KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken van de nieuw te bouwen kerncentrales

22 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 188d86e23778709f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 645KernenergieNr. 132 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 november 2024Dit kabinet maakt een duidelijke keuze voor kernenergie als belangrijkonderdeel van het toekomstige klimaatneutrale energiesysteem inNederland. Het kabinet verdubbelt de ambitie en zet in op de realisatievan vier kerncentrales. Kernenergie kan als betrouwbare CO2-vrijeenergiebron een sleutelrol spelen in de energietransitie. Het vormt eenregelbare basislast die niet weersafhankelijk is en zorgt voor verderediversificatie van het energiesysteem. Het is daarom belangrijk dat devoorbereidingen voor de bouw van de centrales voortvarend wordendoorgezet. Tegelijkertijd is er oog voor een zorgvuldige uitvoering van deverschillende stappen die onderdeel zijn van dit complexe proces. Eengedegen voorbereiding tijdens deze kabinetsperiode betaalt zich uit in debouwfase.Met deze brief wordt ingegaan op de eerste voorbereidingen voor derealisatie van een derde en vierde centrale. De verwachting is dat delessen en de resultaten van de huidige werksporen voor de bouw van detwee eerste centrales veel betekenen voor de stap naar de bouw van tweeextra kerncentrales. In deze brief wordt eveneens een update voorzien aande Kamer van de verschillende werksporen binnen de voorbereiding opde bouw van de eerste twee kerncentrales, de opbouw van de projector-ganisatie en de planning.Keuze voor de bouw van een derde en vierde kerncentraleDe keuze voor de bouw van een derde en vierde kerncentrale van ditkabinet past binnen de visie op het bredere energiesysteem. In hetNationaal Plan Energiesysteem (NPE) is al uitgegaan van mogelijk meerkernenergie dan twee grote kerncentrales (tot 7GW in 2050) in hettoekomstige energiesysteem. De Witteveen + Bos scenariostudie uit 20221voorziet een uitgebreide analyse met betrekking tot de wenselijkheid vaneen groter aandeel kernenergie in Nederland vanuit het perspectief van1Te vinden op: Scenariostudie kernenergie | Rapport | Rijksoverheid.nl kst-32645-132ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1321 systeemkosten. De recente update van de scenariostudie van TNO2 komtbij een kostenoptimalisatie uit op de inzet van meer dan twee kerncen-trales in Nederland in 2050. Een systeem zonder kernenergie zou volgensdeze analyse hogere systeemkosten met zich meebrengen. Uiteraard zijnde uitkomsten van deze studies afhankelijk van de kostenassumpties.De rol van kernenergie in het systeem en hoe dit zich verhoudt tot metname elektriciteit uit wind en zon op de markt is afhankelijk van hoe dekerncentrales worden ingezet. Kerncentrales kunnen een constante enbetrouwbare elektriciteitsvoorziening leveren. Dit is essentieel voor destabiliteit van het elektriciteitssysteem, met name in aanvulling opvariabele bronnen zoals wind- en zonne-energie die niet vanzelfsprekendin de volledige elektriciteitsvraag kunnen voorzien zonder aanvullendeflexibiliteitsopties. Daarnaast biedt kernenergie ook diversificatie in hetproductieaanbod en kent het een andere toeleveringsketen waardoorNederland minder afhankelijk wordt van individuele technologieën.De keuze voor een derde en vierde centrale tegelijk is ingegeven vanuithet feit dat het ontwerp van kerncentrales gestoeld is op de bouw vantwee reactoren naast elkaar. Het rapport van de marktconsultatie vanKPMG uit 2021 legt uit dat het bouwen van meerdere kerncentralesproductiviteitswinst en daarmee kostenbesparingen oplevert.3 Ook voorde derde en vierde centrales kiest dit kabinet voor grootschalige generatieIII+ reactoren, die op uranium draaien. Zoals uitgelegd in de brief aan deKamer van december 2022 zijn de eerste generatie III+ reactoren gebouwden operationeel, waardoor realistische planningen en betere kostenin-schattingen kunnen worden gemaakt.Voor de uitbreiding van de plannen naar een derde en vierde kerncentralekan de ervaring die de afgelopen tijd is opgedaan gebruikt worden.Aangezien er bij de eerste twee centrales gewerkt wordt in vier verschil-lende werksporen, zal er later in deze brief op in worden gegaan hoe deervaring uit deze werksporen gebruikt kan gaan worden bij het opzettenvan een proces om tot een derde en vierde centrale te komen. Eerst wordteen update voorzien over de voorbereidingen op de bouw van de eerstetwee centrales. De illustratie onder biedt een overzicht van de werksporenen de voorziene mijlpalen.2Te vinden op: Towards a sustainable energy system for the Netherlands in 2050 (tno.nl)3Kamerstukken II 2020/21, 32 645, nr. 96.