KamerkringInloggen
Kamerbrief

Overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs

2 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9c1db5cd025cf375 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 293Primair OnderwijsNr. 880 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Goed onderwijs biedt leerlingen de kennis en vaardigheden die belangrijkzijn voor hun toekomst en draagt bij aan de vooruitgang en ontwikkelingvan onze samenleving. Daarom zet ik mij in voor het best mogelijkeonderwijs, zodat iedere leerling de kans krijgt diens talenten optimaal teontwikkelen.Een soepele overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs isdaarbij van belang. Een passend schooladvies helpt daarbij en draagt bijaan de onderwijskansen en leerprestaties van leerlingen. De doorstroom-toets dient daarbij als instrument om te signaleren wanneer een leerlingover meer (taal- en reken) vaardigheden beschikt dan verwacht. Metbehulp van de doorstroomtoets, als tweede objectief gegeven, kan deleerkracht een passender schooladvies geven.Tegelijkertijd is duidelijk dat er meer nodig is voor die soepele overgangnaar het voortgezet onderwijs. Het vraagt om een integrale aanpak, waarde doorontwikkeling van de doorstroomtoets (op de vorm, functie eninhoud) onderdeel van is.Met deze brief bied ik de resultaten aan van de doorstroomtoets inschooljaar 2025/2026. Vervolgens ga ik in op de doorontwikkeling van dedoorstroomtoets op vorm, functie en inhoud. Conform een eerderetoezegging licht ik de stand van zaken toe van de verkenning naar één(centrale aanbieder van de) doorstroomtoets.1 Tot slot geef ik een updateover de verkenning naar een breder schooladvies.Terugblik afname van de doorstroomtoets 2026Hierbij ontvangt u de definitieve rapportage van het College voor Toetsenen Examens (hierna: CvTE) over de derde afname van de doorstroom-1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 854 kst-31293-880ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8801 toets. Dit jaar hebben ruim 175.000 leerlingen van bijna 7.000 verschil-lende scholen één van de zes beschikbare doorstroomtoetsen gemaakt.2De resultaten van de doorstroomtoetsen 2026 laten een vergelijkbaarbeeld zien met 2024 en 2025, zowel voor de toetsadviezen als de behaaldereferentieniveaus. De definitieve cijfers omtrent de schooladviezenworden dit najaar officieel vastgesteld en vervolgens openbaar gemaaktdoor DUO.Opnieuw is een verschuiving van digitale naar papieren toetsen te zien,waarbij scholen die wisselden naar een papieren toets betere resultatenlijken te halen. Scholen met meer voorlopige «vmbo»-schooladviezenkiezen vaker voor adaptieve digitale toetsen.3Net als voorgaande jaren zien we verschillen in toetsresultaten tussen dediverse toetsen. Daarom blijven we onderzoek doen naar het (prestatie)-verschil tussen papieren en digitale toetsen. In de rapportage licht hetCvTE toe hoe zij door meerdere onderzoeken naar verschillende aspectenproberen de verschillen in toetsresultaten beter te duiden en monitoren.Doorontwikkeling vorm van de doorstroomtoetsToetsen kunnen, mits goed ingezet, een belangrijke bijdrage leveren aande ontwikkeling van leerlingen en de kwaliteit van het onderwijs. Daaromwerk ik onder andere aan de doorontwikkeling van de doorstroomtoetslangs de aspecten vorm, functie en inhoud. Een wijziging ten aanzien vande vorm van de doorstroomtoets zie ik als eerste, belangrijke en noodza-kelijke, stap binnen een langer traject om toetsing en schooladvisering zote ontwikkelen dat deze beter bijdragen aan goed onderwijs en eenoptimale benutting van talent.Stelsel met één centrale aanbiederIk ben voornemens om per schooljaar 2029/2030 over te gaan naar eenstelsel met één centrale aanbieder van zowel een papieren als digitaledoorstroomtoets, tenzij er zich onverwachte ontwikkelingen voordoen dietot heroverweging van dit besluit leiden. Daarnaast