bestaande instru-menten en partners waarvoor reeds afspraken gelden overdoelstellingen, monitoring, rapportage en verantwoording. Devoortgang en resultaten worden gevolgd via de reguliere syste-matiek van de BHO-begroting, waarbij gebruik wordt gemaaktvan indicatoren, voortgangsrapportages, evaluaties. Daarnaastworden de resultaten van de Nederlandse inzet periodiekgeëvalueerd, door de directie Internationaal Onderzoek enBeleidsevaluatie (IOB) als de inhoudelijk onafhankelijke evaluatie-dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.De nieuwe verantwoordingsystematiek beweegt weg vanuniforme indicatoren die voor elk programma op dezelfde wijzehet succes meten. Indicatoren verliezen hun zeggenschap oververschillende contexten wanneer ze worden geaggregeerd. Erwordt nog wel gebruik gemaakt van indicatoren ter onder-bouwing van succes op hoofddoelstellingen, maar dan insamenhang met kwalitatief onderzoek. Als onderdeel van denieuwe verantwoordingsystematiek is ruimte gegeven aanprogramma’s om verbeterde indicatoren te ontwikkelen. Dezeworden opgenomen in de BHO begroting 2027 in voorbereiding.Wanneer middelen via multilaterale organisaties wordenverstrekt, wordt toezicht gehouden via de bestuursorganen vandeze organisaties, onafhankelijke evaluaties en internationalebeoordelingsmechanismen.Van ongeclausuleerde algemene begrotingssteun is in dit gevalgeen sprake. De middelen worden ingezet voor specifiekebeleidsdoelen en via bestaande uitvoeringskanalen met afsprakenover besteding, monitoring en rapportage. Daarmee wordtgeborgd dat de middelen bijdragen aan concrete resultaten endat de Kamer hierover via de reguliere begrotings- en verantwoor-dingscyclus wordt geïnformeerd.Daarbij is het relevant dat de Algemene Rekenkamer in haaronderzoek naar het Jaarverslag BHO 2025 heeft vastgesteld dathet ministerie de resultaten van het ontwikkelingssamenwer-kingsbeleid goed inzichtelijk maakt. De Rekenkamer consta-teerde dat de BHO-begroting relatief sterk scoort op het trans-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 223 parant maken van de maatschappelijke resultaten van beleid.Juist doordat veel programma’s werken binnen duidelijk geformu-leerde hoofddoelstellingen, met vooraf vastgestelde resultaatindi-catoren, evaluaties en internationale verantwoordingsstan-daarden, is vaak beter inzichtelijk welke resultaten met demiddelen worden bereikt dan bij veel binnenlandse uitgaven. Ookvoor deze aanvullende middelen zal de verantwoording plaats-vinden via de bestaande en door de Rekenkamer positief beoor-deelde verantwoordingssystematiek.Het lid Verkuijlen (VVD) informeerde naar de mogelijkheden om middelenin te zetten voor de wederopbouw van Oekraïne, waarbij ook Nederlandsebedrijven een rol kunnen spelen.AntwoordHet kabinet zal in 2026 versneld EUR 178 miljoen beschikbaarmaken voor de niet-militaire steun aan Oekraïne uit de enveloppeop de Aanvullende Post. Dit blijft ODA-budget voor de steun voorherstel en wederopbouw van Oekraïne. Hierin is het Nederlandsebedrijfsleven doorlopend betrokken. Op deze manier wordtNederlandse kennis en kunde ingezet. Het kabinet is voornemensom het Nederlandse bedrijfsleven te blijven betrekken bij desteun aan Oekraïne.Het lid Verkuijlen (VVD) informeerde naar welke regio’s prioriteit hebbenten aanzien van vrouwenrechten en mondiale gezondheid en hoe dezeinvesteringen aansluiten bij Nederlandse strategische belangen? Op welkemanier worden resultaten inzichtelijk gemaakt voor de Kamer? Hoe is deMinister voornemens deze middelen in te zetten? Welke prioriteiten heeftde Minister daarvoor voor ogen?Zoals aangekondigd in de beleidsbrief is dit kabinet voornemensom als onderdeel van de BHOS-inzet te intensiveren op ondermeer vrouwen rechten en mondiale gezondheid. Deze inzet dientter waarborging van de materiele en immateriële belangen vanNederland op het gebied van veiligheid en stabiliteit, economieen handel, en de bescherming van onze vrijheden. In de selectievan prioriteitsregio’s zoekt het kabinet partnerschappen op metlanden die op deze thema’s willen samenwerken, bijvoorbeeld inde Sahel, de Hoorn van Afrika en de MENA-regio.Voor de toekomstige inzet op vrouwenrechten en