Herziening regels rondom het stichten, instandhouden en opheffen van scholen
Brontekst
Versie 2aa8ed75f1bcec04 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 050Wijziging van diverse onderwijswetten door hetwijzigen van de systematiek van het inaanmerking brengen voor bekostiging vannieuwe openbare en bijzondere scholen zodat ermeer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod(Wet meer ruimte voor nieuwe scholen)Nr. 64 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Onderwijs biedt vooruitgang: voor leerlingen en hun ontwikkeling, maarook voor onze samenleving en ons land. Onderwijs is bepalend voor deuitgangspositie van kinderen, voor vervolgonderwijs en voor een levenals vrije, zelfstandige volwassene. In Nederland staat de kwaliteit van hetonderwijs al geruime tijd onder spanning. Dit wordt mede veroorzaaktdoor de oplopende personeels- en huisvestingstekorten.De huidige regels rondom het stichten, instandhouden en opheffen vanscholen zorgen voor extra druk op de oplopende personeels- en huisves-tingstekorten, wat een risico vormt voor de onderwijskwaliteit. Eenbelangrijke factor binnen die regels is het grote aantal te kleine basis-scholen in ons land. Er zijn honderden basisscholen die onder degedifferentieerde gemeentelijke opheffingsnorm zitten. In het licht van dehuidige tekorten is het niet langer houdbaar om zoveel te kleine scholen instand te houden. Om het scholenlandschap toekomstbestendig in terichten, is het nodig de regels te herzien.Vanwege de grote samenhang tussen stichten, instandhouden enopheffen kan niet aan één knop worden gedraaid, maar moet het geheelaan regels worden bezien. We zijn hierover al enige tijd met veldpartijenin gesprek. Uit deze gesprekken, verschillende onderzoeken en deevaluatie van de stichtingsprocedure is een aantal zaken naar vorengekomen die aanpassing behoeven. Deze zijn hieronder uiteengezet. kst-35050-64ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 641 Stichten van nieuwe scholenHuidige regelgevingElk jaar komen er nieuwe scholen bij in Nederland.1 Dit is een groot goeddat voortvloeit uit onze Grondwet (artikel 23): iedereen is vrij om eenschool te stichten mits deze aan een aantal eisen voldoet. Met de wetMeer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) zijn de aanvraagprocedurevoor een nieuwe school en de eisen waaraan een aanvraag moet voldoen,ingrijpend veranderd. Een nieuwe school hoeft niet langer te behoren toteen erkende richting (zoals protestants-christelijk). Allereerst omdat derichting van een school voor steeds meer ouders van ondergeschiktbelang is. Maar ook omdat het systeem ervoor zorgde dat het scholen-aanbod niet goed kon meebewegen met de behoeften van ouders enleerlingen.Met de wet MRvNS ligt de focus ligt op levensvatbaarheid en onderwijs-kwaliteit. De oude indirecte belangstellingsmeting, waarbij ouders geenstem hadden, is vervangen door een belangstellingsmeting onder ouderswonend in het voedingsgebied met kinderen in bepaalde leeftijdscatego-rieën. De levensvatbaarheid is van belang in het licht van de tekorten enmoet ook in de praktijk worden aangetoond; als scholen halverwege decursusduur onvoldoende leerlingen hebben dan stopt de bekostiging.Daarbij wordt uitgegaan van de stichtingsnorm, wat een significanthogere norm is dan de opheffingsnorm.Ook is een kwaliteitstoets onderdeel van de wet MRvNS. Alleen als deinspectie positief is over alle zes deugdelijkheidseisen2 en dus de teverwachten onderwijskwaliteit, krijgt de school een positief bekostigings-besluit.Evaluatie van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS)De wet is de afgelopen vijf jaar gemonitord en geëvalueerd. Voor2026–2030 en 2031–2035 zijn nog twee evaluatieperiodes gepland. In deevaluatie valt te lezen dat de wet doet waarvoor hij bedoeld is: er zijnnieuwe scholen opgericht die aansluiten op de behoeften van ouders enleerlingen. De belangstellingsmeting stelt ouders in staat zich uit tespreken over hun onderwijswensen. Uit de evaluatie en cijfers van deinspectie blijkt dat de onderwijskwaliteit naar behoren