KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie Monitor Integrale Veiligheid MBO 2023

15 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 43af5bffb5345648 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 240Veiligheid op school31 524Beroepsonderwijs en Volwassenen EducatieNr. 158 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 januari 2025Een veilige leeromgeving is cruciaal in het onderwijs, ook voormbo-studenten. Alleen als je je veilig voelt kan je je optimaal ontwikkelen.Ook voor medewerkers is het van belang dat zij zich veilig voelen enzichzelf kunnen zijn op de instelling om zo het beste onderwijs te kunnenbieden en een voorbeeld te zijn richting de studenten. Met het uitbrengenvan de Monitor Integrale Veiligheid 2023 is inzicht gegeven in hoe hetervoor staat met de veiligheid in het mbo. Op 20 december 2023 heeftmijn ambtsvoorganger de eerste editie van deze monitor aan uw Kameraangeboden, met de toezegging om een beleidsreactie te sturen.1 Uit demonitor komt het beeld naar voren dat de meeste studenten enmedewerkers zich veilig voelen in het mbo. Tegelijkertijd valt op dat eenaantal typen studenten en medewerkers zich minder veilig voelt. Hetvergroten van de sociale veiligheid is een gezamenlijke verantwoorde-lijkheid. In deze brief zet ik de belangrijkste resultaten van de monitor opeen rij. Vervolgens geef ik een beleidsreactie op de resultaten. Daarbij gaik ook uitgebreider in op het huidige beleid om te bevorderen datstudenten en medewerkers zich veilig voelen in het mbo, aangezienhierover de afgelopen periode niet is gerapporteerd aan uw Kamer.Monitor Integrale Veiligheid mboDe Monitor Integrale Veiligheid mbo (hierna: monitor) is een doorontwik-keling van de eerdere monitor sociale veiligheid mbo2. De nieuwe monitoris in samenwerking met de MBO Raad ontwikkeld met als doel eenuitgebreider beeld te schetsen van de integrale veiligheidssituatie opmbo-instellingen en daarmee zicht te houden op de stand van deveiligheid in de sector en binnen individuele scholen. In het sectorrapportdat aan uw Kamer is aangeboden is het landelijke beeld geschetst.Daarnaast hebben de deelnemende mbo-instellingen een instellingsrap-1Kamerstuk 29 240, nr. 1352Monitor sociale Veiligheid, ECBO. De laatste editie verscheen oktober 2018 kst-29240-158ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1581 portage ontvangen, waarmee zij inzicht kregen in de specifieke situatievan hun instelling en hun veiligheidsbeleid kunnen bijstellen.Het sectorrapport bestaat uit een kwantitatief deel, dat voornamelijk isgebaseerd op al bestaande bronnen. Daarnaast bevat de monitor eenkwalitatief deel waarvoor focusgesprekken en interviews zijn gehoudenmet studenten en medewerkers. Tijdens deze gesprekken zijn de volgendethema’s besproken: discriminatie, racisme en vooroordelen, onlineveiligheidsbeleving, veiligheidsbeleving lhbtiq+, diversiteit, inclusie engelijke kansen, agressie en geweld, seksueel geweld en discussies metgevolgen. Tot slot is onderzocht wat mbo-instellingen doen om deveiligheid binnen de instelling te vergroten.Belangrijkste resultatenAlgemene veiligheidUit het onderzoek blijkt dat het merendeel van de mbo-studenten zichveilig voelt. Het aandeel studenten dat zich veilig voelt is vanaf 2016jaarlijks toegenomen. In 2022 voelde 81 procent van de studenten zichveilig. 3,9 procent heeft aangegeven zich onveilig te voelen, de rest heeftneutraal aangegeven (niet veilig/niet onveilig). Ook van de medewerkersgeeft de meerderheid aan zich veilig te voelen op het werk. Daarbij geldtdat er een sterke samenhang is tussen de ervaren veiligheid en dealgemene tevredenheid: hoe meer tevreden het personeel is op eeninstelling, hoe veiliger men zich voelt. Het veiligheidsgevoel vanstudenten en personeel hangt ook samen: instellingen met personeel datzich gemiddeld veiliger voelt hebben veelal ook studenten die zichgemiddeld veiliger voelen.Kwetsbare studenten en medewerkersUit de monitor komt ook naar voren dat een