KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op het verslag EU-Rapporteurs Circulaire Economie

19 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 90a60a45492d8fb0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 393 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 november 2025Op 24 september heeft de vaste commissie voor Infrastructuur enWaterstaat mij verzocht te reageren op het verslag over hetEU-rapporteurschap circulaire economie van de leden Gabriëls(GroenLinks-PvdA) en Buijsse (VVD).Allereerst wil ik de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, en derapporteurs Gabriëls en Buijsse in het bijzonder, hartelijk danken voor hetdefinitieve verslag. Het is goed te zien dat de commissie belang hecht aandit onderwerp. Hieronder ga ik in op de verschillende aanbevelingen. Mijnreactie volgt op de eerdere kabinetsreactie op het tussenrapport1 en sluitaan bij het recente non-paper over de Europese Circular Economy Act(CEA) die met uw Kamer is gedeeld via het Schriftelijk Overleg van deMilieuraad d.d. 20 oktober2.Reactie op de aanbevelingenAanbeveling 1: zorg voor meer (centrale) regie, sturing op en verantwoor-delijkheid voor circulaire economie in Nederland en zorg voor bijbeho-rende financiële middelen. Vertel het «grotere verhaal», maak het eengoed narratief en handel ernaar.Zowel de hierboven genoemde kabinetsreactie en non-paper, alsook deactualisatie van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE)3onderstrepen het belang van circulaire economie voor een toekomstbe-stendige economie en de opgaves op het gebied van milieu, klimaat enbiodiversiteit. Een duurzamer gebruik van grondstoffen vermindert onzerisicovolle strategische afhankelijkheden, stimuleert innovatie, draagt bijaan een schone leefomgeving en versterkt het EU-concurrentievermogen.Zoals ook gesteld in de begeleidende Kamerbrief bij de actualisatie van1Kamerstukken II, 2024–2025, 32 852, nr. 3232Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-08, nr. 10093Kamerstukken II, 2024–2025, 32 852, nr. 392 kst-32852-393ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3931 het NPCE, is een circulaire economie een economische no-brainer en desleutel tot een duurzame toekomst.Ik vind het belangrijk dat we dit narratief blijven uitdragen, zowel binnenNederland als in Europa. Daarmee zorgen we voor een herkenbaar entoekomstgericht beeld. Deze herkenbaarheid zorgt ervoor dat allebetrokken actoren, van overheid tot bedrijfsleven en samenleving, wetenwaar ze aan toe zijn. In de actualisatie van het NPCE wordt verderingegaan op de governance passend bij deze aanpak en opgave, alsookop de beschikbare middelen hiervoor. Het is vervolgens ook aan eenvolgend kabinet om hier (verder) uitvoering en uitwerking aan te geven eneventueel aanvullende middelen voor vrij te maken.Aanbeveling 2: Geef meer aandacht aan circulaire financiering en geef aanwat het stappenplan is voor de opbouw daarvan.Het kabinet onderschrijft dat circulaire financiering een belangrijkaandachtspunt is voor de transitie naar een circulaire economie. Destijgende grondstofprijzen en schaarste maken het essentieel datcirculaire bedrijfsmodellen economisch haalbaar en aantrekkelijk worden,zodat Nederland en Europa minder afhankelijk zijn van externe bronnenen tegelijkertijd nieuwe markten en banen creëren. Ik ben het dan ook zeereen met de aanbeveling dat er meer aandacht moet zijn voor circulairefinanciering.Het kabinet zet daarom actief in op samenwerking met private financiers,zoals banken. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van de CirculairRisk Scorecard (CRS) door de Kopgroep Circulair Financieren. De CRShelpt bij een realistischer inschatting van de langetermijnbedrijfsrisico’svan ondernemingen en bij het verzamelen van (geanonimiseerde)gegevens over (default)risico’s van circulaire en niet-circulaire bedrijven.Dit ondersteunt financiële instellingen bij een beter begrip en beoordelingvan circulaire bedrijfsmodellen en kan de toegang tot financiering voorcirculaire initiatieven verbeteren.Naast samenwerking met banken onderzoekt het kabinet, samen metrelevante ministeries, slimmere financiële prikkels, zoals investeringsaf-trekken en fiscale voordelen, die circulaire ondernemers helpen. Uitevaluaties blijkt dat zulke regelingen vaak een multiplicatoreffect hebbenop private investeringen. En ten slotte is er een duidelijk streven om dekostenstructuur van circulaire bedrijven concurrerend te maken tenopzichte van lineaire bedrijven, die vaak onzichtbare kosten (zoalsmilieuvervuiling) niet in hun prijs verwerken. Dit vraagt om structurelebeleidsmaatregelen om oneerlijke voordelen te verkleinen, zoalsbijvoorbeeld het stimuleren van circulaire producten en materialen en hetvoor consumenten beter inzichtelijk maken van de verborgen kosten. Indit kader is het ook goed om te verwijzen naar de brief van de Staatssecre-taris van Financiën over fiscale prikkels om de circulaire transitie teversnellen4. Deze brief bevat een verkenning naar zowel bestaande fiscaleinstrumenten als naar mogelijke nieuwe maatregelen om de circulaireeconomie te ondersteunen.De aanbeveling vraagt ook naar het stappenplan voor de opbouw vancirculaire financiering. In zijn algemeenheid ziet het stappenplan voor hetontwikkelen van circulaire financiering er als