KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op IOB-evaluatie SRGR-beleid 2012-2022 (herdruk)

19 dec 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie dc8c0c88e82f04f7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202433 625Hulp, handel en investeringenNr. 351 HERDRUK1 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSSAMENWERKING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2023De Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken heeft eind september 2023 eenonderzoek afgerond naar het Nederlandse beleid op het gebied vanseksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) enhiv/aidsbestrijding in lage- en lagere middeninkomenslandenin de periode2012–2022. Hierbij treft u de IOB-evaluatie «Consistent Efforts, PersistingChallenges – Evaluation of Dutch contributions to Sexual and Repro-ductive Health and Rights (2012–2022)» en de beleidsreactie op dit rapportaan.De evaluatie richt zich op twee pijlers van het Nederlands beleid:financiële steun en diplomatieke inspanningen. De hoofdvraag van deevaluatie is: in hoeverre heeft Nederland bijgedragen aan de verbeteringvan SRGR en aan het halt toe roepen van de verspreiding van hiv/aids inlage- en lagere middeninkomenslanden en welke lessen kunnen hieruitgetrokken worden voor toekomstig beleid?De evaluatie geeft een overzicht van het Nederlandse beleid, de uitvoeringen resultaten daarvan, en van de bestedingen aan SRGR en hiv/aids in deperiode 2012–2022. Deze uitgaven vallen onder beleidsartikel 3.1(mondiale gezondheid en SRGR) van de begroting Buitenlandse Handelen Ontwikkelingssamenwerking. De evaluatie volgt op een eerdereIOB-evaluatie op het gebied van SRGR over de periode 2007–2012, die in2013 aan de Tweede Kamer werd gepresenteerd.Het SRGR beleidElke vrouw en elk meisje heeft het recht om zelf te bepalen hoeveelkinderen ze krijgt, wanneer en met wie. Dit kan alleen als zij toegang heefttot goede informatie en voorlichting maar ook tot betaalbare producten1i.v.m. correctie in het opschrift kst-33625-351ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3511 (zoals hiv-remmers en voorbehoedmiddelen) en diensten op het gebiedvan seksuele en reproductieve gezondheid. Dit is geen vanzelfspre-kendheid.Hoewel afgelopen decennia grote stappen gezet, sterven er nog steeds800 vrouwen en meisjes per dag tijdens de zwangerschap of als gevolgvan een bevalling. Dat is één vrouw elke twee minuten. Ruim 200 miljoenvrouwen wereldwijd willen een zwangerschap voorkomen maar hebbengeen toegang tot moderne anticonceptie. Bijna de helft van de abortussenwereldwijd is onveilig. Onveilige abortus is de belangrijkste oorzaak vanmoedersterfte. Jaarlijks worden nog steeds 12 miljoen meisjes uitgehuwe-lijkt. Meisjes die daarna geen onderwijs meer zullen krijgen. Meer dan 9miljoen mensen met hiv hebben geen toegang tot antiretroviralemiddelen.Keuzevrijheid en toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid enrechten (SRGR) zijn essentieel voor een goede gezondheid en het welzijnvan mensen. Als vrouwen en meisjes toegang hebben tot de informatie,producten en diensten om zelf beslissingen te nemen over hun lichaam enhun toekomst, heeft dit een positief effect op hun gezondheid, opleiding,inkomen en veiligheid. En daarmee op de welvaart van samenlevingen.Een effectieve seksuele en reproductieve gezondheidszorg redt mensen-levens, voorkomt substantieel hogere medische kosten en speelt eenpotentieel aan mensen vrij die hun bijdrage kunnen leveren aan werk eninkomen. SRGR scheppen daarmee noodzakelijke voorwaarden voorwelzijn, stabiliteit en economische groei in grote delen van de wereld. Hetleidt er ook toe dat de last en verspreiding van ernstige ziektes als hiv/aidsworden ingedamd.Daarom zet Nederland al decennia in op het verbeteren van wereldwijdetoegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Hetbevorderen van keuzevrijheid en de benadering vanuit mensenrechtenvormen de kern van het Nederlandse internationale beleid. Wantdienstverlening op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheidis alleen effectief, als iedereen daar ook gebruik van kan maken. Het isessentieel dat het recht op seksuele en reproductieve gezondheid wordtbeschermd, gerespecteerd en nageleefd.Het kabinet staat pal voor de rechten van meisjes, vrouwen en gemargina-liseerde groepen en Nederland is dan ook een consistente donor diefinanciële steun geeft aan organisaties en programma’s op deze onder-werpen. Nederland is een vocale pleitbezorger die zich inspant ominternationale afspraken over de bescherming van SRG rechten tebewaken en te versterken. Daarbij richt Nederland zich in het bijzonder oponderwerpen die in grote delen van de wereld gevoelig liggen. Het gaatbijvoorbeeld om veilige abortus, rechten voor LHBTIQ+ en sekswerkers.2Deze stevige beleidsinzet als «donor met durf» is gebaseerd op internati-onaal erkende expertise binnen Nederland op het gebied van SRGR.3Met de Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie 2023–2030 schaaldehet kabinet de inzet en financiering op het terrein van mondialegezondheid en SRGR verder op.4 Ondanks de ombuigingen op de2Lhbtiq+ is de afkorting van lesbisch, homoseksueel, bi+, transgender, intersekse en queer. Deplus geeft aan dat de term inclusief is voor mensen die zichzelf anders noemen dan waar dezeletters voor staan, zoals aseksueel of panseksueel.3Beleidsnotitie 2022 – Doen waar Nederland goed in is | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl,Kamerstuk 36 180, nr.14Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie 2023–2030: Samen zorgen voor gezondheidwereldwijd | Publicatie | Rijksoverheid.nl, Kamerstuk 36 180 nr. 25Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3512 BHOS-begroting in 2023 droeg Nederland extra bij aan de WHO, UNAIDS,aan het Global Fund ter bestrijding van Tuberculose, Aids en Malaria, aanhet Pandemie Fonds en werden extra middelen naar de posten infocuslanden gedelegeerd.5 Ook is capaciteit in Den Haag en op dePermanente Vertegenwoordiging in Geneve op het terrein van mondialegezondheid uitgebreid. Met deze inzet draagt Nederland bij aan hetovereind houden en versterken van basisgezondheidszorg in ontwikke-lingslanden, waaronder SRGR. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen(SDGs) – en in het bijzonder SDG3 en SDG5 – gericht op goedegezondheid en welzijn voor iedereen – vormen hierbij het uitgangspunt.De IOB evaluatieIOB heeft onderzoek gedaan naar door Nederland gesteundeprogramma’s en organisaties op het gebied van SRGR. IOB deed dat opbasis van beschikbare evaluaties van deze programma’s en op basis vannader onderzoek naar de uitvoering van Nederlandse programma’s inUganda en Bangladesh. IOB onderzocht ook of Nederland in staat isgeweest om bestaande afspraken op het gebied van SRGR in de belang-rijkste internationale fora te beschermen en uit te breiden.IOB concludeert dat Nederland in de periode 2012–2022 heeft bijgedragenaan verbeteringen in SRGR en aan het verminderen van de ziektelast vanhiv/aids in lage- en lagere middeninkomenslanden. IOB stelt vast dat deNederlandse steun aan SRGR tot positieve resultaten heeft geleid, dooreen grotere beschikbaarheid van producten voor seksuele en reproduc-tieve gezondheid (zoals condooms) en hiv-remmers. IOB bevestigt datdoor toename van het gebruik van anti-retrovirale behandelingen (ART)aids-gerelateerde sterfte en hiv-besmettingen zijn gedaald. In het rapportvan IOB staat daarnaast dat de gezondheid van moeders en kinderen oplokaal niveau is verbeterd en aan betere toegang tot informatie over SRGRvoor jongeren.Tegelijkertijd stelt IOB ook vast dat verschillende door