Circulair plastic
Brontekst
Versie b5b15f1f14cf9677 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 380 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 september 2025Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat Circulaire Economie van11 september jongstleden informeer ik u, mede namens de Staatssecre-taris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, voorafgaand aan het tweemi-nutendebat Circulaire Economie graag nader over een aantal onder-werpen dat te maken heeft met circulair plasticbeleid en de opvolging vande Plastictafel. Zoals aangegeven in het commissiedebat vind ik hetbelangrijk dat hierover geen ruis op de lijn zit. Naast de opvolging van devoorstellen van de Plastictafel en enkele gelieerde onderwerpen die ook inhet debat aan de orde kwamen, heb ik als bijlage een overzicht van hethuidige beleid toegevoegd. Ook voeg ik de eerste editie van de plasticmo-nitor toe als bijlage. Ik vind het belangrijk dat de discussie over devoortgang van de plastictransitie op basis van feiten wordt gevoerd.Daarom ben ik van plan deze monitor elke twee jaar te laten uitvoeren.PlastictafelBij de voorjaarsbesluitvorming 2023 is besloten om een circulaireplas-ticnorm uit te werken en in het Hoofdlijnenakkoord (mei 2024) is deinvoering van een plasticheffing aangekondigd. Deze heffing moestjaarlijks 567 miljoen euro opbrengen. Bij het uitwerken van beidemaatregelen kwamen er echter steeds meer signalen uit de sector datdeze zouden leiden tot grote economische weglek. Daarom is bij devoorjaarsbesluitvorming 2025 besloten om zowel de circulaireplasticnormals de plasticheffing niet in te voeren. De Speciaal Regeringsvertegen-woordiger Circulaire Economie (SRCE) is gevraagd om samen metsectorvertegenwoordigers en maatschappelijke organisaties aan een«Plastictafel» tot een alternatieve normerende en beprijzende aanpak tekomen. Op 1 juli jongstleden heeft de SRCE het eindrapport van dePlastictafel overhandigd aan het kabinet en de Kamer.De Plastictafel heeft drie voorstellen gedaan als alternatief voor decirculaireplasticnorm en een voorstel voor besteding van (klimaatfonds- kst-32852-380ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3801 )middelen. Een eerste appreciatie is gegeven op Prinsjesdag in deKamerbrief Uitvoering Pakket voor Groene Groei1 en in deze brief ga ikdaar verder op in.Vervolg plastictafelIk hoorde een duidelijke wens van de Kamer om de resultaten van dePlastictafel te borgen. Ik deel die wens en zal de SRCE daarom vragen omnog enkele sessies van de Plastictafel te organiseren om voortgang vanuitwerking van de voorstellen te bevorderen. Ook zal ik de SRCE vragenzich in te zetten om de groep bedrijven die zich committeert aan boven-wettelijke inzet van recyclaat te vergroten en te verbreden. Ik informeer ueind dit jaar over de voortgang.Alternatieven voor de circulaireplasticnormPlastictafelvoorstel: Circulaire hefboomEen belangrijk voorstel van de Plastictafel is de invoering van een nieuwinstrument, namelijk de circulaire hefboom. Het voorstel bestaat uit tweedelen, een heffingsdeel en een stimuleringsdeel. De heffing vindt plaatsop basis van het aandeel fossiel plastic in producten en wordt betaalddoor importeurs en producenten die (deels) plasticproducten op deNederlandse markt brengen. Het aandeel fossiel plastic in producten zouin (toekomstige) digitale productpaspoorten (DPP) vermeld moeten staan.Die heffingen komen vervolgens terecht in een transitiefonds bestemdvoor de betreffende sector.Appreciatie: De circulaire hefboom is een mooi instrument om detoepassing van recyclaat te bevorderen en circulariteit te belonen, maartussen goed idee en wetgeving zit nog een hoop uitzoekwerk. Om toe tewerken naar de