KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 16 april 2026, over de Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026

2 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d503a46332a7c5b7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3454 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 2 juli 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voorEuropese Zaken hebben op 16 april 2026 overleg gevoerd met de heerBerendsen, Minister van Buitenlandse Zaken, over:–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 april2026 inzake geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zakenvan 21 april 2026 en het verslag van de informele bijeenkomstvan EU-Ministers van Buitenlandse Zaken in Kiev van 31 maart2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3370);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 maart2026 inzake verslag van de informele videoconferentie RaadBuitenlandse Zaken van 5 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02,nr. 3362);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 maart2026 inzake non-paper met Nederlandse input voor deEU-veiligheidsstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4294);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 11 maart2026 inzake Nederlandse inbreng voor consultatie EU Arcti-sche Strategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4291);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 17 maart2026 inzake Nederlandse verklaring tot interventie in zaakZuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof(Kamerstuk 23 432, nr. 667);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 febru-ari 2023 inzake stand van zaken MH17 (Kamerstuk 33 997,nr. 176);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.3 november 2022 inzake stand van zaken MH17 (Kamerstuk33 997, nr. 175);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 5 april2022 inzake besluiten die in bezwaar zijn genomen op hetverzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)met betrekking tot het Joint Investigation Team dat hetneerhalen van vlucht MH17 onderzoekt (Kamerstuk 33 997,nr. 173); kst-21501-02-3454ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34541 –de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 maart2026 inzake geannoteerde agenda informele bijeenkomstEU-Ministers van Buitenlandse Zaken van 31 maart 2026(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3368);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 24 maart2026 inzake verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van16 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3366);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 23 maart2026 inzake kabinetsreactie op het bericht over verkiezings-waarnemingsmissie bij de aanstaande Hongaarse verkiezingen(Kamerstuk 36 800 V, nr. 87);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 31 maart2026 inzake uitvoering moties over Sudan (Kamerstuk 29 237,nr. 257);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 16 april2026 inzake kabinetsreactie op het Israëlisch wetsvoorstelover het invoeren van de doodstraf en het rapport van Savethe Children over Palestijnse kinderen in Israëlische detentie(Kamerstuk 32 735, nr. 428).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,KlaverDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van MeetelenDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,WesterhoffTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34542 Voorzitter: PiriGriffier: WesterhoffAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Ceder, Dobbe,Hoogeveen, Van Lanschot, Maes, Piri en Van der Werf,en de heer Berendsen, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 9.01 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Hierbij open ik de vergadering van de vaste commissievoor Buitenlandse Zaken. Welkom aan de Minister, de collega’s en demensen die dit debat thuis volgen.Ik heb een heel korte mededeling. Ik breng graag onder de aandacht vande leden dat er zojuist nog een brief door de Minister is gestuurd, naaraanleiding van twee verzoeken van deze commissie. Het betreft eenkabinetsreactie op de Israëlische doodstrafwetgeving en het rapport vanSave the Children over Palestijnse kinderen in Israëlische detentie. Ik stelvoor deze twee brieven toe te voegen aan de agenda van dit debat. Ik ziedat daar geen bezwaar tegen is.Alle leden hebben maximaal vier minuten voor hun inbreng. We gaan deinterrupties straks tot drie beperken. Ik vraag mevrouw Dobbe van de SPom als eerste het woord te nemen.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag spreken we dus over het Midden-Oosten. Bij dat debat zal ik daar vooral op ingaan; ik zal hier niet dezelfdepunten maken. Ik zal daarbij onder andere ingaan op het handelen vanTrump en de VS en op het feit dat Nederland zich daar veel meer tegenmoet verzetten.Ik wil hier alvast ingaan op de verantwoordelijkheid van Nederland alsgastland van het Internationaal Strafhof. Negen rechters en aanklagersvan het Strafhof zijn getroffen door Amerikaanse sancties, met als doelervoor te zorgen dat het onderzoek naar oorlogsmisdaden van Israëlwordt gestopt en als reactie op het aanklagen van Netanyahu en Gallant;dat is al enkele maanden bekend. Er staan nu ook al een aantal maandeneen aantal Palestijnse mensenrechtenorganisaties op de Amerikaansesanctielijst, omdat zij samenwerken met het Internationaal Strafhof voorhet verzamelen van bewijs. De VS hebben sancties tegen het hele Strafhofaangekondigd, dus waar is Nederland als gastland terwijl dit gebeurt?Waar zijn de statements en de inzet richting de VS om hiermee testoppen? Al in oktober is er in deze Kamer een motie aangenomen die deregering verzoekt zich in EU-verband in te zetten voor toepassing van hetblocking statute. Wat is hier nu de status van en wat doet Nederland nuom dit te activeren?Dan de medische evacuatie van Palestijnse kinderen die ernstig gewondof doodziek zijn en wachten op zorg. Deze groep kinderen wacht in Gazaof in landen zoals Egypte. Zij zijn het slachtoffer van de vertraging in depolitiek hier. Dat hebben we gisteren mogen meemaken. Als het gaat omde welwillendheid om deze kinderen te helpen via medische evacuaties,omdat er in de regio geen zorg is, wat betekent die welwillendheid danprecies? Wat kunnen wij, en vooral zij, verwachten van dit kabinet, vraagik de Minister. En wanneer kunnen zij iets verwachten? Er gaan kinderendood terwijl ze wachten op zorg die maar niet komt. Ik vind het echthartverscheurend, vooral omdat wij hier bij machte zijn om het lot vaneen aantal van deze kinderen te voorkomen en dit nu alleen maar nietgebeurt vanwege politieke onwil.Vanmiddag zal ik samen met mevrouw Piri een motie indienen om hetEU-associatieverdrag op te schorten. Dat doen we bij dat debat, omdat weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34543 er dan nog over kunnen stemmen voordat de RBZ plaatsvindt, zodat hetkan worden meegenomen.Voorzitter. Dan wil ik het hebben over Sudan. De oorlog gaat nu zijn vierdejaar in. Er is al drie jaar oorlog daar. Het is de ergste humanitaire crisis terwereld. Er zijn 14 miljoen mensen op de vlucht. Er is hongersnood en erwordt gruwelijk seksueel geweld ingezet als wapen. «Een hel op aarde»noemen Sudanezen het zelf. Het wordt nog steeds vergeten en is bijnaonzichtbaar. Ik hoorde gisteren een journalist op de radio zeggen dat zijprobeert de verhalen uit Sudan naar buiten te brengen en zichtbaar temaken wat er gebeurt, maar dat zij zich inmiddels afvraagt voor wie ze dateigenlijk doet, als toch niemand kijkt of luistert. Dat moeten wij hier weldoen en blijven doen. Wij kunnen en moeten druk zetten op strijdendepartijen om het geweld daar te stoppen.Gisteren is de motie aangenomen om de Europese Commissie teverzoeken om binnen het onderhandelingsmandaat de rol van deEmiraten in de oorlog in Sudan bespreekbaar te maken en te proberenhiervoor Europese medestanders te vinden. Hoe gaat de Ministerdaarmee beginnen tijdens deze komende RBZ, en wat gaat hij daar nogmeer mee doen? Wat gaat deze Minister nog meer doen om de landenaan te spreken die een van de strijdende partijen in Sudan financieren, omhet geweld te stoppen? Ook hierover zijn echt al meerdere motiesaangenomen in deze Kamer.Ik begrijp dat er ook een conferentie in Berlijn is ter ondersteuning van hetvredesproces in Sudan. Wat is daar de inzet van Nederland, afgezien vanhet toegezegde geld dat al beschikbaar is gesteld voor Sudan?Voorzitter, tot slot. Kan de Minister, wellicht samen met andere EU-landen,zich binnen de VN inzetten om ervoor te zorgen dat de VN ook aanweziggaat zijn in de door de RSF gecontroleerde gebieden? Dat is namelijkkeihard nodig voor humanitaire toegang daar.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de heer Van Lanschot. Hij spreektnamens het CDA.De heer Van Lanschot (CDA):Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag gaan we inderdaad spreken over hetMidden-Oosten, dus dat onderwerp zal ik dan aanstippen.Ik zou graag willen focussen op de Hongaarse verkiezingen en defantastische uitslag daarvan. Die lijkt namelijk een belangrijk kantelpunt tezijn voor Europa. Na jaren waarin Hongarije de EU van binnenuitverzwakte, lijkt er nu een opening te ontstaan voor herstel vanvertrouwen, van rechtsstatelijkheid en van Europese slagkracht. Dat is eengoede zaak. Het is niet alleen relevant voor Boedapest, maar ook voor deveiligheid van de hele EU en Europa. Want nog steeds blokkeert Hongarijede EU-lening van 90 miljard voor Oekraïne en ook het twintigste sanctie-pakket tegen Rusland. Ook op andere dossiers lag Hongarije dwars. Datraakt onze geloofwaardigheid in Europa. Voor het CDA geldt: we moetenhoopvol zijn, maar niet naïef. Een nieuwe toon uit Boedapest is zeerwelkom, maar woorden zijn nog geen hervormingen. De aanstaandepremier Péter Magyar zegt dat hij de banden met Brussel wil herstellen,rechtsstatelijke hervormingen wil doorvoeren en blokkades in Europesebesluitvorming wil wegnemen. Dat klinkt goed, maar Europa moet nu welduidelijk zijn. Europese middelen horen pas vrij te komen als er echtestappen zijn gezet op het gebied van rechtsstaat, onafhankelijke recht-spraak, vrije media en corruptiebestrijding.Daarom heb ik drie vragen aan de Minister. Ten eerste: ziet het kabinet inde uitslag van de Hongaarse verkiezingen een echte kans om de blokkadevan Oekraïnesteun en Ruslandsancties snel te doorbreken? Op welkmoment zou dat kunnen gebeuren? Is deze Raad Buitenlandse Zaken daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34544 nog te vroeg voor, omdat de oude regering er nog zit in Hongarije? Tentweede: wat doet het kabinet als de oude Hongaarse regering in detussenperiode alsnog blijft traineren? We hebben natuurlijk allemaal deberichten gelezen van de huidige Minister van Buitenlandse Zaken vanHongarije. Kan de EU Hongarije ondersteunen in de onderzoeken diegedaan worden naar het gedrag van deze Minister en het doorspelen vaninformatie naar Rusland? Ten derde: is Nederland bereid om inEU-verband aan te dringen op een snelle maar strikte routekaart met denieuwe Hongaarse regering, waarbij hervormingen en Europese finan-ciering hand in hand gaan?Voorzitter. Hongarije hoort bij Europa, maar dat betekent ook dat het hoortbij onze waarden, bij onze verantwoordelijkheid en bij onze solidariteitmet Oekraïne. Daarom zullen we een tweeminutendebat aanvragen – datis al aangevraagd – en een motie indienen die ertoe oproept om eenvliegende start te maken met de nieuwe Hongaarse regering.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U bent vandaag allemaal netjes binnen de tijd. Mevrouw Vander Werf namens D66.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. Laat ook ik beginnen met Hongarije. Ik denk datvelen van ons zondagavond met grote vreugde naar het nieuws en debeelden uit Boedapest hebben gekeken. De nederlaag van Orbán markeerteen kantelpunt. Na jaren van corruptie, democratische achteruitgang enuitholling van de rechtsstaat en het medialandschap gloort er weer hoopvoor een democratische toekomst in Hongarije. Dat is niet alleen goednieuws voor Hongarije; dat is ook goed nieuws voor Europa. Laten wedeze ontwikkeling dan ook niet passief aanschouwen. Mijn fractie ziet drieconcrete prioriteiten. Ten eerste Oekraïne. De EU-steun van 90 miljardmoet zo snel mogelijk worden veiliggesteld. Kan de Minister aangeven opwelke termijn dit realistisch is? Want de nood is hoog en uitstel kostlevens. Ten tweede sancties. Het is van groot belang dat het twintigstesanctiepakket tegen Rusland wordt aangenomen. Met name een verbodop maritieme dienstverlening kan de oorlogseconomie van Poetin stevigraken. Ten derde, misschien wel het belangrijkste voor lange termijn: alswe willen voorkomen dat één lidstaat Europese besluitvorming blijftgijzelen, moeten we het veto op het terrein van buitenlandse zaken enveiligheid opschorten. Ook Ursula von der Leyen heeft hier al toeopgeroepen. Is de Minister bereid om deze nieuwe wind in Brussel aan tegrijpen en de druk op dit punt op te voeren? Dit is niet het moment om teverslappen of terug te vallen in tijdelijk comfort. Dit is het moment omdoor te pakken.Voorzitter. Dan Oekraïne. Dat werd vannacht weer zwaar getroffen doorRussische bombardementen. Het is fijn dat we Zelensky vandaag inNederland mogen ontvangen, want Oekraïne heeft onze steun hardernodig dan ooit. Waar JD Vance zich er van de week nog op liet voorstaandat hij de financiering voor Oekraïne heeft gestopt, moeten wij juist trotszijn op het tegenovergestelde en een stap naar voren zetten. In dat lichtkomt de politieke verandering in Hongarije geen dag te vroeg. MaarOekraïne wordt nog altijd zwaar getroffen door Iraanse Shahed-drones,soms honderden tegelijk. Dat geldt ook voor steden die niet in defrontlinie liggen. Defensiecontracten kennen vaak lange doorlooptijden.Daarom wil mijn fractie uitdrukkelijk aandacht vragen voor burgerinitia-tieven als