Nederlandondersteunde interventies niet tot de verwachte uitkomsten hebbengeleid, bijvoorbeeld waar het gaat om gedragsverandering of besluit-vorming onder jongeren over seksualiteit en voortplanting.IOB merkt bovendien op dat de kwaliteit van verschillende evaluaties vandoor Nederland gesteunde programma’s onvoldoende was om metzekerheid te kunnen vaststellen welke bijdrage de interventies precieshebben geleverd aan het bereiken van de resultaten op het gebied vanSRGR. Dit heeft ertoe geleid dat IOB niet in staat was om de mate waarinhet Nederlands beleid heeft bijgedragen aan SRGR precies vast te stellen.Op het gebied van de diplomatieke inspanningen concludeert IOB datNederland een belangrijke bijdrage leverde aan het handhaven enbewaken van internationale afspraken op het gebied van SRGR. IOBbevestigt dat dit in een aantal gevallen ook leidde tot het verder brengenvan eerder overeengekomen afspraken. IOB raadt aan nader onderzoek tedoen naar de resultaten die dit heeft opgeleverd voor mensen in landenwaar deze rechten onder druk staan.De beleidsreactieHet kabinet verwelkomt de hoofdconclusies en de constructief-kritischetoon van de IOB-bevindingen. Er is wereldwijd veel voortgang geboekt ophet terrein van SRGR maar de uitdagingen zijn groot. COVID-19 en een5Focuslanden zijn Ethiopië, Mali, Oeganda, Benin, Niger, Burkina Faso, Jemen, Burundi.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3513 groeiende weerstand tegen SRGR hebben een grote impact gehad opgezondheid wereldwijd, resultaten teruggedraaid en toegang tot SRGRvoor mensen in kwetsbare omstandigheden beperkt. Juist daarom is dezeIOB-evaluatie tijdig en relevant. Het Nederlandse beleid heeft deafgelopen tien jaar bijgedragen aan verbeterde toegang tot SRGRwereldwijd en aan positieve trends op het terrein van seksuelegezondheid. Maar het kan inzichtelijker en beter.Het kabinet zal het onderzoek gebruiken om de uitvoering van het huidigebeleid te verbeteren. Waar beleidsaanpassingen wenselijk zijn, zal ditworden voorgelegd aan een volgend kabinet. In de bijlage treft u eenreactie op de aanbevelingen van IOB. In de kern ziet het kabinet op basisvan de IOB conclusies de volgende aandachtspunten.Allereerst moet de kwaliteit van de evaluaties van door Nederlandgesteunde partners en programma’s beter. Ook kan bestaand bewijs, overwat wel en wat niet werkt, explicieter mee worden genomen in devoorbereiding van beleidskeuzes. Daarbij is aandacht voor seksuelevoorlichting en educatie, voor gender mainstreaming en voor hetdaadwerkelijk bereiken van de meest moeilijk te bereiken groepen («lastmile»). IOB wijst met name op de, niet met bewijs onderbouwde, keuzeom begrotingssteun aan de gezondheidssector in lage en lagere midden-inkomenslanden sterk af te bouwen en het besluit om vooral projectsteunte geven ter versterking van de capaciteit van organisaties van hetmaatschappelijk middenveld. Het kabinet hecht eraan te benadrukken datbegrotingssteun te risicovol wordt geacht vanwege de fragiele situatieswaarin veel van de SRGR focus-landen zich bevinden.Sterke gezondheidssystemen vormen de ruggengraat van een goedemondiale gezondheid en van SRGR voor iedereen. IOB merkt hierover opdat Nederland weliswaar heeft bijgedragen aan korte termijn verbete-ringen in gezondheidssystemen, maar er te weinig in slaagde om ooksystemische effecten te realiseren. Het onderstreept de voortdurendeuitdagingen waarnaar de titel van de IOB evaluatie (Consistent efforts,persisting Challenges) verwijst. De Nederlandse mondiale gezondheids-strategie 2023–2030, waarin het versterken van (primaire) gezondheids-systemen één van de drie prioriteiten is, biedt een goed kader om hierverder mee aan de slag gaan.Leiderschap van overheden in lage en lagere middeninkomens landen isessentieel om duurzame en sterke gezondheidssystemen mogelijk