introductie van een circulaire hefboom gaat IenW dekomende tijd aan de slag met dit uitzoekwerk. Hieronder licht ik dit verdertoe.Op Europees niveau wordt het voor bedrijven die bepaalde producten opde markt brengen verplicht om een DPP beschikbaar te stellen. Een DPP iseen digitaal document met informatie over een product, zoals deoorsprong, materialen, duurzaamheid en recyclinginstructies. Het DPP kanvia sectorale wetgeving, zoals de Batterijen Verordening en de CirculaireVoertuigen Verordening, of via bredere productwetgeving, zoals deEcodesign Verordening worden verplicht. Welke informatie in een DPPwordt vastgelegd wordt per productgroep vastgesteld. Het is dus nog nietzeker of een informatieverplichting over recyclaat er voor elke product-groep ook daadwerkelijk komt. Dit is pas zeker wanneer de Ecodesig-neisen zijn vastgesteld. Nederland is wel voorvechter van dergelijke eisen,ook van ambitieuze doelstellingen voor het verplicht toepassen vanrecyclaat.De via heffingen opgehaalde gelden komen vervolgens terecht in eentransitiefonds, waaruit stimulerende maatregelen kunnen worden betaalddie ten goede komen aan de productgroep waarvoor de heffing isopgehaald. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het compen-seren van een deel van de onrendabele top, innovatie, ketenprojecten ofde ontwikkeling van standaarden. Voor deze terugsluis is een politiekbesluit nodig, want de standaard begrotingsregel is dat de middelen diedoor de overheid worden geheven naar de staatskas vloeien en inkomsten1https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/09/16/tabel-met-appreciatie-voorstellen-plastictafelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3802 en uitgaven van elkaar worden gescheiden. Er zijn echter uitzonderingenop dit vlak, zoals de CO2-heffing, de vrachtwagenheffing en de dierge-zondheidsheffing, waarbij de opbrengsten weer ten goede komen aan debetreffende sector, bijvoorbeeld om te verduurzamen.De circulaire hefboom zou op termijn kunnen gaan gelden voor product-groepen waarvoor een DPP verplicht wordt en die niet al op andere wijzeworden belast. Op basis van het Ecodesign werkplan 2025–2030 van deEuropese Commissie en rekening houdend met implementatietermijnenwordt het DPP naar verwachting operationeel voor de volgende relevanteproductgroepen in het jaar tussen haken: textiel (2029), (auto)banden(2029), verschillende groepen consumentenelektronica (verschillendetijdlijnen, vanaf 2030), meubels (2030), matrassen (2031) en nader tebepalen andere productgroepen die in het volgende Ecodesign werkplan(2030–2035) worden opgenomen.2De circulaire hefboom is in potentie een heel interessant instrument, wanthet maakt het mogelijk om de toepassing van recyclaat te belonen én hetmaakt het, anders dan bij de circulaireplasticnorm, mogelijk om ookimport te reguleren. En dat laatste is van belang voor nationale implemen-tatie, omdat het gelijkspeelveld op de Nederlandse markt door dieimportheffing niet wordt verstoord. Daarnaast vind ik dat een dergelijkemaatregel eveneens op Europees niveau onderzocht moeten worden endaar zal ik in Brussel voor pleiten. Een ander groot voordeel van decirculaire hefboom is dat grondslag (de hoeveelheid fossiel plastic)gebaseerd is op Europese regelgeving en een Europese database. Ditvermindert de administratieve lasten voor bedrijven (ten opzichte van eenaparte nationale database) en is beter handhaafbaar.Op dit moment doet IenW een eerste verkenning naar de mogelijkheden.Allereerst wordt een juridische appreciatie gemaakt in hoeverre nationaalgeheven mag worden bij het op de markt brengen van productenwaarvoor Europese prestatie-eisen gelden. Vervolgens moet eeninschatting worden gemaakt van de grondslag. Het