Protect Ukraine. Via donaties weten zij zeer effectief deOekraïense luchtverdediging te versterken. Het project Freedom Sky isdaar een heel mooi voorbeeld van. Voor ongeveer € 70.000 per systeemleveren zij antidronetechnologie, die in de praktijk uiterst effectief blijkt,vaak veel effectiever dan dure raketten. Is de Minister bereid om teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34545 verkennen of het Ministerie van Buitenlandse Zaken via gerichte financiëlesteun kan bijdragen aan dit soort initiatieven? Mijn fractie is ervanovertuigd dat dit een van de snelste manieren is om Oekraïne tebeschermen tegen Russische droneterreur.Voorzitter. Tot slot toch een blokje Midden-Oosten. We spreken hier latervandaag natuurlijk uitgebreid over, maar ook ik wil de EU-context alvasteven markeren. Israël treedt ongekend hard op in Gaza, op de WestelijkeJordaanoever en inmiddels ook in Libanon. Daarbij worden op meerderefronten het internationaal recht en verplichtingen onder het associatieak-koord geschonden. Tegelijkertijd horen wij dat lidstaten die eerderterughoudend waren, zoals Frankrijk en Italië, hun standpunt over hetopenbreken van dit akkoord heroverwegen. De panelen schuiven. Eengekwalificeerde meerderheid komt mogelijk in zicht. Vorig jaar heeft deRBZ op verzoek van Nederland een rapport ontvangen over de nalevingvan het internationaal humanitair recht door Israël. Dat rapport is vandaagonverminderd relevant, zeker gezien de recente ontwikkelingen. Mijnfractie wil dat we daar dan ook consequenties aan verbinden, zoals we inhet verleden deden, in lijn met artikel 2 van het EU-Israël-associatie-akkoord. Ik zal daar later vandaag een motie over indienen, maarvooruitlopend daarop wil ik de Minister vragen of hij bereid is om in deRBZ te pleiten voor een update van dit rapport in het licht van de recenteontwikkelingen. Graag een toezegging van de Minister, want wellicht kandat al in de volgende RBZ worden geagendeerd.Daar laat ik het even bij.De voorzitter:Ik zie twee interrupties. De eerste is van de heer Maes.De heer Van Lanschot (CDA):De heer Van Lanschot, voorzitter. Maar dat gaat vaker fout, dus geen enkelprobleem.De voorzitter:Excuus, excuus.De heer Van Lanschot (CDA):Dank aan collega Van der Werf voor haar bevlogen pleidooi. Dingen alsProtect Ukraine en het project Freedom Sky klinken inderdaad veelbe-lovend. Ik hoor mevrouw Van der Werf pleiten voor middelen daarvoorvan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat zou inderdaad een kanskunnen zijn. Ik ben benieuwd hoe zij denkt over een eventuele samen-werking met het Ministerie van Defensie op dat gebied, waar dit mogelijkook relevant voor zou kunnen zijn.Mevrouw Van der Werf (D66):Dat lijkt mij een heel goed idee. Dat vindt de organisatie zelf ook. Ik denkdat we alle kansen aan moeten grijpen om te kijken hoe je nou snel,wendbaar en laagdrempelig dit soort aanvallen kan voorkomen. Heel veelmensen denken uiteraard aan die raketten als ze de beelden in hetjournaal en de verwoesting zien, maar vergeten dat er eigenlijk nog elkenacht hele wolken van Shahed-drones over Oekraïne vliegen en dat hetniet altijd lukt om die allemaal te pakken. Die richten nog steeds heel veelschade aan aan kraamklinieken en scholen. Dat is eigenlijk al niet eensnieuws meer. Ik denk dus dat we naast de grote dingen en de Europesealternatieven voor bijvoorbeeld Patriots ook moeten blijven kijken naarhoe je nou op een laagdrempelige manier kunt bijdragen aan andereinterceptors en hoe je op een veel effectievere manier de Oekraïners ditleed kunt besparen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34546 Ik zie veel geknik van de heer Van Lanschot. Dan gaan we naar eeninterruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dit gaat over het EU-Israël-associatieakkoord, uit het kleine blokjeMidden-Oosten dat we hier vandaag in dit debat toch bespreken. Ik benhet er helemaal mee eens. Wij vinden al veel langer dat het EU-Israël-associatieverdrag moet worden opgeschort. Daarom doen wij ook meemet de motie waar mevrouw Piri mee komt. We zien ook dat de sanctiesvan Amerika op het Internationaal Strafhof, waar ik het net over had, destraffeloosheid vergroten voor wat er nu gebeurt in Gaza en op deWestbank, omdat het ICC onder druk staat. Ook partnerorganisaties,mensenrechtenorganisaties, die bewijs verzamelen voor het ICC zijn opsanctielijsten van de Verenigde Staten gezet omdat ze bewijs leveren aanhet ICC. Dat valt onder dat sanctieregime tegen het ICC.De voorzitter:En uw vraag?Mevrouw Dobbe (SP):Mijn vraag is de volgende. Er was een hele goede motie van de heerPaternotte om de blocking statutes te activeren. Daar moet Nederland zichdan wel voor inzetten. Vindt D66 nog steeds dat we dat snel moeten gaandoen?Mevrouw Van der Werf (D66):Absoluut. Ik zat ook al even te knikken bij uw inbreng op dit punt. Ik denkdat het belangrijk is dat we voor onze instituties gaan staan, zeker in destad van vrede en recht, waar meneer Guterres vandaag op bezoek is.De voorzitter:Dan gaan we door met de inbreng van de heer Hoogeveen namens JA21.De heer Hoogeveen (JA21):Dank u, voorzitter. Na zestien jaar is er een einde gekomen aan hetpremierschap van Viktor Orbán in Hongarije. Dat markeert zonder twijfeleen Europees politiek kantelpunt. Laten we ook eerlijk zijn: dat werd tijd.Want hoewel Orbán met het beschermen van de buitengrenzen tegenillegale immigranten Europa heeft geholpen, was het zoeken vantoenadering met Moskou en de voortslepende discussies over vermeendmisbruik van EU-middelen niet in ons belang. Zijn opvolger Péter Magyarbelooft constructiever in de wedstrijd te zitten. Dat klinkt hoopgevend. Ikhoor in heel Europa, van links tot rechts, al enthousiasme over zijnplannen.Dat is fijn, want wie goed naar zijn plannen kijkt, ziet dat zijn partij Tisza opveel punten opvallend dicht bij JA21 ligt. Denk aan een nog net zo strengeimmigratielijn, een constructief-kritische houding richting de EU enduidelijke steun voor de strijd van Oekraïne tegen Russische agressie,maar geen blanco cheques en voor nu geen EU-lidmaatschap voorOekraïne. Bij mijn fractie roept het wel de volgende vraag op. Welkemogelijkheden ziet de Minister om samenwerking met Hongarije inEU-verband te herijken en te versterken? Hongarije doet het economischondertussen slechter dan Roemenië, dus het zou goed zijn om te kijkenhoe we dat land kunnen helpen om die economische groei weer aan tezwengelen.Voorzitter. De politieke veranderingen in Hongarije zullen onvermijdelijkook gevolgen hebben voor de oorlog in Oekraïne. Mijn fractie blijft geenvoorstander van de keuze voor de gezamenlijke doorlening van 90 miljardeuro, maar gegeven de nieuwe situatie wil ik de Minister wel vragen omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34547 een tijdspad. Wanneer verwacht hij dat een eventuele Hongaarse blokkadeformeel kan worden opgeheven?Over de oorlog in Oekraïne gesproken: de Financial Times berichtte dezeweek dat de EU haar gasimport uit Rusland heeft verhoogd. Dit vind ikecht onbegrijpelijk. Vanuit één gaslocatie in Siberië werd zelfs 97% vanalle productie aan de EU verkocht, met een waarde van ongeveer3 miljard euro. Ik trek Frankrijk hier regelmatig door het slijk vanwegeMacrons hypocriete houding ten aanzien van steun aan Oekraïne en detaal die hij verkondigt, maar nu blijkt dat Spanje dit jaar meer dan tweekeer zoveel Russisch gas heeft afgenomen als in de eerste maanden van2025. Ik vind dat echt stuitend. Het Spanje van premier Sánchez heeft zó’nmond als het gaat om rechtvaardigheid in het Midden-Oosten en Oekraïneen de band met de Verenigde Staten, maar vervolgens gaat er zes keerzoveel Spaans geld naar Russisch gas als naar steun aan Oekraïne. Hoekijkt het kabinet naar deze Spaanse opstelling? Hoe denkt het kabinet degeplande EU-uitfasering van gasimport uit Rusland nog te halen? Hoegaat het kabinet invulling geven aan mijn motie over het aanspreken vanlidstaten die zich hypocriet opstellen tegenover steun aan Oekraïne?Voorzitter. Ten slotte de Europese veiligheidsstrategie. Als deze alleen zougaan over betere samenwerking binnen de Europese defensie-industrie,dan zou JA21 daar nog wel brood in zien, maar dit riekt wel naarmilitarisering van de EU. Daar zijn wij zeer op tegen. De EuropeseCommissie mag nooit gaan beslissen over het uitzenden van Nederlandsesoldaten. De EU is nooit bedoeld als een soort romp van de NAVO. Datwerd onlangs ook bevestigd door Bob Deen van Instituut Clingendael bijhet programma Buitenhof. In EU-verband zitten we bovendien zondercruciale spelers als het Verenigd Koninkrijk, Turkije, Noorwegen enCanada, om nog maar te zwijgen van de VS. Onze majesteit de Koning zeiin Philadelphia wijselijk dat onze trans-Atlantische band de bestewaarborg is voor een goede toekomst. Daarom de volgende vragen. Hoeziet het kabinet de afschaffing van het vetorecht in het licht van de somsbotsende belangen van grote lidstaten als Frankrijk en Duitslandtegenover die van Nederland? Hoe ziet het kabinet de operationaliseringvan artikel 42, lid 7 van het EU-verdrag precies voor zich? Dit is namelijkprecies wat ik bedoel met die militarisering van de EU. Hoe wordt deMilitary Planning and Conduct Capability uitgebreid als het aan hetkabinet ligt? Hoe botst dit met NAVO-structuren? Wat is eigenlijk demeerwaarde?Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Hartelijk dank. Er is geen meneer Maes, maar wel een mevrouw Maes. Ikgeef haar het woord namens de VVD.Mevrouw Maes (VVD):Dank u, voorzitter. Ik zag dat het verkeerde bordje voor mijn neus stond,maar inmiddels is dat gecorrigeerd.Op de dag dat Zelensky de Four Freedoms Award krijgt, zou ik het tenaanzien van de RBZ heel graag willen hebben over Oekraïne. De aandachtvoor Oekraïne mag wat mijn fractie betreft namelijk niet verslappen. NuHongarije een nieuwe regering krijgt die mogelijk positiever staattegenover steun aan Oekraïne, moeten we dit momentum goedgebruiken, want het verlies van Orbán is wat ons betreft een zegen voorOekraïne – een collega zei dat al – en komt precies op het goede moment.Oekraïne kan niet lang meer wachten op de financiële steun die al indecember is toegezegd. Tegelijkertijd profiteert Poetin van de instabiliteitin het Midden-Oosten; de hoge olieprijzen spekken de Russischeoorlogskas direct.De nieuwe politieke wind in Hongarije biedt ook kansen voor onssanctiebeleid. We hebben te vaak gezien dat sanctiepakketten werdenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34548 vertraagd of afgezwakt omdat Orbán zich als stoorzender opstelde. Ziet deMinister mogelijkheden om in Brussel nu sneller tot nieuwe, stevigesanctiepakketten te komen nu deze blokkade lijkt weg te vallen?De Russische oorlogsmachine draait nog steeds op volle toeren doorslimme omwegen en sanctieontwijking via derde landen. Voor deVVD-fractie staat vast dat we Oekraïne militair, financieel en diplomatiekonverminderd willen steunen. In dat kader is het essentieel datgesprekken over vrede worden hervat. Kan de Minister aangeven hoeNederland zich momenteel diplomatiek inzet om de positie van Oekraïnete versterken? Ziet de Minister mogelijkheden voor de EU of een coalitievan Europese landen om een grotere rol te pakken bij toekomstigeonderhandelingen, zeker nu de aandacht van de VS deels naar hetMidden-Oosten is verschoven? In de geannoteerde agenda las ik dat deRaad zal spreken over het belang van geïntensiveerde militaire steun eneen mogelijke bijdrage vanuit de EU aan toekomstige veiligheidsga-ranties. Kan de Minister aangeven waaraan hij dan voor Nederland denkt?Voorzitter. We mogen niet uit het oog verliezen wat de Oekraïensebevolking dagelijks doormaakt. Oorlog betekent dat de meest alledaagsedingen potentieel levensgevaarlijk zijn geworden. We moeten ons blijvenrealiseren hoe meedogenloos de Russische agressor te werk gaat. Nu hetfront vastloopt, richten zij hun pijlen steeds vaker op onschuldige burgers.Welke mogelijkheden ziet de Minister om de internationale aandacht voordeze Russische oorlogsmisdaden te vergroten en de druk op het Kremlinin EU- en VN-verband verder op te voeren?Dan de Europese veiligheidsstrategie. Ik weet niet zeker of collegaHoogeveen en ik dezelfde Europese veiligheidsstrategie hebben gelezen,maar dat terzijde. Ik wil de Minister namelijk graag complimenteren methet Nederlandse non-paper over de Europese veiligheidsstrategie. In hetstuk zit wat mij betreft precies de juiste balans tussen vasthouden aan deNAVO en via EU-samenwerking de NAVO versterken. Ook de nadruk die inhet stuk wordt gelegd op de situatie in Oekraïne en hoe we als EU kunnenbijdragen aan verbetering van die situatie, klinkt mijn fractie als muziek inde oren. Mijn vraag aan de Minister is wat de vervolgstappen zijn. Zijn erlidstaten waarmee Nederland in dit kader kan optrekken?Tot slot was ik naar aanleiding van de ingelaste RBZ van 5 maartbenieuwd naar de steun die de EU van plan is te geven aan de Golfstaten.Kan de Minister toelichten waar het concreet om zou gaan en wat voorNederlandse bijdrage wordt verwacht? Ik ga daar straks in het Midden-Oostendebat ook nog verder op in.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat de heer Hoogeveen een vraag heeft.De heer Hoogeveen (JA21):Ik werd toch een klein beetje gechallenged over de Europese veiligheids-strategie. Wij als JA21 willen ervoor waken – daarvoor gaan steeds meerstemmen op, ook bij de Europese Commissie – dat artikel 42, lid 7 verderwordt geoperationaliseerd. Dat is eigenlijk een artikel dat puur in hetEuropese verdrag zat om eventueel te kunnen helpen met bijvoorbeeldhumanitaire hulp. Dat werd in ieder geval heel breed geïnterpreteerd. Nuzie je dat er een soort operationalisering plaatsvindt van dat specifiekeartikel naar een verdere militarisering. Daarbij komt dat ook meer in hetvaarwater van de NAVO. Ziet de VVD ook de mission creep van dezeEuropese veiligheidsstrategie, en dat het niet zozeer complementair is,maar ook ter vervanging van NAVO-structuren?Mevrouw Maes (VVD):Dat ziet de VVD dus niet. Ik denk dat dat ook wel blijkt uit mijn verhaal. Ikzie het echt als een versterking van de EU-samenwerking binnen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34549 NAVO. Tegelijkertijd zien we natuurlijk ook dat er al heel veel samen-werking tussen EU-lidstaten is op militair gebied. Ik denk dat dat een heelgoede ontwikkeling is, die we vooral vast moeten houden.De voorzitter:De heer Hoogeveen? Nee? Dan gaan we door. Dank voor uw inbreng,mevrouw Maes. We gaan door naar de heer Ceder namens deChristenUnie. Voor degenen die iets later zijn gekomen: iedereen heeftvier minuten spreektijd en drie interrupties.