Tussentijdse update gasmarkt en gasopslag
Brontekst
Versie 7f581e02423b7549 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 591 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 juli 2025Het kabinet monitort voortdurend de ontwikkelingen op de gasmarkt ende gasleveringszekerheid en houdt de Kamer hiervan op de hoogte.1 Nude zomer is aangebroken en het vulseizoen voor de gasopslagen in vollegang is, is dit een goed moment om tussentijds de balans op te maken.In deze brief informeert het kabinet de Kamer over het actuele beeld engaat het kabinet achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen:1.Actueel beeld van de gasleveringszekerheid, situatie op de gasmarkten de vulgraden;2.Gasopslag, waarbij een update wordt gegeven per gasopslag entevens invulling wordt gegeven aan het verzoek in de motie van het lidPostma (NSC) van 11 juni jl. ingediend tijdens het Tweeminutendebatgasmarkt om voor de zomer een eerste reactie te geven op deze motieover onderzoek naar de omvang van een noodvoorraad en hetbeschikbaar houden van voldoende gasopslagcapaciteit2; en3.Update rondom het sectorakkoord gaswinning.Ten slotte biedt het kabinet u hierbij het advies aan van de Mijnraad«Coördinatie gasleveringszekerheid: besluitvorming over Nederlandsegasvoorraden» van 12 juni 2025. Een samenvatting en appreciatie van ditadvies is opgenomen in bijlage 1 bij deze brief.Actueel beeld gasmarkt en vulgradenGroothandelsmarktIn de afgelopen periode is de toevoer van gas naar de Europese Unie enNederland stabiel geweest. De import van LNG via de LNG-terminals lag1Zowel met de reguliere periodieke updates gasleveringszekerheid (Kamerstukken II, 2024/25,29 023, nr. 519), als met de extra updates over de gasmarkt en vulgraden van de gasopslagenin de afgelopen maanden (Kamerstukken II, 2024/25, 29 023, nrs. 531, 532 en 554).2Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 575. kst-29023-591ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5911 de afgelopen weken op zeer hoog niveau. Deze stabiele aanvoer maaktonder meer mogelijk, dat de gasopslagen goed worden gevuld (ziehierna). Ook zorgde het stabiele aanbod ervoor, dat de prijzen op degroothandelsmarkt tot medio juni schommelden rond de 35 euro perMWh, vergelijkbaar met de gasprijs in de voorgaande twee jaren indezelfde periode.Door het conflict tussen Israël en Iran zijn de prijzen op de groothandels-markt op 19 juni kortstondig gestegen naar een niveau van net onder de42 euro per MWh. Deze stijging werd veroorzaakt door de zorg dat doorhet conflict een deel van het aanbod op de mondiale LNG-markt zoukunnen wegvallen indien LNG-carriers uit Qatar en de VerenigdeArabische Emiraten problemen zouden ondervinden met de vaarroutelangs Iran (via de Straat van Hormuz). Tot op heden heeft deze omstan-digheid zich niet voorgedaan en is er geen effect geweest op het mondialeLNG-aanbod. Inmiddels zijn de prijzen op de groothandelsmarkt oppeildatum 7 juli ook weer gedaald tot een niveau van net onder de 34 europer MWh. Het kabinet houdt de situatie nauwlettend in de gaten.Vulgraden gasopslagen: algemeen beeldDe gasopslagen in Nederland en in de Europese Unie worden momenteelin goed tempo gevuld. De gasopslagen in Nederland waren op 6 juligemiddeld voor 49,6% gevuld. Hiermee is voldaan aan het tussentijdsevuldoel van 47% op 1 juli dat op grond van de EU-verordening gasleve-ringszekerheid voor Nederland is vastgesteld (de gasopslagen inNederland waren op 1 juli gemiddeld voor 48,2% gevuld). Hierbij gaat hetom een gemiddelde. Een aantal belangrijke gasopslagen, waarondergasopslag Bergermeer en UGS Grijpskerk, is al voor