Eindevaluatie Nationaal Programma Onderwijs in het vervolgonderwijs (mbo, hbo, en wo) en onderzoek
Brontekst
Versie dde7b7b8b71bee9f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 524Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie31 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 689 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 december 2025Bijna 6 jaar geleden verstoorde de coronapandemie het Nederlandseonderwijs abrupt. Klaslokalen, werkplaatsen en collegezalen bleven leeg.Studenten volgden hun opleiding online, of met sterke beperkingen oplocatie. Dat het onderwijs doorging, zegt veel over de veerkracht vanstudenten en docenten. Desondanks liet de coronacrisis duidelijke sporenna. Studenten liepen studievertragingen op en hun mentale welzijn gingachteruit.In het voorjaar van 2021 deed het kabinet met het Nationaal ProgrammaOnderwijs (hierna: NP Onderwijs) een eenmalige investering van € 8,5miljard in het onderwijs. Met het geld konden onderwijsinstellingenwerken aan herstel en hun studenten en onderzoekers in tijdelijke dienstondersteunen.Eind 2024 liep het NP Onderwijs in het vervolgonderwijs en onderzoek teneinde. Onderwijs- en onderzoeksinstellingen legden eindverantwoordingaf over hun deel van het programma en er werden twee evaluatierap-porten opgesteld (zie de bijlagen 1 en 2).1 Nu maak ik de balans op: watheeft het programma ons gebracht en welke lessen nemen we mee naarde toekomst? In deze brief informeer ik uw Kamer daarover.Ik constateer dat het NP Onderwijs in het vervolgonderwijs heeftbijgedragen aan het weer op koers brengen van studenten. De studiever-traging door de pandemie en de coronamaatregelen is flink teruggelopenen het studentenwelzijn is wezenlijk verbeterd. Ook de stageproblematiekis goeddeels opgelost. Bovendien zijn een groot aantal onderzoekersgeholpen om hun onderzoek in die moeilijke periode af te ronden. Verderis duidelijk geworden dat we de effecten van de pandemie niet binnen een1Berenschot (2025). Kwalitatieve evaluatie Nationaal Programma Onderwijs mbo/hbo/wo(2021–2024); Mooz (2025). Eindevaluatie Nationaal Programma Onderwijs in mbo, hbo, wo enonderzoek. kst-31524-689ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6891 paar jaar helemaal kunnen herstellen. De coronaperiode heeft ookkwetsbaarheden in het onderwijs, die al langer bestonden, zichtbaardergemaakt. Ik onderschrijf in belangrijke mate de getrokken conclusies engeleerde lessen uit de beide evaluaties:•De school is een cruciale ontmoetingsplaats voor persoonlijkeontwikkeling – van de kleutertijd tot en met het vervolgonderwijs. Decoronaperiode heeft dat pijnlijk duidelijk gemaakt. Sociale interactie iseen van de fundamenten waarop het onderwijs is gebouwd. School-sluitingen moeten daarom worden voorkomen of tot het uitersteworden beperkt.•Bepaalde groepen studenten zijn meer getroffen door de pandemiedan andere. Bijvoorbeeld studenten in een kwetsbare positie. Zijdragen studievertragingen en sociaal-emotionele problemen in hunstudietijd langere tijd met zich mee. En juist voor deze studenten zijnmaatregelen als inhaallessen en bijscholing buiten schooltijden mindereffectief. Voor hen werkt gerichte en intensieve begeleiding beter. Ookbegeleiding en coaching door oudere medestudenten werken goed.Deze vormen van hulp zijn laagdrempelig en maken gevoelige zakenrondom sociaal en mentaal welbevinden makkelijker bespreekbaar.•Studenten die een nieuwe (vervolg)opleiding startten tijdens eenlockdown en studenten die gebruik hebben gemaakt van de versoe-pelde examenregels bleken kwetsbaar. Zij vielen, en vallen, flink vakeruit in het vervolgonderwijs. De versoepeling van de examens moeststudenten in een moeilijke tijd voortgang en een succesbelevinggunnen, maar pakte niet voor hen allemaal goed uit. Juist studenten ineen kwetsbaardere positie startten hun nieuwe (vervolg)opleiding mette weinig bagage. Daar komt bij dat het extra moeilijk is om tijdens eenlockdown aansluiting te vinden bij je studiegenoten, terwijl de oudesociale context ook nog eens deels wegvalt.