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1322 Stand van zaken van voorbereiding op realisatie eerstekerncentralesDe volgende secties bieden een update per werkspoor binnen dit huidigetraject.1. Werkspoor financiering 1.1 Doel Een belangrijk onderdeel van de voorbereiding van de bouw van dekerncentrales betreft het bepalen van de mogelijke financierings- eneigendomsstructuur. Er heeft een marktconsultatie plaatsgevondenwaarin, samen met de drie technologieleveranciers (het AmerikaanseWestinghouse, Franse EDF, en Zuid-Koreaanse KHNP) en met financiëleinstellingen, naar mogelijkheden is gezocht voor een financieringsmodelvoor de nieuwbouw. Het Government Support Package, waar hieronderverder op in zal worden gegaan, biedt een belangrijke basis voor hetfinancieringsmodel.1.2 Stand van zaken De marktconsultatie bestond uit twee trajecten; een verkenning met dedrie technologieleveranciers en daarnaast een studie naar de mogelijk-heden van, en voorwaarden voor, private financiering. Bij deze briefworden de rapporten van deze trajecten met de Kamer gedeeld. Dezestukken geven een overzicht van mogelijke financiële ondersteunings-opties. Deze rapporten worden betrokken bij het verder vormgeven vanhet voorstel voor de rol van de overheid in de financieringsstructuur.Het eerste onderdeel van de marktconsultatie is uitgevoerd door EY.Binnen dit traject is er een uitgebreide analyse uitgevoerd van definanciering van de bouw van kerncentrales in het buitenland en de rolvan de overheid daarin. Daarnaast hebben er verschillende gespreks-rondes plaatsgevonden met de technologieleveranciers om te kijken hoezij zelf kunnen bijdragen in de financieringsstructuur. Dit heeft geleid toteen eerste indicatie van de elementen die in een Government SupportPackage vaak voorkomen: een pakket waarin een overheid verschillendeinstrumenten opneemt ten behoeve van de financiële ondersteuning vande nieuwbouw van kerncentrales.Er zijn vijf steuninstrumenten geïdentificeerd, die in drie categorieëngegroepeerd kunnen worden:Financiële ondersteuning gedurende de bouw1)Het voorzien van eigen vermogen (kapitaal).2)Garanties op of het direct verstrekken van vreemd vermogen(leningen).Steun gedurende de exploitatie van de centrales3)Prijsondersteuning, zoals bijvoorbeeld een Contract for Difference.Verdeling van risico’s tussen partijen4)Garanties van de Staat bij grotere risico’s als een politieke keuze omhet project te stoppen.5)De verdeling van risico’s gedurende de bouw.Uit de analyse van EY komt naar voren dat in het buitenland bij recentenieuwbouwprojecten altijd een stevige rol van de overheid vereist is. Dezerol van de overheid is mogelijk kleiner wanneer er in een land meerervaring is opgedaan met de recente bouw van kerncentrales. Omdat deNederlandse bouw en ontwikkeling van kerncentrales echter de eerste ineen lange tijd (first-in-a-while) is, analyseert EY dat stevige overheids-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1323 deelname in de financieringsstructuur noodzakelijk is om de bouw terealiseren. Daarnaast stelt EY dat stevige overheidsdeelname voor detechnologieleveranciers een voorwaarde is om deel te nemen aan eenproject in Nederland.Het tweede onderdeel van de marktconsultatie betrof een verkenning doorBNP Paribas van de mogelijkheden en bijbehorende randvoorwaardenvan private financiering, buiten de technologieleveranciers, om bij tedragen in de totale kosten. Voor deze studie zijn verschillende gesprekkenmet financiële instellingen gevoerd, zoals pensioenfondsen, verzekeraarsen banken. De resultaten van de studie van BNP Paribas laten zien datprivate financiers financiering van de bouw van de kerncentralesoverwegen, maar ook dat private financiering zowel voordelen alsnadelen met zich mee brengt.Private financiering vermindert het bedrag dat de Nederlandse overheidhoeft te investeren voor de bouw van de kerncentrales. Ten opzichte vanoverheidsfinanciering zullen private partijen een hoger rendement eisen,wat tot significant hogere kosten voor het project kan leiden. Ook zullen zeadditionele voorwaarden stellen aan hun financiering, bijvoorbeeld op hetafdekken van bepaalde risico’s. Uit het rapport van BNP Paribas blijkt dathet onwaarschijnlijk is dat een substantieel deel van de investering voorde bouw van vier centrales gedekt kan worden door financiering vanmarktpartijen gedurende de bouwfase. Wanneer de centrale operationeelis, vermindert het risicoprofiel van een investering significant, waardoorfinanciering in latere fases van het project voor marktpartijen aantrekke-lijker zal zijn. Deze aspecten