Zevende voortgangsbrief ontwikkelingen gevangeniswezen
Brontekst
Versie ca32fd3fef1dad31 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 587Justitiële InrichtingenNr. 1058 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juli 20251. Inleiding Ieder jaar voor de zomer wordt uw Kamer geïnformeerd over ontwikke-lingen in het gevangeniswezen en de uitvoering van de visie «Recht doen,kansen bieden».1Hierbij ontvangt u de zevende voortgangsbrief. De visiekomt uit 2018 en is met onder meer de implementatie van de wet Straffenen Beschermen aan vernieuwing toe. Het gevangeniswezen in Nederlandstaat voor forse uitdagingen. De recidivepercentages zijn, ondanks alleinspanningen, al jaren stabiel en dalen niet.2 Zowel aard als omvang vande detentiepopulatie zijn geen statische gegevens. Het oplopendcapaciteitstekort en een toename van gedetineerden met een complexezorg- en veiligheidsbehoefte zetten het gevangeniswezen zwaar onderdruk. Om in telkens veranderende omstandigheden een basis te hebbenvan waaruit te vertrekken, is het tijd om deze visie te herijken en moderni-seren. Er wordt toegewerkt naar een visie die ook voor de langere termijnhouvast biedt aan beleid, wetgeving en uitvoering.Voordat ik inga op de inhoudelijke thema’s uit deze brief, vind ik het vanbelang stil te staan bij het personeel van de Dienst Justitiële inrichtingen(DJI). Zij verdienen erkenning voor hun dagelijkse inzet om gevangenis-straffen op een veilige en humane manier te laten verlopen. Zeker geziende huidige situatie van personele krapte waarin een extra beroep op hengedaan wordt. Het aanpakken van het capaciteitstekort bij DJI heeft groteprioriteit. Het is essentieel voor het functioneren van de rechtstaat datstraffen ten uitvoer worden gelegd. Samen met de ketenpartners zijndaarom alle inspanningen erop gericht het capaciteitstekort terug tedringen. Omdat de Kamer hierover apart periodiek wordt geïnformeerd,1DJI. (2018) Visie op gevangenisstraffen: recht doen, kansen bieden. Visie op gevangenis-straffen: Recht doen, kansen bieden | Publicatie | dji.nl2Kamerstukken II, 2023/24, 29 270, nr. 155 kst-24587-1058ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10581 gaat deze brief hier niet nader op in. Dit geldt eveneens voor de aanpakvan voortgezet crimineel handelen in detentie.3In deze brief ga ik in op diverse andere onderwerpen binnen het gevange-niswezen. Op het gebied van re-integratie zijn mooie resultaten behaald,zoals de verlenging van de succesvolle pilot Huis van Herstel Twente. Deafgelopen periode is daarnaast meer aandacht geweest voor de positievan (jong)volwassen vrouwen in detentie.Zowel bij de herijking van de visie op het gevangeniswezen als bij deontwikkeling van nieuwe behandel- en detentieconcepten door DJI zal de(vormgeving van) detentie van (jong)volwassen vrouwen een specifiekfocuspunt zijn.Inhoudsopgaveblz.2.Re-integratie van (ex-)gedetineerden22.1Detentie & re-integratieproces22.2Beleidsreactie evaluatie nieuwe werkwijze ID-kaarten indetentie32.3Huis van Herstel Twente42.4Pilot maatwerk van gevangenenzorg Nederland53.(Jong)volwassen vrouwen in detentie53.1Advies RSJ Ingesloten vrouwen in beeld53.2Bureau Clara Wichmann64.Overige onderwerpen94.1Ontwikkelingen Inrichting voor Stelselmatige Daders94.2Motie over niet-gebonden geestelijke verzorging94.3Voortgang motie Singh104.4Motie reisverbod zedendelinquenten10 2. Re-integratie van (ex-)gedetineerden Aan een veilige terugkeer in de samenleving na detentie moet al tijdensdetentie gewerkt worden. Uit de Nazorgmonitor4 blijkt dat de inzet opre-integratie een positieve bijdrage levert aan de afname van recidive.Daarom worden gedetineerden vanaf de aanvang van hun detentie actiefvoorbereidt op terugkeer in de samenleving. Centraal daarbij staan devijfbasisvoorwaarden: identiteitsbewijs, onderdak, werk en inkomen,schuldenaanpak, zorg. En ook een sociaal netwerk is essentieel voorwelzijn en re-integratie. Samen met ketenpartners blijft de inzet hieroponverminderd voortgaan en wordt continu gewerkt aan verbeteringen.Hieronder wordt ingegaan op de bereikte resultaten en vernieuwing die ingang is gezet.2.1 Detentie & re-integratieproces Op 20 juni 20245 is door mijn ambtsvoorganger de Kamer geïnformeerdover de concrete wijzingen die voortvloeien uit de dialoogsessie van deinvoeringstoets op de Wet straffen en beschermen (Wet SenB). Hieruitbleek dat