temaken. De Nederlandse steun gaat mede daarom voor een belangrijk deelnaar partners als de WHO, UNAIDS, UNFPA en grote gezamenlijkefondsen waaronder de Global Financing Facility en het Pandemic Fundvan de Wereldbank.6 Deze spelers zijn door hun omvang, mandaat eninvloed in staat positief beleid af te dwingen. Het kabinet erkent dat diteen complexe opgave is. Het vereist een niet aflatende inzet waarbij viainnovatieve financieringsmechanismes internationale steun wordtgekoppeld aan de beschikbaarheid van nationale financiering enbeleidsruimte.Een ander aandachtspunt is het programmabeheer door het ministerie.Het kabinet erkent dat dit een aandachtspunt is. Dit komt deels door(beperkte) capaciteit maar deels ook door de complexiteit en fragmentatievan programma’s en partnerschappen en de manier van monitoren enrapporteren van resultaten. Het is aan een volgend kabinet om uit tewerken hoe het programmabeheer kan worden verbeterd en efficiënter6WHO: World Health Organisation; UNAIDS: Joint United Nations Programme on HIV/Aids;UNFPA: United Nations Population FundTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3514 kan worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld in de uitwerking van nieuwestrategische partnerschappen met het maatschappelijk middenveld endoor tegen het licht houden van de bestaande monitorings- en rapportageinstrumenten. Ook ziet het kabinet de aanbeveling van IOB om pleitbe-zorging en dienstverlening beter aan elkaar te koppelen of de verhoudingtussen beiden te heroverwegen als een belangrijke overweging voornieuwe programmering.De meetbaarheid van het beleidDe beleidsevaluatie maakt duidelijk dat Nederland de afgelopen tien jaarheeft bijgedragen aan het verbeteren van toegang tot SRGR wereldwijden het verminderen van de ziektelast van hiv/aids in lage- en lageremiddeninkomens landen. Maar, de beleidsevaluatie maakt helaas ookduidelijk dat niet inzichtelijk is in welke mate de Nederlandse inspan-ningen dat hebben gedaan. IOB stelt dat de directe relatie tussen deNederlandse inspanningen en concrete resultaten voor de mensen voorwie we het doen, onvoldoende kon worden aangetoond.In dit verband hecht het kabinet eraan te benadrukken dat het bevorderenvan SRGR, zeker voor moeilijk bereikbare groepen, financiële, diploma-tieke en politieke inzet van vele spelers vergt, en een goede coördinatie.Het vraagt om een duurzame gezondheidsarchitectuur en geïntegreerdezorgsystemen die niet louter met de inspanningen van alleen Nederlandkunnen worden gebouwd. Om de doelstellingen van het SRGR-beleid tebereiken wordt daarom bewust aansluiting gezocht bij de gezamenlijkeinspanningen van grote multilaterale instellingen, fondsen en interna-tionale ngo’s die via hun lokale partners verder kunnen komen danNederland alleen.Nederland zet daarbij in op voorspelbare ongeoormerkte financiering vanervaren partnerorganisaties met expertise en een bewezen trackrecord.Het gaat daarbij om de VN, internationale ngo’s en mondiale gezond-heidsfondsen. Dit komt de slagkracht, efficiëntie en effectiviteit van dezespelers ten goede. Vanwege hun omvang, bereik en schaalvoordelen zijndeze spelers succesvol gebleken in het aanwenden van hun invloed omvia gezamenlijke inkoop lagere prijzen te bedingen voor zeer noodzake-lijke producten op het gebied van gezondheidszorg en SRGR. De evaluatiestelt vast dat Nederland heeft bijgedragen aan deze schaalvoordelen doormeerjarige ongeoormerkte financiële steun. Een gevolg hiervan is wel datde specifieke contributie van de Nederlandse inspanningen aan behaaldeimpact in specifieke lage en lage-middeninkomens landen lastig teherleiden is. Hiertegenover kan worden gesteld dat met elk meisje datmede door de Nederlandse inzet toegang heeft gekregen tot met veiligeabortus of anticonceptie, mensenlevens zijn gered.De trends