genderge-lijkheid zal het kabinet bij het opstellen van de BHOS-begroting2027 bezien wat de mogelijkheden zijn tot herstel van artikel 3.2.In afwachting daarvan heeft het kabinet reeds extra fondsen inzowel 2026 als 2027 beschikbaar gemaakt voor vrouwenrechtenen gendergelijkheid (EUR 5 miljoen per jaar). Dit wordt ondermeer ingezet ter ondersteuning van lokale vrouwenrechtenorga-nisaties in het mondiale zuiden via het Leading from the SouthPooled Fund, en een bijdrage aan het UN Women Trust Fund toEnd Violence Against Women.De Mondiale Gezondheidsstrategie 2023–2030 (Kamerstuk2022D43454) blijft leidend voor de Nederlandse inzet opmondiale gezondheid. Het is een wereldwijde inspanning waarbijNederland investeert in basisgezondheidszorg, seksuele enreproductieve rechten en pandemische paraatheid in hetmondiale zuiden. Nederland geeft daarbinnen prioriteit aan demeest kwetsbare landen en zorg voor vrouwen, kinderen enkwetsbare groepen. Het beheersen van infectieziektes doe je daarwaar de risico’s groot zijn. Dat is in Nederlands belang. Gezondemensen, en met name vrouwen, zijn bovendien een vliegwiel voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 224 economische groei en een belangrijke voorwaarde voor stabi-liteit. De Nederlandse inzet in zuidelijke landen biedt ook kansenom diplomatiek dividend op te bouwen, wat bijvoorbeeld kanworden ingezet om landen aan boord te krijgen tijdens voorNederland belangrijke onderhandelingen.Vanuit de middelen die versneld beschikbaar komen voor 2026,specifiek de 27 miljoen voor de bestrijding van het Ebola-virus enmondiale gezondheid, doet het kabinet een initiële extra bijdragevan EUR 3 miljoen ter ondersteuning van de door de WHOgecoördineerde ebola respons. Het kabinet maakt uit dezemiddelen tevens 7 miljoen euro beschikbaar voor de bredere inzetop gezondheidscrises. Over de verdere invulling van de ophogingvan de middelen in 2026 voor mondiale gezondheid wordt uwKamer op een later moment nader geïnformeerd.Het lid Dobbe (SP) informeerde naar de bereidheid van de Minister omervoor te zorgen dat vrouwenrechten en LHBTI+-organisaties die door deanti-rechtenbeweging onder druk staan, zich gesteund voelen.AntwoordZoals gepresenteerd in de beleidsbrief buitenlandse zaken, staatdit kabinet voor mensenrechten, gendergelijkheid, de rechten vanminderheden, LHBTI-personen en jongeren. Zowel diplomatiek alsfinanciële inzet is belangrijk om deze waarden te beschermen, ineen tijd waarin deze onder druk staan. Conform deze ambitie ishet kabinet voornemens om te investeren in vrouwenrechten enzal bij het opstellen van de BHOS-begroting 2027 bezien wat demogelijkheden zijn tot herstel van artikel 3.2 op vrouwenrechtenen gendergelijkheid. In afwachting daarvan heeft het kabinetreeds extra fondsen in zowel 2026 als 2027 beschikbaar gemaaktvoor vrouwenrechten en gendergelijkheid (EUR 5 miljoen perjaar). Dit wordt onder meer ingezet ter ondersteuning van lokalevrouwenrechtenorganisaties in het mondiale zuiden via hetLeading from the South Pooled Fund, alsook een bijdrage aan hetUN Women Trust Fund to End Violence Against Women.Het lid Lohman (CDA) informeerde naar de kabinetspositie ten aanzienvan het AIV rapport over voedselzekerheid? Hoe kijkt de Minister naar deoproep in dat rapport om te komen tot een voedselstrategie waarinmondiale publieke goederen centraal staan? Is de Minister bereid teverkennen welke bilaterale afspraken, al dan niet in Europees verband,kan maken met middenmachten over voedselgrondstoffen en eiwitketens.Wil hij daartoe in overleg treden met zijn collega’s van LVVN en BZ? Is hijbereid om de hulp- en handelsagenda te verbinden aan de bredereEuropese discussie over het GLB, zodat voedselzekerheid ook kan wordenbehandeld als buitenlands beleid en niet alleen als landbouwbeleid?AntwoordHet AIV advies over internationale voedselzekerheid strekt zichuit over een breed scala aan onderwerpen aangaande de interna-tionale voedselzekerheid.In de beleidsreactie, die op dit moment geschreven wordt, zal insamenwerking met LVVN een integrale reactie gegeven wordenop de aanbevelingen in het AIV advies.Deze reactie zal voor de zomer aan de Tweede Kamer wordenaangeboden.Het kabinet