KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op evaluatie van het durfkapitaalinstrumentarium

10 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d881bd8a5a669d12 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 2025Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 december 2024In mijn brief van 13 juni 2024 waarin mijn voorganger uw Kamerinformeerde over de integratie van thematische onderdelen van hetToekomstfonds, bood ik tevens de periodieke evaluaties van verschillendeinstrumenten, waaronder de SEED-Capital Regeling (incl. SEED BusinessAngels (SBA)), het Dutch Venture Initiative (DVI), de Vroegefasefinan-ciering (VFF), de Groeifaciliteit (GF) en het Innovatiekrediet (IK) aan uwKamer aan.1 Daarbij heb ik aangegeven deze evaluaties in samenhang tewillen beoordelen met de bredere meta-evaluatie en het Interdeparte-mentaal Beleidsonderzoek (IBO) bedrijfsfinanciering. Nu zowel demeta-analyse als de kabinetsreactie op het IBO-bedrijfsfinanciering aanuw Kamer zijn aangeboden2, geef ik met deze brief een reactie op deevaluaties en de voornaamste conclusies en aanbevelingen die daaruitzijn voortgekomen.De overkoepelende conclusie van de meta-evaluatie is dat het durfkapi-taalinstrumentarium in de kern goed in elkaar zit en effectief bijdraagt aanhet aanpakken van de knelpunten in de financieringsmarkt. Daarnaastblijkt uit de individuele evaluaties van DVI, de SEED-regeling (incl. SBA),VFF en het IK dat deze individuele regelingen op doeltreffende endoelmatige wijze bijdragen aan de beleidsdoelen.Met de brede steun voor het huidige instrumentarium heb ik besloten deVFF, de SEED-regeling, het IK en de Thematische Technologie Transfer(TTT) voor een periode van vijf jaar te verlengen3, en de instrumenten VFFen SEED-regeling aan inflatie te indexeren om ervoor te zorgen dat zegelijke tred houden met economische ontwikkelingen. Met dezeverlenging levert het kabinet een aanzienlijke bijdrage aan zowelvalorisatie als de financiering van startups en scale-ups.1Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 972Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 100, Kamerstuk 32 637, nr. 6583Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 5 kst-36600-XIII-53ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 531 Dit draagt bij aan het versterken van het verdienvermogen van Nederland,bevordert de ontwikkeling van praktische oplossingen voor maatschappe-lijke uitdagingen en draagt bij aan de strategische autonomie vanNederland. En deze investeringen zijn noodzakelijk. Uit verschillenderapporten blijkt namelijk dat Nederland minder goed scoort op het gebiedvan valorisatie en de financiering van startups en scale-ups, in vergelijkingmet concurrerende economieën.4 Hierdoor bestaat het risico dat deuitstekende kennis die binnen onze kennisinstellingen wordt ontwikkeld,niet in Nederland maar in het buitenland wordt toegepast. Daarnaast kande druk op het vestigingsklimaat ertoe leiden dat veelbelovende Neder-landse bedrijven zich gedwongen voelen om naar het buitenland teverhuizen, wat negatieve gevolgen heeft voor ons vestigingsklimaat enonze economische groei.Het kabinet heeft daarnaast op basis het IBO bedrijfsfinanciering in haarreactie besloten de Groeifaciliteit per 1 januari 2025 te beëindigen, omdathet marktfalen bij de doelgroep breed mkb van de Groeifaciliteit minderevident is. Dit komt doordat de markt zich sterk heeft ontwikkeld, en doorde opkomst van private equity en alternatieve financiers. Tevens heeft debeschikbaarheid van andere overheidsinstrumenten zoals BMKB,Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s), Invest-NL en InvestInternational de noodzaak voor verdere overheidsinterventie verminderd.Het kabinet blijft zich via deze instrumenten inzetten voor betere finan-ciering van het brede mkb.In het vervolg van deze brief zal ik eerst dieper ingaan op de voorge-noemde meta-evaluatie, waarbij ik de aanbevelingen die daaruit voort-komen bespreek. Verder geef ik in de bijlage mijn reactie op de individueleperiodieke evaluaties van de instrumenten.Meta-evaluatieDeze overkoepelende evaluatie, uitgevoerd door de onderzoeksbureausKplusV en Decisio, beoordeelde de doelmatigheid en doeltreffendheid vanhet publieke durfkapitaalinstrumentarium. Het onderzoek betrof specifiekde GF, het DVI, het IK, Invest-NL, de ROM’s, de SEED-regeling (incl. SBA),de TTT en de VFF. Eerder zijn de individuele evaluaties van de TTT5,ROM’s en Invest-NL door mijn voorganger aan uw Kamer aangeboden.6De meta-evaluatie richtte zich op drie onderwerpen: de effectiviteit van hetpublieke durfkapitaalinstrumentarium op gebied van samenhang en hetwegnemen van knelpunten, de ontwikkeling van de durfkapitaalmarkt ende plaats van het huidige instrumentarium daarbinnen, en de doelma-tigheid van het instrumentarium. Hieronder zal ik per onderwerp debevindingen