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik zal het merendeel van de onderwerpen tenaanzien van het Midden-Oosten tot later in de middag parkeren. Ik hebdaar wel nog een aantal punten over, maar die hebben met de EU temaken, dus vandaar. Eerst heb ik een paar andere zaken.Voorzitter. Hongarije krijgt een nieuwe regering. Wij waren zeer verbolgenover de verhalen rond het afluisteren of in ieder geval het doorgeven vaninformatie door de Minister van Buitenlandse Zaken en anderen. Dat gingover informatie die binnen de Europese Raad dan wel de RBZ besprokenzou worden. Dat beïnvloedt natuurlijk ook de EU-besluitvorming. Mijnvraag is of inmiddels helder is of dit geruchten of feiten zijn. Welkemaatregelen zijn nu getroffen zodat er in vertrouwelijkheid over sanctie-maatregelen en andere stappen gesproken kan worden zonder datRusland daarvan op de hoogte is? Wat verwacht de Minister van denieuwe meerderheid in Hongarije? Ik las dat er veel gejuich opging, maarkijkend naar de standpunten ten aanzien van Europees asiel en de wijzewaarop de Hongaarse president gisteren bedankt is, vraag ik me toch afhoe de Minister de ontwikkelingen beoordeelt. Laat duidelijk zijn dat ikdenk dat het een goede ontwikkeling is dat de huidige regering ook tenaanzien van de opstelling tegenover Rusland nu een pas op de plaatsmaakt.Voorzitter. Dan Sudan. Ik ben blij met de stappen van de EU. Ik heb aleerder gepleit om de VAE scherper te betrekken als het gaat om hun rolten aanzien van wapenleveranties. De grootste humanitaire ramp opaarde vindt onder onze ogen plaats en wij zijn bezig met het optuigen vaneen economisch voordelig handelsakkoord. Volgens mij moeten we datwel met elkaar verknopen. Ik vraag me af wat, los van de stappen die nuin de EU gezet worden, de opstelling van de Minister is, ook bijvoorbeeldin bilateraal contact.De Raad zal ook spreken over de ontwikkelingen in de ZuidelijkeKaukasus. Er zullen verkiezingen in Armenië zijn. Ik vraag me af hoe hetstaat met de vredesonderhandelingen tussen Azerbeidzjan en Armenië.We hopen dat die snel tot een definitief akkoord leiden. Over een paardagen vindt de herdenking van de Armeense genocide plaats. Wij hebbenook dit jaar weer een motie aangenomen gekregen om die onverkort, inieder geval expliciet, te erkennen. Ik ga ervan uit dat de Minister dat danook doet. Ik vraag me af welke vorm dat in de komende weken zal krijgen.De Raad zal een besluit nemen over de mogelijke oprichting van eennieuwe civiele EU-missie in Armenië. Dat is mooi. Ik had nog niet over depositie van Nederland daarin gelezen, dus ik vroeg me af of de Ministerdaarop een toelichting zou kunnen geven.Voorzitter. Dan toch kort over het Midden-Oosten. Ik begrijp dat hetvredesakkoord tussen Israël en Libanon mogelijk ophanden zou zijn. Datzou historisch zijn. Ik vraag me af wat de rol en de opstelling van de EUdaarin zijn, mochten die er zijn, om dat voor elkaar te krijgen, ook als hetbijvoorbeeld gaat om het ontwapenen van Hezbollah.Voorzitter. We kregen een brief over de doodstraf in Israël, iets waar wij feltegen zijn. Ik las dat de Minister aangeeft dat er een juridische procedureloopt. Ik vroeg me af of die al aanhangig is gemaakt. Dat had ik nietscherp. Zo ja, maakt de Minister verdere stappen daarvan afhankelijk? IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345410 denk namelijk dat een procedure een paar jaar kan duren. Of zie ik datverkeerd? Ik vraag me af of de Minister even kan schetsen wat daarvan deimplicaties zijn.Daar laat ik het nu even bij. Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van Baarle, die spreekt namens defractie van DENK.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter, dank. Ik ga de onderwerpen wat verdelen over de debatten diewe vandaag hebben.Ik begin vandaag bij Libanon, want berichten wijzen erop dat hetIsraëlische leger daar systematisch hele dorpen met de grond gelijkmaaktdoor op grote schaal woningen op te blazen. Defensieminister Katz enMinister van Financiën Smotrich spraken zelfs hun wens uit dat Israëluiteindelijk delen van Zuid-Libanon zal gaan annexeren. Kan de Ministerdat veroordelen en dat benoemen voor wat het is? Als je wil annexeren,huizen vernietigt en mensen verdrijft, dan is daar een naam voor, namelijk«etnische zuivering». Wat gaat de Minister doen om de druk op Israël opte voeren om ervoor te zorgen dat het geweld stopt en dat er eenstaakt-het-vuren komt? Deze Minister moet alles op alles zetten om ervoorte zorgen dat het associatieakkoord tussen de EU en Israël opgeschortwordt. Er liggen al aangenomen moties die aan deze Minister vragen omdaar draagvlak voor te organiseren in de EU. Hoe gaat deze Minister dattijdens de aankomende Raad doen?Voorzitter. Enkele tientallen kilometers verderop zien we hoe Netanyahuzijn leger inzet om Syrisch grondgebied te annexeren. Die zogenaamdetijdelijke bufferzone – daarvan zei ook de Nederlandse regering «wevinden dat prima als dat tijdelijk is», een onbegrijpelijk standpunt – duurtinmiddels al anderhalf jaar. Die wordt ook steeds verder uitgebreid.Natuurlijk is de Golanhoogte al sinds 1967 bezet door Israël, dus deillegale annexatie duurt al ontzettend lang. Human Rights Watch zegt datIsraëlische troepen in die bezette delen van Zuid-Syrië zich schuldigmaken aan ernstige mensenrechtenschendingen, aan het verdrijven vande Syrische bevolking. Kan de Nederlandse regering die bezettingeindelijk klip-en-klaar veroordelen en in internationaal verband draagvlakorganiseren om Israël hard op te roepen om die bezetting direct tebeëindigen? Deelt de Minister dat ook dit een reden is om sancties in testellen tegen Israël, omdat dit een flagrante schending van het internati-onaal recht is?Voorzitter. Voor wat betreft de medische evacuaties zou ik mij graag willenaansluiten bij de vragen die mevrouw Dobbe heeft gesteld. Ik ben zeerbenieuwd naar het antwoord van de Minister. Wat betreft het Nederlandsebeleid: Nederland moet verantwoordelijkheid nemen en het goedevoorbeeld geven, maar andere landen moeten dat ook doen. Is deMinister bereid om in Europees verband ook andere landen daartoe op teroepen?Voorzitter. Zuid-Afrika heeft bij het Internationaal Gerechtshof eengenocidezaak aangespannen tegen Israël, zoals u weet. De Minister steltdat Nederland geen inhoudelijke positie inneemt en zich beperkt tot eenjuridische interpretatie van het Genocideverdrag. Dat is de zogenoemdeinterventie. Als Nederland dat verdrag serieus moet nemen, dan hoortdaar toch ook bij dat wij handelen als er ernstige aanwijzingen zijn dat ditverdrag wordt geschonden? Is de Minister dus bereid om buiten zo’n striktjuridische interpretatie van het verdrag meer stelling te nemen? Dit isimmers gewoon een genocide die zich voor onze ogen ontpopt.Voorzitter. In Sudan voltrekt zich nog altijd een van de grootste humani-taire rampen van de wereld. Die oorlog duurt inmiddels jaren.VN-onderzoekers zien duidelijke tekenen van genocide, gepleegd door deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345411 RSF. Ook ik ben benieuwd wat de inbreng van de Nederlandse regeringwordt op de conferentie in Berlijn. Gisteren is een motie van mij enmevrouw Dobbe aangenomen, waarin wordt gevraagd om het handelsak-koord dat met de VAE wordt gesloten – wij zijn daar geen voorstander van– in ieder geval te gebruiken om meer druk op de VAE te zetten om desteun aan de RSF te stoppen. Ik ben benieuwd hoe de Minister die motieter hand gaat nemen om dat ook op de komende RBZ te doen.Tot slot ...De voorzitter:Heel snel!De heer Van Baarle (DENK):... ga ik in op de transnationale repressie van Oeigoeren. ActivistAbdurehim Gheni is hardhandig tegen de grond gewerkt door Chinesebeveiligers. Heeft de Minister zicht op de transnationale repressie vanOeigoeren in Nederland die door de Chinese regering gepleegd wordt?Wat doet hij daartegen?De voorzitter:Dank u wel. Ik vraag aan mevrouw Van der Werf of zij even het voorzitter-schap kan overnemen.Voorzitter: Van der WerfDe voorzitter:Uiteraard, oud-voorzitter. Mevrouw Piri van PRO heeft nu het woord.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Hartelijk dank, voorzitter. Vanmiddag is er nog een uitgebreid debat overde situatie in het Midden-Oosten, maar vóór dat debat stemmen we alover de moties voor de RBZ. Een van de kernpunten van volgende week isof de Europese Unie eindelijk bereid is om sancties op te leggen aan deIsraëlische regering. Vandaar dat ik van plan ben om straks bij de plenaireafronding van de RBZ een motie hierover in te dienen. Mevrouw Dobberefereerde er al aan. Mijn fractie wil dat het kabinet werk maakt van deopschorting van het handelsdeel van het associatieakkoord met Israël. Hetlijkt erop dat hier nu eindelijk een tweederdemeerderheid voor is inEuropa. Graag een reactie van de Minister. Ook vraag ik hem of hij bereidis om dit voorstel volgende week al meteen in stemming te laten brengen.Dan over Oekraïne. Nieuwsuur bracht naar buiten dat de grootste drone-en raketbouwer van Oekraïne geen productielijn in Nederland gaat startenvanwege de bureaucratie hier. Wat is hier gebeurd en wat is nu het plan?In aanvulling op de inbreng van mevrouw Van der Werf: ook wij krijgensignalen dat Nederland weinig samenwerkt met maatschappelijkeorganisaties die een onmisbare schakel zijn in de levering van militaire endual-usegoederen. Neem de grootste Nederlandse organisatie die actief isin Oekraïne, Protect Ukraine. Dit gebeurt ondanks mijn reeds in 2024aangenomen motie om dit soort initiatieven juist wél te ondersteunen.Hoe kan dit, vraag ik de Minister. Is de Minister bereid om met ProtectUkraine om de tafel te gaan en te bezien hoe hun belangrijke werk extrakracht kan worden bijgezet met steun van de regering?Voorzitter. Nu Hongaren Viktor Orbán hebben weggestemd, is de weg vrijvoor stevigere sancties tegen Rusland en meer steun voor Oekraïne.Wanneer verwacht de Minister dat de lening van 90 miljard kan wordenovergemaakt? Valt er snel een extra sanctiepakket te verwachten tegenRusland met sancties waartegen eerder een Hongaars veto werduitgesproken, zoals het op de sanctielijst zetten van de Russischepatriarch?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345412 Op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken staat ook de situatie inGeorgië, het land dat op dit moment de meeste politieke gevangenen percapita heeft in Europa, namelijk 120. Mijn fractie heeft eerder gepleit voorpersoonsgerichte sancties tegen de verantwoordelijken voor de politiekerepressie en geweld. Is de Minister bereid hier extra werk van te maken?Op welke manier geeft hij opvolging aan mijn motie om het werk vanbelangrijke democratische watchdogs, ngo’s en onafhankelijke journa-listen te ondersteunen?Voorzitter, tot slot. Ik moet hier ook mijn grote teleurstelling en boosheiduitspreken over wat er nu weer dreigt te gebeuren met de Afghaansebewakers. De afgelopen jaren heeft de Kamer drie keer met meerderheideen motie aangenomen om een handjevol Afghaanse bewakers over tebrengen die we in gevaar hebben achtergelaten. Het CDA en D66 hebbendeze moties telkens gesteund, de meest recente nog net na de verkie-zingen van oktober. De afgelopen vier jaar was het telkens de VVD die ditbinnen de coalitie wist te frustreren en blokkeren. Nu lijkt precies dat weerte gebeuren. Waarom heeft de Minister besloten om de uitspraak van deHoge Raad in cassatie af te wachten voor er uitvoering wordt gegeven aanmijn aangenomen motie? Beseft de Minister dat zo’n uitspraak nog jarenkan duren, terwijl onze oud-medewerkers veelal ondergedoken zitten envrezen voor hun leven? Waarom niet gewoon doen wat fatsoenlijk is,eindelijk een punt zetten achter dit dossier en de uitspraak van de Kamer –die uitspraak wordt dan dus voor de derde keer gedaan – respecteren?Dank u wel.De voorzitter:Dank, mevrouw Piri. Dan draag ik bij dezen het voorzitterschap weer aan uover.Voorzitter: PiriDe voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar de Minister om te zien hoeveel tijd hijnodig heeft. Ik schors de vergadering tot 10.00 uur. Dan zetten we hetdebat voort.De vergadering wordt van 9.37 uur tot 10.03 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen hierbij de vergadering van de commissie Buitenlandse Zaken.We zouden om 10.00 uur weer starten, maar we wachten nog op deMinister, dus tot die tijd schors ik de vergadering.