KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang wetsvoorstel ‘Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming’

30 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 92b3a6b2971fe55d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 839JeugdzorgNr. 1180 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2026Met het wetsvoorstel «Versterking rechtsbescherming in de jeugdbe-scherming» (hierna: het wetsvoorstel) wordt de rechtsbescherming vanouders en kinderen die te maken krijgen met een kinderbeschermings-maatregel versterkt. Met deze brief informeer ik uw Kamer dat hetwetsvoorstel een volgende fase ingaat: vandaag is het ter adviseringvoorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State.Het wetsvoorstel bevat belangrijke verbeteringen voor de rechtsbe-scherming binnen het kinderbeschermingsstelsel. Die verbeteringen zijner in de eerste plaats op gericht uithuisplaatsingen te voorkomen door derechtsgronden om tot uithuisplaatsing over te gaan aan te scherpen doorhet subsidiariteitsbeginsel expliciet in de rechtsgrond te verankeren. Waareen uithuisplaatsing toch noodzakelijk is, krijgt de omgang tussen het kinden diens ouders en minderjarige broers en zussen een prominentere plek,waardoor de kans groter wordt dat het kind weer terug naar huis kan. Debeslissing of een kind op termijn weer terug naar huis kan, wordt bij derechter gelegd en niet bij de gecertificeerde instelling (GI). Tegelijkertijdwordt het toezicht versterkt op kinderen die langdurig uit huis zijngeplaatst of onder voogdij staan. Ook krijgen kinderen meer mogelijk-heden om zelf invloed te hebben op de beslissingen die wordengenomen. Daarbij krijgen ouders gesubsidieerde rechtsbijstand bijbeslissingen over eerste uithuisplaatsing en gezagsbeëindiging, omgelijkwaardiger te kunnen deelnemen aan procedures bij de kinderrechter.Naar aanleiding van de internetconsultatie zijn verschillende aanpas-singen in het wetsvoorstel doorgevoerd. In deze brief beperk ik mij tot demaatregelen die, om binnen de beschikbare financiële kaders te blijven, kst-31839-1180ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11801 zijn vervallen ten opzichte van de maatregelen waarover ik uw Kamereerder heb geïnformeerd (brief van 18 november 20241):•Kosteloze rechtsbijstand bij verlengingsprocedures is niet in hetwetsvoorstel opgenomen. Bij een eerste verzoek tot machtiginguithuisplaatsing en gezagsbeëindiging blijft kosteloze rechtsbijstandvoor ouders gegarandeerd. Bij verlengingsprocedures kunnen ouderseen vertrouwde advocaat inschakelen en zo mogelijk gebruikmakenvan gesubsidieerde rechtsbijstand. Hiermee wordt de pilot kostelozerechtsbijstand wettelijk bestendigd.•Spoedbeslissing omgang en laagdrempelige mogelijkheid voor ouderstot vaststelling of wijziging van een omgangsregeling in het kader vanvoogdij: deze voorzieningen zijn niet in het wetsvoorstel opgenomen.Rechters kunnen in de huidige praktijk spoedbeslissingen nemenindien dit in het belang van het kind is. Voor verzoeken over omgangblijft de bestaande route voor ouders via een advocaat onverkortbeschikbaar.Het schrappen van deze maatregelen doet geen afbreuk aan de kern en dedoelstellingen van het wetsvoorstel. De voorgestelde versterking van derechtsbescherming blijft onverkort overeind.Na ontvangst en verwerking van het advies van de Afdeling adviseringvan de Raad van State zal ik het wetsvoorstel, met een toelichting op dedaarin gemaakte keuzes, zo spoedig mogelijk aan uw Kamer aanbieden.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van Bruggen1Kamerstukken II, 2023/24, 31 839, nr. 1047Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11802 MOTIES GELIEERD AAN HET WETSVOORSTEL «VERSTERKINGRECHTSBESCHERMING IN DE JEUGDBESCHERMING»•Aanscherping rechtsgronden. De rechtsgronden voor het opleggenvan een kinderbeschermingsmaatregel worden aangescherpt. Deaanscherping benadrukt de noodzaak voor zowel de kinderrechter alsde verzoekende instantie om expliciet stil te staan bij en te motiverenwaarom een kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk is en het nietmogelijk is om het kind op een minder ingrijpende manier te bescher-men. Daarmee wordt beter aangesloten bij de normen die voortvloeienuit rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens(EHRM). Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie-VanHouwelingen inzake aanscherping van het wettelijk kader voorkinderbeschermingsmaatregelen2.•Uitgangspunt thuisplaatsing en opvoedperspectief. Waar eenuithuisplaatsing noodzakelijk blijft, is het doel dat ouders zo snelmogelijk weer de zorg voor hun kind kunnen overnemen, zodat hetkind weer veilig terug naar huis kan. Daarom wordt in het wetsvoorstelhet uitgangspunt «werken aan thuisplaatsing» wettelijk vastgelegd.Daarnaast wordt de beslissing of een kind op termijn weer terug naarhuis kan, het opvoedperspectief, bij de kinderrechter belegd. Bij iederverzoek tot (verlenging van) uithuisplaatsing wordt dit opvoedperspec-tief beoordeeld. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie vanlid Ceder (CU) c.s. om terugplaatsing naar huis als uitgangspuntwettelijk te verankeren en een onafhankelijke toets op het perspectiefvan terugkeer in te voeren3 en de motie van lid Ceder (CU) om hetperspectiefbesluit tijdig voor te leggen aan de kinderrechter4.•Omgang na uithuisplaatsing. In het wetsvoorstel krijgt omgang nauithuisplaatsing een prominente plek door middel van een verplichtomgangsplan. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie van lidDobbe (SP) c.s. om het recht op omgang van kinderen met hun oudersna uithuisplaatsing te versterken5 en de motie van Lid Straatman(CDA) om meer prioriteit te geven aan het herstel van familiairebanden tussen het kind en de ouders na een uithuisplaatsing6. Ook detoezegging om verschillen in omgang en contact na uithuisplaatsing teverminderen, wordt hiermee ingevuld.•Kinderen betrekken bij de uitwerking van het hoorrecht. Kinderen zijnvia participatiebijeenkomsten betrokken bij de totstandkoming van hetwetsvoorstel. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de toezeggingom kinderen te betrekken bij de uitwerking van het hoorrecht.2Kamerstukken II, 2025/26, 31 839, nr. 1121.3Kamerstukken II, 2024/25, 36 708, nr. 29.4Kamerstukken II, 2025/26, 31 839, nr. 1120.5Kamerstukken II, 2024/25, 31 015, nr. 292.6Kamerstukken II, 2025/26, 31 839, nr. 1125.BIJLAGE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11803

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6c9cf42d99648015

14 okt 2026 · eafdc2e296545450

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.