houden we ooknauwlettend de uitkomsten van lopende onderzoeken in de gaten, zoalshet onderzoek naar hoe de eerste groep leerlingen die in 2024 binnen hethuidig stelsel de doorstroomtoets heeft gemaakt, geplaatst zijn in hetderde jaar van het voortgezet onderwijs.De signalen en zorgen van uw Kamer en het onderwijsveld over dewerking van het huidige stelsel met veel keuzevrijheid heb ik goedgehoord. Het gaat met name om de vraag in hoeverre de vergelijk-baarheid van toetsresultaten en toetsadviezen voldoende kan wordengewaarborgd om leerlingen zo van een passend advies te voorzien. Despanning tussen vergelijkbaarheid en keuzevrijheid is complex envolledige vergelijkbaarheid tussen toetsen is een utopie. Een goedevergelijkbaarheid van toetsresultaten over jaren vraagt ook om een grotemate van stabiliteit.De genoemde zorgen vragen om een hernieuwde afweging van hetbelang van vergelijkbaarheid in relatie tot keuzevrijheid, juist in verband2In januari jl. is uw Kamer reeds geïnformeerd over het feit dat de overheidsdoorstroomtoets, deDOE-toets, vanwege een beperkt aantal inschrijvingen niet is afgenomen voor de regulieredoelgroep. Wel is de braille- en slechtziende versie afgenomen. De resultaten hiervan zijnvanwege de kleine aantallen niet meegenomen in de terugblik.3Een adaptieve toets is een toets waarbij de opgaven tijdens de afname aangepast worden aanhet niveau van de leerling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8802 met mijn ambitie om kinderen de kans te geven zich te ontwikkelen. Eenwijziging naar één centrale aanbieder draagt daaraan bij, zo stelt ook deOnderwijsraad.4 Dit kan daarmee bijdragen aan meer vertrouwen in dejuiste werking van de doorstroomtoets.Naast de eerder met uw Kamer gedeelde verkenning van het CvTE,Stichting Cito en OCW en het advies van de Onderwijsraad is ook eenbehoeftepeiling uitgevoerd onder scholen ten aanzien van keuzevrijheidbinnen het toetsstelsel.5, 6, 7 Hieruit blijkt dat de meerderheid van dereguliere po- en vo-scholen het aantal doorstroomtoetsen van zes te veelvindt en positief staat tegenover een wijziging. Tegelijkertijd staan scholenminder welwillend tegenover het afnemen van een andere doorstroom-toets dan de toets die zij nu gebruiken. De resultaten van de behoefte-peiling laten ook zien dat scholen hechten aan een keuze tussen eenpapieren en digitale toets. Scholen in het speciaal (basis)onderwijshebben zorgen over de toegankelijkheid van toetsen voor leerlingen meteen ondersteuningsbehoefte en benadrukken het belang van een, ookvoor die leerlingen, passend aanbod van de doorstroomtoets. Eenwijziging naar één doorstroomtoets zal in alle gevallen van scholen eenomslag vragen. Om die reden wil ik hiervoor een heel zorgvuldig procesdoorlopen, waar draagvlak ook een belangrijk onderdeel van is.Een stelsel met één centrale aanbieder van zowel een papieren als digitaletoets zie ik als de meest passende richting voor de toekomst.8 Deze vormkan de vergelijkbaarheid aanzienlijk verbeteren. Met een aanbod vanzowel een papieren als digitale toets kunnen leerlingen gebruik blijvenmaken van een afnamemodus die aansluit bij de werkwijze op school enwat voor hen vertrouwd is.Toekomst en vervolgstappenDe afname van de doorstroomtoets met één centrale aanbieder kan opzijn vroegst plaatsvinden in schooljaar 2029/2030. Deze termijn is nodigvoor het wetstraject, de ontwikkeling van een nieuwe toets en eenzorgvuldige overgangsperiode voor scholen en toetsaanbieders. Dit zorgttevens voor een redelijke afbouwtermijn van de subsidie aan de huidigetoetsaanbieders zodat zij hun werkzaamheden goed kunnen afronden. Ikvind, net als de Onderwijsraad, zorgvuldige invoering noodzakelijk en datscholen ondersteund moeten worden bij de overgang naar één toets. HetCvTE blijft in aanloop naar de wijziging naar één centrale aanbieder dekwaliteit van de doorstroomtoetsen bewaken en