samenvatten.Conclusies1. Effectiviteit, samenhang en het aanpakken van knelpuntenDe meta-evaluatie toont aan dat het Nederlandse durfkapitaalinstrumen-tarium effectief bijdraagt aan het oplossen van belangrijke knelpunten, endaarmee de toegang tot durfkapitaalfinanciering verbetert. Het instrumen-tarium biedt goed samenhangende financieringsmogelijkheden voorstartups en scale-ups. Hoewel er enige overlap is tussen de instrumenten,4Ondernemingsklimaat.bedrijvenbeleidinbeeld.nl, Internationale Positie. Zie ook bijlage bijKamerstuk 32 637, nr. 593.5De TTT is als onderdeel van de evaluatie van het voormalig onderzoeksdeel van het Toekomst-fonds geëvalueerd6Kamerstuk 32 637, nr. 502 en Kamerstuk 35 123, nr. 40Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 532 wordt deze als functioneel en versterkend beschouwd. Wel is er ruimtevoor verbetering in de mate waarin het brede mkb toegang heeft tot hetdurfkapitaalinstrumentarium. De evaluatie stelt verder dat de bestaandeinstrumenten goed op elkaar aansluiten en ondernemers door verschil-lende groeifasen heen begeleiden. De samenwerking tussen publieke enprivate partijen kan echter verder worden verbeterd, met name op hetgebied van informatie-uitwisseling en procesoptimalisatie.2. Ontwikkeling van de durfkapitaalmarktVervolgens concludeert de evaluatie dat de durfkapitaalmarkt inNederland zich sterk heeft ontwikkeld, mede dankzij publieke interventies.In de afgelopen jaren is er een rijk landschap aan durfkapitaalfondsenontstaan, in een markt die toeneemt in professionaliteit. Dit wordtgekenmerkt door een stijging van het aantal transacties en de betrok-kenheid van private en buitenlandse investeerders. Ondanks deze groeibenoemt de evaluatie het tekort aan kapitaal voor bedrijven in lateregroeifasen en voor grote investeringen, zoals «first of a kind plants» enscale-ups. Daarnaast blijft de toegang tot kapitaal in de (zeer) vroege faseeen uitdaging voor startups.3. DoelmatigheidDe doelmatigheid van het durfkapitaalinstrumentarium als geheel ismoeilijk volledig te beoordelen, aangezien de individuele beleidstheorieënvan de instrumenten in gezamenlijkheid lastig te aggregeren zijn naar eenmeetbaar overkoepelend doel. Desalniettemin worden de instrumentenals kostenefficiënt beschouwd, mede dankzij hun revolverende karakter.De evaluatie benadrukt echter dat het ontbreken van normen de evaluatievan kosten en baten bemoeilijkt. Verder wordt ook op het gebied vandoelmatigheid gewezen op de mogelijkheid om de samenwerking tussenuitvoerders verder te verbeteren. Daarnaast onderstreept demeta-evaluatie het belang van overheidsingrijpen om marktfalens aan tepakken, ondanks de positieve ontwikkeling van de durfkapitaalmarkt.Overheidsinterventies blijven noodzakelijk om privaat kapitaal temobiliseren, vooral in de vroege fase van financiering, waar informatie-asymmetrie zorgt voor onderinvestering.AanbevelingenDe centrale aanbeveling is om door te gaan op de ingeslagen weg. Doorin het huidige durfkapitaalinstrumentarium te blijven investeren kanNederland volgens de evaluatie op een competitief niveau blijvenopereren. Er worden een aantal specifieke aanbevelingen gedaan die eropgericht zijn om de durfkapitaalmarkt op een nog hoger plan te krijgen.Samengevat lopen deze langs drie lijnen, die ik individueel zal uitlichtenen van een reactie zal voorzien.Aanbevelingen voor het verbeteren van de risicokapitaalmarkt alssysteemHoewel de evaluatie positief is over de samenhang van het instrumen-tarium, zou de risicokapitaalmarkt als geheel baat hebben bij een beteresamenwerking tussen de verschillende uitvoerders van de instrumenten,zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), ROM’s, deNederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) enInvest-NL. Daarnaast wordt de aanbeveling gedaan om te bezien hoe delandsdekkendheid en de voorspelbaarheid van het instrumentariumgeborgd kan worden in de toekomst. De suggestie wordt gedaan om teverkennen hoe het Ministerie van EZ een faciliterende rol kan spelen inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 533 het vormen van samenwerkingsverbanden, en voor het aanjagen enonder de aandacht brengen van het systeem. Om de doeltreffendheid vanhet publieke durfkapitaalinstrumentarium inzichtelijker te maken, wordt deaanbeveling gedaan om de doelen beter te definiëren en daarmee deimpact meetbaarder te maken. Dit aspect wordt ook genoemd in decontext van het vergemakkelijken van de monitoring van het systeem enhet vergemakkelijken van evaluaties.ReactieMet deze onderschrijving van het huidige instrumentarium heb ikzoals voorheen genoemd besloten de VFF, de SEED-regeling, het IKen de TTT voor een periode van vijf jaar te verlengen, en deinstrumenten VFF en SEED-regeling aan inflatie te indexeren omervoor te zorgen dat ze gelijke tred houden met economischeontwikkelingen. Deze verlenging zal