werkt gecoördineerd samen op alle beleidsterreinenzo ook op het terrein van de (internationale) voedselzekerheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 225 De vragen gericht op coherentie en samenhang van beleid zullendan ook grondig aan bod komen in de toegezegde beleidsreactie.Het lid Dassen informeerde of de Minister voornemens is bij de komendeMiljoenennota meer aandacht te besteden aan gerichte beroepsoplei-dingen, met het oog op jeugdwerkgelegenheid en aansluiting tussenonderwijs en de arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden.AntwoordDe komende Miljoenennota zal meer aandacht besteden aanberoepsgerichte opleidingen. Het kabinet gaat daarbij nadrukke-lijker inzetten op beroepsgerichte opleidingen, door middel vancapaciteitsversterking en beurzen, in specifieke sectoren dieperspectief bieden op werk en die ook voor Nederland van belangzijn. Daarmee versterken we zowel de kansen van jongeren enwerkenden in partnerlanden als de aansluiting op sectoren waarNederland kennis, economische belangen en samenwerkingsmo-gelijkheden heeft.Vragen over migratie en terugkeerHet lid Verkuijlen (VVD) en het lid Dobbe (SP) vroegen naar de recentekasschuif op de begroting en of deze ook zal worden ingezet voor deterugkeer van de Syriërs. Hoe worden deze middelen precies besteed?Welke concrete resultaten worden hiermee behaald? Welk effect hebbendeze uitgaven op het beperken van irreguliere migratie richting Nederlanden Europa?AntwoordEr worden middelen vrijgemaakt voor een stabiel perspectiefvoor Syriërs en wederopbouw in Syrië ten behoeve van hetfaciliteren van vrijwillige terugkeer. Dit vraagt investeringen ininfrastructuur, primaire voorzieningen, banen en capaciteits-opbouw. Multilaterale organisaties hebben de expertise,capaciteit en slagkracht om hier efficiënt invulling aan te geven.Daar zullen we zodanig in investeren, dat dit terugkeer bevordert.Nederland blijft daarbij in gesprekken met de Syrische autori-teiten het belang van inclusie, rechten van minderheden, entoenemende terugkeersamenwerking benadrukken en kan alsgrotere donor meer invloed uitoefenen in deze gesprekken.Het lid Verkuijlen (VVD) vroeg deze middelen voldoende strategischworden ingezet. Worden migratiepartnerschappen actief gebruikt omterugkeerafspraken af te dwingen met landen van herkomst? Welkelanden werken momenteel onvoldoende mee aan terugkeer? Welkeconsequenties verbindt het kabinet aan het uitblijven van samenwerking?AntwoordVerbeterde terugkeersamenwerking is een kerndoelstelling vansamenwerking, naast het tegengaan van irreguliere migratie enhet beschermen van migranten. Waar terugkeersamenwerkingonvoldoende loopt wordt via een brede samenwerking gewerktaan verbetering. In Marokko is dit bijvoorbeeld effectiefgebleken. Bij het uitblijven van samenwerking wordt ook opEuropees niveau ingezet op maatregelen, zoals het instellen vanEU-visumsancties, en/of het intrekken van preferentiële handels-tarieven. Het kabinet ziet dit als effectieve drukmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 226 De migratiesamenwerking met derde landen is gebaat bijvertrouwen en vertrouwelijkheid. Daarom geven we geenoverzicht van partnerlanden en de wederzijdse inzet binnen diepartnerschappen.Het lid Verkuijlen (VVD) vroeg of de Minister bereid is om duidelijke KPIste ontwikkelen voor migratie-uitgaven, niet alleen op basis van activiteit,maar vooral op basis van resultaten. Is de Minister bereid jaarlijksinzichtelijk te maken hoeveel migratiestromen daadwerkelijk zijnbeïnvloed door deze investeringen? Kan de kamer periodiek wordengeïnformeerd over de efficiëntie van deze middelen?AntwoordHet kabinet streeft ernaar resultaten van onze bijdrage zoduidelijk mogelijk zichtbaar te maken via de met uw Kamerafgesproken verantwoordingssystematiek.Er zijn veel factoren naast opvang in de regio die de doorreisbe-sluiten en mogelijkheden van vluchtelingen beïnvloeden. Onder-zoeken laten zien dat wanneer er geen duurzame opvang enperspectief in de regio wordt geboden, vluchtelingen vakerdoorreizen.Het lid Dobbe (SP) vroeg of er terugkeerhubs komen en hoeveel geld vanontwikkelingssamenwerking er dan straks naar terugkeerhubs in de