Antwoord op vragen van de leden Inge van Dijk en Straatman over het bericht ‘Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op’
Brontekst
Versie d81798d08562cc2a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden1052Vragen van de leden Straatman en Inge van Dijk (beiden CDA) aan deMinister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Misbruik via de plof-bv:kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op» (ingezonden 29 december2025).Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens deStaatssecretaris van Financiën (ontvangen 9 februari 2026). Zie ookAanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 892.Vraag 1Heeft u kennisgenomen van het artikel in het FD: «Misbruik via de plof-bvkinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er grip op»?1Antwoord 1Ja, ik heb kennisgenomen van dit artikel.Vraag 2Was het risico dat turboliquidaties gebruikt kunnen worden als verdwij-ningstruc voor fraudeurs bij introductie van het voorstel voorzien? Zo ja,waarom is dit risico destijds ingeschat als acceptabel?Antwoord 2De wetgever heeft het wenselijk geacht dat lege, inactieve rechtspersonen opeenvoudige wijze konden worden beëindigd. De turboliquidatie is ingevoerdom dit mogelijk te maken.2 In de praktijk heeft de turboliquidatieregelingruimte geboden aan bonafide ondernemers om betrekkelijk snel en eenvou-dig naar de beëindiging van hun onderneming toe te werken, door (vooraf-gaand aan de ontbinding) alles van waarde te verkopen en met de opbrengstdaarvan de schulden zoveel mogelijk af te lossen. Tegelijkertijd heeft deregeling zorgen doen ontstaan over misbruik door kwaadwillenden, metname als er schulden achterblijven.3 Er zijn minder procedurele waarborgendan bij een gewone, maar kostbaardere en langere faillissementsprocedure.Dit risico werd dus onderkend en er werd ingezien dat de regeling verbete-1FD, 20 december 2025, «Misbruik via de plof-bv kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er gripop», https://fd.nl/bedrijfsleven/1581493/misbruik-via-de-plof-bv-kinderlijk-eenvoudig-en-niemand-krijgt-er-vat-op2Kamerstukken II 1991/92, 22 482, nr. 3 (MvT), p. 11.3Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3636. ah-tk-20252026-1052ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 ring behoefde,4 ook al is de aard en omvang van mogelijk misbruik nietprecies vast te stellen. Deze verbetering kreeg urgentie toen de Minister voorRechtsbescherming in 2022 in verband met de gevolgen van de COVID-19pandemie voor het bedrijfsleven een mogelijke toename in bedrijfsbeëindi-gingen verwachtte. Dit heeft geleid tot de Tijdelijke wet transparantieturboliquidatie met een aantal additionele maatregelen. Zo moet het bestuurvan de ontbonden rechtspersoon een financiële verantwoording opstellen endeponeren bij het handelsregister. Hierdoor kunnen schuldeisers beterbeoordelen of de regeling correct is toegepast. Bestuurders kunnen verdereen bestuursverbod krijgen, onder meer als zij niet aan de genoemdeverantwoordingsverplichting hebben voldaan of doelbewust één of meerschuldeisers aanmerkelijk hebben benadeeld, bijvoorbeeld door frauduleushandelen.5Vraag 3Deelt u de mening dat er geen volledig beeld is van de omvang van hetmisbruik van turboliquidaties? Zo ja, waarom? Zo nee, kunt u het volledigebeeld delen met de Kamer?Antwoord 3Ik deel deze mening. Uit de praktijk volgt dat misbruik zich voordoet, maar deomvang hiervan is lastig vast te stellen. De reden hiervoor is dat het,vanwege het beperkte inzicht in de financiële stukken van een rechtspersoon,achteraf moeilijk is om te bepalen of bestuurders frauduleus hebbengehandeld.Vraag 4Waarom zijn de negatieve signalen, zoals 1. dat de helft van degenen diegebruik maken van turboliquidaties, jarenlang of nooit een