en ontwikkelingen op het gebied van de door Nederlandnagestreefde SRGR-doelstellingen zijn overwegend positief. Dalendeaids-gerelateerde sterfte en hiv-besmettingen, betere gezondheid voormoeders en kinderen, meer beschikbaarheid van producten, zijnvoorbeelden. Zo ging in Sub-Sahara Afrika het aantal aids-gerelateerdesterfgevallen van 130 per 100.000 inwoners in 2012 naar 77 per 100.000 in2019.7 In het rapport van IOB staat daarnaast dat de gezondheid vanmoeders en kinderen op lokaal niveau is verbeterd. Dat ziet het kabinetbijvoorbeeld terug in het dalende percentage van kindersterfte inSub-Sahara Afrika van bijna 10% in 2012 naar 7.4% in 2021.8 Dit wordt in7https://ourworldindata.org/grapher/hiv-death-rates?tab=chart&time=2012..latest&facet=entity&country=~Sub-Saharan+Africa+%28WB%298https://ourworldindata.org/child-mortalityTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3515 de IOB-evaluatie ook uitvoerig gedocumenteerd. Nederland is wereldwijdde derde donor op het terrein van SRGR en hoewel IOB niet in staat wasom de precieze bijdrage van Nederland aan deze trends te verbinden,voelt het kabinet zich door deze positieve ontwikkelingen gesterkt in degemaakte keuzes voor stevige financiële en diplomatieke inzet tenbehoeve keuzevrijheid en toegang tot SRGR.SlotopmerkingenNederland heeft in de onderzochte periode belangrijke resultaten behaaldin een weerbarstige internationale context gekenmerkt door toenemendeweerstand tegen SRGR, met krimpende ruimte voor maatschappelijkmiddenveld. Ook de COVID-pandemie heeft in die periode grote impactgehad op gezondheid wereldwijd en toegang tot SRGR voor mensen inkwetsbare omstandigheden beperkt.In 2021 was bijna de helft van de zwangerschappen in de wereldongepland, en was 45% van alle abortussen onveilig. In Sub-Sahara Afrikahebben adolescente meisjes en jonge vrouwen (tussen 15 en 24 jaar) driekeer meer kans om hiv op te lopen dan adolescente jongens en jongemannen. In 2020 bedroeg de moedersterfte in lage-inkomenslanden 430per 100.000 levendgeborenen, tegenover 12 in hoge-inkomenslanden.Zonder toegang tot basisgezondheidszorg en SRGR zullen we deOntwikkelingsdoelen – SDG 3 in het bijzonder niet behalen. Een geïnte-greerde mondiale aanpak, zoals vastgesteld in de Nederlandse mondialegezondheidsstrategie 2023–2030, is nodig omdat de uitdagingen op hetgebied van de gezondheidszorg steeds internationaler, multidimensionaalen complexer worden. De duurzame versterking van gezondheidssys-temen zal daarom meer aandacht gaan krijgen in de toekomst omverbeterde toegang tot primaire gezondheidszorg en SRGR te kunnenwaarborgen. Ook op gemeenschapsniveau waar preventie en reactie opepidemieën en pandemieën levens redt.De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,G.E.W. van LeeuwenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3516 GEDETAILLEERDE BELEIDSREACTIE OP DE AANBEVELINGENVAN IOB.IOB-aanbeveling 1: Leg het SRGR-beleid duidelijk vast in een geactuali-seerde beleidsnotitie waarin de doelstellingen, beleidskeuzes, prioriteiten,kanalen en de relatie tussen SRGR en de Nederlandse mondiale gezond-heidsstrategie kunnen worden meegenomen.Het demissionaire kabinet laat het aan een volgend kabinet om eengeactualiseerde beleidsnotitie over SRGR te overwegen. Wel werkt hetministerie op dit moment aan een herziening van de bestaande verande-ringstheorie voor het SRGR-beleid. In dit document worden de doelstel-lingen op het gebied van Mondiale Gezondheid en SRGR, zoalsvastgelegd in de Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie, inonderlinge verbondenheid toegelicht, uitgewerkt en verder onderbouwd.Dit kan benut worden om de aannames die ten grondslag liggen aan hetSRGR-beleid, de doelgroepen waarop we ons richten en de keuzes voorfinancieringsmodaliteiten tegen het licht te houden. Het kabinet