de voorspelbaarheid van hetinstrumentarium zoals genoemd in de aanbevelingen verbeteren.Daarbij zie ik in dat het instrumentarium zich moet blijven richten opde veranderende marktomstandigheden en kapitaalbehoeften vanbedrijven. Daarom neem ik de aanbevelingen uit de evaluaties meeom de werking van de instrumenten verder te optimaliseren enpassend te houden aan de veranderende marktomstandigheden. Despecifieke opvolging hiervan per instrument komt verderop in dezebrief aan bod. Ik neem de aanbeveling om te bezien hoe we delandsdekkendheid van de instrumenten te borgen ter harte. Met dekomst van de regionale module van de VFF en de intensivering vanInvest-NL, zijn hier belangrijke stappen gezet. Om de effectiviteithiervan te vergroten streef ik ernaar de samenwerking tussen deuitvoerders van het bestaande instrumentarium te verbeteren, zoalsook het IBO heeft aanbevolen. Daarom zal mijn ministerie samen-werkingsafspraken faciliteren tussen Invest-NL, RVO en de ROM’s.Verder ben ik voornemens om voor de regionale VFF samen metRVO en de regionale uitvoerders te verkennen hoe we de regelingverder kunnen verbeteren, zodat ook ondernemers buiten deRandstad optimaal gebruik kunnen maken van de VFF. Om deeffectiviteit van het totale instrumentarium inzichtelijker te maken,zal ik verkennen hoe we concrete overkoepelende doelen kunnenstellen om ook de monitoring op doelmatigheid van het instrumen-tarium als geheel en toekomstige evaluaties te vergemakkelijken.1. Aanbevelingen voor het verhelpen van praktische knelpuntenDe meta-evaluatie signaleert als belangrijkste knelpunten de financieringvan «first-of-a-kind plants» en grotere tickets voor scale-ups. Hierbij wordtaanbevolen om deze verder uit te diepen met relevante stakeholders, endoor het verkennen van Europese initiatieven en middelen het knelpuntvan grote tickets voor scale-ups aan te pakken. Daarnaast wordt aanbe-volen om het systeem te herzien, zodat de toegang tot risicokapitaal voorhet brede mkb hierin beter kan worden vertegenwoordigd. De evaluatiebeveelt tevens aan om voor de doorgroeifase van scale-ups institutioneelkapitaal te mobiliseren, en daarnaast onbenut kapitaal uit de markt los temaken door het verkennen van een mogelijke fiscale stimulans. Deevaluatie signaleert in de vroege fase een lange tijdslijn tot een exit invergelijking met andere landen, en moedigt aan om met brancheorgani-saties in gesprek te gaan wat de mogelijkheden zijn om dit te verbeteren.Overige aanbevelingen op de specifieke instrumenten genoemd in derespectievelijke evaluaties die worden uitgelicht is het mee laten groeienvan de instrumenten met de inflatie en het borgen van de samenhangtussen de TTT en de VFF.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 534 ReactieIn reactie op het IBO, de meta-analyse en verschillende aanvullendeonderzoeken pakt het kabinet de financiering van «first-of-a-kindplants» en grotere investeringen voor scale-ups primair aan door deslagkracht van Invest-NL te vergroten met 600 miljoen euro voorkernkapitaal en 250 miljoen euro voor blended finance, om dedoorgroei van scale-ups te ondersteunen. Daarnaast draagt hetkabinet al bij aan Europese initiatieven zoals het European TechChampionship Initiative (ETCI). Middels zowel directe investeringenals fonds-in-fonds investeringen beoogt ETCI om de groei vanprivate fondsen te stimuleren en hun slagkracht te vergroten.Nederland steunt deze ontwikkeling. De ontsluiting van durfkapitaalvia ETCI kan helpen om relevante scale-ups en grown-ups te kunnenlaten doorgroeien, waarbij de focus voor Nederland ligt inaansluiting op de Nationale Technologie Strategie (NTS) bij deeptechinvesteringen. Mijn ministerie zal tevens blijven inzetten op desamenwerking met relevante stakeholders, waaronder privatepartijen, brancheorganisaties en Europese instellingen. Alsonderdeel hiervan ben ik samen met Invest-NL in gesprek metinstitutionele beleggers zoals pensioenfondsen, om te verkennenhoe meer privaat kapitaal gemobiliseerd kan worden voor investe-ringen in durfkapitaal. Hierover wordt uw Kamer apart geïnformeerd.Op dit moment verken ik tevens mogelijkheden voor eventuelefiscale maatregelen om private investeringen in het brede mkb enstartups te bevorderen, naar aanleiding van de motie van hetvoormalig lid de Jong c.s. Hierbij wordt ook aandacht besteed aande tijdslijn tot een exit in de vroege fase, in overleg met brancheor-ganisaties, met het oog op versnelling en verbetering van dedoorlooptijden. Resultaten van deze verkenning bied ik eind januariaan uw Kamer aan. Daarnaast zijn er meerdere durfkapitaalrege-lingen beschikbaar voor het brede mkb, zoals het IK, de ROM’s en deVFF. Buiten het durfkapitaalinstrumentarium is er een breed paletaan faciliteiten en regelingen beschikbaar die aansluiten bij hetbrede mkb, zoals Qredits en de BMKB. Tevens zal ik komend jaar eenanalyse