Halfjaarverantwoordingen ProRail en NS 2025
Brontekst
Versie e76399ec30598b58 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1267 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 november 2025Via deze brief wordt de Kamer op de hoogte gebracht van de ontwikke-lingen en prestaties van ProRail en NS in de eerste helft van 2025. Daartoezijn de halfjaarrapportages van ProRail en NS meegezonden. Verder gaatdeze brief onder andere in op de nieuwe beheerconcessie van ProRail,afspraken met NS over de tariefstijging in de jaren 2026–2029, socialeveiligheid, de verlenging van het verbeterprogramma Zee-Zevenaar, deafronding van het verbeterprogramma Betrouwbaar Beter en de basis-dienstregeling bij stakingen.Met deze brief worden ook een aantal moties afgedaan:•De motie-Olger van Dijk over de NS-Jongerendagkaart behouden.1•De motie-El Abassi over het onderzoeken op welke wijze de financiëlepositie van NS duurzaam kan worden versterkt.2•De motie-Heutink over SMART-doelen voor NS en ProRail voor hetbehalen van de kritieke prestatie-indicatoren uit de HRN-concessie.3•De motie-Heutink over onderzoeken welke activiteiten NS uitvoertboven op de verplichtingen uit de HRN-concessie.4•De motie-Heutink/Veltman over bij gesprekken met NS over tarievenhet rapport van eConomics betrekken.5•De motie-Grinwis c.s. over komen tot een gezamenlijk handelingskaderen een escalatieladder om handhaving bij stationsdemonstraties teverbeteren.61Kamerstuk 36 725 XII, nr. 11.2Kamerstuk 29 984, nr. 1257.3Kamerstuk 29 984, nr. 1253.4Kamerstuk 29 984, nr. 1252.5Kamerstuk 29 984, nr. 1251.6Kamerstuk 29 984, nr. 1194. kst-29984-1267ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12671 Prestaties NS en ProRailIn de vervoer- en beheerconcessie zijn prestatie-indicatoren vastgelegdwaarmee de prestaties van NS en ProRail gemonitord worden. Dit zorgtervoor dat IenW effectief kan sturen op een goed spoorproduct voorreizigers, verladers en vervoerders. De score op de prestatie-indicatorenwordt beoordeeld aan de hand van vastgestelde bodemwaarden. NS enProRail hebben twee gezamenlijke prestatie-indicatoren reizigerspunctua-liteit (RPUN), namelijk reizigerspunctualiteit 3 minuten op het hoofdrailnet(HRN) en reizigerspunctualiteit 10 minuten op het HRN.In de eerste helft van 2025 scoorden NS en ProRail goed op de gezamen-lijke punctualiteitsindicatoren. De indicator reizigerspunctualiteit HRN3 minuten was 86,6% en daarmee hoger dan zowel de bodem- als destreefwaarde (84,4% en 86,0%). Dit is volgens NS en ProRail mede tedanken aan de robuustere capaciteitsverdeling in de dienstregeling 2025en de genomen maatregelen in het kader van het verbeterprogrammabetrouwbaar beter. Ook de indicator reizigerspunctualiteit 10 min HRNwas in de eerste helft van het jaar met 95,7% boven de gestelde bodem-waarde (94,5%).Mogelijk ervaart nog niet iedere reiziger de verbeteringen op het spoor,maar met deze goede scores lijken NS en ProRail op weg om in 2025 debodemwaarden voor de gezamenlijke prestatie-indicatoren te behalen.Tegelijkertijd geven NS en ProRail aan dat de prestaties gevoelig blijvenvoor (een combinatie van) werkzaamheden, incidenten en dienstrege-lingsaanpassingen. Het is mooi om te zien dat de gezamenlijke inzet vanNS en ProRail zijn vruchten afwerpt. Dit is mede het resultaat van hetverbeterprogramma Betrouwbaar Beter, waarop later in deze brief wordtingegaan.Prestaties ProRailProRail rapporteert in de verantwoordingsrapportages naast de tweegezamenlijke prestatie-indicatoren ook over twee ProRail-specifiekeprestatie-indicatoren. Dit zijn de prestatie-indicatoren betrouwbaarheidregionale series en impactvolle verstoringen op de infra.De prestatie-indicator betrouwbaarheid regionale series scoorde in deeerste zes maanden van 2025 91,3%. Dat is boven de bodemwaarde(90,7%), onder de streefwaarde (93,7%) en iets lager dan de score over deeerste helft van 2024 (91,9%). Desondanks verwacht ProRail dat het halenvan de bodemwaarde nog een uitdaging wordt, mede doordat prestatiesin de herfst- en wintermaanden over het algemeen slechter zijn dan in delente of zomer.Het eerste half jaar van 2025 waren er 302 impactvolle verstoringen. Dat isruim meer dan in de eerste helft van 2024 (289) en 2023 (208). Volgens deprognose komt de indicator in 2025 met 546 impactvolle verstoringenboven de bodemwaarde (520) uit. ProRail heeft de oorzaken van detoename in impactvolle storingen geanalyseerd. De belangrijksteoorzaken zijn derden (personen, verkeer en dieren op het spoor, 42%),techniek (wissels, treindetectie, spoorligging en energievoorziening,38,5%), proces (uitloop en storingen na werkzaamheden, 11%) en weer(storm, blikseminslag, gladde sporen en hitte/vorst, 8,5%). Met extramaatregelen, gericht op de specifieke oorzaken probeert ProRail het aantalimpactvolle verstoringen te verminderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12672 IenW heeft in 20227 en 20238 ProRail een boete opgelegd voor het nietbehalen van de bodemwaarde van de prestatie-indicator klantoordeelgoederenvervoer. Tot nu toe zijn de boetes nog niet besteed. Ik hebbesloten de boetegelden (in totaal € 225.000) te bestemmen voor hetrealiseren van toiletvoorzieningen op een aantal emplacementen waardeze nog niet aanwezig zijn.Prestaties NSNaast de twee gezamenlijke indicatoren voor reizigerspunctualiteit van NSen ProRail, gelden er negen prestatie-indicatoren specifiek voor NS (zie deonderstaande tabel). Net als de gezamenlijke prestaties zijn ook dezeindicatoren verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Zowel de maatregelenuit het verbeterprogramma Betrouwbaar Beter als de invoering van derobuuste dienstregeling 2025 hebben ertoe geleid dat verstoringen beterworden opgevangen en dat voldoende materieel kan worden ingezet. Hetis positief om te zien dat de reiziger – dankzij de gezamenlijke inspan-ningen van NS en ProRail – weer kan rekenen op een meer betrouwbareen punctuele dienstregeling.De jaarscore van de prestatie-indicator kwaliteit van aansluitingen van NSop andere vervoerders lag de afgelopen twee jaar onder de bodem-waarde, en met 91,3% ligt de score van deze indicator in de eerste helftvan 2025 boven de streefwaarde van 91,2%. Zitplaatskans in de spitstweede klas scoort met 92,9% gemiddeld boven de bodemwaarde van91,7% en zitplaatskans in het dal tweede klas behaalt met 98,3% destreefwaarde van 97,9% ruim. Ook kwaliteit reisinformatie inclusiefverstoringen en het algemeen klantoordeel scoren boven de streefwaarde.Met de halfjaarverantwoording over 2025 rapporteert NS vanaf dit jaarook over het algemeen klantoordeel per landsdeel. Hiervoor scoort NSmet een 7,8 gemiddeld boven de streefwaarde. Alleen regio Noordpresteert met een 7,6 net onder het landelijk gemiddelde. Dit wordtvermoedelijk veroorzaakt door de langdurige buitendienststelling vanstation Groningen in verband met een verbouwing, die reizigershindermet zich meebrengt.Tabel: Prestaties NS – Q1 en Q2 2025Prestatie-indicatorBodemwaarde2025Streefwaarde2029RealisatieQ1 2025RealisatieQ2 2025Algemeen klantoordeel7,57,77,8Klantoordeel sociale veiligheid17,77,9n.v.t.n.v.t.Aantal drukke treinen per week in de spits100849382Zitplaatskans in de spits tweede klas91,7%93,6%92,4%93,5%Zitplaatskans in het dal tweede klas97,0%97,9%98,6%98,0%Reizigerspunctualiteit 3 min HRN84,4%86,0%86,1%87,2%Reizigerspunctualiteit 10 min HRN94,5%95,1%95,6%95,8%Kwaliteit van aansluitingen van NS op andere vervoerders90,3%91,2%90,6%92,1%Impactvolle verstoringen veroorzaakt door NS22401902217Kwaliteit reisinformatie inclusief verstoringen70,0%71,8%71,9%73,5%Vermeden CO2-uitstoot25626481381511 Over het klantoordeel sociale veiligheid wordt aan het eind van het jaar gerapporteerd.2 Deze cijfers zijn cumulatief, een vergelijking met de bodem- en streefwaarden kan aan het eind van het jaar worden gemaakt. NS rapporteert ook over de slechts presterende reisrelaties qua reizigers-punctualiteit. Opvallend is dat de slechtst presterende relaties de trajectenzijn die (deels) over de Hogesnelheidslijn (HSL) lopen of daar indirect doorworden beïnvloed. Hoewel de prestaties ook op deze reisrelaties zijn7Kamerstuk 29 984, nr. 1102.8Kamerstuk 29 984, nr. 1201.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12673 verbeterd, zorgt de verlate instroom ICNG en het oude materieel dat deprestatieverbetering op deze verbindingen iets achterblijft. Dezitplaatskans scoort het minst goed op reisrelaties over de HSL, drukkedeeltrajecten, voorstadstations en, in het dal, naar populaire bestem-mingen of op trajecten met langdurige werkzaamheden.Op het gebied van reizigerspunctualiteit 10 min op HRN-trajecten scoortNS het best naar aankomststations waar veel reizigers naartoe gaan enrobuuste en hoogfrequente dienstregelingen gereden kunnen worden,zoals Utrecht Centraal, Amsterdam Centraal, Amsterdam Sloterdijk,Haarlem en Zaandam.Halfjaarrapportages ProRail en NSConform de concessieafspraken delen NS en ProRail via de halfjaarverant-woording hun beeld over de operationele prestaties en de uitvoering vanhet huidige beheer- (ProRail) en