versterken.Bij de voorgestelde wijziging naar het stelsel met één centrale aanbiedervan de doorstroomtoets dienen nog verschillende keuzes gemaakt teworden over de stelselinrichting. Deze keuzes zijn van groot belang voorde stabiliteit, uitvoerbaarheid en draagvlak binnen het toetsstelsel. Zomoet in de governance worden bezien welke partij verantwoordelijk wordtvoor de ontwikkeling van de toets, wie de toets gaat aanbieden en opwelke wijze de kwaliteit van de toets wordt bewaakt. Ik ga met toetsex-perts, betrokken partijen en belanghebbenden aan de slag om deaansluiting op het geactualiseerde curriculum, de toetsinhoud, de4Onderwijsraad (2026), Kijk anders naar toetsing: Kijk anders naar toetsing | Onderwijsraad.:p.50.5Onderdeel van de evaluatie Wet doorstroomtoetsen PO.6Verkenning van scenario’s voor de afname van één doorstroomtoets | Rapport | Rijksover-heid.nl7Onderwijsraad (2026), Kijk anders naar toetsing: Kijk anders naar toetsing | Onderwijsraad.8Inclusief een passend doorstroomtoetsaanbod voor ondersteuningsbehoeftenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8803 mogelijkheid en wenselijkheid tot adaptiviteit van de digitale toets9, deverhouding tussen toetsmodi en aansluiting op de behoeften van scholenen leerlingen goed uit te werken. Ook zal ik kijken naar het effect van dezewijziging op de leerlingvolgsystemen. De uitwerking van het stelsel metéén aanbieder is een grote opgave die tijd kost om dit op een goedemanier voor alle leerlingen te regelen. Mijn inzet is een stabiel stelsel metzo min mogelijk wijzigingen door de jaren heen.Toepassing Caribisch NederlandOok de BES-eilanden zijn verplicht een doorstroomtoets af te nemen.10 OpBonaire is recent een eigen doorstroomtoets ontwikkeld en de evaluatiedaarvan is nog gaande. Daarom is het nu te vroeg om CaribischNederland ook gelijk mee te nemen in de voorgestelde wijziging naar ééncentrale aanbieder in Europees Nederland. Mede in het kader van delopende aanbesteding wordt onderzocht of en wanneer aansluiting bij devoorgestelde wijziging voor Europees Nederland passend is voor Bonaire.Doorontwikkeling inhoud en functie doorstroomtoetsNaast de ontwikkelingen rondom de vorm van de doorstroomtoets, werkik aan de doorontwikkeling van de functie en inhoud van de toets.11 Heteerdergenoemde advies van de Onderwijsraad over toetsing neem ikdaarbij mee. Ook betrek ik daarbij de verschillende door uw Kamer geuitewensen ten aanzien van de inhoud van de doorstroomtoets.Onderzoek praktische vaardigheden in doorstroomtoetsUw Kamer heeft mij verzocht te onderzoeken of praktische vaardighedenin de doorstroomtoets kunnen worden opgenomen, om zo – naastcognitieve vaardigheden – ook praktische vaardigheden positief teherkennen en erkennen.12 Bijgaand (bijlage 3) stuur ik u het onderzoekvan CitoLab naar het waarderen van praktische vaardigheden in hetprimair onderwijs. Vooralsnog biedt dit onderzoek helaas geen aankno-pingspunt om praktische vaardigheden op te nemen in de doorstroom-toets.13 Praktische vaardigheden komen in principe tot uiting in concretehandelingen, die zich niet goed laten toetsen in traditionele (gestandaardi-seerde) vormen van toetsen. Toch zou ik graag een mogelijkheid voor hetwaarderen van praktische vaardigheden willen ontwikkelen maar datvergt nadere verkenning en uitwerking. Een uitgebreidere reactie op deaanbevelingen van dit onderzoek volgt samen met de beleidsreactie ophet advies van de Onderwijsraad over toetsing.Apart toetsadvies praktijkonderwijsUw Kamer heeft mijn ministerie verzocht een apart toetsadvies praktijkon-derwijs mogelijk te maken.14 Ik ben aan het uitzoeken hoe en op welketermijn dit mogelijk gemaakt kan worden. De genoemde termijn,schooljaar 2026–2027, is niet haalbaar. Voor een zorgvuldige invoering zijn9Bij een adaptieve toets wordt de moeilijkheidsgraad van de vraag aangepast aan de vaardig-heden van de leerling.10WPO