jaarrekeningdeponeerden, ondanks dat dit verplicht is, 2. dat de helft van de ontbindingente laat zijn gemeld bij de Kamer van Koophandel of 3. dat de opheffinggebeurde met terugwerkende kracht, niet eerder boven tafel gekomen?Waarom is er niet eerder op deze signalen geacteerd?Antwoord 4Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, waren er in het verledendiverse signalen van misbruik van de turboliquidatieregeling. Om deze redenzijn er met de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie diverse maatregelendoorgevoerd, waaronder de aangescherpte verantwoordingsplicht, demogelijkheid voor schuldeisers om bij niet-naleving van deze verplichtinginzicht te krijgen in de administratie van de ontbonden rechtspersoon enaangescherpte sancties, zoals de mogelijkheid tot oplegging van eencivielrechtelijk bestuursverbod bij het niet voldoen aan de deponeringsver-plichting.De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft het WODC-onderzoek naar deeffecten van deze wet op 12 augustus 2025 aan uw Kamer aangeboden.6 Indeze brief heeft de Staatssecretaris toegelicht welke verbeteringsmogelijkhe-den de onderzoekers signaleren en dat zij concluderen dat de Tijdelijke wetbij naleving hiervan bijdraagt aan meer transparantie en in mindere matebijdraagt aan het voorkomen van misbruik.In reactie op het onderzoek is de looptijd van de Tijdelijke wet verlengd tot15 november 2027. De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft daarnaasteen wetgevingstraject aangekondigd om de voorzieningen uit de Tijdelijkewet permanent in te voeren. Bij dit wetgevingstraject worden de bevindingenuit het onderzoeksrapport betrokken en zal worden bezien welke aanpassin-gen van de regeling wenselijk zijn, ook in het licht van het verrichte evaluatie-onderzoek. Het streven is om in het tweede kwartaal van dit jaar een nadere,inhoudelijke beleidsreactie op het onderzoek met uw Kamer te delen.4Kamerstukken II 2019/20, 29 911, nr. 253.5Kamerstukken II2021/11, 36 172, nr. 3.6Kamerstukken II2024/25, 36 172, nr. 7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 Vraag 5Wat is er nodig om het toezicht op het bij een turboliquidatie verplichtdeponeren van extra documenten te intensiveren zodat er inzicht ontstaatover de omvang van het probleem en zodat er gehandhaafd en opgetredenkan worden, aangezien het eerste bestuursverbod wegens foute turboliquida-tie nog uitgedeeld moet worden?Antwoord 5De handhaving van de verantwoordingsplicht is de taak van BureauEconomische Handhaving (dat onderdeel was van de Belastingdienst enverder gaat onder de naam DFEI (Dienst financieel-Economische Integriteit)als onderdeel van het kerndepartement Financiën). Zoals in reactie op vraag 4is aangegeven, zal in het kader van het nieuwe wetgevingstraject wordenbezien welke aanpassingen van de regeling wenselijk zijn. Hieronder valt ookde handhaving van de verantwoordingsplicht. Voor wat betreft de verlengdeduur van de tijdelijke wet zal het huidige budget en de huidige capaciteit inhet toezicht moeten voorzien.Vraag 6Wanneer is het rapport van het in 2019 gelastte onderzoek naar de omvangvan het misbruik bij turboliquidaties gereed? Zal dit rapport enkel constaterin-gen of ook oplossingsrichtingen bevatten?Antwoord 6Het onderzoek is op eigen initiatief door de Belastingdienst uitgevoerd. Hetrapport wordt op korte termijn openbaar gemaakt en door de Staatssecretarisvan Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane met uw Kamer gedeeld.Het rapport bevat voornamelijk bevindingen en aanbevelingen uit de(tussen)rapportage, die al in 2025 openbaar gemaakt is. Een aantal aanbeve-lingen, bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, het aanpassen van de opleidingvoor nieuwe en huidige medewerkers en het opnemen van signalen in