regiogaat.AntwoordOp dit moment bestaan er nog geen terugkeerhubs. Er is derhalvedit jaar geen financiering voorzien. Als het kabinet erin slaagtvoor het eind van het jaar een concreet voorstel klaar te hebben,dan kan dat in 2027 leiden tot middeleninzet. Als dat gebeurt isdat altijd om in de ontwikkelbelangen van de beoogd partnertegemoet te komen en moet eventuele ODA-financiering voldoenaan de OESO-DAC voorwaarden voor ontwikkelingssamen-werking.Vragen over verschillende conflictgebieden en regionaalAfrikaHet lid Dassen (Volt) vroeg of de bezuinigingen van het kabinet deAfrika-strategie raken en Nederland zich kan inzetten voor een gelijk-waardig partnerschap tussen de Europese Unie en Afrika, als daar geenbudgettaire ruimte meer voor is.AntwoordDe Afrikastrategie vormt het raamwerk voor Nederland voor hetontwikkelen van onze betrekkingen met Afrikaanse landen in eensnel veranderende wereld. In het Coalitieakkoord 2026–2030 enrecentelijk ook de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 isnogmaals benadrukt dat we via de brede Afrikastrategie bouwenwe aan gelijkwaardige partnerschappen. Aan deze strategie zelfis geen apart budget verbonden. De Afrikastrategie vormt ook debasis voor onze inbreng in Europees verband en onze inzet op eensterke positie van de Europese Unie in Afrika via diplomatie,economische samenwerking en ontwikkelingssamenwerking.Nederland werkt vanuit deze visie via de EU en in samenwerkingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 227 met EU-lidstaten aan een herkenbare buitenlandstrategie,OS-inzet en investeringsagenda, waarbij Nederland het belangbenadrukt van coherentie van beleid in de samenwerking metAfrika. Het kabinet zal de Kamer nader informeren conform hetgevraagde in motie Ceder en van Ark (Kamerstuk 36 800 XVII, nr.50) over de voortgang van de Afrikastrategie.GhanaHet lid Dobbe (SP) vroeg naar de nieuwe wetgeving in Ghana gerichttegen LHBTIQ+ personen.AntwoordHet bevorderen van gelijke rechten voor LHBTIQ+-personen is eenvan de prioriteiten binnen de inzet van het kabinet op mensen-rechten. Het kabinet maakt zich grote zorgen over de ontwikke-lingen rondom wetgeving omtrent LHBTIQ+ in verschillende delenvan de wereld en de beïnvloedingsprocessen die dit versterken.Het kabinet zal deze zorgen adresseren in bilaterale contacten, inEU-verband en in overleg met Mensenrechtenambassadeurs enbinnen de Equal Rights Coalition.SoedanHet lid Bamenga (D66) vroeg of de Minister bereid is zich actief in te zettenvoor een onmiddellijk staakt-het-vuren in Soedan.AntwoordNederland zet zich binnen de EU actief in voor een onmiddellijkstaakt-het-vuren in Soedan en duurzame vrede.Het conflict in Soedan is buitengewoon complex, met eenveelheid aan Soedanese en niet-Soedanese actoren. Dezeingewikkelde nationale en geopolitieke context heeft ertoe geleiddat bemiddelingspogingen tot op heden niet tot het gewensteresultaat hebben geleid. In dit licht geldt de samenwerkingbinnen de Quad, bestaande uit de Verenigde Staten, Saudi-Arabië,de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte, nog steeds als hetmeest kansrijke proces om tot een staakt-het-vuren te komen.Binnen de Europese Unie vervult Nederland een aanjagende enagenderende rol ten aanzien van Soedan. Zo werkt Nederlandonder meer samen met de EU aan het organiseren van eenexpertbijeenkomst over het monitoren van een toekomstigstaakt-het-vuren in Soedan, om tijdig voorbereid te zijn opeffectieve ondersteuning wanneer een akkoord binnen bereikkomt.Het lid Bamenga (D66) vroeg of de Minister bereid is zich in te zetten voorongehinderde en veilige humanitaire toegang tot alle getroffen gebiedenin Soedan.AntwoordHumanitaire toegang wordt in Soedan ernstig belemmerd, onderandere door administratieve tegenwerking en door aanvallen ophulpverleners en burgers. Nederland zet zich actief in voorongehinderde en veilige humanitaire toegang.Samen met de Europese Unie, EU-lidstaten en andere landen,waaronder het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 228 humanitaire actoren (VN, NGO’s) oefent Nederland diplomatiekedruk uit op de strijdende partijen en de facto autoriteiten omhumanitaire toegang mogelijk te maken.Deze