vervoerplan (NS). Hieronder worden eenaantal onderwerpen uitgelicht.Halfjaarrapportage ProRailProRail staat in de halfjaarrapportage stil bij de uitvoering van stations- enspoorvernieuwingen, waarvan het productievolume op een hoog niveauligt. Ondanks een markt met schaarste in uitvoeringscapaciteit, realiseerdeProRail in de eerste helft van 2025 de geplande projecten. ProRailverwacht ook de rest van het jaar het productievolume te realiseren. Ditkan helaas niet zonder ad-hoc wijzigingen en een hoge werkdruk.Voorbeelden van gerealiseerde projecten, zijn Programma HoogfrequentSpoorvervoer (PHS) Rijswijk Rotterdam, de ingebruikname van sporen 11en 12 op Den Haag Centraal en de afronding van de vernieuwing van hetheuvelsysteem op Kijfhoek.ProRail meldt in de rapportage dat een deel van de organisatie op trede 4van de Safety Culture Ladder is gecertificeerd. Het doel voor de volgendeaudit is om trede 4 te halen met de hele ProRail organisatie. Verder geeftProRail in de halfjaarrapportage aan op koers te liggen wat betreft de CO2reductie doelen. Ook qua financiën ligt ProRail op schema.Halfjaarrapportage NSSamen met partners en stakeholders heeft NS het afgelopen halfjaargewerkt aan belangrijke vraagstukken in het openbaar vervoer. NS levertbinnen het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) een bijdrage aanconcessie-overstijgende onderwerpen. Denk hierbij aan thema’s zoalsov-data en ov-betalen.NS heeft de connectiviteit en ketenreis verder verbeterd door dereisplanner te optimaliseren met een multimodaal reisadvies. Hierbijwordt de reiziger ook geïnformeerd over wachttijden en de mogelijkheidom deelvervoer te boeken. Daarnaast zet NS proactief in op het tijdigverstrekken van reisinformatie over treinvervangend busvervoer,bijvoorbeeld door duidelijke instructies te geven over in- en uitchecken bijde NS-bus.De afgelopen periode heeft NS zich samen met producent Alstom ingezetom de instroom van de Intercity Nieuwe Generatie (ICNG) te versnellen.De focus ligt nu op het verder verbeteren van de ICNG-prestaties, onderandere door software-updates en de volledige inzet van het nieuwematerieel op de HSL. In april opende NS een nieuwe kuilwielenbank, waarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12674 treinwielen onderhouden worden. Deze nieuwe locatie is grotendeelscirculair gebouwd.Afspraken met NS over de tariefstijging in de jaren 2026–2029De Kamer is op 16 juli jl. voor het laatst per brief over de ontwikkeling vande NS-tarieven geïnformeerd.9 In deze brief werd nog één onzekerheidgeschetst over de precieze tariefstijging in 2026 en verder. Dieonzekerheid hield verband met lopende gesprekken tussen IenW en NSover het verspreiden van een deel van de in 2026 voorziene tariefstijging.Tegen die achtergrond is toen een tariefstijging met een bandbreedte vanca. 6% tot ca. 9% gecommuniceerd. Inmiddels hebben IenW en NSafspraken gemaakt over de mate van spreiding van een deel van detariefstijging in 2026. Afgesproken is om de 3,5% extra tariefstijging in2026, die al in de concessie was vastgelegd, opbrengstneutraal over vierjaar te verspreiden. Dat betekent concreet dat in 2026 sprake zal zijn vaneen extra tariefstijging van 1,17% en in de jaren 2027, 2028 en 2029 eenextra tariefstijging van 1%.10In de afgelopen periode heeft IenW de concessie gewijzigd om dehierboven gemaakte afspraken formeel in de concessie vast te leggen.Hiervoor heeft IenW het gebruikelijke proces doorlopen, waarbij deconsumentenorganisaties om advies zijn gevraagd. Aan de hand van degewijzigde concessie heeft NS op 4 november jl. het tariefbesluit voor2026 aan mij kenbaar gemaakt. De tarieven van de beschermdereisrechten van NS11 stijgen per 1 januari 2026 met ca. 6,5%. In de jaren2027, 2028 en 2029 zal er sprake zijn van een extra tariefstijging van 1%boven op de indexatie op dat moment op basis van de regulieretariefruimte.Normaliter wordt de Kamer niet specifiek over het tariefbesluit van NSgeïnformeerd. Echter, in de afgelopen jaren zijn over dit thema meerderebrieven naar de Kamer gestuurd en zijn er vele gesprekken met de Kamerover dit thema gevoerd. Daarom hecht IenW eraan de Kamer te infor-meren over deze ontwikkelingen.Sociale veiligheidIn de afgelopen periode zijn opnieuw stappen gezet ter bevordering vande sociale veiligheid in het openbaar vervoer. De NS is gestart met eenproef waarbij hoofdconducteurs en servicemedewerkers gebruikmakenvan bodycams om hun veiligheid te vergroten. Hier zijn positieveresultaten uit voort gekomen. Op Prinsjesdag is