de pijlers waarop de wet gebaseerd is – straf is straf, gedrag telten werken aan een veilige terugkeer – breed ondersteund worden doorketenpartners. Echter, er zijn verschillende signalen van onbedoeldeeffecten en knelpunten bij de invoering. Mede naar aanleiding hiervan is3Kamerstukken II, 2025/25, 29 911, nr. 4654Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). (2024). Monitor nazorgex-gedetineerden – 7e meting [Rapport] https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/33875Kamerstukken II, 2024/25, 29 279, nr. 865Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10582 een verbetertraject gestart om het detentie en re-integratieproces beteraan te sluiten bij de bedoeling van de Wet (werktitel: D&R 2.0).Het centrale uitgangspunt van D&R 2.0 is: doen wat nodig is, voor wie datnodig is, wanneer dat nodig is. Met dit traject streeft DJI ernaar ommedewerkers en middelen zo effectief mogelijk in te zetten en tegelij-kertijd de administratieve lasten te beperken. Hierdoor ontstaat er meerruimte voor aandacht aan gedetineerden die dat nodig hebben vanwegezorg- en veiligheidsrisico’s, en voor verdieping van de re-integratie voorhen die langer in detentie verblijven.Per 1 januari 2025 zijn de eerste wijzigingen ingevoerd. In de eerste plaatsbetreft dit het afschaffen van het promoveren/degraderen in het Huis vanBewaring (HvB). Deze werkwijze leidde tot een aanzienlijke rappor-tagedruk, zonder een direct doel. Immers, in het Huis van Bewaring kangeen plusprogramma worden aangeboden. Dit betekent echter niet dat erniet meer gerapporteerd hoeft te worden. Integendeel, maatwerk blijfcruciaal. Voor elke gedetineerde wordt bepaald met welke frequentierapportages worden opgesteld en hoe vaak bespreking in het multidisci-plinair overleg plaatsvindt. De focus ligt daarbij vooral op het besprekenvan en rapporteren over zorg- en veiligheidsrisico’s.Een tweede signaal uit de invoeringstoets betreft de forse onvoorzienetoename van verlofaanvragen als gevolg van de invoering van de WetSenB. Met name het verlofdoel sociaal netwerk leidde tot veel aanvragen,mede door het ontbreken van duidelijke kaders om te beoordelen of eenaanvraag gerechtvaardigd was. Per 1 januari 2025 zijn daarom devoorwaarden voor het re-integratieverlof sociaal netwerk aangescherpt.De frequentie, duur en het maximaal aantal keren dat dit verlof kanworden aangevraagd, zijn aangepast. Daarnaast is het moment waaropeen gedetineerde hiervoor in aanmerking kan komen, verplaatst naar eenlater stadium in de detentie. Ook kunnen vrijheden slechts wordentoegekend als deze passen binnen het individuele traject en expliciet zijnopgenomen in het D&R-plan. Hiermee is toegewerkt naar een logische,passende en onderbouwde opbouw van vrijheden, die nodig zijn voor eenverantwoorde en geleidelijke terugkeer naar de maatschappij. Met dezewijzigingen wordt meer gewerkt volgens de bedoeling van de visie en deWet SenB: «straf is straf», «gedrag telt» en «een veilige terugkeer».Daarnaast is eerder uit diverse onderzoeken gebleken dat de werkdrukonder casemanagers hoog is.6 Het is van essentieel belang dat zij overvoldoende tijd en ruimte beschikken om hun verantwoordelijkheden ophet gebied van re-integratie op een zorgvuldige en verantwoorde wijze tekunnen uitvoeren.7 Om hier gericht op te kunnen sturen, zal door DJI inhet derde kwartaal van 2025 een werklastmeting worden uitgevoerd. Opbasis hiervan kan worden bezien op welke wijze casemanagers zo effectiefmogelijk ingezet kunnen worden om D&R goed vorm te geven.2.2 Beleidsreactie evaluatie nieuwe werkwijze ID-kaarten in detentie Het hebben van een ID-kaart is een van de basisvoorwaarden voor eengoede re-integratie. Daarom is het sinds 1 september 2023 mogelijkgemaakt dat de burgemeester van de gemeente waar iemand in detentiezit een ID-kaart verstrekt aan een gedetineerde, ook wanneer deze eldersals woonachtig staat ingeschreven. Door deze nieuwe werkwijze kan eengedetineerde sneller aan een ID-kaart komen en wordt de kans groter dat6Kamerstukken II, 2022/23, 24 587, nr. 797 en Inspectie Justitie en Veiligheid. (2023). Samenwerken aan een nieuwe start. [Rapport]. Rapport Samen werken aan een nieuwe start |Inspectie Justitie en Veiligheid7Kamerstukken II, 2023/24, 29 279, nr. 865Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10583 gedetineerden de PI verlaten met een geldige ID-kaart. Bij