gezamenlijke diplomatieke inspanningen hebben er medetoe geleid dat de grensovergang bij Adré in Tsjaad momenteelopen is, zodat humanitaire hulp Darfoer kan blijven bereiken.Het lid Bamenga vroeg verder of de Minister bereid is zich in internati-onaal verband hard te maken voor een inclusief vredesproces, waarin deSoedanese burgerbevolking daadwerkelijk een stem krijgt in de toekomstvan het land.AntwoordNederland hecht groot belang aan een inclusief vredesproces inSoedan waarin de stem van de Soedanese bevolking centraalstaat. In dat licht verwelkomt Nederland het akkoord dat op15 april jl. tijdens de conferentie in Berlijn tussen civiele groepenis bereikt, als een belangrijke stap richting een civiele transitie.De Europese Unie speelt, samen met het «Quintet», een samen-werkingsverband van vijf multilaterale organisaties, een leidenderol bij het mobiliseren van civiele groepen, politieke actoren, hetmaatschappelijk middenveld, grassroots organisaties en dediaspora. Nederland werkt nauw samen met de EU op dit vlak enondersteunt daarnaast diverse partnerorganisaties op het gebiedvan vredesopbouw, conflictbemiddeling en veiligheid vanburgers. Deze organisaties zetten zich in voor dialoog enverzoening, een inclusief vredesproces, het versterken vansociale cohesie en het tegengaan van desinformatie enhaatzaaiing. Daarbij wordt specifiek ingezet op het versterkenvan de stem en de betekenisvolle participatie van vrouwen enjongeren in alle onderdelen van het vredesproces. Veel van dezeorganisaties werken nauw samen met het Quintet.Verder vroeg het lid Bamenga (D66) of het kabinet zich in VN- enEU-verband zal inzetten voor sancties tegen personen, bedrijven en statendie deze oorlog voeden en het VN-wapenembargo schenden – waaronderde VAE, de GSSG en directeur Mohamed Hamdan al-Zaabi?AntwoordNederland pleit in EU-verband voor aanvullende, gerichte sanctiestegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het voortduren vande oorlog in Soedan, inclusief de strijdende partijen op hethoogste niveau. Ook zet Nederland zich binnen de EU actief invoor sanctiemaatregelen die specifiek zijn gericht op hettegengaan van de oorlogseconomie in Soedan.Wegens de vertrouwelijke aard van het sanctie-instrument kan ikniet ingaan op de status van eventuele individuele sancties.Midden-OostenHet lid Ceder (CU) informeerde of de Minister kan garanderen dat er geenenkele cent terechtkomt bij de Syrische interim-regering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 229 AntwoordDe Syrische overheid ontvangt geen directe financiële onder-steuning van Nederland. In plaats daarvan draagt Nederland viavertrouwde partners – zoals de VN – bij aan de stabiliteit enwederopbouw van Syrië. Deze partners kennen robuuste duediligence processen, waarmee oneigenlijk gebruik van middelenvermeden wordt. Onze inzet op capaciteitsversterking voorwatermanagement en grensbeheer verloopt via private enmaatschappelijke partners.Het lid Ceder (CU) informeerde naar de afspraken omtrent noodhulp en ofdeze afspraken met de Kamer konden worden gedeeld. Wat voornoodhulp betreft het en om welke landen of organisaties gaat het?Hoeveel van de noodhulp wordt besteed via multilaterale organisaties enhoeveel via het maatschappelijk middenveld? Hoeveel van het extrabudget van dit jaar wordt ingezet voor diversificatie van noodhulp aanPalestijnen? Kan de Minister vandaag toezeggen deze extra bestedingenmaximaal via lokale partners te doen?AntwoordMet de middelen die in 2026 beschikbaar zijn gekomen zal hetkabinet humanitaire VN-organisaties, de Rode Kruis beweging(inclusief het Nederlandse Rode Kruis) en Nederlandse NGO’sverenigd in de Dutch Relief Alliance (DRA) voorzien van extraflexibele financiering, zodat zij deze kunnen inzetten waar denoden het hoogst zijn.Het ligt in de rede dat deze organisaties deze bijdragen onderandere zullen inzetten in gebieden als Soedan, Afghanistan,Libanon of de Palestijnse gebieden.Waarbij als er geld zal gaan naar de Palestijnse gebieden er opwordt toegezien dat de kanaalkeuze bijdraagt aan de diversifi-catie van noodhulp aan Gaza.Het lid Dobbe (SP) informeerde naar stand van zaken omtrent demedische situatie in Gaza.AntwoordHet