meer dan 57%gevuld. In het volgende onderdeel van deze brief wordt de situatie perindividuele gasopslag in Nederland nader toegelicht. Hoewel hetvulseizoen zich nog in een relatief vroeg stadium bevindt, liggen met hethuidige vultempo ook de volgende Europese tussentijdse vuldoelen voorNederland (van 59% op 1 september en 74% op 1 november) en denationale vulambitie van het kabinet van 80% binnen bereik. Het kabinetkan – net als eerdere jaren – indien nodig via de vultaak van EBNbijspringen als gasopslagen onvoldoende gevuld worden door marktpar-tijen.Ook elders in de Europese Unie worden gasopslagen goed gevuld. Sinds15 april is de vulgraad van de ondergrondse opslagcapaciteit in de Unietoegenomen van 36% tot 60,6% op 6 juli. Daarbij zien we dat in de periodesinds 15 april aanzienlijk meer is gevuld dan in de vergelijkbare periodevorig jaar (namelijk 176 TWh in de periode 15 april–8 juni tegen 111 TWhvorig jaar. Dit beeld is ook in Nederland te zien (23,2 TWh in de periodevan 15 april–8 juni vergeleken met 15,2 TWh vorig jaar).Zoals toegelicht in de Kamerbrief van 15 april 20253, worden gasopslagengevuld door marktpartijen om te kunnen voldoen aan hun leveringsver-plichtingen in de winter (in combinatie met andere manieren waarop zijaan deze verplichtingen kunnen voldoen, zoals inkoop van LNG).Daarnaast is een belangrijke prikkel voor het vullen de prijs, in hetbijzonder het verschil tussen de prijs voor het gas die nu moet wordenbetaald, ten opzichte van de prijs voor volgende winter (de zogenoemde«spread»). In april kon het kabinet u melden dat de zogenoemde spreadop sommige momenten (beperkt) positief was waardoor het voormarktpartijen weer licht aantrekkelijk begon te worden om de opslagen tevullen. Deze ontwikkeling heeft zich sinds die tijd voortgezet: in de3Kamerstukken II 2024–2025, 29 023, nr. 563.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5912 afgelopen periode was er doorgaans een positieve spread.4 Mede alsgevolg hiervan is er sinds 15 april op alle dagen gas in de opslagengeïnjecteerd. Dit met een kleine versnelling sinds begin mei.Op 27 mei jl. heeft het kabinet u geïnformeerd over de stand van zakenmet betrekking tot het verlengen van de Europese vuldoelen met eenperiode van twee jaar.5 Daarbij is toegelicht dat er op dit moment trilogenplaatsvinden tussen de Raad, de Europese Commissie en het EuropeesParlement. Op 24 juni jl. vond de laatste triloog plaats en is er een akkoordbereikt. Dit akkoord ligt dichtbij de Raadspositie en de positie vanNederland en komt erop neer dat de huidige vuldoelen in stand blijven,maar er wel flexibiliteit wordt ingebouwd – bijvoorbeeld bij moeilijkemarktomstandigheden – om het daadwerkelijk vullen te vergemakkelijken.Dit akkoord wordt nu voorgelegd aan de Raad voor bekrachtiging. Daarnazal de tekst gereed worden gemaakt voor publicatie. Het streven is om deverordening tijdig in werking te laten treden zodat de wijzigingen reeds ditjaar van toepassing zijn.GasopslagGasopslagen hebben in de huidige gasmarkt een onmisbare rol en zijnvoor het kabinet daarom een belangrijke prioriteit. Daarbij heeft hetkabinet twee doelen: 1) de gasopslagen moeten goed worden gevuld en2) er moet, zo lang als dat nodig is, voldoende gasopslagcapaciteitbeschikbaar blijven van de benodigde gaskwaliteit en functionaliteit(seizoensopslag, multi-cycle opslag voor de balancering van het net,opslag voor pieklevering en opslag voor een noodvoorraad).6In de Kamerbrief van 15 april jl. heeft het kabinet toegelicht dat marktpar-tijen bij gasopslag een onmisbare rol spelen in het eigendom, beheer,inzetten en vullen van gasopslagen.7 