is. Van de 96scholen die sinds 2023 zijn gestart, kregen 70 scholen een voldoende en23 een oordeel onvoldoende of zeer zwak. Van drie scholen is hetinspectieoordeel nog niet definitief. De inspectie heeft tot nu toe 10 (vande 23) herstelonderzoeken afgerond en kende alle scholen daarna eenvoldoende toe. De andere herstelonderzoeken zijn nog niet afgerond. Ooklaat de evaluatie zien dat nieuwe scholen onderwijspersoneel aantrekken,dat niet eerder werkzaam was bij een andere school. Tot slot ziet 78% vande gemeenten de nieuwe school als een aanvulling op het bestaandeaanbod.Sinds de invoering van MRvNS zijn meer scholen gesticht, met name inhet basisonderwijs. Hoewel deze ontwikkeling was verwacht en het aantalnieuwe po- en vo-scholen (96) beperkt is ten opzichte van het totaal aantalscholen (circa 7.500), kan een nieuwe school grote impact hebben op eenlokale situatie (bijvoorbeeld voor de onderwijshuisvesting en depersoneelstekorten). Zo staat een gemeente aan de lat om binnen veertien1In de bijlage treft u de cijfers en duiding van de aanvraagronde 2025 – 2026 aan.2De zes deugdelijkheidseisen zijn: aanbod, burgerschapsonderwijs, zicht op ontwikkeling enbegeleiding, extra ondersteuning, onderwijstijd en bestuur en intern toezichtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 642 maanden passende onderwijshuisvesting te organiseren. Dit kan extradrukken op de toch al schaarse huisvesting, met name in (grote) steden.Meer grip op het aantal nieuwe scholen binnen bepaalde regio’s isdaarom steeds meer noodzaak. Ik ga breed verkennen welke mogelijk-heden daartoe zijn.Uit de evaluatie blijkt verder dat sommige gemeenten zich zorgen makenover de maatschappelijke gevolgen van nieuwe scholen. Met betrekkingtot onderwijssegregatie wijzen gemeenten op het feit dat er scholenworden opgericht die gestoeld zijn op vernieuwende onderwijsconceptenof religieuze overwegingen, en dat dit de segregatie verder in de hand zoukunnen werken.3 De cijfers uit de evaluatie bevestigen deze zorg niet.4De verschillende belangenorganisaties5 in het onderwijs zijn van meningdat de stichtingsprocedure positieve en negatieve effecten heeft. Zij zijnpositief over de vrijheid van onderwijs en de bijbehorende keuzevrijheidvan ouders. Ook waarschuwen ze voor ondoordachte snelle wijzigingenaan de wet. Minder positief zijn de belangenorganisaties over de druk vannieuwe scholen op de bestaande verhoudingen, de bestaande scholen enhet openbaar onderwijs. Ze noemen ook dat nieuwe scholen extra drukleggen op onderwijshuisvesting en het lerarentekort. De belangenorgani-saties dragen verschillende opties aan om de stichtingsprocedure teverbeteren.Als invulling van het coalitieakkoord en om tegemoet te komen aan dezorgen van belanghebbenden, werk ik verschillende verbetermaatregelenuit in een wetsvoorstel en in lagere regelgeving. Hiermee doe ik de motievan Paul (VVD) en Van Meenen (D66)6 af.Wetsvoorstel Praktische verbetering stichtingsprocedureIn samenspraak met gemeenten en schoolbesturen werk ik aan hetwetsvoorstel Praktische verbetering stichtingsprocedure (PVS). Ditwetsvoorstel:–geeft gemeenten maximaal 3 jaar en 6 maanden de tijd om een schoolte huisvesten (momenteel is dat maximaal 2 jaar en 2 maanden);–past de termijnen van de stichtingsprocedure aan zodat de belangstel-lingsmeting voortaan in het voorjaar kan plaatsvinden (is nu dezomerperiode). De procedure sluit daarmee ook beter aan bij degemeentelijke plannings- en controlcyclus;–schrapt dubbelingen bij de aan te leveren documentatie van initiatief-nemers aan DUO en de inspectie;–verbetert enkele specifieke vo-onderdelen, namelijk:•verduidelijkt wanneer een vo-school volgroeid is (en dus kanworden gehouden aan de opheffingsnormen);•zorgt dat de tussentijdse toets in het vo op de leerlinggroei weer inalle gevallen uitvoerbaar is voor DUO. Aanstaande oktober kannamelijk één vo-school niet worden getoetst, omdat niet kan3In het geval van de komst van een nieuwe school maken 5 op de 10 gemeenten zich zorgen omonderwijssegregatie als gevolg. In geval van een verzelfstandiging of splitsing maken slechts 2op de 10 gemeenten zich hier zorgen over. (Oberon. Evaluatie Wet Meer Ruimte voor NieuweScholen. 