aanvang vanhet traject is bepaald dat de werkwijze in 2025 wordt geëvalueerd om eenbesluit te kunnen nemen over de wijze van voortzetting en de financieringervan vanaf 2026. Het onderzoeksbureau Significant Public heeft deevaluatie uitgevoerd. Hierbij bied ik uw Kamer het rapport aan (ziebijlage 1).De onderzoekers concluderen dat het beoogde doel van de nieuwewerkwijze wordt bereikt en dat de werkwijze voldoende rendementoplevert om gecontinueerd te worden. Zij doen enkele voorstellen om dedoorlooptijd voor het aanvragen van een ID kaart te verkorten. Omdatbijna de helft van de gedetineerden korter in detentie verblijft dan dehuidige doorlooptijd van de procedure, is hier winst te behalen. Denk aanhet naar voren halen van het moment dat wordt vastgesteld of eengedetineerde een geldig identiteitsbewijs heeft. Ook in de procedure voorhet aanvragen van een ID kunnen vertragende factoren worden aangepaktzoals problemen met de benodigde apparatuur.Ik ben de onderzoekers erkentelijk voor de inzichten en aanbevelingen diein het rapport staan. Het is van groot belang dat zoveel mogelijk gedeti-neerden detentie verlaten met een geldige ID-kaart. Het beoogde doel vande nieuwe werkwijze wordt dan ook bereikt. Tegelijkertijd geven deonderzoekers aan dat op onderdelen verbetering mogelijk is. Samen metde betrokken partijen als de VNG en DJI zal ik inzetten op het wegnemenvan de knelpunten in het proces waardoor het proces versneld kanworden en het bereik vergroot wordt.2.3 Huis van Herstel Twente De pilot Huis van Herstel Twente bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Almelois een van de trajecten onder de paraplu van «Koers en Kansen»: eeninnovatieprogramma van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. HetHuis van Herstel Twente richt zich op Twentse mannen die in de laatstefase van hun detentie zitten en kampen met problemen op meer dan éénleefgebied. Binnen de pilot stond centraal om in samenwerking metandere professionals en de gedetineerde te werken aan een succesvolleterugkeer in de Twentse regio. Het doel van de pilot was om daarmeeallerhande maatschappelijke-, zorg- en veiligheidskosten te voorkomen enhet risico op recidive te verminderen.De looptijd van de pilot Huis van Herstel Twente is in 2018 vastgesteld opvijf jaar, tot en met december 2023. In 2021 is de pilot operationeelgeworden. Naar aanleiding van een door de Tweede Kamer aangenomenmotie en gesprekken met onder andere bestuurders van de Twentsegemeenten, is in oktober 2023 overeenstemming gekomen over eenverlenging van de pilot met nog twee jaar (2024 en 2025) met een bijdragevanuit het Ministerie.8 Het Ministerie heeft aangegeven dat vanaf 2026geen bijdrage meer volgt, het is dan aan de Twentse gemeenten of zij welof niet door willen gaan met het Huis van Herstel Twente. Destijds isafgesproken dat de Twentse gemeenten hier uiterlijk juli 2025 duide-lijkheid over geven.Onlangs hebben de Twentse gemeenten gezamenlijk besloten het Huisvan Herstel Twente in 2026 en 2027 voort te zetten en de extra kosten,naast de reguliere kosten die DJI heeft voor de celcapaciteit, te finan-cieren. De inzet, impact en resultaten van het Huis van Herstel Twente8Kamerstukken II 2023/24, 24 587, nr. 923Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10584 zullen jaarlijks worden gemonitord en geëvalueerd. In 2027 nemen deTwentse gemeenten een besluit over mogelijke structurele voortzetting na2027.Het is goed te zien dat de Twentse gemeenten zich de komende twee jaarblijven inzetten voor een succesvolle terugkeer van Twentseex-gedetineerden. Voor deze inzet wil ik hen graag bedanken.Ik blijf de voortgang en besluitvorming met belangstelling volgen en hoopdat het Huis van Herstel als inspiratie kan dienen voor andere gemeentenen regio’s.2.4 Pilot Maatwerk van Gevangenenzorg Nederland Maatwerk is een pilot die sinds 2022 door Gevangenenzorg Nederlandwordt uitgevoerd in de Penitentiaire Inrichting (PI) in Alphen aan den Rijn.Deze pilot is erop gericht gedetineerden te motiveren om aan de slag tegaan met hun toekomst, onder andere door te helpen in bij de zoektochtnaar passend werk. De aanpak is positief geëvalueerd: volgens onder-zoekers is aannemelijk dat de aanpak bijdraagt aan het hebben vangeschikt en duurzaam werk na detentie.9 Eerder heeft mijn ambtsvoor-ganger uw Kamer al laten weten dat de beschrijving van de aanpak in2025 