kabinet deelt de zorgen over de medische situatie in Gaza.Het kabinet blijft zich inzetten voor de versterking van demedische capaciteit in Gaza en de regio. Daarnaast onderzoekthet kabinet welwillend onder welke voorwaarden een evacuatiemogelijk gemaakt kan worden. Het betreft een groep kwetsbarepatiënten en het kabinet wil dit in alle zorgvuldigheid doen. Zoalseerder aangegeven zal ik hierover uw Kamer zo spoedig mogelijkinformeren.Het lid Dobbe (SP) vroeg naar de gedode hulpverleners in Libanon eninformeerde of de Minister zich gaat uitspreken en deze aanvallen opLibanon gaat veroordelen.AntwoordDe regering veroordeelt de aanvallen op hulpverleners in Libanon,zowel voor als achter de schermen. Zo heeft Nederland tijdens deWorld Health Assembly in Genève in mei nadrukkelijk aandachtgevraagd voor de veiligheid van gezondheidswerkers in conflict-situaties. Nederland roept op tot gedegen en onafhankelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 2210 onderzoek naar aanvallen op hulpverleners. Het is in eersteinstantie aan de lokale autoriteiten om onderzoek te doen naarmogelijke schendingen. In dat kader zal Nederland de Libaneseautoriteiten (het Libanese International Humanitarian Law-comité)financieel ondersteunen. Het kabinet kijkt verder naar manierenom onderzoek naar mogelijke schendingen te ondersteunen enNederland steunt het kantoor van de VN Hoge Commissaris voorde Mensenrechten (OHCHR) in Libanon met een bedrag vanUSD 1,5 miljoen over de jaren 2025–2026.Vragen over het bedrijfsleven en grondstoffenHet lid Bamenga (D66) vroeg hoe de Minister ervoor zorgt dat Nederlandhet komend jaar niet opnieuw meer uit Xinjiang gaat importeren?AntwoordHet kabinet veroordeelt gedwongen arbeid, waar ook ter wereld,en wil niet dat producten die met dwangarbeid vervaardigd zijnde Europese markt opkomen. Tegelijkertijd worden niet alleproducten die China via Xinjiang verlaten daar ook geproduceerd,en worden ook niet alle producten uit Xinjiang met dwangarbeidvervaardigd. Om dwangarbeid tegen te gaan hebben deEU-lidstaten de Anti-dwangarbeidverordening aangenomen. Hetkabinet werkt momenteel aan de implementatie van de veror-dening die eind 2027 van toepassing zal worden. In deze veror-dening wordt de Europese Commissie verantwoordelijk voor hetonderzoek naar en vaststellen van producten met dwangarbeidbuiten de EU. Daarnaast verwacht het kabinet te allen tijde vanalle Nederlandse bedrijven die internationaal ondernemen dat zijdat doen in lijn met de OESO-richtlijnen.Het lid Bamenga (D66) vroeg hoe de Minister ervoor zorgt dat Nederlandvanaf 1 januari 2027 klaarstaat om producten die met dwangarbeid zijngemaakt ook echt tegen te houden?AntwoordDe Europese Anti-dwangarbeidverordening wordt van toepassingop 14 december 2027. Tot die tijd werken Nederland en andereEuropese lidstaten aan de uitvoering van de verordening. Daarbijzet Nederland in op effectieve handhaving. De EuropeseCommissie wordt daarbij verantwoordelijk voor het onderzoekdoen naar en vaststellen van producten met dwangarbeid buitende EU. De douane wordt verantwoordelijk voor het weren vanproducten gemaakt met dwangarbeid aan de grens.Het lid Verkuijlen (VVD) vroeg hoe de Minister Nederlandse ondernemersconcreet ondersteunt bij het voldoen aan de IMVO-verplichtingen?AntwoordOndersteuning op IMVO is cruciaal, met name voor het midden-en kleinbedrijf. Hiervoor zijn verschillende instrumentenbeschikbaar. Een voorbeeld is de MVO risicochecker die door hetbedrijfsleven goed gebruikt en gewaardeerd wordt. Daarnaasthebben bedrijven via het instrument sectorale samenwerking demogelijkheid om gezamenlijk met het maatschappelijkmiddenveld en de overheid aan gepaste zorgvuldigheid tewerken. Ook is er een subsidieprogramma om specifiek het mkbTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 2211 te ondersteunen bij de toepassing van gepaste zorgvuldigheidvolgens de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.Voorlichting aan bedrijven gebeurt o.a. via het MVO-steunpunt enhet postennetwerk. Het bestaande pakket aan ondersteunings-maateregelen en de behoefte van het bedrijfsleven voor onder-steuning wordt regelmatig gemonitord en waar nodig