moeten worden afgewogen in het kader vanhet bepalen van de financierings- en eigendomsstructuur voor denieuwbouw in Nederland.De totale investeringen die in het buitenland worden gedaan omkerncentrales te bouwen zijn significant. Het meest recente relevantevoorbeeld is Tsjechië, waar het Zuid-Koreaanse KHNP geselecteerd is omten minste twee kerncentrales te bouwen voor bijna € 8 miljard perreactor4. Hierbij is relevant dat dit de kosten van de bouw zijn, exclusief dekosten voor de exploitatieondersteuning, dat in Tsjechië is vormgegevenals een Contract for Difference. De precieze omvang van de benodigdeinvestering voor de bouw van de kerncentrales in Nederland is nog nietbekend. De eerste inzichten hiervan zullen volgen uit de resultaten van detechnische haalbaarheidsstudies en de onafhankelijke review daarvan. Datzal een eerste inschatting van een bandbreedte zijn en bevat daarom nogveel onzekerheid. De omvang van de kosten voor de bouw van dekerncentrales van Nederland is ook afhankelijk van de keuze voor detechnologieleverancier, die pas volgt na het doorlopen van een selectie-proces voor de nieuwe kerncentrales. Voor de totale kosten van de bouwzijn financieringslasten ook een wezenlijk onderdeel.Het kabinet concludeert uit de resultaten van de marktconsultatie dat deNederlandse overheid in ieder geval gedurende de eerste fases van debouw van de centrales een significant deel van de financiering zal moetenvoorzien voor de bouwkosten. Ook in het buitenland zien we dat nucleairenieuwbouwprojecten niet worden gerealiseerd zonder uitgebreideondersteuning van de overheid, waaronder financiële steun voor debouw. Marktfinanciering zal gedurende de bouwperiode beperktbeschikbaar zijn, vanwege het hoge risicoprofiel voor investeerderstijdens deze periode. Dit neemt niet weg dat het kabinet uiteraard in dekomende periode in gesprek blijft met de financiële sector om te kijkenwelke rol zij kan spelen in de realisatie van de centrales. Het is het4Korea’s KHNP selected to build at least 2 new nuclear reactors in Czech Republic | AP NewsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1324 voornemen om additionele consultaties te organiseren met privatefinancierings- en investeringspartijen. Het kabinet is ook blij met deaankondiging van de internationale financiële sector over hun bereidheidom de komende jaren meer kernenergie projecten te financieren5, ensteunt de oproep aan Nederlandse banken om zich aan te sluiten bij dezegroep.1.3 Risico’s en planning Uit de benodigde totale omvang van de investering voor vier centrales, debenodigde rol van de overheid in de financiering hiervan en de naarverwachting beperkte beschikbaarheid van private financiering gedurendede bouwfase van het project, is de huidige inschatting dat voor derealisatie van vier kerncentrales een grotere financiële rol van de overheidnodig zal zijn, dan de beschikbare gereserveerde middelen in hetKlimaatfonds hiervoor. De komende maanden gaat het kabinet deverschillende opties voor de financiering van de kerncentrales verderuitwerken. Hierbij wordt de inzet van publieke financieringsinstrumentenbetrokken, alsmede de optie van private financiering. Binnen het procesvan de selectie van een technologie leverancier zal ook worden gewogenwat zij kunnen bijdragen als het gaat om financiering van het project. Eenonafhankelijke toets wordt op dit moment uitgevoerd op de resultaten vande onderzoeken van EY en BNP Paribas, waardoor er pas op een latermoment definitieve conclusies kunnen worden getrokken.Na deze toets zal het kabinet nadere besluitvorming over de financieringvan de kerncentrales vormgeven. Hiervoor wordt een afwegingskaderontwikkeld, zodat het duidelijk is op basis van welke overwegingen dekeuze voor een financieringsstructuur door het kabinet wordt gemaakt.Besluitvorming over de wijze van deelname, zowel in de financierings- alseigendomsstructuur, vindt in 2025 plaats. De daadwerkelijke begrotings-besluitvorming zal op een later moment plaatsvinden. Hiervoor zal nauwsamengewerkt worden met de Minister van Financiën, andere betrokkenbewindspersonen en experts en tijdig de Eerste en Tweede Kamergeïnformeerd worden over de opties en te nemen besluiten, zodat over ditonderwerp goed geïnformeerde besluitvorming kan plaatsvinden en ergeen onomkeerbare stappen worden gezet zonder goedkeuring van deKamer.Het is belangrijk om te benadrukken dat het besluit komend jaar eeneerste positiebepaling van de Nederlandse overheid betreft. Dit isuiteraard van groot belang voor besluitvorming in deze fase, en voortechnologieleveranciers in het voorbereiden van hun biedingen voor ditproject. Na de selectieprocedure