onder-schrijft het advies van IOB om bestaand bewijs, over wat wel en wat nietwerkt, explicieter mee te nemen in de voorbereiding van beleidskeuzes.De in opdracht van IOB uitgevoerde Evidence & Gap Map uit 2021,waarnaar in het rapport wordt verwezen, is daarvoor een bruikbaarinstrument. Bij onvoldoende bewijs zal in overleg met IOB gekekenkunnen worden naar mogelijkheden de aannames te testen om te leren inwelke situaties de aannames valide zijn en waarom.Aanbeveling 2: Geef meer gewicht aan programmabeheer en brengprogrammabeheer in balans met de aandacht die diplomatieke inspan-ningen en ad-hoc activiteiten vergen van de beleidsmedewerkers opSRGR.Het kabinet onderschrijft de bevinding van IOB dat SRGR-diplomatie enad-hoc activiteiten veel vragen van de organisatie. Dat komt ook vanwegede toenemende druk op SRGR, gendergelijkheid en LHBTIQ+. Hierdoorvergt het een steeds grotere inspanning om bestaande afspraken veilig testellen en hoog te houden. Want hoewel in veel landen nog steedsvoortgang wordt geboekt en meer landen zich internationaal uitsprekenvoor toegang tot SRGR, wordt het over het algemeen steeds moeilijkerom de Nederlandse inzet op het terrein van SRGR te realiseren. Tegen-krachten zijn steeds beter georganiseerd en gefinancierd. Diplomatiekeinspanningen, bij de VN, de EU en op landenniveau, zijn essentieel ombestaande kaders te beschermen en voortgang te blijven boeken. Hierbijwordt ook nauw samengewerkt met het maatschappelijk middenveld. Hetkabinet zet zich ervoor in om, met meer focus, aangescherpte strategieënen versterkte samenwerking met gelijkgezinde landen, zo effectief enefficiënt mogelijk te doen in lijn met onze inzet middels het feministischbuitenlands beleid (FBB).IOB constateert terecht dat de aandacht en capaciteit voor programma-beheer essentieel blijft. Adequaat programmabeheer, inclusief monitoren,evaluatie en leren (MEL) vormt de basis voor een effectief en toekomstge-richt SRGR-beleid. Want alleen als we leren en kunnen sturen op basis vangeleerde inzichten kunnen we het beleid aanpassen aan de altijdveranderende context. Deze leerfunctie is in de afgelopen jaren versterktmet meer capaciteit voor en expertise op MEL in Den Haag en op deposten. Dit voedt nieuwe financieringsbesluiten en geeft de noodzakelijkeonderbouwing voor de Nederlandse SRGR diplomatie. Dat is verbeterd enmoet verder op orde worden gebracht.BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3517 Een aanzienlijk deel van de programmering is gestoeld op donorcoördi-natie en het delegeren van activiteiten aan ervaren partnerorganisatiesmet expertise en een bewezen trackrecord. Zoals de VN, internationale enNederlandse ngo’s en mondiale gezondheidsfondsen. Het monitoren,evalueren en leren van deze activiteiten, als onderdeel van het program-mabeheer, kan verbeterd worden door bijvoorbeeld de Nederlandseambassades in de SRGR-focuslanden hiertoe beter en gerichter in tezetten. Daarnaast kan nog meer dan voorheen gebruik worden gemaaktvan de kennis en grotere monitoringscapaciteit van gelijkgezinde donoren(waaronder de EU). De verwachting is dat dit en het herzien van desystemen voor monitoring, zoals aanbevolen door IOB, verder zalbijdragen aan versterking van het programmabeheer. Bij deze herzieningkan gebruik gemaakt worden van de kennis en expertise van IOB.In overeenstemming met de Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie2023–2030 en de OESO-DAC Peer Review 2023 kan Nederland meer focusaanbrengen en zich bij de monitoring en evaluatie van SRGR-activiteitenrichten op een beperkt aantal prioritaire aandachtsgebieden.9 Samen-werking met en betrokkenheid van gelijkgezinde donoren in grote fondsenof programma’s speelt hierin belangrijke een rol. Het samenspel van degenoemde maatregelen brengt focus en zorgt ervoor dat bestaandemonitoringscapaciteit