•Ondanks de moeilijke omstandigheden is er in de coronajaren eenstille onderwijsrevolutie op gang gekomen die nog steeds voortduurt.Veel studenten en docenten vinden het nu vanzelfsprekend, maaronline-onderwijs en nieuwe technologie hebben het onderwijsgetransformeerd, en blijven dat doen. Denk aan de mogelijkheid omonderwijs te blijven volgen bij ziekte, meer plaats- en tijdonafhankelijkstuderen en door meer maatwerk te bieden. Een gunstige bijkomstig-heid van de coronaperiode is bovendien dat de vaardigheden vanonderwijspersoneel op digitaal gebied flink zijn verbeterd.•Het sociaal-emotioneel welzijn van studenten is sterk verweven methun motivatie en studievoortgang. Dat heeft de coronapandemieonmiskenbaar blootgelegd. Ook de instellingen zijn hiervan doordron-gen en zetten hierin stappen richting de toekomst. Zo gaat een deelvan de middelen uit de Werkagenda mbo bijvoorbeeld naar hetblijvend ondersteunen van studentenwelzijn.•Door corona onderkennen we het belang van een «zachte landing» vannieuwe studenten op de opleiding meer dan voorheen. Introductiepro-gramma’s en intensieve begeleiding gedurende die eerste maanden opde nieuwe opleiding zijn van groot belang. Het loont om te investerenin een goede start. Die investering betaalt zich gedurende de studie uit.•Hulp helpt. Het klinkt misschien voor de hand liggend, maar het is eenvan de belangrijkste lessen van het NP Onderwijs. Hulp helpt echt:studenten die aangeven dat ze voldoende hulp van hun opleiderhebben ontvangen, doen het aanmerkelijk beter. Deze studentenhebben aanmerkelijk minder welzijns- en motivatieproblemen, minderstudievertraging en ze vallen veel minder vaak uit. Dat geldt ook voorstudenten in een kwetsbare positie die aangeven dat ze voldoendehulp hebben ontvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6892 LeeswijzerDeze brief gaat, zoals gezegd, over de evaluatie van het NP Onderwijs inhet vervolgonderwijs en onderzoek. Uw Kamer ontvangt een aparte briefover de evaluatie van het NP Onderwijs in het funderend onderwijs.In het vervolg van deze brief leest u:–de ontstaansgeschiedenis en inhoud van het programma ophoofdlijnen;–de opbrengsten van het programma;–mijn visie op het NP Onderwijs als beleidsinstrument.Voor een uitgebreider beeld verwijs ik de leden graag door naar deevaluatierapporten bij deze brief en de eerdere brieven en rapporten overhet NP Onderwijs die uw Kamer heeft ontvangen.2Terug naar 2020: corona breekt uitIn maart 2020 bereikte het coronavirus Nederland. De toenmalige regeringnam ingrijpende maatregelen om de verspreiding van het virus tegen tegaan. Zo wilde de regering de druk op de zorg verlichten en mensen meteen kwetsbare gezondheid beschermen. Fysiek contact werd door decoronamaatregelen beperkt. Onderwijsinstellingen sloten hun deuren engingen (grotendeels) over op online-onderwijs. Studenten konden door demaatregelen geen, of beperkt, stages en coschappen volgen. Ook lag hunsociale leven zo goed als stil. Door de recessie die volgde nam de kans opeen baan na afstuderen ook nog eens hard af.NP Onderwijs: investeren in het vervolgonderwijsHet kabinet investeerde € 2,7 miljard van de in totaal € 8,5 miljard aan NPOnderwijsgelden in het vervolgonderwijs en onderzoek. In bijlage 3 treft ueen overzicht waaraan dit geld is besteed, en ook een tijdslijn met hetverloop van de pandemie en het NP Onderwijs.Een belangrijk deel van de middelen (circa € 1,1 miljard) werd alsfinanciële ondersteuning voor studenten ingezet. Bijna een half miljardeuro diende om onderwijsinstellingen te compenseren voor het toege-nomen aantal studenten in het eerste coronajaar. Minder jongeren kozentoen voor een tussenjaar en er was minder kans was op een baan door deeconomische recessie. Ook leidde de versoepeling van de examenre-geling ertoe dat vrijwel alle leerlingen in hun examenjaar van hetvoortgezet onderwijs doorstroomden naar het vervolgonderwijs.Instellingen