gedeeld zal worden met andere PI’s en vrijwilligersorganisaties,zodat een zo groot mogelijk groep gedetineerden de nodige onder-steuning kan ontvangen bij toeleiding naar werk en arbeidsbemiddeling10.Deze handreiking is inmiddels gereed en door GevangenenzorgNederland gedeeld met andere vrijwilligersorganisaties die actief zijn inhet gevangeniswezen. Zij kunnen daar inspiratie uit halen en (onderdelenvan) de aanpak toepassen in hun eigen werkzaamheden. Ik wil Gevange-nenzorg Nederland bedanken voor alle inzet, zowel voor het ontwikkelenvan een nieuwe aanpak als voor hun betrokkenheid bij individuelegedetineerden. Andere vrijwilligersorganisaties kunnen hier hun voordeelmee doen en zo gezamenlijk (ex-)gedetineerden helpen stappen te zettennaar een betere, delict vrije toekomst.3. (Jong)volwassen vrouwen in detentie 3.1 Advies RSJ Advies Ingesloten vrouwen in beeld Op 10 maart jl. heeft de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbe-scherming (RSJ) een advies uitgebracht over ingesloten vrouwen.11 DeRSJ geeft aan dat er meer aandacht moet komen voor de positie vanmeisjes en vrouwen binnen een gesloten justitiële setting, zodat hetsysteem beter kan aansluiten op de genderspecifieke achtergrondken-merken en behoeften. Meisjes en vrouwen maken slechts een klein deeluit van de mensen die in aanraking komen met justitie (6%). Bij debeleidsvorming zijn mannen het uitgangspunt, bijvoorbeeld als het gaatom het aanbod van het dagprogramma, de beveiliging en praktischezaken. Omdat de achtergrond en behoeften van meisjes en vrouwenverschillen van die van mannen, sluiten de organisatie van justitiëleinrichtingen, het beleid en de bejegening niet altijd goed op hen aan. Ditkan volgens de RSJ leiden tot ongelijkheid en tot extra schade. Dit allesheeft ook zijn uitwerking na vrijlating, met een verminderde kans op eengeslaagde resocialisatie. De RSJ besteedt in het advies aandacht aan despecifieke behoeften van vrouwen en meisjes en de beschikbaarheid vanvoorzieningen voor hen in het gevangeniswezen, de forensische zorg ende Justitiële Jeugdinrichtingen en doet enkele aanbevelingen.9WODC. (2024). Evaluatie Maatwerk-aanpak. https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/341410Kamerstukken II 2024/25, 24 587, nr. 100911Kamerstukken II, 2024/25, 24 587, nr. 1024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10585 Naar aanleiding van het Inspectierapport is de universiteit Leidenverzocht, in opdracht van DJI, de sociale veiligheid in de PI’s voorvrouwen in kaart te brengen – zoals ervaren door medewerkers engedetineerde vrouwen.12Het onderzoek geeft inzicht in de factoren die bijdragen aan de ervarensociale veiligheid en onveiligheid en het schetst een kwalitatief beeld vandit onderwerp in de context van vrouwen en meisjes in detentie. Zo komtin het onderzoek duidelijk naar voren dat de gevangenis een setting is metunieke contextuele kenmerken die op zichzelf al een duidelijke stempeldrukken op de beleving van sociale veiligheid. Het onderzoek biedt voorde hele DJI-organisatie handvatten om met thema’s als bewustzijn van hetwerken in een machtspositie aan de slag te gaan, specifiek met hetwerken met mensen die in grote mate afhankelijk zijn van het personeel,en in het bijzonder vrouwen en meisjes in detentie.Naar aanleiding van het Inspectierapport, het advies van de regerings-commissaris tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en hetonderzoek van de universiteit Leiden zijn door DJI concrete verbetermaat-regelen getroffen. Zo zijn maatregelen getroffen om de drempels voor hetmelden van ongewenst gedrag te verlagen, om de informatievoorzieningaan de gedetineerde vrouwen te verbeteren, om kennis te bevorderen ookbij de commissies van toezicht, zijn verplichte opleidingsmodulesontwikkeld voor medewerkers die werken met gedetineerde vrouwen,wordt er waar nodig gewerkt aan een betere man/vrouw samenstellingvan de teams, wordt er stevig geïnvesteerd in de sociale/psychologischeveiligheid binnen teams zodat collega’s elkaar (durven) aanspreken op(mogelijk) ongewenst gedrag, is de visitatieprocedure aangepast en zullenbodyscans ingevoerd worden.De rapporten van de universiteit Leiden en de RSJ laten echter ook ziendat detentie voor vrouwen te zeer een afgeleide is van detentie voormannen en daarmee onvoldoende recht doet aan de specifiekekenmerken van vrouwelijke gedetineerden. Een