Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie 5bbfa7a8f786b782 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 945 IXJaarverslag en slotwet Ministerie van Financiënen Nationale Schuld 2025Nr. 7 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 10 juni 2026 De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidendonderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen inde vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Minister van Financiën.Bij brief van 1 juni 2026 zijn ze door de Minister van Financiënbeantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,JansenAdjunct-griffier van de commissie,Van der Steur kst-36945-IX-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 IX, nr. 71 Vragen en antwoorden Vraag 1Kunt u nader toelichten waarom de uitgaven voor overige personeels-kosten bij artikel 1 (Belastingen) per saldo 26,6 miljoen euro hoger zijnuitgevallen dan verwacht, ondanks dat er voor 57,6 miljoen euro minderaan inhuurcontracten voor 2026 is afgesloten?Antwoord op vraag 1De aangegane verplichting voor overige personeelskosten is 26,6 miljoeneuro hoger uitgevallen doordat de verplichting voor de RegelingVervroegd Uittreden (RVU) voor 2026 eind 2025 is aangegaan in plaatsvan begin 2026. Dit staat los van de lagere verplichtingen voor inhuurcon-tracten in 2026 (57,6 miljoen euro), want deze vallen niet onder overigepersoneelskosten maar onder externe inhuur, waardoor de totalepersonele verplichtingen per saldo 29,0 miljoen euro lager zijn danbegroot.Vraag 2De rentelasten op de vlottende schuld (artikel 11) zijn 49 miljoen eurohoger uitgevallen door een hoger renteper-centage. Welke concretescenario’s hanteert u voor de komende jaren indien de marktrente voorkortlopende financiering verder stijgt?Antwoord op vraag 2Ten aanzien van de ontwikkeling van de lange en korte rentepercentageswordt de raming van het Centraal Planbureau (CPB) aangehouden. In dezeraming stijgt het rentepercentage op vaste schuld sterker dan hetrentepercentage op vlottende schuld. Het minimale streefniveau van degemiddelde looptijd van de staatsschuld, en daarmee ook de verdelingtussen vaste en vlottende schuld, wordt jaarlijks geëvalueerd en kanaangepast worden als blijkt dat dit wenselijk is. Zo is het minimalestreefniveau met ingang van 2026 verlaagd van 8,0 jaar naar 7,5 jaar. Ditminimale streefniveau wordt opgenomen in het jaarlijkse financie-ringsplan van het Agentschap van de Generale Thesaurie.Vraag 3In de toelichting op de ICT-opdrachten bij de Belastingdienst wordtgesteld dat de realisatie 120,6 miljoen euro lager is uitgevallen, onderandere door lagere kosten voor de vervanging van de Teradata-omgeving.Kunt u garanderen dat deze lagere realisatie voortkomt uit efficiëntie enniet uit een vertraging van noodzakelijke ICT-vervangingen?Antwoord op vraag 3De lagere realisatie van aangegane verplichtingen à 120,6 miljoen euro bijICT-opdrachten is met name het gevolg van vertraging van de aanbe-steding van Teradata en het onderhoud van netwerkverbindingen. Persaldo leidt dit meerjarig gezien niet tot lagere uitgaven.Vraag 4Hoe verklaart u de toename van de boeteontvangsten van De Neder-landsche Bank (DNB), die 3,3 miljoen euro hoger uitvielen dan begroot bijde tweede suppletoire begroting?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 IX, nr. 72 Antwoord op vraag 4De overige ontvangsten zijn met 3,3 miljoen euro hoger uitgevallen danbegroot bij de tweede suppletoire begroting. Dit komt met name doordater meer boeteontvangsten van De Nederlandse Bank (DNB) waren,namelijk circa 2,4 miljoen euro. De toegenomen boete-inkomsten voor ditjaar zijn het gevolg van het onherroepelijk worden van een aanzienlijkaantal door DNB opgelegde boetes in het voorgaande jaar. Het is voorafniet geheel te voorspellen welke boetes worden opgelegd, hoe hoog zezijn en wanneer ze binnen komen. Boetes worden pas geïnd nadat deboetebesluiten onherroepelijk zijn geworden, met andere woorden: zodraalle bezwaar- en beroepsprocedures zijn afgerond.Vraag 5Ten aanzien van TenneT wordt vermeld dat een gereserveerde kapitaalin-jectie van drie miljard euro in 2025 niet is aangewend omdat er «struc-turele oplossingen» zijn uitgewerkt. Kunt u klip en klaar uitleggen