uitvoeren naar de samenhang tussen VFF en TTT en daarinbezien of en hoe deze instrumenten beter op elkaar kunnen wordenafgestemd om de doelmatigheid te vergroten.2. Aanbevelingen om het aanbod te verbeterenDe evaluatie beveelt aan om onbenut kapitaal te verzilveren doorrelevante partijen, zoals founders, angels, en institutionele beleggers, teondersteunen met kennis en instrumenten. Daarnaast wordt aanbevolenom een gezamenlijke visie te formuleren over Europese samenwerking,met name voor grote investeringen en niches, om effectiever in te spelenop de marktvraag. De evaluatie benadrukt ook dat de groei van Neder-landse fondsmanagementbedrijven cruciaal is om grotere tickets tekunnen plaatsen, en dat er een roadmap moet worden ontwikkeld insamenwerking met de sector en institutionele financiers. Tot slot, stelt deevaluatie voor om de inzet op risicokapitaal breder te maken door samente werken met andere departementen, zodat de bijdrage van startups enscale-ups aan maatschappelijke transitieopgaven wordt versterkt.ReactieTechleap, Invest-NL, de ROM’s en RVO ondersteunen founders,innovatief mkb, angels, en institutionele beleggers bij investeringen.Techleap versnelt de groei van startups en scale-ups via netwerkenen kennisuitwisseling, terwijl Invest-NL innovatieve bedrijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 535 begeleidt bij het aantrekken van investeerders. De ROM’s biedenregionale innovatieondersteuning en de RVO biedt uiteenlopendekennis en adviseert over en verstrekt subsidies. Met deze aanpakvolgt het kabinet de aanbeveling uit de evaluatie op door partijen inde markt beter te ondersteunen met expertise en middelen, endraagt daarmee bij aan het verzilveren van onbenut kapitaal en hetversterken van investeringen in Nederland. Hiervoor verwijs ik ooknaar mijn reactie in de vorige alinea. De aanbeveling over hetvormen van een gezamenlijke visie voor Europese samenwerkingkan ik onderschrijven, en wordt al opgevolgd. VerschillendeEU-lidstaten, waaronder Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland, deEIB Group en de EC hebben al gezamenlijk een visie ontwikkeld voorgrote risicokapitaal investeringen in scale-ups, zoals vastgelegdbegin 2022 in de «Joint declaration for a pan European Scale-UpInitiative». Daarnaast worden door EU-lidstaten, EC en EIB Groupnaar aanleiding van de recente adviezen van Letta en Draghiaanvullende visies en initiatieven ontwikkeld. Dit zal helpen om beterin te spelen op de internationale marktvraag en Nederland tepositioneren als een aantrekkelijke markt voor durfkapitaalinveste-ringen. Tot slot, onderschrijf ik de aanbeveling rondom de samen-werking met andere departementen. Een mooi voorbeeld hiervanzijn de middelen die het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (VWS) beschikbaar stelt voor een specifieke TTT-tender tenbehoeve van het leveren van een bijdrage aan de Nederlandsepandemische paraatheid.Evaluaties van de individuele instrumentenNaast de meta-evaluatie en de belangrijke conclusies die daaruitvoortkomen, zijn het IK, de SEED-regeling (incl. SBA), de VFF, het DVI ende GF individueel geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid.Deze evaluaties hebben tevens een belangrijke basis gevormd voor demeta-evaluatie. In de bijlage van deze kamerbrief zal ik per instrumentingaan op de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van de evaluaties.Tot besluitTot besluit is een goed functionerende durfkapitaalmarkt onmisbaar voorde financiering van het innovatieve mkb, met name startups en scale-ups.Deze bedrijven vormen een belangrijk onderdeel van het toekomstigverdienvermogen en de concurrentiekracht van Nederland. Met de in dezebrief besproken instrumenten zet Nederland gerichte stappen om degroeikansen van deze bedrijven te versterken. De evaluaties van deinstrumenten bieden een waardevolle basis om de regelingen verder teoptimaliseren en waar nodig bij te sturen, passend binnen de dynamiekvan een voortdurend veranderende economie. In de komende jaren zal ik,in overleg met de relevante stakeholders, uitvoering geven aan deaanbevelingen uit de evaluaties. De focus zal daarbij liggen op hetaanpakken van de resterende knelpunten die zijn gesignaleerd in dezemeta-evaluatie en het IBO Bedrijfsfinanciering, waarbij specifiek wordtgekeken naar de uitdagingen in de vroege fase van startups en het tekortaan grotere financieringstickets voor scale-ups. Overheidsingrijpen blijfthierbij cruciaal, met name in kapitaalintensieve sectoren als deeptech.Er zijn reeds belangrijke stappen gezet, onder meer door de intensiveringvan Invest-NL, waarvan de resultaten de komende jaren nauwlettendworden gevolgd. Om de aanbevelingen te kunnen implementeren enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 536 gedurende 2025 hun effect te bepalen zal ik uw Kamer in het eerstekwartaal van 2026 informeren