Hoofdlijnenbrief wetsvoorstel differentiatie pabo
Brontekst
Versie 75e0f21de2f1fe00 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202527 923Werken in het onderwijsNr. 498 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 december 2024In het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma is opgenomen dat wenieuwe losse opleidingen voor het jonge en oudere kind mogelijk maken.Eerder is ook door uw Kamer de motie De Kort c.s.1 aangenomen metdezelfde strekking. In deze eerder toegezegde hoofdlijnenbrief werken wedeze opdracht uit en geven we richting aan de te maken keuzes in het(wetgevings-)traject. Hierover gaan we graag met uw Kamer in gesprek,bijvoorbeeld bij het commissiedebat leraren op 22 januari 2025, zodat ude gelegenheid heeft hier mede richting aan te geven.Te weinig aanmeldingen voor de opleiding leraar basisonderwijsHet lerarentekort in het (primair) onderwijs is groot. Hoewel de instroomin de pabo dit jaar met ongeveer 3% stijgt, neemt de komende jaren hetaantal afgestudeerden aan de pabo af.2 Bovendien neemt de diversiteitvan leraren voor de klas en in de pabo af. Het aantrekken van een zo grooten divers mogelijke groep voor het beroep van leraar is van belang omhet tekort tegen te gaan en om te zorgen voor rolmodellen voor alleleerlingen. Zo is slechts 13% van de leraren man. De mannelijke lerarenzijn relatief ouder, waardoor bij gelijke instroom dit percentage dekomende jaren nog meer zal dalen. Dit speelt ook internationaal. In deOESO is gemiddeld gezien 83% van de docenten in het primair onderwijsvrouw en binnen de EU 86%.3Eén van de mogelijke oorzaken voor de te kleine en weinig diverseinstroom richting de pabo is het imago van het lerarenberoep4 en deopleiding. Voor mannen geldt dat zij zich over het algemeen meeraangetrokken voelen tot het geven van onderwijs aan de bovenbouw.1Kamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 473.2Arbeidsmarktramingen onderwijs, PM link december 2024.3Education at a Glance 2024, OESO, September 2024.4https://www.nro.nl/onderzoeksprojecten/imago-en-status-van-de-leraar-in-de-21e-eeuw. kst-27923-498ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4981 Voor andere doelgroepen, bijvoorbeeld de doorstroom vanuit het mbo,geldt dat de affiniteit met het jonge kind relatief groter is.5 De huidigebreedte van de opleiding schrikt mogelijk af voor diegenen die heelgericht willen werken met één doelgroep.Huidige inzet op leeftijdsprofilering brede paboLeeftijdsprofilering op de pabo gebeurt al. Meestal door na twee jaarbreed opgeleid te worden, in jaar drie en vier de focus in stages en(sommige) vakken naar óf het jonge kind óf het oudere kind te verleggen.Afgestudeerden zijn hiermee nog steeds bevoegd om les te geven aangroep 1 t/m 8. In 2020 tot en met 2022 zijn pilots ingericht om dezeprofilering te versterken. Sindsdien werken pabo’s met een landelijkspecialisatiemodel waarin minimaal de helft van de opleidingstijd wordttoegespitst op een leeftijdsgroep. Alle pabo’s bieden inmiddels eenleeftijdsprofilering aan. De omvang van de profilering verschilt echter nogsterk. We blijven pabo’s stimuleren hierop in te zetten. Ook al is hetverdiepen van de leeftijdsprofilering binnen de pabo een positieveontwikkeling, toch leidt dit onvoldoende tot het verhogen en verbredenvan de instroom. Aanvullende inzet is volgens ons dus noodzakelijk.Mogelijk maken van nieuwe opleidingen voor het jonge en ouderekindOm bovenstaande reden maken we nieuwe losse gespecialiseerdeopleidingen mogelijk, specifiek voor het jonge en oudere kind, naast debestaande brede opleiding. In deze opleidingen wordt het mogelijk om jevanaf dag één te richten op een specifieke doelgroep en krijg je alleen eenbevoegdheid voor die doelgroep. In 2018 is een onderzoek uitgevoerdnaar leeftijdsprofilering in de pabo, waarbij de brede of smallebevoegdheid niet ter sprake is gekomen. Toen bleek dat leeftijdsprofi-lering een kleine extra groep naar de opleiding kan trekken.6 We voerennu onderzoek uit naar hoeveel aankomende studenten geïnteresseerd zijnin gespecialiseerde opleidingen die leiden tot een smallere bevoegdheid.We verwachten de resultaten in het voorjaar van 2025.Verkende alternatievenWe hebben ook alternatieve mogelijkheden onderzocht, zoals het inrichtenvan tracks (trajecten) voor het jonge en oudere kind binnen de bestaandepabo-opleiding die leiden tot smalle bevoegdheden. Dit heeft