Tegelijk geldt dat marktpartijen hieropereren in een sterk gereguleerd domein en de overheid een groteproactieve rol heeft. Er is hier sprake van een publiek-privaat samenspelen gezamenlijke verantwoordelijkheid.Om duidelijk te maken hoe dit publiek-private samenspel in de praktijkuitpakt, en hoe geborgd wordt dat de gasopslagen worden gevuld, geefthet kabinet hierna voor de belangrijkste gasopslagen in Nederland eenupdate van het actuele beeld van de vulgraad en relevante maatregelenen/of ontwikkelingen.BergermeerDe gasopslag Bergermeer heeft een totale opslagcapaciteit van 49,6 TWhen is op dit moment de enige hoogcalorische gasopslag in Nederland enook de enige gasopslag waar marktpartijen capaciteit kunnen boeken engas kunnen opslaan. Voor dit vulseizoen is het overgrote deel van decapaciteit in Bergermeer geboekt, en sinds maart wordt er dagelijks gasgeïnjecteerd voor opslag. De vulgraad van Bergermeer is op dit momentcirca 58% (peildatum 6 juli). Het vullen vindt primair plaats door marktpar-tijen. Indien marktpartijen onvoldoende vullen, kan Energie BeheerNederland (EBN) vanuit de tijdelijke vultaak bijspringen. EBN heeft4Op 10 juni was er een positieve spread van tussen de 1,5 euro en de 2 euro per MWh, kijkendnaar het maand-vooruitcontract en het contract voor de «winter 2026» dat wordt verhandeld opde Title Transfer Facility (TTF).5Kamerstukken II 2024–2025, 21 501-33, nr. 1132.6Deze doelen volgen uit de Visie gasopslag, Kamerstukken II 2023–2024, 29 023, nr. 442.7Kamerstukken II 2024–2025, 29 023, nr. 563 naar aanleiding van de toezegging aan het lidVermeer (BBB) tijdens het Commissiedebat gasmarkt en leveringszekerheid op 12 maart 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5913 namelijk – net als in 2022, 2023 en 2024 – voor het jaar 2025 de tijdelijketaak gekregen om tot 20 TWh gas in Bergermeer op te slaan indienmarktpartijen dit onvoldoende doen.8 Dit doet EBN onder andere doorvorig jaar opgeslagen gas in de opslag te houden (doorrollen).PGI AlkmaarExclusief gebruik door EBNDe Piekgasinstallatie (PGI) Alkmaar is een relatief kleine laagcalorischegasopslag met een opslagcapaciteit van 5 TWh. De PGI Alkmaar heeftechter een bijzondere functionaliteit: deze opslag beschikt over een hogeproductiecapaciteit waardoor deze bij uitstek geschikt is om tijdensperiodes van piekvraag snel veel gas op het net te zetten. Voorheen wasde PGI Alkmaar exclusief gecontracteerd door GasTerra. Gelet op deafbouw van GasTerra, en het aflopen van het dienstencontract datGasTerra had voor PGI Alkmaar, heeft EBN op mijn verzoek een nieuwexclusief dienstencontract gesloten met een looptijd van 7 jaar met deoperator TAQA en eigenaren van de PGI (de Alkmaar Partners9). Hiermeeis – in het belang van de borging van leveringszekerheid – het gebruik vande opslagcapaciteit van de PGI Alkmaar voor de komende 7 jaar veiligge-steld. EBN is inmiddels gestart met het vullen van de PGI Alkmaar.Uitbreiding tijdelijke vultaak EBNDoor de uitbreiding van de tijdelijke vultaak van EBN, met 5 TWh bovenopde reeds bestaande 20 TWh in Bergermeer, is verzekerd dat de PGIAlkmaar dit vulseizoen wordt gevuld. EBN is voornemens de PGI volledigen kostenneutraal te vullen. Om EBN de PGI Alkmaar in 2025 kostenneu-traal te kunnen laten vullen, wordt dit risico afgedekt door het vullen vande PGI onder te brengen bij de bestaande tijdelijke vultaak voor EBN. Dievultaak had tot nu toe alleen betrekking op het vullen van Bergermeer,maar wordt nu verbreed naar zowel Bergermeer als PGI Alkmaar enverruimd van 20 TWh naar 25 TWh. Het is daarmee overigens niet gezegddat het nodig is dat EBN de