volgen contractonderhandelingen, endan pas is er een definitief beeld van de financieringsstructuur en kostenvoor het Rijk voor het project. Hierbij dient rekening te worden gehoudenmet staatssteunaspecten, welke in voorkomend geval ter voorafgaandegoedkeuring aan de Europese Commissie moeten worden voorgelegd.2. Werkspoor technische haalbaarheidsstudies 2.1 Doel In de technische haalbaarheidsstudies zijn EDF, KHNP en Westinghousegevraagd te onderzoeken of hun ontwerpen voldoen aan de Nederlandsewet- en regelgeving, of ze op een terrein binnen de locatie Borsselepassen, wat de benodigde bouwtijden zijn en wat de mogelijke kostenzijn. Dit is essentiële informatie voor het vormgeven van de aanbesteding.5Grootste banken ter wereld spreken zich uit voor kernenergie | 360 MagazineTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1325 De resultaten van de studies bieden inzichten met betrekking tot degrootste risico’s voor de vergunbaarheid door de Autoriteit NucleaireVeiligheid en Stralingsbescherming (ANVS), waarmee het risico opvertraging in het vergunningstraject wordt verlaagd. Tevens levert hetbelangrijke informatie op voor de locatieprocedure, de BorselseVoorwaarden en levert het traject een bijdrage aan de kennis die nodig isom het project verder te brengen en de risico’s te minimaliseren. Dezeintensieve interactie vroeg in het nieuwbouw traject met technologieleve-ranciers is in lijn met het eerdere advies en de planningsanalyse vanadviesbureau Boston Consulting Group (BCG).62.2 Stand van zaken Sinds de Kamerbrief van 1 februari 2024 is op 16 februari 2024 hetcontract met de Amerikaanse partij Westinghouse getekend. De driepartijen zijn in het voorjaar voorspoedig van start gegaan met de studiesen inmiddels hebben alle technologieleveranciers de eerste fase van deonderzoeken afgerond.De indicaties met betrekking tot het passen van de verschillendeontwerpen op een terrein binnen de locatie Borssele laten zien dat ditruimtelijke uitdagingen met zich mee brengt. In de Kamerbrief van11 september jl. wordt de verwachting uitgesproken dat alle beschikbarelocaties in Nederland in meer of mindere mate te maken zullen hebbenmet ruimtelijke belemmeringen. Hieruit concludeert het kabinet datbinnen de gebieden van de projectprocedure ook zal moeten wordengekeken naar andere locaties die met verregaande maatregelen (zoals hetverleggen van infrastructuur of verplaatsing van bedrijven) geschiktgemaakt kunnen worden, vergelijkbaar met wat mogelijk noodzakelijk isvoor de locatie Borssele. In de brief van september is uitgelegd welkeimplicaties dit precies heeft voor het locatieonderzoek.Een onderdeel van de technische haalbaarheidsstudies is het omschrijvenvan de mogelijkheden in de toeleveringsketen. Een aanzienlijk deel vanhet project zal uitgevoerd moeten worden door de Nederlandse toeleve-ringsketen. In andere projecten in het buitenland heeft het te laatidentificeren en betrekken van de volledige toeleveringsketen geleid totkosten- en tijdsoverschrijdingen. Als eerste stap wordt verkend wat demogelijkheden zijn voor het betrekken van de Nederlandse (maak)in-dustrie. De drie partijen nemen als vervolg op de studies de komendeperiode contact met het Nederlandse bedrijfsleven op, mede via branche-organisaties FME en VNO-NCW. Dit zal uiteindelijk leiden tot een overzichtvan de bedrijven die mogelijk kunnen toetreden tot de toeleveringsketenvan het nieuwbouwproject. Een belangrijke overweging voor de Staat enhet Nederlandse bedrijfsleven is het voorkomen van monopoliseren: indeze fase verwacht het kabinet van de technologieleveranciers en hetNederlandse bedrijfsleven geen exclusiviteitscontracten.2.3 Risico’s en planning Zoals aangegeven is de eerste fase van de studies met alle drie de partijenafgerond. Er is inmiddels gestart met de zogeheten third party review, watinhoudt dat een derde partij de conceptresultaten van de technischehaalbaarheidsstudies (en de resultaten van de marktconsultatie) verifieerten valideert. Deze review wordt geleid door het ingenieursbureauAmentum. Dit traject geeft een stevige basis voor de inhoud van deaanbesteding. Na deze stap kunnen er initiële conclusies getrokkenworden over de inpasbaarheid van kerncentrales in Nederland, zowel in6Kamerstukken II 2022/23, 32 645, nr. 116, bijlage VI.