BES, artikel 51b.11Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 872.12Motie van de leden Beertema en Paul: Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 VIII nr.143.13Parallel loopt er tot 2029 een promotieonderzoek naar de mogelijkheden om praktijkgerichtevaardigheden te meten en toetsen in de doorstroomtoets, waar wellicht andere uitkomsten uitvoort komen: Praktische vaardigheden meten in de doorstroom naar het vo | CitoLab.14Motie van de leden Boomsma (JA21) en Rooderkerk (D66): Tweede Kamer, vergaderjaar2025–2026, 36 745, nr. 19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8804 verschillende stappen nodig, waaronder aanpassingen in regelgeving,uitvoering en communicatie. Vóór het einde van 2026 kom ik bij uwKamer terug met een overzicht van de benodigde stappen voor invoeringen per wanneer deze haalbaar zijn.Gewicht doorstroomtoets in schooladviesUw Kamer heeft opgeroepen het gewicht van de doorstroomtoets af tehalen en de toetsuitslag als ondersteuning van het schooladvies van deleerkracht te laten meewegen.15 Zoals mijn voorganger in debat met uwKamer heeft aangegeven is de toets momenteel ook al een ondersteunendhulpmiddel naast bestaande gegevens over de leerling. De maatregel«bijstellen schooladvies» verplicht scholen het schooladvies bij te stellen,wanneer de leerling op de toets laat zien meer uitdaging aan te kunnen.16Het is onverstandig deze maatregel in het huidige stelsel af te schaffen:jaarlijks zouden duizenden leerlingen hierdoor een schooladvies krijgendat niet passend is bij de vaardigheden die zij op de toets lieten zien,bijvoorbeeld meiden die te maken krijgen met een (onbewuste) onder-schatting van hun vaardigheden.17 Uit monitoringsonderzoek blijkt dat detoets als tweede objectief gegeven nog steeds nodig is om leerlingen eenpassend schooladvies te geven.18 Ook het advies van de Onderwijsraadover toetsen onderschrijft deze functie van de doorstroomtoets.19 Scholenhebben en gebruiken al de vrijheid om af te wijken van bovengenoemdemaatregel, indien bijstellen van het schooladvies niet in het belang van deleerling is.20 Wanneer schooladviezen breder zijn en leerlingen met meerflexibiliteit kunnen starten in het vo, kan bekeken worden wat het gewichtvan de doorstroomtoets in die situatie moet zijn. Ik neem deze motiedaarom mee in de verkenning naar een breder schooladvies (ziehieronder).Verkenning breder schooladviesUw Kamer heeft middels de motie Rooderkerk verzocht te verkennen hoeleerlingen een breder schooladvies kunnen krijgen aan het einde van debasisschool, waardoor leerlingen later in de middelbareschooltijd dekeuze kunnen maken voor een definitieve, zo nodig smallere, richting.21Zoals toegezegd geef ik een update over deze verkenning.22 De huidigepraktijk is dat we relatief smalle schooladviezen hebben en dat scholenrelatief smalle onderbouwklassen aanbieden.23 Wanneer leerlingen een15Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293 nr. 834.16De werking van deze maatregel en uitzondering omtrent leerlingen met een voorlopigschooladvies praktijkonderwijs staan beschreven in de Handreiking schooladvisering:Handreiking schooladvisering (versie december 2025) | Rijksoverheid.nl17Zie Verschil in schooladvies tussen jongens en meiden – DUO Open Onderwijsdata, metbeantwoording schriftelijke vragen Tweede Kamer, 2025Z21151. Vóór invoering van dedoorstroomtoets kregen jaarlijks ca. 8500 meiden een bijgesteld schooladvies, ná invoeringvan de DST 21.000. Gegevens van schooljaar 2024–2025 zijn te vinden in DUO Monitorschooladvies en doorstroomtoets 2024–2025.18DUO Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2024–2025, beleidsreactie in: Tweede Kamer,vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 872.19Onderwijsraad (2026), Kijk anders naar toetsing: Kijk anders naar toetsing | Onderwijsraad.20Bij meer dan één op de vier leerlingen die op de doorstroomtoets