kregen ongeveer € 1 miljard om hun studenten en onder-zoekers te ondersteunen. Het merendeel van deze middelen ging naarinstellingen via de «corona-enveloppe»: een toevoeging aan de lumpsum.Tenslotte konden onze leerbedrijven dankzij de extra middelen demaximale vergoeding blijven ontvangen voor de begeleiding vanbbl-studenten.Deze evaluatie gaat met name in op de corona-enveloppe en de ophogingvan het budget voor de Subsidieregeling praktijkleren. De anderebedragen zijn (eenmalige) tegemoetkomingen ten behoeve van studenten.2Een overzicht van alle voortgangsrapportages rondom het NP Onderwijs vindt u hier: Voort-gangsrapportages NP Onderwijs | Nationaal Programma Onderwijs. Daarnaast is uw Kamer viade volgende stukken geïnformeerd over de voortgang van het NP Onderwijs: Kamerstukken II2020/21, 35 570 VIII, nr. 185; Kamerstukken II 2020/21, 35 570 VIII, nr. 220; Kamerstukken2021/22, 35 925 VIII, nr. 15; Kamerstukken 2021/22, 31 524 / 31 288, nr. 508; Kamerstukken II2022/23, 36 200 VIII, nr. 35; Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VIII, nr, 226; Kamerstukken II2023/24, 36 410 VIII, nr. 28.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6893 De bestuursakkoorden NP OnderwijsOm de besteding van de corona-enveloppe in goede banen te leiden,sloot de toenmalige Minister van OCW in het voorjaar van 2021 tweebestuursakkoorden met de sector- en koepelorganisaties in het mbo, hboen wo. Eén akkoord voor het onderwijs en één voor de ondersteuning vanonderzoekers in tijdelijke dienst3. In deze akkoorden werden de doelen eneen keuzelijst van maatregelen vastgelegd waaraan instellingen decorona-enveloppe konden besteden.De urgentie van de situatie leidde tot het besluit om de NP Onderwijs-gelden niet als subsidie, maar als aanvullende bekostiging aan deinstellingen te geven. Zo konden zij het geld snel, en zonder veeladministratieve lasten, ontvangen. De bestuursakkoorden gaven kaders,maar daarbinnen ook keuzevrijheid voor de instellingen om het geld tebesteden naar hun eigen behoeften en inzichten. Nog die zomer en herfststelden alle onderwijsinstellingen een bestedings- en activiteitenplan op.De medezeggenschapsraden van de instellingen gaven hun akkoord op deplannen.€ 162 miljoen uit de corona-enveloppe was bestemd voor de onder-steuning van onderzoekers in tijdelijke dienst. Door de coronamaatregelenverloren zij (deels) de toegang tot hun werkplekken en laboratoria. Hetbestuursakkoord onderzoek stelde de kaders voor de verdeling entoekenning van dit bedrag. Dit betrof vooral contractverlenging vooronderzoekers om hun onderzoek af te ronden. Tot slot staan in beideakkoorden afspraken over de monitoring van de bestedingen, activiteitenen geboekte resultaten.Wat is er bereikt?Vanaf het begin was duidelijk dat een zuivere analyse van de effecten vanhet NP Onderwijs op het welzijn en de studievoortgang van studenten nietmogelijk zou zijn. Een compleet beeld van studievertragingen enstudentenwelzijn aan de start van de coronaperiode ontbrak. We wetenechter wel veel over de schoolloopbanen van studenten voor, tijdens enna de pandemie. Ook het welzijn van studenten is gedurende de looptijdvan het programma gemeten.Het uitgangspunt van het NP Onderwijs was om studievertragingen wegte werken en het mentaal welzijn van studenten te verbeteren. Nu, aan heteind van het programma, is de belangrijkste vraag: is dat gelukt? Hebbenwe onze studenten met het NP Onderwijs op weg kunnen helpen en deondersteuning kunnen bieden die nodig was?Financiële compensatieDoor lockdowns en andere coronamaatregelen kregen studenten nietaltijd het onderwijs waar ze normaal gesproken op mochten rekenen. Alstegemoetkoming ontvingen zij een halvering van het les-, cursus- ofcollegegeld. Wanneer studenten daar recht op hadden, ontvingen zij ookeen tegemoetkoming op hun beurs en een verlenging van hun studenten-reisproduct (met 1 jaar).Terug op koersVeel studenten waren in het studiejaar 2024–2025 weer op koers, blijkt uitde cijfers. De