over de voortgang en de bredere ontwikke-lingen op de durfkapitaalmarkt.De Minister van Economische Zaken,D.S. BeljaartsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 537 Evaluatie Innovatiekrediet (IK)Het IK is een regeling waarmee bedrijven een deel van de ontwikke-lingskosten van een technisch of klinisch ontwikkelproject kunnenfinancieren. De regeling heeft als doel om duurzame economischegroei te bevorderen en wordt vrijwel uitsluitend aangevraagd doorhet innovatieve mkb. Het gaat vaak om bedrijven die uniek zijn inhun soort. De regeling richt zich op innovatieprojecten met eenuitstekend marktperspectief die (nog) te risicovol zijn om via demarkt in aanmerking te komen voor financiering. Het IK isbeschikbaar sinds 2008 en was daarvoor als soortgelijke regelingbeschikbaar.BevindingenDe evaluatie van het IK had betrekking op de jaren 2018 tot en met 2022en concludeert dat de regeling doelmatig van opzet is en effectiefbijdraagt aan de bevordering van innovatie. De regeling heeft eenafgebakende plek in het publieke durfkapitaalinstrumentarium en sluitgoed aan op andere instrumenten. Aanvragers geven aan dat het IK eenbelangrijke bijdrage levert aan het realiseren en versnellen van innovatie-projecten. De administratieve lasten voor gebruikers worden als accep-tabel ervaren in verhouding tot de omvang van de financiering en delasten bij het verkrijgen van private financiering. Een aandachtspunt is datde stap naar de markt na afronding van het IK voor veel ondernemers noggroot is. De berekening van de «bang-for-the-buck» ligt in lijn met devorige evaluatie en kan als hoog worden beschouwd; elke euro innovatie-krediet leidt tot meer dan één euro aan S&O-uitgaven bij de ontvangendebedrijven.AanbevelingenDe aanbevelingen uit de evaluatie hebben vooral betrekking op hetoptimaliseren van het IK in haar huidige opzet. Er wordt aangeraden omhet instrument niet verder te verruimen en dit te behouden als instrumentvoor ontwikkelingsprojecten die intensief speur- en ontwikkelwerk vergen.Aanbevelingen om het instrument verder te optimaliseren hebbenbetrekking op het verbeteren van de communicatie richting (vertegen-woordigers van) de doelgroep, het borgen van de positie van het IKbinnen het Toekomstfonds en het verbeteren van de informatievoor-ziening over het proces en criteria, zowel tijdens het aanvragen als naafronding van een toegekend project.ReactieMijn inzet is daarom om het IK in haar huidige vorm voort te zetten endaarbij te kijken hoe het instrument nog effectiever kan worden ingerichtbinnen de huidige positie die het instrument vervult in het ecosysteemvan innovatiefinanciering. Ik ben daartoe voornemens om de positie vanhet IK te bestendigen binnen het Toekomstfonds. Ook zal ik gesprekkenmet financiers voeren om de aansluiting op andere instrumenten verderte verstevigen. Het verbeteren dan de informatievoorzieningen zal ik ookdoen op het gebied van maatwerk door RVO na afronding van hetinnovatieproject, bijvoorbeeld bij het ruimte geven aan ondernemingenom de innovatie succesvol in de markt te zetten. Voor communicatie zijnna de vorige evaluatie reeds diverse verbeteringen doorgevoerd, zoalsmeer transparantie over de rol van de Adviescommissie, verbetering vande externe communicatie en meer contact te zoeken met de doelgroep. Ditvraagt een continue inzet vanwege de specifieke doelgroep en continueaanwas van nieuwe ondernemingen waarvoor het IK potentieelBijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 538 interessant is. In de communicatie naar de doelgroep zal ik meer aandachtbesteden aan de mogelijkheden voor maatwerk in de beheerfase doorRVO en het verduidelijken van de aanvraagcriteria.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 539 Evaluatie Vroegefasefinanciering (VFF)De VFF is opgericht in 2014 met als doel bedrijven in de vroege fasete ondersteunen, specifiek tijdens de proof-of-concept fase. In dezefase is het vaak lastig voor ondernemingen om private financieringaan te trekken vanwege het hoge risico, waardoor innovatiesmoeilijk verder ontwikkeld kunnen worden. De VFF helpt ditfinancieringsgat te overbruggen door bedrijven in staat te stellen detechnische en commerciële haalbaarheid van hun innovaties tetoetsen. De VFF richt zich op drie hoofddoelgroepen:mkb-ondernemingen, innovatieve starters en academische ofhbo-starters. De regeling wordt uitgevoerd door de RVO voormkb-ondernemingen en innovatieve starters, door de NWO vooracademische of hbo-starters. Sinds 2021 wordt de regeling metbetrekking tot mkb-ondernemingen en innovatieve starters tevensuitgevoerd door de regio’s, waarbij ROM’s een rol spelen. De RVOfungeert als achtervang in gebieden waar geen regionale uitvoeringplaatsvindt om de landsdekkendheid van de regeling te borgen.BevindingenDe evaluatie van de VFF laat zien dat het instrument effectief is in hetvergroten van