DPP zal informatie-eisen en prestatie-eisen bevatten. Het is nu echter nog niet duidelijk of ervoor een specifieke productgroep gewerkt gaat worden met individuelekwantitatieve performance-indicatoren, zoals het percentage fossielplastic, of performance-klassen, die een bundeling zijn van een aantalrelevante indicatoren.Ook wordt gekeken naar uitvoeringsaspecten, zoals: opties voor de wijzevan inning, bijvoorbeeld door een publieke organisatie of een zelfstandigbestuursorgaan, en opties voor inrichting en beheer van het fonds,bijvoorbeeld door de sector of door een overheidspartij. Tot slot zullenook eerste gesprekken met de betreffende sectoren plaatsvinden om eenidee van het draagvlak te krijgen. Ik zal uw Kamer later dit jaar naderinformeren over de uitkomsten van de verkenning.Voorts ga ik alvast in op een alternatief dat door enkele leden van dePlastictafel genoemd wordt. Hun voorstel is om – vooruitlopend op deinvoering van het DPP – de hefboom te baseren op een Eco-score. InFrankrijk is een vrijwillige Eco-score ingevoerd voor textiel. Dit is eenberekeningsmethodiek om de milieu-impact van een textielproduct teberekenen voor een milieulabel. Vanaf oktober 2025 kunnen textielbe-drijven in Frankrijk het milieulabel gebruiken. Het kabinet vindt hetEco-label een goed idee, maar wil dit Europees regelen. Als iedere lidstaateen eigen Eco-score zou invoeren leidt dat vooral tot versnippering van de2https://environment.ec.europa.eu/document/5f7ff5e2-ebe9-4bd4-a139-db881bd6398f_enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3803 interne markt. Daarom pleit Nederland in Europa voor het invoeren vaneen Europees geharmoniseerd label voor textiel.Daarbij is het doel van de circulaire hefboom om fossiel plastic tebeprijzen. De eco-score is veel breder en ingewikkeld. Ik vind de uitvoe-ringslast voor bedrijven niet proportioneel als ze in 2028 moeten gaanbetalen op basis van de Ecoscore en een jaar later op basis van het DPP.Tot slot wil ik aangeven dat IenW al enkele elementen uit de circulairehefboom bij het doorontwikkeltraject UPV onderzoekt. Er wordt bijvoor-beeld gekeken naar mogelijkheden om eco-modulatie (en tariefhoogte)sterker juridisch te verankeren en om bij tariefdifferentiatie onderscheid temaken tussen de inzet van fossiel versus circulaire grondstoffen. Zoontstaat een drijfveer om circulair plastic in producten toe te passen,omdat de producent dan een lager UPV-tarief betaalt. Ook wordtonderzocht of het mogelijk is een innovatiefonds bij producentenorgani-saties via de UPV juridisch te verplichten. Verder worden mogelijkhedenverkend om afvalverwerkingskosten van UPV stromen in het restafval(verbranding) door te berekenen aan producenten via de UPV.Plastictafelvoorstel: Bovenwettelijke inzet van circulair plastic inverpakkingenMerkartikelfabrikanten in de verpakkingssector hebben met elkaarafgesproken om per jaar minimaal 115 kiloton extra circulair plastic in tegaan zetten.Appreciatie: Ik vind het een belangrijke stap dat bedrijven zelf gezamenlijkde verantwoordelijkheid nemen en meer recyclaat gaan toepassen in hunproducten en het zou mooi zijn als meer bedrijven zich hierbij aansluiten,zodat de impact nog groter is. Dit gaat wel om een vrijwillige maatregel.Het is Europeesrechtelijk niet mogelijk om deze vrijwillige afspraakjuridisch te borgen door de verplichtingen voor het toepassen vanrecyclaat uit de Europese Verpakkingenverordening eerder te lateningaan. Zoals eerder in deze brief aangegeven zal ik de SRCE vragen zichin te zetten om de groep bedrijven die zich committeert aan bovenwette-lijke inzet van recyclaat te vergroten en te verbreden.Daarnaast heeft de producentenorganisatie Verpact toegezegd om toe tewerken naar een