dooront-wikkeld.Het lid Verkuijlen (VVD) vroeg welke rol de Minister ziet bij IMVOondersteuning voor branche organisaties en sectorale samenwerking?AntwoordZowel brancheorganisaties als sectorale samenwerking speleneen belangrijke rol in de ondersteuning bij IMVO. Zo werkt deSER in samenwerking met brancheorganisaties, bedrijven,vakbonden en het maatschappelijk middenveld aan de totstand-koming van verschillende sectorale samenwerkingsovereen-komsten. Momenteel zijn er samenwerkingsverbanden voor desectoren natuursteen, metaal en hernieuwbare energie. Viasectorale samenwerking faciliteert het kabinet de samenwerkingtussen bedrijven, waaronder de leden van de branches, bij hettoepassen van gepaste zorgvuldigheid. Ook kunnen de brancheor-ganisaties in samenwerking met het MVO-steunpunt een belang-rijke rol spelen bij het voorlichten van hun leden over aanstaandeEuropese wetgeving, zoals de Corporate Sustainability DueDiligence Directive (CSDDD) en de Anti-dwangarbeid veror-dening.Het lid Verkuijlen (VVD) vroeg welke concrete resultaten de Ministerverwacht met de investeringen in artikel 1.3 te behalen? Hoe draagt ditbedrag daadwerkelijk bij aan de strategische autonomie van Nederland enwordt er gekeken naar projecten die bijdragen aan grondstofzekerheid enstrategische partnerschappen?AntwoordHet budget op Handel en Economie (artikel 1.3) stijgt in 2026.Met deze intensivering beoogt het kabinet de afhankelijkheid vaneen beperkt aantal landen te verminderen, de economischeweerbaarheid te vergroten en nieuwe handelskansen voorNederland te creëren. Van dit bedrag wordt EUR 10 miljoeningezet voor het programma DRIVE (publieke infrastructuur) enEUR 10 miljoen voor PIDG (private infrastructuur).Op het gebied van kritieke grondstoffen zal EUR 5 miljoenworden ingezet op initiatieven die leiden tot lokale waardecreatieen meer duurzame en weerbare ketens, zoals het EuropeanPartnership for Responsible Minerals en het grondstoffenpro-gramma van de Wereldbank. Het kabinet verwacht met deze inzetdat het aanbod van kritieke grondstoffen duurzamer en diverserwordt, wat Europese strategische autonomie ten goede komt.Het resterende bedrag van EUR 1,5 miljoen wordt onder meeringezet voor beurzen en ondersteuning van private sectorontwik-keling via RVO, zodat benodigde vaardigheden beter aansluitenbij de baancreatie in deze sector. Het betreft hier de inzet in devolgende combinatielanden: Marokko, Zuid-Afrika, Egypte,Nigeria en IndonesiëHet lid Verkuijlen (VVD) vroeg hoe de Minister de samenwerking met deprivate sector vormgeeft? Hoeveel private investeringen verwacht hij metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 2212 eerdergenoemde middelen aan te trekken? Is hij bereid meer gebruik temaken van innovatieve financieringsinstrumenten, zoals blended finance,garantstellingen of revolverende fondsen? Welke meetbare doelstellingenkoppelt hij aan deze investeringen (context: inzet extra middelen voorkritieke grondstoffen)? En hoe zorgt de Minister ervoor dat deze middelenmaximale hefboomwerking krijgen voor zowel Nederlandse belangen alsinternationale stabiliteit?AntwoordDe inzet van de middelen is nadrukkelijk gericht op publiek-private samenwerking met Nederlandse en Europese bedrijven,financiële instellingen en relevante fondsen. Via initiatieven zoalshet European Partnership for Responsible Minerals en hetExtractives Industries Transparancy Initiative werkt het kabinetsamen met de private sector op gebied van kritieke grondstoffenin multi-stakeholder verband. De publieke middelen via PIDG enDRIVE worden zo ingezet dat zij private investeringen aantrekkenen niet verdringen. Op basis van ervaring met de gekozenprogramma’s, verwachten wij dat er private investeringen wordengemobiliseerd.Het is daarbij lastig in te schatten hoeveel er gemobiliseerd zalworden omdat dit afhankelijk is van de projecten. Met namePIDG als private infrastructuur investeerder is effectief in hetmobiliseren van privaat kapitaal voor infrastructuurprojecten inontwikkelingslanden. In 2024 mobiliseerde PIDG bijvoorbeeldUSD 2 miljard aan private investeringen volgens deOESO-methodologie met USD 611 miljoen aan eigen kapitaal.DRIVE kan afhankelijk van het type