gehele 25 TWh vult, omdat in de tijdelijkevultaak voor specifiek Bergermeer uitgegaan wordt van het principe«vullen voor zover marktpartijen het niet doen».Start opbouw noodvoorraad vanaf 2026Naast het gebruik van de PGI Alkmaar en het vullen in 2025, is het kabinetook voornemens een voorziening te treffen voor het vullen van de PGIvanaf 2026. Zoals hiervoor is toegelicht, is de PGI Alkmaar vanwege haarkenmerken bij uitstek geschikt voor snelle productie tijdens perioden vanhoge vraag. Daarom wil het kabinet de opslagcapaciteit van deze opslaginzetten voor het aanhouden van een noodvoorraad. Zoals toegelicht inde Kamerbrief van 15 april jl., is een noodvoorraad een specifieketoepassing van een strategische voorraad. Dit betekent dat het gaat omeen voorraad die op grond van de EU-verordening gasleveringszekerheidalleen mag worden ingezet in noodsituaties (het hoogste niveau vangascrisis). De capaciteit die voor dit doel wordt gereserveerd kan dus nietworden ingezet voor andere doelen, zoals reguliere seizoensopslag. Hetkabinet start daarom vanaf 2026 met een in omvang beperktenoodvoorraad.De komende jaren geldt dat de capaciteit van de (overige) gasopslagennog nodig is in de huidige functie, zoals seizoensopslag. Er is in dieopslagen dus geen opslagcapaciteit, in combinatie met de benodigde8Kamerstukken II 2024–2025, 29 023, nr. 519.9TAQA, EBN, Dana Petroleum en RockRose Energy.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5914 injectie- en onttrekkingscapaciteit, beschikbaar voor de aanleg van eenmeer omvangrijke noodvoorraad.De definitieve omvang van de noodvoorraad in Nederland in de toekomstligt echter nog niet vast. De opbouw in 2026 van de noodvoorraad looptvooruit op het voorstel voor de Wet Bestrijden energieleveringscrisis(WBE) waarin de wettelijke grondslag voor het aanhouden van eennoodvoorraad in de Mijnbouwwet wordt opgenomen. Op grond van deMijnbouwwet (zoals te wijzigen door het voorstel voor de WBE) zal deomvang van de noodvoorraad jaarlijks door de verantwoordelijke Ministerworden vastgesteld. Conform de motie Postma van 11 juni jl.10, zal hetkabinet voor dit doel onderzoeken welke omvang van een noodvoorraadhet beste is, gegeven een zorgvuldige afweging van alle betrokkenbelangen en de beschikbare gasopslagcapaciteit in de juiste gaskwaliteiten functionaliteit. Hierbij zal ook invulling worden gegeven aan de motievan het lid Grinwis van 11 juni (eveneens ingediend tijdens het Tweeminu-tendebat gasmarkt) die de regering verzoekt om binnen een jaar metstrategisch gasbeleid te komen11. Bij de hiervoor omschreven aanpak zalhet kabinet ook het advies van de Mijnraad betrekken, waarvan eensamenvatting en appreciatie is opgenomen in de bijlage bij deze brief.In de Voorjaarsnota is voor de kosten van de aanleg van eennoodvoorraad een meerjarige reeks van 37 miljoen euro per jaargereserveerd12. Deze kosten worden gedekt via een heffing op hetgastransport. Dit geldt zowel voor kosten van de tijdelijke voorziening– die vooruitloopt op het tot wet verheffen en inwerking treden van hetvoorstel voor de WBE – als de kosten van de uitvoering van deze taak opgrond de Mijnbouwwet (zoals te wijzigen door het voorstel voor de WBE).Dit is uitgewerkt in het voorstel voor de WBE. Het gaat hierbij, evenals bijde heffing ter dekking van de kosten van de tijdelijke vultaak van EBN omte vullen voor zover de markt dat niet doet, om een heffing op geboektecapaciteit voor transport via het landelijk gastransportnet van GasunieTransport Services (GTS), dit bovenop – maar niet in – de tarieven voorgastransport. Op deze manier wordt de rekening gelegd bij de