meer fundamenteleherbezinning is dus wenselijk. DJI is daarom een traject gestart om tot eenherontwerp van detentie van (jong)volwassen vrouwen te komen waarbij.Daarbij wordt ook gekeken naar goede voorbeelden uit het buitenland.Een eerste stap die DJI hierin heeft gezet is een landelijk symposium op20 juni jl. met een grote groep medewerkers uit het gevangeniswezen, devreemdelingenbewaring, de forensische zorg en jeugdinrichtingen.Onderzoekers van de Universiteit Leiden en van de RSJ hebben daarbijinleidingen verzorgd. Het doel van deze dag was om tot een gezamenlijkbeeld te komen van wat er, op basis van relevante onderzoeken enadviezen, nodig is om detentie voor (jongvolwassen) vrouwen veilig,mensgericht en effectief vorm te geven – passend bij de behoeften enkenmerken van (jongvolwassen) vrouwelijke justitiabelen. In het vervolgvan dit traject zullen ook ketenpartners en andere externe partijen endeskundigen betrokken worden.Ik houd u door middel van deze voortgangsbrief op de hoogte van hetverloop van dit traject.3.2 Bureau Clara Wichmann Op 27 maart jl. heeft mijn ambtsvoorganger het Misstandenboek vanBureau Clara Wichmann (BCW) in ontvangst genomen, waarin verhalenworden gedeeld van (ex-)gedetineerden over hun ervaringen met demedische zorg in penitentiaire inrichtingen voor vrouwen. Het boekbelicht verschillende gevallen waarin vrouwen ervaarden dat hun12Kamerstukken II, 2024/25, 24 587, nr. 1023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10586 gezondheidsklachten onvoldoende serieus werden genomen. BCWbenadrukt een aantal thema’s, namelijk:•Onvoldoende kennis van ernst van geuite klachten.•Ontoegankelijkheid van specialistische medische zorg.•Fouten bij medicatieverstrekking en het overmatig toedienen vankalmerende middelen.•Onvoldoende gendersensitieve zorg.Bureau Clara Wichmann doet verschillende aanbevelingen:1.Er dienen protocollen opgesteld te worden voor adequate signaleringen behandeling van acute gezondheidsklachten bij afwezigheid vanmedische staf in de avond, nacht en weekend.2.Gedetineerden dienen dagelijks toegang te hebben tot medische staf.3.Er dient betere continuïteit van de medische zorg te zijn (vastehuisarts).4.Een second opinion moet beschikbaar komen voor gedetineerdenzonder dat zij daarvan de kosten moeten dragen.5.Binnen detentie dienen dezelfde standaarden te gelden op het gebiedvan lichamelijke autonomie en informed consent als buiten detentie.6.Binnen detentie moeten genderspecifieke beleidsmaatregelen wordenontwikkeld.Alvorens in te gaan op deze aanbevelingen uit het misstandenboek is vanbelang te benadrukken dat gedetineerden aan de zorg van de Staat (DJI)toevertrouwd worden en dat zij er daarom vanuit moeten kunnen gaandat zij zich in een sociaal veilige omgeving bevinden en ook de (medische)zorg krijgen die zij nodig hebben. Ik neem daarom signalen vanuit demisstandenboek zeer serieus.DJI staat voor de kwaliteit van zorg die door de zorgprofessionals in deinrichtingen dagelijks geboden wordt langs dezelfde professionelestandaarden die ook buiten detentie gelden. Ook het onafhankelijktoezicht is op deze wijze ingericht. Zorgverlening blijft echter zowel binnenals buiten DJI mensenwerk, waarbij fouten gemaakt kunnen worden metsoms zeer ingrijpende gevolgen.Uitgangspunten voor DJI zijn transparantie, het leren van fouten en hetvoor de toekomst zoveel als mogelijk voorkomen ervan. DJI maakt hierbijgebruik van instrumenten zoals die ook in de reguliere zorg wordengehanteerd.DJI heeft voor ieder afzonderlijk onderwerp, zoals genoemd in hetmisstandenboek, uitgezocht hoe vaak vrouwelijke gedetineerden eenklacht hebben ingediend over medische zorg en hoe vaak zij in het gelijkzijn gesteld bij de RSJ. Dit bleek zeer geringe aantallen en percentages tegaan. Ook is er de afgelopen jaren bij de vrouwengevangenissen geensprake van waarschuwingen of verscherpt toezicht door de InspectieGezondheidszorg en Jeugd.Dat laat onverlet dat het misstandenboek van Bureau Clara Wichmann oponderdelen wel degelijk aanleiding geeft tot het doorvoeren van aanpas-singen op het terrein van de zorg binnen DJI. Tevens stuurt DJI hetmisstandenboek toe aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).De eerste drie aanbevelingen zien op dagelijkse toegang (ook bijafwezigheid van medische staf in avond, nacht en weekend) en conti-nuïteit van zorg. DJI heeft de huidige werkwijze