project ook privaat kapitaalmobiliseren, dit kan echter ook publieke financiering zijn vanbijvoorbeeld de Europese Investeringsbank.Investeringen in projecten zullen binnen bestaande kadersworden gemonitord.Innovatieve financieringsinstrumenten worden reeds volopingezet en zijn belangrijk om de beleidsdoelen op de terreinenvan onder meer handel en ontwikkelingssamenwerking, klimaaten voedselzekerheid te behalen. Ze zijn ook belangrijk omsamenwerking met de private sector te realiseren en dehoeveelheid private financiering te vergroten. Tenslotte vormendeze instrumenten een belangrijk onderdeel van de economischepartnerschappen waar dit kabinet op inzet. Dit vindt plaatsbinnen de bestaande kaders voor ontwikkelings- en handelsbeleiden in samenhang met EU-instrumenten.Over de inzet op revolverende fondsen verwijs ik u graag naar derecent verzonden Kamerbrief hierover (Kamerstuk 36 800-XVII,nr. 72). Door deze instrumenten gericht in te zetten op projectenmet een duidelijke meerwaarde voor zowel de Nederlandse alsEuropese strategische belangen als de duurzame ontwikkeling enstabiliteit in partnerlanden, streven wij naar maximale hefboom-werking van de beschikbare middelen.Het lid Verkuijlen (VVD) vroeg of de Minister bereid is het onderwerpIMVO actief op de Europese agenda te zetten om te komen tot een gelijkinternationaal speelveld?AntwoordDe totstandkoming van CSDDD levert op zichzelf al een belang-rijke bijdrage aan het internationale gelijke speelveld op hetterrein van IMVO, mede omdat grote ondernemingen uit derdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 2213 landen ook onder de regelgeving vallen. De CSDDD bevat ookverschillende bepalingen voor maximale harmonisatie, bijvoor-beeld ten aanzien van de gepaste zorgvuldigheidsverplichtingen.Het kabinet heeft deze voorstellen tijdens de onderhandelingenactief gesteund. Ook tijdens de implementatie zal het kabinetzich binnen Europa inzetten voor een zo hoog mogelijk harmoni-satieniveau. Het belang van gelijke speelveld wordt ook meege-nomen in een non paper over de implementatie van de CSDDDdat het kabinet in voorbereiding heeft en uw Kamer op kortetermijn zal doen toekomen. Daarnaast zet Nederland zich ininternationale fora zoals de OESO in voor een gelijk speelveld. Zokomen bij het, mede door Nederland gefinancierde, OECDPlatform on Due Diligence Cooperation beleidsmakers van overde hele wereld samen om IMVO-beleid en regelgeving beter opelkaar af te stemmen.Het lid Verkuijlen (VVD) vroeg welke stappen de Minister zet richtingandere lidstaten om handhaving en implementatie binnen Europa beterop elkaar af te stemmen?AntwoordZoals in het antwoord hiervoor aangegeven hecht het kabinet aaneen zo hoog mogelijk harmonisatieniveau ten behoeve van eengelijk speelveld. Daarbij is het van belang om de implementatieen handhaving binnen Europa zo goed mogelijk op elkaar af testemmen. Het kabinet doet dat op verschillende manieren,bijvoorbeeld door actieve inzet in de zogenaamde transpositionworkshops. Hierin komen de Europese Commissie en de lidstatensamen om de implementatie van de CSDDD met elkaar tebespreken en af te stemmen. Ook is er een belangrijke rol voorhet Europese netwerk voor toezichthouders weggelegd om deinrichting van het toezicht op de CSDDD op Europees niveauzoveel mogelijk met elkaar in lijn te brengen.Het lid Verkuijlen (VVD) vroeg of de Minister mogelijkheden ziet om, naastde twee sectoren waar volgens de SER nog ruimte voor is, ook daarnameerdere sectoren toe te voegen aan IMVO?AntwoordOp dit moment hebben drie sectoren een overeenkomstafgesloten en is er financiële ruimte voor vijf sectorovereen-komsten. Daarnaast is er binnen de reeds bestaande sectorover-eenkomsten ruimte voor nieuwe bedrijven om aan te sluiten. HetMinisterie van Buitenlandse Zaken helpt bij de werving daarvan.Bij grotere interesse vanuit het bedrijfsleven zullen de mogelijk-heden voor verdere opschaling verkend worden in samenwerkingmet de Sociaal Economische Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 2214

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 202d8e5ddbcf1b60

14 okt 2026 · 0fa7d4b43f8005d6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.