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de commissie voor Buitenlandse Zaken.Het woord is aan de Minister.Minister Berendsen:Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor de goede vragen opvelerlei onderwerpen. Ik heb een heleboel onderwerpen. Ik ga er gewoonaan beginnen. Ik verneem het graag van de Kamer wanneer er nog ietsmist.Allereerst Hongarije. Dat heb ik gisteren in het EU-uitbreidingsdebat ookkort met uw Kamer besproken. De uitslag van de Hongaarse verkiezingenis heel hoopvol. Het Hongaarse volk heeft gekozen voor verandering.Tegelijkertijd zullen we de nieuwe regering uiteindelijk op haar actiesmoeten beoordelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345413 Er zijn een aantal vragen gesteld over het tijdspad voor eventueledeblokkades in trajecten die we onder de regering-Orbán geblokkeerdgezien hebben. Dat ziet op de lening en op sancties richting Rusland. Wehopen dat natuurlijk zo snel mogelijk te kunnen doen, maar in eersteinstantie moet de Hongaarse regering op haar plek zitten. Dat zal nog eenaantal weken duren. Voor de komende RBZ zal dat alle twee dus nog niethet geval zijn, maar daarna hopelijk wel. Vervolgens zal het gesprek metHongarije gevoerd worden. Daarin hebben wij vanuit de EuropeseUnie-kant natuurlijk een agenda, maar Hongarije heeft die zelf ook. Het zalgericht zijn op het loskrijgen van alle middelen die in Brussel bevroren opde plank liggen. Het zal ongetwijfeld deels gelijktijdig lopen. Diegesprekken moeten gevoerd worden. Maar het mag duidelijk zijn dat ditkabinet er samen met de Europese partners alles aan wil doen om ervoorte zorgen dat de steun aan Oekraïne en de sancties tegen Rusland er zosnel mogelijk doorheen komen.Er werd een specifieke vraag gesteld over het lekken van informatie aanRusland. Die vraag kwam van zowel de heer Van Lanschot als, meen ik, deheer Hoogeveen. Hij had daar ook een opmerking over. Zoals ik al eerderheb gezegd, kunnen we geschokt zijn over het nieuws, maar moeten we ertegelijkertijd niet naïef over zijn dat dit gebeurd is. De Hongaarse Ministerheeft het ook toegegeven. Wat hij precies heeft doorgegeven, is onzeker.Als het om vertrouwelijke informatie gaat, schaadt dat natuurlijk de Unie.Dat ondermijnt het vertrouwen dat we onderling hebben. Dat heeft ookimpact op de wijze waarop de vergaderingen gevoerd worden. PremierTusk van Polen heeft daar onder andere een opmerking over gemaakt. Wehebben onze zorgen uitgesproken, ze bij EU-instellingen aangekaart eninformatie opgevraagd. De Commissie kan natuurlijk handhavendoptreden in haar rol als hoedster van de verdragen. We zullen dit verdervolgen. We hopen vooral dat er met het aantreden van de nieuweHongaarse regering ook op dit gebied meer vertrouwen kan ontstaan, datwe vergaderingen op de juiste wijze met elkaar kunnen voeren en dat weinformatie kunnen uitwisselen.Voorzitter. Ik kom hier langs een aantal vragen over de termijn. Hoe snelkunnen we het doen? Wij zetten in op zo snel mogelijk, ook in contactenmet Hongarije. Dat zullen we ook doen met onze Europese partners.Dat was het voor wat betreft Hongarije, alhoewel de lengte van dezebeantwoording wellicht geen recht doet aan de hoopvolle manier waaropwe hiernaar kijken. Tegelijkertijd zullen we Hongarije uiteindelijk afrekenenop de daden en de stappen die gezet worden op het gebied van dieonderwerpen die we gezamenlijk van belang vinden in Europa.Dan het blokje Oekraïne. De heer Hoogeveen vroeg hoe het kabinetinvulling gaat geven aan de motie over het aanspreken van lidstaten diezich hypocriet opstellen ten opzichte van Oekraïne. De heer Hoogeveennoemde Spanje. De zorg van het kabinet is inderdaad de bijdrage die deverschillende lidstaten leveren aan financiering voor de steun aanOekraïne. Nederland is daarin natuurlijk een van de koplopers. Wespreken blijvend alle lidstaten die achterblijven erop aan dat ze meermoeten doen. Dat doen we niet alleen omdat dat belangrijk is voorOekraïne, maar zeker ook omdat het belangrijk is om de steun inNederland hoog te houden. De steun die wij daarvoor hebben, is keihardnodig voor Oekraïne. Onze steun geven aan Oekraïne is ook belangrijk.Daarom roepen we andere lidstaten er ook toe op om dat te blijven doen.Dat blijven we onderstrepen, ook in de volgende vergadering.Kamerlid Piri vroeg, toen ze niet de voorzitter was, naar de grootstedronebouwer. Om te leren van Oekraïense innovaties werkt Defensie aancoproductie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven in hetkader van Build with Ukraine. We verwelkomen initiatieven voor gezamen-lijke productie in Nederland en we staan open voor gesprekken. Met debetreffende producent zijn er tot op heden geen gesprekken geweest overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345414 productie in Nederland. Defensie bekijkt de mogelijkheden om eenoriënterend gesprek aan te gaan met Fire Point.Mevrouw Maes vroeg welke mogelijkheden we zien om de Russischeoorlogsdaden aan te blijven kaarten en aan te blijven pakken. Het isbelangrijk dat er blijvende aandacht is voor deze oorlogsmisdaden, vooralin de door Rusland bezette regio’s, maar natuurlijk ook wat betreft dedagelijkse luchtaanvallen die we zien op Oekraïense steden. MiljoenenOekraïners lijden dagelijks onder de misdaden van de RussischeFederatie. We blijven hier aandacht voor vragen, in alle internationalegesprekken, maar ook in VN-verband. We hebben een bijzondere positieals voortrekker van het accountabilitydossier, in samenwerking metOekraïne. Daar blijven we mee doorgaan.Mevrouw Maes vroeg ook naar de vredesonderhandelingen en naar onzeeigen inzet daarin, in samenwerking met Europese partners. Wijwaarderen het zeer dat de VS hun rol pakken in de vredesonderhande-lingen tussen Rusland en Oekraïne. We blijven de internationale partnersoproepen om steun aan Oekraïne te geven en om het vredesprocesprioriteit te geven. Het is van belang dat Europa vertegenwoordigd blijft indie gesprekken. Het gaat namelijk niet alleen over de veiligheid vanEuropa. De toekomstige relatie met Oekraïne wordt her en der ookbetrokken in de vredesonderhandelingen. Dat zien we in de berichten.Daarom vinden we het belangrijk om Duitsland, Frankrijk en het VerenigdKoninkrijk te steunen om daarbij direct betrokken te zijn. Daar blijven wemee doorgaan.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel voor de beantwoording en dank aan mevrouw Maes voor hetstellen van de vraag. Zoals de Minister misschien weet, willen wij allanger dat Nederland en Europa zich veel meer inzetten voor vredesonder-handelingen tussen Rusland en Oekraïne. Wij willen dat we ons niethelemaal afhankelijk maken van Trump. We weten immers dat het per dagkan verschillen hoe zijn pet staat richting vrede en de belangen vanOekraïne en Europa. Ik heb nog een vraag naar aanleiding van debeantwoording van de Minister. Klopt het dat we het weer helemaaloverlaten aan Trump of zijn er ook inspanningen van Nederland of Europaom zelf het initiatief te nemen in plaats van dat we alleen maar proberenaan te sluiten bij de initiatieven van Trump?Minister Berendsen:Bij een onderhandeling is het belangrijk dat er één spoor bewandeldwordt dat tot een bepaalde uitkomst leidt. Op dit moment zijn deonderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland onder leiding van de VShet meest realistische spoor. Dat spoor willen wij zo veel mogelijkondersteunen. Maar het kabinet hecht er natuurlijk wel grote waarde aandat de Europese belangen daarin worden meegewogen. Dat doen wedoor Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zo veel mogelijk teondersteunen om daarbij betrokken te zijn. Onze belangen liggen op tafel,maar op dit moment is het proces dat nu loopt, de meest realistischeroute.Mevrouw Maes (VVD):Ik ben benieuwd naar het volgende. In de geannoteerde agenda van deRBZ staat dat de EU ook gaat kijken naar toekomstige veiligheidsga-ranties. U zegt dat het belangrijk is dat de EU of Europese landen daarbijbetrokken zijn. Gaat het dan over die veiligheidsgaranties of over ietsanders?Minister Berendsen:Die veiligheidsgaranties zijn natuurlijk een onderdeel van de gesprekkendie plaatsvinden. Op dit moment voeren wij in de structuur van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345415 coalition of the willing gesprekken over de manier waarop die veiligheids-garanties zouden kunnen worden opgepakt door de coalition of the willingen over welke rol van de verschillende betrokken partners verlangd zalworden. Daar voeren we het gesprek over. Nederland is bereid om serieusaan tafel te zitten en om daaraan een bijdrage te leveren. Dat betreftinderdaad de component van de veiligheidsgaranties en de vraag hoe dieworden vormgegeven. Die zijn onderdeel van het proces.De voorzitter:Dan vervolgt de Minister zijn betoog.Minister Berendsen:Ik heb de oorlogsmisdaden van Rusland net besproken.Verschillende Kamerleden hebben geïnformeerd naar de Oekraïenseburgerinitiatieven, en specifiek naar het initiatief Freedom Sky. Oekraïneheeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot koploper in innovatie – datwerd net ook aangehaald – zeker op het gebied van drones en interceptor-drones. Nederland steunt Oekraïne in het verder ontwikkelen van dit soortsystemen door productiefaciliteiten op te schalen en drone-expertise tedelen. Die particuliere initiatieven getuigen van een grote mate vanbetrokkenheid bij de Oekraïense verdediging tegen de Russische agressie.Daarom heeft mijn ministerie onlangs het subsidiekader CivicFocus voorparticuliere initiatieven opgezet. Dat staat ook open voor Oekraïne. We zijnop dit moment in overleg met Protect Ukraine om te verkennen welkemogelijkheden er zijn om dit soort initiatieven te ondersteunen. Daarbijbetrek ik ook mijn collega van Defensie, omdat dit deels het militaire endeels het civiele domein betreft.De voorzitter:Was dit alles over Protect Ukraine?Minister Berendsen:Ja, en over Oekraïne.De voorzitter:Oké. Dan heeft mevrouw Van der Werf nog een vraag.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik waardeer het uiteraard zeer dat het kabinet hiervoor openstaat en methen in gesprek gaat. Het is wel goed om te zeggen dat dit al best langduurt. Ik spreek deze organisatie regelmatig. Hoewel zij de inzet van hetkabinet waarderen, vinden zij het ook een stroperig proces. Ik zou het heelfijn vinden als het kabinet daar wat vaart achter kan zetten. Ik weet niet ofdat om procedures gaat of andere redenen kent, maar ik denk dat het voorde mensen in Oekraïne heel belangrijk is, omdat zij ook echt afhankelijkzijn van het tegenhouden van die Shahed-drones.Minister Berendsen:Ik zal mij ervoor inzetten om dit gesprek te versnellen en ervoor zorgendat deze gesprekken zo snel mogelijk plaatsvinden.De voorzitter:Dat is een mooie toezegging. Dan gaan we naar een interruptie van deheer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik wachtte even op het einde van het blokje Oekraïne, omdat ik hoopte datde Minister nog zou ingaan op mijn vraag over het kopen van Russischlng, Russisch gas. Het gaat mij niet alleen om de hypocriete houding vanlanden als Spanje en Frankrijk, die Oekraïne gewoon underfunden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345416 Nederland draagt in absolute termen meer bij dan landen als Spanje enFrankrijk. Het gaat er ook om dat die landen zich nog steeds committerenaan het kopen van Russisch gas. De Spaanse inkoop van Russisch gas isafgelopen maand zelfs met 124% gestegen. We zien dat landen alsFrankrijk, Spanje en België meer hebben uitgegeven aan Russisch gas danaan steun voor Oekraïne. Nederland is het enige land dat meer heeftgegeven aan steun voor Oekraïne dan aan de inkoop van gas uit Rusland.Ik vind het dan toch wel moeilijk te verkroppen dat we nu op zoek zijn naarallerlei maatregelenpakketten om Nederlandse burgers te steunen bij hunhoge energierekening.De voorzitter:En uw vraag is?De heer Hoogeveen (JA21):Mijn vraag is wat de Minister concreet gaat doen om dit in Europa aan tekaarten en hier actie op te ondernemen, ook ten aanzien van de ambitievan de Europese Commissie om in 2027 de hele inkoop van Russisch gasaan banden te leggen.De voorzitter:De interrupties mogen iets korter.Minister Berendsen:Die inzet van de Europese Commissie steunen we. We moeten dus verderop dat pad om de Russische import volledig te stoppen. Ook gevoels-matig is het onacceptabel dat we na al die jaren oorlog nog steedsRussisch gas importeren in Europa. Ik denk dat de heer Hoogeveenvolledig gelijk heeft. Van een land als Spanje zie je aan de ene kant debijdrage aan de financiële steun voor Oekraïne en aan de andere kant deimport van Russisch gas. Dat lijkt me een uitstekend argument om op destapel te leggen en om de druk verder op te voeren op die landen ommeer te doen, in dit geval specifiek op Spanje, maar wellicht ook opandere landen. Ik geef de heer Hoogeveen gelijk dat een stijging van degasimport uit Rusland echt het verkeerde signaal is en dat lidstaten daargewoon niet aan moeten beginnen.De voorzitter:De heer Hoogeveen heeft een vervolgvraag.De heer Hoogeveen (JA21):Een korte vervolgvraag. Is het een idee om dan ook te kijken hoe we hetpakket van die 90 miljard, die doorleenfaciliteit, waar Nederland ook weergarant voor staat, kunnen inzetten om landen een incentive te geven van«als u blijft doorgaan met het importeren van Russisch gas, mag u hierniet aan meedoen of krijgt u zwaardere voorwaarden»?Minister Berendsen:Het lastige van die suggestie is het volgende. We concluderen gezamenlijkdat de lening van 90 miljard zo snel mogelijk gegeven moet worden endat dit pakket er zo snel mogelijk door moet. Als we nu anderevoorwaarden stellen dan de voorwaarden die al gesteld zijn, kan dat hetproces bemoeilijken. Tegelijkertijd denk ik dat we de informatie die deheer Hoogeveen aanhaalt over de gasimport op tafel moeten leggen bij delidstaten, dat we elkaar daarop moeten aanspreken en moeten bekijkenhoe we elkaar onder druk kunnen zetten of kunnen motiveren om hier zosnel mogelijk mee te stoppen.