aantal typen studenten zichminder vaak veilig voelt in het mbo: studenten met een functiebeperking,vrouwelijke studenten en LHB-studenten3. Dat geldt ook voor studenten inde Beroeps Opleidende Leerweg (BOL), waarvan niveau 2-studenten inhet bijzonder. Studenten met een functiebeperking geven vaker aan dat zijzich niet veilig voelen dan studenten zonder een functiebeperking: hetpercentage studenten met een functiebeperking dat zich veilig voelt isvijf procentpunt lager dan studenten zonder een functiebeperking (78% en83%). Vrouwelijke studenten voelen zich minder vaak veilig (78%) danmannelijke studenten (83%). Van de medewerkers blijkt dat vrouwelijkpersoneel en personeel dat meer contact heeft met studenten zich minderveilig voelen dan mannen en onderwijspersoneel dat in mindere matedirect contact heeft met studenten. BOL-studenten voelen zich mindervaak veilig dan studenten in de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL).BOL-niveau 2 studenten (78%) en niveau 3 studenten (79%) voelen zichhet minst veilig. Uit oudere cijfers blijkt dat LHB-studenten zich vakerminder veilig voelen ten opzichte van niet-LHB-studenten. Daaruit blijktook dat LHB-studenten vaker slachtoffer zijn geweest van materieel enpsychisch fysiek geweld4. Ook blijkt dat LHB-medewerkers vakerslachtoffer zijn geweest van psychisch fysiek geweld.3Deze schrijfwijze is gebaseerd op de Monitor Sociale Veiligheid (hierna MSV) 2017–2018waarvan de data zijn gebruikt voor de Monitor Integrale Veiligheid MBO 2023. In de MSV isseksuele oriëntatie vastgesteld door onderscheid te maken tussen homoseksuele, lesbische enbiseksuele studenten (LHB-studenten) en heteroseksuele studenten (niet LHB-studenten).Vragen over genderidentiteit zijn niet gesteld in de MSV, daarom wordt hier gesproken overLHB-studenten.4Psychisch fysiek geweld is o.a. pesten, discriminatie, bedreiging, lichamelijk geweld, seksueleintimidatie, geweld, sexting, en digitale agressie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1582 Verschillen tussen instellingen en regio’sDe onderzoekers hebben ook gekeken naar verschillen in veiligheids-gevoel tussen instellingen en regio’s. Uit het onderzoek blijkt dat opinstellingen waar studenten zich gemiddeld het veiligst voelen meer dan90 procent van de studenten aangeeft zich veilig te voelen. Voor instel-lingen waar studenten zich het minst veilig voelen ligt dit op minder dan75 procent. Studenten op grotere instellingen en studenten op instellingenin West-Nederland voelen zich gemiddeld minder veilig.Het veiligheidsgevoel van studenten hangt ook in sterke mate samen metde tevredenheid over de opleiding en tevredenheid over de instelling;studenten die meer tevreden zijn over deze aspecten voelen zich vakerveilig en vice versa. Opvallend is dat medewerkers in Noord- enOost-Nederland zich iets veiliger lijken te voelen. Personeel op grotereinstellingen, met meer dan 15.000 studenten, voelt zich gemiddeld ietsonveiliger. Het is mogelijk dat de grootstedelijke problematiek in dezeregio’s een rol speelt.In de monitor wordt ook beschreven dat er verschillen bestaan in demanier waarop instellingen met veiligheid omgaan. Uit de vragenlijst dieis afgenomen onder veiligheidscoördinatoren blijkt dat minder dan dehelft van de scholen een uitgewerkt schoolveiligheidsplan heeft en dat erop bestuurlijk niveau niet altijd voldoende aandacht is voor schoolvei-ligheid. De veiligheidscoördinatoren geven aan het laatste jaar vooralextra aandacht te hebben voor fysieke veiligheid, ongewenst en grens-overschrijdend gedrag. Tegelijkertijd wordt door medewerkers genoemddat er knelpunten zijn met betrekking tot studenten door invloeden vanbuiten school (zoals jeugdcriminaliteit), online risico’s, mondigheid enaanspreekbaarheid. Medewerkers geven ook aan onvoldoende zicht tehebben op incidenten en onvoldoende kennis te hebben hoe te handelen.Instellingen registreren op verschillende manieren incidenten; eensubstantiële groep instellingen was niet in staat