Voornemens ten aanzien van het privaatrecht in de komende kabinetsperiode en enkele wetgevingstrajecten in het bijzonder
Brontekst
Versie 898b6109bb805c85 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1020 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 april 2026AanleidingVoor 22 april a.s. heeft de Vaste Commissie van Justitie en Veiligheid vanuw Kamer een commissiedebat met mij ingepland over Civielrechtelijkeonderwerpen. Van deze gelegenheid maak ik graag gebruik om, alseerstverantwoordelijke bewindspersoon voor het privaatrecht, uw Kamerop hoofdlijnen mee te nemen in mijn voornemens op dit rechtsgebied inde komende kabinetsperiode. Daarbij ga ik met name in op de onderdelenvan het coalitieakkoord waaraan (mede) via het privaatrecht invulling kanworden gegeven. In het navolgende ga ik eerst kort in op de rol en positievan het privaatrecht binnen onze rechtsorde, gevolgd door eenbespreking van enkele dossiers waarop ik de komende periode met namewil inzetten, langs drie hoofdlijnen: 1) het verbeteren van de toegang tothet recht, 2) het beschermen van partijen in een kwetsbare positie en3) het moderniseren en vereenvoudigen van wet- en regelgeving. Ik zieernaar uit om met uw Kamer het gesprek en de samenwerking aan tegaan over de in deze brief genoemde en andere onderwerpen op hetterrein van het privaatrecht.Voor wat betreft het insolventierecht merk ik specifiek nog op dat ikvoornemens ben om voor het einde van dit jaar uw Kamer een brief testuren over de stand van zaken van verschillende dossiers op dat terreinvoor de komende periode, ook ter opvolging van eerdere brieven hieroveraan uw Kamer.1 Voorafgaand aan het genoemde commissiedebat overCivielrechtelijke onderwerpen, gaat uw Kamer op 16 april a.s. met mij indebat over het personen- en familierecht. De hierboven genoemde driehoofdlijnen zijn evenzeer van toepassing binnen dat civielrechtelijkerechtsgebied. Gelet evenwel op de agendering van dat afzonderlijkecommissiedebat, blijven dossiers op het terrein van het personen- enfamilierecht in het navolgende buiten beschouwing.1Kamerstukken II 2023/24, 33 695, nr. 22 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 9. kst-29279-1020ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10201 De rol en positie van het privaatrechtHet privaatrecht raakt alle burgers en bedrijven in onze samenleving en isalleen al om die reden maatschappelijk zeer relevant. Vanaf onze geboortekrijgen we te maken met het naamrecht, het afstammingsrecht envraagstukken op het terrein van ouderlijk gezag. Tijdens ons leven sluitenwe overeenkomsten, verkrijgen we eigendomsrechten en gaan wehuwelijken en geregistreerd partnerschappen met elkaar aan. We kunnente maken krijgen met echtscheidingen, conflicten en schulden. In ondermeer het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Wetboek van BurgerlijkeRechtsvordering (Rv) vinden we regels over dit alles. Ook na ons levenvervult het privaatrecht een belangrijke functie, doordat het erfrecht regelsstelt over onze nalatenschap. Het privaatrecht vergemakkelijkt dedeelname aan het rechtsverkeer in allerlei vormen. Dit kan bijvoorbeelddoor een rechtspersoon op te richten, zoals een stichting, vereniging ofbesloten vennootschap. Het BW geeft de regels over de oprichting eninrichting van zulke rechtspersonen en over fusies, splitsingen enovernames. Ook zijn er regels voor samenwerkingsverbanden tussenondernemingen, zoals de vof en de maatschap. De Faillissementswetregelt wat er gebeurt als een natuurlijke persoon of rechtspersoon infinanciële problemen komt.Het privaatrecht vervult daarmee – voor velen vaak onbewust – eencentrale rol in hoe wij samenleven, werken, investeren en onze economielaten groeien. Het stelt grenzen waar dat nodig is en beschermt personenin kwetsbare of economisch ongelijkwaardige posities, zoals minderja-rigen, werknemers of slachtoffers van een onrechtmatige daad. Het biedtzekerheid, bijvoorbeeld door regels te stellen over de bescherming vanons eigendomsrecht. Tegelijkertijd is het privaatrecht in staat om mee teademen met ontwikkelingen in de samenleving. Waar mogelijk, geeft hetprivaatrecht techniek neutrale en open normen, waardoor het flexibel enveerkrachtig blijft.Hoewel het privaatrecht over het algemeen goed functioneert, moeten wehet blijven onderhouden, zodat het toegesneden blijft op een modernemaatschappij. Veranderende samenlevingsvormen of maatschappelijkeopvattingen, nieuwe technieken die zich begeven buiten bestaandewettelijke kaders, de wens om de concurrentiepositie van