2026)4Analyses uit de evaluatie laten zien dat nieuwe basisscholen onder de MRvNS-wet nauwelijksinvloed hebben op segregatie. Voor het voortgezet onderwijs lijkt de segregatie toe te nemen,maar door het beperkte aantal nieuwe scholen en andere ontwikkelingen is dit niet direct aande komst van nieuwe scholen toe te schrijven.5In maart en april 2026 heeft het Ministerie van OCW gesproken met vertegenwoordigers vanVerus, VGS, ISBO, VOS-ABB, VOO, Ouders en Onderwijs, ROV, PO-Raad, VO-raad en de VNG.6Motie Paul en Van Meenen: Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 050, nr. 51.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 643 worden vastgesteld welke schoolsoort (zoals mavo of havo)(on)voldoende leerlingen heeft;•maakt het mogelijk dat gesplitste vo-scholen geen jaar hoeven tewachten tot zij van start kunnen, en•verlaagt de opheffingsnorm voor vbo-profielen.Ik overweeg om nog enkele uitvoeringstechnische punten toe te voegenom de administratieve lasten voor DUO, schoolbesturen en gemeententerug te dringen. Ik overweeg daarnaast om de basis voor de tussentijdsetoets, waarbij scholen worden getoetst op hun groei richting de stich-tingsnorm, aan te passen van lineair naar exponentieel. Het wetsvoorstelPVS wordt nog dit jaar naar de Raad van State gestuurd en moet naasteen verbetering van administratieve lasten dus ook bijdragen aan eenbetere balans in het vinden van geschikte huisvesting.Verbeteren van het gesprek in de regioElk bevoegd gezag dat een nieuwe school wil stichten, is verplicht om deandere schoolbesturen in de regio, de gemeente en het samenwerkings-verband passend onderwijs uit te nodigen voor een gesprek. Dit gesprekis gericht op vroegtijdige afstemming en het bevorderen van de samen-werking. Het gesprek zou er bijvoorbeeld toe kunnen leiden dat hetstichten van een nieuwe school niet nodig blijkt. Initiatiefnemers,gemeenten en schoolbesturen laten weten dat samenwerking vaak nietwordt gevonden. Ik wil dat het gesprek meer procesmatige en inhoude-lijke vereisten krijgt om zo een betere samenwerking tot stand te brengen.Het gesprek in de regio moet meer gewicht krijgen en beter gepositio-neerd worden met een wijzigingsvoorstel dat ik het komende half jaar metbetrokkenen uitwerk en in mijn volgende Kamerbrief over dit onderwerpaan uw Kamer voorleg.Regierol gemeentenElke variant waarbij een gemeente (mee)beslist over de komst van eennieuwe school stuit op grondwettelijke bezwaren en vraagt dus om eenwijziging van de Grondwet. De grondwettelijke stichtingsvrijheid kan doorde overheid alleen met uniforme bekostigingscriteria (zoals een belang-stellingsmeting of stichtingsnormen) op rijksniveau (niet decentraal)worden begrensd. De overheid gaat dus niet over de wenselijkheid vaneen nieuwe school. Zo voorkomen we willekeur en garanderen we gelijkebehandeling. In het coalitieakkoord is afgesproken artikel 23 van deGrondwet niet te wijzigen. Ik beschouw de motie Kisteman7 hiermee alsafgedaan.StartbekostigingUit de evaluatie en uit het recente onderzoek naar startbekostiging blijktdat deze in het basisonderwijs niet toereikend is, zeker voor nieuwescholen van nieuwe schoolbesturen. De startbekostiging is bedoeld voorde kosten voorafgaand aan de opening van de nieuwe school (en looptdus voor op de reguliere bekostiging) en wordt twee á drie maanden voorde opening uitgekeerd aan het schoolbestuur van de nieuwe school. Ikben van plan de startbekostiging eerder in het jaar uit te keren.Overige thema’sDe komende evaluatieperiode (2026–2030) zal meer licht werpen oponderwijssegregatie, onderwijskwaliteit, het lerarentekort, de positie vanbestaande scholen en specifiek de positie van het openbaar onderwijs.7Motie Kisteman. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 644 Voor deze thema’s is meer tijd nodig om de effecten goed in kaart tebrengen. Ten tijde van het eerste evaluatierapport waren de eerste nieuwescholen namelijk pas anderhalf jaar open. Hierdoor konden de onder-zoekers slechts eerste beelden geven van de effecten van de wet.Instandhouden en opheffen van basisscholenDe huidige regelsOm een school goed draaiende te houden en goed onderwijs te biedenzijn voldoende leerlingen een randvoorwaarde. Daarom kent elkegemeente van Nederland een eigen opheffingsnorm, gebaseerd op deleerlingdichtheid. Scholen in dunbevolkte gebieden hebben een lagereopheffingsnorm en mogen dus kleiner zijn dan scholen in grote steden.Deze differentiatie is nodig om te zorgen dat op alle plekken in het landvoldoende scholen overblijven om de thuisnabijheid van het onderwijs tekunnen garanderen.Als het leerlingenaantal op een school zich gedurende drie opeenvol-gende jaren onder de gemeentelijke opheffingsnorm bevindt, wordt debekostiging van de school beëindigd tenzij van een uitzonderingsgrondgebruik wordt gemaakt. Momenteel houden deze uitzonderingsgrondenongeveer 500 van de grofweg 6.000 basisscholen in stand. Deze uitzonde-ringsgronden schieten de uitgangspunten van de gedifferentieerdeopheffingsnormen voorbij.Onbedoeld wordt de instandhouding van te kleine scholen extra gestimu-leerd door de kleinescholentoeslag (hierna: KST). Deze wordt momenteeluitgekeerd aan alle scholen met minder dan 150 leerlingen. In combinatiemet de uitzonderingsgronden maakt de KST het mogelijk – en soms zelfsaantrekkelijk – voor schoolbesturen om te kleine scholen in stand tehouden terwijl deze niet noodzakelijk zijn voor een aanbod van thuisnabijonderwijs.Voorstel wijzigingenOver de eerste stappen in de wijzigingen van de regels voor het instand-houden en opheffen van basisscholen hebben mijn ambtsvoorgangers uwKamer in december 2024 en juli 2025 geïnformeerd.8 Om de opheffings-normen consistenter tot hun recht te laten komen en daarmee het groteaantal te kleine scholen terug te brengen, wil ik in ieder geval de uitzonde-ringsgrond «gemiddelde schoolgrootte» schrappen en de kleinescholen-toeslag omvormen. De kleinescholentoeslag wordt dan alleen noguitgekeerd aan scholen in een gemeente met een opheffingsnorm van 150of lager. Hierdoor verdwijnen de prikkels voor bestuurders om te kleinescholen in stand te houden.Om te helpen voorkomen dat dusdanig veel scholen sluiten dat er gatenin het scholenaanbod vallen komt er een nieuwe uitzonderingsgrond opbasis van een afstandscriterium. Het uitgangspunt van de nieuweuitzonderingsgrond is dat schoolbesturen de mogelijkheid krijgen omomwille van bereikbaarheid een te kleine school open te houden. Op basisvan analyses en gesprekken die er sinds 2024 zijn gevoerd, denk ik aaneen afstandscriterium van 3 kilometer tussen de te kleine school en dedichtstbijzijnde andere school, hemelsbreed gemeten. Ook de laatsteschool van de richting in een straal van een aantal kilometer kan8Zie: Kamerbrief over aanpassingen in het stelsel van instandhouding en opheffing basisscholen| Rijksoverheid.nl en Kamerbrief over stand van zaken instandhouding in het basisonderwijs enupdate regiobijeenkomsten | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 645 bekostigd blijven, ook wanneer het leerlingaantal onder de gemeentelijkeopheffingsnorm ligt.Gevolgen van wijzigingenDe voorgestelde wijzigingen zullen er niet toe leiden dat kinderen thuiskomen te zitten of zo ver moeten reizen dat naar school fietsen niet meermogelijk is. Daar waar nodig, zullen kleine scholen gewoon blijvenbestaan. Bijvoorbeeld in dunbevolktere regio’s. In stedelijke gebieden isdit anders. Hier creëren de wijzigingen noodzaak voor schoolbesturen omin samenspraak met andere schoolbesturen in hun omgeving en met degemeente te onderzoeken hoe de onderwijscapaciteit in de regio het bestekan worden ingezet. Daarmee kunnen besturen en gemeenten de druk ophet personeels- en huisvestingstekort en dus op de onderwijskwaliteitverminderen. Een fusie biedt voor ouders, leerlingen, en onderwijsper-soneel een soepelere overgang dan de opheffing van een school. Ikmoedig schoolbestuurders, zeker in stedelijke gebieden, dan ook aan ommogelijkheden voor fusies van hun (te) kleine scholen te