Neder-landse gebruikers die profiteren van noodvoorraad. Voor wat betreft dekosten van de tijdelijke voorziening wordt deze heffing zodanig uitgewerktdat de financiering een vorm van voorfinanciering is en de uiteindelijkekosten door de gebruikers van het gastransportnet worden opgebracht.Dit beleidsvoornemen is verder toegelicht in aangehecht formulier bijdeze brief: «informatievoorziening op basis van artikel 3.1 van deComptabiliteitswet» (bijlage 2).UGS Norg en UGS GrijpskerkUGS Norg en UGS Grijpskerk zijn laagcalorische gasopslagen met eenrespectievelijke opslagcapaciteit van 59,3 TWh en 23,9 TWh. NAM is deoperator van deze gasopslagen. Het exclusieve gebruik van de opslagca-paciteit ligt bij GasTerra. GasTerra gebruikt deze opslagcapaciteit om tekunnen voldoen aan leveringsverplichtingen die zij heeft jegens haarafnemers. Omdat GasTerra, net als andere marktpartijen, een commer-ciële partij is, spelen bij het vullen en inzetten van deze opslagencommerciële overwegingen een leidende rol. GasTerra heeft op die basisde afgelopen maanden gas geïnjecteerd in UGS Grijpskerk en UGS Norg.Momenteel (op peildatum 6 juli) is UGS Grijpskerk voor circa 58% en UGSNorg voor circa 46% gevuld. Voor de periode vanaf 2026 is het kabinetmet de aandeelhouders van NAM in gesprek over de toekomst van de10Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 575.11Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 574.12Kamerstukken II 2024/25, 36 725, nr. 1, p. 213/214.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5915 gasopslagen Norg en Grijpskerk gegeven de bedrijfsbeëindiging vanGasTerra. Bij deze gesprekken wordt ook het vraagstuk rondom Ternaardbetrokken. In het Tweeminutendebat van 10 juni jl. is toegezegd om deKamer voor de start van het volgende parlementaire jaar te informerenover de stand van zaken aangaande de in december jl. aangekondigdegesprekken.Beschikbaar houden voldoende gasopslagcapaciteitDe motie van het lid Postma van 11 juni jl.13 verzoekt de regering tevensom voldoende gasopslagcapaciteit voor toekomstige gasopslagbeschikbaar te houden. Dit verzoek is in lijn met staand beleid: zoalshiervoor is toegelicht, heeft het kabinet als doel dat er in elke soortbenodigde gaskwaliteit en functionaliteit voldoende gasopslagcapaciteit iszolang als dat nodig is, en dat de gasopslagen ook voldoende wordengevuld. Dat er in Nederland voldoende gasopslagcapaciteit is en blijft zolang als dat nodig is, wordt geborgd door EU-regelgeving14. Die bepaaltonder meer dat een opslagsysteembeheerder zijn opslagactiviteiten alleenmag beëindigen indien ACM heeft beoordeeld dat een dergelijkestopzetting de gasleveringszekerheid in de EU of in Nederland nietvermindert. Daarmee is geborgd dat gasopslagen beschikbaar blijven zolang als ze nodig zijn voor de belevering van afnemers.Gaswinning – update sectorakkoordDe totale gasproductie uit de Nederlandse kleine velden op zee en land isop dit moment 30 procent van de totale Nederlandse aardgasvraag vanongeveer 30 miljard m3 per jaar. De gasproductie uit de Nederlandsekleine velden is in de afgelopen twintig jaar sterk afgenomen, van circa40,7 miljard Nm3 in 2004 naar circa 8,5 miljard Nm3 in 2024; waarvan2,7 miljard Nm3 uit kleine velden op land.15In belang van de gasleveringszekerheid wordt de nationale productie vanaardgas uit kleine velden op de Noordzee geoptimaliseerd. Op 23 april jl.bent u geïnformeerd dat er met de sector een Sectorakkoord Gaswinningin de Energietransitie is overeengekomen.16 Daarin werken de overheid ende sector aan een stabiel investeringsklimaat en voorspelbaar beleid. Eenbelangrijk doel van het