laten zien over meervaardigheden te beschikken dan verwacht, wordt het schooladvies niet bijgesteld. Ook wordthet schooladvies vaak maar gedeeltelijk bijgesteld, bijvoorbeeld door van een enkelvoudigadvies naar een dubbelvoudig advies te gaan. Zie DUO Monitor schooladvies en doorstroom-toets 2024–2025.21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293 nr. 817.22Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293 nr. 854.23Op dit moment zijn er voor het regulier onderwijs tien mogelijke schooladviezen (pro,vmbo-bb, vmbo bb/kb, vmbo-kb, vmbo-kb/tl, vmbo-tl, vmbo-tl/havo, havo, havo/vwo en vwo)en zes mogelijke toetsadviezen (pro/vmbo-bb, vmbo-bb/kb, vmbo-kb/tl, vmbo-tl/havo,havo/vwo en vwo).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8805 breder schooladvies zouden krijgen, dan moeten zij daarmee goed kunnenlanden in de onderbouw van het vo. Vo-scholen moeten hiermee uit devoeten kunnen. Om de schooladviezen te verbreden moeten we dus (ook)kijken naar de inrichting van de onderbouw in het vo. De verkenning naardeze verbreding loopt over drie sporen.1. Inventarisatie ervaren belemmeringen Het eerste spoor verkent de vraag wat de ervaren belemmeringen zijnvoor scholen bij het aanbieden van brede brugklassen of dakpanklassen.24Uit verschillende gesprekken met scholen kwam een divers beeld naarvoren. Er is veel enthousiasme bij scholen om hier, vanuit het oogpuntvan kansengelijkheid, energie in te steken.25 Veel scholen biedenleerlingen langer de tijd om een passende plek te vinden. Bijvoorbeeld inmavo/havo/vwo-brugklassen of in 10–14-scholen. Bredere stromen zijndus in de praktijk al mogelijk, maar scholen geven ook aan soms tegenknelpunten aan te lopen, zoals leermiddelen en toetsen die gescheidenzijn per onderwijsrichting, concurrentie van scholen die geen verbredingwillen aanbieden, voortkomend uit de schoolkeuze van ouders, differenti-atievaardigheden van leerkrachten en (veronderstelde) verwachtingenvanuit de inspectie. Tegelijk leven er zorgen over leerlingen bij wie dejuiste onderwijsrichting al vroeg duidelijk is, met name vanuit hetpraktijkonderwijs en gymnasia. Ook de behoeftes van deze leerlingen wilik meenemen in beleid.2. Vermindering verkokering Het tweede spoor zet in op minder verkokering in de onderbouw van hetvo. De onderbouw van het vo wordt vaak ingericht naar leerwegen in debovenbouw, met name in het vmbo. Zo zijn er veel vmbo-scholen dieaparte onderbouwklassen aanbieden voor bijvoorbeeld bb-, kb- oftl-niveau, terwijl de wet dit helemaal niet voorschrijft. Ik verken daarommet een aantal vmbo-scholen of één onderwijsprogramma voor dezegroep leerlingen in de onderbouw mogelijk is en wat dit vraagt van deschool.263. Kennisontwikkeling en kennisdeling Het derde spoor zet in op kennisontwikkeling over hoe de geconstateerdebelemmeringen weggenomen kunnen worden en wie daarvoor aan zet is.Er is al veel bewijs dat het voor kansengelijkheid goed is om leerlingen24De brugklas is de eerste (soms ook tweede of derde) klas van het vo. We onderscheidencategorale oftewel homogene brugklassen, met één schooltype, bijvoorbeeld havo. Daarnaastzijn er brede oftewel heterogene brugklassen met twee of meer schooltypes gecombineerd.Dakpanbrugklassen zijn daarin de smalste vorm van brede brugklassen: daar is sprake vantwee schooltypes, bijvoorbeeld havo/vwo.25Zo hebben 728 vo-scholen met subsidie op grond van de subsidieregeling heterogenebrugklassen (2022–2023) hun aanbod van brede brugklassen uitgebreid en doorontwikkeld.26Op initiatief van de raden werkt een adviesteam vanuit scholen aan een advies over deovergang po-vo (verwacht eind 2026): Adviesteam Overgang PO-VO officieel van start |PO-Raad. De Onderwijsraad verwacht begin 2027 klaar et zijn met hun Stelselverkenning naarde inrichting van het onderwijs | Onderwijsraad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8806 later te selecteren.27 