schade aan hun schoolloopbaan is beperkt gebleven. Maar,3Bestuursakkoord Nationaal Programma Onderwijs Steunprogramma voor herstel enperspectief – Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs; Bestuursakkoord NationaalOnderwijs Steunprogramma voor herstel en perspectief onderzoekers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6894 onze studenten zijn niet helemaal zonder schade uit de pandemiegekomen. Nog altijd heeft een deel van hen het gevoel dat zij door decoronaperiode minder hebben geleerd. Het goede nieuws is dat studentenaangeven dat studievertraging als gevolg van corona hard gedaald is engoeddeels tot het verleden behoort. Ook uit de studie van DUO blijkt datstudieloopbanen voor een groot deel zijn hersteld.4Dat is in de eerste plaats de verdienste van studenten zelf, en van hundocenten. Lang niet alle studenten hadden hulp nodig. In het universitaironderwijs gaf meer dan de helft van de studenten aan geen hulp nodig tehebben. In het mbo hadden 4 van de 5 studenten wel een hulpbehoefte.De geboden hulp en financiële ruimte vanuit het NP Onderwijs hebbenbijgedragen aan het herstel. Dat is een mooie prestatie. Temeer omdat hetonderwijs tijdens de looptijd van het programma nog verschillende kerenmet lockdowns werd geconfronteerd.Ik zie ook herstel van het studentenwelzijn. Veel onderwijsinstellingenverlegden gaandeweg een deel van hun inspanningen en maatregelennaar dit thema. Zeker toen bleek dat een deel van de studenten door deherhaalde lockdowns in een sociaal isolement terechtkwamen en hunsociale vaardigheden en mentaal welzijn afnamen. De instellingengebruikten de coronagelden om hun zorgstructuur op- en uit te bouwen.De afgelopen drie jaar is het aandeel studenten met een (zeer) slechtmentaal welzijn gedaald van bijna 25 procent in 2022 naar ongeveer 13procent in het voorjaar van 2025. De percentages liggen in het hbo en woiets hoger dan in het mbo. Ook zijn door de instellingen waar deproblemen het omvangrijkst waren de grootste stappen gezet. Datbetekent overigens niet dat we geen aandacht voor studentenwelzijnmoeten houden.Het is verder de vraag of de studievertragingen en mentale problemen dienu spelen, nog steeds te maken hebben met de coronapandemie. Sinds2020 is er immers veel gebeurd in de wereld. Veel daarvan heeft invloedop de leefwereld van jongeren.Een andere ontwikkeling is dat de tekorten aan stage- en leerwerkplekkenvrijwel zijn opgelost. In het eerste en tweede coronajaar kampte het mbonog met een fors opgelopen tekort aan stages en leerwerkplekken(22.000). Dit kwam, onder andere, doordat vooral bedrijven waar mensenveel (fysiek) contact hadden hun deuren tijdelijk moesten sluiten.Momenteel is het tekort daaraan gedaald naar ongeveer 4.000 stage-plekken, dat is 1,4 procent van het totaal aantal stage- en leerwerkplekken.In het hbo zie ik een vergelijkbare ontwikkeling. Aanvankelijk nam voor deafgestudeerde studenten ook de kans op een baan sterk af. De jeugdwerk-loosheid steeg in het eerste coronajaar naar een hoog niveau. Hierdoorkozen studenten vaker voor een andere-, of een vervolgopleiding in plaatsvan een onzekere zoektocht naar een baan. Ook hier zie ik, in de daarop-volgende jaren, een snel herstel.Hier is een compliment op zijn plaats aan de onderwijsinstellingen enleerbedrijven die hebben samengewerkt om deze problemen het hoofd tebieden. Zo zetten werkgevers stage- en bbl-plekken zoveel mogelijk voort;ook al was dat bedrijfseconomisch een uitdaging. Hierdoor werden stage-en leerwerkachterstanden snel ingehaald toen de deuren van de bedrijvenen instellingen weer opengingen. En daarbij duidt het huidige, kleinetekort meer op frictie tussen vraag en aanbod dan op daadwerkelijkeschaarste. De maatregel om de Subsidieregeling praktijkleren op peil tehouden werkte hier goed, net als de hulpprogramma’s van de overheidvoor het bedrijfsleven. De maatregelen versterkten elkaar.4DUO (2025). Schoolloopbanen NP Onderwijs 2025. Den Haag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6895 