bekendgemaakt dat er12 miljoen euro wordt uitgetrokken voor de aanschaf van bodycams vooreen groot aantal NS-medewerkers die momenteel nog geen bodycamdragen. De Veiligheid- en Service (V&S) medewerkers dragen al sinds2018 bodycams.Daarnaast is de Kamer onlangs geïnformeerd12 over het programma «Eenveilig station; altijd voor iedereen!» waarvoor € 20 miljoen is gereser-veerd. Dit programma richt zich op een aantal specifieke stations waar de9Kamerstuk 29 984, nr. 1260.10Opbrengstneutraal betekent dat de spreiding zo wordt doorgevoerd, dat NS over de looptijdvan de concessie naar verwachting dezelfde opbrengst genereert in vergelijking met desituatie dat 3,5% extra tariefstijging in 2026 in één keer zou zijn doorgevoerd. Daarom is deoptelsom van de vier afzonderlijke percentages hoger dan de initiële 3,5%.11Conform artikel 30, derde lid, van de concessie zijn dit binnenlandse enkele reizen voltarieftweede klas, binnenlandse tweede klas jaar- en maandtrajectkaarten, en een binnenlandsproduct dat vrij reizen mogelijk maakt in de tweede klas, ongeacht het tijdstip.12Kamerstuk 28 642, nr. 114.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12675 nood het hoogst is. Samen met ProRail, NS en andere vervoerdersworden via maatwerkafspraken «stationsdeals» gesloten om de veiligheidte vergroten. Deze deals zullen zich richten op maatregelen zoalsverbeterde toezicht en aanwezigheid, fysieke omgevingsverbeteringen,gerichte maatregelen voor vrouwelijke reizigers en bestuurlijke enmaatschappelijke partnerschappen.Naar aanleiding van de motie-Grinwis13 is gewerkt aan een gezamenlijkhandelingskader en escalatieladder om de handhaving bij stationsdemon-straties te verbeteren. ProRail en NS hebben, in samenwerking met JenV,BZK, IenW en in afstemming met de veiligheidsdriehoeken een hande-lingskader (en escalatieladder) opgesteld. Het handelingskader dient alseen richtlijn en geeft mee welke belangrijke aandachtspunten er zijn bijdemonstraties in een stationsomgeving. Het handelingskader is eenrichtlijn, omdat het lokaal gezag uiteindelijk bepalend is. Lokaal wordtdeze richtlijn gebruikt om het gesprek tussen NS/ProRail en het bevoegdgezag goed te kunnen voeren. Ik hecht er daarbij aan om te benadrukkendat demonstreren een belangrijk recht is, waarbij we zeer kritisch moetenkijken of de veiligheid van reizigers en personeel op geen enkele manieronder druk komt te staan. Vanwege dat laatste is met ProRail en NSafgesproken dat in ieder geval aangifte wordt gedaan bij demonstratiesdie op het spoor plaatsvinden. Het gezamenlijk handelingskader kanhelpen het lokale gesprek over stationsdemonstraties goed te kunnenvoeren. Met de gezamenlijke uitwerking van het handelingskader isinvulling gegeven aan de motie.NS heeft ook een aanvraag ingediend voor een proef waarbij75 medewerkers van V&S tijdelijk worden uitgerust met een kortewapenstok. Deze medewerkers zijn buitengewoon opsporingsambtenaren(boa’s). De aanvraag hierover is inmiddels door het Ministerie van JenVgoedgekeurd. NS en IenW blijven in gesprek om de sociale veiligheid vanreizigers en personeel te vergroten.Verlenging verbeterprogramma Zee-ZevenaarOp 1 januari 2022 is het verbeterprogramma Zee-Zevenaar onder debeheerconcessie van ProRail gestart, met als doel om de kwaliteit van hetspoorgoederenvervoer op de corridor Zee-Zevenaar (Betuweroute) teverbeteren. De initiële looptijd van dit programma was twee jaar (tot eind2023). Eind 2023 is het besluit genomen om het programma voorlopig teverlengen. Het verbeterprogramma wordt nu definitief verlengd tot enmet eind 2026.Door de verlenging van het programma blijft IenW tot eind 2026 actiefbetrokken bij de aansturing van het programma en daarmee het verbe-teren van de prestaties op deze belangrijke route voor het spoorgoederen-vervoer. De afgelopen jaren heeft ProRail veel gerealiseerd en zijn deprestaties voor de goederenvervoerders en andere sectorpartijen alaanzienlijk verbeterd. Het zwaartepunt lag op het op orde brengen van deinfrastructuur voor diverse vergunningsvereisten, waardoor nog niet alleprogrammadoelstellingen zijn behaald. Ik heb er vertrouwen in dat de inhet programmaplan beschreven maatregelen en projecten voor eind 2026succesvol zijn afgerond en dat ProRail de resterende werkzaamhedenvoldoende borgt in haar organisatie. De evaluatie van het oorspronkelijkeprogramma, het nieuwe programmaplan en de externe review op ditnieuwe programmaplan zijn bijgevoegd bij deze brief.13Kamerstuk 29 984, nr. 1194.