onderzoeken.Wijzigingen besproken met het veld (najaar 2025)Om er zeker van te zijn dat de overgang naar gewijzigde regels zo soepelmogelijk verloopt, hecht ik eraan dat voldoende tijd wordt genomen omde voorgestelde wijzigingen uitvoerig te bespreken en te toetsen. Vooreen deel van de voorgestelde wijzigingen is dit al gebeurd tijdens deregiobijeenkomsten die in het voorjaar 2025 hebben plaatsgevonden.9Graag informeer ik u hieronder over de regiobijeenkomsten die in hetnajaar van 2025 hebben plaatsgevonden, waarin verder uitgewerktemogelijke wijzigingen met het veld zijn besproken. In deze bijeenkomstenlag de focus op kansen en uitdagingen bij fusies en samenwerking tussenschoolbesturen.Fusies en samenwerkingHet komen tot een fusie of een samenwerkingsschool kost veel tijd, gelden inspanning, lieten schoolbesturen in de regiobijeenkomsten weten.Temeer wanneer er geen of weinig ervaring is met het fusieproces, ofwanneer onrust ontstaat in de lokale gemeenschap. Naar aanleiding vandeze signalen onderzoekt het Ministerie van OCW of er mogelijkheden zijnom besturen die willen fuseren of een samenwerkingsschool willenvormen, met expertise te ondersteunen. Ook werkt het ministerie aanverschillende manieren om de informatie over fusies en samenwerkings-scholen met het onderwijsveld te delen, bijvoorbeeld via handreikingen.Hieronder valt ook de handreiking voor lokale initiatieven die eenzelfstandige school willen oprichten of behouden, die aan uw Kamer istoegezegd.Tijdens de regiobijeenkomsten hebben schoolbestuurders en gemeentenook veel succesfactoren gedeeld die de kans van slag van een fusie ofsamenwerkingsschool vergroten. Graag deel ik graag de twee meestgenoemde.Als eerste gaven schoolbestuurders en gemeenten aan dat een succes-volle fusie of samenwerking vereist dat bestuurders, schoolleiders en degemeente een gedeeld beeld hebben en uitdragen over de noodzaak vande fusie of samenwerking, zodat ook leerlingen, ouders, onderwijsper-soneel en de lokale gemeenschap zich hiervan bewust worden. Daarbij9Zie voor informatie over de voorjaarssessies Kamerbrief over stand van zaken instandhoudingin het basisonderwijs en update regiobijeenkomsten | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 646 helpt het om alle belanghebbenden zo vroeg mogelijk te betrekken, zodatzij zich ook onderdeel voelen van de verandering.Als tweede noemden schoolbesturen en gemeenten de relevantie vanbestuurlijk lef, bijvoorbeeld om het belang van de leerlingen en de baatdie zij hebben bij een stabiele school met voldoende onderwijspersoneelte stellen boven het behoud van de eigen school zoals die op dat momentis. De relevantie van bestuurlijk lef noemden schoolbesturen engemeenten specifiek in het kader van de toegankelijkheid van hetopenbaar onderwijs. Dat kan in dunbevolkte gebieden met een sterkereligieuze signatuur onder druk komen te staan. Schoolbesturen makenzich zorgen dat met het vervallen van de uitzonderingsgrond gemiddeldeschoolgrootte veel kleine openbare scholen verdwijnen. Dat zou schurenmet artikel 23 van de Grondwet, waarin geregeld is dat er voldoendeopenbaar onderwijs moet zijn. Daarom onderzoeken we komend najaar ofhet nodig is om aanvullende maatregelen te treffen om de toeganke-lijkheid van het openbaar onderwijs te borgen, zoals ook gevraagd in demotie Beckerman.10Tijdens de regiobijeenkomsten zagen we veel mooie voorbeelden vanschoolbesturen en gemeenten die samenwerken om het scholenaanbodin hun regio toekomstbestendig te maken. Ook voordat de regels wordenaangepast, is er al veel mogelijk. Ik roep schoolbesturen en gemeenten opom, vooruitlopend op eventuele wijzigingen aan de regels, aan de slag tegaan met samen kijken naar hoe het scholenaanbod in hun omgeving hetbeste ingericht kan worden om goed onderwijs aan hun leerlingen tekunnen garanderen, nu en in de toekomst.Behoud van onderwijs in dunbevolkte regio’sNaast fusies en samenwerking kwam tijdens de regiobijeenkomsten in hetnajaar van 2025 een aantal andere thema’s en vraagstukken herhaaldelijkterug: de kansen die kleine of juist grotere