innovatieprogramma en een circulaire recyclaatbank omvraag en aanbod van circulair plastic tussen verschillende stappen in deplasticketen te verbinden, te werken aan certificering en de tariefdifferen-tiatie uit te breiden. Ik juich deze stappen toe en waardeer de proactieveinzet van deze sector. Ongeveer 40 procent van het plastic gaat om inverpakkingen, dus de impact hiervan is groot. Verpact heeft hiervoor welals voorwaarde gesteld dat zij een langere looptijd van de AlgemeenVerbindend Verklaring (AVV) krijgen. Dit verzoek neem ik mee in hetdoorontwikkeltraject Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV),dat nu loopt en waar ik uw Kamer naar verwachting voor eind dit jaar overinformeer.Plastictafelvoorstel: OverheidsinkoopIn vervolg op de toezegging van de overheid aan de Plastictafel om extrakansen voor marktcreatie voor recyclaat te verkennen en te benutten,heeft IenW onlangs een quick scan laten doen. Hierbij is een aantaltoetsingscriteria ontwikkeld en een eerste overzicht opgesteld vanproductgroepen binnen overheidsinkoop die het meest kansrijk zijn voormeer overheidsinkoop. Op basis hiervan moet er een nadere haalbaar-heidsstudie per productgroep komen om een goed beeld van potentie enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3804 aanpak te krijgen. Factoren die daarbij een rol spelen zijn bijvoorbeeld dehoeveelheid tonnage plastic per productgroep, potentie toepassingcirculaire plastic, de hoeveelheid ingekocht door de overheid et cetera.Deze opdracht wordt dit najaar uitgezet. Een vervolgstap is om in 2026, opbasis van de geselecteerde productgroepen, overheden aan te haken omzo veel mogelijk op circulair plastic binnen deze productgroepen in tezetten. Dit kan onder andere via de Krachtenbundeling Rijk-Regio voor deCirculaire Economie.Plastictafelvoorstel: Beroep op (klimaatfonds)middelenZoals aangegeven in de eerste appreciatie op Prinsjesdag kan het voorstel«ETS-IKC» om juridische redenen niet worden uitgevoerd. De ETC-IKC iseen bestaande subsidieregeling die kosten compenseert die vanwegeEU-ETS zijn doorgerekend in de elektriciteitsprijs. De productie vancirculair plastic valt daar niet onder.Ook het voorstel «Reductie energiebelasting productie circulair plastic»kan niet worden uitgevoerd. Hiervoor zou een nieuwe regeling moetenkomen voor een verlaagd tarief of een vrijstelling van energiebelastingvoor een nader af te bakenen groep bedrijven. Verder is het onzeker ofeen dergelijke regeling zodanig vorm te geven is dat deze in lijn is met deEU-richtlijn energiebelastingen en de Europese staatssteunregels. Daarbijkomt dat een dergelijke regeling een structuurwijziging zou zijn voor deBelastingdienst. De inschatting is dat vanaf 2029 pas weer ruimte ontstaatvoor structuurwijzigingen in dit IV-portfolio, wat betekent dat demaatregel op z’n vroegst in 2030 zou kunnen worden ingevoerd. Inalgemene zin zouden verdere voorwaarden voor invoering zijn dat debeoogde groep bedrijven kan worden afgebakend in de regeling, dat deregeling uitvoerbaar is voor de Belastingdienst en energieleveranciers, endat dekking voor de maatregel wordt gevonden.Het voorstel voor een «OPEX/CAPEX subsidie» wordt op dit momentverkend door het Ministerie van KGG in samenwerking met het Ministerievan IenW. Hierbij wordt gekeken of het mogelijk is om een regeling op tezetten die zowel (een deel) van de investeringskosten (CAPEX) alsoperationele kosten (OPEX) subsidieert. Het kabinet kijkt of dit gefinan-cierd kan worden vanuit de Klimaatfondsmiddelen.Hoewel het een wenselijke prikkel zou zijn is de uitvoering van hetvoorstel «Vrijstelling Afvalstoffenbelasting (ASB) recyclingresidu» op ditmoment niet mogelijk, omdat er geen geschikte registratie is van