watdeze oplossingen inhouden en in hoeverre de belastingbetaler hiermeedefinitief ontlast is van deze kapitaalbehoefte?Antwoord op vraag 5Zie het antwoord op vraag 7 bij de beantwoording van de Kamervragenop het jaarverslag Financiën en Nationale Schuld (IX).Vraag 6Kunt u nader toelichten waarom de Nederlandse garantie aan het NextGeneration EU (NGEU) fonds met 576,4 miljoen euro naar boven isbijgesteld? Hoe heeft de rente zich ontwikkeld?Antwoord op vraag 6De bijstelling betreft een reguliere actualisatie op basis van de ontwik-keling van de geraamde rente en het Nederlandse bni-aandeel binnen deEU. Door de hogere verwachte rentestanden nemen de geraamdefinancie-ringskosten van de nog uit te geven NGEU-middelen toe,waardoor ook de Nederlandse garantiestand opwaarts is bijgesteld.Vraag 7De Nederlandse garantie aan het Next Generation EU (NGEU) fonds ismet maar liefst 576,4 miljoen euro naar boven bijgesteld als gevolg vande renteontwikkeling. Bent u bereid om in Europees verband kritisch teinterveniëren op de alsmaar stijgende garantierisico’s voor de Neder-landse staat die voortvloeien uit dit fonds?Antwoord op vraag 7Op de totale uitstaande garantie van 29 miljard euro (zie tabel 8.1 in debijlage van het FJR) is de bijstelling het gevolg van de renteontwikkelingop de financiële markten. Naast de ontwikkelingen in de marktrentefluctueert de Nederlandse garantie voor NGEU op basis het aandeel vanhet Nederlandse bni in het EU-bni en de totaalomvang van deNGEU-leningen. Dit zijn externe effecten waar Nederland niet directinvloed op heeft. In algemene zin benadrukt het kabinet in Europeesverband het belang van het terugdringen van hoge schulden en begro-tingstekorten en de naleving en handhaving van de Europese begrotings-regels in dat kader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 IX, nr. 73 Vraag 8Ten aanzien van het ESM wordt opgemerkt dat een geplande verhogingvan de Nederlandse garantie van 1,4 miljard euro is verschoven naar2026. Kunt u bevestigen of Nederland zich bij deze herziening van dekapitaalsleutel maximaal inspant om de nationale blootstelling aan ditnoodfonds te beperken?Antwoord op vraag 8De ESM kapitaalsleutel bepaalt de financiële contributie van elk lid aan dekapitaalvoorraad van het ESM, dit betreft het ingelegde- en oproepbarekapitaal van het ESM. De ESM kapitaalsleutel is gebaseerd op dekapitaalsleutel van de ECB. Op dit moment maakt het ESM gebruik van deECB-sleutel van 2009 en op basis daarvan draagt Nederland momenteel5,6% bij aan de kapitaalvoorraad van het ESM. De ECB sleutel is voor elkeEU lidstaat gebaseerd op twee factoren: het aandeel van de lidstaat in detotale bevolking- en het bbp van de EU. Het ESM-verdrag schrijft tweesituaties voor waarin de kapitaalsleutel van het ESM wordt aangepast: bijhet toetreden van een nieuw lid bij het ESM, of wanneer de twaalfjarigecorrectieperiode op de kapitaalinleg van een lidstaat bij het ESM ten eindekomt. Dit was voorzien bij de beëindiging van de twaalfjarige correctiepe-riode op de kapitaalinleg van Letland en bij toetreding van Bulgarije tothet ESM. Dit zou hebben geleid tot een extra kapitaalinleg en hogeregarantie, wat in de begroting was voorzien voor 2026. De Raad vanGouverneurs kan, conform het ESM-verdrag, echter besluiten om af tezien van het actualiseren van de kapitaalsleutel. In december 2025 was eronvoldoende draagvlak om de kapitaalsleutel te actualiseren en heeft deRaad van Gouverneurs besloten om hiervan af te zien. De Raad vanGouverneurs kan op een later moment besluiten om de kapitaalsleutelalsnog te actualiseren. Tot dat moment blijft de huidige kapitaalsleutel vanhet ESM, gebaseerd op de ECB-sleutel van 2009, van kracht en wordt deNederlandse garantie niet verhoogd.Vraag 9Kunt u nader toelichten hoe het komt dat de aan gemeenten en provinciesuitbetaalde declaraties per saldo 216,8 miljoen euro hoger zijnuitgevallen?Antwoord op vraag 9De aan gemeenten en provincies uitbetaalde declaraties zijn per saldo216,8 miljoen euro hoger uitgevallen dan geraamd bij de tweedesuppletoire begroting. Deze afwijking dient bezien te worden in de contextvan de systematiek van het Btw-compensatiefonds (BCF): Het BCF is eendeclaratiegedreven regeling: gemeenten en provincies kunnen