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1326 termen van de wet- en regelgeving, ruimtelijke inpasbaarheid op delocatie in Borssele, als in termen van kostenoverwegingen.Aanbevelingen om het proces richting techniekselectie (aanbesteding)verder in te richten volgen ook uit de third-party review. Deze aanbeve-lingen worden verwerkt om tot een strategisch overzicht en aanpak voorhet proces van technologieselectie te komen, welke gedeeld wordt met deKamer. Daarnaast gaat dit strategisch overzicht ook gebruikt worden voorde opbouw van de projectorganisatie en de capaciteiten die nodig gaanzijn om de zogeheten owner’s scope uit te kunnen voeren. De owner’sscope zijn alle werkzaamheden die voor de opdrachtgever zijn en die nietonder de toekomstige verantwoordelijkheid van de technologieleveranciervallen. Bij het openbaar maken van de resultaten van de third-partyreview moet er vanzelfsprekend rekening worden gehouden met in iedergeval de bedrijfsgevoelige informatie, de veiligheid en het beschermenvan de onderhandelingspositie van de Nederlandse Staat.3. Werkspoor projectprocedure (locatiebepaling) 3.1 Doel De projectprocedure leidt tot het aanwijzen van een locatie. In deprocedure worden verschillende alternatieve locaties onderzocht engelijkwaardig gewogen. Hiermee wordt inzicht verkregen in de optimalelocatie voor de twee centrales. In het kader van de mer-regelgevingmoeten in het MER «redelijkerwijs te beschouwen» alternatieven wordenonderzocht. Het kabinet acht een zorgvuldige projectprocedure van grootbelang, gelet op het draagvlak voor en juridische houdbaarheid van hetuiteindelijke besluit.3.2 Stand van zaken In de Kamerbrief van 11 september7 jl. is aangegeven dat er binnen viergebieden op zoek gegaan wordt naar mogelijke locaties voor denieuwbouw van de eerste twee centrales: Sloegebied, Terneuzen,Maasvlakte I en Maasvlakte II. Ook is aangegeven dat alle binnengekomenreacties op het Voornemen en voorstel voor participatie worden bestu-deerd. Op het voornemen en voorstel voor participatie van 2 februari 2024zijn in totaal 1.374 reacties ontvangen. Al deze reacties worden inhoudelijkbeoordeeld. Bij de publicatie van de concept Notitie Reikwijdte enDetailniveau (cNRD) wordt in een separate «reactienota» aangegeven opwelke wijze omgegaan wordt met de reacties.Uit de eerste beoordeling van de reacties komt het gebied Eemshavennaar voren dat voldoet aan de kenmerken voor de vestiging van kerncen-trales. Er is een (380kV) hoogspanningsnet, er is beschikbaarheid vankoelwater, er zijn geen grote bevolkingsconcentraties in de directeomgeving en er zijn voldoende toegangswegen voor rampenbestrijding.Ondanks de hogere kans op aardbevingen, lijken deze niet van dien aarddat dit een veilige bedrijfsvoering van een eventuele kerncentralebelemmert. Mogelijk aandachtspunt betreft de ligging naast Natura2000-gebied de Waddenzee. Het voldoen aan deze (zuiver inhoudelijke)criteria betekent dat het kabinet formeel net zoals in de hierbovengenoemde gebieden moet bezien of er ook binnen de Eemshaven locatieszijn die als kansrijk aangemerkt kunnen worden. Uiteindelijk zal ik in deconcept Notitie Reikwijdte en Detailniveau motiveren welke concretelocaties in het milieueffectonderzoek (plan-MER) zullen worden onder-zocht.7Kamerstukken II 2023/24, 32 645, nr. 131, p. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1327 Het kabinet is zich bewust van de gevoeligheden in Groningen en kent depolitieke en bestuurlijke wensen van zowel de Kamer, provinciale statenen de gemeenteraad van Het Hogeland hierover. Het kabinet gaat daaromjuridisch onderzoeken of en zo ja op welke gronden Eemshaven buiten deconcept-NRD en daarmee het locatieonderzoek kan worden gelaten,zonder dat dit leidt tot onaanvaardbare vertraging of risico’s voor hetproces van de selectie van locaties voor de nieuwbouw van de eerstetwee centrales.Daarom ziet het kabinet zich ook genoodzaakt nu stappen te zetten dieeventuele onnodige vertraging van het locatieonderzoek voorkomen.Parallel aan het onderzoek zal met de provincie, gemeente en havenbedrijfin contact worden getreden om eventuele ruimtelijke belemmeringennader te onderzoeken. Als op voorhand blijkt dat er ruimtelijke belemme-ringen zijn die een eventuele locatieaanwijzing in de weg staan, is hetimmers niet zinvol een dergelijke locatie in de plan-MER te onderzoeken.Ook wordt TenneT gevraagd Eemshaven als mogelijk gebied in desysteemanalyses mee te nemen. TenneT doet dit ook voor de gebieden inZeeland en Maasvlakte zoals beschreven in de Kamerbrief van februari2024.8Tot slot zet het kabinet het beleid om Eemshaven te schrappen alswaarborgingslocatie door. Dit is eerder vastgesteld in het ProgrammaEnergiehoofdstructuur(PEH).9 Hiervoor wordt het Besluit kwaliteitleefomgeving (Bkl) gewijzigd. Het voorstel voor deze wijziging wordt in deloop van volgend jaar aan de Kamer voorgelegd.3.3 Risico’s en planning Het kabinet werkt er naar toe om zo snel mogelijk in het nieuwe jaar eencNRD ter