om gegevens aan televeren. Verder zijn er verschillen in de mate waarin instellingen samen-werken met partners en met betrekking tot hun veiligheidsvoorzieningen.Volgens veiligheidscoördinatoren zou (nog) meer aandacht moetenuitgaan naar thema’s als ondermijning, ongewenst gedrag gericht opanderen, seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksuele weerbaarheid.Bijna alle mbo-instellingen en locaties hebben een vertrouwenspersoon.Ook zijn er vaak één of meerdere medewerkers verantwoordelijk voor desociale veiligheid.Ervaren veiligheid en geaccepteerde onveiligheidOm bovengenoemde cijfers verder te duiden zijn focusgroepen gehoudenmet studenten en docenten. Hoewel deze gesprekken niet representatiefzijn, illustreren ze wel hoe studenten en medewerkers de veiligheid op hetmbo kunnen ervaren. Vaak bleek dat onderwerpen veel genuanceerderliggen dan studenten in eerste instantie aangeven. Zo geven studentenvaak aan dat zij niet het gevoel hebben dat discriminatie, racisme envooroordelen spelen op de instelling, maar bleek het toch onderhuids tespelen wanneer daar op werd doorgevraagd. Studenten geven aan teervaren dat ze anders worden behandeld door hun achtergrond en gevenaan dat er geen ruimte is voor mensen die anders denken. Ook gevenstudenten aan te maken te hebben met discriminatie op de stage. Enhoewel meerdere studenten aangeven dat er voor lhbtiq+ studenten geenonveilige sfeer is en dat hun instelling mee heeft gedaan met PaarseVrijdag, wordt er ook aangegeven dat men niet verbaasd moet zijn alsmen wordt nagekeken of wordt nageroepen als men zich «anders»profileert. Het open uitdragen van een andere geaardheid dan heterosek-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1583 sueel werd genoemd als een manier waarop iemand zich «anders» kanprofileren en is volgens sommige studenten dan ook een reden omnagekeken of uitgelachen te worden of zelfs (fysiek) bedreigd. Ook gevenstudenten aan dat nakijken en naroepen van meiden vaak voorkomt en ditlijkt eigenlijk genormaliseerd te zijn in het leven van de studenten. Uit degesprekken komt naar voren dat studenten een situatie pas als onveilig engrensoverschrijdend bestempelen als het gaat over ongewenste aanra-kingen en/of fysiek gedrag.BeleidsreactieDit kabinet zet in op een veilig leerklimaat waarin ieder talent telt. Omgoed te kunnen leren en jezelf te ontplooien is mentaal welzijn vanleerlingen en studenten van groot belang. Je moet veilig jezelf kunnenzijn. Ongeacht waar je wortels liggen, van wie je houdt en of je man ofvrouw of je geen van beiden voelt.5 De resultaten van de monitor gevenaan dat er verschillen zijn in hoe veilig het mbo wordt ervaren. De enestudent of medewerker voelt zich er minder veilig dan de ander. En datgeldt nog specifieker voor bepaalde typen studenten en medewerkers:studenten met een functiebeperking, studenten van de BOL-leerweg,studenten van mbo-niveau 2, LHB-studenten en vrouwelijke studenten enmedewerkers voelen zich vaker onveilig. Dit is een verontrustendeconstatering, want een veilige werk- en leeromgeving is een belangrijkerandvoorwaarde voor iedere student en medewerker.Ook de voorbeelden van geaccepteerde onveiligheid die voortkomen uitde focusgroepen baren mij zorgen. Discriminatie en grensoverschrijdendgedrag horen niet thuis in een veilige mbo-instelling. Maar het wijst ermogelijk ook op dat de normen over wat kan in het onderwijs aan hetverschuiven zijn, net als dat gebeurt in de maatschappij. Dit terwijlonderwijs voor iedereen veilig zou moeten zijn, ongeacht je geaardheid ofachtergrond. Dit kabinet treedt daarom daadkrachtig op tegen discrimi-natie, racisme, antisemitisme en moslimhaat. Dit wordt onder anderegerealiseerd met de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme6 en deStrategie Bestrijding Antisemitisme7.Het zorgen voor een veilig leerklimaat vraagt veel van mbo-instellingen. Ikwaardeer dan ook de docenten, conciërges en alle andere medewerkersdie zich in hun dagelijkse werk inzetten