als voordeeldat dit eerder kan worden gerealiseerd en met minder administratievelast. Nadeel is dat dit alternatief te veel lijkt op de huidige profilering in depabo en dat deze variant onvoldoende ruimte geeft om van de huidigeopleiding af te wijken. We kiezen hier niet voor.Betrokkenheid onderwijsveldEr heeft de afgelopen periode overleg plaatsgevonden met vertegenwoor-digers van de beroepsgroep, lerarenopleidingen en het werkveld. Ook iser in 2020 een internetconsultatie uitgevoerd voor het toen voorbereidewetsvoorstel.7 Er werd wisselend gereageerd. Zo zijn er zorgen over deverminderde flexibele inzetbaarheid van leraren met een smallebevoegdheid en over de hoeveelheid routes naar het leraarschap5Optimale inrichting van lerarenopleidingen, Qompas, Leiden, oktober 2018. Loopbaanmonitoronderwijs, MOOZ en Centerdata, december 2024.6Optimale inrichting van lerarenopleidingen, Qompas, Leiden, oktober 2018.7Overheid.nl | Consultatie Wetsvoorstel bevoegdheden schoolonderwijs jonge en oudere kind(internetconsultatie.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4982 waardoor de organiseerbaarheid en overzichtelijkheid onder druk staat.Ook wordt het belang van zicht op de volledige leerlijn benadrukt. Wijbehouden de brede opleiding naast de nieuwe opleidingen en houden zorekening met een aantal van deze risico’s. Bovendien moet er ook in degespecialiseerde opleiding aandacht komen voor de doorgaande leerlijn.In de positieve reacties werd onder andere benoemd dat een deel van dehuidige pabo-leraren zich onvoldoende voorbereid voelt op het jongekind, en dat een gespecialiseerde opleiding hierin kan voorzien.Bovendien zijn er respondenten die verwachten dat de instroom wordtverhoogd doordat de aantrekkelijkheid voor bepaalde groepen toeneemt.Betrokkenheid en draagvlak bij leraren, opleidingen en scholen zijnbelangrijk voor het slagen van dit plan. We blijven daarom in nauwcontact bij de uitwerking van het vervolgtraject.Uitwerking wetsvoorstel en vervolgtrajectDe keuzes in het vervolgtraject die we op verschillende thema’s moetenmaken, worden hieronder toegelicht en aan uw Kamer voorgelegd. Zokunnen we deze keuzes in het wetstraject gelijk uitwerken en besprekenmet het onderwijsveld.Bevoegdheden en bekwaamheidseisenAllereerst moet er een wijziging worden doorgevoerd in de bevoegd-heden zoals deze zijn vastgelegd in de Wet op het primair onderwijs. Weverwachten dat voor het wetstraject ruim twee jaar nodig zal zijn. Hetaanpassen van de bekwaamheidseisen op de nieuwe situatie met bredeen smalle bevoegdheden, starten we parallel aan het wetstraject. Debekwaamheidseisen voor leraren beschrijven wat een startbekwameleraar moet kennen en kunnen en dienen als ijkpunt voor de opleiding enbekwaamheidsonderhoud van leraren. Deze eisen worden in het Besluitbekwaamheidseisen onderwijspersoneel vastgelegd, in consultatie met deberoepsgroep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4983 We stellen ons, zoals hierboven schematisch weergegeven, de nieuwesituatie het volgende voor: wanneer een leraar voldoet aan de algemeneset bekwaamheidseisen voor een leraar po en de specifieke eisen diegericht zijn op het jonge kind, krijgt deze een lesbevoegdheid voor hetjonge kind. Ditzelfde principe geldt voor het oudere kind. In de gespeciali-seerde opleidingen is meer ruimte voor de uitwerking van de specifiekeeisen voor de gekozen doelgroep. De brede opleiding, die opleidt tot eenlesbevoegdheid voor alle groepen in het basisonderwijs, blijft daarnaastbestaan. Voor deze variant moet een algemene set bekwaamheidseisenals basis dienen, aangevuld door een kleiner aantal eisen voor zowel hetjonge als het oudere kind. Vertegenwoordigers van de beroepsgroepzetten vraagtekens bij de voorgestelde systematiek waarbij in eenzelfdeopleidingsduur een student zowel breed als smal bevoegd kan worden.Indien een specialistisch opgeleide leraar tijdens diens loopbaan ook eenbevoegdheid voor de andere leeftijdsgroep zou willen halen, moet dezeeen verbredingstraject volgen waarna de leraar ook aan de bekwaam-heidseisen voor het lesgeven aan de andere doelgroep voldoet. Het doelis om een compact traject te realiseren dat niet langer dan een jaar duurten dat (financieel) toegankelijk is. Dit is een uitdaging omdat voor eentweede lerarenopleiding het instellingscollegegeld van toepassing is. Dekomende tijd zullen we dit zorgvuldig uitzoeken en verder