kansen op vervolgfinanciering en bijdraagt aan werkgele-genheid, R&D en innovatie, hoewel de impact op omzet en productiviteitvanwege de vroege fase beperkt blijft. De rol bij maatschappelijkeuitdagingen zoals duurzaamheid wordt ook benadrukt. De regionalemodule wordt positief beoordeeld, maar verdere ontwikkeling is nodigvoor meer uniformiteit en doelmatigheid.AanbevelingenDe evaluatie doet aanbevelingen over het voortzetten van het instrumentmet gerichte aanpassingen om de doelmatigheid en effectiviteit teverbeteren. Het wordt aanbevolen de maximale leningsomvang en hetjaarlijkse budget te verhogen, gezien de stijgende financieringsbehoeftenen aanvragen bij de NWO en enkele regio’s. Ook wordt voorgesteld omcofinancieringsvoorwaarden te versoepelen en de rente anticyclisch in terichten. Verder wordt geadviseerd de uitzettingsperiode van de regionalemodule te verlengen en de beheersvergoeding voor regionale uitvoerderste verhogen. De rol van de RVO moet volgens de evaluatie wordenverduidelijkt, en samenwerking tussen EZ, RVO, regio’s en NWO versterkt.Tot slot, wordt aanbevolen de positionering en zichtbaarheid van het VFFte verbeteren, met flexibiliteit voor innovatief mkb.ReactieOver het algemeen zijn uitvoerder en afnemer van de VFF tevreden overhet instrument en is de doelmatigheid hoog. Daarom heb ik, in lijn met deuitkomsten van de evaluatie, besloten de VFF voor de komende vijf jaar inhuidige vorm te verlengen. Hierbij neem ik de voorgestelde aanbeve-lingen ter harte, en zal me inzetten om de regeling verder te verbeteren.Met het oog op het budget, wordt het maximale leningsbedrag alsmedehet jaarlijkse budget voor de komende vijf jaar verhoogd om betertegemoet te komen aan de actuele financieringsbehoeften van innova-tieve bedrijven. Ook zal ik de rente heroverwegen, met als doel gepastelasten voor bedrijven te hanteren. Voor de regionale module zal ik samenmet RVO en de regionale uitvoerders verkennen hoe we de uitvoering opregionaal niveau kunnen versterken en in gesprek gaan over de beheers-vergoeding. Hierbij is een expliciet doel om de rol van RVO als achtervangte verhelderen en efficiënter te maken, en om te werken aan de zicht-Bijlage 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 5310 baarheid van het «merk» VFF. Daarnaast zal ik samen met RVO, de regio’sen NWO en verkennen op welke manier de informatie-uitwisselingverbetert en geformaliseerd kan worden. De aanbeveling om de mogelijk-heden tot cofinanciering te verruimen volg ik niet op. De focus van hetVFF ligt op het ondersteunen van risicovolle, moeilijk financierbareinnovaties, en een verruiming van cofinanciering zou het risico vergrotendat private partijen vooral veilige, rendabele projecten gaan onder-steunen, waardoor de beleidsprioriteit voor innovatie verwatert. Ook kandit de regionale ongelijkheid versterken, doordat regio’s met beteretoegang tot private investeringen meer profiteren dan andere regio’s, wathaaks staat op het uniforme regionale stimuleringsdoel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 5311 Evaluatie SEED Capital en Business Angel RegelingDe in 2005 opgerichte SEED-regeling (incl. SBA) richt zich op hetversterken van het durfkapitaal- en business angel fondsenlandschap in Nederland door het verstrekken van leningen aaninvesteringsfondsen. De regeling beoogt hiermee de toegang totrisicokapitaal voor jonge, innovatieve bedrijven in de vroege fase teverbeteren en de financieringskloof in de vroege fase te verkleinen.De regeling ondersteunt de oprichting van investeringsfondsen,zodat zij meer risico kunnen nemen en in de vroegere fase van destartup kunnen investeren. In 2017 is een luik voor business angelstoegevoegd om ook dat segment van de investeringsmarkt tekunnen bedienen.BevindingenDe evaluatie laat zien dat door de SEED-regeling het aanbod vanrisicokapitaal is verbeterd, investeerders makkelijker financiering krijgenvoor hun investeringsfonds en dat investeerders meer risico durven tenemen met hun investeringen. Daarnaast wordt de SEED-regeling alsessentieel gezien om voldoende financiering voor toekomstbestendigeinnovatieve bedrijven te mobiliseren, gezien de regeling leidt tot hetaantrekken van een gelijke hoeveelheid privaat kapitaal. Tussen 2018 en2022 is zowel het aantal SEED- en SBA-fondsen als het aantal investe-ringen in startups aanzienlijk toegenomen. De regeling draagt positief bijaan het track-record van first-time fondsmanagers en heeft een positiefeffect op omzetgroei, werkgelegenheid, investeringen in innovatieveactiviteiten en vervolgfinanciering van bedrijven waarin SEED-fondsenparticiperen. De financieringskloof in de vroege fase van innovatievebedrijven wordt effectief verkleind door de SEED-regeling. Op dit momentwordt het Business Angel luik beperkt gebruikt. De voornaamste redenenhiervoor zijn beperkte bekendheid en strenge eisen op het