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345417 Ik heb al langer zorgen over de hoge mate van symboolpolitiek die we inde EU voeren, terwijl we niet het gewenste effect krijgen. Dit is er één van.De gasimport van Spanje was hoog, maar is nog gestegen. Dat betekentdat wij Oekraïne de facto steunen, maar ook de Russische oorlogskasspekken. Dat wij daar zorgen over hebben, is één, maar de facto is de EUde oorlog aan het verlengen of in ieder geval Rusland aan het versterken.Dat is voor de ChristenUnie een onacceptabele stap. Mijn vraag is daaromof de Minister bereid is om in ieder geval Spanje er concreet op aan tespreken dat dit niet de bedoeling kan zijn. Ik heb het dan niet over deimport, want meerdere landen maken zich schuldig aan deze zonde. Hetgaat mij om de stijging, terwijl we juist hebben afgesproken dat we gaanafbouwen. Is de Minister bereid om toe te zeggen Spanje hierop aan tespreken? Dat kan bilateraal of hij kan het zelf doen.Minister Berendsen:Ik deel die frustratie. We doen er inderdaad aan de ene kant alles aan omOekraïne te steunen, maar aan de andere kant zien we de import van gasen de olie-export van Rusland. Daar verdient Rusland gewoon veel geldmee, waarmee het de oorlogseconomie overeind kan houden. Hetelement dat de heer Ceder noemt, zal ik zeker meenemen in mijn bijdragein de RBZ als het gaat om steun aan Oekraïne en de druk die we oplidstaten moeten leggen.De voorzitter:Nog een vervolgvraag van de heer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):Geen vervolgvraag, voorzitter. Ik wil dubbelchecken of dat een toezeggingis, want dan komt er ook een terugkoppeling naar de Kamer over wat deuitwisseling heeft opgeleverd of wat de reactie daarop was.De voorzitter:Ziet de Minister dit als een toezegging?Minister Berendsen:Ja.De voorzitter:Oké. Dan noteren wij deze toezegging. De Minister kan doorgaan met debeantwoording.Minister Berendsen:Voorzitter. Er waren vragen over het vetorecht inzake het Gemeenschap-pelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. In lijn met de motie-Klos zet hetkabinet zich in voor het afschaffen van veto’s op het GemeenschappelijkBuitenlands en Veiligheidsbeleid. Dat is ontzettend belangrijk voor deslagvaardigheid, voor het maken van een gezamenlijke vuist op hetwereldtoneel. We hebben gezien dat met name Hongarije het samenkunnen maken van die vuist regelmatig heeft gefrustreerd, geblokkeerd engechanteerd. Het is iets van lange adem, want voor het afschaffen van hetveto is een verdragswijziging nodig en dat kun je alleen met een unani-miteit van stemmen doen. Tegelijkertijd zet Nederland zich in overleg metandere lidstaten ervoor in om te kijken of dit een momentum is om dit opeen andere manier, via passerelles, te doen. Je kunt er wel met unani-miteit voor stemmen om op bepaalde beleidsonderdelen QualifiedMajority Voting toe te passen. Dit is iets waar we met onze collega’s inEuropa discussie over blijven voeren.De heer Hoogeveen heeft nog gevraagd hoe we de afschaffing van hetvetorecht zien in het licht van de soms botsende belangen van lidstatenzoals Frankrijk en Duitsland. Zoals ik net al zei, vinden wij het echtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345418 belangrijk dat we op het gebied van het Gemeenschappelijk Buitenlandsen Veiligheidsbeleid toegaan naar een gekwalificeerde meerderheid. Jeziet dat lidstaten ook zonder veto graag bereid zijn om te kijken naarelkaars belangen en niet zomaar over zullen gaan tot stemmen omdat ergeen vetorecht is. Er wordt echt gekeken naar consensus. Het kabinet zalzich ook blijven inzetten voor een goede handremprocedure, waardooreen besluit aan de Europese Raad kan worden voorgelegd als dat eenvitaal nationaal belang raakt. Hoewel het kabinet zich inzet voor hetafschaffen van het vetorecht inzake het Gemeenschappelijk Buitenlandsen Veiligheidsbeleid, wil ik hier nogmaals benadrukken dat wij op andereterreinen absoluut niet willen tornen aan het vetorecht, bijvoorbeeld alshet gaat over de meerjarenbegroting.Voorzitter. Er waren vragen over de NAVO en de veiligheidsstrategie, maarde stukken over de veiligheidsstrategie heb ik even niet voor me liggen.De heer Hoogeveen vroeg hoe de Military Planning and ConductCapability wordt uitgebreid, hoe dit met NAVO-structuren botst en wat demeerwaarde is. Wij zijn voorstander van het MPCC. Zo kunnen we denodige planning en aansturing beter uitvoeren. Maar we willen echtwaken voor duplicering met NAVO-structuren. De NAVO is echt de pijleronder onze veiligheid. Ik noem Command and Control. Afschrikking enverdediging van het NAVO-grondgebied is de taak van de NAVO. Het is detaak van NATO’s Command Structure. We zijn er ook geen voorstandervan dat het MPCC deze taken overneemt of dupliceert.De heer Hoogeveen vroeg ook naar het operationaliseren van artikel 42.7.Met de operationalisering van artikel 42.7 doelen we gewoon op het beterbenutten van bestaande EU-crisisstructuren. Het doel is dat het artikelsneller geactiveerd kan worden en dat de coördinatie met de NAVO beteris geregeld. Nogmaals, de NAVO is gewoon de hoeksteen van onzeveiligheid. Het is de hoeksteen van onze collectieve afschrikking. We zijnabsoluut niet voor de duplicering van NAVO-structuren. Het gaat er echtom hoe je complementair kunt zijn, hoe je kunt bijdragen en hoe je kuntleveren.Ik krijg nu een indicatie van mijn ondersteuning over waar ik het tweedeonderwerp kan vinden. Die papieren pak ik er dan meteen even bij. Deveiligheidsstrategie is hieraan gelieerd. Mevrouw Maes vroeg onderandere naar de veiligheidsstrategieën, het vervolg en het optrekken metandere landen. De veiligheidsstrategie wordt besproken in verschillenderaden en comités in Brussel. Wij leveren input via de EDEO en via deCommissie langs de lijnen van onze non-paper. Dat gesprek heeft u net alin uw interventie en ook in het korte interruptiedebatje gevoerd. Wijtrekken inderdaad op met gelijkgestemde landen: Duitsland, de Beneluxen de Nordics. Daarmee maken we samen werk van de veiligheidsstra-tegie. Het is belangrijk om complementair te zijn aan wat we in de NAVOdoen, zoals ik al zei.Mevrouw Maes (VVD):Dit is mijn tweede interruptie, geloof ik. Veel dank voor dit antwoord. Ikben benieuwd naar het volgende. Als u het over de Nordics hebt, zittendaar dan de Baltische landen bij? Wordt er ook gekeken of er bijvoorbeeldmet Polen kan worden opgetrokken?Minister Berendsen:Als ik de Nordics noem, zitten de Baltics daar niet bij, maar de Baltics zijnnatuurlijk inderdaad een belangrijke partner op het gebied van veiligheid.Polen is dat natuurlijk ook. Dat betekent dat we daar nadrukkelijk naarkijken. Het gesprek met de Nordics en de Baltics staat binnenkortgezamenlijk met de Ministers van Buitenlandse Zaken van de Beneluxgepland. Dit onderwerp bespreken we dan natuurlijk samen met diepartners.Voorzitter. Er werden vragen gesteld over Sudan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345419 De voorzitter:Excuus, ik zie nog een interruptie van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Excuus, voorzitter. Ik wachtte even tot het einde van het blokje Europeseveiligheidsstrategie. De Minister zegt dat we de operationalisering vanartikel 42, lid 7 niet moeten zien als een vervanging. Hij zegt dat we ervoormoeten waken dat het de NAVO niet in de wielen rijdt. De Minister heeftechter ook in het Europees Parlement rondgelopen. Hij weet ook hoe deEuropese Commissie, waaronder Eurocommissaris Kubilius, hieroversignalen heeft gegeven. Hij heeft al meerdere malen aangegeven dit juistwel te zien als een supplement voor artikel 5 en ook graag te willeninzetten op het operationaliseren van een Europees leger. We zien dus weldat er binnen de Europese Commissie een soort van mission creep is. Hoegaat de Nederlandse regering zich verhouden tot de Europese Commissieten aanzien van deze ambities?Minister Berendsen:Dit kabinet deelt de zorgen van de Europese Commissie over de veiligheidvan de Europese Unie. Het gaat met name over hoe wij binnen deEuropese Unie meer verantwoordelijkheid kunnen dragen voor onze eigenveiligheid. Dat heeft natuurlijk ook alles te maken met de zorgen die ookvanuit de VS geuit zijn richting de Europese NAVO-bondgenoten over opwelke manier wij daaraan zelf kunnen bijdragen. Ik denk dat het dus heelgoed is dat we de discussie op Europees niveau voeren. Ik denk dat hetheel goed is dat we een discussie binnen de EU voeren over de manierwaarop wij de militaire slagkracht kunnen versterken, hoe we snellerzouden kunnen reageren en hoe we crisisstructuren beter zouden kunnenaanwenden. Maar nogmaals, dat is wat dit kabinet betreft complementairaan de NAVO. Ik denk dat we het meer moeten zien als de wijze waaropwe de Europese verantwoordelijkheid, die van ons gevraagd wordt binnende NAVO, meer vormgeven.De voorzitter:Als ik het goed heb, gaat de Minister door met het blokje Sudan.Minister Berendsen:Voorzitter. Mevrouw Dobbe heeft gevraagd naar de Berlijnconferentie. Ikdenk even na, maar dat heeft even met mijn reisschema te maken. Er staatdat die conferentie op 15 april in Berlijn is, maar dat was volgens mijgisteren, toch? Ja, ik wilde al zeggen! Het was een belangrijke conferentiedie uit drie onderdelen bestond: een politiek, humanitair en civielsegment. Tijdens de middagsessie lag de nadruk op de humanitairefinanciering en op de naleving van het humanitair oorlogsrecht.Nederland werd hierbij op hoog ambtelijk niveau vertegenwoordigd.Naast onze financiële pledge heeft Nederland specifiek aandacht gevraagdvoor de veiligheid en bescherming van hulpverleners. Ook heeftNederland gewezen op de rol van lokale organisaties, inclusief gemeen-schapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms. Ik heb daaroverook nog de laatste informatie opgevraagd.Dan kom ik op termen als de Quad- en de Quintetinspanningen. Dieblijven natuurlijk heel belangrijk om te komen tot een duurzame vrede inSudan door middel van onze bemiddelingspartnerschappen. Ik wildedaarbij vermelden dat ik ook zelf volgende week onder andere naar deVerenigde Arabische Emiraten zal gaan, dat ik daar ook zal spreken metmijn collega’s en dat dit soort onderwerpen natuurlijk onderwerp vangesprek zijn.Ik dacht even dat dit het was, maar dit was de eerste pagina van debeantwoording over Sudan! Het ging even over de Berlijnconferentie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345420 Mevrouw Dobbe vroeg ook hoe we landen die Sudan financieren, aangaan spreken. Ik heb net aangegeven dat ik volgende week het gesprek zalvoeren met de Verenigde Arabische Emiraten, dus ook Saudi-Arabië. Hetconflict in Sudan is buitengewoon complex en die veelheid aan Sudaneseen niet-Sudanese actoren speelt daarbij een rol. Vragen over wel of geenbetrokkenheid bij het conflict zijn hierdoor vaak niet helemaal eenduidig tebeantwoorden. Tegelijkertijd spreken we met al die landen in de regioover Sudan. We spreken onze zorgen uit over de humanitaire situatie en –dat heb ik net ook genoemd – over het belang van het stoppen van dewapentoevoer naar Sudan en over het belang van een einde aan hetgeweld. Wij pleiten ook voor versterkte diplomatieke EU-inzet richting derelevante regionale actoren. We pleiten voor een versterkte samenwer-kingscoördinatie tussen de EU-inzet op Sudan en het werk van de VS omeen einde te maken aan het conflict. Dat doen we voornamelijk binnen hetQuad-initiatief. Ik heb al gemeld dat ik me daar ook bilateraal voor blijfinzetten.Mevrouw Dobbe vroeg ook hoe we ons samen met andere EU-landeninzetten in VN-verband. Samen met de EU-lidstaten en andere landenprobeert Nederland druk te houden op strijdende partijen en de factoautoriteiten, om humanitaire toegang mogelijk te maken. Hierbij gaat hetook om het wegnemen van administratieve belemmeringen. InVN-verband werkt Nederland samen met andere landen toe naarhumanitaire toegang. Dat heb ik zojuist al genoemd. We proberen druk teleggen op strijdende partijen en supporters.Mevrouw Dobbe, de heer Ceder en de heer Van Baarle vroegen naar hethandelsverdrag tussen de Verenigde Arabische Emiraten en Sudan. Wezien mogelijkheden om het onderwerp op te brengen in Brussel. Hetmeest geschikt lijkt daarvoor de Trade Policy Committee, waar wordtgesproken over de FTA-onderhandelingen. Daarbij zullen we verwijzennaar de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de EU,waaronder de inleving van het internationaal recht.De heer Ceder (ChristenUnie):Was dat het?De voorzitter:Is het blokje Sudan daarmee afgerond, vraag ik aan de Minister.Minister Berendsen:Het blokje is van mijn kant afgerond, ja.De voorzitter:Dan zijn er nog wat vragen. Eerst van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik wil even een dubbelcheck doen, omdat ik wat later binnenkwam.Hoeveel interrupties hebben we?De voorzitter:Dat heb ik u gezegd: dat zijn er drie. U heeft er al anderhalf opgemaakt. Ugaat nu naar uw tweede.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik stel voor dat we dat naar beneden afronden.De voorzitter:Zeker, zeker.De heer Ceder (ChristenUnie):Maar dan wil ik graag mevrouw Dobbe eerst aan het woord laten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345421 De voorzitter:Wat een gentleman. Het woord is aan de heer Dobbe. «De heer» Dobbe!Mevrouw Dobbe!(Hilariteit)Mevrouw Dobbe (SP):Voorzitter, wat doet u nu?Goede intenties, goede woorden: ik hoor een heleboel woorden van dezeMinister, soms een beetje snel uitgesproken, maar ik ben toch even opzoek naar wat dit concreet betekent. De Minister zei wel iets waar ik eersteven over wil doorvragen, namelijk dat het lastig is om te bepalen wie welof niet bij het conflict betrokken is. Over de Emiraten. Over de rol van deEmiraten in het bewapenen en steunen van in ieder geval de RSF zijntalloze rapporten verschenen; over Saudi-Arabië bestaan die rapportenoverigens ook. Is er bij dit kabinet dan twijfel over de betrokkenheid vande Emiraten bij het ondersteunen van de RSF? Dat vind ik wel even heelbelangrijk om te weten, want dat betekent natuurlijk ook iets voor degesprekken daarover die u ingaat.Minister Berendsen:Ik verwees ernaar dat de conflicten complex zijn en dat Sudanese enniet-Sudanese partijen hierbij betrokken zijn. Dat ik aangeef dat ik hier inmijn gesprek met de Verenigde Arabische Emiraten aandacht voor zalvragen, duidt natuurlijk ook op de wijze waarop het kabinet naar diebetrokkenheid kijkt.De voorzitter:Wilt u nog een vervolgvraag stellen? Dat is dan uw laatste.