volgt uit.4Kamerstukken II, 2024–2025, 32 852, nr. 278Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3932 Stappenplan voor de opbouw van circulaire financiering:1.Onderzoeken en ontwikkelen van financieringsinstrumenten:Samen met financiële instellingen worden instrumenten zoals deCirculair Risk Scorecard ontwikkeld om investeringsrisico’s beterinzichtelijk te maken en zo private financiering aan te jagen.2.Creëren van slimme financiële prikkels: Uitwerken van fiscalestimulansen en stimuleringsmaatregelen (zoals investeringsaftrek) diecirculaire investeringen aantrekkelijker maken.3.Gelijk speelveld: Inzetten op Europees niveau waar mogelijk omwetgeving en regels te harmoniseren en zo eerlijke concurrentie tewaarborgen; waar nodig aanvullen met nationale maatregelen.4.Samenwerking met markt en overheid: Overheid fungeert alslaunching customer (bijvoorbeeld via publieke inkoop) om vraag naarcirculaire producten en diensten te stimuleren en zo continuïteit enschaalvergroting mogelijk te maken.5.Opschalen van initiatieven: Van kleinschalige pilots naar structureleopschaling, waarbij belemmeringen in kaart worden gebracht en waarmogelijk worden aangepakt, om ondernemers te stimuleren circulaireoplossingen op grotere schaal te implementeren.Aanbeveling 3 t/m 6−Pleit in Brussel voor hogere percentages recyclaat en laat zien dat ditook voor iedereen (ter linker- of rechterzijde of in het midden) nuttig is:om door vraagcreatie het bedrijfsleven te ondersteunen en omgrondstoffen in de keten te houden.−Zet meer in op het tegengaan van oneerlijke concurrentie met derdelanden: door grensbewaking en -correctie aan de EU-grenzen;bescherm de interne markt en zorg voor eerlijke concurrentie voorEU-bedrijven, conform de aanbevelingen uit ons rapport over de CleanIndustrial Deal. Breng deze aanbevelingen ook in bij de voorbereidin-gen voor de Nederlandse positie voor de CE Act in Brussel.−Werk aan versterking van het instrument Uitgebreide Producentenver-antwoordelijkheid (UPV) in de EU tot een brede en sterke UPV inclusiefprikkels en circulaire strategieën (hoger op de R-ladder) en inclusiefadequate governance en goede handhaving.−Neem de aanbevelingen uit 2.7 en bijlage II (waaronder: realistischedoelen, goede inzameling kritieke grondstoffen op EU niveau, en deaanbevelingen in bijlage II) mee in het Nederlands standpunt bij deherziening van de WEEE (of waar nodig in nationaal beleid) alsook inde Nederlandse positie bij de CE Act.Ik deel de visie dat de aanbevelingen drie tot en met zes van groot belangzijn voor de transitie naar een circulaire economie. Niet alleen dragendeze bij aan het ondersteunen van de circulaire transitie, maar ook aan hetcreëren van een gelijk speelveld binnen en buiten Europa. Ik ondersteundeze aanbevelingen daarom van harte.Een belangrijk instrument op EU-niveau voor de circulaire transitie zal deEuropese Circular Economy Act (CE Act) zijn, die de Commissie heeftaangekondigd voor eind 2026. In het onlangs met de Kamer gedeeldenon-paper is de Nederlandse inzet hiervoor opgenomen. Ik ben verheugdom te zien dat deze inzet aansluit bij aanbevelingen drie tot en met zes uithet verslag van de EU-rapporteurs. In het paper pleit Nederland voor eenblijvende ambitieuze inzet op productbeleid met o.a. aandacht voorverplichte percentages recyclaat, het tegengaan van oneerlijke concur-rentie uit derde landen, en het versterken, harmoniseren en uitbreiden vanhet Europese beleid ten aanzien van uitgebreide productenverantwoorde-lijkheid (UPV). Daarnaast doet het kabinet concrete aanbevelingen vooraanpassing van de regelgeving om elektrische, en elektronischeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3933 apparaten meer te hergebruiken en recyclen en (kritieke) materialen beterterug te winnen.In aanloop naar de publicatie van de CEA zal ik actief met de EuropeseCommissie (EC) in gesprek blijven hierover. Het paper zal ook de formeleNederlandse reactie op de call for action zijn die de Commissie heeftgelanceerd voor de CEA. Zo proberen we de Commissie ook te onder-steunen in hun ambitie voor de CEA en de inzet om Europa uiteindelijkwereldleider circulaire economie te maken in 2030. Omdat we dit alsNederland niet alleen kunnen, ben ik momenteel ook, cf. de motie Buijsse(21 501-08-982, nr. 982), in gesprek met andere EU-lidstaten om langs dein de non-paper en hierboven genoemde hoofdlijnen ook te komen toteen kopgroep van ambitieuze lidstaten. Uiteraard zoek ik hierbij ook deverbinding met andere relevante Europese ontwikkelingen, zoals onderandere het recent door de Commissie aangekondigde pakket aanmaatregelen ter ondersteuning van de plasticsector en de aanstaandeBio-economy Strategy.Het verslag van de EU-rapporteurs voor circulaire economie zie ik als eenwaardevolle bijdrage aan de Europese inzet van het kabinet ten aanzienvan de CEA en een steun in de rug voor ambitieus en effectief Europeesbeleid. Uiteraard zal de Kamer worden geïnformeerd over de definitievestandpuntbepaling t.a.v. de CEA – en de daarbij behorende wetsvoor-stellen van de Commissie – via de gebruikelijke BNC-fiches.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3934

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7ca3b257162f47c4

14 okt 2026 · b32ce1455dcc21d4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.