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12676 Nieuwe beheerconcessie ProRailProRail beheert de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) en zorgt erdaarmee voor dat reizigers en verladers nu en in toekomst kunnenrekenen op een goede kwaliteit en goede beschikbaarheid van hetspoorsysteem. De beheertaken omvatten het onderhoud van de HSWI, devoorbereiding en uitvoering van de uitbreiding ervan, de verdeling van decapaciteit van en het leiden van het verkeer over de HSWI. Met «beheer-concessie 2015–2025» is de verantwoordelijkheid voor het beheer van deHSWI op dit moment belegd bij ProRail. De vigerende beheerconcessieloopt af per 1 januari 2029. IenW heeft de voorbereidingen voor eennieuwe beheerconcessie in gang gezet14.Met de nieuwe beheerconcessie wordt ten eerste de continuïteit van hetbeheer van de HSWI geborgd door de beheertaken opnieuw bij ProRail tebeleggen. Tegelijkertijd vormt de totstandkoming van de nieuwebeheerconcessie een natuurlijk moment waarop (verwachte) ontwikke-lingen kunnen worden meegenomen bij het vaststellen van de nieuweconcessie-eisen. In de eerste helft van 2026 beoogt IenW een beleidsvoor-nemen te delen met de Tweede Kamer met daarin een visie op de nieuwebeheerconcessie. Met dat beleidsvoornemen in de hand zullen stakehol-dergesprekken gevoerd worden om de visie te verrijken en verder uit tewerken. De opbrengst van deze gesprekken zal worden meegenomen bijhet opstellen van de conceptontwerpconcessie, die conform de wettelijkeverplichting15 in consultatie zal worden gebracht. In het beleidsvoor-nemen zal IenW nader ingaan op het beoogde proces en de beoogdeplanning.Kwartsloze ballastIn de halfjaarverantwoording 2024 van NS en ProRail16 is er een stand vanzaken gegeven m.b.t. de transitie van ProRail naar kwartsloze spoor-ballast. Het beeld was toen dat in 2025 maximaal 70% van de benodigdeballast kwartsloos zou zijn, omdat dat de maximale beschikbaarheid in demarkt was. Een nieuw gecertificeerde groeve in Turkije en zes groeves inDuitsland zorgen ervoor dat het ProRail in 2025 lukt om meer dan 80% vande werkzaamheden kwartsloos uit te voeren. Daarnaast kan ProRail vanaf1 januari 2026 al het werk kwartsloos uitvoeren. Het is goed nieuws dathiermee de veiligheid van spoorwerkers verder vergroot wordt.Evaluatie verbeterprogramma Betrouwbaar BeterDe spoorprestaties stonden in 2023 onder druk, wat leidde tot dalendepunctualiteit, overvolle treinen en verminderde betrouwbaarheid. Ditresulteerde in hinder voor reizigers. NS en ProRail wezen tijdelijkesnelheidsbeperkingen (TSB’s), een tekort aan inzetbaar materieel enhinder door geplande werkzaamheden aan als oorzaken van de verslech-terde prestaties.Als reactie nam de Tweede Kamer op 2 april 2024 een motie aan waarinde Staatssecretaris werd verzocht een verbeterprogramma onderconcessiesturing te starten17. Dit programma, Betrouwbaar Beter, had alsdoel de prestaties op het hoofdrailnet duurzaam te verbeteren metaandacht voor voorspelbaarheid, reiscomfort en informatievoorziening.Het programma ging in de zomer van 2024 van start en stond gepland tot14Kamerstuk 36 807, nr. 3.15Artikel 18 Spoorwegwet.16Kamerstuk 29 984, nr. 1215.17Kamerstuk 29 984, nr. 1193.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12677 1 juli 2025. Goudappel heeft, in opdracht van het Ministerie van IenW, eenonafhankelijke evaluatie uitgevoerd om te toetsen of de vooropgesteldedoelen zijn behaald en het programma formeel kan worden afgerond. Hetevaluatierapport Betrouwbaar Beter in de praktijk18 is bij deze briefgevoegd.Uit de evaluatie komt naar voren dat de doelstellingen van het verbeter-programma zijn behaald. NS en ProRail hebben gezamenlijk concreteresultaten bereikt en effectief gereageerd op oorzaken van de problemenrondom de prestaties. De drie werkstromen binnen het programmahebben aantoonbare verbeteringen opgeleverd en zijn structureelverankerd in de organisaties. Ook de prestaties zijn, zoals eerder in dezebrief beschreven, verbeterd. Met de positieve uitkomst van de evaluatie ishet verbeterprogramma officieel afgerond.BasisdienstregelingZoals aan de Kamer toegezegd heb ik zorgen over reizigershinder bijstakingen onder de aandacht gebracht bij NS en hierover het gesprekgevoerd. NS neemt deze zorgen zeer serieus. NS probeert, als dereikwijdte van de staking dit mogelijk maakt, hinder buiten het stakings-gebied zoveel mogelijk te beperken en de afgesproken dienstregeling terijden. NS ervaart geen ruimte om afspraken te maken over een minimalebasisdienstregeling, omdat dit het stakingsinstrumentarium van