Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair OnderwijsNr. 806 MOTIE VAN HET LID HAAGEVoorgesteld 22 mei 2025 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de bekostiging en de sturing van het funderendonderwijs concurrentie in plaats van samenwerking in de hand werken,bijvoorbeeld bij het lerarentekort en het onderwijsaanbod, terwijlsamenwerking nodig is om voldoende beheersing van de basisvaardig-heden en kansengelijkheid te bevorderen;overwegende dat daardoor deze kernproblemen eerder groter dan kleinerworden, terwijl ook de onderwijsorganisaties erop wijzen dat samenwer-kingsgerichte benadering de kwaliteit van onderwijs versterkt en ruimtecreëert voor het professionele handelen;verzoekt de regering om voorstellen uit te werken om perverse prikkels inde bekostigingsregels te wijzigen zodat de samenwerking tussen scholengaat plaatsvinden, en de Kamer hierover te informeren vóór het debatover de OCW-begroting in het najaar van 2025,en gaat over tot de orde van de dag.Haage kst-31293-806ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 806
22 mei 2025Motie ingediendMotie van het lid Haage over perverse prikkels in de bekostigingsregels wijzigen zodat samenwerking tussen scholen gaat plaatsvinden Bron ↗
22 mei 2025IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
27 mei 2025Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