wat eenrecyclingresidu is. Dit neemt niet weg dat IenW en FIN op dit momentverkennen of dit uitvoeringstechnisch niet toch kan worden vormgegevenin de afvalstoffenbelasting. Hierbij wordt ook de plasticrecyclingsectorbetrokken.Tot slot sta ik positief tegenover het voorstel «Impuls GFE +T in StedelijkeWijken».Ik zie dit als een impulsregeling voor groente-, fruit-, etensresten entuinafval (GFE+T-afval – hierna: bioafval) in stedelijke wijken. Door meerbioafval aan de bron te scheiden kan het nascheidingsrendement vanplastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD)worden verhoogd. Daarnaast worden met meer en betere bronscheidingvan bioafval waardevolle nutriënten teruggewonnen. De mogelijkhedenvan een impulsregeling wordt meegenomen in de verkenning naar meerlandelijke standaardisering van afvalinzameling. Daarbij wordt ookonderzocht of het beschikbaar stellen van stimulerende financiëlemiddelen voldoende is, of dat er ook andere sturende maatregelen nodigzijn ter ondersteuning. Het voorstel «Landelijke impulsregeling voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3805 luierinzameling» is overbodig vanwege de aangekondigde UPV voorluiers en incontinentieproducten.Heffing op specifieke typen eenmalige plastic verpakkingenDe Plastictafel heeft een variant voor een belasting op plastic vooreenmalige gebruik besproken, maar niet in het eindadvies uitgewerkt ofopgenomen vanwege ontbreken van unanieme steun van de deelnemers.Mijn ministerie heeft geïnspireerd door dit idee een korte verkenninguitgevoerd naar een mogelijke vormgeving van een belasting opspecifieke eenmalige plastic verpakkingssoorten bestaande uit virginplastic. De Kamer ontvangt dit rapport met de Kamerbrief over fiscaleprikkels in de circulaire economie, die de Staatssecretaris van Financiën,mede namens mij, tegelijk met deze brief heeft verzonden. Gezien deimpact van een dergelijke heffing is besluitvorming over devervolgaanpak aan een volgend kabinet.Verkennend onderzoek naar een hogere inzameling van drankverpak-kingen d.m.v. een belasting op drankverpakkingen gerelateerd aanstatiegeldinzameling – naar Noors voorbeeldVoor de volledigheid attendeer ik uw Kamer op een verkenning die isuitgevoerd in opdracht van het Ministerie van IenW, naar aanleiding vande noodzaak voor budgettaire maatregelen. In deze heffing wordenproducenten en importeurs die verantwoordelijk zijn om de statiegeldinza-meldoelstelling op flessen en blikjes te behalen belast, afhankelijk van hunbehaalde resultaten. De belasting wordt lager naarmate er meer wordtingezameld. Dit model wordt in Noorwegen al zeer succesvol toegepasten vormt een positieve circulaire prikkel. Gezien de impact van eendergelijke belasting is ook besluitvorming hierover aan een volgendkabinet.Alternatieven voor de plasticheffingDe Plastictafel heeft geen alternatieven voor de budgettaire opgave van567 miljoen euro van de plasticheffing opgeleverd. Daarom heeft hetkabinet in de augustbesluitvorming van 2025 besloten om die budgettaireopgave op te vullen met nieuwe maatregelen in de afvalsector.3 Erworden twee hervormingsmaatregelen binnen de afvalstoffenbelastinggenomen: per 2029 wordt een tarief geïntroduceerd voor storten-met-ontheffing. Dit tarief is hoger dan het reguliere tarief van de afvalstoffen-belasting, om oneigenlijk gebruik van het storten met ontheffing tegen tegaan. Daarnaast wordt de vrijstelling voor het verbranden van zuive-ringsslib in een AVI afgeschaft. Deze vrijstelling is in 2024 geëvalueerd enondoelmatig bevonden. Deze twee maatregelen leveren 1 miljoen euro opin 2027 oplopend naar 14 miljoen euro vanaf 2035. Naast deze tweehervormingsmaatregelen binnen de afvalstoffenbelasting wordt deterugsluis van de