Nederland en deEuropese Unie in de wereld te versterken en de behoefte aan eenvoudigeren meer efficiënte regels voor onder andere de afwikkeling van geschillen,vragen om blijvende aandacht van de wetgever. In de komende kabinets-periode ga ik dan ook, met het oog op de afspraken vanuit het coalitieak-koord, graag de samenwerking aan met uw Kamer om ons privaatrecht bijde tijd te houden.De privaatrechtelijke (wetgevings-)agendaHet voert te ver om in deze brief de veel omvattende privaatrechtelijke(wetgevings-)agenda uitputtend te bespreken. Een deel van die kalenderwordt bovendien uitgevoerd via wetgeving van andere bewindspersonenuit het kabinet, die beleidsmatig eerstverantwoordelijk zijn voor enkeledeelgebieden, zoals het huurrecht en het arbeidsrecht, ook al zijn dezegeregeld in het BW. Als eerstverantwoordelijke voor het privaatrecht zet ikmij op zulke deelterreinen wel in voor het bewaken van de kwaliteit,samenhang en aansluiting op de gelaagde structuur van het BW.Daarnaast strekt een belangrijk deel van de privaatrechtelijke wetgevings-kalender ter uitvoering van regelgeving van de Europese Unie (EU), metname van richtlijnen en verordeningen. In de komende periode werk ikdaarom verder aan de zorgvuldige en tijdige inpassing van die regelsbinnen onze nationale rechtsorde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10202 Hieronder benoem ik enkele thema’s en trajecten binnen het privaatrechtwaarop ik de komende periode in het bijzonder wil inzetten, zoalsafgesproken in het coalitieakkoord. Dit doe ik aan de hand van driehoofdlijnen: 1) het verbeteren van de toegang tot het recht voor burgersen bedrijven, 2) het beschermen van partijen met een kwetsbare positie inde samenleving en 3) het moderniseren en vereenvoudigen van wet- enregelgeving.2 Deze hoofdlijnen vormen – gelet op de kernwaarden die zijvertegenwoordigen -een constante waarlangs ook voor de toekomst hetprivaatrecht zich verder dient te ontwikkelen.Ad 1. Verbeteren van de toegang tot het recht voor burgers en bedrijvenRechtzoekenden ervaren procederen bij de civiele rechter nu vaak alsingewikkeld. Dit blijkt ook uit de laatste Geschilbeslechtingsdelta.3Daarom wil ik inzetten op vereenvoudiging van het procesrecht, waarbij ikstreef naar één eenvoudige basisprocedure. Zo wil ik inzetten op hetopheffen van het bestaande onderscheid twee soorten civiele procedures– de dagvaardingsprocedure en verzoekschriftprocedure – met elk huneigen regels en bepaalde formaliteiten. Dit sluit ook aan bij de voorge-nomen vereenvoudiging van regels in het coalitieakkoord. Ik heb hetWODC gevraagd te onderzoeken welke inspiratie wij hiervoor uit hetbuitenland kunnen halen. Daarnaast treden we hierover in overleg metketenpartners, zoals de Rechtspraak, advocatuur, gerechtsdeurwaardersen vertegenwoordigers van burgers.Waar mogelijk, wordt het digitaal procederen in civielrechtelijke proce-dures verder mogelijk gemaakt. De E-justice verordening geeft hieraaneen impuls voor Europese procedures zoals het Europees betalingsbevel.Daarnaast biedt de Rechtspraak voor steeds meer procedures burgers enbedrijven ook digitaal toegang. Dit juich ik toe. Voor professionals kanelektronisch procederen verplicht worden gesteld als blijkt dat elektro-nisch procederen op vrijwillige basis goed werkt. Ik werk verder aan eenwettelijke regeling voor het gebruik van videoconferentie in civieleprocedures. In EU-verband is onlangs een vernieuwd kader voorbuitengerechtelijke geschillenbeslechting voor consumenten tot standgekomen (de herziene ADR-richtlijn). Op dit moment wordt de implemen-tatie daarvan voorbereid.Ad 2. Het beschermen van partijen met een kwetsbare positie in desamenlevingOnlangs heeft de Afdeling Advisering van de Raad van State adviesuitgebracht op het wetsvoorstel Wet overgang van onderneming infaillissement (WOVOF). Bij een bedrijfsovername buiten faillissement is dekoper verplicht om alle werknemers mee over te nemen tegen dezelfdearbeidsvoorwaarden. Bij een bedrijfsovername vanuit faillissement (eendoorstart), kan de koper er nu nog voor kiezen met (bepaalde)werknemers een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan, zonder deeerdere arbeidsvoorwaarden te hoeven hanteren. De WOVOF heeft alsdoel deze verschillen in bescherming van werknemers binnen en buitenfaillissement te verkleinen. Dit sluit aan op het in het coalitieakkoordopgenomen uitgangspunt van het bestrijden van discriminatie op dewerkvloer bij werving en selectie van werknemers. Momenteel bestudeerthet kabinet het advies van de Raad van State.We