Studenten in een kwetsbare positieAl bij de start van het NP Onderwijs zagen we dat de coronapandemiebestaande verschillen in het onderwijs uitvergrootte. Onderwijs-instellingen hadden voor de pandemie al moeite om studenten in eenkwetsbare positie te bereiken. De coronacrisis maakte dit nog moeilijker.Dat zie ik ook terug in de cijfers. Deze groep heeft meer studievertragingopgelopen en hogere uitvalcijfers. Een deel van deze studenten isuitgevallen en ook niet meer teruggekomen in het onderwijs. Een anderdeel wisselde veelvuldig van opleiding en liep daardoor vertraging op.Uit beide evaluatieonderzoeken blijkt dat onderwijsinstellingen de»gemiddelde» student behoorlijk goed hebben bereikt. Maar voorstudenten in een kwetsbare positie blijkt een andere aanpak nodig, metmeer individuele aandacht en maatwerk. In het bijgevoegde evaluatieon-derzoek van Berenschot staan mooie voorbeelden van instellingen diemet een gerichte aanpak voor deze groep resultaten boeken. Instellingendeelden ook goede voorbeelden op het NP Onderwijs Kennisfestival in2024. Meer dan 400 professionals uit het vervolgonderwijs kwamen hiersamen om de geleerde lessen en opbrengsten uit de coronaperiode metelkaar te delen en het onderwijs verder te versterken.De langere termijnDe impact van de coronatijd is niet voor elke student hetzelfde geweest.Dit lijkt ook mede afhankelijk te zijn van het punt in hun studieloopbaanwaar studenten zich in die periode bevonden, zo blijkt uit de cohortstudievan DUO.5 En nog altijd starten eerstejaarsstudenten in het vervolgon-derwijs met achterstanden op het gebied van taal en rekenen, socialevaardigheden en vakvaardigheden.Er is een forse groei van het aandeel ongediplomeerde leerlingen vanuithet voortgezet onderwijs dat instroomt in het vervolgonderwijs. Dit is eenverontrustende ontwikkeling, omdat instellingen moeite hebben omstudieuitval bij deze groep te beperken. Ook studenten die tijdens depandemie gebruik hebben gemaakt van de versoepelde examenregels inhet voortgezet onderwijs, hebben een verhoogde kans op uitval; zowel inhun eerste studiejaar als in de jaren daarna. Dit gebeurt ondanks dat veelinstellingen in het vervolgonderwijs hun nieuwe studenten intensiefbegeleiden met, bijvoorbeeld, uitgebreide introductieprogramma’s,peer-to-peer begeleidingsprogramma’s en coaching.Onderzoekers in tijdelijke dienstUit de evaluatierapporten blijkt dat zo’n 9.200 onderzoekers bij universi-teiten, hogescholen, UMC’s en publieke onderzoeksorganisaties vanuit hetNP Onderwijs extra tijd en geld hebben gekregen om hun werk voort tezetten en af te ronden. Het NP Onderwijs heeft eraan bijgedragen dat veelonderzoekers in tijdelijke dienst in staat waren hun onderzoek af teronden. De wetenschap behield hiermee jonge onderzoekers die andersmogelijk waren uitgevallen of hun onderzoek niet hadden afgerond.Uit het evaluatieonderzoek blijkt overigens dat de geboden verlengingvoor sommige onderzoekers niet voldoende was om de ervarenvertraging volledig te compenseren. Toch zijn onderzoekers, instellingenen koepelorganisaties over het algemeen tevreden over het programmaen het grote aantal onderzoekers dat hiermee is geholpen. Zijwaardeerden dat het bestuursakkoord onderzoek voldoende ruimte boodom maatwerk te kunnen leveren.5DUO (2025). Schoolloopbanen NP Onderwijs 2025. Den Haag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6896 Het NP Onderwijs als beleidsinstrument6De bestuursakkoorden zijn snel tot stand gekomen en bevatten bredekaders. Dat ervaren alle betrokken partijen als zeer behulpzaam. Het steldede instellingen, naar eigen zeggen, in staat om de gevolgen van depandemie en de coronamaatregelen te verzachten, op een manier diepaste bij hun situatie. Bestuurders en NP Onderwijscoördinatoren bij deinstellingen geven aan dat het programma en de akkoorden hunvoldoende eigen regelruimte gaven. Dit zorgde bij de onderwijsteamsvoor een gevoel van eigenaarschap en erkenning, zo blijkt uit de