scholen kunnen bieden voorhet passend onderwijs, de samenhang tussen het stichten van scholenenerzijds en het opheffen van scholen anderzijds, de rol van gemeentenvanuit hun verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, reeds gedaneinvesteringen in onderwijshuisvesting, en het belang van scholen die eenbredere maatschappelijke functie vervullen, bijvoorbeeld omdat ze eengebouw delen met een kinderopvang of bibliotheek.Ook spraken de deelnemers van de regiobijeenkomsten opnieuw veelover de balans tussen de doelen van eventuele wijzigingen aan regels,namelijk het toewerken naar een toekomstbestendig scholenaanbod, ende school als ankerpunt voor de gemeenschap. Een zorg die dedeelnemers in dat kader veel noemden was dat «de regio» geraakt zouworden door een wetswijziging die in de eerste plaats gericht zou zijn optekorten in de grote steden.Graag herhaal ik wat ook in de regiobijeenkomsten uitvoerig besproken is:dat de wijzigingen nodig zijn om de kwaliteit van het onderwijs in álleregio’s, in grote steden én in dunbevolkte regio’s te waarborgen. Het iswaar dat de lerarentekorten momenteel met name in grote steden wordengevoeld, maar de prognoses laten zien dat deze tekorten over tien jaar ookde rest van het land zullen raken.10Motie Beckerman. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 852.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 647 VestigingenbeleidNaast de wet- en regelgeving rondom instandhouden en opheffen en demogelijkheden rondom fusies en samenwerking bepalen ook de typenvestigingen die er bestaan het scholenaanbod. Momenteel zijn dit er drie:hoofdvestigingen, nevenvestigingen en dislocaties.Hoofdvestigingen, nevenvestigingen, dislocaties: wat zijndat?Een hoofdvestiging is het gebouw waarin een schoolbestuur eenschool sticht. Voor veel basisscholen is de hoofdvestiging de enigevestiging die de school kent.Sommige basisscholen hebben naast de hoofdvestiging ook eennevenvestiging. Nevenvestigingen zijn bij wet deel van dezelfdeschool als hun hoofdvestiging, maar functioneren in de praktijkdoorgaans zelfstandig. Zo’n nevenvestiging kan ontstaan wanneerwat eerst twee hoofdvestigingen waren fuseren, bijvoorbeeld omdatéén van de vestigingen een te laag leerlingenaantal had. Nevenvesti-gingen hebben dezelfde instellingscode (BRIN) als de hoofdvestigingwaar ze bij horen, maar een andere vestigingscode.Zowel hoofd- als nevenvestigingen hebben een duidelijke plaats inde wet, worden door DUO geregistreerd en ontvangen als vestigingvaste bekostiging. Voor dislocaties is dat anders. Dislocatieshebben géén plaats in de wet, worden door DUO niet erkend ofgeregistreerd en ontvangen als vestiging geen vaste bekostiging.Oorspronkelijk waren dislocaties bedoeld als bijgebouw om tijdelijkruimtegebrek op een hoofdvestiging op te vangen. Dat is ookwaarom dislocaties geen plaats hebben in de wet. In de praktijkzetten schoolbesturen dislocaties echter voor meer doeleinden in, enfunctioneren veel dislocaties net als hoofd- en nevenvestigingen alszelfstandige school. Dislocaties vallen onder dezelfde BRIN als dehoofdvestiging waar ze bij horen.Het bestaan van dislocaties leidt tot onvoorspelbaarheid over welke regelsgelden voor welke onderwijslocaties en tot onduidelijke verschillen hierin.Zowel de overheid als schoolbesturen hebben daar last van.Dislocaties worden niet geregistreerd, maar schoolbesturen kunnen zelfinformatie aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) doorgeven over deonderwijslocaties die onder hun bestuur vallen. Dit levert een incompleetbeeld op. Daarbij komt dat leerlingen die op dislocaties leskrijgen,ingeschreven staan op de hoofd- of nevenvestigingen waar de dislocatiedeel van uitmaakt. Op die manier vertroebelen dislocaties het beeld vanhet aantal leerlingen per vestiging. Deze vertroebeling kan grote gevolgenhebben voor de voorgestelde wijzigingen aan de regels: door het bestaanvan dislocaties kunnen er veel meer te kleine scholen zijn dan we nu inbeeld hebben. Bovendien kunnen te kleine scholen die onder de huidigeregels worden opgeheven, blijven