werken aan de bescherming van personen die het doelwit zijn vanstrategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPPS). Het gaat2Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 9.3https://www.wodc.nl/documenten/2026/03/17/geschilbeslechtingsdelta-burgers-2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10203 hierbij vaak om journalisten en mensenrechtenverdedigers die zichuitspreken over zaken van algemeen belang, en via zulke SLAPPSmonddood gemaakt kunnen worden. Ons BW en Rv voorzien al in vrijwelalle maatregelen die de richtlijn vereist. Het wetsvoorstel ter implemen-tatie van de mogelijkheid tot zekerheidstelling door de eiser – waartoe eenEU-richtlijn verplicht – is momenteel aanhangig in uw Kamer en gereedvoor plenaire behandeling. Met het oog op de snelle invoering hiervan, zieik uit naar een spoedig debat met uw Kamer over dat wetsvoorstel.Ad 3. Modernisering en vereenvoudiging van wet- en regelgevingEen van de speerpunten van dit kabinet is het aanpakken van deregeldruk, onder meer door het schrappen en vereenvoudigen van regels.Met het privaatrecht zetten we hierin al de nodige algemene, maar ookconcrete stappen. Zo zetten wij een onderzoek in gang naar de vraag ofons BW, en het goederenrecht in het bijzonder, voldoende toekomstbe-stendig is voor vraagstukken rondom overdracht en eigendom vandigitale activa, zoals tokens of cryptomunten.Meer concreet heeft onlangs de Eerste Kamer het wetsvoorstel totinvoering van het elektronisch cognossement aangenomen.4 We zetten nuin op de spoedige inwerkingtreding daarvan, zodat waardepapieren bijgoederenvervoer over zee (cognossementen) in de nabije toekomst ook ineen elektronische variant mogelijk zijn.Daarnaast is in de Eerste Kamer aanhangig de Wet digitale algemenevergadering privaatrechtelijke rechtspersonen, waarmee voor rechtsper-sonen – zoals BV’s en NV’s – mogelijk wordt gemaakt om ondervoorwaarden algemene vergaderingen volledig langs digitale weg tehouden.5 Daarnaast werk ik aan technische vereenvoudiging van hetNV-recht, zodat onnodige beperkingen en formaliteiten voor dezerechtsvorm worden weggenomen. Ook wordt gekeken hoe we hetvennootschapsrecht verder kunnen flexibiliseren, waardoor bijvoorbeeldook meer armslag wordt geboden aan partijen die een onderneming in devorm van een rentmeestervennootschap willen voeren.Met het wetsvoorstel Wet collectief rechtenbeheer en toezicht, waarvan deinternetconsultatie onlangs is afgesloten, wil het kabinet het wettelijkkader voor collectieve beheersorganisaties, die belast zijn met de inningen verdeling van vergoedingen voor het gebruik van auteursrechtelijkewerken, en het toezicht daarop door het College van Toezicht Auteurs-rechten (CvTA) opnieuw vormgeven. Uitgangspunt daarbij is eenhernieuwde en getrouwe omzetting van EU-recht over (het toezicht op)collectief beheer en het terugdringen van nationale koppen.In het coalitieakkoord is aangekondigd dat het kabinet inzet op jaarlijksevereenvoudigingswetgeving. Hierin worden ook voorstellen betrokken ophet terrein van het privaatrecht om bij te dragen aan de verlaging vanregeldruk. Het kabinet zet daarbij onder meer in op deformalisering vanhet pandrecht, door de mogelijkheid van digitale registratie van stillepandrechten. Daardoor wordt het eenvoudiger en goedkoper voorbedrijven om pandrechten te vestigen – en daarmee goedkoper omkrediet aan te trekken voor investeringen.Ook in EU-verband staan de ontwikkelingen om te komen tot vereenvou-diging van bepaalde processen niet stil. Onlangs is in Brussel eenEU-richtlijn ter harmonisering van de belangrijkste aspecten van het4Kamerstukken 36 743.5Kamerstukken 36 489.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10204 insolventierecht tot stand gekomen. Met deze richtlijn wordt het onderne-mingsklimaat in de EU aantrekkelijker door de complexiteit van deverschillende nationale insolventieregels te verminderen. Momenteelwordt het wetsvoorstel voorbereid waarmee we die richtlijn implemen-teren.AfsluitingMet deze brief heb ik uw Kamer op hoofdlijnen willen meenemen in mijninzet op het privaatrecht gedurende mijn ambtstermijn. Tijdens hetcommissiedebat spreek ik hierover graag verder met uw Kamer. Tenbehoeve van dat debat heeft de Vaste Commissie voor Justitie enVeiligheid meerdere brieven en andere stukken op uiteenlopendeonderdelen van het privaatrecht geagendeerd. Vanzelfsprekend ga ik ookdaarover graag met uw Kamer in gesprek.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10205
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.