effectiever kan worden ingezet, hetgeen deverantwoording en het leren ten goede komt.Aanbeveling 3: Heroverweeg het huidige uitvoeringsmodel van destrategische partnerschappen zodat de hoge beheerskosten en fragmen-tatie op landenniveau verminderen.Het kabinet onderschrijft de bevindingen van IOB dat het huidige modelvan strategische partnerschappen complex is door de vele uitvoeringsni-veaus (lokaal, nationaal, regionaal, internationaal), de vele partners, eneen diversiteit aan activiteiten in een groot aantal zeer verschillendelanden en contexten. Van belang is te signaleren dat de hoge fragmentatieaan activiteiten onder de strategische partnerschappen ook het gevolg isvan de gewenste autonomie voor het maatschappelijk middenveld. Dezeautonomie is noodzakelijk voor de onafhankelijke rol van maatschappe-lijke organisaties. Diezelfde autonomie is alleen minder bevorderend voorhet vinden van complementariteit met andere SRGR-activiteiten van hetministerie.10 Een verbeterde coördinatie en afstemming op SRGR, ookdoor het ministerie, is noodzakelijk om coherent en effectief beleid tekunnen voeren, met behoud van de autonomie van het maatschappelijkmiddenveld in hun programmering.Voorliggende SRGR-beleidsevaluatie maakt inzichtelijk dat het uitvoe-ringsmodel van de strategische partnerschappen uitdagingen brengt voorhet programmabeheer bij het ministerie en zorgt voor hoge indirectekosten en vertraging in de uitvoering van de activiteiten door de partners.De aanbeveling om het uitvoeringsmodel te herzien betreft niet alleen deSRGR-partnerschappen, maar het gehele beleidskader VersterkingMaatschappelijk Middenveld. Het kabinet zal de deze aanbeveling daarommeenemen in de uitwerking van een nieuw beleidskader voor strategischepartnerschappen met het maatschappelijk middenveld per 2026. De doorIOB gesuggereerde verschuiving naar meer directe financiering voorervaren niet gouvernementele en maatschappelijke organisaties in lage enlage-middeninkomens landen acht het kabinet zeer welkom en wordt terhand genomen. Hetzelfde geldt voor de aanbeveling om activiteiten oppleitbezorging en beleidsbeïnvloeding binnen de partnerschappen nauwer9OECD Development Co-operation Peer Reviews: Netherlands 2023 | en | OECD10IOB-study no.431 Strategies for partners: balancing complementarity and autonomyTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3518 aan te sluiten op daadwerkelijke dienstverlening op het gebied van SRGRals ook een verbeterde coördinatie tussen de verschillendeSRGR-activiteiten. Ook kan worden gekeken of de verhouding tussenpleitbezorging en dienstverlening moet worden heroverwogen.Aanbeveling 4: Wees realistisch over de beperkte mogelijkheden omduurzame inbedding van activiteiten te realiseren na beëindiging van deNederlandse projectsteun. Als gevolg van de mensenrechtenbenaderingbinnen het Nederlandse SRGR beleid en een vaak beperkt eigenaarschapop nationaal en internationaal niveau, zijn de mogelijkheden om activi-teiten over te dragen klein.Deze aanbeveling is voor het kabinet een erkenning van de lastige contextwaarin Nederland resultaten probeert te behalen op gevoelige onder-werpen voor mensen in de meest kwetsbare omstandigheden. Doortoenemende druk op SRGR en afnemende ruimte voor maatschappelijkmiddenveld, maar ook door groeiende instabiliteit en (klimaat-)criseswereldwijd zullen gezondheidssystemen verder verzwakken. Hierdoorzullen ongelijkheden, inclusief op het gebied van gezondheid, alleen maartoenemen. Dit vraagt juist om een benadering gestoeld op universelemensenrechten. Om vooruitgang te boeken houdt Nederland sterkrekening met de lokale context en met die groepen die zich in kwetsbaresituaties bevinden. Nederland werkt ook nauw samen met lokale partners.Zoals IOB schetst kosten de processen die tot gedragsverandering