opbrengst van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsin-stallaties (AVI’s) naar het Klimaatfonds afgeschaft.Vervolgens heeft het kabinet ook besloten tot een technische dekking. Datbetekent dat wanneer geen alternatieve maatregelen gevonden worden,de maatregelen uit de technische dekking van kracht zullen worden. Alstechnische dekking is besloten tot een verhoging van het tarief van deCO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties naar 295 euro/ton CO2 in2030. Ook is als technische dekking besloten dat de vrijgestelde uitstootonder de CO2-heffing bij AVI’s naar nul gaat in 2033 en de dispensatierech-tenhandel wordt beperkt. In combinatie met het afschaffen van de3Wetsvoorstel Belastingplan 2026 van 16 september 2025, vanaf p. 107Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3806 terugsluis naar het Klimaatfonds levert dit jaarlijks 106 miljoen euro op in2027 oplopend naar structureel 270 miljoen euro vanaf 2035. Tot slot is,eveneens als technische dekking, besloten tot een generieke tariefsver-hoging in de afvalstoffenbelasting per 2028. Dit levert 285 miljoen euro opin 2028 en structureel 283 miljoen euro vanaf 2035. Tezamen met eerdergenoemde maatregelen levert dit jaarlijks 567 miljoen euro op vanaf 2028en is daarmee het alternatief van de plasticheffing.Ik begrijp volledig dat over deze maatregelen veel onrust in de afvalsectoris ontstaan. Het is voor mij daarbij ook glashelder dat de afvalsector eenwezenlijk onderdeel is van een circulaire economie. Om die reden is aande Werkgroep Afvalsector4 de mogelijkheid geboden om alternatievevoorstellen te doen voor de voorgenomen budgettaire invulling van deplasticheffing. Besluitvorming over die alternatieve voorstellen is beoogdbij de Voorjaarsnota 2026.Overige onderwerpenConsumentencampagne over plasticCirculaire keuzes die de lokale economie versterken, moeten makkelijk,logisch en eerlijk zijn – zodat ze vanzelfsprekend worden. Daarvoor is hetbelangrijk dat de omgeving van consumenten verandert, ook als het gaatom plastic. Denk aan producten die langer meegaan, slimmer ontwerp,betere recycling en transparante informatie. Zulke innovaties en marktop-lossingen zorgen ervoor dat de meest logische keuze ook vaak de meestduurzame is. Campagnes hebben op zichzelf vaak een beperkt en onzekereffect; bewustwording over plastic leidt niet automatisch tot andergedrag. Daarom geef ik in reactie op de suggestie van lid Wingelaar (NSC)aan dat ik primair inzet op het eerste punt, het veranderen van deomgeving, waarbij communicatie een ondersteunende rol vervult.Plasticafdracht en relatie met MFKVoor de goede orde ga ik ook nog in op de plastic-afdracht en de relatiemet de nieuwe eigen middelen die door de Europese Commissie zijnvoorgesteld in het kader van het Meerjarig Financieel Kader (MFK)2028–2034, de langetermijnbegroting van de Europese Unie. Allereerst wilik aangeven dat de afdracht op basis van de hoeveelheid niet-gerecycledplastic verpakkingsafval (plastic-afdracht) voortvloeit uit het huidigeeigenmiddelenbesluit (EMB) dat op 1 januari 2021 in werking is getreden.De EU-begroting wordt, onverminderd andere ontvangsten, vollediggefinancierd uit de invoerrechten (ook wel de traditionele eigen middelengenoemd) en drie type nationale afdrachten. De plastic-afdracht is er daaréén van, samen met de btw-afdracht en de bni-afdracht.Het gaat hierbij om een nationale afdracht aan de EU-begroting, waarbijde hoogte van deze plastic-afdracht afhankelijk is van de hoeveelheidniet-gerecycled plastic verpakkingsafval. Er is dus geen sprake van eenEuropese belasting. Ook is deze afdracht niet gekoppeld aan nationalebelastingen en/of heffingen. De reden daarvoor is dat in Nederland deinkomsten