haarwerknemers inperkt en, zoals al in de antwoorden op de schriftelijkevragen hierover is aangegeven, de vakbonden inderdaad terughou-dendheid betrachten over dergelijke afspraken. Ik onderken het belangvan een basisdienstregeling, bijvoorbeeld in kader van weerbaarheid, ookbij stakingen, en wil daarom verkennen of er andere mogelijkheden zijnom tot een basisdienstregeling te komen.Jongeren Dagkaart Dal NSPer 1 juli 2025 heeft NS de Jongeren Dagkaart Dal (waarmee jongeren van12 tot en met 18 jaar voor een vast bedrag per dag onbeperkt kondenreizen in het dal op het hoofdrailnet) vervangen door een gratis kortings-abonnement voor de daluren. Naar aanleiding van de motie-Olger vanDijk c.s.19 heeft IenW met NS overleg gevoerd over het behoud van deJongeren Dagkaart Dal. De conclusie hiervan is dat NS de JongerenDagkaart Dal niet opnieuw invoert. De belangrijkste reden is dat NS op ditmoment voor een forse besparingsopgave staat, waarover de Kamerreeds meerdere keren is geïnformeerd.20 Het gaat om een optelsom vanefficiencyafspraken die bij de gunning van de concessie zijn gemaakt enmeer recente maatregelen die NS moet nemen vanwege achterblijvendereizigersaantallen en gestegen kosten. Daar komt bij dat de tarieven (endaarmee de reizigersopbrengsten) in de afgelopen jaren niet met deinflatie zijn meegestegen. Daar bovenop is recent afgesproken dat NS eenstructurele bijdrage levert aan het dempen van de in 2026 voorzienetariefstijging. Om dat te realiseren moet NS kostenbesparende maatre-gelen in de dienstverlening nemen. Zoals op 16 juli jl. aan de Kamergemeld is het herzien van het aanbod aan kortingsproposities één van diemaatregelen.21 NS geeft aan dat de huidige Jongeren Dagkaart Dal haarveel geld kost.18Evaluatierapport Betrouwbaar Beter in de praktijk.19Kamerstuk 36 725 XII, nr. 11.20Kamerstuk 29 984, nr. 1231 en Kamerstuk 29 294, nr. 1242.21Kamerstuk 29 294, nr. 1260.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12678 Binnen de gemaakte concessieafspraken heeft NS ruimte om de JongerenDagkaart Dal te vervangen door een ander kortingsproduct. Het is eenlastige, maar wel noodzakelijke kostenbesparende maatregel die NS moetnemen om tariefstijgingen te dempen. NS biedt overigens wel eenalternatief voor de Jongeren Dagkaart Dal, namelijk 40% korting op hetreizen in de daluren. Daarbij brengt NS voor jongeren tot 18 jaar deabonnementskosten van ruim € 70 per jaar niet in rekening, zodat dezegroep goedkoper reist dan de reguliere houders van het dalkortingsabon-nement. Daarnaast heeft NS ook een speciale jongerenvariant van de NSPrijsTijd Deals geïntroduceerd, zodat ook jongeren die incidenteel met detrein reizen een korting kunnen krijgen op het normale tarief.In de motie wordt ook gerefereerd aan de Onderwegpas. De Kamer is op26 september jl. separaat over dit onderwerp geïnformeerd.22Voorkomen van hoge tariefstijgingen NSDe motie-El Abassi23 verzoekt om te onderzoeken op welke manier definanciële positie van NS duurzaam kan worden versterkt, zodat forsejaarlijkse stijgingen van de NS-tarieven kunnen worden voorkomen. IenWbenadrukt dat stijgingen van de beschermde tarieven op het hoofdrailnetniet beïnvloed worden door de financiële positie van NS, maar door deafspraken die hierover in de concessie zijn vastgelegd. De jaarlijksetariefstijging is met name gekoppeld aan de inflatieontwikkeling. Deinflatie is in de afgelopen jaren hoog geweest. Dit heeft in alle sectoren tothogere prijzen geleid. Dat er bij NS in de afgelopen jaren sprake was vanhoge (dreigende) tariefstijgingen, hield er vooral verband mee dat sindshet najaar van 2023 tariefstijgingen bij NS met incidentele middelen zijnvoorkomen. Daarmee werden tariefstijgingen noodgedwongen steedsdoorgeschoven naar volgende jaren en leidde dat ieder jaar tot een(dreigende) stapeling van prijsstijgingen uit het verleden. Incidenteleoplossingen, met onzekerheid over de tariefontwikkeling in de jarendaarna, maken het voor NS lastig de bedrijfsvoering voor de langeretermijn te versterken.Een belangrijke randvoorwaarde om te zorgen dat de NS-tarieven in eenjaar niet teveel stijgen, is om de jaarlijkse reguliere tariefstijgingen opgrond van de concessie doorgang te laten vinden en om tariefstijgingenniet met incidentele middelen af te wenden. Met de jaarlijkse regulieretariefstijging wordt recht gedaan aan de jaarlijks stijgende kosten in hetopenbaar vervoer en wordt een stapeling van prijsstijgingen uit hetverleden voorkomen. NS is voor een gezonde bedrijfsvoering dus vooralgebaat bij