voor de veiligheid, waarbij zesoms te maken krijgen met complexe situaties. Ook bestuurders hebbeneen belangrijke verantwoordelijkheid om zich in te zetten om een veiligeomgeving voor alle studenten en medewerkers te realiseren. Dat vraagtop allerlei fronten inzet, preventief, beleidsmatig, maar ook als zichincidenten voordoen. Hieronder ga ik in op wat we doen om dit teondersteunen zodat instellingen er niet geheel alleen voor staan, maarook wat instellingen zelf al doen om de sociale veiligheid te vergroten.Bestuurlijke verantwoordelijkheid en wetsvoorstel zorgplicht socialeveiligheidMet de Werkagenda mbo8 geven we een impuls aan de versterking vansociale veiligheid. Mbo-instellingen zetten in op het verbeteren van hetstudentenwelzijn en de integrale veiligheid op mbo’s en leerbedrijven. Inde kwaliteitsagenda’s hebben mbo-instellingen aangegeven hoe zijinzetten op sociale veiligheid. 77 procent van de instellingen geeft in hun5Uitwerking van het hoofdlijnenakkoord door het kabinet, 13 september 2024.6Agenda tegen discriminatie en racisme, oktober 2022.7Strategie bestrijding Antisemitisme 2024–2030.8Samen Werken aan Talent, Werkagenda mbo 2023–2027, 14 februari 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1584 kwaliteitsagenda aan hun sociale veiligheidsplan uit te breiden. In hetnajaar van 2025 volgt de midtermreview van de Werkagenda mbo. Aan dehand daarvan zal ik bezien hoe mbo-instellingen vorderen met dezedoelstelling en wat daarin ondersteunend kan zijn.Met het Stagepact9 zetten we gezamenlijk in op het uitbannen vanstagediscriminatie. Alle partners, instellingen en leerbedrijven zijn hierhard mee bezig. Zo is afgesproken dat iedere school een meldpunt inrichtvoor ondersteuning, nazorg en opvolging van meldingen over stagediscri-minatie en stagemisbruik. Onlangs is hiervoor het ServicedocumentMelden en Registreren van Klachten en Meldingen Stagediscriminatiembo10 gepubliceerd. Daarnaast wordt er gewerkt met objectievestagematching bij eerstejaarsstudenten, een maatregel uit het Stagepact2023–2027 om studenten een eerlijke kans te geven op een stageplek.Om de verantwoordelijkheid van mbo-instellingen verder te versterkenkom ik met een wetsvoorstel voor een zorgplicht sociale veiligheid voorhet vervolgonderwijs (mbo, hbo en wo). Daarin leggen we nadrukkelijkervast dat instellingen zorg moeten dragen voor sociale, psychische enfysieke veiligheid op school en hiervoor ook beleid moeten opstellen.Daarnaast zal het wetsvoorstel een aantal verplichtingen bevatten die ditondersteunen, zoals de monitoring van de sociale veiligheid en deregistratie van incidenten. Hoe vervolg wordt gegeven aan de MonitorIntegrale Veiligheid mbo zal bij de vormgeving van het wetsvoorstelworden meegenomen. Daarover zal OCW ook in gesprek gaan met desector zelf om aan te sluiten bij de behoeften van het mbo.Ook werk ik een wetsvoorstel uit om de burgerschapsopdracht teverduidelijken. Daarbij staat centraal dat de instelling zorgdraagt voor eencultuur in overeenstemming met basiswaarden van de democratischerechtsstaat, waarin studenten zich veilig en geaccepteerd weten. Dat iseen belangrijke randvoorwaarde voor studenten om te kunnen oefenenmet hun rol als burger in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Deverwachting is dat dit wetsvoorstel voor het mbo in het eerste kwartaalvan 2025 in consultatie zal gaan.Ondersteuning van mbo-instellingenOm het veiligheidsgevoel onder studenten en medewerkers verder tevergroten, specifiek voor studenten en medewerkers die zich minder veiligvoelen, is het nodig dat mbo-instellingen hun veiligheidsbeleidversterken. Daarbij gaat het om verschillende thema’s zoals discriminatie,seksueel grensoverschrijdend gedrag en criminaliteit. Omdat dit geengemakkelijke opgave is zet ik in op een aantal concrete ondersteunendemaatregelen.OCW subsidieert Stichting School en Veiligheid (SSV), de landelijkeexpertorganisatie die scholen in het funderend onderwijs en het mboondersteuning biedt bij het creëren van een veilig schoolklimaat. Scholenen mbo-instellingen kunnen met een gerichte vraag een beroep doen ophet Adviespunt van School & Veiligheid en gebruik maken van de velehandreikingen en instrumenten zoals het digitaal veiligheidsplan. DeStaatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft SSV daaromgevraagd extra aandacht te besteden aan het ondersteunen van het po, voen mbo op het terrein van goed veiligheidsbeleid.9Stagepact MBO, 2023–2027, 14 februari 2023.10Servicedocument Klachten en meldingen versie 1-11.pdf (mboraad.