sectorakkoord is het opschalen van de exploratie-activiteit en daarmee als resultaat ook de winning van aardgas uit kleinevelden op de Noordzee. Dat deze afspraken nodig zijn, laten de cijfers uithet jaarverslag delfstoffen en aardwarmte van 2024 zien. Dit jaarverslag isgepubliceerd op de website van NLOG. Hierin is terug te lezen dat in 2024geen enkele exploratieactiviteit is uitgevoerd op de Noordzee, terwijl erwel nog voldoende potentieel aanwezig is.In het kader van het gesloten sectorakkoord wordt er ook gewerkt aannadere afspraken die specifiek zien op gaswinning op land waarin eenbalans tussen enerzijds het tegemoetkomen aan de zorgen van inwonersen regionale bestuurders en anderzijds het erkennen van de belangrijkefunctie die gaswinning op land nog vervult. Over het proces hoe deafspraken voor de gaswinning op land tot stand komen is de Kamergeïnformeerd in de Kamerbrief van 23 april jl. Daarin is ook toegezegd omernaar te streven voor het zomerreces tot afspraken over gaswinning opland te komen, die daarna integraal onderdeel zullen uitmaken van hetvastgestelde generieke sectorakkoord. Er wordt voortgang gemaakt en in13Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 575.14Artikel 15, elfde lid, van verordening (EU) 1789/2024.15Jaarverslag delfstoffen en aardwarmte, TNO 2024.16Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1293.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5916 gezamenlijkheid is geconcludeerd dat er meer tijd nodig is. Deze extra tijdwordt ook benut om meer afstemmomenten met regionale overheden inte bouwen.De Kamer wordt in de tweede helft van 2025 over de voortgang van detotstandkoming van afspraken voor gaswinning op land geïnformeerd.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5917 – Advies van de Mijnraad van juni 2025De Mijnraad is een wettelijk adviseur op grond van de Mijnbouwwet, dieprimair tot taak heeft om desgevraagd te adviseren over besluitvormingover winning en opslag in de ondergrond17.Daarnaast heeft de Mijnraad op eigen initiatief een jaarlijks adviespro-gramma, waarbij de Mijnraad advies uitbrengt over thema’s dieonderwerp zijn van actuele beleidsvorming. In het kader van datprogramma heeft de Mijnraad op 12 juni jl. het advies «Coördinatiegasleveringszekerheid: besluitvorming over Nederlandse gasvoorraden»uitgebracht.Samenvatting en appreciatieHet kabinet verwelkomt het advies en constateert dat het advies aanbeve-lingen doet die goed aansluiten bij staand beleid en/of lopende (wets)tra-jecten, waaronder het de voorstel voor de WBE, waar de Mijnraad ooknaar verwijst. Daarbij verdient opmerking dat de Mijnraad in het adviesniet de relevante EU-wetgeving heeft meegewogen. Deze EU-wetgeving isuiteraard leidend en wordt door het kabinet in onderstaande appreciatiebetrokken.Ten eerste gaat de Mijnraad in op het feit dat door partijen in de Neder-landse gassector soms een wisselende uitleg wordt gegeven aan centralebegrippen zoals «leveringszekerheid» en «noodvoorraad». Omwille vande consistentie adviseert de Mijnraad om aan te sluiten bij de definitie«zoals die door de regering en GTS wordt gebruikt». Het kabinet onder-schrijft dit advies, dat aansluit bij staand beleid. Het kabinet hanteert inKamerstukken consequent dezelfde uitleg, met verwijzing naar derelevante EU-wetgeving.18 GTS is voor het kabinet de wettelijk adviseurop gebied van leveringszekerheid.19 De uitgangspunten die door GTS inhaar adviezen worden gehanteerd zijn eveneens op de toepasselijkewetgeving gebaseerd.Ten tweede gaat de Mijnraad in op de rol van gasopslagen en hun functiebinnen het gassysteem. Daarbij onderstreept