voorspelbaarheid en stabiliteit. Vanuit een stabiele basiskunnen zowel de operationele als de financiële prestaties van NS wordenverbeterd. Daarbij stuurt IenW als concessieverlener op het «wat»: IenWen NS hebben in de concessie afspraken gemaakt over de prestaties dieNS voor de reiziger moet leveren. Het «hoe» is aan NS: NS bepaalt zelfhoe de bedrijfsvoering moet worden ingericht om de afgesprokenprestaties voor de reiziger te leveren. De inrichting van de bedrijfsvoeringbinnen NS is niet aan IenW.SMART-doelen prestatie-indicatoren NS en ProRail uitHRN-ConcessieUw Kamer heeft met de motie van het lid Heutink24 de regering verzochtom samen met NS en ProRail toe te werken naar SMART-doelen, inclusief22Kamerstuk 23 645, nr. 868.23Kamerstuk 29 984, nr. 1257.24Kamerstuk 29 984, nr. 1253.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12679 een realistisch tijdspad om de streefwaarden van de kritische prestatie-indicatoren in de concessie te behalen, en de Kamer voor het herfstreceshierover te informeren. Door onderstaande toelichting wordt invullinggegeven aan het verzoek in de motie van het lid Heutink.De afspraken over de prestatie-indicatoren zijn vastgelegd in deHRN-concessie 2025–2033, die is afgesloten met NS. In deze concessie zijnzowel prestatie-indicatoren opgenomen die uitsluitend betrekking hebbenop NS, als twee gezamenlijke indicatoren waarvoor NS en ProRail samenverantwoordelijk zijn. De concessie bevat ambitieuze beleidsdoelen,inclusief een haalbaar tijdpad om deze te bereiken. Hierbij is rekeninggehouden met nationale en internationale groeiambities, zoals geformu-leerd in de Lange Termijn Spooragenda en het Toekomstbeeld OV.Tegelijkertijd is ook aandacht besteed aan de veranderende reizigersvraag,hogere kosten bij NS, beperkte budgettaire ruimte bij de overheid entoekomstige grootschalige werkzaamheden.Op verzoek van de Kamer zijn tijdens de concessieonderhandelingenafspraken aan de HRN-concessie toegevoegd over bodemwaarden enrapportages op het gebied van reizigerspunctualiteit, zitplaatskans enalgemeen klantoordeel25. Dit heeft ertoe geleid dat NS voor het algemeenklantoordeel rapporteert op het slechtst presterende landsdeel. Voorreizigerspunctualiteit 10 minuten HRN en zitplaatskans in de spits tweedeklas rapporteert NS in de halfjaar- en jaarverantwoording over de vijfbeste en de vijf slechtst presterende aankomststations. Voor de vijfslechtst presterende stations geeft NS per prestatie-indicator eentoelichting waarom het slechtst wordt gepresteerd.Volgens de concessie dient NS de streefwaarden voor de prestaties in dekalenderjaren 2029 en 2033 te behalen. In deze jaren moeten de gezamen-lijke prestaties van NS en ProRail ook worden gerealiseerd. Uit de cijfersin de halfjaarverantwoording van NS en ProRail blijkt dat de gemiddeldescores van de gezamenlijke prestaties (RPUN 3 minuten & 10 minutenHRN) van NS en ProRail tot dusver boven de streefwaarden liggen, onderandere door de maatregelen die onder het verbeterprogrammaBetrouwbaar Beter zijn uitgevoerd (zie tabel). Ook de prestaties diespecifiek voor NS gelden, zijn ten opzichte van vorig jaar verbeterd. Eenaantal van deze prestaties ligt in het eerste halfjaar eveneens boven destreefwaarde.Tabel: Prestaties reizigerspunctualiteit (PRUN) NS en ProRailPrestatie-indicatorenJANFEBMRTAPRMEIJUNJULAUGBWSWRPUN 3 minuten86,0%85,8%86,4%87,1%87,8%86,6%87,6%86,8%84,4%86,0%RPUN 10 minuten95,5%95,4%95,7%96,1%96,0%95,1%95,7%95,6%94,5%95,1% Voor de monitoring en sturing op NS wordt IenW ondersteund door hetConcessie Informatie Systeem (CIS): een datadashboard waarmee kanworden ingezoomd op verschillende onderdelen, zodat gerichter gestuurdkan worden op de prestaties. De prestaties van ProRail worden gevolgdvia het prestatiedashboard van ProRail. Door beide informatiebronnen tecombineren ontstaat een integraal beeld van de gezamenlijke prestatiesvan NS en ProRail op het hoofdrailnet.25Kamerstuk 29 984, nr. 1137.