gebied vanadministratie. De administratieve lasten van de SEED-regeling als geheelworden als acceptabel ervaren door de gebruikers.AanbevelingenDe hoofdaanbeveling is dat de SEED-regeling moet worden voortgezet.De evaluatie doet daarnaast verschillende aanbevelingen die zijn gerichtop het verder verbeteren van de regeling. Er wordt aangeraden om dekaders van de SEED-regeling te verruimen, en daarmee het instrumentbeter te laten aansluiten op de huidige markt. Specifiek met betrekking opde SBA, wordt aanbevolen om deze breder onder de aandacht te brengenbij potentiële gebruikers. Tevens wordt de suggestie gedaan om strate-gische autonomie als doel op te nemen in de regeling, en om sectorspeci-fieke tenders te benutten om eventueel te sturen op bepaalde transities.Verder noemt de evaluatie dat de regeling zich zou moeten richten opmaturiteit van organisaties en minder op maturiteit van technologie, endat het verkennen van of informatie-uitwisseling tussen de stakeholdersvan de gehele regeling van toegevoegde waarde kan zijn.ReactieDe SEED-regeling, die in 2025 haar twintigste verjaardag viert, blijftaangetoond een effectief instrument. Ik zet daarom in op voortzetting vande regeling tot 2030, met verruiming van de kaders vanaf 2025 om beteraan te sluiten bij de markt. In 2025 wordt een gerichte tender geopendvoor fondsen die investeren in de deeptech-sector, gekenmerkt door langeinvesteringshorizons en hoge kapitaalbehoeften. Dit moet dedoorstroming van kapitaal verbeteren en barrières voor bedrijven in dezeBijlage 3:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 5312 sector verlagen. De aanbeveling om strategische autonomie als doel teformaliseren volg ik niet op, omdat de regeling breed toegankelijk moetblijven en doorgaans al bijdraagt aan strategische autonomie. Metbetrekking tot de SBA wil ik in 2025 in samenwerking met RVO bekijkenhoe we deze beter onder de aandacht kunnen brengen en kunnen latenaansluiten bij de doelgroep. Business angels zijn immers cruciaal in depre-seed-fase vanwege hun unieke bron van smart capital. Zoals eerderaangegeven wordt er tevens een evaluatie uitgevoerd die mogelijkhedenvoor een fiscale maatregel onderzoekt, waarvan de waarde voor businessangels ook wordt gesignaleerd in de evaluatie. In de komende tijd zal iksamen met RVO verkennen hoe we de informatie-uitwisseling tussen destakeholders verder kunnen verbeteren. Met oog op maturiteit wordt in deuitvoering op dit moment gericht op investering in de vroege fase, waarbijniet specifiek wordt aangestuurd op de maturatie van de technologie(bijvoorbeeld op basis van Technology Readiness Level of TRL). Daarmeewordt deze aanbeveling op dit moment in de uitvoering al opgevolgd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 5313 Evaluatie Dutch Venture Initiative (DVI)Het DVI is een fund-of-funds dat investeert in durf- en groeikapi-taalfondsen (inclusief hybride debt/equity-fondsen) die weer insnelgroeiende innovatieve bedrijven investeren. DVI werkt net als deSEED-regeling via private investeerders maar richt zich op een laterefase van het bedrijf. DVI is opgericht in 2013 door Participatiemaat-schappij (PPM) Oost (nu: Oost NL) en het Europees Investerings-fonds (EIF), met ondersteuning van het Ministerie van EZ, om debeschikbaarheid van en de toegang tot risicokapitaal voor hetsnelgroeiende en innovatieve mkb te vergroten. Fondsmanagers vanventure capital fondsen hadden moeite om voor hun fondsen, diezich op deze groep bedrijven richtten private investeerders te vinden.De zogenaamde «first closing» (het krijgen van de eerste benodigdecommitteringen van investeerders voor een nieuwe fonds) kwamhierdoor niet of zeer moeizaam tot stand. Om die reden werd DVIopgericht.BevindingenDe evaluatie laat qua effectiviteit zien dat DVI heeft een positieve impactheeft op de ontwikkeling van de sectoren en ecosystemen waarin zeinvesteerden. DVI zorgt voor meer middelen, meer participaties en draagtbij aan een verdere professionalisering van venture capital fondsen. HetNederlandse aanbod van risicokapitaal is het afgelopen decenniumverbeterd. De equity gap is hierdoor waarschijnlijk kleiner geworden,maar bestaat in bepaalde segmenten nog steeds. Vooral grotere investe-ringen in kapitaalintensieve sectoren latere fases lijken uitdagend te zijn.Daarnaast is de doelmatigheid van DVI spectaculair hoog. Er zijn weinigtot geen andere beleidsinstrumenten die hun doel bereiken en substan-tiële opbrengsten kennen. Voor elke euro aan publieke middelen die inDVI wordt geïnvesteerd, wordt tussen de vier en zeven euro privaat geldaangetrokken. Gebruikers van DVI zijn licht positief over de administra-tieve lasten van de regelingen. DVI stelt hoge eisen en wenst uitgebreideen gedetailleerde verslagen, waarvan ook de andere private investeerdersprofiteren.Aanbevelingen en reactieDe hoofdaanbeveling van de