de Mijnraad de noodzaakvan voldoende gasopslag. Ook geeft de Mijnraad aan dat het verstandig isom een noodvoorraad aan te leggen van voldoende omvang, met ookduidelijke criteria voor inzet van deze noodvoorraad. Het kabinetonderschrijft deze adviezen, die in lijn zijn met staand en voorgenomenbeleid. Wat betreft de noodzaak van voldoende gasopslagcapaciteit en deaanleg van een noodvoorraad van voldoende omvang, verwijst hetkabinet naar de reactie die in deze brief is opgenomen op de motie vanhet lid Postma van 11 juni 202520. Wat betreft de criteria voor inzet van denoodvoorraad, wijst het kabinet erop dat die primair worden bepaald doorde EU-verordening gasleveringszekerheid en voor het overige zullenworden vastgelegd in en op grond van de Mijnbouwwet (zoals gewijzigddoor het voorstel voor de WBE).De Mijnraad geeft verder in overweging om in Europees verband eenstrategische gasreserve te overwegen op verschillende locaties in Europaen eventueel ook daarbuiten. Het kabinet deelt de mening dat dit eenonderwerp is dat in EU-verband moet worden opgepakt. Dit onderwerpzal naar verwachting meelopen in de structurele herziening van hetEU-wetgevend kader voor de leveringszekerheid van elektriciteit en gas17Artikel 105 Mijnbouwwet.18Zie bijvoorbeeld de Kamerbrief van 15 april 2025, Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 563,waarin onder meer is toegelicht wat het kabinet verstaat onder een «noodvoorraad» (conformde EU-verordening gasleveringszekerheid).19Artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, Gaswet.20Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 575.Bijlage 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5918 die door de Europese Commissie is aangekondigd. Een eerste voorstelvan de Commissie wordt begin 2026 verwacht.De Mijnraad gaat ook in op de ontmanteling van het gasgebouw en geeftaan dat van belang is dat er duidelijkheid komt over de toekomst van dePGI Alkmaar en de gasopslagen Grijpskerk en Norg. Wat betreft de PGIAlkmaar heeft het kabinet in deze Kamerbrief toegelicht hoe de beschik-baarheid van deze opslag in ieder geval de komende 7 jaar wordt geborgden op welke wijze de capaciteit van deze opslag zal worden ingezet voorde gasleveringszekerheid. Zoals in deze brief eveneens is toegelicht, is hetkabinet met NAM en diens aandeelhouders in gesprek om te bepalen opwelke manier de gasopslagen Norg en Grijpskerk, zolang deze nodig zijnvoor de leveringszekerheid, behouden en ingezet kunnen worden gegevende bedrijfsbeëindiging van GasTerra.Ten slotte doet de Mijnraad aanbevelingen voor verbetering van (toegang)tot kennis en data en scenario-analyse op gebied van leveringszekerheid.De Mijnraad constateert dat er veel actoren en adviseurs actief zijn in het«advieslandschap» en dat afstemming en consistentie in aannames beterkan. De Mijnraad adviseert verder om een onafhankelijk expertisecentrumin te stellen en om de rol van EBN bij het ontsluiten van data teversterken.Het kabinet onderschrijft het belang van goede, transparante en robuustescenario-analyse. Op gebied van leveringszekerheid baseert het kabinetzich primair op de adviezen van GTS in het kader van de wettelijkeadviestaak om jaarlijks advies uit te brengen over en op basis vanwettelijk vastgelegde parameters. De concrete uitgangspunten voor ditadvies worden door GTS jaarlijks vooraf openbaar geconsulteerd, en zijndus toegankelijk en transparant.21 GTS geeft daarbij duidelijk aan dat enhoe zij zich baseert op cijfers van het PBL die het PBL, op zijn beurt in hetkader van zijn taak, jaarlijks uitbrengt. Waar aanvullend nodig, kan hetkabinet gericht opdracht