voortbestaan als dislocaties. Ditbetekent dat er geen winst ontstaat op het gebied van personeels- enhuisvestingstekorten, en dus ook niet op het gebied van onderwijskwa-liteit.In de brief van juli 2025 is een extern onderzoek aangekondigd naar deinzet van dislocaties in het scholenaanbod. Dit onderzoek is eind 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 648 opgeleverd en begin 2026 met uw Kamer gedeeld.11 Uit het onderzoekblijkt dat dislocaties nu voor veel verschillende doeleinden wordeningezet. Een deel van deze doeleinden is van meerwaarde voor hetonderwijs, denk aan dislocaties die functioneren als bijgebouw bijruimtetekort of huisvesting bieden aan nieuwkomersonderwijs. Dezedislocaties wil ik behouden. Dit geldt echter niet voor alle doeleinden endislocaties. Om het scholenaanbod toekomstbestendig en voorspelbaar temaken, moet het beleid op dislocaties wijzigen. Dislocaties moetenworden geregistreerd en ingepast in het reguliere systeem van wet- enregelgeving, waardoor de inzet van dislocaties kan worden gereguleerd.VervolgprocesOp basis van de opbrengsten van de regiobijeenkomsten en deuitkomsten van het onderzoek naar dislocaties, is opnieuw naar de regelsgekeken en worden de voorstellen nader aangescherpt en uitgewerkt.Hiertoe is een klankbordgroep gevormd om belangenorganisaties,ouderorganisaties en vakbonden te betrekken. In het najaar wordenopnieuw gesprekken met schoolbestuurders en gemeenteambtenarengeorganiseerd. We blijven in gesprek met alle relevante veldpartijen,opdat we de voorgestelde wijzigingen zo zorgvuldig mogelijk vormgeven.Om de onderwijskwaliteit in ons land te borgen, moeten alle randvoor-waarden goed op orde zijn. Dit kunnen we enkel samen bereiken.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. Tielen11Oberon (2025). Dislocaties gelokaliseerd: Onderzoek naar de spreiding, kenmerken en redenenvan dislocaties in het primair onderwijs (auteurs: Bisschop, P., Carrilho, S., Gerritsen, S. DenHartog, R).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 649 RESULTATEN VIJFDE RONDE STICHTINGSAANVRAGENMet deze brief informeer ik uw Kamer ook over de bekostigingsbesluitendie dit jaar zijn genomen over stichtingsaanvragen voor nieuwe scholen.Aan uw Kamer is bij de totstandkoming van de wet toegezegd zowel denieuwe aanvragen (in november) als de uiteindelijk goedkeurde initia-tieven (in juni) per brief te communiceren. Aangezien de stichtingspro-cedure ondertussen enige jaren loopt, we daarbij zien dat na de aanvraag-periode nog flink wat initiatieven afvallen of afhaken en om de werklastzowel bij u als op mijn ministerie te verminderen stel ik voor uw Kamervanaf komende periode per junibrief het totaaloverzicht te sturen en geenaparte aanvraagbrief in november meer te sturen.Tussen 1 juni en 1 juli 2025 hebben 90 initiatiefnemers een pre-registratiegedaan bij DUO om hun voornemen voor het stichten van een nieuweschool kenbaar te maken. Deze initiatieven onderzochten in de hieropvolgende maanden de belangstelling voor hun initiatief. Uiteindelijkdienden vóór 1 november 52 van deze initiatiefnemers een aanvraag voorbekostiging in. Het ging om 34 aanvragen in het primair onderwijs en 18in het voortgezet onderwijs (vo).De afgelopen maanden hebben DUO en de inspectie de aanvragengetoetst op de wettelijke vereisten voor bekostiging. Zo controleert DUOde belangstellingsmeting, de VOG’s van de bestuurders en de leden vanhet intern toezicht en of de initiatiefnemer de onderwijspartijen in de regioheeft uitgenodigd voor een gesprek. Indien de aanvraag voldoet, volgteen kwaliteitstoets door de inspectie. Aan de hand van zes deugdelijk-heidseisen, waaronder zicht op de ontwikkeling en begeleiding vanleerlingen en het burgerschapsonderwijs, brengt de inspectie een positiefof een negatief advies uit ten aanzien van de aanvraag. Indien het adviesvan de inspectie negatief uitvalt of wanneer niet wordt voldaan aan éénvan de andere bekostigingsvereisten, wordt de aanvraag afgewezen. Deinitiatieven met een positief bekostigingsbesluit kunnen vervolgens hundeuren openen