onderzoekers is «ga door op de ingeslagenweg» en blijf investeren. Deze aanbeveling wordt volledig opgevolgd. DVIverkeert nu, na de investeringsfase, in de zogenoemde des-investeringsfase. DVI heeft geen investeringsmogelijkheden meer en zal aan het eindvan deze fase ook stoppen. Sinds 2020 is het Dutch Future Fund gestartdoor EZ, Invest-NL en EIF. Deze fondsen investeren ook in durf- engroeikapitaalfondsen die weer in snelgroeiende innovatieve bedrijveninvesteren. Hiermee blijf ik investeren in het breder maken van ditfinancieringsaanbod. Daarnaast investeert Invest-NL ook vanuit haarkapitaal in fondsen om het aanbod in specifieke domeinen te vergroten.Bijlage 4:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 5314 Evaluatie Groeifaciliteit (GF)De GF werd opgericht in 2007 en beoogt mkb-ondernemingen tehelpen bij het aantrekken van risicodragend vermogen door hetverstrekken van een garantie aan investeerders. De regeling isgericht op het volledige mkb. Op grond van de GF verstrekt deNederlandse Staat, vertegenwoordigd door de Minister vanEconomische Zaken, een garantstelling voor de financiering vanmkb-bedrijven die neerkomt op een garantie van 50 procent van dewaarde van verstrekte achtergestelde leningen of aandelenkapitaal.Initieel zou de GF per 1 juli 2020 uitgefaseerd worden zoals aange-kondigd in 2018 door mijn voorganger omdat de doelstelling doorInvest-NL zou worden overgenomen. Door de aanhoudendegevolgen van het coronavirus is besloten de regeling te behoudenmet aanpassingen om bedrijven getroffen door de coronacrisistegemoet te komen.BevindingenDe evaluatie concludeert dat de GF de afgelopen vijf jaar heeft bijge-dragen aan het verbeteren van de toegang tot risicokapitaal voor mkbondernemingen, met name op het vlak van financiering van bedrijfsover-names en herstructureringen. Hoewel het aantal actieve financiers beperktis gebleven, hebben vooral bedrijven in de industrie en handel geprofi-teerd van de regeling. Het gebruik van de regeling is sinds 2017 echtersterk teruggelopen. De evaluatie stelt dat dit mogelijk komt door gebrekaan bekendheid en door de historie van de regeling, maar benoemt ookde verbeterde economische omstandigheden waardoor financiers zelfdeze risico’s kunnen aangaan. De regeling blijkt complex in de uitvoeringen de gebruikers geven aan dat de administratieve last hoog is. Dit geldtmet name voor de voorwaarden voor het afdekken van de risico’s, zoalshet indienen van verliesdeclaraties. Hoewel de regeling als kosteneffectiefkan worden beschouwd kijkend naar de kosten in verhouding tot hetbedrag aan uitstaande garanties, is de regeling over de gehele looptijdniet kostendekkend gebleken. Voor de toekomst beveelt de evaluatie aande regeling voort te zetten, maar deze meer onder de aandacht te brengenbij potentiële gebruikers en deze eenvoudiger en toegankelijker te makenom de administratieve lasten te verlichten.Reactie en Toekomst RegelingIk hecht waarde aan de evaluatie en de aanbevelingen die daarin wordengedaan. Daarnaast onderken ik het belang van de GF voor de onder-nemers en investeerders die er gebruik van maken. Tegelijkertijdbenoemd de evaluatie belangrijke onderdelen en randvoorwaarden voorhet voortzetten van een publiek instrument, zoals benutting, effectiviteiten kostendekkendheid. De overheid dient alleen in te grijpen waar demarkt zelf de knelpunten niet kan oplossen. Dit is een essentieeluitgangspunt om overheidsfalen te voorkomen, en gezonde marktwerkingte stimuleren. In het IBO bedrijfsfinanciering komt naar voren dat hetmarktfalen bij de doelgroep van de GF minder evident is. Sinds deoprichting van het instrument hebben er veel veranderingen plaatsge-vonden in de markt. We zien dat de markt voor de doelgroep van de GF inde afgelopen jaren sterk is ontwikkeld door de opkomst van private equityen alternatieve financiers, waardoor de vraag naar dit type garanties isafgenomen en overheidsinterventie minder gerechtvaardigd is. DeNederlandse financieringsmarkt is op veel vlakken is sterker geworden.Ook zijn er sinds de oprichting van de GF overheidsinstrumenten ingerichtdie hebben bijgedragen aan een verminderde vraag naar dit instrument,waaronder de BMKB, de ROMs, Invest-NL en Invest International. Dit inBijlage 5:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 5315 overweging nemende heeft het Kabinet primair naar aanleiding van deconclusies uit het IBO bedrijfsfinanciering besloten om de GF nietopnieuw te verlengen, en daarmee te beëindigen per 1 januari 2025. Ik zalmij middels het overige instrumentarium blijven inzetten voor het bredemkb om een goede toegang tot financiering in deze doelgroep te borgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 5316

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b0c112fad2bdcc93

14 okt 2026 · 93b3ada387779a51

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.