deinvorderingssystemen, heeft de Belastingdienst uitgevoerd. Enkele aanbeve-lingen worden momenteel nog uitgewerkt binnen de Belastingdienst enzullen daarna worden geïmplementeerd.Vraag 7Hoe kijkt u naar de wetsbepaling die in Duitsland bestaat die ondernemersdwingt om bij betalingsonmacht hun eigen faillissement aan te vragen? Zoueen dergelijke wetsbepaling een onderdeel van de oplossing van hetprobleem kunnen zijn?Antwoord 7Ik vind dat we ondernemers in financiële problemen moeten stimuleren omtijdig maatregelen te nemen om deze problemen op te lossen. Bij tijdigingrijpen wordt in de regel de schade voor schuldeisers beperkt, bijvoorbeeldwanneer met hen een akkoord kan worden gesloten over een financiëleherstructurering. Bedrijfsbeëindiging kan in zo’n situatie ook een reëlemogelijkheid zijn. Dit kan op verschillende manieren. Turboliquidatie biedthiervoor een laagdrempelige mogelijkheid en brengt minder kosten met zichdan een faillissement. Dat is een voordeel, want hoe lager de kosten zijn, hoemeer er onder de schuldeisers kan worden verdeeld.Een verplichting voor bestuurders om in geval van ernstige financiëleproblemen het faillissement van de onderneming aan te vragen maaktonderdeel uit van het recente richtlijnvoorstel tot harmonisering van hetmateriële insolventierecht (een «duty to file»).7 Nederland was hier kritischop, omdat het moeilijk is om te bepalen wanneer zo’n verplichting geldt enzo’n plicht een aanzienlijk aansprakelijkheidsrisico in het leven zou roepenvoor goedwillende ondernemers. Bovendien zijn er in Nederland al vol-doende mogelijkheden om bestuurders aan te spreken indien zij op onrecht-7Zie het commissievoorstel van 7 december 2022 tot harmonisatie van bepaalde aspecten vanhet insolventierecht COM(2022) 702 final, artikel 36 en verder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 matige wijze schuldeisers benadelen.8 Mede door de Nederlandse inzet bevatde richtlijn niet alleen een duty to file,9 maar ook twee alternatieven.10 Diealternatieven zijn11 een mogelijke verplichting voor ondernemers in financiëlemoeilijkheden om transparant te zijn naar schuldeisers en12 een mogelijkeverplichting om andere maatregelen te treffen waarvan verwacht magworden dat ze een vergelijkbaar niveau van schuldeisersbescherming bieden.Dit biedt de nodige flexibiliteit die Nederland wilde behouden voor reddings-pogingen van ondernemingen die in potentie levensvatbaar zijn.Tijdens de implementatie zal worden bezien op welke wijze aan de nieuweverplichtingen van de richtlijn gevolg en invulling zal worden gegeven. Deverwachting is dat de richtlijn in de loop van 2026 formeel in werking treedt,waarna de implementatietermijn gaat lopen.8Zo kan een bestuurder van een rechtspersoon die nieuwe verplichtingen aangaat, terwijl hijweet of behoort te weten dat de rechtspersoon deze niet kan nakomen, aansprakelijk wordengehouden voor de voor de schade die daarvan het gevolg is. Vgl. BNC-fiche, Kamerstukken II2022–23, 22 112, nr. 3598.9Zie het voorlopig bereikte politieke akkoord, waarover nog formele besluitvorming zal plaats-vinden: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-16459-2025-INIT/en/pdf.10Zie de bijlage bij het verslag van de formele JBZ-raad van 8 en 9 december 2025, Kamer-stukken II 2025–26, 32 317, nr. 98.11FD, 20 december 2025, «Misbruik via de plof-bv kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er gripop», https://fd.nl/bedrijfsleven/1581493/misbruik-via-de-plof-bv-kinderlijk-eenvoudig-en-niemand-krijgt-er-vat-op12FD, 20 december 2025, «Misbruik via de plof-bv kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er gripop», https://fd.nl/bedrijfsleven/1581493/misbruik-via-de-plof-bv-kinderlijk-eenvoudig-en-niemand-krijgt-er-vat-opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.