kwalita-tieve evaluatie.De betrekkelijk korte looptijd en de grote hoeveelheid middelen maaktenhet wel uitdagend om de programma’s te bemensen. Naar schatting isbijna 90% van het geld besteed aan extra personeel om de maatregelenuit te kunnen voeren. Instellingen breidden contracten van zittendpersoneel uit en trokken nieuw – vooral tijdelijk – personeel aan. Eenprestatie van formaat in tijden van krapte op de arbeidsmarkt. Het aantaldocenten en ondersteuners, studentpsychologen en onderwijsassistentensteeg tijdelijk flink. Daarnaast deden instellingen een beroep op (oudere-jaars)studenten, studentassistenten en alumni. Door deze maatregelenwerd extra begeleiding en gerichte groepsverkleining mogelijk. Metingang van 2023 zien we een afbouw van de inzet van extra personeel.Wel behielden onderwijsinstellingen functies gericht op het mentalewelzijn van studenten.De onderzoekers komen tot de conclusie dat het voldoende aannemelijk isdat de manier waarop het programma is vormgegeven en ingevuld, in detoenmalige context effectief is geweest. Ik kan me in die conclusie vinden.Samen leren, samen stappen zettenEr is veel waardering voor de gezamenlijke aanpak tijdens de uitvoeringvan het programma en voor de afstemming tussen de sectororganisaties,bonden, studentenorganisaties en OCW. Men vond het verrijkend om overde grenzen van sectoren heen te kijken, van elkaar te leren en studenten,bonden, werkgevers en onderwijs- en onderzoeksinstellingen bij elkaaraan tafel te hebben. Hun verschillende perspectieven gaven meerscherpte en diepte aan het programma. Deze werkwijze pas ik nu ook toebij de Werkagenda en het Stagepact mbo.De administratie rond de monitoring en verantwoording van hetprogramma was voor de meeste instellingen behapbaar. Inmiddelshebben alle instellingen hun jaarverslag 2025 ingeleverd. Uit de analysevan de jaarverslagen leren we dat nagenoeg alle middelen zijn besteed enverantwoord.7Tot slotIk sluit af met de constatering dat voorkomen beter is dan genezen. Wemoeten schoolsluitingen, waar mogelijk, voorkomen. De belangrijkste lesuit de coronaperiode is dat studenten fysiek onderwijs niet kunnenmissen. Online-onderwijs kan daar een aanvulling op zijn, maar is op delangere termijn geen vervanging. Het digitale klaslokaal kan niet biedenwat onderwijs over de volle breedte moet bewerkstelligen.6Deze paragraaf is in hoofdzaak gebaseerd op de Kwalitatieve evaluatie Nationaal ProgrammaOnderwijs mbo/hbo/wo (2021–2024). Berenschot.7Meer dan 99 procent van de middelen uit het bestuursakkoord onderwijs zijn verantwoord en98,6 procent van de middelen uit het bestuursakkoord onderzoek. Bij een enkele instellingwaren eind 2024 nog wat middelen niet besteed. De meeste van de betreffende instellingengeven aan het restant dit jaar aan de NP Onderwijs doelen te willen besteden. Bij het komendejaarverslag zal het ministerie nagaan of dat ook het geval is geweest.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6897 Onze studenten hebben in de coronajaren een forse prijs betaald. Metbehulp van het NP Onderwijs hebben we die prijs en de nadeligegevolgen (deels) kunnen verzachten. Voor alle studenten is het zo dat zijde tijd nooit meer terugkrijgen: deze jaren waren een periode vanrelatieve stilstand in een vormende periode van hun leven. Dit is een prijsdie in de toekomst meer en beter tot zijn recht mag komen in de politiek-bestuurlijke afwegingen.Het NP Onderwijs is het in mijn ogen dan ook waard geweest als pogingom onze studenten weer op koers te krijgen.Tot slot, wil ik nogmaals mijn grote waardering uitspreken voor de inzeten veerkracht van iedereen die samen de schouders eronder heeft gezetom te werken aan herstel: studenten, docenten, coördinatoren enbestuurders in (en rond) het onderwijs en iedereen die betrokken was bijdit unieke programma.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,G. MoesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6898
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.