betaaldebtw op niet-ondernemersactiviteiten declareren, waardoor de feitelijkeuitgaven van het fonds rechtstreeks samenhangen met de ingediendedeclaraties.De hoogte van deze declaraties hangt samen met de daadwerkelijkeinvesteringen en uitgaven van medeoverheden gedurende het jaar. In depraktijk blijkt dit lastig exact te ramen, omdat onder andere prijsontwikke-lingen, taakmutaties, investeringsritmes en de mate van uitbesteding vaninvloed zijn op de hoogte van de compensabele btw van medeoverheden.Het BCF kent een vooraf vastgesteld plafond. Afwijkingen tussen degerealiseerde uitgaven en dit plafond worden verrekend met hetGemeentefonds (GF) en Provinciefonds (PF). Hogere dan geraamdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 IX, nr. 74 declaraties binnen het BCF leiden daardoor per saldo niet tot hogereuitgaven op de Rijksbegroting, maar werken door via een lagere afdrachtaan dan wel hogere onttrekking uit het GF en PF. Het plafond is in 2025niet overschreden.Vraag 10Bij artikel 13 (Toeslagen) valt de verplichtingenrealisatie op personeel 105mln. euro lager uit, onder andere door het verschuiven van herstelactivi-teiten naar latere jaren. Betekent dit dat gedupeerden van het toeslagen-schandaal door deze verschuiving wéér langer moeten wachten op dedefinitieve afhandeling van hun dossier?Antwoord op vraag 10Een deel van de voor 2025 geplande activiteiten is doorschoven naar 2026en 2027. De ambitie blijft om eind 2027 het financieel herstel af te ronden.Vraag 11Waarom is de productie van de «aanvullende schaderoutes» in 2025achtergebleven, waardoor de uitgaven hiervoor 41,8 miljoen euro lageruitvielen dan begroot?Antwoord op vraag 11Het heeft voor zowel de Stichting (Gelijk)waardig Herstel als voor hetministerie meer tijd gevraagd om het aantal afgehandelde aanvragen opte schalen. Daardoor is de besteding in 2025 achtergebleven bij hetbegrote bedrag.Vraag 12Op het kerndepartement (artikel 8) zijn de uitgaven voor externe inhuurdrie miljoen euro hoger uitgevallen dan begroot, ondanks een algemeneonderbezetting. Kunt u uitleggen waarom er niet meer wordt ingezet opeigen personeel in plaats van de dure inhuur voor ICT- enHR-werkzaamheden?Antwoord op vraag 12Financiën blijft inzetten op het terugdringen van externe inhuur. Deexterne inhuur bij het kerndepartement kent twee redenen.Door de krapte op de arbeidsmarkt kan Financiën vacatures niet altijd snelgenoeg invullen, waardoor het ministerie voor bepaald werk terugvalt opexterne inhuur.In bepaalde situaties die specifieke kennis vereisen, huurt Financiënexternen in. Deze externen voeren tijdelijke opdrachten uit en vergrotende kennis in de organisatie. Dat zorgt ervoor dat Financiën ook op langetermijn aan de maatschappelijke opgaven kan werken.Vraag 13Kunt u nader toelichten hoe het komt dat er in 2025 728 mln. euro meerschuld is uitgegeven op de kapitaalmarkt dan waarmee in de begrotingrekening werd gehouden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 IX, nr. 75 Antwoord op vraag 13Van de totale financiering op de kapitaalmarkt wordt aan het begin vanhet jaar slechts een indicatie gegeven. Afhankelijk van de verwachtefinancieringsbehoefte in het komende jaar, marktomstandigheden enandere exogene factoren wordt aan het einde van het jaar de definitievefinancieringsomvang op de kapitaalmarkt bepaald. Dit heeft in 2025 geleidtot een overschrijding van 1,8% van de initiële indicatie van de uitgifte vanvaste schuld.Vraag 14Kunt u nader toelichten hoe het komt dat de rentelasten op het kasbeheer164 miljoen euro hoger zijn uitgevallen dan bij de tweede suppletoirebegroting werd geraamd?Antwoord op vraag 14De rentelasten op het kasbeheer bestaan uit rentevergoedingen betaaldaan deelnemers aan het schatkistbankieren over het saldo op hunrekeningen-courant en in deposito’s. Het Ministerie van Financiën is deuitvoerder van schatkistbankieren en heeft geen zicht op de beweegre-denen van deelnemers om meer of minder middelen aan te houden in deschatkist. De toename van de betaalde rentevergoedingen is voornamelijkhet gevolg van een toename van de middelen aangehouden door desociale fondsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 IX, nr. 76
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.