Scholen geven aan dat er daarnaast behoefte is aanmeer kennis over het inrichten van brede brugklassen. Samen met onderandere het Landelijk Expertisepunt po-vo, de Gelijke Kansen Alliantie ende VO-raad werk ik aan de benodigde kennisdeling en ondersteuning. Metde leertrajecten van NKO wordt de kennisbasis over dit thema verderuitgebouwd, bijvoorbeeld over het effect van verschillende brugklasvari-anten op cognitief sterkere leerlingen.28 We blijven in gesprek met deInspectie over de uitwerking van toezicht op brede stromen, en hoeeventuele misverstanden over dat toezicht mogelijk kunnen wordenweggenomen.StimulerenDit kabinet wil aansluiten bij de wens van scholen om aan de slag te gaanmet het versoepelen van de overgang van po naar vo en bredere stromenin de onderbouw van het vo. Dit doen we met de subsidieregelingverbinding po-vo. Momenteel werken 150 coalities van po- en vo-scholenaan een soepele overgang voor leerlingen zodat zij hun leerprestaties inlijn met hun potentie voortzetten en met zelfvertrouwen starten in debrugklas. De opbrengsten van de subsidieregeling worden momenteelgeëvalueerd. In het coalitieakkoord zijn daarnaast middelen beschikbaargesteld om te werken aan een goede beschikbaarheid van brederonderwijs. Scholen kunnen hier zelf ook al mee aan de slag en ik roepscholen dan ook op dat te gaan doen. Ik rapporteer uw Kamer hierover nade zomer.De versoepeling van de overgang van basis naar middelbaar onderwijs iseen complex transitievraagstuk. Een beweging richting een brederschooladvies vergt naast een grotere flexibiliteit binnen de onderbouwvan het vo ook een maatschappelijke omslag. De nadruk hoort te liggenop het vinden van vervolgonderwijs dat goed past bij de talenten van eenleerling. Dit vraagt bijvoorbeeld dat meer ouders kiezen voor scholen enschoolrichtingen die goed aansluiten op de brede talenten van hun kind.Tot slotIn deze brief ben ik ingegaan op verschillende verzoeken van uw Kamerrondom de doorstroom van het primair naar het voortgezet onderwijs.Zoals toegelicht in de brief zie ik kansrijke aangrijpingspunten om met eenwijziging naar één centrale aanbieder van de doorstroomtoets hetonderwijsveld de duidelijkheid te bieden die nodig is. Graag ga ik op kortetermijn met uw Kamer en het onderwijsveld in gesprek over dit voorstelom daarna de plannen verder te concretiseren. Na de zomer ontvangt u27O.a. adviezen en rapportages van de Sociaal-Economische Raad (SER) (2021) Gelijke kansen inhet onderwijs – Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen, de Onderwijsraad(2021) Later selecteren, beter differentiëren | Onderwijsraad en (2019) Doorgeschotendifferentiatie in het onderwijsstelsel. Stand van educatief Nederland 2019, het Sociaal enCultureel Planbureau (SCP) (2021): Samen of gescheiden naar school; De betekenis van socialescheiding en ontmoeting in het voortgezet onderwijs en het Centraal Planbureau (CPB) (2020):Ongelijkheid van het jonge kind. Recente onderzoeken zijn Elffers, L. (2022), Onderwijs maakthet verschil: kansengelijkheid in het Nederlandse onderwijs; Terrin, É., & Triventi, M. (2023),The effect of school tracking on student achievement and inequality: A meta-analysis; SEO &Sardes (2024), Meerwaarde heterogene brugklassen en capaciteitentesten; KohnstammInstituut (2024): Doorstroom in een kansrijk stelsel | Rijksoverheid.nl.28Zie Doorstroom in een kansrijk stelsel | Nationaal Kennisinstituut Onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8807 van mij een reactie op het advies van de Onderwijsraad «Kijk anders naartoetsing», waarin ik ook inga op de verschillende functies van toetsing enhoe we daarmee omgaan.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8808

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 44bfa4d00ee87a37

14 okt 2026 · d7f5d46ad5497fde

13 okt 2026 · 5e5d5c90af1d19fd

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.