bezien. Geconcludeerdwordt dat de huidige werkwijze functioneert. Uit de praktijk blijkt dat dearts veelvuldig wordt ingeschakeld. In de avond, nacht een weekendurenis altijd een huisarts telefonisch bereikbaar die binnen 1 uur op locatie kanzijn. De instructie aan penitentiair inrichtingswerkers (PIW’er)/beveiligersis om altijd de dienstdoende arts te raadplegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10587 Indien er bijzonderheden zijn geeft de medische dienst een nachtover-dracht mee aan de PIW’ers/beveiligers.Uit cijfers blijkt dat de arts tijdens de avond, nacht een weekendurenveelvuldig consulten op locatie houdt (enkele honderden keren per jaarper vrouweninrichting). Dit bevestigt het beeld dat dit systeem in zijnalgemeenheid naar behoren werkt.Net zoals vaak in de (vrije) maatschappij het geval is, is het niet haalbaaren uitvoerbaar om een vaste huisarts voor elk PI te organiseren. DJI bezietwel de mogelijkheden om de regie op zorgtrajecten van justitiabelenverder te verbeteren.Ten aanzien van aanbeveling vier geldt dat DJI haar beleid rondom definanciering van een second opinion voor medisch-specialistische zorggaat aanpassen. Momenteel staat in het Vademecum dat justitiabelenrecht hebben op een second opinion. Het vervoer, de personeelskosten enalle bijbehorende kosten zijn voor eigen rekening. Dit wordt aangepast indie zin dat kosten van onderzoek en vervoer voor rekening van DJI kunnenkomen. Hierbij wordt aangesloten op de werkwijze ten aanzien vansecond opinions in de vrije maatschappij. Dit wordt per casus afgewogen,op dezelfde manier als dat in de reguliere zorg gebeurt.Voor wat betreft aanbeveling vijf geldt dat DJI deze aanbeveling onder-schrijft. Zorgprofessionals werken volgens dezelfde beroepsnormen- enkaders als buiten DJI. De eisen aan de kwaliteit van zorg binnen DJI zijnniet anders dan buiten DJI. Daarmee gelden dus dezelfde standaarden ophet gebied van lichamelijke autonomie en informed consent. Vanuit dePenitentiaire beginselenwet (PBW) zijn er mogelijkheden om de lichame-lijke autonomie te beperken, maar dat staat (behoudens dwang(be)han-deling op medische gronden) los van de zorg.De zesde aanbeveling ziet op dat het voor gedetineerde vrouwen vanbelang is dat hun genderspecifieke behoeften worden erkend en geïnte-greerd in de zorg die zij ontvangen. Er zijn inmiddels meerdere adviezenen rapporten uitgebracht over vrouwen in detentie, zoals het advies vande RSJ en van de Universiteit Leiden. Ik wijs daarvoor op hetgeenhierover is opgemerkt over het herontwerp van de vrouwendetentie.Naast bovenstaande acties naar aanleiding van de aanbevelingen heeftDJI ook op een aantal andere onderwerpen aanpassingen in gang gezet,die ook terugkomen in het misstandenboek van BCW. DJI gaat de tekst inhet Vademecum verduidelijken. In het Vademecum, dat elk jaar wordtopgesteld aan de hand van het basis zorgverzekeringspakket in de vrijemaatschappij, beschrijft DJI welke (para) medische en mondzorgverstrekkingen geboden worden. Hierin staat dat de zorgprofessional eenrol speelt in de kostenbeheersing van de gezondheidszorg binnen DJI. Ditkan de indruk geven dat zorgprofessionals het kostenaspect zwaarder meelaten wegen in hun oordeel om zorg te bieden dan dat zij buiten DJIzouden doen. Dat is echter niet het geval. Net zoals in de vrijemaatschappij is er een veelheid aan factoren die meespelen in deoverweging van zorgprofessionals. De kosten- en doelmatigheidsaspectenvan zorg zullen in het Vademecum worden verduidelijkt, volgens de lijn«deze overwegingen zijn hetzelfde als in de vrije maatschappij».Ten aanzien van aanwezigheid van beveiliging bij medisch onderzoek inbijvoorbeeld het ziekenhuis, loopt er al een traject om artikel 19 van deRegeling vervoer van justitiabelen aan te passen.Het huidige uitgangspunt is dat de transportbegeleider aanwezig is, tenzijde behandelaar anders wenst en dit met het oog op de veiligheidverantwoord wordt geacht. In het voorstel voor het nieuwe artikel 19Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10588 wijzigt dit uitgangspunt naar «de transportbegeleider is niet aanwezigtijdens het medisch onderzoek, tenzij dit vanuit veiligheidsoverwegingenniet verantwoord wordt geacht«.Tot slot, wat betreft het punt omtrent de medicatieverstrekking is erbinnen elke penitentiaire inrichting een medische dienst, bestaande uit inieder geval