uitwerken insamenwerking met opleidingen en het werkveld en passend binnen debestaande financiële kaders.Leeftijdsafbakening jonge en oude kindWe hebben de landelijke expertisecentra jonge kind en po-vo gevraagdwetenschappelijk onderbouwd advies te geven over de leeftijdsafba-kening tussen de bevoegdheid voor het jonge en oude kind en degevolgen voor de inrichting van de opleiding. De expertisecentra schrijvenFiguur 1: schematische weergave nieuwe situatie bekwaamheidseisenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4984 in hun advies dat de grens, vanuit een ontwikkelingspsychologischperspectief, ligt bij de leeftijd van 8 jaar. Dat zou een splitsing tussengroep 4 en 5 logisch maken. Om ervoor te zorgen dat leraren zoveelmogelijk van de doorgaande leerlijn meekrijgen, adviseren de centra eenaanvullende brede, overlappende splitsing tussen de smalle bevoegd-heden en opleidingen, door de jonge kind variant van groep 1 t/m 5 in terichten en de oudere kind variant van groep 4 t/m 8, met bijbehorendebevoegdheden. Voor het advies van de expertisecentra verwijzen we unaar de bijlage.8 Vanuit het ontwikkelingsperspectief voor jonge kinderenzoeken we op termijn naar meer verbinding tussen de opleidingen voorkinderopvang en het jonge kind.Ontwikkeling kennisbases en opleidingenIn het hbo worden door lerarenopleidingen kennisbases vastgesteld die,naast de wettelijke bekwaamheidseisen, gemeenschappelijke uitgangs-punten voor de opleidingen vormen. Lerarenopleidingen hebbenvervolgens zelf de autonomie om hun eigen curriculum vorm te gevenzodat elke student aan deze eisen voldoet. Op dit moment wordt dekennisbasis herijkt waarin al onderscheid wordt gemaakt per vak naaronderdelen die specifiek zijn voor het jonge en het oudere kind.9 Webezien of deze slag al voldoende is voor de nieuwe opleidingen. Het is ookaan instellingen zelf om te bepalen of zij overgaan tot het ontwikkelen vande nieuwe opleidingen. Het is nog onduidelijk hoeveel pabo’s hiertoeovergaan, omdat zij eerst inzicht willen in de potentie en de randvoor-waarden.Een instelling die een opleiding voor het jonge en/of oudere kind wilstarten moet bij de NVAO een accreditatie nieuwe opleiding aanvragen.Voor de bekostiging van de opleiding is ook een macrodoelmatigheids-toets nodig waarin wordt getoetst of er een (niet reeds vervulde)arbeidsmarktbehoefte is. De Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs(CDHO) adviseert de Minister die vervolgens een besluit neemt over debekostiging. Het traject inclusief voorbereiding kent normaliter eendoorlooptijd van twee jaar. Als er tegelijk veel aanvragen worden gedaan,zet dit de uitvoeringscapaciteit en daarmee de termijnen onder druk. Dehaalbaarheid van deze doorlooptijd zal met de CDHO, NVAO en oplei-dingen worden besproken. Na afronding van de noodzakelijke procedureskunnen instellingen aankomende studenten voorlichten, personeelwerven en onderwijs organiseren. Ook hier verwachten we dat erminimaal een half jaar voor nodig is.Geen differentiatie bijzondere nadere vooropleidingseisenIn het wetsvoorstel uit 2020 is de mogelijkheid opgenomen om detoelatingseisen aan te passen voor de nieuwe opleidingen, met name dievoor het jonge kind. Het onderwijsveld roept in gesprekken op om detoelatingseisen zowel in niveau als in inhoud niet te differentiëren. Dit is inlijn met de ambities uit het herstelplan10 ten behoeve van de kwaliteit vande opleidingen en toekomstige leraren. De benodigde kennis is nietéén-op-één de kennis die moet worden overgebracht op leerlingen.Vakinhoudelijke bekwaamheid vergt boven de leerstof staan.8Notitie differentiatie pabo, Landelijke expertisecentra jonge kind en po-vo, november 2024.9De expertisecentra jonge kind en po-vo hebben deze verhouding in de hele breedte ophoofdlijnen beschreven in bijgevoegde notitie.10Kamerstukken II 2024/25, 31 293, nr. 762.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4985 VervolgprocesZoals beschreven duurt het wet- en regelgevingstraject ruim twee jaar. Deontwikkeling van kennisbases, opleidingen, het doorlopen van bijbeho-rende procedures en voorlichting kost twee en een half jaar. Dat betekentdat studenten vanaf september 2029 zouden kunnen starten aan denieuwe opleidingen.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. BruinsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 923, nr. 4986
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.