inzage te leggen. Later in deze brief wordt ook ingegaan op destappen richting het bepalen van een mogelijke locatie voor kerncentrale 3en 4.4. Werkspoor Rijk-Regiopakket 4.1 Doel Door de grote en langjarige impact van de bouw van kerncentralesstreven Rijk en regio gezamenlijk naar een pakket van maatregelen datuitgaat van het (zoveel mogelijk) mitigeren van negatieve gevolgen entegelijkertijd inspeelt op gezamenlijke kansen en belangen voor detoekomst van de regio, zodat een win-win situatie voor Rijk en regioontstaat. In het pakket kijkt het kabinet met de regio ook naar andereenergieprojecten en zullen de cumulatieve effecten van die projecten ookbetrokken worden bij het pakket.4.2 Stand van zaken Afgelopen september heb ik de Kamer geïnformeerd over de intentiever-klaring die ik samen met de gemeente Borsele en provincie Zeeland hebafgesloten waarin we afspraken hebben gemaakt hoe we gezamenlijktoewerken naar een Rijk-regiopakket en over het aanstellen van degebiedsverbinder, de heer Knops.Ook heb ik mijn eerste reactie op de Borselse en Zeeuwse voorwaardengedeeld.10 Ik wil daarbij nogmaals mijn waardering uitspreken richting de8Kamerstukken II 2023/24, 32 645, nr. 122.9Kamerstukken II 2023/24, 31 239, nr. 388.10Kamerstukken II 2023/24, 32 645, nr. 131, p. 4–5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1328 bewoners van de regio voor de ontvangst tijdens mijn bezoek vanafgelopen 11 september.In het commissiedebat Klimaat en Energie van 12 september heb ikaangegeven terug te komen op de wijze waarop het proces rond devoorwaarden verder verloopt en hoe de samenhang tussen verschillendeprojecten en opgaven daarin meegenomen wordt. De opgaven tenbehoeve van de energietransitie vragen veel van het gebied. De behoefteaan duidelijkheid hierover en een integrale benadering daarvan begrijp ikerg goed. Binnen de regio is het mogelijke beslag van de besluiten op defysieke ruimte en de leefbaarheid groot. Samen met de regio wordt inNOVEX-verband toegewerkt naar samenhangende ruimtelijkeafwegingen. De inpassing van projecten van nationaal belang biedenhierin uitdagingen maar ook kansen. Samen met de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening sta ik voor de uitdaging om deraakvlakken en spanningsvelden tussen al deze besluiten in beeld tebrengen en, wanneer deze zich presenteren, zoveel als mogelijk insamenhang af te wegen, in ieder geval ook in de Nota Ruimte.4.3 Risico’s en planning De gebiedsverbinder presenteert op korte termijn zijn eerste bevindingen.Ik zal deze in mijn volgende brief over het nieuwbouw traject met deKamer delen. In mijn brief van september van dit jaar aan de Kamer heb ikuitgelegd dat de leidende principes in het vormgegeven van een Rijk-regiopakket ook in andere regio’s toepasbaar zijn mocht blijken dat Borsele nietde definitieve locatie wordt van de nieuw te bouwen kerncentrales, of alselders ook kerncentrales gebouwd zouden worden. Bij de publicatie vande concept-NRD zal ik aangeven hoe ik omga met de andere gebieden(Terneuzen, Vlissingen, Maasvlakte) ten aanzien van de impact op deleefomgeving en het betrekken van omwonenden en andere betrokkenenen hun zorgen en wensen.Opbouw van de projectorganisatieHet contracteren van een geselecteerde technologie leverancier enbouwer vraagt om een zelfstandige entiteit met voldoende middelen,mandaat en een eigen juridische status. De oprichting van een dergelijkeentiteit neemt een periode van enkele jaren in beslag. In de brief aan deKamer van maart van dit jaar wordt ingegaan op de opties voor eendeelneming.11 Het aangaan van een deelneming is een verstrekkendinstrument en zal moeten worden onderbouwd aan de hand van hetafwegingskader uit de Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2022. Indezelfde brief wordt uitgelegd dat de inhoudelijke voorbereiding van deaanbesteding ook om expertise vraagt. Om op tijd een deelneming tekunnen laten functioneren, is reeds gestart met het opzetten van eenprojectorganisatie als voorloper van deze nieuw te vormen entiteit. Omook in de tussentijd slagvaardig te kunnen functioneren worden tussen-vormen onderzocht zodat optimaal gebruik gemaakt kan worden van allenoodzakelijke kennis en kunde voor deze omvangrijke opgave.Het kabinet is daarom blij dat gedeeld kan worden dat er een kwartier-maker is aangesteld, die een leidende rol zal spelen in het vormgeven enhet opzetten van de projectorganisatie. Inmiddels is een team samenge-steld dat werkt aan het ontwerp van de organisatie en aan de slag gaatmet het aantrekken van de benodigde expertise.11Kamerstukken II 2023/24, 28 165, nr. 420.