op 1 augustus 2027.12De resultaten van de vijfde stichtingsronde vindt u in onderstaande tabel.POVOAantal aanvragen3418Aantal afgewezen85Aantal goedgekeurd2613Soorten nieuwescholen22 nieuwe scholen en 4verzelfstandigingen13 nieuwe scholen, 4 splitsingen en 6uitbreidingen van bestaande vo-scholen)2Onderverdelingopenbaar/bijzonder4 openbare scholen en22 bijzondere scholen1 openbare school en 12 bijzonderescholen1 Het bevoegd gezag kan een aanvraag indienen om een nevenvestiging, die zich op een anderelocatie bevindt dan de hoofdvestiging van die school, te verzelfstandigen.2 Een bestaande school of scholengemeenschap kan worden gesplitst in twee scholen ofscholengemeenschappen. Het bevoegd gezag kan de school of scholengemeenschap (dieontstaat na splitsing van een school of scholengemeenschap) voor bekostiging in aanmerkingbrengen. Duiding cijfersHet totale aantal goedgekeurde aanvragen (39) is hoger dan vorig jaar(29). Het verwachte aantal scholen blijft binnen de verwachte bandbreedtevan 20 tot 50 aanvragen voor nieuwe scholen per jaar. De stijging is12In het geval van verzelfstandigingen van bestaande onderwijslocaties (po) vangt de start-datum voor bekostiging aan in hetzelfde kalenderjaar als het besluit, i.e. augustus 2026.BIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 6410 voornamelijk te verklaren door het vo. Als we kijken naar de goedge-keurde aanvragen in het vo zien we weinig nieuwe scholen (3), maarvooral een toename van uitbreiding van bestaande vo-scholen met andereonderwijsniveaus (6) en splitsingen van bestaande vo-scholen (4).Ronde 1(aanvraagin 2021)Ronde 2(aanvraagin 2022)Ronde 3(aanvraagin 2023)Ronde 4(aanvraagin 2024)Ronde 5(aanvraagin 2025)Ouderverklaringen10.3827.2805.4499.12510.152Pre-registraties10298767190Aanvragen5647394152Positieve besluiten3532312939Verleend uitstel voor de startvan de school8545n.n.b.Gestarte scholen (inclusiefverzelfstandigingen, uitbrei-dingen bestaande vo-scholenen splitsingen)34 inaugustus202331 inaugustus202431 inaugustus2025n.n.b.n.n.b. Kwaliteitsonderzoeken inspectieDe onderwijskwaliteit speelt een belangrijke rol in de stichtingsprocedure:niet alleen moet de inspectie vooraf positief adviseren ten aanzien van dete verwachten onderwijskwaliteit, maar ook bezoekt de inspectie denieuwe po- en vo-scholen in het eerste jaar na de start in het kader vaneen kwaliteitsonderzoek. Zo kan de inspectie erop toezien dat er ook in depraktijk wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.In de onderstaande tabel staan de uitkomsten van de kwaliteitsonder-zoeken. Scholen die een oordeel onvoldoende of zeer zwak kregen, zijnaan de slag gegaan met kwaliteitsverbetering. Vaak werd en wordthiervoor de hulp ingeroepen van de sectorale programma’s GoedWorden, Goed Blijven (po) en Leren Verbeteren (vo). Tot nu toe hebbenalle afgeronde hersteltrajecten geleid tot voldoendes.% voldoende% onvoldoendeof zeer zwak% onvoldoende of zeerzwak na hersteltermijnCohort 1 (start in ’23-’24)85%29 van de 3415%5 van de 340%0 van de 34Cohort 2 (start in ’24-’25)73%22 van de 3027%8 van de 3010%13 van de 30Cohort 3 (start in ’25-’26)259%19 van de 3231%10 van de 32n.n.b.1 dit percentage kan nog verder dalen, omdat het herstelonderzoek van drie scholen nog niet isafgerond.2 van drie scholen in dit cohort is het eerste kwaliteitsonderzoek nog niet afgerond. De percen-tages tellen daarom op tot 90% en niet tot 100%. Uit de laatste Staat van het Onderwijs13 blijkt dat 81% van de scholen eeneindoordeel «voldoende» krijgt, 19% krijgt een oordeel «onvoldoende» of«zeer zwak».13Inspectie van het Onderwijs (2026). Staat van het Onderwijs 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 050, nr. 6411
Gerelateerde bronnen
- De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over de uitwerking van de herziening van de kleinescholentoeslag in de dunbevolktheidstoeslag.
De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over de uitwerking van de herziening van de kleinescholentoeslag in de dunbevolktheidstoeslag.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.