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, dat snap ik.De voorzitter:Oké, gaat uw gang.Mevrouw Dobbe (SP):Dan stel ik de vraag maar. Er is dus bij dit kabinet geen twijfel over hetpunt dat ik noemde? Ik neem aan dat dit antwoord dat betekent en als datanders is, hoor ik dat graag van de Minister. Er is gisteren een motie vande heer Van Baarle en mijzelf aangenomen. De Minister refereert aan eengesprek dat hij later met de Emiraten gaat hebben. Hoe gaat deze Ministerde inhoud van deze motie, waarin wordt gevraagd naar een zekereEuropese steun hiervoor, morgen bij de RBZ aan de orde stellen?De voorzitter:Ik kijk even of Minister op de hoogte is van de motie.Mevrouw Dobbe (SP):Dat hoop ik.De voorzitter:Hij was ook op reis, dus vandaar dat ik het even check.Minister Berendsen:Ik moet de motie nog even goed tot me nemen. In algemene zin zal dezeMinister altijd zijn best doen om aangenomen moties in de praktijk tebrengen, dus dat geldt ook voor deze, maar de inhoud van de motie heb ikop dit moment niet scherp. Wellicht is er een moment dat ik daar meerinhoudelijk op kan antwoorden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345422 De voorzitter:Dan kijken we even of de Minister daar gedurende dit debat, misschien ophet eind, op terug kan komen. Anders kan hij dat misschien doen bij hettweeminutendebat. Dan ga ik even door naar de heer Van Baarle. Dan kande heer Ceder nog even nadenken over zijn vraag.De heer Van Baarle (DENK):Ik sluit me uiteraard aan bij de vraag van mevrouw Dobbe. Ik beninderdaad ook benieuwd hoe de Minister die motie in aanloop naar zijnbezoek aan de VAE gaat uitvoeren. Inmiddels zien we in de afgelopen tijdecht stapels van bewijzen van verschrikkelijke misdaden die door de RSFgepleegd worden in Sudan. Er is bijvoorbeeld een onderzoekscommissiedie aangeeft dat er gewoon aanwijzingen zijn voor genocide die door deRSF gepleegd wordt. Ik zou aan de Minister willen vragen hoe Nederlandmet die verschrikkelijke, zorgelijke voorbeelden van misdaden die we daargepleegd zien worden, de inspanningen om straffeloosheid te voorkomengaat opvoeren. Hoe gaat Nederland dat niet alleen zelf doen, maar ook ininternationaal verband?Minister Berendsen:Dit kabinet maakt zich grote zorgen over wat er in Sudan gebeurt en ookover de gevallen die de heer Van Baarle noemt. Ik maak me er hele grotezorgen over dat Sudan met alles wat er in de wereld aan de hand iseigenlijk veel te weinig aandacht krijgt en ik maak me zorgen over deenorme humanitaire problemen en effecten die we daar zien en ook overde gewelddadigheden die daar plaatsvinden. U kunt erop rekenen dat ditop de agenda van het kabinet staat, ondanks dat het wellicht in de medianiet altijd dezelfde aandacht krijgt als andere conflicten in de wereld. Ukunt erop rekenen dat wij er op allerlei manieren, internationaal enbilateraal, op inzetten om ook eventuele wandaden daar aan de kaak enaan de orde te stellen.De voorzitter:Ik kijk nog even of er andere vragen over Sudan zijn. Zo niet, dan gaat deMinister door met zijn beantwoording. De heer Ceder reageert niet. Ofheeft u toch een vraag, meneer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):Nee, ik bewaar ze.De voorzitter:Oké, u bewaart ze. Heel goed. Het woord is aan de Minister.Minister Berendsen:Er werden vragen gesteld over Armenië en Azerbeidzjan. Er werdgevraagd naar de laatste ontwikkelingen in het vredesproces. Sinds deparafering van het vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan zienwe een positieve dynamiek in het vredesproces. Zo heeft Azerbeidzjan injanuari 2026 een viertal Armeense gevangenen vrijgelaten en heeftAzerbeidzjan olie-export naar Armenië gestart. Nederland steunt demaatregelen van zowel Armenië als van Azerbeidzjan die vertrouwengeven, om de stabiliteit in de zuidelijke Kaukasus te bevorderen.Daarnaast is er ook steun voor de inzet van de VS. Nederland en deEuropese Unie blijven beide partijen oproepen om over te gaan totondertekening. Hierbij zijn constructieve relaties met beide landenbehulpzaam. Voor ondertekening houdt Azerbeidzjan vast aan de al langergestelde eis dat Armenië de Grondwet moet aanpassen, omdat die eenindirecte claim op Karabach zou bevatten. Op 16 maart heeft Armeniëaangekondigd een draft van de nieuwe Grondwet te publiceren, ook alsgebaar richting Azerbeidzjan dat de verwijzing zal verdwijnen. Recent hebTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345423 ik ook zowel met mijn Armeense als met mijn Azerbeidzjaanse collegagesproken; ik heb mijn steun uitgesproken voor het vredesproces en hetbelang van de ondertekening benadrukt.De heer Ceder vroeg naar besluiten over een nieuwe civiele missie inArmenië en vroeg wat de positie van Nederland daarin is. Tijdens de Raadligt er een besluit voor tot oprichting van de nieuwe civiele Gemeenschap-pelijk Veiligheids- en Defensiebeleid-missie in Armenië. De missie zalbijdragen aan de Armeense weerbaarheid tegen hybride en cyberdrei-gingen. Nederland steunt de oprichting van deze nieuwe missie en is ookbereid om aan deze missie bij te dragen, bijvoorbeeld via detachering vanNederlandse experts.De heer Ceder vroeg ook hoe het staat met de uitvoering van zijn motieom niet meer te spreken van «de kwestie van de Armeense genocide».Het vorige kabinet stuurde in april 2025 een Kamerbrief waarin isuiteengezet dat de kabinetspositie ten aanzien van dit onderwerp niet isgewijzigd. Die brief staat en voormalig premier Schoof heeft de Kamertijdens het plenaire debat van oktober 2025 toegezegd met een nieuweKamerbrief te komen, na ratificatie van het vredesakkoord tussen Armeniëen Azerbeidzjan. Die toezegging staat onder dit kabinet nog steeds. Deondertekening en ratificatie hebben nog niet plaatsgevonden; zodra dathet geval is, kan de Kamer een brief tegemoetzien. Het kabinetverwelkomt de positieve ontwikkelingen in het vredesproces; dat zei iknet.De voorzitter:Nu eindelijk een tweede interruptie van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik begrijp dat ook het kabinet-Jetten de motie gewoon, plat gezegd, nietgaat uitvoeren. Dit is niet een motie die alleen nu is ingediend; volgensmij is ze onder drie kabinetten elk jaar ingediend. Ik had gehoopt dat ditkabinet en de coalitiepartijen de motie zouden uitvoeren, want het is eendrogreden dat de vredesonderhandelingen tussen Azerbeidzjan enArmenië iets te maken zouden hebben met het erkennen van het onrechtwaarbij onder andere het gebied dat het huidige Turkije is betrokken is, endat dat de vredesgesprekken onder spanning zou zetten. Dat is gewoonniet waar. Azerbeidzjan heeft niets met die erkenning te maken. Dat is ookniet het gebied waar het onrecht heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeftde Kamer zich na die brief en na de toezegging van het kabinet, van deMinister, opnieuw uitgesproken en gezegd dat het wil dat de motie dit jaaralsnog wordt uitgevoerd. Ik weet wel hoe het zou kunnen, maar dat zijnzwaardere instrumenten, die ik niet graag ingezet wil zien. Ik zou graagwillen weten wat de Minister nodig heeft om de meerderheid van deKamer, dus alle partijen minus DENK, te respecteren en deze motie uit tevoeren.De voorzitter:Het is duidelijk.Minister Berendsen:Wat betreft het eerste deel van de vraag van de heer Ceder: het kabinet iswel van mening dat het traject dat nu loopt zich in een precaire fasebevindt. Zowel het vredesproces tussen Armenië en Azerbeidzjan als hetnormalisatieproces tussen Armenië en Turkije bevindt zich in een precairefase. Ik geef dus aan dat zodra de ondertekening, de ratificatie van hetvredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan gedaan is, wij als kabinetmet een brief zullen komen over de motie en het verzoek van de heerCeder. Maar ik zou wel willen vragen om dit proces nu niet te doorkruisen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345424 De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Berendsen:Dank u wel, voorzitter. Er werden vragen gesteld over het ICC, waar wijgastland van zijn en waarvoor wij een verantwoordelijkheid dragen.Onder anderen mevrouw Dobbe stelde hier vragen over. Zoals bekendkeuren wij die sancties tegen ambtsdragers af. Wij dragen dat ookconsistent uit. Dat doen we ook in gesprekken met de VS. Nederlandsteunde ook de EU-verklaring en de verklaring van verdragspartijen bij hethof tijdens de laatste jaarvergadering hierover. Daarbij ging het specifiekover ngo’s. We zetten ons ervoor in om de gevolgen van sancties voor hethof zo goed als mogelijk te kunnen opvangen. Dat doen we niet alleen.Wij spelen daar een belangrijke rol in, maar het is een zaak van alle125 verdragspartijen om er gezamenlijk voor te zorgen dat het hof zoonbelemmerd mogelijk kan blijven functioneren. Daar is ook regelmatigoverleg over met het hof en vertegenwoordigers van het hof. Als gastlandhebben we daar een bijzondere verantwoordelijkheid voor. Die blijven weop ons nemen, zowel wat betreft de mitigerende maatregelen voor hetfunctioneren van het hof ondanks sancties als wat betreft het voorkomenvan verdere sancties.Voorzitter. Er werd ook gevraagd naar het blocking statute, deEU-antiboycotverordening. Dat is een van de instrumenten die kanworden ingezet om de gevolgen van VS-sancties te mitigeren. Er zittenvoor- en nadelen aan dit instrument. De timing moet zeker gewogenworden. Wanneer doe je dit? Wanneer ben je dan effectief? Welk effectbereik je daarmee? Daarbij wordt onder andere gekeken naar deverwachte impact op de lopende diplomatieke inzet richting de VS om tevoorkomen dat er extra sancties komen. Indien de VS nieuwe sanctiesafkondigen die het functioneren van het hof naar verwachting ernstigzullen belemmeren, dan zal het kabinet zich conform de moties inEU-verband hardmaken voor het activeren van de antiboycotverordening.De voorzitter:Even iets feitelijks. Ik weet dat mevrouw Dobbe geen interrupties meerheeft. Die motie is twee voorgangers voor deze Minister aangenomendoor deze Kamer. Dat breng ik even in herinnering. Dat was dus nog bijMinister Veldkamp, die oordeel Kamer gaf. Dat was de motie om hetblocking statute in te zetten, die is aangenomen. De Minister vervolgt.Minister Berendsen:Ik ga eerst naar het blokje overig en dan eindig ik met het blokje dat westraks gaan uitbreiden met een heel middagdebat.Piri heeft gevraagd naar Georgië. Nederland is en blijft voorstander vanEU-brede sancties tegen de verantwoordelijken van geweld tegendemonstranten, journalisten en politici in Georgië. We bekijken voort-durend hoe we hier unanimiteit voor kunnen bereiken. Wat betreft hetleveren van steun aan het Georgisch maatschappelijk middenveld isfinanciering van projecten in Georgië nagenoeg onmogelijk gemaakt doorde op het maatschappelijk middenveld gerichte restrictieve maatregelendie in hoog tempo zijn ingevoerd. Ja, excuus voor het snelle praten,mevrouw Dobbe. Dat besef ik. In het Europees Parlement heb ik juist altijdgeleerd om heel rustig te praten, omdat anders het maken van devertaling niet mogelijk was. Ik heb dat blijkbaar vrij snel van meafgeschud! Als gevolg van de wetgeving in Georgië hebben Nederland eninternationale partners programmering moeten stopzetten of aanpassen.Nederland blijft kijken naar de steun die past binnen de grenzen van deGeorgische wet. Een voorbeeld van nieuwe steun is het beurzenpro-gramma Dutch Bridge for Georgia. Via dit beurzenprogramma zalNederland opleidingsmogelijkheden aanbieden aan personen uit hetGeorgisch maatschappelijk middenveld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345425 Mevrouw Piri vroeg naar de Afghaanse bewakers. Dit kabinet houdt demotie vooralsnog, net als het volgend kabinet, in beraad hangende deuitspraak van de Hoge Raad in de cassatieprocedure. Dit is onlangs doorhet huidige kabinet aan de Eerste Kamer kenbaar gemaakt en is door hetvorige kabinet aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt. Ik begrijp dat ditecht teleurstellend nieuws is voor deze groep ambassadebewakers. DeStaat heeft ingestemd met het verzoek van 42 bewakers om een versneldebehandeling van het cassatieberoep.De voorzitter:Was dit het blokje overig?Minister Berendsen:Nee, ik heb nog meer.De voorzitter:Dan maken we dat eerst af. Dan kijk ik daarna wie er interrupties heeft.Minister Berendsen:De heer Van Baarle vroeg nog naar de transnationale repressie door deChinese regering richting de Oeigoeren. Het kabinet is bekend metsignalen van de repressie van diasporagemeenschappen in Nederland,inclusief Oeigoeren. We pakken ongewenste buitenlandse inmenging aanbinnen de rijksbrede aanpak die hiervoor bestaat. Daarbij hebben we ookaandacht voor Oeigoeren. Zoals u weet, wordt er gewerkt aan hetoprichten van een centraal meldpunt voor ongewenste buitenlandseinmenging. De verwachting is dat dat gaat helpen om beter zicht enbetere grip te krijgen op deze problematiek.De voorzitter:Bent u klaar met het blokje overig?Minister Berendsen:Ja.De voorzitter:Dan geef ik de gelegenheid voor interrupties.De heer Van Baarle (DENK):Een van de recente voorbeelden was hoe een Oeigoerse activist op heelhardhandige wijze door Chinese beveiligers werd geweerd toen hijprobeerde te demonstreren voor de rechten van de Oeigoeren. Ik hoorheel pijnlijke verhalen van mensen die aangeven dat families telefoontjeskrijgen vanuit China, waarin gezegd wordt: als je nog één keer naar eenbepaalde vergadering gaat, gaat je familie in China daar bepaaldeconsequenties van ondervinden. Kan de Minister toezeggen dat hij bereidis om de komende tijd in gesprek te gaan met de Oeigoerse diaspora omdeze verhalen te horen en te kijken wat hij daar aanvullend aan kan doen?Minister Berendsen:Het kabinet is bekend met deze signalen en de voorbeelden van repressierichting Oeigoeren in Nederland. Zoals ik aangegeven heb, proberen wedit met alle maatregelen die we nemen beter in beeld te krijgen omdaartegen te kunnen acteren.De heer Van Lanschot (CDA):Mijn vraag gaat over de Afghaanse bewakers. Als ik het goed begrijp,heeft het kabinet gevraagd om een versnelde behandeling van deprocedure. Ik vraag me af of er al enig zicht is op een datum voor deuitspraak, gezien die versnelde behandeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345426 Minister Berendsen:Ik begrijp van niet.De voorzitter:Zijn er nog andere interrupties? Nee. Dan vraag ik mevrouw Van der Werfof zij heel even het voorzitterschap kan overnemen, zodat ik mijninterruptie kan plaatsen.Voorzitter: Van der WerfDe voorzitter:Daarom zat u zo nadrukkelijk te kijken, mevrouw Piri!Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Zeker, zeker.De voorzitter:Ik dacht: ik moet iets vragen. Het lid Piri heeft het woord.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik zei al dat ik hierover niet alleen teleurgesteld ben, maar ook echt boos.Dat meen ik echt oprecht. In het vorige kabinet zaten nog twee partijen,maar alle vier de partijen die er aan het begin in zaten, zijn er vier jaarlang tegen geweest. Nu zit er dit kabinet met het CDA en D66, die datbesluit al een keer hadden genomen tijdens Rutte IV en die voor dezemotie hebben gestemd na de verkiezingen. Hoe kan de Minister dan metprecies hetzelfde antwoord komen als kabinet-Schoof? Daarin zaten vierpartijen die tegen waren, terwijl er nu twee partijen in het kabinet zittendie zich hier vier jaar lang keihard voor hebben ingezet.Minister Berendsen:Ik heb geantwoord wat ik daarop kan antwoorden. Het kabinet houdt demotie vooralsnog aan en we wachten de procedure af. De Hoge Raad gaatzelf over de versnelde behandeling en hoe snel dat zal zijn. We wachtendie procedure af.De voorzitter:Wilt u een vervolgvraag stellen, mevrouw Piri?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja. Dit kan natuurlijk niet. Deze saga loopt al vier jaar. De Kamer heeft hiereen onderzoekscommissie voor ingesteld. De Kamer heeft in grotemeerderheid gezegd: wij nemen die aanbevelingen aan. Het gaat hier notabene om mensen die nu nog steeds ondergedoken zitten en wier leven ingevaar is. Ik heb dan ook de volgende vraag aan de Minister. Het vorigekabinet heeft de motie ontraden met de redenering dat er nog eencassatie komt. Dit wetende heeft een grote meerderheid van deze Kamergezegd dat die motie toch moet worden uitgevoerd. Dat is een politiekbesluit. Daarom wil ik echt uitleg van deze Minister over waarom diemotie, toen ook al wetende dat er een cassatie en rechtszaken lopen, nietgewoon wordt uitgevoerd.Minister Berendsen:Het kabinet heeft de positie ingenomen die het heeft ingenomen. Wewillen graag het proces en het cassatieberoep afwachten. We hebbeningestemd met het verzoek om een versnelde behandeling mogelijk temaken. Een versnelde behandeling betekent hopelijk ook dat er snel eenuitspraak ligt. Op basis daarvan kan het kabinet vervolgens ook gaanhandelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345427 De voorzitter:Mevrouw Piri, uw laatste vraag.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja, tot slot, voorzitter. Het gaat hier om mensenlevens. Ik kan hier gewoonecht woest van worden. Cassatie kan jaren duren. Er ligt gewoon voor dederde keer een aangenomen motie. Ik kan niet anders dan constateren dathet, voor de derde keer en door het derde kabinet, de VVD weer gelukt isom dit te blokkeren. De Minister kan dit niet afdoen met alleen maar: wewachten cassatie af. Ik vraag hem dus toch om met een brief naar deKamer te komen waarin precies staat wat de redeneerlijn is waardoor eendoor de Kamer aangenomen motie opzij wordt geschoven door hetkabinet.Minister Berendsen:Ik ben graag bereid om een brief hierover te sturen.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer aan het lid Piri.Voorzitter: PiriDe voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Berendsen:Het laatste blokje dat ik voor me heb, betreft de situatie in het Midden-Oosten. Daarover zullen we vanmiddag uitgebreid spreken. Een aantalantwoorden zullen we dus ongetwijfeld vanmiddag nog uitgebreidbediscussiëren, maar ik wil natuurlijk wel kort antwoorden op de gesteldevragen.Mevrouw Van der Werf en meneer Van Baarle vroegen of Nederlandtijdens de komende RBZ de evaluatie van artikel 2 gaat heragenderen.Nederland heeft de evaluatie van artikel 2 geïnitieerd. Met steun van eenmeerderheid van de lidstaten heeft de Hoge Vertegenwoordiger hier ookeen vervolg aan gegeven. Naar aanleiding van het staakt-het-vuren inGaza en het vredesplan van president Trump heeft Nederland, net als eengroot deel van de wereld, de diplomatieke inzet gericht op het latenslagen van het vredesplan. De inzet van Nederland is daarbij geweest omin EU-verband de voorgestelde maatregelen boven de markt te latenhangen als drukmiddel. Het is evident dat de situatie nog steeds buiten-gewoon ernstig is. De inschatting is dat een update van de evaluatie nietnodig is om te kunnen spreken over maatregelen, ook omdat deCommissie het voorgestelde pakket niet heeft ingetrokken en deze nogboven de markt hangen. Nederland heeft tijdens de RBZ van februarionderstreept dat de ontwikkelingen in de Gazastrook en de WestelijkeJordaanoever als gevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen makenom de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen opnieuw teagenderen. Ik hoor de oproep van een deel van uw Kamer dat het nu tijdis om maatregelen te agenderen, maar realisme is daarbij ook gepast.Afgelopen zomer, tegen de achtergrond van de catastrofale humanitairesituatie en aanhoudend geweld in Gaza, lukte het de EU niet om denodige meerderheid achter voorstellen van de Commissie te krijgen. Umag erop rekenen dat ik continu in contact sta met relevante partners omte bezien en te bespreken welke inzet het meest effectief is.Mevrouw Dobbe vroeg naar de formulering dat wij «welwillend» kijkennaar medische evacuaties.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345428 Zullen we heel even afwachten tot het blokje klaar is? Ik zie dat erverschillende interrupties zijn. De Minister vervolgt.Minister Berendsen:Het kabinet heeft hierover een brief naar de Kamer gestuurd. Eeneventuele nieuwe evacuatie van patiënten moet zorgvuldig wordenuitgevoerd. Het gaat om een groep zeer kwetsbare patiënten en hungezinnen, die niet alleen specialistische zorg nodig hebben, maar ookopvang, begeleiding en scholing. Dat vraagt om langjarige ondersteuning,waarmee structurele verplichtingen met financiële consequenties zijngemoeid. Ook kan deze groep gebruikmaken van het recht om asiel aan tevragen vanwege de onmogelijkheid om op dit moment terug te kerennaar Gaza. Bij besluitvorming is realisme daarom op zijn plaats. Hetkabinet zal de komende tijd benutten om te bezien in hoeverre hetstappen kan nemen om de medische capaciteit in Gaza en de regio teversterken, en onderzoekt onder welke voorwaarden een evacuatie naarNederland mogelijk zou kunnen worden gemaakt. Mevrouw Dobbe vroegook op welke termijn we meer horen. Het kabinet zal dit zo snel alsmogelijk doen, maar we moeten dat in alle zorgvuldigheid doen.De heer Van Baarle vroeg naar annexatieplannen van Israël voor Libanon.Nogmaals, we gaan er vanmiddag meer over spreken. Annexatie is perdefinitie onrechtmatig en in strijd met het internationaal recht. Het kabinetveroordeelt dan ook de oproepen van Israëlische bewindspersonen totannexatie van Libanees grondgebied en vindt uitspraken over bezettingzorgwekkend. De soevereiniteit en territoriale integriteit zijn voor hetkabinet leidend. Ik heb deze zorgen ook nogmaals overgebracht aan mijnIsraëlische collega.Meneer Ceder vroeg naar de doodstraf in Israël. Vanochtend ontving uwKamer een brief over de doodstraf in Israël. De wetgeving over dedoodstraf is aangenomen. Nederland heeft dit veroordeeld. Oppositiepar-tijen in Israël en mensenrechtenorganisaties hebben bezwaar aange-tekend bij het hooggerechtshof. Ik sta hierover ook in contact metpartners. Indien de wet daadwerkelijk wordt uitgevoerd, zullen we kijkennaar passende stappen die we in internationaal verband kunnen nemen.Mevrouw Maes vroeg naar de EU-steun aan de Golfstaten. Nederland issolidair met de Golfstaten die een direct doelwit zijn geworden van deIraanse aanvallen. We staan in nauw contact met deze landen over hunveiligheidsbehoeften. Ik sprak de afgelopen weken al regelmatig metcollega’s. Ik zal er enkele volgende week bezoeken. Er bestaat al geruimetijd een goede samenwerking. In dat kader verkennen we op dit momentmogelijkheden voor een aanvullende en gerichte bijdrage. Ook voor eenmogelijke EU-inzet in de Straat van Hormuz zal goede coördinatie met deGolflanden cruciaal zijn. Ongetwijfeld zal mevrouw Maes begrijpen dat ikniet al te veel kan zeggen over de exacte invulling van die veiligheidssa-menwerking.De heer Ceder vroeg naar een eventueel vredesakkoord tussen Israël enLibanon. Wij verwelkomen natuurlijk de historische directe gesprekkentussen Israël en Libanon, die afgelopen dinsdag plaatsvonden en nogsteeds plaats lijken te vinden. Samen met de EU roepen we op tot eenonmiddellijk staakt-het-vuren in Libanon. Gesprekken over een staakt-het-vuren vinden plaats onder leiding van de VS. We steunen dat waar datmogelijk is. Dat geldt ook voor de inzet van de Libanese autoriteiten, diewe volledig ondersteunen bij de volledige ontwapening van Hezbollah.De heer Van Baarle vroeg nog naar de Golanhoogvlaktebezetting.Nederland en de EU erkennen Israëlische soevereiniteit over de doorIsraël bezette Golanhoogte niet. VerschillendeVN-Veiligheidsraadresoluties bevestigen deze internationaalrechtelijkeopvatting. Tegelijkertijd erkent het kabinet de Israëlische veiligheidszorgenaan de grens met Syrië. We hopen op een goede en veilige transitie. Detoekomst is nog onzeker. Ineenstorting van Syrië vormt natuurlijk eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345429 reële dreiging voor Israël. Tegelijkertijd zien we daar nu hoopvolleontwikkelingen. Wij blijven deze situatie dus ook kritisch volgen.Dit was het blokje opwarming voor vanmiddag.De voorzitter:Heel goed. We zullen het vanmiddag vervolgen, maar eerst nog eeninterruptie van de heer Ceder en daarna een vraag van de heer Van Baarleen van mevrouw Van der Werf.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik fiets deze vraag er even snel in. Mijn vraag over de doodstraf wasgericht op de procedure die in de brief wordt vermeld. Is die al aanhangigen hoelang duurt het? Ik hoop dat u dit niet als interruptie rekent,voorzitter. Ik hoop dat de Minister daar nog een specifiek antwoord op kangeven.Mijn vraag gaat over de inzet van het associatieverdrag. In het verledenhebben we het gesteund om artikel 2 tegen het licht te houden. Er is eenvertrouwelijk document naar voren gekomen met afspraken tussen de EUen Israël. Dat heb ik ingezien. Ik weet niet of alle Kamerleden dat gedaanhebben, dus ik kan niet vrijuit spreken over de inhoud daarvan. Maar ikkan wel zeggen dat wat destijds is afgesproken, nu de facto niet meer aande orde kan zijn vanwege de aard van de afspraken. De vraag is wat deinzet van de Minister is ten aanzien van de komende RBZ-Raad. Gaat hijopnieuw proberen ...De voorzitter:Ja, ja, het is duidelijk.De heer Ceder (ChristenUnie):... om dergelijke afspraken te maken?De voorzitter:Het is duidelijk. Meneer Ceder, u pleegt eerst een soort halve interruptiedie u wegzet als een procedureel vraagje en vervolgens ... Volgens mijduurt deze interruptie inmiddels al bijna twee minuten. Afronden, graag.De heer Ceder (ChristenUnie):Dan rond ik het hierbij af.De voorzitter:Oké. Volgens mij is de vraag duidelijk.Minister Berendsen:Dank aan de heer Ceder voor de vraag. Zoals ik zojuist vermeld heb, is ditnatuurlijk een drukmiddel richting Israël. Je moet bezien op welke wijze jedaarover met internationale partners overeenkomsten kunt bereiken en opwelk moment je die kunt inzetten. Nederland heeft dit geïnitieerd. Datbetekent dat we in contact blijven met de internationale partners overwanneer een eventuele volgende stap mogelijk is en wanneer die effectiefzou zijn.De heer Van Baarle (DENK):Ik heb ook een vraag over het associatieakkoord. Al een wat langere tijdgeleden is er een motie van mevrouw Piri aangenomen, die ik medeon-dertekend heb. Die vraagt aan de regering: agendeer dit. Maar dat heeftde regering vervolgens niet op een proactieve manier gedaan. Daarna iser een motie van mij, van DENK, aangenomen die aan de regering vraagt:organiseer Europees draagvlak voor opschorting. Maar ik hoor vervolgensook niet dat de regering dat proactief heeft gedaan. Ik hoor dat de Ministerzegt: we moeten het als drukmiddel inzetten en we moeten het boven deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345430 markt laten hangen. Maar dat is niet wat de Kamer vraagt. De Kamervraagt: wees een voorloper om opschorting te effectueren. Ik wil van deMinister horen hoe hij hier een voorloper in gaat zijn en hoe hij die motiesgaat uitvoeren.Minister Berendsen:Dit is steeds een onderdeel van het gesprek dat wij met onze Europesepartners voeren. Dit soort dingen kun je alleen doen binnen de EuropeseUnie op het moment dat daar steun voor is. Dat gesprek voeren wecontinu. Wat je nu merkt, is eigenlijk tweeledig, maar daar zullen wevanmiddag nog langer op ingaan. Aan de ene kant zijn er wederom eenaantal concrete voorbeelden van stappen die Israël zet die wat ons betreftonacceptabel zijn. De doodstraf is er daar een van. Dat geldt ook voorLibanon en het groeiende aantal nederzettingen op de WestelijkeJordaanoever. Er is een langer lijstje. Aan de andere kant zijn er interna-tionale partners die aangeven dat Israël nu samen met Libanon eenhistorische stap zet richting diplomatieke gesprekken om te komen tot eenstaakt-het-vuren en hopelijk tot een duurzame oplossing. In de gesprekkentasten we af op welke wijze landen bereid zijn om een volgende stap tezetten en dat blijven we op dezelfde manier doen.Mevrouw Van der Werf (D66):De Minister gaf net zelf al aan dat er natuurlijk nogal wat gebeurd is in deafgelopen maand. Denk aan de nederzettingen, Libanon en dedoodstrafwet. Ook ik heb gevraagd of de Minister kan toezeggen datNederland de update van het rapport in Europa proactief gaat oppakken.Ik wil even alle onduidelijkheid van tafel hebben: is het antwoord daaropja?Minister Berendsen:Zoals ik begrepen heb, geldt de inhoud van dat rapport nog steeds en isook de oude versie van dat rapport zwaar genoeg om deze discussie tevoeren. Maar ik wil prima toezeggen om een update van dat rapport tevragen. Ik denk alleen dat de consequenties van de inhoud daarvan nietzullen wijzigen.De voorzitter:Dat was de vraag niet, zeg ik tegen de Minister. Volgens mij ging het nietom een update van het rapport. Klopt dat, mevrouw Van der Werf?Mevrouw Van der Werf (D66):Ik zal de exacte vraag in mijn inbreng even oplezen: «Is de Minister bereidom in de RBZ te pleiten voor een update van dit rapport?» Daar zit dusook een proactief element in. Met andere woorden: gaat deze Ministernamens Nederland de boer op om, ook bij landen die nu zelf al hebbenaangegeven hier wat op te schuiven, te kijken of de verhoudingen inEuropa daar nu anders liggen?Minister Berendsen:Ik ga sowieso onze groeiende zorgen over alle stappen die Israël zet weeraankaarten, ook samen met de internationale partners. Het voorbeeld datmevrouw Van der Werf geeft over de update van het rapport, kan ik daarzeker bij gebruiken.