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1329 Voorbereidingen op de realisatie van een derde en vierde kerncen-traleDe stappen in het traject richting de bouw van de eerste kerncentralesbetekenen veel voor de weg naar de realisatie van additionele centrales inNederland. In de volgende sectie wordt uitgelegd hoe er mogelijk handenen voeten gegeven kan worden aan deze voorbereiding, op basis vandezelfde werksporen.1.1 Financiering De bouw van een derde en vierde kerncentrale vergroot uiteraard debenodigde investering. De onderdelen van het Government SupportPackage die komen te gelden voor de eerste en tweede kerncentrale,zullen ook voor de derde en de vierde centrale relevant zijn. Hiermee zalbesluitvorming over de rol van de overheid voor de eerste twee centralesdus ook samenhangen met de inzet die nodig zal zijn voor de derde en devierde. Het is wel mogelijk dat de invulling van dit steunpakket anders isbij additionele centrales. Zo is er de kans dat technologie leveranciersbereid zijn om meer risico’s op te pikken in de uitvoering van de bouwomdat de omvang van de opdracht substantieel groter is. Ook is hetmogelijk dat de financiële sector het risicoprofiel van de bouw andersweegt nadat de realisatie van de eerste twee centrales reeds begonnen isen er ervaring is opgedaan waardoor de kans op het maken van fouten inde bouw kleiner is.1.2 Technische haalbaarheid Zoals uitgelegd in de brief aan de Kamer van februari van dit jaar is eengroot gedeelte van de resultaten van de technische haalbaarheidsstudiesook representatief voor andere locaties in Nederland, zoals wet- enregelgevingaspecten, economische aspecten en ook een deel van hetontwerp. Een deel van de technische haalbaarheidsstudies zal voorandere locaties opnieuw moeten worden uitgevoerd en er zal ook eennieuw participatietraject opgezet moeten worden bij de bouw vankerncentrales. Dit kabinet heeft al middelen vrijgemaakt om volgend jaarboringen en grondonderzoek (een zogeheten site characterisation) te doenop meerdere locaties om te bepalen of de ondergrond op andere locatiesgeschikt is voor kerncentrales, zodat dit volgend jaar al voor meerderelocaties (die worden opgenomen in de concept-NRD) in kaart gebracht kanworden en daardoor vooruitlopend op een projectprocedure en locatiebe-sluit de bruikbaarheid van de grond voor grootschalige kernenergie inkaart gebracht kan worden.De third-party review zal de komende tijd de technische haalbaarheids-studies verifiëren en valideren, maar ook inzichten bieden ten aanzien vande opties in het uitwerken van een aanbesteding wanneer gekozen wordtvoor de mogelijkheid van de bouw van twee extra centrales. Deze optiesworden verder uitgewerkt. Eén van de vraagstukken in het ontwerp van deaanbesteding betreft contractvormen: het kabinet wil verkennen wat ermogelijk is in het uitvragen van biedingen van technologieleveranciersvoor zowel de eerste twee als een derde en vierde kerncentrale. Voorcentrale 1 en 2 kunnen bijvoorbeeld bindende voorstellen wordengevraagd, met deels-bindende opties voor de bouw van meer reactoren.Daarnaast is de verwachting dat de resultaten van de technischehaalbaarheidsstudies ook een indicatie zullen geven van de mogelijkheidvan schaaleffecten bij de bouw van een derde en vierde kerncentrale. Hetbouwen van meer reactoren achter elkaar biedt mogelijk lagere ontwikkel-en bouwkosten per centrale.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 13210 1.3 Projectprocedure (locatiebepaling) In de Kamerbrief van april van dit jaar in reactie op de motie Erkens overeen verkenning van 4 kerncentrales wordt ingegaan op de relatie tussenhet bepalen van mogelijke locaties voor additionele kerncentrales en delopende procedures in voorbereiding op de locatiebepaling voor dehuidige twee centrales.12 De motie van het lid Erkens riep op om eenscenario uit te werken van tenminste vier grote kerncentrales in 2040.Daarnaast riep de motie op om het vestigings- en waarborgingsbeleidvoor grote kerncentrales te herzien. Met het concrete voornemen om viergrote kerncentrales te bouwen, zoals beschreven in het regeerpro-gramma, is het eerste deel van de motie in een nieuw daglicht komen testaan.Parallel aan de aanloop naar een besluit over de inhoud van het Gover-nment Support Package zal de waarde van de vier centrales voor hetenergiesysteem als geheel nader worden uitgewerkt. Wat betreft hetvestigings- en waarborgingsbeleid heeft mijn ambtsvoorganger aange-geven dat dit zijn beslag zal krijgen via de actualisatie van het PEH. In eenbrede ruimtelijke verkenning zullen één of meer scenario’s met meerkerncentrales (zowel grote als kleine) op verschillende locaties in eenveranderend energiesysteem