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1585 Ik vind het belangrijk dat studenten en onderwijspersoneel weten bij wieze terecht kunnen als zij zich niet veilig voelen. Dit kan natuurlijk bij dementor als het om studenten gaat of de leidinggevende voor personeel,maar ook het beter bekend maken van de vertrouwenspersoon binnen deinstelling kan helpen om de meldingsbereidheid te vergroten. Het isbelangrijk dat de route om te melden helder en bekend is binnen deinstelling en dat professionals voldoende zijn toegerust om meldingen tebehandelen. Mbo-instellingen kunnen hiervoor ondersteuning krijgen vanSSV, gebruik maken van de Leidraad vertrouwenswerk op school (mbo)11en het professionaliseringsaanbod voor vertrouwenspersonen in hetonderwijs.Om te bevorderen dat studenten en onderwijsprofessionals die te makenhebben met sociale onveiligheid de weg weten te vinden naar advies eninformatie, ga ik in gesprek met het expertisenetwerk sociale veiligheidom het netwerk en de bestaande wegwijzerwebsite voor het funderendonderwijs, jouwveiligeschool.nl, uit te breiden naar het mbo. Daar is ookvoor onderwijsprofessionals informatie te vinden over het verbeteren vande sociale veiligheid, maar over het lesgeven over het aangeven vangrenzen, seksuele vorming, seksuele oriëntatie of genderidentiteit.Kwetsbare studentenHet werken aan een sociaal veilig leerklimaat voor alle studenten is enblijft een belangrijke opdracht voor mbo-instellingen. Voor bepaaldekwetsbare groepen vraagt dat om extra aandacht omdat zij vaker temaken hebben met sociale onveiligheid. Van onderwijsprofessionalsvraagt dat om alertheid en een handelingsrepertoire om dit goed tebegeleiden. OCW verleent subsidie voor het project All Inclusive. Ditproject is een samenwerking tussen SSV, Theater AanZ en COC Nederlanden heeft als doel om samen met docenten en studenten in het mbo desociaal veilige en inclusieve norm te stellen. Daarbij gaat het om het inbrede zin tegengaan van uitsluiting en discriminatie, met oog voorseksuele en genderdiversiteit. Dit project is recent verlengd tot juli 2025.Ook verleent OCW subsidie aan SSV voor het verzorgen van actueleinformatie en deskundig advies aan scholen op het thema diversiteit. Eenvoorbeeld daarvan is de website www.gendi.nl met inspiratie, (les)mate-rialen en kennis voor leraren en onderwijspersoneel op het gebied vangender- en seksuele diversiteit. In 2025 publiceert SSV een handreikingvoor schoolleiders (po, vo en mbo) over het creëren van een veiligschoolklimaat voor lhbtiq+ leerlingen en studenten. Daarnaast onder-steunt mijn collega, Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap (portefeuille Emancipatie), verschillende initiatieven van COCNederland. COC Nederland helpt scholen diversiteit bespreekbaar temaken door, onder andere, het jaarlijks organiseren van Paarse Vrijdag,het faciliteren van Gender & Sexuality Alliances (GSA) en het bouwen aaneen GSA-docentennetwerk.Seksueel grensoverschrijdend gedragSeksueel grensoverschrijdend gedrag is een actueel thema in desamenleving dat ook speelt op het mbo. Dit blijkt ook uit de focusge-sprekken waarin studenten aangeven o.a. last te hebben van naroepen ennakijken. Tegelijkertijd valt op dat zij dit niet bestempelen als grensover-schrijdend of onveilig, waardoor er sprake lijkt te zijn van geaccepteerdeonveiligheid.11Leidraad «Vertrouwenswerk op school» (mbo) – School en veiligheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1586 