moetenleiden tijd. Het kabinet onderschrijft dit en benadrukt dat dit zeker geldt infragiele contexten, zoals dat in toenemende mate het geval is voor delanden waarin Nederland werkt op het terrein van SRGR. IOB geeft inoverweging om programma’s die tot gedragsverandering moeten leiden,voor een langere tijdsperiode te financieren en beter zorg te dragen voorde lokale inbedding van deze programma’s wanneer Nederlandseprogramma’s ten einde lopen. Hiernaast kan tevens het voortzetten ofopschalen van activiteiten die resultaten opleveren volgens IOB verderworden onderzocht.Het kabinet ziet deze aanbeveling als ondersteunend aan de gemaaktebeleidskeuzes op SRGR en zal de verschillende aanbevelingen op ditterrein overwegen bij nieuwe programmering.Aanbeveling 5: Wees voorzichtig met wat realistisch gezien kan wordengemonitord op het niveau van middellange termijn en lange termijnresultaten en impact. De indicatoren die daarvoor worden gebruikt,vereisen in het algemeen (1) onafhankelijke evaluatie; (2) een robuusteonderzoeksopzet; (3) langere tijdpaden om het oorzakelijk verband tussenresultaten en interventies met zekerheid te kunnen vaststellen.Het kabinet onderkent dat de manier waarop uw Kamer over resultaten ophet terrein van SRGR wordt geïnformeerd moet worden herzien. Op ditmoment worden zowel korte als (middel)lange termijn indicatorenopgenomen in het jaarverslag en de aanvullende resultatenrapportage.Het meten van middellange en langetermijneffecten op het gebied vanSRGR en verandering van sociale normen is erg complex, waarbijindicatoren slechts een indicatie geven van de voortgang.Het kabinet onderkent tevens dat de bijdrage van Nederland aanresultaten op een betrouwbare manier gemeten moeten worden en dathet niet realistisch is om jaarlijks te trachten de lange termijn veranderingte meten. Het is aan een volgend kabinet om te overwegen de aanbeve-lingen van IOB over te nemen en de jaarlijkse monitoring, de hoeveelheiden focus van indicatoren te herzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 3519 Aanbeveling 6: Verbeter de kwaliteit van decentrale evaluaties vanuitvoerende organisaties en het ministerie.IOB benoemt verschillende mogelijkheden tot verbeteren van de kwaliteitvan evaluaties. Zo vraagt IOB het ministerie om evaluaties tot 2 jaar naafloop van projectactiviteiten mogelijk te maken. Deze suggestie vergt eennadere afweging gelet op een aantal beheersmatige gevolgen van ditadvies.IOB benoemt ook mogelijkheden om de kwaliteit van evaluaties van deuitvoerende organisaties en het ministerie op het gebied van SRGR teverbeteren door, voor een aantal grotere programma’s, meer op bijvoor-beeld kennis, gedrag en omgangsvormen te gaan evalueren en doorgendermainstreaming standaard mee te nemen. In overeenstemming methet Feministisch Buitenlands Beleid zal het kabinet beter gaan toezien opeen goede inbedding van gender in de evaluaties.Het kabinet waardeert de suggestie van IOB om de resultaten vanNederlandse SRGR-diplomatie inzichtelijker te maken. Dit wordt meege-nomen als aandachtspunt voor toekomstige evaluaties. De wisselwerkingtussen SRGR-diplomatie op internationaal niveau en het welzijn van dedoelgroepen in de lage en lage-middeninkomens landen is onderwerp vanhet dagelijkse werk op het ministerie, de ambassades en permanentevertegenwoordigingen in Geneve en New York. Hierin wordt ook nauwopgetrokken met het maatschappelijk middenveld zowel op internationaalen regionaal, als nationaal en lokaal niveau. Voor de ontwikkeling van hetSRGR-beleid is het waardevol deze verbanden inzichtelijk te maken endaarvan te leren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 625, nr. 35110

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · fd10f53a60c6b30a

14 okt 2026 · 4968bd06259cfb85

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.