en uitgaven van elkaar gescheiden zijn. Daarnaast zou hetafschaffen van de plastic-afdracht Nederland geen geld opleveren. Ditkomt omdat het benodigde bedrag om de EU-begroting te financieren danvia de bni-afdracht betaald moet worden en het aandeel van Nederland inde bni-afdracht groter is dan het aandeel van Nederland in deplastic-afdracht.4De werkgroep is recent opgericht om te proberen samen te komen tot een schriftelijkeovereenkomst die investeringszekerheid biedt voor verduurzaming van afvalverbranding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3807 Ik onderzoek, zoals aangegeven in de verzamelbrief circulaire economievan 3 september jongstleden (Kamerstuk 32 852, nr. 376), naar aanleidingvan de motie Boutkan (Kamerstuk 32 852, nr. 348) of deze afdracht kanworden doorbelast aan de producenten van plasticverpakkingen in plaatsvan deze te betalen uit de algemene middelen (zonder doorbelasting). Ikinformeer u voor het einde van het jaar over de resultaten en deconclusies die ik daaruit trek.Daarnaast heeft de Europese Commissie op 16 juli jongstleden eenvoorstel gedaan voor nieuwe eigen middelen, waaronder een nieuw eigenmiddel gebaseerd op niet-ingezameld elektronisch afval (e-waste). Ook isvoorgesteld om de afdracht op basis van plastic te verhogen naar 1 europer kilogram (in plaats van 0,80 euro) en deze jaarlijks aan te passen voorde verwachtte inflatie. Uw Kamer heeft recent de kabinetsappreciatie overde MFK- en EMB voorstellen ontvangen. Hierin is aangegeven dat hetkabinet nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat kan omarmen envoorstellen voor nieuwe eigen middelen op eigen merites zal beoordelen.De onderhandelingen over het EMB moeten in het bredere plaatje wordengezien van de gehele MFK-onderhandelingen. De onderhandelingen overhet MFK en EMB zullen de komende jaren hoog op de Europese agendastaan. Tegelijkertijd is een lang proces te verwachten waarbij pas in 2027de belangrijkste knopen doorgehakt zullen worden.Non-paper Europese Circular Economy ActIk vind het belangrijk dat Europa vaart maakt met de circulaire economie:Het is een economische «no-brainer» die ook nauw verband houdt metonze strategische onafhankelijkheid van de rest van de wereld. Daaromvind ik het belangrijk dat de EU meer een vuist maakt naar buiten en kiestvoor een schone Europese economie. Ik zie de aankomende EuropeseCircular Economy Act als een volgende mogelijkheid om daaraan tewerken, het liefst in een kopgroep van vooruitstrevende lidstaten. Om diereden zal ik een non-paper delen met de Commissie waarin ik onderandere de noodzaak van Europese recyclaatdoelstellingen en eenversnelde invoering van het digitaal productpaspoort benadruk. Uiteraardzal ik dit paper zoals gebruikelijk ook met uw Kamer delen zodra dezegereed is.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3808
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe voor het tweeminutendebat een brief naar de Kamer te sturen over de heffing, de norm, de hefboom, alsmede het digitale productpaspo
De staatssecretaris zegt toe voor het tweeminutendebat een brief naar de Kamer te sturen over de heffing, de norm, de hefboom, alsmede het digitale productpaspoort en de grondslag daarvan, een inhoudelijke reactie op het rapport van de plastictafel inclusief de campagnesuggestie m.b.t. ultra-fast-fa
- In het eerste kwartaal van 2025 wordt de Kamer geïnformeerd over de wijze waarop tariefdifferentiatie op het zwerfafvalrisico wordt meegenomen in de doorontwikk
In het eerste kwartaal van 2025 wordt de Kamer geïnformeerd over de wijze waarop tariefdifferentiatie op het zwerfafvalrisico wordt meegenomen in de doorontwikkeling van de upv.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.