doorgerekend worden op netimpact enruimtelijke effecten. Op voorhand is geen enkel gebied in Nederlanddaarvoor uitgesloten. Verder zijn er verschillende manieren om invullingte geven aan de ruimtelijke inpassing van twee additionele kerncentrales.De komende periode werk ik verschillende manieren uit. Daarbij wordenook de resultaten van de technische haalbaarheidsstudies betrokken, dieinzichten bieden met betrekking tot de ruimtelijke inpassing van decentrales. Gelet op de zorgvuldige en tegelijkertijd eerder gekozen aanpakom parallelle sporen te bewandelen, vindt het kabinet het belangrijk omde lopende procedure voor kerncentrale 1 en 2 voort te zetten. Metbovenbeschreven acties rond de scenario’s en het in gang zetten van hetherzien van het waarborgingsbeleid, komt het kabinet tegemoet aan deinhoud van de motie Erkens.131.4 Rijk-Regio pakket Zodra er meer helderheid is over een mogelijke locatie voor de bouw vaneen derde en vierde centrale, zal ook in die regio verkend worden wat dewensen en voorwaarden zijn en bewoners betrokken worden bij hettraject. Het achterliggende belang van een leefbare woonomgeving isvoor alle gebieden in Nederland duidelijk van toepassing. Elk gebied isechter anders, en met specifieke wensen en omstandigheden zalvanzelfsprekend rekening worden gehouden.1.5 Overige randvoorwaarden Dit kabinet is zich bewust dat de verdubbeling van de ambitie ook veelvraagt wat betreft andere randvoorwaarden voor de bouw van kerncen-trales in Nederland. Veiligheid in brede zin en een verantwoordelijkeomgang met het afval van kerncentrales zijn van evident belang.Investeringen in kennis en kunde zijn eveneens noodzakelijk. Er zijndaarom middelen vrijgemaakt voor 2025 om ervoor te zorgen dat erstevige inzet is op deze voorwaarden, aansluitend bij de wens voor derealisatie van een derde en vierde centrale.12Kamerstukken II 2023/24, 32 645, nr. 127.13Kamerstukken II 2023/24, 32 813, nr. 1358.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 13211 Er lopen al verschillende sporen. De inventarisatiestudie die op ditmoment wordt uitgevoerd naar de toekomstige vraag naar gekwalificeerdpersoneel in het nucleaire domein (zie de brief aan de Kamer van mei vandit jaar) kijkt al naar wat nodig is qua investeringen in human capital inNederland voor de realisatie van meer dan twee kerncentrales. Deresultaten van deze studie zijn eind van dit jaar gereed. In de opbouw vande projectorganisatie zal ook rekening gehouden worden met wat nodig isqua personeel en organisatievorm voor de ontwikkeling en bouw vanextra centrales.Overkoepelende planningDoor de verschillende werksporen parallel uit te voeren, wordt conformde wens van de Kamer op dit moment maximaal versneld. Deverwachting is dat de resultaten van de third-party review nader inzichtzullen bieden ten aanzien van de verdere planning van het nieuwbouw-traject. Om deze resultaten goed te kunnen beoordelen, zullen deze in decontext van de verschillende werksporen moeten worden geplaatst.Daarmee verwacht het kabinet ook te kunnen voldoen aan de motie vanhet lid Eppink die verzoekt om te kijken hoe het kernenergietraject en destappen die nodig zijn om uiteindelijk centrales te kunnen bouwen,versneld kunnen worden.14 Tot die tijd wordt er verder gewerkt richtingeen eerste besluit over de rol van de overheid in de financieringsstructuur,het locatiebesluit en de start van het proces voor de selectie van eentechnologie leverancier in 2025.Tot slotMet de stappen die op dit moment worden gemaakt binnen de verschil-lende sporen van het nieuwbouwtraject en de opbouw van een projector-ganisatie wordt goede vooruitgang geboekt in de voorbereiding op derealisatie van nieuwe kerncentrales in Nederland. Het voornemen is omde Kamer drie keer per jaar op de hoogte te brengen van de algemenestand van zaken van het nieuwbouwtraject op ieder van de werksporen.Richting het tweede kwartaal van 2025 wordt een nieuwe update over destand van zaken voorzien. Daarnaast zal het kabinet wanneer nodig overspecifieke ontwikkelingen ten aanzien van de plannen op het gebied vankernenergie (waaronder de gesprekken over de eigendom van EPZ, hetopzetten van een deelneming, vorderingen binnen het SMR programma,en ontwikkelingen op het gebied van kennis en internationale zaken)informatie met de Kamer delen.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans14Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XIII, nr. 70.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 13212

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 090ac7ec5cf87f86

14 okt 2026 · 1cd19c40b0dc27b7

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.