psychiaters, psychologen, artsen en justitieel verpleegkun-digen. De apotheek zorgt ervoor dat de juiste medicatie en dosis inafgesloten medicijnzakjes per persoon worden geleverd. Verpleegkun-digen zorgen ervoor dat de medicatie op de juiste afdelingen terechtkomt. De PIW’ers en de complexbeveiligers (in de avond) reiken devoorverpakte medicatie uit. Zij hebben hiervoor een e-learning medicatie-toediening gedaan. Hiermee zijn zij bekwaam om medicatie teverstrekken. Het verstrekken van medicatie is geen voorbehoudenhandeling die alleen door zorgprofessionals mag worden gedaan.4. Overige onderwerpen 4.1 Ontwikkelingen Inrichting voor Stelselmatige Daders In maart 2025 is het handboek Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD)gepresenteerd op de Landelijke Expertmeeting ISD. Dit handboek is tegebruiken door alle zeven ISD-inrichtingen. In de loop van 2025 worden erproeftuinen gedraaid in de ISD-inrichtingen om tot een optimaler eninhoudelijk beter en efficiëntere uitvoering van de ISD-maatregel tekomen. Ook wordt in 2025 tijd besteed aan het optimaliseren vanrapportage formats en die landelijk uniform uit te rollen. Begin 2026 wordteen ISD Expertmeeting voor ketenpartners van de ISD georganiseerd.Tevens zal gestart worden met de motie Bruyning (NSC)13, waarbij wordtbezien of een groter deel van de ISD-maatregel extramuraal ten uitvoerkan worden gelegd.4.2 Motie over niet-gebonden geestelijke verzorging Tijdens het tweeminutendebat op 20 maart jl. dat plaatsvond naaraanleiding van het commissiedebat gevangeniswezen op 12 maart jl. is ereen motie aangenomen van het lid van Nispen (SP) over het aanbiedenvan ongebonden geestelijke verzorging (Kamerstuk 24 587, nr. 1031).Gevraagd is dat DJI ervoor zorgdraagt dat de toegang tot overigegeestelijke verzorging, waaronder ongebonden geestelijke verzorging,praktisch beter wordt georganiseerd.De toegang tot overige geestelijke verzorging was al wettelijk geregeld.14Er is in de Penitentiaire beginselenwet opgenomen dat de directeur vande inrichting de ingeslotene in de gelegenheid stelt op in de huisregelsvastgestelde tijden en plaatsen contact te onderhouden met andere dande aan de inrichting verbonden geestelijk verzorgers.Bij binnenkomst wordt gedetineerden gevraagd van welke geestelijkeverzorging zij gebruik zouden willen maken.Er kon al door gedetineerden op hun aanvraagbriefje voor geestelijkeverzorging worden aangegeven dat zij «overige» geestelijke zorg willen.Bij «overig» staat nu ook de toelichting dat dat andere dan aan deinrichting verbonden geestelijke verzorgers zijn. Op basis van het verzoek13Kamerstuk 2024/2025, 24 587, nr. 103614Er geldt het vermelde in respectievelijk artikel 41, derde lid, onder b, van de Penitentiairebeginselenwet (Pbw); artikel 40, derde lid, onder b, van de Beginselenwet verpleging terbeschikking gestelden (Bvt) en artikel 46, derde lid, onder b, van de Beginselenwet Justitiëlejeugdinrichtingen (Bjj).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 10589 van een gedetineerde kan dan aan ongebonden geestelijk verzorgerstoegang tot de inrichting worden verleend door de directeur van deinrichting. Gedetineerden hebben de mogelijkheid om hun voorkeur voorgeestelijke verzorging later te wijzigen. De directeur van de inrichtingweegt, bij de beoordeling van het toelaten van de andere, dan aan deinrichting verbonden geestelijk verzorgers, zijn verantwoordelijkheid voorde orde en veiligheid uitdrukkelijk mee.Het beeld is op basis van de praktijk dat er slechts zeer geringe behoefte isaan overige – dan aan de inrichting verbonden – geestelijke verzorging.DJI zal monitoren hoe zich dit ontwikkelt. Ik doe de motie hiermeegestand.4.3 Voortgang motie Singh Eind 2024 is een motie aangenomen van de Leden Ceder (ChristenUnie)en Van Nispen (SP), waarin verzocht wordt om alsnog een verzoek totstrafoverdracht (Wots-verzoek) op te starten en maatwerk te biedenbinnen het beleidskader, om de heer Singh op korte termijn naarNederland over te laten brengen.15 Zoals in eerdere Kamerbrieven vanmijn ambtsvoorgangers is aangegeven, kan de heer Singh op basis vande Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Wots) niet naarNederland worden overgebracht omdat hij niet aan de vereisten voldoetvan duurzame binding met Nederland en aanwezigheid van strafrestant,die nodig zijn om succesvol een Wots-procedure te doorlopen.16Hiertegen loopt