geven aan een adviseur voor een specifiekaanvullend advies, bijvoorbeeld omdat het advies specialistische(markt)kennis vereist. In dat kader heeft het kabinet bijv. Kyos gerichtopdracht gegeven om advies uit te brengen op gebied van gasopslag. Hetkabinet wijst er in dit verband op dat de onderscheiden actoren die deMijnraad noemt elk een eigen afgebakende rol hebben. Waar het gaat omwettelijk adviseurs wordt in het kader van lopende wetstrajectengeëvalueerd of de invulling (nog) onderling consistent en passend is danwel betere invulling behoeft. Ten slotte neemt het kabinet hierbij ook debelangrijke rol die EBN vervult mee.21Zo loopt momenteel tot 15 juli de openbare consultatie voor het advies dat GTS in september2025 zal uitbrengen: www.gasunietransportservices.nl/nieuws/start-van-de-consultatie-van-het-overzicht-leveringszekerheid-2025-met-voorlopige-uitkomsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5919 – Informatievoorziening op basis van artikel 3.1 van de Comptabi-liteitswetCW3.1 Aanleggen noodvoorraad1. DoelHet doel van de maatregel is om vanaf 2026 een beperkte noodvoorraadgas aan te houden. Deze noodvoorraad kan bij besluit van de Ministerworden ingezet ter bestrijding van een noodsituatie (het derde, en meesternstige niveau van een gascrisis). De inzet van de noodvoorraad borgt opdie manier dat er meer tijd is voor het zorgvuldig voorbereiden van deverplichtende maatregelen uit het BH-G horend bij een noodsituatie,namelijk het afschakelen van niet-beschermde afnemers.2. BeleidsinstrumentOm het doel te halen wordt aan een aangewezen rechtspersoon opdrachtgegeven in 2026 te starten met de opbouw van een noodvoorraad van5 TWh.Vanaf het moment dat het voorstel voor de Wet bestrijdenenergieleveringscrisis (WBE) tot wet is verheven en in werking treedtgebeurt dit op grond van de Mijnbouwwet. Tot dat moment zal er vanaf2026 een tijdelijke voorziening getroffen worden.3a. Financiële gevolgen voor hetRijkDe kosten die gepaard gaan met het aanhouden van de noodvoorraadworden jaarlijks geraamd op € 37 mln. De financiering van de inkoop vangas betreft, uitgaande van een omvang van 5 TWh en afhankelijk van degeldende marktprijs circa € 200 mln. Deze kosten worden door deaangewezen rechtspersoon gedragen.3b. Financiële gevolgen voormaatschappelijke actorenDe kosten voor het aanhouden van een noodvoorraad worden gedekt metbehulp van een heffing. Deze heffing wordt opgelegd aan netgebruikersdie capaciteit gealloceerd hebben gekregen op een exitpunt van hettransmissiesysteem voor gas.4. Nagestreefde doeltreffendheidMet het definitieve einde van de gaswinning uit het Groningenveld is eenstrategische bron van flexibiliteit structureel weggevallen; de mogelijkheidom onder strikte voorwaarden extra gas te produceren bestaat niet langer.Tegelijkertijd neemt de binnenlandse productie af en groeit de afhankelijk-heid van gasimport, waardoor het risico op leveringsverstoringentoeneemt. In dit licht is het verstandig dat de staat een beperkte gasnood-voorraad aanhoudt.5. Nagestreefde doelmatigheidEen aangewezen rechtspersoon wordt belast met de taak om de nood-voorraad aan te houden. De hiermee gepaarde kosten zijn geraamd opbasis van een rapport van Kyos inzake gasopslag.6. EvaluatieparagraafDe behoefte aan en omvang van de noodvoorraad wordt, aan de handvan (onder meer) het overzicht gasleveringszekerheid dat door GTS opgrond van de Gaswet (en straks Energiewet) jaarlijks wordt opgesteld,jaarlijks vastgesteld door de Minister van KGG. Bijlage 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 59110
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.