In de gesprekken die regeringscommissaris Hamer met mbo-studentenvoert, benoemen studenten veel vormen van seksueel grensover-schrijdend gedrag, die zij ook zo ervaren. Deze gesprekken zijn onderdeelvan activiteiten die de regeringscommissaris uitvoert met verschillendembo-instellingen, in het kader van het aanjagen van een doorlopende lijnvan leren en aanpak van primair tot en met het vervolgonderwijs. Het doelhiervan is om seksueel grensoverschrijdend gedrag meer bespreekbaar temaken en samen met de instellingen duurzaam te integreren in hunaandacht voor sociale veiligheid. Ze werkt hiervoor samen met de MBORaad, SBB, JOB MBO en de bestuurders van de instellingen.Om mbo-instellingen verder te ondersteunen om het gesprek tussenstudenten onderling te versterken, maak ik mogelijk dat het GELIJKSPEL-programma over omgangsnormen rondom seks, dat is ontwikkeld voorhbo- en wo-studenten, in een pilot wordt doorontwikkeld voor het mbo.Aan de hand van casussen gaan studenten het gesprek met elkaar aan.CriminaliteitNet als in het vo geven ook mbo-instellingen aan dat zij te kampenhebben met steeds heftiger wordende problematiek op het terrein vanagressie en criminaliteit. Hoewel de kwantitatieve resultaten van demonitor niet ingaan op criminaliteit en agressie, blijkt wel uit de reactievan de veiligheidscoördinatoren dat dit speelt. Zij geven aan dat er meeraandacht uit zou moeten gaan zijn naar o.a. ondermijning en noemenjeugdcriminaliteit als knelpunt. Onderwijsinstellingen weten niet altijdwelke interventies het best werken en soms gaat het ook voorbij de grensvan wat redelijkerwijs bij het onderwijs hoort in het oplossen van dezeproblematiek.SSV gaat in 2025 een aanpak uitwerken hoe zij, samen met relevantepartners, scholen (po en vo) en mbo-instellingen beter kunnen onder-steunen bij de toenemende uitdagingen rondom harde veiligheid, zoalsgeweld, drugs en criminaliteit. Daarnaast wordt vanuit gemeenten en hetkabinet al langer samengewerkt in en om de school om geweldsdelictentegen te gaan. Hierbij valt te denken aan het thema wapens en jongeren,waarin mijn ministerie samenwerkt met het Ministerie van Justitie enVeiligheid. In de gemeente Arnhem zijn in het kader van de preventie vanjeugdcriminaliteit, met behulp van het Ministerie van Justitie enVeiligheid, al positieve ervaringen opgedaan in een werkwijze Veiligheid inen om de School (VIOS). Ook in andere gemeenten wordt volgensgelijkluidende methoden gewerkt. De inzet op preventie van (ondermij-nende en georganiseerde) jeugdcriminaliteit gaat onder andere middelshet programma Preventie met Gezag (PmG). Met PmG wil het kabinetjongeren in een kwetsbare positie (in de leeftijd van 8 tot 27 jaar) kansenbieden en grenzen stellen om te voorkomen dat zij in aanraking komenmet criminaliteit, daarin terechtkomen of daarin verder afglijden. Dat doethet kabinet sinds 2022 door gericht te investeren in de meest kwetsbaregebieden in Nederland waar de risico’s op het afglijden in criminaliteit hetgrootst zijn, samen met de diverse betrokken partners uit het veiligheids-en sociaal domein, zoals scholen, de politie, de Raad voor de Kinderbe-scherming en gemeenten.Tot slotDe bevindingen uit de Monitor Integrale Veiligheid mbo onderstrepen hetbelang van het bevorderen van een veilige leer- en werkomgeving binnenhet mbo. Het is duidelijk dat er ruimte is voor verbetering. Met deondersteuning vanuit bovengenoemde organisaties, de inzet vanuit deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1587 mbo-sector zelf en daarnaast een wettelijke borging in de vorm van eenzorgplicht voor sociale veiligheid, verwacht ik dat de ervaren veiligheidvan studenten en medewerkers in het mbo verder verbetert.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. BruinsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1588

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 66133acd79bb0aa2

14 okt 2026 · 57664395d78765be

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.