een hoger beroepsprocedure bij de civiele kamer van hetgerechtshof Den Haag. De zitting vond plaats op 30 juni 2025. De uitspraakin hoger beroep volgt (doorgaans) tien weken na de inhoudelijkebehandeling van de zitting. Daarom wordt deze eerst afgewacht, voordatbesloten wordt hoe verder wordt gegaan met de motie van de LedenCeder en Van Nispen. Tot die tijd houd ik vast aan de lijn dat de heerSingh geen juridische basis heeft om in aanmerking te komen voorstrafoverdracht.4.4 Motie reisverbod zedendelinquenten De in 2023 aangenomen motie17 van de leden Kuik (CDA) en Ellian (VVD)verzoekt de regering om het reisverbod dat zedendelinquenten en tbs’ersopgelegd kunnen krijgen effectiever te handhaven. Daarnaast wordt er inde motie verzocht om te onderzoeken hoe andere EU-landen dit probleemaanpakken. Ook wordt er een beroep gedaan op de regering voor betereinternationale samenwerking en gegevensdeling met landen buiten deEuropese Unie, om zo veel mogelijk te voorkomen dat het kindersekstoe-risme in stand wordt gehouden.De Wet Langdurig Toezicht (WLT) maakt het mogelijk om langer enintensiever toezicht te houden op (voormalige) tbs-gestelden en zedende-linquenten. De rechter kan op basis van de WLT een gedrags- beïnvloe-dende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) opleggen. Aan de GVMworden voorwaarden verbonden waaraan de betrokkene zich moethouden, zoals een meldplicht, locatieverbod, locatiegebod, en eenreisverbod.Daarnaast biedt de Paspoortwet (Ppw) mogelijkheden om een paspoort inte trekken of een aanvraag te weigeren, waardoor het reizen vanNederland naar een land buiten de EU wordt bemoeilijkt.15Kamerstukken II, 2024/ 25, 36 600 VI, nr. 10516Kamerstukken II, 2024/25, 30 010, nr. 60.17Kamerstukken II, 2022/23, 24 587 nr. 906Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 105810 In gesprekken met mijn ambtsvoorganger lieten de politie en de Konink-lijke Marechaussee weten handhavend op te treden als tbs-gestelden ofzedendelinquenten met een uitreisverbod worden gesignaleerd. Echter,vanwege het vrije verkeer van personen binnen de EU is het mogelijk omzonder restricties binnen de EU te reizen. Dit bemoeilijkt handhaving vaneen eventueel uitreisverbod binnen de EU.De reclassering houdt toezicht op de voorwaarde van een uitreisverbod.Dit toezicht vindt plaats door middel van opgelegde bijzonderevoorwaarden zoals een meldplicht of elektronische monitoring via eenenkelband.Als blijkt dat iemand met een uitreisverbod tóch is uitgereisd, bijvoor-beeld via een ander EU-land, en er sprake is van een internationalesignalering of een Europees arrestatiebevel, dan houdt FASTNL, eensamenwerking tussen het Landelijk Parket van het OM en de EenheidLandelijke Opsporing en Interventies van de politie, zich bezig met hetopsporen van veroordeelde voortvluchtigen.In het rapport Grenzeloos18 van het WODC is onderzocht welke aanpakgevolgd wordt in Duitsland, Ierland en Zweden voor het tegengaan vantransnationaal seksueel kindermisbruik, waaronder de maatregel van eenuitreisverbod. De maatregelen komen grotendeels overeen metNederland, daarom komen er uit het onderzoek geen nieuwe maatregelennaar boven voor toepassing in Nederland.Wat betreft internationale samenwerking zet Nederland zich al langere tijdin voor EU-brede afspraken over gegevensdeling met derde landen dievoldoen aan EU-rechtsnormen. Bij nieuwe bilaterale rechtshulpverdragendie worden opgesteld of als bestaande verdragen worden gewijzigd,wordt waar mogelijk en wenselijk de uitwisseling van justitiële gegevensvoor preventieve doeleinden opgenomen. Hiermee is de motie reisverbodzedendelinquenten uitgevoerd.5. Tot slot Met deze voortgangsbrief is uw Kamer op de hoogte gebracht van actueleontwikkelingen die het gevangeniswezen in Nederland raken. Naast alleinzet om de capaciteitsproblemen het hoofd te bieden, mogen we ook debelangrijke thema’s zoals re-integratie, en (jong)volwassen vrouwen indetentie niet uit het oog verliezen. Ook deze onderwerpen zijn van belangvoor een veilige detentie en een veilige terugkeer in de samenlevingwanneer de straf is uitgezeten.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. Struycken18WODC. (2021). Grenzeloos, https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3144Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 587, nr. 105811
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.