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 126710 Activiteiten van NS bovenop de verplichtingen uit de concessieConform de motie-Heutink26 heeft IenW nogmaals met NS en deaandeelhouder (het Ministerie van Financiën) gesproken over deactiviteiten van het NS-concern. Het kabinet hecht eraan te benadrukkendat de PSO-verordening27 voor vervoerders een gescheiden boekhoudingvoorschrijft en dat de geldstromen van diverse activiteiten uit elkaargehouden moeten worden. Hier is de Kamer op 13 februari jl. reeds overgeïnformeerd.28 NS mag andere bedrijfsactiviteiten wettelijk gezien nietfinancieren met inkomsten uit activiteiten die NS verricht in het kader vande concessie. Andere bedrijfsactiviteiten hebben daardoor geen invloedop de businesscase van de concessie of de (hoogte van) de tarieven ophet hoofdrailnet. De tariefkaders voor het hoofdrailnet zijn vastgelegd inde concessie. Zoals hierboven ook toegelicht mag NS de tarieven iederjaar slechts verhogen conform de concessieafspraken.De activiteiten die NS uitvoert bovenop de concessieverplichtingen zijnvooral gericht op en rond stations en op de vervoersketen. Hierbij moetbijvoorbeeld worden gedacht aan de verhuur van OV-fietsen, de exploi-tatie van horeca en winkels en de verhuur van vastgoed. Verder voert NSin open toegang internationaal treinvervoer uit. Daarnaast rijdt NS onderde formule van R-net de regionale concessie Gouda – Alphen aan denRijn. Deze concessie staat los van het hoofdrailnet. NS voerde in hetverleden ook buitenlandse vervoersactiviteiten uit. Met de verkoop vanAbellio UK en Abellio Duitsland is er een eind gekomen aan de buiten-landse activiteiten van NS. De achtergrond hiervan was dat dezeactiviteiten slechts een beperkte bijdrage leverden aan het belang van deNederlandse reiziger. De prioriteit van NS ligt nu bij het vervoer op grondvan de HRN-concessie.Overigens stuurt IenW als concessieverlener alleen op de prestaties dieNS op grond van de HRN-concessie uitvoert, op basis van de gemaakteconcessieafspraken tussen IenW en NS. IenW stuurt niet op overigebedrijfsactiviteiten. Dat is een aangelegenheid van NS zelf, in afstemmingmet de aandeelhouder.Rapport eConomics Vermeden kosten van NSIn de kamerbrief van 16 juli 202529 is aangegeven dat het kabinet over ditrapport in gesprek gaat met NS en het kabinet eerst een externe experthet eConomics-onderzoek zal laten bestuderen, om te borgen dat we overde goede informatie beschikken en zorgvuldig kunnen wegen welkeinzichten het rapport wel en niet biedt. Het streven was daarbij om deKamer hierover in het najaar van 2025 te informeren.Het eConomics-onderzoek is betrokken in de advisering van ImpulsEconomen aan het ministerie over de wijziging van de HRN-concessienaar aanleiding van de tussenuitspraak van het College van Beroep voorhet bedrijfsleven (CBb) van 30 juni. Als gevolg van de concessiewijzigingzijn aangescherpte uitgangspunten opgenomen waarmee een gelijkspeelveld tussen NS en MaaS-dienstverleners wordt geborgd.In het rapport is specifiek gedefinieerd welke kosten NS vermijdt wanneerderden vervoerbewijzen voor reizen met NS-treinen verkopen. Derden dievervoerbewijzen voor reizen met NS-treinen verkopen ontvangen hiervoor26Kamerstuk 29 984, nr. 1252.27Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007.28Kamerstuk 29 984, nr. 1231.29Kamerstuk 29 984, nr. 1260.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 126711 een compensatie van NS die gebaseerd is op de kosten die NS vermijdt.Het is van belang te benadrukken dat kosten die NS niet meer maakt bijverkoop door derden, niet verdwijnen, maar door andere partijen wordengemaakt.Als gevolg van de concessiewijziging kunnen MaaS-dienstverlenerstreinvervoer met gemiddeld dezelfde kortingen als NS aanbieden aan huneigen reizigers. Op basis hiervan kunnen MaaS-dienstverleners een(innovatief) MaaS-aanbod ontwikkelen waarbij treinvervoer wordtgecombineerd met andere vervoersmodaliteiten, wat moet bijdragen aande overkoepelende beleidsdoelstelling van een verbeterde deur-tot-deurreis. De concessiewijziging voorziet daarnaast in een jaarlijkseonafhankelijke beoordeling van het referentieaanbod van NS om hetgelijke speelveld te blijven borgen.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 126712
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe een brief over deur-tot-deur taken voor de zomer naar de Kamer te sturen.
De staatssecretaris zegt toe een brief over deur-tot-deur taken voor de zomer naar de Kamer te sturen.
- De staatssecretaris zegt toe de Kamer in een brief na de zomer inzicht te geven in de gevolgen van de bezuinigingen.
De staatssecretaris zegt toe de Kamer in een brief na de zomer inzicht te geven in de gevolgen van de bezuinigingen.
- De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zal in de verzamelbrief Spoor een terugkoppeling geven over de gesprekken met de NS over de basisdienstrege
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zal in de verzamelbrief Spoor een terugkoppeling geven over de gesprekken met de NS over de basisdienstregeling.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.