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, meneer Ceder. Iedereen is dat, behalvede heer Maes.(Hilariteit)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345431 De voorzitter:Sorry, mevrouw Maes. Ik bedoel iedereen behalve de heer Van Lanschot;hij is de enige. Maar we hebben inderdaad nog tijd. Als u het niet ergvindt, wil ik eerst even een procesvoorstel doen. We hebben vanmiddagnamelijk de hele middag een debat over het Midden-Oosten. Ik kan mevoorstellen dat dit een van de kernpunten van dat debat wordt. Ik wil duseigenlijk voorstellen dat, mocht u nog vragen hebben die heel specifiekhierover gaan, u die even bewaart tot vanmiddag. Mochten er nog andereuitstaande vragen of een hele urgente vraag zijn, dan geef ik de leden dekans om er eentje te stellen, maar niet over dit onderwerp. Ik begrijp dat uerop door wilt gaan, maar het lijkt me niet verstandig, aangezien we ervanmiddag nog een plenair debat over gaan voeren.De heer Ceder heeft een ordepunt.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, u bent streng doch rechtvaardig. Dat waardeer ik. Maar tweedingen. Dit debat duurt tot 12.00 uur. We hebben dus nog 50 minuten,waarbij dit volgens mij al een van de laatste blokjes of het laatste blokje is.Om die reden zou ik zeggen: laten we de tijd die we hebben goedbenutten. Het leidt er ook toe dat bepaalde technische vragen in demiddag niet gesteld hoeven te worden. Het komt niet vaak voor, maar deheer Van Baarle en ik hebben op dit punt dezelfde verwondering over water nu precies gevraagd wordt door D66 en de toezegging van de Ministerdaarbij. Ik wil graag wat ruimte laten. Misschien moeten we de tweedetermijn hier dan achterwege laten en het debat verder plenair voeren.Maar ik zou wel graag de 50 minuten volop willen benutten, wat er ooktoe leidt dat we in de middag minder tijd nodig hebben. Dat wil ik teroverweging meegeven.De voorzitter:Uiteindelijk gaat u als commissie natuurlijk over de orde. De heer VanLanschot heeft ook een ordepunt.De heer Van Lanschot (CDA):Met waardering voor het inhoudelijke gesprek, zeg ik dat ik dat geen goedidee vind. Het zou mij bijzonder goed uitkomen als dit overleg wat korteris. Maar ik vind het vooral een nadeel dat als we hier al een deel van hetgesprek voeren, zo meteen in de middag niet iedereen van hetzelfde op dehoogte is en dezelfde kennispositie heeft. Ik zou er vooral voor willenpleiten dat dat wel zo is.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik heb eigenlijk wel antwoord gekregen op mijn vraag. De voorzitter gafnet terecht aan dat we hier vanmiddag nog veel tijd voor hebben. Ik vondhet eerlijk gezegd ook niet zo bijster onduidelijk.Mevrouw Dobbe (SP):Als er vragen zijn, moeten die volgens mij gewoon beantwoord kunnenworden. Ik heb daar niet zo veel problemen mee.De voorzitter:De heer Van Baarle nog. Daarna neem ik een besluit.De heer Van Baarle (DENK):Wat de mensen die dan een kennisachterstand hebben betreft: danhadden ze maar naar het debat moeten komen. En wat de inbreng betrefthet volgende. We bespreken hier de inbreng van de regering tijdens deRaad. Ik hecht eraan dat ik in ieder geval goed kan doorgronden wat deregering tijdens de Raad op dit specifieke onderwerp gaat inbrengen. Ikheb ook geprobeerd om mezelf te limiteren en niet het hele Midden-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345432 Oosten in dit debat in te brengen. Als we dus een beetje respect hebbenvoor die balans, gaan we er volgens mij uit komen.De voorzitter:Nou, weet u wat? Ik geef alle leden de kans om nog één korte vraag testellen. Dan bepalen ze zelf waar die over gaat. Als het goed is, kunnen wedit debat dan ook gewoon afronden en er gedetailleerd op doorgaan inhet plenaire debat.De heer Ceder had dus nog een vraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik zou wel even willen wachten tot te Minister klaar is met zijn blok.De voorzitter:De Minister is klaar.De heer Ceder (ChristenUnie):Is hij helemaal klaar?De voorzitter:Ja, helemaal nu.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, dank. Dan heb ik nog even een vraag over de inzet van de Ministertijdens de RBZ-vergadering. Ik denk een groot deel van de middag daarook over zal gaan, gezien de aangekondigde moties. Zegt de Minister noudat hij naleving van dat rapport en misschien ook een update daarvanbespreekbaar gaat maken, of zegt de Minister dat hij gaat pleiten voor eendirecte opschorting? Dat zijn twee verschillende zaken. De ene heeftpolitiek andere consequenties dan de andere.De voorzitter:Duidelijk.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben heel benieuwd wat precies de insteek is van de Minister volgendeweek.Minister Berendsen:Het onderwerp Midden-Oosten staat op de agenda. Dat hebben weuitgebreid gesproken. De zorgen die we hebben over de stappen die Israëlzet, bespreken we ook in de RBZ. Daarbij weten we dat we in het verledenook al geïnitieerd hebben om vervolg te geven aan artikel 2, evaluatie.Mevrouw Van der Werf vroeg mij om in de RBZ te pleiten voor een updatevan dat rapport. Ik heb aangegeven dat ik dat zeker wil betrekken bij mijnverhaal. Tegelijkertijd is de vraag – dat heb ik al eerder gezegd – wanneerje ergens een meerderheid voor hebt en op welke manier je dat kuntbereiken. Ik denk dat dat uiteindelijk het doel is.De voorzitter:Heel even, aangezien ik de hele tijd heel streng ben op de heer Ceder. Hetis natuurlijk aan de Minister wat zijn antwoorden zijn, maar volgens mij isde vraag van de heer Ceder heel helder: is Nederland bereid, als daar eenmeerderheid voor is, om het op te schorten? Dat is volgens mij de vraagdie de heer Ceder stelt.De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn vraag is wat de inzet van de Minister is, voorbereid, los van wat deKamer straks wil, ten aanzien van de RBZ.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345433 De voorzitter:Ik probeerde u te helpen, meneer Ceder. En volgens mij zeggen we echtprecies hetzelfde. We vinden iets anders, maar zeggen echt precieshetzelfde.De heer Ceder (ChristenUnie):We gaan het in het stenogram naast elkaar leggen.De voorzitter:«Wat is de inzet van de Nederlandse regering in de RBZ over deopschorting van het associatieverdrag?»De heer Ceder (ChristenUnie):Zo kunt u het formuleren, ja.Minister Berendsen:Tot op heden is er onvoldoende draagvlak. We hebben dit punt meerderekeren opgebracht. We hebben daar aandacht voor gevraagd, maar er is opdit moment nog onvoldoende draagvlak. Uiteindelijk is de inzet van hetkabinet om te kijken of we daar draagvlak voor kunnen krijgen. Dattoetsen we continu met andere internationale partners en dat blijven wedoen.De voorzitter:Duidelijk. De heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Dat is gewoon niet wat de Kamer aan deze Minister vraagt. De Kamerheeft niet in meerderheid aan de Minister gevraagd: kijk nog eens of ereen nieuw rapport kan komen. Dat is alleen maar weer vertraging. DeKamer heeft ook niet gevraagd: ga maar eens even kijken of er wellicht bijsommige landen draagvlak is. De Kamer heeft gevraagd om dit teagenderen, om dit te bepleiten en om hier proactief in Europees verbandmeerderheden voor te gaan organiseren en ik wil gewoon aan de Ministervragen om dat te doen. Dus niet dit wollige taalgebruik, maar gewoonnaar die vergadering gaan en zeggen: Nederland wil dat dat associatie-verdrag en op zijn minst het handelsonderdeel wordt opgeschort. Is deMinister bereid om dat te zeggen?Minister Berendsen:Wij hebben er ook al in een eerdere RBZ aandacht voor gevraagd en datzijn we blijven doen. We willen dat het opschorten van het handelsdeelvan het associatieakkoord op tafel komt. Dat is het standpunt vanNederland. Dat weten andere landen ook en wij toetsen continu of wedaar uiteindelijk een meerderheid voor kunnen krijgen. Dat blijft de inzetvan dit kabinet.Mevrouw Van der Werf (D66):Volgens mij is het nieuwe aan de situatie nu dat we van een aantalcruciale landen weten dat zij hier anders in staan. We weten dat bijvoor-beeld Italië en Frankrijk, maar ook Duitsland op dit onderwerp aan hetschuiven zijn. Daarom is het zo relevant om het bestaande standpunt – datzegt de Minister eigenlijk net ook al – nogmaals te bespreken daar. Hetgaat dus niet alleen maar om de inzet van Nederland, zeg ik tegen collegaVan Baarle. Het gaat er ook om of dat nu wellicht wel een meerderheidheeft. Ik vind het belangrijk om dat punt nog even te maken.De voorzitter:Dat was niet echt een vraag aan de Minister, maar misschien wil deMinister daarop reageren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345434 Minister Berendsen:Dat is wat we aan het doen zijn, zowel nu als richting de RBZ en tijdens deRBZ.De voorzitter:Ik constateer dat er geen interrupties meer zijn. Ik zie dat de heer Cederongetwijfeld weer een derde punt van orde wil gaan maken.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, we hebben nog drie kwartier. Dit gaat over enorme geopolitiekeconsequenties en we gaan 40 minuten voor tijd stoppen, omdat we willengaan lunchen.De voorzitter:Meneer Ceder, helemaal niet. We hebben hier aan het begin van devergadering – u kwam iets te laat voor dit belangrijke overleg – met elkaarafgesproken wat we doen. We hebben afgesproken dat we drie inter-rupties doen. Ik heb u er vier gegeven. U heeft alle vragen kunnen stellen.Vanmiddag is er nog een aantal uur een debat met deze Minister specifiekover het Midden-Oosten. Daar zullen ook andere collega’s van een aantalkleinere fracties bij aanwezig zijn die er nu niet bij zijn, weet ik al. Ik steldus echt voor om deze vergadering nu af te ronden. Ik weet dat mevrouwDobbe al een plenair tweeminutendebat heeft aangevraagd, dus dat kanworden ingepland. Dan kan iedereen zijn eigen moties maken en dan zienwe elkaar vanmiddag nog een keer. U heeft nog een laatste punt van orde.Daarna sluit ik echt de vergadering.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik doe een ordevoorstel. Dit is een RBZ-vergadering, met als doel de inzetvan de Minister tijdens de RBZ te bespreken. Het debat van vanmiddaggaat over de bredere inzet van het kabinet, buiten de RBZ om, ten aanzienvan het Midden-Oosten. Ik heb gewoon vragen over de inzet van deMinister. Daar is tijd voor gereserveerd. Het is belangrijk; wat je ook doet,het heeft geopolitieke consequenties. Ik constateer dat wij nog 40 minutenhebben. Ik doe als ordevoorstel graag een beroep op de collega’s om ditdebat gewoon voort te zetten totdat iedereen een duidelijk beeld heeft vande inzet van deze Minister tijdens de RBZ, niet daarbuiten.De voorzitter:Hoeveel interrupties stelt u zich daar nog bij voor? Dan breng ik hetgewoon even in stemming.De heer Ceder (ChristenUnie):Afhankelijk van het antwoord van de Minister – de Minister geeft namelijkgeen klinkklare antwoorden – zou ik nog drie interrupties willenvoorstellen. Het kan ook in minder interrupties.De voorzitter:Ik ga het nu gewoon in stemming brengen. Het voorstel van de heerCeder is om door te gaan tot 12.00 uur en nog drie interrupties perpersoon toe te staan. Is daar steun voor?Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind het toch lastig. De heer Ceder heeft procedureel natuurlijk welgelijk, dus ik ga er ook niet vóór liggen, maar ik heb zelf geen interruptiesmeer. Voor mij heeft het dus niet zo veel zin.De heer Van Baarle (DENK):Een middenweg kan zijn dat u gewoon de Kamerleden die behoeftehebben aan een tweede termijn in de gelegenheid stelt om een minuutTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345435 een tweede termijn te houden. Dat zijn niet drie interrupties, maar dat iseen minuut. Dat is korter. Kamerleden die niks meer hebben, hoeven dieniet te gebruiken. Vervolgens kan de Minister nog reageren op die inbrengvan een minuut. Dat is wat efficiënter, denk ik.De voorzitter:We hebben nog een plenaire afronding. Vandaar dat mijn aanname wasdat we niet hier nu een tweede termijn doen en dan straks nog een derdetermijn in de vorm van het tweeminutendebat. Maar ook dit voorstel leg ikvoor. Is er een meerderheid voor om dat nu te doen? Nee.Ik sluit hierbij de vergadering. Ik dank de Minister. Ik lees nog even detoezeggingen voor.–De Minister zal in het verslag van de RBZ terugkomen op het punt vande verhoogde gasimport uit Rusland en zijn toezegging om betrokkenEU-lidstaten hierop aan te spreken. Dit is een toezegging aan de herenCeder en Hoogeveen.Klopt dat? Ja.–De tweede toezegging. De Minister zegt toe de Kamer een brief testuren over het besluit om de uitspraak van de Hoge Raad in cassatiein de zaak van de Afghaanse bewakers af te wachten alvorens deaangenomen Kamermotie hierover uit te voeren. Dat is een toezeggingaan het lid Piri.Klopt dat? Ja.Mevrouw Dobbe heeft een tweeminutendebat aangekondigd.Ik dank de leden. Ik dank de Minister. Ik zie een groot deel van dezecommissie straks in de plenaire zaal.Sluiting 11.21 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345436

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bfbf0ff87c98646a

15 okt 2026 · d089d48e8045c96f

14 okt 2026 · 4f41943f802f0563

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.